Vintage meubelen met een verhaal

Yves Franquet uit Oudergem geeft tafels, kasten en andere meubels uit de kringloopwinkel een nieuw leven. Hij renoveert ze in zijn atelier in Elsene en verkoopt ze in zijn gloednieuwe webshop Green Deco. Een gesprek met de 45-jarige ondernemer.

Green Deco

Hoe ben je op het idee gekomen om een eigen zaak op te richten?

In New York zag ik in de metro een affiche van een duurzame webshop voor meubels. Dat leek me een leuk concept. Ik ben al langer gepassioneerd door meubels en volgde een opleiding meubelrenovatie.

Het is het ideale moment om mijn kans te wagen. Ik heb een loopbaan van twintig jaar bij Proximus achter de rug, onder meer in de marketing. Toen mijn contract in februari afliep, wilde ik bij andere grote bedrijven solliciteren, maar door de coronacrisis vielen alle opportuniteiten plotseling weg. Dus heb ik zelf maar een job gecreëerd.

Veel ondernemingen noemen zich vandaag groen. Wat betekent die term voor Green Deco?

Wist je dat meer dan 80% van de meubels op de vuilnisbelt belandt? Ik ga uit van het circulaire model. In plaats van nieuwe meubels te maken, recycleer en hergebruik ik oude meubels. Ik haal mijn stukken uit de kringloopwinkel van Sint-Gillis. Ik herstel ze en geef ze een nieuw likje verf. Dat is maximaal drie dagen werk voor mij, en daarna kunnen ze nog lang meegaan.

Het transport is ook duurzaam. De leveringen gebeuren in het Brussels Gewest door de fietskoeriers van Dioxyde de Gambettes. Tot 80 kilo kunnen ze vervoeren.

Zwanseur

Waar vind je inspiratie voor de meubels en andere decoratievoorwerpen die je aanbiedt?

Ik kijk veel op Instagram, maar ik heb ook een internationale collectie boeken en tijdschriften rond interieur. Levis heeft een goede app die helpt om de juiste verfkleur te kiezen. Een vriendin zei me dat mijn stijl haar herinnerde aan die van de Memphisgroep, bekend voor zijn felle kleuren, geometrische vormen en aparte patronen.

Brussel is ook een inspiratiebron, blijkt uit de namen die je aan de artikelen geeft.

Klopt, zoals Ikea kiest voor Zweedse namen, kies ik voor grappige Brusselse namen: Babeleer, Dikkenek, Fieu, Half-en-half, Peï, Stoemeling, Zinneke, Zwanseur. De website is ook tweetalig.

Heeft Green Deco een goede start genomen? Wat verwacht je van de toekomst?

Het is nog allemaal nieuw voor mij. Elke dag is anders. Heel interessant. Ik huur momenteel een atelier in een gebouw bij Sint-Bonifaas. De webshop is net operationeel en ik wacht de reacties af.

Ik wil graag leveren aan particulieren, maar ook aan winkels en horecazaken. Vandaag is het een eenmanszaak, maar als het concept aanslaat, wil ik iemand extra aanwerven.

Yves Franquet

Green Deco heeft een website, een Facebook– en Instagrampagina.

De open brouwerij

Brussel heeft een nieuw bedevaartsoord voor bierliefhebbers. De spiksplinternieuwe brouwerij van Brasserie de la Senne op Thurn & Taxis heeft ook een degustatieruimte. Zeg maar een uit de kluiten gewassen biercafé met groot terras. Binnen heb je zicht op de brouwerijketels. See where the magic happens.

Het concept is eenvoudig. Je komt naar de taproom om bieren van Brasserie de la Senne te proeven. Er zijn geen andere drankjes te koop en geen hapjes. Wel negen bieren van het vat: klassiekers als Zinnebir, Taras Boulba en Jambe de Bois, maar ook de ongefilterde, hoppige Zinne Pils (eindelijk een pilsbier dat nazindert!) en Schieve Kolos, een saison die in samenwerking met een Oekraïense brouwerij ontstond. Daarnaast zijn er ook nog bieren uit de fles.

