Het jaar van de kroon

Het was het jaar van de kroon. De kroon op het harde werk. Want werken in coronatijden is extra hard werken, of het nu thuis is met kwetterend spelende, jengelende en/of ruziemakende kinderen in de buurt, of op verplaatsing in een setting waar corona ook voortdurend op de loer ligt. Het was vooral het jaar van de kroon op het geduld.

Nooit werd er zoveel gevraagd van een gemeenschap. En deze gemeenschap was er een van wereldgrootte. We moesten op afstand van elkaar blijven, we mochten bijna niet buitenkomen, we moesten onze gewoontes achterwege laten, onze aandrang bevechten om elkaar een hand te geven, elkaar op te zoeken, elkaar te knuffelen. We leerden onze handen veelvuldig te wassen, te ontsmetten.

Allemaal werden we alcoholverslaafden, om de zoveel meter prijkte er een flesje waar je het goedje uit mocht pompen. Allemaal werden we kampioen in het alléén winkelen en onze kar in een recordtempo vol gooien voor minstens een week overleven. Als we al het geluk hadden voldoende geld op onze rekening te hebben…

Bij het verlaten van onze woning moesten we een masker achter onze oren spannen, onze bril dampte dan direct aan en we kregen het benauwd. Maar dat verbeterde gaandeweg. We leerden hoe we deze zaken konden vermijden. Op den duur wende het om mensen met een mondmasker te zien. Het werden eerder uitzonderingen die er géén op hadden en die wezen we terecht want we wilden deze miserie zo spoedig mogelijk achter de rug hebben.

Het duurt nu al zolang. Gisteren heb ik voor het eerst gezoomd. Ik ben overstag gegaan. Tot hiertoe had ik het afgehouden want ik had er geen tijd voor en nog minder goesting. Maar ik miste mijn koorgenoten en blijkbaar genoten zij af en toe ervan elkaar als minimensjes op een scherm te zien. Enkel hoofdjes die babbelden.

Ik heb het al moeilijk om in een café in groep te zitten en een gesprek te volgen, laat staan te voeren. Ik ben meer een persoon van één-op-één-contact. Niet dat ik exclusieve aandacht wil (hoewel…) maar het begint vaak te rommelen in mijn hoofd als verschillende mensen door elkaar praten. Ik kan den draad dan niet vinden en weet niet waar ik geacht word op in te gaan, wat te kiezen. Bon, ik heb er grotendeels het zwijgen toe gedaan, de commentaren op mijn hoofddeksel -mijn oude paarse baret kwam me goed van pas om mijn coronatooi te verbergen- met een veelzeggende smile gecapteerd en af en toe geknikt.

Toen na een half uur de laatste 10 minuten van de ‘conferentie’ ingingen kon ik er niet aan weerstaan mijn ondertussen zwaarwegende hoofd te ondersteunen met een hand, hetgeen overkwam als een zeer verveelde pose (je ziet jezelf ook in de mozaïek van deelnemers). Sorry, zanggenootjes, ik zie jullie graag maar geef mij maar de liveversie na het zingen met een goed biertje in de hand aan den toog van onze repetitieruimte!

We gaan nog wat geduld hebben en weldra staan we weer vierstemmig mooie klanken voort te brengen in ons aller Leirekencafé, op maandagavond als het enkel voor ons koor open is. We zullen glazen heffend en klinkend ons drinklied zingen, dat nu meer dan ooit toepasselijk is: “Le bon vin nous a rendu gais, chantons, oublions nos peines, chantons!” Weldra, als we weer onbekommerd samen mogen zijn en vrij dicht bij elkaar samen mogen zingen! Want er komen betere tijden.

Mattie Billen schreef deze tekst voor de blog Pierewit.

Ode aan Brussel

Brussel

Uw gesnurk soest me

Uw beweging roert me

Uw files vertragen de dagen

Het kan altijd erger

We mogen niet klagen

Brussel

Uw ritme laat me dansen

Uw sfeer laat me zoeken naar nog niet gegrepen kansen

Uw snelheid maakt me zweverig

De inhoud van de veel te dure winkels hebberig

Mag ik u hebben nu?

Ik stel me vragen

Ze zijn niet allemaal even mooi

Maar bij de comment ça va, peux-tu encore respirer

valt het gewicht van mensen zonder daken

boven het hoofd nog mee

of wordt het moeilijker te dragen?

Brussel

Uw moeilijkheden dagen ons uit

Laten ons groeien

Laten ons slapen op straten die veel te smal zijn

om anderhalve meter te bewaren

Brussel

U bent de stad die rust op schouders

van gastarbeiders, hoeren en zij die dapper genoeg waren

om er huizen te bouwen

met inwoners die eindeloos in een beter morgen vertrouwen

Brussel

Met uw ontelbare wegen

die ons met elkaar verbinden

kom ik vaker dan eens de ander tegen

in de weerspiegeling van de regen

kan ik de wereldstad vinden

in de glimlach van een vreemde

in alles wat u ons leerde

With your many languages from yesteryear

in between your thighs I hold no fear

Met uw inwoners die niet van stoppen weten

Elke dag van nieuwe culturen proeven

Laten we onze buren niet vergeten

We weten wel beter

Brussels, Bruxelles, Brussel,

Misschien bent u wel thuis

En thuis delen we met velen

Allen verschillend

Maar zou het voor geen seconde anders willen

De Antwerpse woordkunstenaar Hind Eljadid schreef deze ode aan Brussel voor Citizenne Vormingsplus. Ze geeft workshops, lanceerde het sociaal-artistieke platform ZonderWolk en treedt regelmatig op met haar eigen teksten, zoals onlangs bij de Toots-sessies op Canvas. Haar literaire debuut Kruimeldief, geïllustreerd door haar zus Zarah, verschijnt in januari bij EPO.

