De boot van Kuifje

We zijn wat laat vertrokken. De rommelmarkt loopt al op zijn einde. We vinden het niet erg, we komen voor de sfeer. Bovendien kan je net nu soms koopjes doen. Het eerste wat we zien is een zeilboot. ‘Zoals Kuifje in “Het geheim van de Eenhoorn”’, zegt mijn man.
Boot Kuifje
Hij heeft onlangs de film nog eens bekeken met onze jongste dochter. Aan het begin van de strip koopt Kuifje op het Vossenplein een maquette van een Portugese zeilboot, als cadeau voor Kapitein Haddock. De strip verscheen oorspronkelijk in afleveringen in de kinderbijlage van Le Soir, van 11 juni 1942 tot en met 14 januari 1943, in volle oorlogstijd. Vijfenzeventig jaar later kan je naar deze markt komen en er nog steeds zo’n boot op de kop tikken. Het is spijtig dat de kranten geen kinderbijlagen meer hebben. Andere dingen zijn gelukkig niet veranderd.
Het is erg druk vandaag. Toch veel mensen die op 1 november niet naar het kerkhof gaan. Bij een doos vol oude familiealbums blijf ik staan. Ik doorblader ze, ze dateren van de jaren 1970, de bijschriften zijn in het Duits. De foto’s zijn kiekjes, vaak onscherp, van te ver genomen en slecht gekadreerd. Altijd weer vraag ik me af hoe die albums hier terecht zijn gekomen, of er niemand meer is die nog om de mensen op de foto’s geeft. Je kan dit plein ook als een kerkhof zien. Al blijft er hoop op een tweede leven.
Ik koop een gehaakt oranje jaren 1970 bedsprei. Er moeten ooit vele uren werk in zijn gekropen. Het zal mijn jongste dochter ’s nachts warm houden. Even later valt mijn oog op een doos met pakjes in eenzelfde oranje. Ze bevatten cichorei van Pacha. De Pacha-fabriek werd in 1999 afgebroken. Ze bevond zich in Halle, vlak achter mijn middelbare school. Ik herinner me de geur weer levendig. Vooral als het mistig was kon ze sterk blijven hangen. Het was een bittere, indringende, verbrande geur die lang niet zo lekker was als de geur van de Cote d’Or-fabriek, die we roken wanneer we met de auto Brussel langs het Zuidstation binnenreden. ‘De Pacha stinkt weer’, zeiden we dan. Toch voelt de herinnering eraan warm. De pakjes liggen zo mooi oranje te glanzen in de zon. Er staat geen vervaldatum op.
  Bedsprei     Pacha
Daar ligt een leuk groen stoffen valiesje met bloemenprint. Ik neem het vast, toon het mijn man. ‘Voor onze dochter?’ ‘C’est vendu!’ roept de verkoper. ‘Ik heb het gekocht’, zegt iemand. Het is een van de beste vriendinnen van een van mijn beste vriendinnen, een vrolijk makende verschijning. Het valiesje is haar gegund. Wij hebben thuis al een rood valiesje.
Een lichtblauwe cache-pot, twee piepkleine bordjes die handig zijn om theezakjes op te zetten en een oude versie van het letterspel crossword tik ik nog op de kop. Dan keer ik terug naar de boot van Kuifje. Ik maak er een foto van. De verkoper, een vriendelijke, wat oudere man, zegt dat hij er dertig euro voor vraagt. Voor mij wil hij er wel twintig van maken. Bij Kuifje vraagt de verkoper vijftig frank, maar Kuifje dingt af naar veertig. ‘Omdat u het bent’, zegt de verkoper in de strip. Ik vertel de man over Kuifje en zeg dat ik al blij ben met een foto van de boot. Hij antwoordt dat het een Spaanse boot is en dat de zeilen van haaienvel zijn gemaakt.
Dan vraagt hij: ‘Où est votre mari?’. Ik antwoord dat mijn man hier ergens rondwandelt. We raken elkaar hier makkelijk kwijt, omdat we bij andere dingen blijven stilstaan. ‘Je voudrais vous inviter pour aller danser’, zegt hij. ‘Pas comme on danse maintenaint, mais comme dans le temps.’  We lachen. Dan zie ik mijn man. ‘Mon mari est là’, zeg ik en loop naar hem toe. Van op afstand kijken we samen nog eens naar de boot. De verkoper geeft mijn man een knipoog.
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Zon in de metro