Het hoge pand valt op door zijn gevel van glas en metaal, een echo van het Havenstation, zoals Bruzz schreef. Het plafond is met hout bekleed en het meubilair is uit recuperatiemateriaal. Het is op vlak van energiegebruik een bijna passief gebouw. Aan de toog kun je door de coronamaatregelen niet zitten, maar er zijn wel krukken die uitkijken op de werkzaamheden in de brouwerij. Ssst, hier rijpt Zinnebir. Fascinerend, zo’n open keuken!

Een extra troef op zonnige dagen is het ruim bemeten terras. Gisteren raakten de tafeltjes snel bezet door collega’s die een afterworkdrink hielden. Ik hoorde Engels, Frans en Nederlands. Het terras ligt naast een oud rangeerstationnetje. De brouwerij bevindt zich op de hoogte van de Citroëngarage achter de gebouwen van Brussel Leefmilieu en de Vlaamse overheid.

Goede wijn behoeft geen krans, luidt het spreekwoord. Hoeft nog gezegd dat Brasserie de la Senne met haar innovaties en vakmanschap Brussel opnieuw op de bierkaart heeft gezet? Lange tijd was Cantillon de enige overblijvende brouwerij in de hoofdstad. Bernard Lebucq pakte uit met het fruitige, bittere Zinnebir voor de Zinnekeparade in 2002. In het spoor van de internationale opgang van ‘craft beer’ ontstonden het voorbije decennia heel wat nieuwe initiatieven: Brussels Beer Project, En Stoemelings, No Science, L’Hermitage, La Source. Opvallend is dat de la Senne sterk inzet op de verkoop in cafés en niet of nauwelijks in de supermarkten terug te vinden is. “Cafés zijn de ziel van de stad,” zegt brouwer Yvan De Baets.

De degustatiezaal van Brasserie de la Senne is open van dinsdag tot zaterdag, van 12 uur tot 20 uur. Adres: Anna Bochdreef 19-21, 1000 Brussel. Ingang door Havenlaan 88 (site van Thurn & Taxis), derde gebouw op de rechterkant. Je kunt in de webwinkel ook een bak bier bestellen. Meer info vind je op de Facebook– en Instagram-pagina.

Met de glimlach het licht tegemoet

Sven Gatz is sinds vorig jaar Brussels minister voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en de Promotie van Meertaligheid. Van 2011 tot 2014 was hij directeur van de Belgische Brouwers. Over zijn liefde voor Brussel schreef hij het boek ‘Bastaard’. Luc De Raedemaeker voelde hem aan de tand over zijn passie voor bier.

(c) Studio Nunu

Waar kijkt u graag naar?

Een goed gemaakte documentaire of een mooie film is altijd een goede afsluiter van een drukke werkdag.

Wat leest u graag?

Ik ben nogal een non-fictielezer, en dan vooral historische non-fictie. ‘De Bourgondiërs’ van Bart Van Loo heb ik met veel plezier gedegusteerd.

Waar luistert u graag naar?

Rock en jazz, en als het even kan een combinatie van beide. Steely Dan zit dus zeker in mijn playlist.

Met welke persoon wilt u graag een glas bier drinken ?

Een glas bier smaakt nog steeds het best in het gezelschap van een goede vriend, maar met David Byrne van de Talking Heads zou ik wel eens een goede stout willen pakken.

Wat is uw beste bierherinnering?

Ongetwijfeld het moment waarop ik hoorde dat de Unesco vanuit Addis Abeba de Belgische biercultuur erkend had als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Vooral omdat ik daar als bierliefhebber, als directeur van de Belgische Brouwers én als cultuurminister mijn steentje aan heb kunnen bijdragen.

Naar welke ‘bierrealisatie’ kijkt u op?

Er zijn heel veel uitstekende Belgische bieren, maar bier verkoopt zichzelf niet. Ik heb veel respect voor elke brouwer die een bier letterlijk en figuurlijk op de kaart kan zetten. Zo hebben we keuze te over in het segment van de blonde tripel, en toch zijn er brouwers die erin slagen om dat bier heruit te vinden en de aandacht van de consument te trekken. Die mix van bierkwaliteit en marketing vind je bijvoorbeeld terug bij Cornet en de Tripel LeFort.

Wat is voor u de grootst mogelijke heiligschennis binnen de bierwereld?

De Belgische biercultuur heeft een aantal essentiële regels, zoals het verschil tussen een abdijbier en een trappist. Daarnaast moeten we toch enige soepelheid inbouwen. Het is tenslotte de vernieuwing die het Belgische bier zover heeft gebracht en nu ook wereldwijd voor lekkere nieuwe bieren zorgt.

