Cafés bepalen mee de ziel van de stad. Het zijn ideale plaatsen voor sociaal contact, gesprekken, concentratie en vertier. Hoeveel vriendschappen voor het leven zijn er niet gesmeed, hoeveel liefdes zijn er niet ontsproten, hoeveel wereldproblemen zijn er niet aan de toog opgelost, hoeveel scenario’s zijn er niet geschreven, hoeveel liedjes zijn er niet meegebruld, hoeveel ellende is er niet weggedronken?
Een café is bij uitstek laagdrempelig. Van stamgast tot toevallige bezoeker, je bent welkom, ook zonder goedgevulde portemonnee. Je treft in een café een doorsnee van de samenleving aan. Onze democratie kan maar bestaan als er publieke plekken zijn, citeerde David Van Reybrouck in Bruzz de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Cafés zijn zulke plekken.
Een goed draaiend café is een bijenkorf die van ‘s morgens tot ‘s avonds gonst van leven. Tot er een doodse stilte intrad tijdens de eerste en tweede lockdown. Cafés zien zwarte sneeuw, want hun bestaansreden – mensen van allerlei pluimage samenbrengen bij een drankje – botst met de grimmige coronarealiteit. Een heropening is nog niet in zicht. Daarom hebben cafés onze steun nodig. Solidariteitsacties uit de eerste coronagolf zoals Café Solidair, Café Courage en Horeca Comeback lopen niet meer, maar je kunt op een andere manier helpen.
Neem nu het Affligem café. Drie jaar geleden openden Esther en Sven deze warme zaak in hartje Brussel tegenover de Beurs. Ze bouwden een mooi cliënteel op: van de pintjes drinkende student over de nagenietende AB-ganger tot de dagsoepslurpende Brusseleir. De eigenaars hebben het na maanden zonder inkomsten moeilijk. De vaste kosten blijven zich opstapelen en het is onzeker of het café nog kan heropenen. Er loopt nu een crowdfundingscampagne in de hoop om 15.000 euro in te zamelen.
Een instituut als Brasserie Verschueren op het Sint-Gillisvoorplein, 140 jaar op de teller, maar alive and kicking, trok vorige week ook aan de alarmbel. In een veel gedeelde video vertelde cafébaas Robert Van Craen dat zijn café aan de rand van het faillissement staat, zoals de hele sector. Hij had aangeklopt bij de eigenaar – een grote brouwerij -, de bank en de overheid, maar botste telkens op een muur. De geldinzameling bij Growfunding is niet bedoeld om de schuldenput te vullen, maar om de vaste jobstudenten te ondersteunen.
Ook bij Moeder Lambic, het excellente biercafé met vestigingen aan het Fontainasplein in het centrum en in Sint-Gillis, staat het water aan de lippen. Het café raamt het geleden verlies op 154.000 euro. De overheidssteun ter waarde van 14.000 euro is een druppel op een hete plaat voor een zaak die 25 personeelsleden telt. De crowdfunding leverde intussen al bijna 25.000 euro op.
(c) Hans de Corte
Café Roskam gooit het over een andere, iets bescheidener boeg. De bruine kroeg in de Vlaamsesteenweg opende een webshop waar je bier, wijn en frisdrank kunt bestellen. Afhalen ter plaatse kan op donderdag en zaterdag.
Café Monk staat bekend om zijn spaghetti bolognaise – ook in vegan versie – en zijn stoofvlees en publiceerde zelfs al kookboeken rond die populaire gerechten. In de webshop De mijne is de beste kun je een stevige portie van die sauzen inslaan. Een Brussels bierpakket is ook mogelijk, of een scheurkalender van De Sprekende Ezels, met onuitgegeven poëzie van meer dan 100 dichters.
Zin in een daiquiri, margarita of negroni? Life is Beautiful in de Dansaertstraat blijft onvermoeibaar cocktails shaken. Je kunt er een of meerdere in de LIB Boutique bestellen en binnen twee uur kun je je drankje afhalen- kant-en-klaar in een mooie fles. Ook levering aan huis is mogelijk en gratis in Brussel. De webshop heeft ook een uit de kluiten gewassen aanbod van sterke drank en barbenodigheden. Ter plaatse kun je ook planten, decoratie en glaswerk aanschaffen.
De keuken van eetcafé Ultime Atome aan de Sint-Bonifatiuskerk in Matongé blijft gewoon open. Je kunt je maaltijd – een Libanese salade, vol-au-vent, een hamburger of spaghetti bolognaise – telefonisch bestellen en ophalen. Of je kunt de diensten inschakelen van Uber Eats of Deliveroo om je eten thuis te laten bezorgen.
Het lijstje is uiteraard niet volledig. Hou je ogen open en zie hoe je je lokale bar kunt helpen om het hoofd boven water te houden. Laat ze ondanks de gedwongen afstand niet los. Hopelijk kunnen we er na de coronacrisis als vanouds het glas hebben op onze gezondheid en op die van de cafébaas. Santé!