Lous and the Yakuza etaleert haar talenten op debuutalbum ‘Gore’

Het verhaal van Lous and the Yakuza leest als een zeldzaam succesverhaal terwijl het voor velen waarschijnlijk heel bekend in de oren zal klinken – zeker nu. Toch zitten er in dat verhaal veel bochten, bulten en kuilen die je nu nog nauwelijks kan zien. Op haar debuutalbum ‘Gore’ laat Marie-Pierra Kakoma aka Lous and the Yakuza die mooie maar ook donkere kanten van haar leven zien. Ze doet dit op een bloedeerlijke manier, bezongen en gerapt met haar stem van satijn en een schemerende productie die deze fraai ophemelt.

Lous groeide als kleuter op in Congo maar moest met haar gezin op de vlucht en kwam terecht in België – iets waarover ze zingt in ‘Solo’. Toen haar ouders een job aangeboden kregen in Rwanda, keerde ze met hen mee. Als vijftienjarige besloot ze echter terug te keren naar ons land om een toekomst op te bouwen in Brussel. Dat verliep echter niet van een leien dakje waarbij ze een tijdje op straat leefde – enkele teksten op ‘Gore’ heeft ze in die periode geschreven. In haar allereerste single ‘Dilemme’ voor de plaat lijkt ze te refereren aan dat autonome en zelfstandige. Als tiener heeft ze vaak alles alleen moeten maar ook willen doen; “Si je pouvais je vivrais seule / Loin de mes chaînes et des gens que j’aime“.

Met een grijns en een glimlach rapt ze in ‘Tout est gore’ over hoe het leven geen ponykamp is en dat we onderweg beter het leven tegemoet gaan met een glimlach dan met een traan. De titel van het album zou daarom ook een referentie kunnen zijn aan het soms kitscherige filmgenre. Toch zijn de onderwerpen die Lous aansnijdt niet meteen de gemakkelijkste. Zo gaat het over de kanker van een dichte vriend van haar (‘Amigo’), het meedogenloze leven in de prostitutie (‘Courant d’air’) tot verkrachting (‘Quatre heurs du matin’). In het laatste nummer plaatst ze zich zowel in het perspectief van het slachtoffer als dat van de agressor, wat voor een bijzondere maar vooral tragische dynamiek zorgt.

Ondanks de zwaarmoedigheid van bepaalde onderwerpen worden ze behapbaar en catchy gebracht. Dat ligt niet alleen aan de manier waarop Lous haar teksten met veel flair bezingt maar ook aan de fraaie productie door El Guincho. De man was zo’n tien jaar geleden een van de meest vooruitstrevende Spaanse popartiesten die flamenco-elementen mixte met psychedelica en auto-tune en specialiseerde zich sindsdien voornamelijk als producer. De invloed van de man is, naast de vrij voor de hand liggende cloudrap-achtige nummers zoals ‘Dilemme’ of ‘Bon acteur’, voelbaar in nummers die het iets verder gaan zoeken. Zo balanceert ‘Amigo’ kostelijk op dancehall terwijl ‘Téléphone sonne’ dat doet op afrobeats. Het album heeft desondanks een bijzonder heerlijke flow die moeiteloos van banger naar banger laveert.

In slechts een halfuurtje klaart Lous op haar puike debuutalbum de klus. ‘Gore’ barst van de potentiële/gevestigde hits en kent als geheel een zeer hoge replay-factor. Bovendien tonen de harde en evocatieve teksten haar kunde als songwriter en haar impressionante videoclips die als designer.

Yannick Verhasselt schreef deze recensie voor de muzieksite Indiestyle.

Bombataz vindt spelen belangrijker dan winnen op ‘Olympics of love’

Het Brusselse Bomabataz gaat sportief om met de impact van het coronavirus. Nadat de Olympische Spelen in Japan uitgesteld werden, brengt het viertal ‘Olympics of love’ uit. Het titelnummer valt op door een gestroomlijnder geluid dan de stuiterende debuut-ep ‘¡Kapao!’ van vorig jaar. Pingpongballen en andere geflipte effecten belanden in de kast om zowaar op de song te focussen en aan subtiele maatschappijkritiek te doen: de drang van topsporters om records te doen sneuvelen en medailles te halen als metafoor voor de dagelijkse rat race. Is Bombataz dan een serieuze grotemensengroep geworden? Gelukkig niet: wie de rest van de plaat beluistert waant zich alsnog in een felgekleurde binnenspeeltuin.