Maar… bier mixen met frisdrank is toch steeds een hachelijke onderneming. Zo heb ik ooit een Moine Fou geproefd: de helft Orval, de helft Schweppes. Zonde van beide.

Welk gerecht met bijpassend bier verkiest u als laatste avondmaal?

Zacht gegaard stoofvlees van varkenswangetjes met frietjes en veldsla, en daar een lekkere Duvel bij. Daarna ga ik met de glimlach het licht tegemoet.

Luc De Raedemaeker schreef deze tekst voor de bierwebsite Bier Grand Cru. Hij is ook coauteur van het Belgisch Bierboek, dat in 2016 bij Lannoo verscheen

De Vismet revisited

Beste vrienden bij het Brusselse stadsbestuur,

Hier ben ik weer! En: ik ben hier niet om te zagen.

Ten eerste wil ik toch even kwijt dat jullie goed werk leveren. Ik schrijf dit niet om eens een flink potje te janken en zagen. Dit stukje is maar een kleine suggestie, een bijdrage om een steentje te helpen verleggen in de grote, woelige, wereldbefaamde, BXL-rivier. Een steentje. Beetje bij beetje dragen jullie ook bij aan beter Brussel.

Hier en daar, en in de mate van het mogelijke, maken jullie werk van een Brussel 2020 – 2030 godbetert – een Brussel waar alsmaar meer Brusselaars zich in terug kunnen vinden. En dat is goed. Goed voor ons, Brusselaars. Goed voor de 181.726 inwoners, de mensen die het moeilijk en nodig hebben, de fietsers, de toeristen, de handelaars, de smartlappen, vaartkapoentjes en zievereirs, noem maar op. Het tijdperk-Mayeur-Problème begint achter ons te liggen. Fijn zo.

Foto: Sophie Nuytten, in opdracht van VGC

Ten tweede. Ik las daarnet op onze internationaal gerenommeerde stadsgazet BRUZZ dat de heer Mangain nadenkt (‘de optie bestuderen’, heet dat dan in bobotaal), om na — uiteraard- een duchtig rondje gepalaver, de Vlaamsesteenweg autovrij te maken. En ik dacht bij mezelf: “Wel, dat zou eens niet slecht zijn.” Daarom dat ik avec plaisir wil bijdragen aan het bestuderen van deze optie.

Want wat moet een Brusselaar anders in deze coronatijden?

Ten derde dan: doe niet te zot, he mannekes. Versta me niet verkeerd. In deze coronatijden is het normaal dat de ruimtelijke capaciteit wordt opgetrokken voor cafés en restaurants. Ze moeten kunnen overleven natuurlijk. En als je een terrasje hebt van 2 vierkante meter. Tja. Ik bedoel maar. Ik las anderzijds wel dat er terrasuitbreidingen worden uitgedeeld alsof het rollen toiletpapier waren in de begindagen van deze helse coronaperiode. Hoe meer, hoe beter. Jullie gaan toch moeten opletten niet te veel terrasjes te willen aanleggen. De Brusselaar moet zich ook nog wat kunnen manoeuvreren doorheen de jungle terrassende pendelaars, datende lovebirds en dinerende kameraden.

De publieke ruimte is er niet om alleen maar gecommercialiseerd te worden. Zie maar goed wat er zich op het Sint-Katelijneplein voltrok. Free 54 kan erover meespreken. In niet-coronatijden, en op zeer zomerse zonnige dagen, staan daar haast twee tot drie verdiepingen aan terrassen, mochten ze kunnen. En de Brusselaar, de voetganger, de flaneur? Tja, die moet er zich maar tussen wurmen. Neerzitten langs de kant voor een drankje of hapje? Forget it.

En al zeker wanneer de bloemenmarkt, of biomarkt, of boekenmarkt, of Brusselse-biermarkt, of babymarkt, of boemelmarkt staat opgesteld op het 54-plein. Die combinatie zorgt ervoor dat er niets, maar dan ook niets meer overblijft voor de inwoner. Casual dining-plekjes zoals Ellis, Bavet, Umamido zijn al dominant genoeg. Vraag maar na in Elsene, Leuven, Gent, Antwerpen of Brugge. Zulke zaken zijn commercieel vergif, maar soit, dat is een andere discussie (Disneyland aan de Zenne: de discussie in Bruzz).