Wie lid is van de populaire Facebook-groepen Bruxellois une fois! of I love Saint-Gilles – I love Sint-Gillis ziet geregeld foto’s van hem passeren. Pascal Harmant brengt bekende Brusselse gebouwen en plaatsen in beeld, in zwart-wit of kleur, maar altijd met veel flair en gevoel voor esthetiek. Bijna te mooi om waar te zijn. Tijdens de lockdown legde hij de verlaten stad vast. Pascal is een geboren Brusselaar van 57 jaar oud. Hij houdt van reizen, op restaurant gaan, informatica en fotografie. Een kennismakingsgesprek.
(c) Pascal Harmant
Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?
Ik heb altijd van fotografie gehouden. Ik doe het al veertig jaar, weet je. Mijn eerste toestel kreeg ik toen ik vijftien was. Ik ben een autodidact en hobbyfotograaf.
Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?
Ik heb geen eigen vastomlijnde fotografische stijl. Eerlijk gezegd stoort het me soms als fotografen altijd hetzelfde soort foto’s maken. Dat is wellicht makkelijker om naam te maken. Ik hou meer van afwisseling.
(c) Pascal Harmant
Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?
Ik hou in de eerste plaats van de mensen. En zeker ook van iconische plekken als de Grote Markt en de Zavel en van stijlvolle huizen, bijvoorbeeld in art nouveau. Mooie architectuur, zeg maar.
(c) Pascal Harmant
Wat me tegen de borst stuit, is het gebrek aan burgerzin en respect voor andermans eigendom. Denk maar aan de tags op muren en winkelluiken. Street art vind ik nochtans geweldig.
Wat zijn de drie mooiste foto’s die je al in Brussel gemaakt hebt? En waarom?
Dat is een onmogelijke keuze. Neem een kijkje op mijn pagina, waar je veel foto’s vindt. Elke foto ligt mij na aan het hart, of ik die nu spontaan in de gauwte genomen heb of na ampel beraad.
Wat is volgens jou de meest fotogenieke plek in Brussel?
Onze magnifieke Grote Markt en de omgeving ervan.
(c) Pascal Harmant
Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?
Ik ken genoeg prachtige huizen in Brussel die niet toegankelijk zijn voor het publiek.
Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?
Ik zou graag een fotoreportage maken op IJsland of Madagaskar of op andere plaatsen die ik dolgraag wil ontdekken.
Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.
De Verenigde Naties hebben 25 november uitgeroepen tot de internationale dag tegen geweld tegen vrouwen. Gezien de coronacrisis ligt de focus dit jaar op intrafamiliaal geweld. De dag gaat ook in Brussel niet onopgemerkt voorbij. Het stadhuis en alle gebouwen op de Grote Markt worden oranje verlicht. Burgemeester Philippe Close noemt huiselijk geweld “een realiteit die we moeten proberen uit te bannen”.
De VN-campagne loopt in totaal 16 dagen, tot 10 december, de dag van de mensenrechten. De internationale vrouwenserviceclub Zonta, die in 1919 in de Verenigde Staten is opgericht, zet haar schouders onder het initiatief. Ook de Nederlandstalige Zonta Club Brussel Zavel engageert zich. Voorzitster is Régine Claeys, in het dagelijkse leven familierechter. We belden haar op.
Wat is de bedoeling van de symbolische actie op de Grote Markt?
We willen de stilte breken. Spreken doet muren doorbreken. We moeten de slachtoffers van huiselijk geweld informeren en sensibiliseren dat ze geholpen kunnen worden. Ook daders kunnen hulp zoeken om met hun agressie om te gaan. Er is met 1712 een gratis hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling. De Franstalige tegenhanger is 0800 30 030, Ecoute Violences Conjugales.
In de media verschijnen berichten dat de lockdown het probleem van familiaal geweld verergerd heeft. Niet voor iedereen is thuis een veilige omgeving. Merk je dat in je praktijk als echtscheidingsrechter?
Ja, ik zie vaak een grote machteloosheid bij vrouwen zonder dat ze een woord hoeven te zeggen. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Fysiek, seksueel en psychologisch geweld draait om niet gekanaliseerde woede en machtsmisbruik. Ook mannen kunnen trouwens het slachtoffer zijn van partnergeweld. Als ik bemiddel tussen ex-echtgenoten en -partners, onderzoek ik of er een weg is die opnieuw leidt naar wederzijds respect.
De cijfers bevestigen de alarmerende trend. Uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt dat het aantal gemelde incidenten wereldwijd met 25% tot 100% is toegenomen. De hulplijnen in België kenden bij momenten een verdrievoudiging van het aantal oproepen: van 20 naar 60 per dag.
Heeft de #metoo-beweging ervoor gezorgd dat vrouwen hun stem meer laten horen?
Ja, zoveel vrouwen hebben verteld wat hen overkomen is. Het heeft de schaamte over seksueel geweld doorbroken en de mondigheid aangewakkerd.
Ik ben eigenlijk vrij optimistisch. Geweld tegen vrouwen duikt op in veel beleidsplannen, de politie wordt opgeleid in aangepaste verhoortechnieken, de opvang wordt beter, hulplijnen bieden een luisterend oor.
Waarom ben je zelf lid geworden van Zonta?