Echte jonkies zijn de bandleden niet meer. Conservatoriumstudenten Vitja Pauwels (gitaar, stem), Hendrik Lasure (toetsen), Ruben De Maessschalck (bas) en Casper Van De Velde (drums) spelen ook afzonderlijk en samen bij Schntzl, An Pierlé Quartet, Donder, Warm Bad en Woolvs.  Het leverde hen vorig jaar tijdens de Red Bull Elektropedia Awards de prijs voor ‘Most promising artist’ op. Vanuit hun huis in Schaarbeek tasten ze ondertussen al eventjes de grenzen van jazz af. Als Bombataz mikken ze op speelplezier en experiment en landen ze ergens tussen de groovy gekkigheid van Stuff., de tongue-in-cheek nederhop van De Jeugd Van Tegenwoordig en het geflipte van Shht.

Alles kan en mag, en haast alles gebeurt ook effectief. En dat in het Japans, Nederlands, Frans of Spaans. Bombataz houdt geen rekening met taalbarrières of genregrenzen: ‘Moribond’ lijkt van de hand van Fulco Ottervanger te zijn, terwijl ‘Tomber du ciel’ een ballad in singer-songwriterjasje is. ‘Hi heels’ schuurt dan weer dichter aan bij de glitchy funk van Stuff. en Pomrad. De psychedelische stemvervorming en meerstemmigheid in ‘Day & night’ doen denken aan een versie van Animal Collective die meer frisdrank dan paddenstoelen op heeft.

Aan referenties dus geen gebrek, en het pleit in het voordeel van Bombataz dat het samengooien van al die stijlen en elementen niet tot een lelijke bruine brij leidt. Integendeel: de accenten van elk nummer vallen netjes op dankzij de heldere productie. De beats, drums en keys krijgen vaak het voorplan en wat lijkt op een kinderkoortje in ‘Deepfake’ of fluiten in het misleidend getitelde ‘Oerwoudblues’ is nooit prominent genoeg om te gaan ergeren. Met de vocoder-vocals en waaierende instrumentatie over een trage drumbeat in afsluiter ‘Skins’ lijken de Brusselaars zelfs een b-kantje voor Bon Ivers ‘i, i’ geschreven te hebben.

Het speelplezier en de grenzeloosheid werkt bijzonder aanstekelijk op ‘Olympics of love’. Dat spelen lijkt voorlopig belangrijker te zijn dan een ijzersterke song schrijven. Nummers die écht blijven hangen en waar we achteraf snel naar willen teruggrijpen zijn er niet. Ook op dat vlak klinkt Bombataz als een binnenspeeltuin en beperk je best je jaarlijkse bezoeken. Maar eens je er bent, beleef je wel een chaotische en kleurrijke dag.

‘Olympics of love’ van Bombataz is verschenen bij Cloudshaper / N.E.W.S.

Mattias Goossens schreef deze recensie voor de muzieksite Indiestyle.

Jakomo doet wegdromen op debuut-ep ‘Fastbreak’

De mannen van Jakomo schiepen in hun driejarige bestaan al hoge verwachtingen na hun finaleplaats in de recentste Humo’s Rock Rally en entertainden ons al op festivals als Dour en in Botanique. Nu laat de Brusselse band ons meeviben op eerste ep ‘Fastbreak’.

Jakomo brengt naar eigen zeggen “suave rock”, een mengeling van welgevormde melodieën en trage pop die schatplichtig is aan janglepop en slackerrock. Het zet Brussel wederom op de kaart als het epicentrum van kwaliteitsvolle muziek. De laatste jaren ging er vooral aandacht naar hiphop, maar met Jakomo krijgt de indierockscene welkome versterking.

Hoewel de band beweert dat de ep ‘Fastbreak’ gaat over de eenzaamheid en verwarrende gevoelens van twintigers, vinden we duidelijk sporen van de lockdown in de songs. Opener ‘Tkt’ doet ons met zijn lichtjes valse gitaar direct onze benen losgooien. Normaal zou het gênant zijn om alleen in je kamer te dansen wanneer je ouders onverwachts binnenkomen, maar met deze song zouden ze gewoon meedansen.

Tegen het tweede nummer ‘Luna park’ zijn we van het stadium ‘onwennig tegelplakdansen’ geëvolueerd naar een ritmischer muziek die de funk in ons naar boven brengt. Al gaat de tekst over eenzaamheid, het is een lied dat je bij zonsondergang op een festival wil meemaken met allemaal mensen om je heen. Waar in de rest van de nummers de zang van zanger Julien Tanghe eerder miniem blijft, komt hij in het nummer ‘Ok, coach’ los en klinkt hij soms zelfs als Julian Casablancas van The Strokes. Nog opmerkelijk is de kleine gitaarsolo die ons met zijn fuzz-effect even weghaalt van de zachte klanken. In ‘Onlyu’ horen we dan weer dromerige synths die doen denken aan ‘Strawberry fields forever’ van The Beatles.

Als slot kiest Jakomo met ‘Koel af’ voor een vrolijk moodswing. Naast Tanghe zingt nu ook de rest van de band uit volle borst mee. Het heeft daardoor een heel andere, ruwere klank dan de rest van de ep. Desondanks ben je na dit kwartiertje suaverock zo in de stemming dat je waarschijnlijk meteen op replay duwt.