De publieke ruimte is er niet om alleen maar een utilitair doel na te streven. Gebruiken groeien organisch, zeker in de stad. En al zeker in Brussel. Neem nu de Vismarkt, de place to be voor menigeen na een dagje hard werk, of gewoon voor Brusselaars die op zoek zijn naar sociaal contact. De Vismarkt is een ontmoetingsplek geworden. Dat was 3 jaar geleden al zo. En dat is, zeker tijdens deze warme coronadagen, alleen maar gegroeid. Als stad kun je het dan ook niet maken om daar plotsklaps terrassen neer te gaan poten.

Dan hou je absoluut geen rekening met de 1000–2000 man die daar soms verzamelen blaast. Daarom lijkt het me aangewezen om breder te denken dan enkel de Vlaamsesteenweg. Ik zou dit doortrekken naar de Baksteenkaai en Sint-Katelijneplein.

Check ⚫ ️op de kaart en zie wat ik juist bedoel.

Maak daar delen autovrij van, of anderen stukken dan toch autoluw. Waarom? Wel, enerzijds: hoe minder auto’s in Brussel, hoe beter. Door de coronacrisis merkte ik vooral hoe weinig buurtbewoners een auto hebben. Tijdens de lockdown bleek er dagenlang parkeerplaats overal. Echt. Overal lege, lege, lege plekken. Je gaat mij dus niet wijsmaken dat de mensen hier wakker zullen liggen van een parkeerplaats meer of minder. Je kan dus gerust stellen dat de buurtbewoners hier niet diegene zijn die urenlang liggen rond te toeren op zoek naar parkeerplaats.

Nee, nee. Ik merk nu, nu de scholen geleidelijk opengaan, de werkplekken, de cafés en restaurants, dat het weer aanschuiven is voor een parkeerplekje. Dat de files zich weer gezapig vormen en dat het weer vrolijk tuffen is richting BXL. Er komt weer meer volk naar Brussel. Dat betekent dus: meer auto’s. Daarom stel ik: als je enerzijds de terrasjes wil uitbreiden, dan zal je anderzijds parkeerplaatsen moeten schrappen en grote delen van de Vismet autovrij maken. Waarom de Vismet?

Die plek is eigendom geworden van de Brusselaar. Het is een dagelijkse ontmoetingsplek geworden voor heel wat mensen. Zeker op zonnige dagen. vergelijk het met de Graslei en Korenlei in Gent of Dageraadsplaats in Antwerpen. Dat zijn organisch gegroeide ontmoetingsplekken in de stad.

Hier aan de Vismarkt is de infrastructuur niet aangepast aan de capaciteit. Er staan ten eerste al te weinig vuilnisbakken. Er staan te weinig bankjes. Er rijden daar dus nog te veel auto’s. Ze rijden vaak ook veel te snel op de Baksteenkaai. Dit wordt vrij gevaarlijk aan het begin, waar het ijssalon en water veel spelende kinderen telt en aan het punt met het Sint-Katelijneplein, waar restaurantgangers en obers (in niet-coronatijden) heen en weer hossen. Of gaan we wachten op een eerste dodelijk ongeval?

Ik schreef het al in 2018, maar die plek moet eens een flinke update krijgen. Daarom, opnieuw, onderstaande suggestie.

Water is heel belangrijk in een stad. Hoe zou Brussel er hebben uitgezien als de Zenne niet overwelfd zou zijn geweest? Stel je dat eens voor. Move over Brugge en Gent, hier is Brussel. Het is een oude droom om die oude overwelfde Zenne weer bloot te leggen. Misschien moet daar ook maar eens werk van gemaakt worden. Ik suggereer dus eveneens: breek de hele bassin voor de Anspach-fontein open en leg daar een subtiele, frisse, waterpartij aan.

Eugène Boudin — Haven van Brussel (1871)

Ten eerste. Daar hoort water te zijn, als referentie naar de haven Brussel die ooit tot daar kwam. Bekijk hier maar eens hoe de Franse impressionist Eugène Boudin dit schilderde. Zonder water vervalt de Vismarkt tot een dorre kei-woestijn.