Ik voel mezelf bevoorrecht als vrouw en wil ook een verschil maken in het leven van andere vrouwen. Mijn motto is ‘honour and empower women’. Als voorzitster werk ik in 2020 rond inclusie en diversiteit. We nodigen in onze vergaderingen interessante spreeksters uit en steunen sociale projecten om het lot van vrouwen te verbeteren. We zijn 32 beroepsactieve vrouwen die aan hetzelfde zeel trekken.
De Alhambrawijk rond de Lakensestraat komt de laatste jaren geregeld in het nieuws wegens de groeiende overlast door drugs en prostitutie. Alhambra is ook de titel die straathoekwerker Filip Keymeulen gaf aan zijn romandebuut. Hij schetst erin een bikkelhard beeld van het leven op straat in Brussel.
Twee hoofdpersonages telt het boek. Leonardo komt uit een trots Italiaans mijnwerkersgezin in Limburg. Door de sluiting van de mijnen wordt hij na anderhalf jaar werkloos. Hij raakt verslaafd aan alcohol. Nadat hij een week in de gevangenis heeft gezeten en door zijn wangedrag in ongenade gevallen is bij vrienden en familie wordt hij straatmuzikant in Brussel. Het levert hem in het daklozenmilieu de bijnamen ‘Tonio’ en ‘Banderas’ op. Christiaan groeit op in een disfunctioneel gezin. Zijn vader, een gewelddadige alcoholicus, misbruikt hem en zijn zussen. Hij is nog minderjarig als hij de zoveelste instelling verlaat en op straat belandt. Hij verdient geld door drugs en zijn lichaam te verkopen. In de homoscene ontdekt hij zijn vrouwelijke aard. Als flamboyante transgender gaat ze als ‘La Flanelle’ door het leven.
In de roman ontspint zich een onwaarschijnlijk liefdesverhaal tussen de twee protagonisten. In de dagelijkse strijd om te overleven staan Tonio en La Flanelle zij aan zij. De schaarse momenten van tederheid en romantiek wegen echter niet op tegen de grauwe werkelijkheid van verslaving, verbaal en fysiek geweld, armoede en prostitutie. Af en toe gloort er hoop aan de horizon – een stevig inkomen als danseres, een vast dak boven het hoofd, een ontwenningskuur – maar die wordt snel de kop ingedrukt. De personages raken niet uit de vicieuze cirkel van zelfdestructie, niet het minst omdat ze getraumatiseerd zijn door hun verleden en in het straatleven een uitweg vinden uit de maatschappij.
Wie het boek leest, moet over een sterke maag beschikken. Al op de eerste bladzijde wordt de stoep ondergekotst en niet veel later wordt de pot ondergescheten. Keymeulen beschrijft onverbloemd de precaire leefomstandigheden van daklozen: het gebrek aan privacy en waardigheid, het bedelen om geld, de ononderbroken zoektocht naar drank en drugs om in een roes terecht te komen, de onderlinge ruzies, de gezondheidsproblemen. Brussel treedt daarbij op als schouwtoneel met hotspots als de trappen van de Beurs, metrostation IJzer, Brussel Centraal en de Lakensestraat. Het meertalige karakter van de stad blijkt mooi uit treffende dialogen in het Frans, Italiaans en Brussels.
Van een straathoekwerker verwacht je dat hij het hulpaanbod voor daklozen belicht. Dat doet hij ook in figuren als wijkagent Bernard, zuster Clothilde en vooral in maatschappelijk werker Aldo. Die wordt opvallend positief beschreven: betrokken, een en al empathie en mededogen, niet oordelend, geen spatje cynisme. Is het een verhuld zelfportret van Keymeulen? Het roept de vraag op in hoeverre het werk in de marge van de maatschappij en de vele tragische lotgevallen geen krassen op de ziel achterlaten. Stad Brussel heeft de loffelijke gewoonte om straatdoden te herdenken. Maar kan de hulpverlening meer doen of is het een gevecht tegen de bierkaai? Soms is de dood ook gewoon een bevrijding na een lange lijdensweg.
Stilistisch is het boek geen meesterwerk – vooral de uitleggerige toon en het gebrek aan suggestieve kracht storen – maar het is wel een doorleefd en confronterend werk dat een boeiende inkijk geeft in het leven als dakloze in Brussel.
Alhambra van Filip Keymeulen verscheen bij Bitbook.
Vierenzestig jaar is hij, maar hij wil nog altijd mee zijn met de nieuwste ontwikkelingen in de fotografie. Herman Genbrugge studeerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw grafische vormgeving en fotografie aan het Sint-Lucasinstituut in Schaarbeek. Momenteel volgt hij de modules Fotografie bij het Coovi Brussel. Hij hoopt volgend jaar af te studeren.
Intussen is Herman een gewaardeerd lid van het fotografencollectief Stadsbiografie Brussel en van de Fotoclub Brussel. Zijn foto’s duiken op in De Vijfhoek, het maandblad van gemeenschapscentrum De Markten. De gepensioneerde wijkagent heeft bijna zijn hele leven in Brussel doorgebracht. Zijn thuis is in Sint-Lambrechts-Woluwe, de ideale uitvalsbasis voor lange wandelingen, waarop hij steevast zijn fototoestel bij zich heeft. Verbaast het dat hij een verwoed verzamelaar is van fototoestellen en alles wat er mee te maken heeft?
Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?
Mijn passie voor de fotografie is ontstaan op ongeveer vijftienjarige leeftijd. Op school was er een leerkracht die voortdurend met fotografie bezig was. Zijn foto’s waren adembenemend en zijn stijl sprak mij enorm aan. Hij leerde mij de basisprincipes van het fotograferen en dook met mij regelmatig de donkere kamer in waar ik de technieken van het ontwikkelen en het vergroten aangeleerd kreeg.
In het begin fotografeerde ik met een zeer amateuristisch toestelletje, een Agfa ISO-RAPID die ik gekregen had voor mijn plechtige communie. Later kreeg ik van mijn ouders een Yashica Miniter-D die mij veel meer mogelijkheden bood om te gaan experimenteren. Zij sponsorden mij zodat ik in de kelder een donkere kamer kon inrichten.
Het was roeien met de riemen die ik had, maar hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer het mij begon te boeien. Een groot deel van mijn zakgeld gaf ik uit aan fotografie en ik herinner mij dat ik bij de lokale kruidenier, slager of bakker af en toe een handje ging toesteken om wat meer zakgeld te hebben dat voor een groot deel gespendeerd werd aan fotografie. Het waren zalige tijden.
Fotografen als Alfred Stieglitz en Edward Steichen, de grondleggers van het pictoralisme, maar ook pioniers als Henri Cartier-Bresson, Robert Doisneau, Richard Avedon en Irving Penn waren mijn grote voorbeelden en inspireerden mij enorm. Toen het bizarre levensverhaal van Vivian Maier na haar dood openbaar werd gemaakt (ze maakte duizenden straatfoto’s in New York, Chicago en Los Angeles, maar haar werk bleef tijdens haar leven onbekend en veel van haar fotorolletjes bleven zelfs onontwikkeld, n.v.d.r.) ben ik mij nog meer gaan verdiepen in de geschiedenis van de fotografie en het werk van andere grootheden van de fotografie. Er zijn er te veel op te noemen.
Het was nooit mijn bedoeling te kopiëren, maar mij te laten inspireren. Door het analyseren van het werk van andere fotografen deed ik veel kennis op en ontdekte ik dat naast de technische aspecten ook de inhoud en de visie een belangrijke rol spelen.
Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?
Mijn foto’s zijn nooit 100% technisch in orde. Dat hoeft ook niet om over een geslaagde foto te kunnen spreken, maar soms doet het mij wel iets als ik aanvoel dat de zintuigen van de mensen genieten van de dingen die op de juiste wijze zijn geproportioneerd.
Ik ben ook niet altijd geïnteresseerd in het fotograferen van bestaande dingen, maar tracht deze op mijn eigen manier te interpreteren en in te vullen. Ik probeer deze overtuigend weer te geven, zodat mijn foto’s ook na jaren nog kracht zouden uitstralen.
Ik probeer er ook steeds rekening mee te houden dat mijn foto’s geen beelden worden ‘van iets’ maar dat het beelden zijn die gaan ‘over iets’ en dat het foto’s zijn die een verhaal vertellen dat de kijker raakt en boeit.
Ik tracht mijn onderwerpen te benaderen vanuit een cultureel, geografisch en zelfs geschiedkundig perspectief en probeer zoveel mogelijk mijn vooroordelen te negeren en ze opzij te schuiven omdat dit ruimte kan bieden aan de interessantste reacties.
Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?
Brussel is een stad waar voor mij persoonlijk heel wat te beleven valt. Het is een stad waar kleine dingen en details een groot thema kunnen vormen en waar je interessante bijzonderheden ontdekt in alledaagse en onopvallende omgevingen. Op zuiver fotografisch vlak doen de dingen die ik zie en ontdek er eigenlijk weinig toe, maar alles draait om de manier waarop je ze ziet.
Wat tegenvalt in Brussel is de verloedering van sommige wijken, het verval en de achteruitgang van de prachtige architecturale gebouwen door gebrek aan onderhoud. Het behoud van het erfgoed is in sommige wijken erbarmelijk. De verwaarlozing haalt er de bovenhand en geeft mij soms een gevoel van onveiligheid.
Wat zijn je favoriete Brusselse foto’s?
Ik zou ze niet omschrijven als de mooiste foto’s die ik in Brussel heb gemaakt. Ik spreek liever over beelden die mij na aan het hart liggen omdat ze bij de mensen die ze zagen iets hebben losgeweekt, zoals een herinnering, een emotie, een verwondering, een verbijstering, een goed gevoel.
De foto van de twee militairen in het straatbeeld en de afwezigheid van mensen op de achtergrond – in een over het algemeen drukke straat – kan een dubbel gevoel bij de kijker oproepen. Ik koos bewust voor een achtergrond met weinig scherptediepte om het stadsgevoel niet verloren te laten gaan en de leegte op de achtergrond te benadrukken.
