Een veelheid aan verhalen uit een stad die terugplooit op zichzelf om zich te verlossen uit de Covid-miserie. Geniet mee wat er in oktober werd vastgelegd op beeld: Brussel in beeld.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Gebruik de hashtag #brusselinbeeld op Instagram. Via Flickr kan ook: maak een account aan en word lid van de BrusselBlogt-groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken elke maand een persoonlijke selectie.
Er lopen vandaag in Brussel twee tentoonstellingen over het werk van fotograaf Paul D’Haese. Mattie Billen van de blog Pierewit ging kijken in Contretype en Hangar en was onder de indruk. “Hoe lelijk, oud en vervallen de huizen, koterijen, muren, asfaltstroken of parkeerplaatsen ook zijn, het levert schitterende, soms zelfs ontroerende, beelden op.”
Ik hou veel van fotografie. Ik kijk graag in fotoboeken. De mijne hebben voornamelijk de mens als centraal onderwerp. Portretfotografie, boeken als ‘Brussel intiem’ (mensen die zich met al hun huisgenoten in hun interieur in een Brusselse woning lieten vereeuwigen), de stad met haar bewoners (Amsterdam en Parijs van Ed Van der Elsken), de mooie thematische boeken van Lieve Blancquaert, de erg geënsceneerde producties van Leni Riefenstahl, de estethisch uitgepuurde foto’s van Robert Mapplethorpe, zelfs Leopold III kan me als fotograaf charmeren en ook wel foto’s van concerten – bijvoorbeeld in Paradiso – of van mensen met hun huisdier. Eerder anekdotische foto’s, beelden waar je een verhaaltje rond kan brouwen door de situatie die je afleest.
Uitzonderlijk heb ik enkele boeken over interieurs waar geen mensen in te zien zijn, maar waar je vanzelfsprekend de mensen in kan waarnemen via hun creaties, hun inrichting, de sporen van maaltijden of rommel en vuiligheid, zichtbare armoede, de lompe tv in het midden van de kamer, het met een morsige sprei gedekte bed. Boeken of tijdschriften over (binnenhuis)architectuur waar alles onder controle is en proper en netjes gepresenteerd omdat de nadruk ligt op het concept van de architect die zich wil verkopen kunnen me eveneens bekoren.
Gisteren bezocht ik twee tentoonstellingen met foto’s van Paul D’Haese (1958°). Ik kende het werk van deze fotograaf niet. Maar wat een ontdekking! Ik raakte niet uitgekeken op de haarscherpe beelden van desolate landschappen en/of afgeleefde gebouwen, braakliggende terreinen of bruggen. Ik denk dat de fotograaf urenlang op zoek gaat naar de locaties en ernaar terugkeert om een juiste lichtinval en toevallige ‘passanten’ (een kat, een vrachtwagen, een caravan) in de cadrage te krijgen, met behulp van een technische camera waarmee hij alles uitgemeten vat. De compositie lijkt wiskundig berekend, soms is er net geen symmetrie en àltijd is er een prachtig spel van lijnen en vlakken en terugkerende vormen in sombere doch meestal warme kleuren. Vaak in combinatie met bomen, struiken, pilaren, kabels.
Hoe lelijk, oud en vervallen de huizen, koterijen, muren, asfaltstroken of parkeerplaatsen ook zijn en hoe ‘bric-à-brac’ de voorwerpen die zich erbij bevinden – schotelantennes, keien, dranghekken, kasseien, balkjes, afdekmatten, verkeersborden, elektriciteitskasten, vuilbakken – het levert schitterende, soms zelfs ontroerende, beelden op. De tijd laat zich lezen in de letterlijke littekens van huizen en bouwwerken die in diverse perioden bij elkaar gebracht werden. Het zijn tekens van afbraak en restauratie, leegtes die een verleden suggereren, vlekken die wijzen op herstel en slijtage en opnieuw herstel.
Bouwsels leunen tegen elkaar aan, ze staan vloekend en onlosmakelijk van elkaar in wat een eeuwigheid lijkt. Diverse grijzen in een strak lijnenspel van fabrieksmuren met schaduwpartijen vormen een contrast met een crème-fraîchelucht van witte wolken die uit de trapeziumvormige uitsnijding op de foto van deze hal opstijgen; op de binnenplaats liggen grote bij elkaar gebonden buizen en twee enorme industriële voorwerpen die ik niet kan duiden.
Sowieso zijn de foto’s heel fascinerend en opwindend doordat ze je fantasie prikkelen. Een reeks bleke garagepoorten staan repetitief te wezen met het accent op één donkerbruine poort. Elders staan betonnen wanden afgebiesd met prikkeldraad dominant in het beeld, op de hoeken enkele staalharde metalen muurankers. Op een verlaten binnenkoertje omzoomd door hoge witte muren staat het karkas van wat ooit een schommel was; op de wand achter dit staketsel zie je de schaduw van een reeks kale boomkruinen waarvan de (schaduw)stammen over de grond naar je toe kruipen. Op de dwarse witte wand is er een schuinaflopende schaduw van een leuning die zich boven op het dak bevindt van het gebouw dat je slechts héél fragmentarisch ziet. Op een andere foto met enkele kleine arbeidershuisjes die solidair driehoekig omhoog pieken in diverse kleuren en materialen, prijken scheuren in de muren haast vertederend naast ronde raampjes van hoop.