Zondagavond, het regent, het is kil, de herfst is eindelijk daar. Ik ga naar een concert. Als ik mijn kaartje niet maanden geleden al gekocht had, zou ik niet meer buitengaan.
Het was niet nodig het kaartje zo lang op voorhand te kopen. De zangeres die optreedt is nog onbekend. Dat ik vanavond op weg ben naar dit concert, dank ik aan het toeval. Ergens in de maand april hoorde ik de zangeres in een nieuwe koffiebar, waar ik op weg naar het Vossenplein toevallig voorbijkwam. Haar stem raakte me. De vriendelijke baristo liet me de mooie LP-hoes zien waar de zangeres in profiel, gekleed in een geel truitje tegen een gele achtergrond poseert. Ik was meteen verkocht.
laura_gibson_empire_builder_digital_album_cover
Empire Builder van Laura Gibson verscheen bij Barsuk Records.

Als ik die zonnige zaterdagochtend in de lente niet langs die koffiebar was gepasseerd, zou ik op deze regenachtige zondagavond in de herfst gewoon thuisblijven, denk ik op de metro. Mocht ik ooit een roman schrijven, dan zal hij gaan over iemand die zijn leven door het toeval laat bepalen. Ze gaat in een café naar het toilet, ziet een telefoonnummer op de muur, belt ernaar, ontmoet iemand, ze ziet een bus voorbijrijden waarop een vacature staat, ze solliciteert voor die job, vindt nieuw werk waar ook weer van alles gebeurt, op een ochtend staat een camionette van een aannemer voor haar deur en ze besluit die aannemer te vragen haar huis te verbouwen, enzovoort, voortdurend neemt ze besluiten op basis van het toeval, ze heeft er een grenzeloos vertrouwen in maar is heel onbesuisd, zo gaat haar leven alle richtingen uit.
Het is niet zo makkelijk zo’n gegeven goed uit te werken, denk ik en dan merk ik dat mijn gedachtestroom een soundtrack heeft gekregen. Ik hoor een melancholisch gezang en een getrommel dat vanuit een zonniger wereld onder de evenaar lijkt te komen, het komt van de man aan de overkant van het gangpad. Hij zingt zachtjes voor zich uit en drumt op zijn dijen. Ik kijk weer luisterend voor me, het is aangrijpend, dan kijk ik weer naar de man. “C’est beau,” zeg ik. “Vous chantez dans un groupe?” Maar de metro maakt zoveel lawaai dat ik hem niet kan verstaan, ik sta recht en ga dichterbij staan, ik moet er toch bijna uit.
“Vous êtes musicienne?” vraagt hij. “Non, je suis écrivain.” En omdat dat me te zwaarwichtig klinkt, zeg ik: “J’écris des petites histoires sur des rencontres dans le métro”. “Dans quelle langue?” vraagt hij. “Néerlandais”. Hij zegt dat hij ook schrijft en muziek maakt, ik vraag of hij een site heeft. “Il est en construction”, antwoordt hij. Hij vraagt waar ik woon, in Jette, zeg ik. Hij kijkt me lief aan met zijn kleine, donkere, ronde ogen. Hij vraagt waar ik moet afstappen. “Botanique,” zeg ik. “Je vais à un concert.” “De qui?” “Laura Gibson, une chanteuse américaine peu connue», zeg ik en ben verbaasd over mijn openheid.
We zijn bijna bij Botanique. “Comment peut-on se revoir ?” vraagt hij. “Quoi ?” zeg ik. “Comment peut-on se revoir?” vraagt hij opnieuw. Ik haal mijn schouders op. Mocht ik het al willen, er is geen tijd meer om nog een telefoonnummer op een briefje te krabbelen. “Peut-être on se voit encore, par hasard”. Daar heeft hij vrede mee. We zijn in Botanique, de metrodeuren gaan open, “au revoir” zeg ik en stap uit. Op het perron hoor ik hem nog roepen: “Tot ziens!” – in het Nederlands.
Bovengronds voel ik hoe warm mijn hart is. Ik had het gesprek best nog even willen voortzetten. Het was gemoedelijk, alsof we elkaar al lang kenden. Was ik een personage in de roman die ik allicht nooit zal schrijven, dan was ik op de metro blijven zitten. Wie weet waar die koffie in de Marollen dan toe geleid had. Gelukkig ben ik verstandig. Het is wel altijd mogelijk dat ik hem nog eens tegenkom. Ik betwijfel of ik hem zal herkennen, ik denk van niet. Alleen als hij weer zingt.
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