Het grappige aan het geheel is dat de jongen met gebalde vuisten de militairen precies wil uitdagen maar toch een zijwaartse beweging maakt om hen uit de weg te gaan.
De twee burgers zitten als het ware gevangen tussen de twee militairen waardoor ze uiteindelijk evenveel aandacht krijgen als de militairen op de voorgrond.
Dit foto van een vrouw met hoofddoek en in de hand een Breugheliaans schilderij roept een gevoel op dat er twee culturen gevangen werden in één beeld. Ik zorgde voor relatief veel scherptediepte zodat de hoofdelementen loskomen van de achtergrond. Ook hier kan de kijker zijn mening zelf invullen over de inhoud van de foto.
De kijkrichting van de vrouw gaat een andere richting uit dan de richting waarbij het schilderij op de voorgrond wordt gehouden, alsof ze iets anders heeft opgemerkt dat interessanter of belangrijker lijkt maar tegelijkertijd het schilderij toch op de voorgrond wil houden of er afstand wenst van te nemen.
De foto is een onderdeel van een reportage die bestaat uit meerdere beelden over de Blijde Intrede die voorafgaat aan de Zinnekeparade. De foto staat ook op zich, los van de volledige reeks. Ik koos bewust voor een matige scherptediepte zodat de twee meisjes met de fakkel loskomen van de achtergrond en duidelijk het hoofdonderwerp van de foto vormen.
Wat is volgens jou de meest fotogenieke plaats van Brussel?
De Marollenwijk, met zijn Kapellekerk, zijn Hoogstraat, zijn Blaesstraat maar vooral het Vossenplein, werkt zeer inspirerend. Het is een omgeving waar je gemakkelijk van niets iets groots kan maken. Vooral na afloop van de rommelmarkt kan je er prachtige beelden vastleggen van mensen die nog op zoek zijn naar kleinigheden die achtergelaten of vergeten werden door de marktkramers. Voor het beoefenen van straat- en portretfotografie is het een unieke omgeving.
Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?
De plek op zich is niet onbereikbaar, maar in de Matongegalerij zou ik ongestoord een paar uur willen doorbrengen om er foto’s te maken die een verhaal vertellen over de mensen en hun omgeving en die de specifieke sfeer die er hangt, in beeld brengen. Het is een uitdaging die op mijn verlanglijstje staat.
Op vlak van interieurfotografie zie ik het wel zitten dat ze mij eens loslaten in het Justitiepaleis, maar dan wel op die specifieke plaatsen die niet of nooit toegankelijk zijn voor het publiek. De Grote Moskee van Brussel spreekt mij ook aan, maar dan tijdens het vrijdaggebed.
Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?
Ik denk niet van mezelf dat ik een dromer ben of zeer ambitieus ben. Ik ben een realist, die de realiteit onder ogen durft te zien. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik mijn eigen eergevoel heb.
Als ik foto’s indien voor wedstrijden doet het mij enorm plezier dat ik een aantal aanvaardingen in de wacht kan slepen. Een eerste prijs zou vanzelfsprekend welkom zijn.
Door de jaren heen bezit ik een schat aan foto’s. Ik zou het wel zien zitten een eigen overzichtstentoonstelling te kunnen organiseren of een eigen fotoboek uit te geven. Maar dromen zijn bedrog of vergis ik mij?
Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.
Ik zal de bloemen zelf kopen. Zo begint de roman Mrs Dalloway van Virginia Woolf en ook de gelijknamige Spaanse theateradaptatie van Carme Portaceli en Michael De Cock, die gisteren in Belgische première ging in de KVS. De modernistische monologue intérieur van bijna honderd jaar geleden wordt een frisse, oogstrelende voorstelling met een glansrol voor Blanca Portillo.
Mrs Dalloway vertelt over een dag uit het leven van een vijftigjarige vrouw. Clarissa bereidt een uitbundig avondfeest voor haar vrienden voor. Ondertussen mijmert ze over de keuzes die ze in haar leven gemaakt heeft. Was haar verstandshuwelijk met Richard, die er nooit is, wel zo verstandig of had ze moet kiezen voor een passionele relatie met Peter? Had ze meer moeten doen met haar vriendschap met de vrijgevochten Sally? Heeft ze zichzelf niet te weinig ontplooid in die mate dat ze onzichtbaar is geworden? Is ze geen societyfiguur geworden om de leegte van haar leven te camoufleren?
De existentiële vragen van Mrs Dalloway worden in de voorstelling veruitwendigd in levendige scènes. Elisabeth, de dochter van Clarissa, staat daarbij voor de onstuimige jeugd die de wereld wil veranderen. Ze legt er zich nog niet bij neer dat een nieuw tapijt om de tien jaar ook al mooi is en dat relaties altijd krassen op de ziel achterlaten. Aan het andere spectrum bevindt zich in het stuk de schrijfster, een personage dat op Virginia Woolf gebaseerd is. Ze gaat ten onder aan haar depressie en stapt uit het leven, net zoals oud-strijder Septimus Warren Smith in het boek.