Ten tweede. Aan het water zitten is gezellig, maar je wilt na 2–3 weken je voeten echt niet in dat bassin, dat openbare riool, steken hoor. Ik zou er geen slokje water uit willen drinken.

Ten derde. Neem op dat vlak een voorbeeld aan Keulen (check bovenstaande foto). Aan de Rijn ligt de Rheingarten. Het is een plek waar de Rijn en de Hohenzollern-brug elkaar kruisen. Prachtig plaatsje in het coole Keulen. Tijdens de lente- en zomermaanden hangen hier ook heel wat Keulse gezinnen hier in het parkje, op de terrasjes verderop en kuieren en luieren ze tussen de stenen van deze waterpartij.

Laten jullie je daardoor inspireren? Combineer dat dan met de geplande heraanleg van het parkje op de Steenkoolkaai en de Schuitenkaai. Je kan dit gerust doortrekken. De wandelboulevard op de Handelskaai, een gezellig parkje op de Steenkoolkaai en de Schuitenkaai, een autovrije (of -luwe?) zone op de Baksteenkaai met waterpartij waar het heerlijk toeven is.

Ik zeg het nogmaals: jullie leveren goed en hard werk. Dit stukje is dan ook maar louter een suggestie, een ideetje, een voorstel.

Jurgen Masure schreef deze tekst voor het bloggersplatform Medium.

Daar is de flessenpost

Het jonge Brusselse bedrijf Contaynor moest snel schakelen tijdens de coronacrisis. Het transport voor bedrijven, vooral catering voor personeelslunches, viel weg van de ene dag op de andere. Nu levert de start-up dranken aan huis. Een gesprek met Andreas Van Assche (28), een van de twee oprichters.

Wat is het verhaal achter Contaynor?

Ik en Pieter-Jan (Wouters, nvdr) zijn oude schoolvrienden. We hebben allebei een economische richting gevolgd en het kriebelde om samen een zaak op te starten. In november 2019 hebben we Contaynor opgericht, een duurzaam transportbedrijf voor B2B. We leaseten bestelwagens en investeerden in een magazijn in Grimbergen.

We werkten al samen met traiteurs die aan bedrijven leverden tot de coronacrisis toesloeg. Dat verplichtte ons om het concept te veranderen.

Hoe kwamen jullie op het idee om dranken aan huis te leveren?

Heel simpel. We vroegen ons af wat bij het inkopen het lastigste is om naar huis te dragen. We dachten meteen aan zware bakken water, frisdrank of bier of kisten wijn. We contacteerden leveranciers en boksten snel een website in elkaar.

Bij ons bestel en betaal je via de webshop. We leveren aan huis, de dag na je bestelling. Je kunt je bestelling gemakkelijk volgen via track & trace. We bieden ook een extra service aan: we halen het leeggoed op als je opnieuw bestelt.

Jullie bieden opvallend veel Brusselse producten aan.

Klopt, we verkopen bier van Brasserie de la Senne en Brussels Beer Project en biologische limonade van Simone a Soif. We zetten lokale producten graag in de kijker.

Ik woon zelf in Molenbeek en Pieter-Jan in Brussel-stad. Ik kom uit Leuven, maar dat werd me te klein. Brussel geeft me meer prikkels.

Jullie streven naar ‘zero emission city delivery’. Hoe doen jullie dat?

We gebruiken elektrische bestelwagens van het Chinese merk Maxus EV80. Die zijn ideaal voor stedelijk transport. Nee, geen cargofietsen, omdat we grotere volumes in één bestelronde willen leveren. We laden onze vloot op in ons distributiecentrum, dat zonnepanelen op het dak heeft.

Hoe ver reikt jullie ambitie?

We hopen dat ons nieuwe concept aanslaat en dat we kunnen groeien, eerst in Brussel en de randgemeenten en daarna in andere Belgische steden. Ons voorbeeld is Flaschenpost, dat in Duitsland erg succesvol is. Het potentieel is er.

Contaynor heeft een eigen website, Facebook– en Instagrampagina.

Wij(n)

Ik ben van B. naar A. gereisd, om een geliefde schrijver te parafraseren.

In B. ben ik al jaren thuis, in A. kom ik thuis bij mijn ouders.

Iedere keer als ik in A. kom, zijn er weer dingen veranderd.

Plekken zijn verdwenen, andere zijn plots uit de grond gerezen.