La Terre en Fleur

Isolatie. Decoratie. Investering. ‘We kunnen het allemaal gebruiken’, moeten de ontwerpers van metrostation Louiza gedacht hebben, toen ze een van de ingangen opwaardeerden met het wandtapijt van Edmond Dubrunfaut. Het Brussels verhaal van deze 20ste-eeuwse beeldende kunstenaar speelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog af, toen hij Doornik verliet om aan het Hoger Instituut voor Bouw- en Sierkunsten van Ter Kameren te gaan studeren. Dubrunfaut koesterde kunst als middel om een groot publiek te bereiken. Zullen we afspreken om metrostation Louiza enkel nog in te duiken langs de ingang die de Quatre Brasstraat, de Waterloolaan en het plein met elkaar verbindt? En om tijdens de afdaling van de trappen – in navolging van de ondertitel – de liefde en de hoop in onze handen te omklemmen en ze voor de rest van de dag niet meer los te laten?

La Terre en Fleur

In het hoofd van een man
snoeit een stel goudgele vlechten
het woekerende schuldbesef,
fleurt donkere kamers op
met plastieken bloemen:
die houden langer
maar niet van elkaar.

De blonde lokken van de dochter
rijzen omhoog en verworden tot
zonnige piekjes die hand in hand
een onttroonde keizer kronen.
Edelmetaal gedijt nu eenmaal niet
in zuivere bodem
macht evenmin
in hoofden waar natuur
geworteld zit.

Een vrouw snoof zo hard
dat het leven uit haar gezicht
weg trok.
Alle kleur kleeft nu aan haar schedelpan
met gretige borstelstreken aangebracht
door het meisje dat haar
ooit, terloops, op een trein
vroeg of ze zich gelukkig voelde.
‘En of’ antwoordde ze toen,
en of het moeilijk was.

De aarde in bloei
de aarde in bloem,
paardenbloemen met grillige drakenvleugels
doen de weide ritselen.
Kelkbladen ontwaken als ogen
uit een lange diepe slaap
onthullen versuft
een snoeproze knop.

sammyraeymaekers.tumblr.com

Een geur die je kan vatten

©sanderdewilde.com 2010
©sanderdewilde.com 2010

Terneergeslagen gezichten brengen een ootmoedig eerbetoon aan de grauwe zondagochtend. Straatstenen, gebouwen en mensen in grijswaarden worden meegevoerd door een kwaaie alcohollucht. De capitool, vergaarbak van menselijk secreet, prikkelt de neusharen. Duizendeneen kapsels, gelaatsuitdrukkingen, ritmes, gedragingen en emoties: overdadig veel ikken plegen een aanslag op je zintuigen. Zelfvervolmaking en zelfverwezenlijking druipen in slogans en verzen van de stationsmuren af. Deze walm van menswording grijpt naar je keel. Het is een onherbergzame omgeving voor een zoekende zelf. Niets bevestigt, niets bestendigt.
Onder de bandeloze relativeringsdrift van de stem die door de intercom schalt, struin je door de krioelende mensenstroom. Als een bedelaar op zoek naar een aalmoes spreek je mensen aan: “Hoe doe je dat, zo uitbundig glimlachen, zo onbevangen van het leven genieten, zo onbevreesd een geliefde omarmen, zo uitbundig een kind vermaken?” Je speurt naar die enkele vragende blikken die zichzelf verraden, waarin je herkenning ziet en je lot aan wil verbinden. Tevergeefs.
Het metrostel nadert je enige zekere bestemming van vandaag en je maakt aanstalten om uit te stappen. Een man strompelt naar de deur, kijkt schichtig om zich heen. Bij gebrek aan tanden om zich elders in vast te bijten, kauwt hij op zijn eigen lippen. Wenkbrauwen kronkelen als in het nauw gedreven regenwormen en zenuwachtig blaast hij zijn ingevallen wangen op, om ze meteen weer leeg te prikken. In alles verraadt hij bezorgdheid, om een verlies. Hij graait gretig in de openingen van zijn verfrommelde overjas en tovert als een klungelige goochelaar achtereenvolgens een gebruikte papieren zakdoek, een handvol muntstukken, een paar horlogebandjes (waar is de tijd heen?) en een balpen tevoorschijn. Met de zakdoek dept hij zijn klamme voorhoofd. Het opgejaagd wild verspreidt de scherpe, ranzige wasem van een misprezen verschoppeling. En toch straalt deze afgeleefde vagebond een zeker charisma uit: zijn haar is warrig, maar duidelijk gestileerd en de lompen waarmee hij is uitgedost zouden hem in gewassen toestand een zweem van bohemien verlenen.
Het heerschap merkt je passage op en met de nodige theatraliteit kijkt hij je indringend aan. Terwijl zijn geïmplodeerde mond tot een steelse glimlach krult, klapt hij zijn oogleden even dicht, als een schalks eerbetoon met de zachtheid van een piepkuiken. Je denkt: “Deze goochelaar tovert schoonheid met weerhaakjes, breekbare pracht die in het geheugen blijft hangen.”
Terminus.
Eindpunt.
 