Een mannelijk personage heeft dus plaatsgemaakt voor een vrouwelijke tegenhanger, en dat zegt veel. Het theaterstuk laat vrouwen volop schitteren. Hun worsteling met sociale en morele conventies staat centraal. Een vrouw moet behagen en haar lot aanvaarden. Peter kan het zich daarentegen in zijn midlifecrisis permitteren om op een veel jongere vrouw verliefd te worden en zich op die manier heruit te vinden.
De enscenering verdient alle lof. Het scènebeeld – van kleurrijke jurken tot neervallende rode rozen boven een feestelijke dis – is prachtig. De muzikanten op het podium – zang, gitaar en drum – geven het stuk een extra drive. In het puike acteursensemble steelt Blanca Portillo, die meespeelde in de film Volver van Pedro Almodovar, de show. Zij vult met haar geweldige présence de kamer. De hele lappen tekst zijn door de hedendaagse bewerking – er worden al eens berichtjes verstuurd met de gsm – verrassend verteerbaar. Toegegeven, een rustpunt hier en daar had geen kwaad gekund en de twee gezongen songs zijn niet onvergetelijk.
Het stuk speelt ook slim in op de huidige coronacrisis. Als toeschouwer betrap je jezelf erop dat je anno 2020 raar opkijkt als moeder en dochter elkaar op scène knuffelen. De intussen vertrouwde bizarre werkelijkheid doemt dan weer snel op als de acteurs elkaar een elleboogje geven of het mondmasker opzetten als ze dichter bij het publiek komen. Als Clarissa zegt dat ze blij is dat het feest mensen fysiek samenbrengt die elkaar lang niet gezien hebben, krijg je een post-lockdowngevoel.
Mrs Dalloway neemt, net zoals de film The Hours naar het boek van Michael Cunningham, een verfrissende duik in het oeuvre van Virginia Woolf. Het stuk is zoals het hoofdpersonage het feest beschrijft: een geschenk aan het leven. Een leven waarvoor je niet gekozen hebt en dat donkere kanten heeft, maar waar je wel betekenis aan kan geven. Geen rozen zonder doornen.
Sinds een jaar of drie heeft Brussel zijn eigen running crew. In deze losse loperscommunity gaat het vooral om het loopplezier en het sociale aspect, niet om persoonlijke records of de voorbereiding van een marathon. Een uitgebreide kern van captains neemt de organisatie voor zijn rekening. Ook in tijden van corona maken de lopers Brussel onveilig, weliswaar met inachtneming van veiligheidsmaatregelen.
Het stedelijke fenomeen ontstond volgens Runner’s World in 2004 in New York. Toen begonnen de Bridge Runners avondlijke looptochten te organiseren voor alle avonturiers die de Big Apple in groep wilden verkennen. De vonk sloeg over naar andere Amerikaanse steden zoals Boston, Denver, New Orleans, Cleveland en Los Angeles. Nu zijn er wereldwijd crews actief, van Melbourne over Tokio tot Rio. Londen, Parijs en Amsterdam bleven niet achter.
Eind 2017 richtten twee Nederlandstalige Brusselaars, Tim Verheyden en Camille Pollie, de Brusselse tak op. De voertaal is Engels gezien het kosmopolitische karakter van de hoofdstad. Om de twee weken staat er een run van 10 kilometer op het programma en om de week een van 5 kilometer. Op zondag vindt er geregeld een lange loopsessie plaats. De crewleden nemen ook weleens deel aan een wedstrijd en schreven zich in voor de 100km-run voor Kom op tegen Kanker. Er vinden jaarlijks uitwisselingen plaats met partnerorganisaties in Antwerpen en Brugge.
BrusselBlogt sprak een week geleden met Thomas Maenhout, een 30-jarige ambulancier met Dilbeekse roots, die deel uitmaakt van het kernteam.
Hoe ziet een doorsnee looptocht van BXL Run Crew eruit?
We spreken ‘s avonds af op een bepaalde plek in de stad, zoals een bar of een guinguette. Meestal is er daar plaats om de rugzakken veilig achter te laten. Een van de captains heeft een route uitgestippeld en loopt voorop. We lopen in groep met een gemiddelde snelheid van 10 à 10,5 kilometer per uur. Als we op straat lopen, houden we ons aan de verkeersregels. Nu het ‘s avonds sneller donker wordt, lopen we met verlichting. Na afloop eten of drinken we samen nog iets.
Slaat het concept in Brussel aan?
Ja, de gemiddelde opkomst ligt op 60 à 70 voor de 10 kilometer en 20 à 25 voor de 5 kilometer. Ik begeleidde ooit een tocht aan het Jubelpark met 96 lopers. Vooral twintigers en dertigers lopen mee, maar we staan open voor alle leeftijden. Bij de expats – mensen die bij de Europese instellingen of internationale bedrijven werken – zijn we goed bekend. Ook Nederlandstaligen en Franstaligen uit Brussel en de Rand tekenen present.
Wat is het geheim van het succes?