Met deze sterke debuut-ep is Jakomo klaar om concertzalen en festivalpodia in te palmen. Wachten tot wanneer dat opnieuw kan is minder lastig met deze dromerige ‘Fastbreak’.

‘Fastbreak’ van Jakomo verscheen bij ET!KET Records. Meer info over de band en de links naar de sociale media en streamingplatforms vind je op de website van de platenmaatschappij.

(c) Anne Ballon

Andreas Thijs schreef deze recensie voor de muzieksite Indiestyle.

Zwangere Guy presenteert met ‘Brutxxl’ een pijnlijke eindejaarsconference

Stilstand is achteruitgang. De woorden moeten vereeuwigd zijn boven Zwangere Guy zijn bed. Sinds 2017 bracht hij al drie soloprojecten uit, eentje met Stikstof en nu dus ‘Brutxxl’, iets wat het midden houdt tussen een deluxe-editie van ‘Brutaal’ en een nieuw project. De tien nummers die eind vorig jaar verschenen worden nu aangevuld met acht nieuwe tracks en als een geheel uitgebracht. ‘Brutxxl’ is de toepasselijke titel. Voor de trouwe fans is de balans ietwat minnetjes. Van de achttien nummers kenden we er dus al tien en van de acht nieuwe verschenen er al drie als single. Dat geeft ons slechts vijf echt nieuwe nummers.

Misschien moet het niet meer zijn. Onze mening over ‘Brutaal’ is al een goed jaar bekend, dus veel dieper gaan we daar niet op in. We horen nu waarom dit als een package deal weer uitgebracht wordt: ‘Brutxxl’ borduurt door op de kille, grauwe sfeer die ‘Brutaal’ zo typeerde. Niet verwonderlijk, want vrolijk is Guy duidelijk niet geworden van het voorbije jaar. Net als het overgrote deel van de bevolking zag hij zijn jaar in rook op gaan.

In zijn zoektocht naar antwoorden en gemoedsrust staat acteur Josse De Pauw hem bij. In ‘Doorbijter’, de opener, steekt De Pauw meteen van wal. Hij probeert meteen Guy gerust te stellen, dat wat hij al gedaan heeft in zijn leven voldoende is, dat hij aan niemand iets verschuldigd is. Lessen die Guy in gedachten houdt wanneer hij zijn eigen levenswandel fileert. Nieuw is het allemaal niet, zo leerden we al op ‘Wie is Guy?’ al dat Guy zijn sporen in de bouw verdiende, knap is het des te meer. Hij blijft toch een van de scherpste pennen in de Belgische rapgame.

Hij blijft zich onderscheiden als een uitstekende beschouwende rapper. Weinig braggadocious gedoe hier op ‘Brutxxl’ en dat gaat hem goed af. ‘1 uit de 1000’, een van de singles, is opnieuw eentje waarop Guy vooral in de achteruitkijkspiegel blikt. Zijn eerste joint, de fake vrienden, de nachten naar de NBA turen en tijden waarin de zwoele beats van Drake nog niet in de hiphop binnen gesijpeld waren; het komt allemaal aan bod. Niet onze favoriet van de singles, die eer gaat naar ‘Rotjoch’ een al iets ouder nummer waarin hij naar goeie traditie de N-VA en het Vlaams Belang stevig onder schot houdt. Bovendien is het nummer zo ontzettend lekker hard dat we niet kunnen wachten tot dit eindelijk eens live gespeeld kan worden. Complimenten aan Astrofisiks en Chuki Beats voor de heerlijke instrumentals en vooral aan Rotjoch zelf, die deze track wist te ontfutselen aan Zwangere Guy bij zijn gerenommeerde 101 Barz-sessies.

De features zijn eveneens on point. De nieuwe parel van Top Notch, Freddie Konings, toont zijn kwaliteiten op ‘Fally ipupa’. Samen gaan ze lekker over een knappe trapbeat van Chuki Beats. Van Jazz, de spitsbroeder van Stikstof, wisten we al dat hij een geweldige chemie kan creëren met Zwangere Guy. Dat is op ‘Guttergang 2’ niet anders. Rare Akuma levert een keiharde beat en de opvolger van ‘Guttergang’ is een dijk van een nummer. Hoogstaand is het niet per se, een vlam in de pan des te meer. Al had ‘Brutxxl’ dat misschien niet echt nodig, wij zijn er alleszins zeer blij mee. Zijn bromance met Jan Paternoster krijgt ook nog zijn momentje, op het knappe ‘Kenny’. Daar beschrijft Guy een schrijnend verhaal van een jonge kerel in Brussel die zijn weg moet zoeken. De ervaringen uit zijn jobs in de jeugdwerking in de hoofdstad blijken nog altijd een inspiratiebron voor pijnlijke, maatschappelijk geladen verhalen. De afsluiter is een knappe gitaarsolo van de frontman van Black Box Revelation.

De sleuteltrack is echter ‘Kutjaar’. In een pijnlijk accurate bewoordingen neemt Zwangere Guy het op voor de noodlijdende cultuursector. Met de nodige zelfspot lacht hij samen met Josse De Pauw om zijn eigen gouden platen en het feit dat hij het misschien niet zo hard nodig heeft als de rest, maar de boodschap blijft toch bikkelhard: 2020 is een verloren jaar voor de cultuurindustrie. Toepasselijke titel dus. Het signaleert ook wat iets wat al aan bod kwam in ‘Papa ZG’, namelijk dat Guy zichzelf wel voor de kar wil spannen. Als boegbeeld van de Brusselse scene ligt het hem na aan het hart en hij laat dus geen kans passeren om het aan te kaarten.