sammyraeymaekers.tumblr.com

Dag Wim!

Tegenover me zit een man op zijn smartphone. Naast me zit een vrouw op haar smartphone. Schuin tegenover me zit een vrouw met oortjes in. Ik staar wat voor me uit, naar het felgroene brede lint dat de man om zijn hals heeft hangen, met een badge eraan, waarop zijn naam, Wim Martens.
WIM-logo-400px
Waarom heeft hij zijn badge aangehouden? Als een statussymbool? Is hij een ceo, of juist niet? Vreemd wanneer een toevallige medereiziger een identiteit krijgt, al is deze relatief, want ik vermoed dat er veel Wim Martensen in Vlaanderen zijn. Hij draagt een bril en een hemd, wit met een fijn blauw streepje, daarover een antracietkleurig kostuum. Zijn haar is grijzend, zijn schedel kalend, hij heeft een klein buikje. Hoeveel mannen zouden beantwoorden aan deze persoonsbeschrijving? Erg sympathiek lijkt hij niet, maar ik heb niet veel anders om naar te kijken.
“Dag Wim!” zeg ik in gedachten en het is alsof hij me hoort. Hij kijkt op en werpt me een verwijtende blik toe. Dan kijkt hij meteen weer naar zijn smartphone. Vlak na de aanslagen ging het even beter. Toen hadden we weer oog voor elkaar, maar intussen zijn ze al te lang geleden. Nu haalt ook de dame met de oortjes haar smartphone boven. Gelukkig ben ik ter bestemming. Ik stap uit, samen met een mama die met de ene hand haar kindje en met de andere een roze fietsje vasthoudt. Ze staan voor me op de roltrap. Bovengronds fietst het kindje weg, de dag in. Wat een geluk.
Ik wandel verder en denk aan Wim. “Dag Wim!” zeg ik nog eens in gedachten en dan kruis ik iemand die dag zegt tegen mij. Bijna had ik haar niet gezien, een vriendin.
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.
 

Tramverhalen gezocht

Entramie, het winnende project van de wedstrijd Make.Brussels voor de wijk Midi-Lemonnier, is op zoek naar tramverhalen. Poëtische ontmoetingen, grappige uitspraken, romantische avonturen, het past allemaal op de website die vrijdag gelanceerd wordt. Van zestien inzendingen maakt het jonge productiehuis Les Mecs een animatiefilmpje.
Entramie
Dilay Samanli en Jasper Flikschuh zijn allebei fervente tramgebruikers. Lijnen 3, 4, 81, 82 en 51 zijn hen welbekend. ‘s Avonds vertellen ze elkaar wel eens wat er die dag op de tram gebeurde. Dat bracht het stel op het idee om iets met tramverhalen te gaan doen. Ze dienden hun idee in bij Make.Brussels, een wedstrijd van het gewestelijk handelsagentschap Atrium om na de lockdown en de aanslagen een aantal wijken in de hoofdstad te stimuleren. Hun project werd in mei uitgeroepen tot een van de tien laureaten.
Entramie is een samensmelting van ‘tram’ en ‘entre amie(s)’. Op de tram voel je je met de andere reizigers onder vrienden en de mooiste tramverhalen worden onder elkaar gedeeld. Maar waarom juist de tram? “De tram is een betoverende wereld, waar zich dagelijks verhalen afspelen. Iedereen ziet ze en maakt ze zelf mee.  Je hebt er ook tijd, dus je bent meer vatbaar voor leuke momenten”, legt Dilay uit.
Brusselse tramgebruikers kunnen hun verhalen kwijt op de website of ze kunnen een briefje achterlaten in een van de meewerkende adressen in de buurt, zoals Kaffabar, de koffiebar op het Rouppeplein, en Pêle-Mêle, de tweedehandsboekenwinkel in de Lemonnierlaan. Daarvoor ontwerpen de jonge initiatiefnemers acht verzameltrams, houten boxen in de vorm van een tram. Op de tram zullen stickers te zien zijn met een oproep om verhalen te delen.
Bijdragen zijn welkom tot eind oktober. De animatiefilmpjes die op basis van de beste verhalen gemaakt worden, zullen eind december vertoond worden aan tramhaltes en bij de handelaars van Midi-Lemonnier.
Entralie Logo
Entramie heeft een website (vanaf vrijdag toegankelijk) en een Facebook-pagina.
 