De BXL Run Crew is voor iedereen toegankelijk. We vragen geen inschrijvingsgeld en je bent niet verplicht om iedere keer te komen. Je moet enkel een zekere basis hebben, want we bieden geen Start to run aan. Samen lopen is heel plezierig en enorm motiverend. Het is echt een sociaal gebeuren. Je leert nieuwe mensen kennen. Je loopt ook op plaatsen in het Brussels Gewest waar je misschien nog nooit bent geweest.
Is Brussel volgens jou een loopstad?
Ja, meer en meer. Buiten het centrum heb je sowieso veel groen. Denk maar aan het park van Laken, het Boudewijnpark, het moeras van Ganshoren, Ter Kamerenbos, het Zoniënwoud. De stad zelf is een stuk aangenamer geworden dankzij de aanleg van voetgangerszones. De zwakkere weggebruiker kan zeker nog beter beschermd worden.Kruispuntenkunnen voorzien worden van slimme verkeerslichten om de doorgang voor voetgangers en fietsers te verbeteren. De coronacrisis heeft het belang van zachte mobiliteit voor de leefbaarheid van de stad duidelijk aangetoond.
Hoe heeft de nog altijd woedende gezondheidscrisis jullie werking beïnvloed?
In de eerste fase van de lockdown hebben we een poos stilgelegen. Toen er versoepelingen kwamen, hebben we een plan uitgewerkt om de looptochten veilig te laten verlopen. We werken nu met een online inschrijvingssysteem en laten maximaal 50 deelnemers toe. Aan de start en de aankomst dragen we een mondmasker. We verdelen de groep in kleinere groepjes en respecteren de afstandsregels. De gezamenlijke drink achteraf laten we vallen. We gaan verder zolang het kan. Lopen blijft meer dan ooit goed voor de fysieke en mentale gezondheid.
Wat als twee hartsvrienden en potentiële geliefden besluiten om elkaar twintig jaar niet meer te zien en elkaar dan ontmoeten op een bankje in de stad? Maaike Neuville en Roy Aernouts presenteren een tintelende intimistische voorstelling op het achterplein van de KVS. Een kostbaar keinood.
(c) Danny Willems
Twintig jaar is verdomd lang. Maaike en Roy (de acteurs spelen onder hun eigen naam) zijn geen prille twintigers meer als ze elkaar terugzien. Zij heeft intussen een zoontje gekregen en hij heeft zijn moeder verloren. Maar als vanouds vullen ze elkaars zinnen aan, stellen ze elkaar vragen die ertoe doen, discussiëren ze op het scherp van de snee, wisselen ze wijsheden uit. De dynamiek tussen hen beiden is dezelfde gebleven. Al zijn er intussen nieuwe strijdpunten opgedoken, zoals het privilege van de witte man.
Het stuk leeft vooral van de spitse, geestige dialogen in een relationele context tussen een man en een vrouw. Het herinnert aan de zinderende filmtrilogie van Richard Linklater: Before Sunrise, Before Sunset en Before Midnight. De soundtrack van het stuk wordt verzorgd door een straatmuzikant, die door de personages druk becommentarieerde versies brengt van Redemption Song van Bob Marley en Hallelujah van Leonard Cohen.
Ook Aernouts brengt op het einde een Nederlandstalig chanson ten berde. Hij zingt over het verlangen naar wat er niet is, het eeuwige gemis. Die melancholie zit ook in het stuk. Hebben ze elkaar destijds losgelaten, zodat ze zich verder als individuen konden ontwikkelen buiten het keurslijf van een relatie? Of hebben ze uit bindingsangst een gezamenlijke toekomst botweg in de kiem gesmoord? En wanneer spreken ze een volgende keer af? Zoals in de beste voorstellingen worden niet alle vragen beantwoord. Veel blijft onuitgesproken.
De acteurs spelen met veel naturel en charme. Ze spreken tussendoor het publiek aan en trakteren zelfs op gemberthee. Hartverwarmend op een kille herfstavond. In haar memorabele openingswoord zei Neuville – met een muts over haar ultrakorte haren – dat je je oordeel niet meteen mag vormen tijdens het stuk. Menigeen doet dat om achteraf tijdens de nadronk te kunnen uitpakken met zijn of haar visie. Laat het op je inwerken en laat het bezinken, op een bankje, op een dag.
(c) Danny Willems
Op een bankje, op een dag is vandaag nog te zien op het achterplein van de KVS en gaat daarna op tournee.
Ananda de Jager worstelde jarenlang met een eetstoornis. Haar regels bleven op den duur uit. Tijdens haar herstel begon ze poëzie te schrijven, die ze nu bundelt in ‘Poems of Recovery’. ‘I always knew I was a fighter’, klinkt het.
Sinds twee jaar woont Ananda in Brussel. Ze komt uit het Nederlandse Goes, werkte vroeger als fotomodel en is nu aan de slag bij het cosmetica- en schoonheidsbedrijf L’Oréal. Haar naam betekent in het Pali, een taal waarin oude boeddhistische teksten geschreven zijn, ‘de gelukkige’ of ‘iemand die vreugde en plezier brengt’. En gelukkig is ze nu eindelijk, zegt ze.