Dat alles samen maakt van ‘Brutxxl’ een van de relevantste platen van dit jaar. Brandend actueel, tot op het punt dat het brandwondjes achterlaat op de ziel van de luisteraar. Acht nummers die uitblinken in hun onversneden kwaliteit, waarvan enkele zo scherp dat het pijn doet. Het enige wat we kunnen aanstippen als puntje van kritiek (buiten dat we meer nieuwe nummers wilden in plaats van tien oude) is dat Zwangere Guy er al een eindje niet meer in slaagt om echt nieuwe flows te verzinnen. Zijn wordplay is eveneens lichtjes aan het stagneren, met veel dezelfde trucs.

Maar goed, wie zo blijft vlammen en imponeren, kan zich wel ietwat permitteren om af en toe op zeker te spelen. De beste eindejaarsconference die je dit jaar zult horen.

Brutxxl van Zwangere Guy verscheen bij Top Notch.

Bert Scheemaker schreef deze recensie voor Indiestyle.

De wereld heeft meer Conny's nodig

Nepzonlicht wekt me om zes uur. Even vloek ik. Dan sta ik op. Ik doe dit graag voor de cursisten van mijn school, voor de zieke collega die ik vanochtend zal vervangen.

Ik neem tram 19 tot halte De Wand. Het is gelukkig nog rustig op de tram. Het vroege opstaan is al vergeten wanneer ik bij De Wand in de verte de echte zon zie opgaan. Door het winteruur wordt het ’s ochtends weer vroeger licht. Elk jaar is het thuiskomen in het winteruur.

Nu nog een wandeling van een half uur, de bus nemen lijkt me geen goed idee. Er zijn meerdere scholen op mijn traject. Bus 53 zit op dit uur altijd vol met tieners en jonge kinderen en hun ouders. Dagelijks maak ik risicoanalyses en nieuwe regels: tram 19 kan nog, bus 53 niet meer.

Ik wandel langs de lange Versailleslaan, een chique naam voor een laan die verdeeld is in vrijstaande paleizen waarvan je alle kamers nooit kunt bewonen en mistroostige woonblokken waarin te veel mensen samenhokken. Ik loop voorbij een parel van jarenzestigarchitectuur, de villa Zonnewende van Roger De Winter. In de sociale woontorens verderop zien ze de zon net iets anders draaien.

In het centrum van Heembeek loop ik langs de kleine zeventiende-eeuwse Sint-Niklaaskerk, die al vele jaren een cultureel centrum is. Het doet me hier steeds aan een Frans dorpje denken. Ik wandel voorbij de bakker waar ik vorig schooljaar vaak een croissant ging kopen, de zaak waar ik mijn cappuccino ging halen en voorbij het Italiaanse restaurant waar mijn man en ik op een feestelijke avond in januari pizza aten, nadat we een mooi jazzconcert hadden bijgewoond. Moeten we vaker doen, zeiden we. Hoe onbezorgd we toen nog waren.

Rond acht uur kom ik aan bij het Peter Benoitplein, met zijn imposante Sint-Pieter en Pauluskerk in art-decostijl. Rechts ervan ligt de plek waar ik moet zijn, gemeenschapscentrum Nohva. Een modern gebouw dat je door zijn grote patio, zijn vele licht en warme houten balustrades met open armen ontvangt. Vorig schooljaar gaf ik hier met veel plezier les aan een fijne groep van zes. Tot het op dertien maart plots stopte en ik online moest doorgaan. Zonder afscheid ben ik vertrokken. Als er één ding is wat ik liever vermijd: vertrekken zonder afscheid.

De hoofdingang is nog dicht, maar de schoonmaakster ziet me en laat me binnen via de achterdeur. Ik ben blij dat ze me nog herkent met mondmasker, na al die tijd. Ik ben hier welkom, mag hier nog zijn, moet hier vanochtend zijn, ik word verwacht. Hoe niet vanzelfsprekend dit geworden is.

Ik voel tegelijk dankbaarheid omdat mijn job me toelaat nog mensen te ontmoeten en angst die me doet verlangen naar een nieuwe quarantaine. Met die angst valt het beter mee dan in het voorjaar, toen ik binnen mocht blijven en elk risico kon vermijden. Zoals je je angst voor slangen overwint door het beest vast te pakken en vliegangst door op het vliegtuig te stappen, zo vermindert de angst voor dit virus als je geregeld buitenkomt. Maar de laatste dagen is ze weer toegenomen, ik voel het virus steeds dichterbij komen.

Aan het onthaal zit niemand. Zal er nog iemand komen? Gisteren is beslist dat de culturele instellingen in Brussel weer op slot gaan. De deur naar het café is gesloten. Vorig jaar dronk ik in de pauze graag koffie bij Conny. Zij runt het dienstencentrum hier. Senioren kwamen er rummikub spelen en breien, koffie drinken en eten, hun verjaardag vieren en dansen op de maandelijkse party. Tijdens de pauze kwam ik hier met mijn cursisten. We werden bediend door vrijwilligers, gepensioneerden die in dit werk een plezierige en zinvolle bezigheid hadden gevonden. We interviewden hen eens voor het thema vrijwilligerswerk, hun enthousiasme was aanstekelijk. Hoe zou het met hen gaan, nu een wrede ziekte vooral mensen van hun leeftijd treft?