Colruyt landt met OKay Compact in Brussel centrum

De afgelopen jaren zijn grote supermarktketens zich gaan specialiseren in het het segment van de kleine buurtwinkels. Proxy Delhaize en Carrefour Express zijn ondertussen een vaste waarde geworden in veel Brusselse buurten. Ook voor Colruyt is het duidelijk dat de toekomst ligt in het dichter aanwezig zijn bij hun klanten. OKay Compact is een winkelformule binnen Colruyt Group die zich specifiek richt op de stad. Vandaag op 22 juni openen ze hun eerste filiaal in de vijfhoek. Net als grote broer OKay staan ze voor een buurtsupermarkt waar je snel, goedkoop en makkelijk boodschappen kan doen. Ze richten zich op iedereen die in de buurt woont, werkt, studeert,… Eén verschil: parkeerplaatsen zijn er niet, ze richten zich op klanten die te voet of met de fiets langskomen.

 

Tijden veranderen. 

 

Toen Proxy Delhaize nabij het Bloemenhofplein een vestiging opende was er in 2011 veel protest. Ondertussen zien we dat de protesteerders van destijds er ook hun boodschappen komen doen. Ook de handelaars die voor een faillissement vreesden zijn er nog steeds.
Ditmaal verliep alles ook een stuk gemoedelijker. Naar verluidt hebben ze in heel de procedure weinig weerstand gehad. Enkel in de tegenoverliggende appartementen in de Hopstraat hebben sommige bewoners bezorgdheden geuit, deze zijn ondertussen opgelost. De ploeg die de winkel zal openen, is in de week voorafgaand aan de opening de straat op gegaan om flyers uit te delen en om wat uitleg te geven aan de buurtbewoners. Daarnaast waren de buurtbewoners en passanten al welkom om in de winkel te komen kijken. De reacties zijn alvast een heel stuk positiever dan met de komst van de Proxy Delhaize. Dus er is een kentering bezig.
Colruyt liet weten dat ze er in ieder geval dankbaar zijn dat ze een plaats gekregen hebben in deze buurt en ze zijn ervan overtuigd dat ze voor de buurt een meerwaarde kunnen zijn. Ze zien zich eerder als een aanvulling ten opzichte van de reeds aanwezige handelaars. Ze willen zorgen voor een bijkomende dynamiek in een wijk die volledig aan het opwaarderen is.

 

Okay Compact
De nieuwe winkel opent in de vroegere koekjesfabriek Dandoy. Het had een mooie knipoog geweest mochten ze ook hun koekjes in hun aanbod kunnen opnemen. Tot onze verbazing hebben ze ook de vraag gesteld, maar Dandoy blijft bij zijn beproefde verkoopsrecept en opteert voor zijn eigen netwerk. Jammer! Anderzijds werkt Colruyt aan een productaanbod dat Brussels geïnspireerd zal zijn. Benieuwd…

 

Zoals iedereen weet is het een buurt met een sterke mix van nationaliteiten en bewoners met een verschillende culturele/religieuze achtergrond. Bij Colruyt zijn ze zich zeer bewust van de mooie en interessante mix aan nationaliteiten die de buurt biedt. Naast een breed basisassortiment bieden ze zeker een assortiment halal, bio en vegetarisch aan – zonder hierin specialist te kunnen zijn.

 

Praktisch: 
Adres: Grootsermentstraat 7, 1000 Brussel
OKay Compact zal open zijn van maandag tot zondag; van dinsdag tot zaterdag van 8u tot 20u. Maandag van 13u tot 20u en zondag van 8u tot 13u.