‘Ik eet opnieuw graag,’ vertelt ze, nadat ze haar gedichten voorgelezen heeft in Be Nuts, een koffiebar met vegan gebak in Sint-Gillis. De tijd dat ze enkel een appel at als lunch, is voorbij. De eeuwige cyclus van te weinig en te veel eten, kent ze als geen ander. ‘Als je voortdurend dieet en te veel sport, vraagt je lichaam na een tijd om meer eten om op die manier rust te vinden. Ik vroeg me af hoe mensen normaal eten. Als je in dat patroon zit, weet je niet beter.’
Ze schrijft haar eetstoornis toe aan haar controledrang en perfectionisme. Haar lichaam gaf haar echter signalen. Ze was altijd moe en haar ongesteldheid bleef uit. Haar modellenwerk beschouwt ze niet als de oorzaak, maar ze gebruikte het wel als excuus. ‘Hey jongens, het is normaal dat ik zo slank ben. Ik werk als model.’
Ze zocht een uitweg. Ze deed aan yoga en meditatie, las veel zelfhulpboeken en raadpleegde spirituele coaches. Ze focuste zich op dingen die ze leuk vond zoals dansen en motorrijden. Haar familie steunde haar door dik en dun. Op Instagram deelde ze inspirerende quotes over body positivity en zelfliefde.
Ze begon zelf ook Engelstalige poëzie te schrijven. Om haar innerlijke demonen te overwinnen, maar ook om andere meisjes in dezelfde situatie en hun ouders te helpen. Het zijn korte, ongekunstelde, kristalheldere verzen waar je spontaan een hashtag bij denkt. ‘And as I touched my skin / I realized / This is the body I will be in / This is my home / Take care of your home.’ Ze vond een uitgeverij die haar bundel op aanvraag drukt: Boekscout. Ze spreekt over haar boek in Vlaamse en Nederlandse kranten, maar deed ook al mee aan een Amerikaanse podcast. ‘Mentale gezondheid is er enkel belangrijker op geworden in tijden van corona. Als ik één iemand kan helpen, is mijn missie geslaagd.’
‘Het herstel was best pittig. Ik ben door de modder moeten gaan. Maar nu probeer ik naar mijn lichaam te luisteren,’ besluit ze. Haar nieuwe Brusselse biotoop heeft haar ook geholpen. Ze woont niet ver van Manneken Pis, in het toeristische hart van de stad, en heeft een internationale vriendenkring. ‘Brussel is een wereld op zich.’
Hij brengt als documentaire- en straatfotograaf het leven van vluchtelingen en asielzoekers in beeld. Hij toont via de sociale media dat migranten mensen zoals jij en ik zijn. Hij is een betrokken observator en verhalenverteller die al een fotoboek over Palestina op zijn naam heeft. Een gesprek met de geboren Brusselaar Frédéric ‘Fred’ Moreau de Bellaing (49).
Anne & Diego bieden als vrijwilligers van BXL REFUGEES onderdak aan vluchtelingen. (c) Frédéric Moreau de Bellaing
Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?
Door mijn liefde voor de film. Sinds ik wist dat ik zelf film wilde maken, ben ik begonnen met fotografie. Mijn eerste toestel was een Nikon FG 20.
Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?
Wat me het meest boeit in de fotografie, is het licht en de mens. Ik zoek altijd het licht op. Ik laat me inspireren en beïnvloeden door de technieken van de analoge fotografie om contrast en diepte te creëren.
Ik fotografeer vooral gewone mensen in hun natuurlijke omgeving. Ik heb oog voor het menselijke contact, de menselijke warmte, maar ook het tegendeel: de eenzaamheid.
Suleyman als een koning op zijn troon in de hal van het bezet gebouw. De muurschildering die verwijst naar een foto van een Afghaanse vluchtelinge van Steve McCurry was er al toen ze in het pand introkken. (c) Frédéric Moreau de Bellaing
Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?
Brussel is op basis van het percentage inwoners van buitenlandse afkomst de tweede meest multiculturele stad ter wereld. Ik vind het geweldig! Je kunt hier zowat elke cultuur ter wereld ontmoeten.
Brussel heeft als stad nog altijd een menselijke schaal en vertoont toch veel kenmerken van een megastad, zoals de culturele diversiteit. Het menselijke contact is er eenvoudig en vaak warm.
Waar ik niet van hou? De straten zijn vuil en de auto neemt nog altijd te veel plaats in.
Wat zijn je favoriete Brusselse foto’s?
(c) Frédéric Moreau de Bellaing
Bittere ironie. Een dakloze die slaapt onder een affiche van de Lotto.
(c) Frédéric Moreau de Bellaing
Tussen bloemen en covid. Een straatportret, snel gemaakt voordat de tram aankwam. Boeket bloemen in de ene hand, mondmasker in de andere hand.
Wat is volgens jou de meest fotogenieke plaats van Brussel?
Zolang er goed licht is en menselijke activiteit, kan elke plaats volgens mij fotogeniek zijn.
Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?
Het dagelijkse leven in Wetstraat 16 of in het politiecommissariaat aan de Grote Markt.
Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?
Ik heb nog te veel dromen. Er eentje uitkiezen, is onmogelijk.
Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.