Ik ga naar boven, naar mijn klas. Door mijn plotse vertrek is didactisch materiaal van mij achtergebleven in de kast: een galgje-spel en een stilstaande klok. Pas nu ik het opschrijf, besef ik hoe symbolisch het is.

De volgende dag valt de BRUZZ in de brievenbus. Ik sla hem open. Verrast zie ik een foto van Conny. Het bijbehorende interview beantwoordt mijn vraag van de vorige dag. Conny vertelt dat ze niet heeft stilgezeten tijdens de quarantaine. Ze heeft gestreden tegen angst en eenzaamheid in haar gemeente.

Toen de coronacrisis losbrak, schoot ze meteen in actie. De telefoonnummers van de zeshonderd gebruikers van haar dienstencentrum verdeelde ze onder de vrijwilligers. Zij belden iedereen wekelijks op, zetten boodschappentandems op, zorgden voor maaltijden aan huis, naaiden zevenduizend mondmaskers en organiseerden gespreksnamiddagen over het opstellen van een levenseindeplan.

(c) Saskia Vanderstichele

Op de foto in de krant zit een dame van een jaar of tachtig de deuropening van haar woonst, op haar rollator. Voor haar deur is een stenen trap, zou ze daar nog op en af geraken? Onderaan die trap zit Conny. Halverwege de trap, tussen beide dames in, zit het schoothondje van de oude dame. Conny’s linkerhand aait hem. Met haar rechterhand ondersteunt ze haar hoofd, zoals mensen vaak doen wanneer ze aandachtig luisteren.

Wat me ontroert in deze foto: de kwetsbare persoon kijkt naar beneden, de ondersteuner naar boven. Het is geen toeval. In haar bolderkar neemt Conny altijd een vouwstoel mee, zodat ze bij deurbezoeken op dezelfde hoogte als mensen in een rolstoel zit. Ook in de schaduw achter de dame staat iemand. Ze is goed omringd. We doen het zo vaak anders, gaan boven iemand staan, vaak ook met goede bedoelingen.

Conny vertelt hoe ze een eenzame vrouw in contact bracht met haar Afrikaanse buurman. De twee hadden nog nooit met elkaar gesproken. Nu doet de man boodschappen voor zijn buurvrouw. Als elk appartementsblok een bruggenbouwer had, dan zouden we vandaag minder moe zijn, besluit Conny.

(c) Saskia Vanderstichele

Wat een blij weerzien. Ik wens de wereld meer Conny’s. Mensen met de vinger aan de pols van de samenleving. Die met hun kleine verhalen van elke dag de vinger op de wonde weten te leggen. Ik wil ze graag horen, lezen. Mensen die luisteren zonder vooroordelen, verbinden en strelen. Met een inspirerende daadkracht. We hoeven deze tijd niet lijdzaam ondergaan. Een vouwstoel kan volstaan.

Lees ook het interview met Conny Roekens van Steven Van Garsse in BRUZZ.

Met veel dank aan Saskia Vanderstichele voor haar mooie foto’s!

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Domoor vindt schoonheid in tegenstellingen op debuut-ep ‘De onderste boven'

Op het RITCS in Brussel worden er niet enkel diploma’s geproduceerd, maar sinds kort ook experimentele hiphop. Domoor is een project waarop studenten Lukas Anthierens en Simon Kremar respectievelijk hun stem en hun productie verenigen in een hiphopachtig geheel waarbij Earl Sweatshirt misschien nog het beste referentiepunt is. Waar het ex-Odd Future-lid in gitzwarte kleuren verft, houdt het Belgische duo het echter bij diverse tinten grijs.

Hun debuut-ep ‘De onderste boven’ begint bij het einde, namelijk eindhalte Simonis van hun metro in thuisstad Brussel. Het hele project lijkt te barsten van de tegenstellingen: tussen onder en boven, tussen geschiedenis en toekomst, tussen vrijheid en de angsten die ermee gepaard gaan. Het openingsnummer bestaat uit mistige soundscapes met achtergrondgeluiden die onderhuidse spanning oproepen. Daarboven horen we de slam poetry van Anthierens die het ene moment in poëtische beelden spreekt waarbij de zon een pistolet met een verdwaalde korrel maanzaad wordt, om het volgende moment in komisch-directe taal te vloeken wat voor kutbeesten konijnen eigenlijk wel niet zijn. Het is een mooi konijnenhol waarlangs je de sonische wereld van Domoor intuimelt.

Vervolgens ruimt de etherische sfeer plaats voor een claustrofobische beat op ‘Rommel’, een nummer over de prut in je hoofd waarvan je niet goed weet wat het is, maar het stapelt zich op. De ongrijpbare beat is een perfecte reflectie van de lyrische inhoud. Daarna komt ‘Blijven rennen’, het meest ritmische lied op de ep. Instrumentaal klinkt het een beetje als een kleuter die alle potten uit de kast trekt en erop begint te slaan, maar dan als het kind in kwestie al een erg sterk gevoel voor ritme had. Over deze metalige geluiden rijgt Anthierens de tegenstellingen aan elkaar en probeert hij op die manier de rommel in zijn hoofd te ordenen om zo verder te kunnen in het leven.