(c) Den Triangel

Zo sta ik op mijn wandeling ineens voor een heerlijk herenhuis.

Ik heb erover gelezen. Ik wist niet dat het hier was. In Hopland.

Het toeval bracht me hier.

Een nieuwe boekenwinkel annex wijnbar.

Ik kijk even bij de boeken beneden, ga dan naar de eerste verdieping.

Daar zie ik de geliefde schrijfster. Ze drinkt rode wijn.

Zou ze me herkennen van die keer op de trein?

Ik bestel een glas witte, een van de weinige glazen van deze maand.

‘Everytime we say goodbye’ zorgt voor verstilling.

Ik neem een tijdschrift uit het rekje op de marmeren schouw. Ik lees een artikel over een schilder – de nachtburgemeester van Oostende.

Rechts van me praat een koppel fluisterend, een beetje verderop werkt een jongeman met hipsterbaard op zijn laptop.

Links van me is de schrijfster in de weer met haar smartphone. Af en toe kucht zij eens. Haar kuchjes inspireren me.

Intussen speelt Dexter Gordon ‘A nightingale sang in Berkeley Square’.

De schrijfster staat recht en loopt naar de kassa. Flessen klingelen kwetsbaar in haar zwarte katoenen schoudertas. Te dun om zo zwaar te zijn. Haar bankkaart maakt biepjes in de betaalautomaat.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Moliterno al Tartufo

Het was een treurig zicht.

Ik zat in het centrum van de stad voor het raam van een aftands fastfoodrestaurant te kauwen op een frietje dat heimwee had naar zijn natuurlijke staat – diepgevroren. Uit een grote coca cola-beker zoog ik een slok kraantjeswater met belletjes naar binnen, om een en ander door te spoelen.

De mensen buiten – ik keek naar hen, zij niet naar mij – zagen er gelukkig uit, op deze eerste koopjesdag. Het miezerde wat, maar dat leek hen niet te deren. Er waren moeders en dochters, adolescenten met een verzorgd baardje, gezinnen met een ouderwetse papieren kaart van Brussel in de hand, en niemand had echt haast.

Kwaliteit. Zonder meer, maar ook zonder toegevingen. Dat was mijn nieuwjaarsresolutie voor dit jaar. Kwaliteit, zoals in leven in de diepte, ten volle, traag, genieten, intens, voelen, alle poriën open. Niets had het te maken met duur leven, met welgesteldheid – nee, dat woord klinkt vandaag nog meer dan in mijn arme studententijd als verwerpelijk bourgeois.

De kwaliteit in het fastfoodrestaurant was onmiskenbaar top. Elke friet, elke hamburger, elke beker water was tot in het kleinste detail een voorspelbaar eindproduct van een gestroomlijnd proces, de ingrediënten volstrekt gestandaardiseerd, enkel de mensen op het einde van de ketting, met moeite bijeengehouden door hun teamleiders, maakten een verschil. Hun glimlach. De sluwheid waarmee ze in sneltempo jouw bestelling bij elkaar harkten.

Het was mijn opdracht van de dag. In elk doodgewoon detail de kwaliteit ervaren. De papieren zak met een nieuwe broek en een vers hemd stond naast me. Daar werd ik al niet bepaald vrolijk van, ook niet mistevreden, begrijpt u het niet verkeerd, de kleren staan me. Maar deze middag, kauwend op mijn friet, gezeten op een kruk waarvan de voetsteun ontbrak, was ik zonder enig verweer een niet te onderscheiden onderdeel van de massa.

Ik dacht aan de kaaswinkel waar ik straks nog naartoe zou gaan, daar hebben ze Moliterno al Tartufo op voorraad, van de Sardijnse kaasmaker Central. Een pecorino (schapenkaas dus), die na twee maanden rijping verse zwarte truffel geïnjecteerd krijgt, en dan nog een aantal maanden mag rusten. Echt een heerlijke kaas – u kan hem zelfs op Amazon bestellen, als u in Amerika zou wonen, wat u niet doet uiteraard, ik vermeld het enkel als teken dat ze er ook in Sardinië in slagen om consistente kwaliteit te produceren, met rieten mandjes en handwerk en al.