Industriële rommel krijgt op de foto’s van Paul D’Haese een dimensie van schoonheid door het haast abstracte ervan: een toren van autobanden, een stapel houtwerk met ergens bovenop een oude boot. Ik zou eindeloos kunnen doorgaan met het trachten te beschrijven van wat ik zag. Ik zag twee tentoonstellingen achtereen, ze zijn heel verschillend maar ik beschouw ze hier als één geheel van zeer herkenbaar werk van een interessante fotograaf. Ik ben enthousiast. Paul D’Haese heeft een nieuwe volger.
Op een rustige plek in het Zoniënwoud, ergens tussen de hippodroom van Bosvoorde en de Lorrainedreef, duikt een stenen cirkel op, omzoomd door 32 berkenbomen. Ook in een perfecte kring.
(c) Gaetan Carlier
Ik sta voor een herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de aanslagen op 22 maart 2016, in Maalbeek en op de luchthaven. Dat waren 32 mensen: twaalf in Zaventem en twintig in de metro. Elke boom symboliseert een slachtoffer.
Het memoriaal kwam er nadat een van de nabestaanden toestemming gevraagd had om een herdenkingsboom te planten. Het idee rijpte en kwam in handen van de Tervuurse architect Bas Smets. De man ontwierp ook het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van Anders Breivik op het Noorse eiland Utøya. Zijn betrokkenheid komt niet uit de lucht vallen. Zelf zat Smets op de Thalys op 21 augustus 2015 toen een terrorist het vuur opende en was hij in Boston tijdens de bomaanslagen op de marathon in april 2013.
De plaats is kalm en sereen. Zelfs de vogels zingen niet. Af en toe passeert er een jogger. Bonjour zonder klank. Het was even wachten tot de wolken wegtrokken. Zo kwam de zon vrij en kon het bewegingsspel tussen kruinen, licht en wind aanvatten. Het leek of de bomen elkaar een hand gaven. Stil rond de stenen kring.
In de reeks Verborgen sporen langs de Brusselse Ring gaat fotograaf Gaetan Carlier op zoek naar bijzondere plekken langs de belangrijkste verkeersader van en naar de hoofdstad. Meer info over het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de aanslagen van Brussel vind je op de website van Leefmilieu Brussel.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Gebruik de hashtag #brusselinbeeld op Instagram. Via Flickr kan ook: maak een account aan en word lid van de BrusselBlogt-groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken elke maand een persoonlijke selectie.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Je vraagt je heimelijk af of kunst toch niet overbodig
is, gedreven door moeilijke kunstervaringen en recente sociale-media-posts (in
het zog van de omstreden besparingen op cultuur).
De oplossing
Ga naar Roger Ballens werk kijken in de Centrale
(Sint-Katelijneplein). Deze fotograaf, die volgens zichzelf de sociale,
politieke en culturele vraagstellingen reeds lange tijd achter zich heeft
gelaten, tovert een “absurdistisch theater” op het fotopapier. Hij
zal je overtuigen, voorgoed, dat dat soort kunst niet deugt. Moeten ze nu
eeuwig de mens als een debiel voorstellen? Ofwel zal je hartig geraakt worden,
door de nieuwe emoties die verschijnen, de aanvaardbare zwaarte, de vervagende
schoonheid, de ontluikende onaanvaardbaarheid.
Algemene tip: benader een tentoonstelling als iets achter
een gordijn, met nieuwsgierigheid en onrustige kalmte. Wil bloot zijn en
beginnen.
En daarna: sterf of leef op.
Bij het buitenkomen en de stad inwandelen, troffen mij hangende dode vogels in uitstalramen, een man met zijn zoontje die poseerde naast het grote koehoofd van restaurant Amadeo in de Sint-Katelijnestraat (hij streek, nog snel overbodig naar schoonheid en harmonie hengelend, zijn haar goed), en tenslotte een groepje zittende en liggende huislozen, eentje geeuwend naar me opkijkend, nota bene pal voor het uitstalraam waar de tentoonstelling een extensie heeft, die me dadelijk uit mijn droom hielpen. Wat ik gezien had in de Centrale, werd weggeveegd. En kunst leek me plots toch weer flauw, in vergelijking.
Roger Ballen is geboren in 1950 in New York en woont en werkt in Johannesburg.
Roger Ballen Expo 14.11.19 ——–14.03.20 Ronny Delrue – Correspondances
Concert Die Antwoord 25.11 in AB
Centrale for contemporary art www.centrale.brussels
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Deel je foto’s ook op Instagram met de hashtag #brusselinbeeld