‘Tandenborstel’ is het moment waarop de zon het hardst door het wolkendek durft te schijnen. De fleurige synths ondersteunen de middagen waarin je op de koffie bij oma gaat en nostalgische herinneringen ophaalt. Het wiegende ritme van de woorden geeft het nummer een gezellige touch, al wordt er nog steeds gefilosofeerd over de pijn waaruit men leert.

‘Dans vogelverschrikker, Dans’ gaat dan weer de donkerdere toer op. De pianotoetsen van Kremar klinken heel erg noir, alsof je naar een ritmischere versie van Bohren & der Club of Gore aan het luisteren bent. “De vreemde vogel is een vrije vogel” klinkt het, alsof er een ode gebracht wordt aan de outcasts die zichzelf kunnen zijn, al wordt dat beeld later in het nummer genuanceerd: “Is vrijheid een ander woord voor niets meer te verliezen?”. ‘Net op tijd’ sluit het geheel of met optimistische melancholie. “Wat we wilden worden later is niet wat we zijn vandaag, maar dat geeft niet” zijn de woorden waarmee Anthierens vrede neemt met de toekomst die niet is hoe je die in het verleden voorstelde. Hier denkt hij over na op een houseparty waar iedereen, inclusief hijzelf, plots veel ouder is en waar men zo plots zo volwassen is dat er zelfs onderleggers liggen.

Met ‘De onderste boven’ laat Domoor een frisse wind waaien door de Nederlandstalige hiphop. Tot nu was Brussel vooral de hoofdstad van oerdegelijke, maar eerder conventionele hiphop van acts als Stikstof, maar de eerste experimentele klinker lijkt gelegd om ook een abstracter geluid tot bloei te laten komen.

Meer info vind je op de Facebook-pagina van Domoor. Luisteren kan via Spotify of Bandcamp.

Tobias Cobbaert schreef deze recensie voor de muzieksite Indiestyle.

Een dag uit het leven van Mrs Dalloway

Ik zal de bloemen zelf kopen. Zo begint de roman Mrs Dalloway van Virginia Woolf en ook de gelijknamige Spaanse theateradaptatie van Carme Portaceli en Michael De Cock, die gisteren in Belgische première ging in de KVS. De modernistische monologue intérieur van bijna honderd jaar geleden wordt een frisse, oogstrelende voorstelling met een glansrol voor Blanca Portillo.

Mrs Dalloway © Sergio Parra / KVS

Mrs Dalloway vertelt over een dag uit het leven van een vijftigjarige vrouw. Clarissa bereidt een uitbundig avondfeest voor haar vrienden voor. Ondertussen mijmert ze over de keuzes die ze in haar leven gemaakt heeft. Was haar verstandshuwelijk met Richard, die er nooit is, wel zo verstandig of had ze moet kiezen voor een passionele relatie met Peter? Had ze meer moeten doen met haar vriendschap met de vrijgevochten Sally? Heeft ze zichzelf niet te weinig ontplooid in die mate dat ze onzichtbaar is geworden? Is ze geen societyfiguur geworden om de leegte van haar leven te camoufleren?

De existentiële vragen van Mrs Dalloway worden in de voorstelling veruitwendigd in levendige scènes. Elisabeth, de dochter van Clarissa, staat daarbij voor de onstuimige jeugd die de wereld wil veranderen. Ze legt er zich nog niet bij neer dat een nieuw tapijt om de tien jaar ook al mooi is en dat relaties altijd krassen op de ziel achterlaten. Aan het andere spectrum bevindt zich in het stuk de schrijfster, een personage dat op Virginia Woolf gebaseerd is. Ze gaat ten onder aan haar depressie en stapt uit het leven, net zoals oud-strijder Septimus Warren Smith in het boek.

Een mannelijk personage heeft dus plaatsgemaakt voor een vrouwelijke tegenhanger, en dat zegt veel. Het theaterstuk laat vrouwen volop schitteren. Hun worsteling met sociale en morele conventies staat centraal. Een vrouw moet behagen en haar lot aanvaarden. Peter kan het zich daarentegen in zijn midlifecrisis permitteren om op een veel jongere vrouw verliefd te worden en zich op die manier heruit te vinden.

De enscenering verdient alle lof. Het scènebeeld – van kleurrijke jurken tot neervallende rode rozen boven een feestelijke dis – is prachtig. De muzikanten op het podium – zang, gitaar en drum – geven het stuk een extra drive. In het puike acteursensemble steelt Blanca Portillo, die meespeelde in de film Volver van Pedro Almodovar, de show. Zij vult met haar geweldige présence de kamer. De hele lappen tekst zijn door de hedendaagse bewerking – er worden al eens berichtjes verstuurd met de gsm – verrassend verteerbaar. Toegegeven, een rustpunt hier en daar had geen kwaad gekund en de twee gezongen songs zijn niet onvergetelijk.