Proeven van die kaas zou me redden, ik was er zeker van, de smaak zou me verheffen boven de massa, die willoze kudde schapen die dagelijks misleid werd tot een leven vol voorspelbaarheid en gehoorzaamheid, gemanipuleerd door een stroom van valse informatie en de hogere machten van het kapitalisme – kortom, slachtoffers van het systeem.

Het moet een treurig zicht zijn geweest, een hovaardige man voor het raam van een aftands fastfoodrestaurant, alweer mislukt in zijn poging om in de diepte gaan, om schoonheid te vinden in het alledaagse, terwijl die toch voorhanden was, in de smileys en hartjes die de conversatie sierden op de telefoon van de jongen naast hem, in de gedachten van het meisje dat hem bediend had en achter haar toog in stilte danspassen oefende. Zie je het? Niets om hovaardig over te zijn.

Behalve dan, toch telkens weer, Moliterno al Tartufo.

Dirk Van Boxem schreef deze tekst voor zijn persoonlijke blog Bijgekleurd. In 2019 publiceerde hij de roman Morgenster.

Cones, de eerste artisanale Argentijnse ijswinkel van België

De Argentijn Alejandro Atampi en zijn Belgische vrouw brengen artisanale en seizoensgebonden ijsjes naar Brussel. Hun ijsjeszaak Cones kiest zoveel mogelijk voor verrassende biologische producten en typische smaken. Dat is het geheim van de eerste Argentijnse ijsjeswinkel van Brussel en België.

Alejandro begon in Argentinië op jonge leeftijd te werken als metselaar. Eind jaren negentig vertrok hij naar New York, omdat hij in Argentinië een man had leren kennen die personeel zocht voor zijn ijswinkel Cones in de Verenigde Staten. Hij ging aan de slag in de druk bezochte winkel, dicht bij de WTC-torens. In de Big Apple leerde hij zijn Brusselse vrouw kennen die grafische vormgeving studeerde. Sinds een jaar wonen ze in België. Vier maanden geleden openden ze de tweede vestiging van Cones in Elsene.

Iedereen kent wel de Italiaanse ‘gelato’. Wel, deze is door de Italiaanse massa-immigratie naar Argentinië gegaan, en zo ontstond er een symbiose tussen lokale smaken en Italiaanse smaken. Zo kan je bij Cones Brussels proeven van maté-thee, dulce de leche (karamelpasta), maïs, zoete aardappel, biet, pompoen, sabayon en verschillende sorbets.

De naam Cones verwijst niet alleen naar het hoorntje van het ijsje, maar ook naar de Cono sur of de zuidkegel van Zuid-Amerika. Het thema van de ijswinkel is de inheemse cultuur van Salta en Jujuy in het noorden van Argentinië.

In het salon kun je niet alleen een ijsje proeven en een kop koffie drinken, soms zijn er ook facturas of Argentijnse koffiekoeken en de typische alfajores (tarwekoekjes met daartussen dulce de leche). Elke zondag, tussen 15.30 uur en 18 uur, kun je maté komen drinken. Er is een tafel om heerlijk te babbelen in het Spaans. De Argentijns-Brusselse gemeenschap is dan ook vertegenwoordigd en vindt er steeds meer haar ontmoetingsplaats.

Cones Brussels, Hippodroomlaan 59, 1050 Elsene, open van woensdag tot maandag.

Willemjan Vandenplas is auteur van het boek ‘Dagboek van een Wereldburger’ en blogt voor Medium.com.

Pistolets deluxe

De zondagse pistolet, een stukje Belgisch culinair erfgoed, in ere herstellen. Dat was de missie van Valérie Lepla toen ze bijna zes jaar geleden Pistolet Original opende in de Zavel. Die opdracht heeft ze met brio volbracht dankzij een fijne neus voor kwaliteit en slimme communicatie.

(c) Thijs Snauwaert

Culinair recensent Bruno Vanspauwen noemde de pistolet “dat ronde broodje met een gleuf in het midden, lekker krokant vanbuiten en met luchtig, ietwat vochtig kruim binnenin”. Lepla stelde vast dat de aloude pistolet in de hoofdstad moeilijk te vinden is en klopte aan bij Yves Guns, een artisanale bakker in de Brusselse rand. Ze werkten samen een recept uit. Guns levert de pistolets exclusief aan Pistolet Original.