Chaussée de Louvain

In metrostation Louiza spreekt een zeventiger me aan. Enfin, aanspreken is veel gezegd. Hij roept “Chaussée de Louvain”. In het ijle, tegen niemand in het bijzonder. Ik passeer toevallig op het juiste moment. Ik stop. En ik luister.
Kerk Sint-Joost
©MRBC-DMS, www.irismonument.be
Of ik weet waar de Chaussée de Louvain is. “Ja,” zeg ik, “dat weet ik. Maar het is niet vlakbij. Waar moet u zijn?” Aarzeling. Stilte. “Heeft u misschien een huisnummer?”, vraag ik hem. Stilte. “Waar moet u zijn?”, vraag ik opnieuw. “L’église”, volgt uiteindelijk aarzelend het antwoord. “Une église catholique?”, vraag ik voor alle zekerheid. Want je hebt natuurlijk ook orthodoxe en protestantse kerken. “Oui, oui, catholique”, zegt hij enigszins verbaasd, alsof de multiculturaliteit van Brussel aan hem is voorbijgegaan.
Ondertussen ben ik druk in de weer met mijn smartphone om op de Leuvensesteenweg (die toch door vijf gemeenten van het Brussels gewest loopt) een katholieke kerk te vinden. Ik vind de Église Saint-Josse in de gelijknamige gemeente Sint-Joost-ten-Node, niet zo ver van metrostation Madou. “Is dat de kerk die u zoekt?”, vraag ik hem. Twijfel. “Kunt u iemand bellen die weet waar u moet zijn?”
Hij geeft me zijn gsm. “Emelia, mijn dochter, bel haar maar.” In het telefoonboek van zijn mobieltje zoek ik het nummer van zijn dochter. Ik bel. “Uw vader heeft mij aangesproken, hij zoekt een kerk op de Leuvensesteenweg. Hij lijkt wat in de war te zijn”, vat ik het verhaal kort samen. “Ja,” zegt ze, “dat is bij metrostation Madou, dat weet hij toch.” Ik antwoord haar dat ik hem dat al had uitgelegd, maar dat hij zich in metrostation Louiza bevond en dat hij wat in de war leek. Ze zwijgt bezorgd. Ik zeg dat ik hem op de metro richting Madou zal zetten. Emelia bedankt me en zegt dat haar zuster hem aan de uitgang van metrostation Madou zal opwachten.
Ik neem de man mee naar het perron van de metro en toon hem op het bord waar hij moet afstappen en dat het de vierde halte is. Twee keer steek ik vier vingers in de lucht om zeker te zijn dat hij het heeft begrepen. “Zal het lukken?”, vraag ik nog. “Jaja”, antwoordt hij alsof er niets is gebeurd. Ik reken op de voorzienigheid en zet mijn weg voort. Hopelijk is hij goed op zijn plaats van bestemming aangekomen.

Vissen in het Kanaal

Benny Poncelet uit Sint-Truiden ontdekte bij een bezoek aan Thurn & Taxis de kanaalzone en de haven van Brussel. De botsing van schoonheid en lelijkheid, van grauwe tonen en kleurenpracht legde hij vast in een fotoreeks. Meer foto’s zijn te zien op zijn blog.

 

Continue reading

Een dag tussen de toga’s

Zodra je in het imposante Justitiepaleis de metaaldetector door bent en je je een weg gebaand hebt door de wirwar van zalen, treed je een andere wereld binnen. De eerbiedwaardige correctionele kamer van het hof van beroep boog zich vorige week over heel uiteenlopende zaken – van een vrouw die de brooddoos van haar zoontje achterhoudt tot een geval van mensenhandel en chantage.

(c) Eric Ostermann

De openbaarheid van de rechtspraak is een fundamenteel principe van onze rechtsstaat. Je mag de rechter dus op de vingers kijken als hij een oordeel velt. Assisenzaken over spectaculaire misdaden lokken steevast gerechtstoeristen naar de bezoekersbank.
De rituelen van de rechtbank
Wie zich als leek zonder veel voorbereiding waagt aan een doorsnee dag in de rechtbank, ziet een komen en gaan van advocaten in toga’s, een stroom van processen in verschillende fases van behandeling en talrijke rituele handelingen. Je staat op als de bel gaat en de voorzitter van het hof binnenkomt, de identiteit van de beklaagde wordt altijd gecontroleerd en de verschillende protagonisten doen hun zegje: de procureur-generaal licht namens het Openbaar Ministerie het dossier toe en de advocaten van de beklaagde en het slachtoffer of de burgerlijke partij verdedigen hun cliënt. Spijtig dat de slechte akoestiek, het gebruikte juridische jargon en het binnensmonds gemompel van sommige sprekers de verstaanbaarheid niet ten goede komen.

Continue reading