Het stuk speelt ook slim in op de huidige coronacrisis. Als toeschouwer betrap je jezelf erop dat je anno 2020 raar opkijkt als moeder en dochter elkaar op scène knuffelen. De intussen vertrouwde bizarre werkelijkheid doemt dan weer snel op als de acteurs elkaar een elleboogje geven of het mondmasker opzetten als ze dichter bij het publiek komen. Als Clarissa zegt dat ze blij is dat het feest mensen fysiek samenbrengt die elkaar lang niet gezien hebben, krijg je een post-lockdowngevoel.

Mrs Dalloway neemt, net zoals de film The Hours naar het boek van Michael Cunningham, een verfrissende duik in het oeuvre van Virginia Woolf. Het stuk is zoals het hoofdpersonage het feest beschrijft: een geschenk aan het leven. Een leven waarvoor je niet gekozen hebt en dat donkere kanten heeft, maar waar je wel betekenis aan kan geven. Geen rozen zonder doornen.

Mrs Dalloway © Sergio Parra / KVS

Mrs Dalloway is nog te zien in de KVS op vrijdag 23 oktober.

Maatschappijkritische jongeren en boze oudjes

Gedurende een periode die samenviel met het schooljaar 2019-2020 bood BOZAR aan zeven groepen jongeren de mogelijkheid om een politiek-artistiek parcours af te leggen. Het visueel resultaat van hun samenwerking met kunstenaars en experten is momenteel te bekijken in het Paleis voor Schone Kunsten. Een selectie.

Nu reeds voor een vierde jaar op rij loopt het project Next Generation, Please! in BOZAR. Voor de editie 2019-2020 werd er gewerkt rond klimaatverandering, gender, identiteit, intergenerationele dialoog en democratie. De deelnemers kwamen samen in eigen kring en lieten zich tevens inspireren door evenementen die in het Paleis doorgingen. Bij sommige groepen stooide Corona danig roet in het eten. Bovendien diende de afsluitende tentoonstelling uitgesteld naar het najaar. Ze was gepland om door te gaan in mei.

–

100% waste market
Zestien jongeren van twee scholen uit Brussel en Madrid zijn bezorgd over de toekomst en willen beleidsmakers attenderen op gevaren die onze planeet bedreigen. Ze realiseerden twee installaties en dit In samenwerking met kunstenaar Oranne Mounition en twee experten, de VUB-academicus Eric Corijn en Ecolo-parlementslid Zoé Génot. Er is een opstelling die een supermarkt voorstelt waar enkel afval te koop is. Met een tweede, een diorama waarin afval en natuur naast elkaar te zien zijn, wordt een te ver doorgedreven kapitalisme aan de kaak gesteld.
De scholen waarvan sprake zijn het Collège Saint-Michel (Brussel) en El Colegio San Maria del Pilar (Madrid).

–

Verborgen Europa via vrouwenwegen
Vrouwen die in een Europese context bakens verzetten en hiervoor niet altijd erkenning kregen, ze waren de inspiratiebron voor de laatstejaars van het Institut Saint-Louis uit Brussel. Om voeling te krijgen met de zoektocht naar identiteit reisden ze naar Praag waar ze leerlingen van het tweetalig Lyceum Jan Neruda ontmoetten. Hun op textiel gedrukte foto’s zijn als het ware dubbelportretten: interpretaties van generaties uit het verleden door de generatie van vandaag.

–

Enquête de temps (Onderzoek naar de tijdgeest)
Deze reeks werken zijn gemaakt door jonge kunstenaars die aan Brusselse kunstscholen studeerden. Ze namen elk één idee van de Gang de Vieux en Colère (Gang van de Razende Ouderen) als uitgangspunt. De leden van de Gang zijn bewuste burgers die, gepokt en gemazeld door de geest van Mei ’68, o.m. strijden voor een eerbaar pensioen voor iedereen. Ze vinden met hun standpunten aansluiting bij het gedachtegoed van progressieve jongeren van vandaag. Wat de werken zelf betreft vertrekken sommige van een eerder abstraherende interpretatie van tijd, andere gaan in op het aspect van het samenbrengen van generaties. De uitvoerende artiesten werden begeleid door Michel Huismans.

–

Gen Z
Wat als jongeren zich kandidaat zouden stellen bij de Europese verkiezingen? Welke slogans zouden er dan gebruikt worden? Twee kunstenaars, Salvadore Calcagno en Antoine Neufmars, maakten samen met leerlingen van het Institut de Filles de Marie verkiezingsaffiches voor een fictieve verkiezingscampagne, heel eenvoudig van opzet: een close-up foto met daarnaast een uitspraak gekozen door en in de moedertaal van de geportretteerde. De foto-installatie die aan het eind van de tentoonstelling zowel binnen als buiten de muren van het Paleis te zien is, toont nogmaals aan hoeveel taaldiversiteit Brussel in zich houdt.

–

De afsluitende tentoonstelling van deze editie van Next Generation, Please! loopt nog tot 1 november in BOZAR (Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel).
Openingsuren: van 10u tot 18u, gesloten op maandag.
Toegangsprijzen: 4 euro, 2 euro voor -30 j. en +65 j.

Website Gang des Vieux en Colère: www.gangdesvieuxencolere.be