Een goed broodje verdient ook goed beleg. Ook daar houdt Lepla nationale tradities in ere, met klassiekers als americain, grijze garnalen, krabsla, platte kaas met radijzen en uien en Ardense ham. Minpuntje: het vegetarische en vegan aanbod is minimaal, wat voor een eigentijdse broodjeszaak doodjammer is.

Tweemaal per jaar nodigt Pistolet Original een chef uit om een nieuw broodje te bedenken. Dat blijft vervolgens zes maanden op de kaart staan. Wij proefden de huidige pistolet du chef, een teryaki-zalmbroodje van Tomoyasu Kamo van het gelijknamige sterrenrestaurant Kamo. Het is met ingrediënten als Romeinse sla, radijs, groene asperge, shiso, sesam en wasabimayonaise, pure verwennerij, een perfecte mix van Belgische en Japanse eetcultuur. Vanaf 1 oktober serveert de West-Vlaamse chef Willem Hiele een broodje met vleessla, aangevuld met een warme bouillon.

(c) Thijs Snauwaert

De samenwerking met gerenommeerde koks past ook binnen de uitgekiende marketingstrategie om een merk op te bouwen. Lepla runde niets voor niets vroeger een pr-bureau rond cultuur en gastronomie. De zaak haalde meermaals de pers en online lijkt de combinatie pistolet en Brussel maar één zoekresultaat op te leveren. In de kruidenierszaak met Belgische producten vind je niet alleen een speciale editie van Taras Boulba van Brasserie de la Senne, maar ook zakjes met schepsnoep, die het logo van Pistolet Original dragen. Die differentiatie met als motto ‘Belgian taste’ maakt het ook mogelijk om meer te vragen dan de concurrentie. Voor het broodje van Kamo tel je 8,50 euro neer. In de Zavel, waar al eens een Maserati voor de deur staat, hoeft dat geen obstakel te zijn.

Pistolet Original heeft in zijn aangename lunchplek met terras het belegde broodje naar een hoger niveau getild en dat verdient applaus. Een tweede zaak is gevestigd in de Beenhouwersstraat aan de Hubertusgalerijen. De winkel in de Europese wijk ging echter snel dicht, volgens Lepla omdat originele, lokale, huisgemaakte producten er minder aanslaan. De uitbreiding van de zaak geldt nu vooral voor catering en events: “Er is een grote vraag bij bedrijven en particulieren naar een kwalitatieve, kleine gastronomie”.

Slotvraag: welke pistolet eet de zaakvoerster zelf het liefst? “Geef mij maar lekker gehakt met pickles of warme witte pens met gebakken uien. ”

(c) Tom Van Bogaert

Pistolet Original, Joseph Stevensstraat 24 / Beenhouwersstraat 44, 1000 Brussel.

Plant een fruitboom

Heb je een tuintje of een geveltuintje? Waarom zou je er geen fruitboom of -struik planten? Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, organiseert nog tot 6 oktober voor alle Brusselaars een samenaankoop van fruitbomen en –struiken.

Je hebt de keuze uit vijftig verschillende fruitbomen en -struiken, van laagstam tot hoogstam, van peer tot bes. Het ecologisch plantgoed komt van boomkwekerij De Linde uit Heuvelland. Je krijgt een korting van 5 procent.

Er zijn veel goede redenen om een fruitboom te planten, weet Velt: biodiversiteit, vergroening, een gezellig schaduwplekje en natuurlijk vers en gezond fruit. Een fruitboom hoeft ook niet heel veel plaats in te nemen.

Maar welke boom of struik past in je tuin? Velt geeft je alle informatie om een juiste keuze te maken, waarna je online kan bestellen. Het afhaalmoment vindt plaats op 30 november 2019 op een terrein naast Studio Citygate in Anderlecht.

De samenaankoop kadert binnen Verger Partagé, het project waarmee Velt van stadsfruit in Brussel een ecologische en sociale troefkaart wil maken. In 2018 bracht de vereniging al plaatsen met fruitbomen in kaart, van Anderlecht over Laken tot Sint-Pieters-Woluwe. Er kwamen in samenwerking met vzw Parckfarm ook negen nieuwe fruitbomen bij in het park van Thurn & Taxis. Daar vindt ook op 5 oktober 2019 het tweede oogstfeest van Velt plaats.

Meer informatie over de samenaankoop vind je op de website van Velt.