Author: Sammy Raeymaekers

Slagerij Vercammen

Slagerij Vercammen vind je niet tussen de zoekresultaten van Google. Maar Jean-Marie bestaat, écht. Hij slentert geregeld langs de Molenbeekse kanaalkant. Je herkent hem aan zijn schouders die ontleend lijken aan een blanc bleu belge, aan de twee vetrollen in zijn nek die als witte pensen op elkaar gestapeld liggen, maar vooral aan de diepe frons op zijn voorhoofd.

©Renaud Callebaut
©Renaud Callebaut

Halouf, Berbers voor ‘varken’. Het stond in slordige blokletters op zijn rolluik gestift. Jean-Marie Vercammen verdenkt het crapuul uit de wijk Zwarte Vijvers, de afgunstige eigenaars van de boucheries halal. Hij laat er zijn ochtend niet door vergallen, bergt de fles white spirit op en slaat zijn slagersschort om.
Al drie generaties lang houdt Slagerij Vercammen stand als een gezellige ontmoetingsplek op de westelijke kanaaloever van Brussel. Het is een lieu de mémoire waar oude knarretjes in Brussels patois hun hart komen luchten. Nu zijn dochter Clara aan het einde van dit schooljaar afstudeert, lijkt de opvolging verzekerd.
Sinds de crisis van de jaren zeventig wordt zijn werkvreugde overschaduwd door de prijzenslag van de exotische slagerijen. Jean-Marie vindt ze nestbevuilers. Zelf is hij een van de laatste ambachtelijke slagers in de vijfhoek, een koppige Brusselse ket met het hart op de juiste plaats. Jean-Maries klanten hebben het niet breed en waarderen de gulheid waarmee hij het gehakt of de ossentong op zijn weegschaal wikt en er steevast een paar honderd gram aan toevoegt. Zijn altruïsme vertaalt zich maandelijks in een boekhoudkundig deficit waar stielkennis maar weinig gewicht tegen biedt.
Wat Jean-Marie niet vermoedt wanneer hij de grijze randen van de préparé nog eens omroert en de hespen tot een tableau vivant schikt, is dat vandaag een man in linnen pak, katoenen shirt en gestippelde zijden das de winkel zal betreden, met een stapel niet beantwoordde aanmaningen tot betaling en een dagvaarding onder de arm. En dat Clara nog voor zijn komst zal bekennen dat ze al vijf maanden lang heimelijk afspreekt met Yassine, een jongen uit haar klas die zijn jaar overdoet. Dat ze de Koran is beginnen lezen. En besloten heeft om de zaak niet over te nemen.

Polaroids van Sint-Katelijne

Op de Oude Graanmarkt bundelen bomen het felle licht tot krachtige stralen die groepen kinderkopjes accentueren. Een stalen giraf vist een loodzware theezak uit een container. De luidruchtige toerist definieert zichzelf vandaag als manzwangere bierton, vacuüm gezogen onder een fluoroze polo en nepleren heuptas, voortbewogen door coureursbenen in safaribruine broekspijpen en casual herenschoenen met witte zool.
 
sint-katelijne

Foto © Lieselore Van Hertum

 
Een romavrouw vraagt om een aalmoes. Haar doelwit mompelt ‘Je suis désolé’, zonder goed te weten wat hem net spijt.
De slungel met blinkend zwart nektapijt en donzige snor verovert het laatste vrije bankje. Zijn pet balanceert grotesk op zijn hoofd, als het te kleine kroontje van een sprookjesprinses. Een t-shirt wrikt zich in kreukels onder zijn oksels en wassend zweet lijmt de trainingsbroek aan zijn ledematen. Bij het betreden van de City 2 beval een bewaker hem om zijn gedachten achter te laten. Hij vergat ze terug te vragen bij het buitengaan.
Er weergalmt een commando: ‘Allez Bobby, kom, plus vite!’ Het vindt weerklank bij een witte bichon frisé. ‘t Beest heeft een grotere kop dan nodig.
Aan de oesterbar, met panoramisch zicht op de terrassen en op het kerkportaal, strandt een gegidste troep adolescenten. De uiteenzetting over kerkelijk leven krijgt dezelfde bijval als muzak in een te warm metrostation. Een kwintet giecheltrienen en hitsige posterboys reageert verrast wanneer de sliert zich opnieuw in beweging zet. Met de verwarde haast van een karaokezanger die het gemiste begin van zijn liedje recupereert, lichten ze de smartphones uit hun holsters, vellen het plein met een reeks voltreffers.

La Terre en Fleur

Isolatie. Decoratie. Investering. ‘We kunnen het allemaal gebruiken’, moeten de ontwerpers van metrostation Louiza gedacht hebben, toen ze een van de ingangen opwaardeerden met het wandtapijt van Edmond Dubrunfaut. Het Brussels verhaal van deze 20ste-eeuwse beeldende kunstenaar speelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog af, toen hij Doornik verliet om aan het Hoger Instituut voor Bouw- en Sierkunsten van Ter Kameren te gaan studeren. Dubrunfaut koesterde kunst als middel om een groot publiek te bereiken. Zullen we afspreken om metrostation Louiza enkel nog in te duiken langs de ingang die de Quatre Brasstraat, de Waterloolaan en het plein met elkaar verbindt? En om tijdens de afdaling van de trappen – in navolging van de ondertitel – de liefde en de hoop in onze handen te omklemmen en ze voor de rest van de dag niet meer los te laten?

La Terre en Fleur

In het hoofd van een man
snoeit een stel goudgele vlechten
het woekerende schuldbesef,
fleurt donkere kamers op
met plastieken bloemen:
die houden langer
maar niet van elkaar.

De blonde lokken van de dochter
rijzen omhoog en verworden tot
zonnige piekjes die hand in hand
een onttroonde keizer kronen.
Edelmetaal gedijt nu eenmaal niet
in zuivere bodem
macht evenmin
in hoofden waar natuur
geworteld zit.

Een vrouw snoof zo hard
dat het leven uit haar gezicht
weg trok.
Alle kleur kleeft nu aan haar schedelpan
met gretige borstelstreken aangebracht
door het meisje dat haar
ooit, terloops, op een trein
vroeg of ze zich gelukkig voelde.
‘En of’ antwoordde ze toen,
en of het moeilijk was.

De aarde in bloei
de aarde in bloem,
paardenbloemen met grillige drakenvleugels
doen de weide ritselen.
Kelkbladen ontwaken als ogen
uit een lange diepe slaap
onthullen versuft
een snoeproze knop.

sammyraeymaekers.tumblr.com

Een geur die je kan vatten

©sanderdewilde.com 2010
©sanderdewilde.com 2010

Terneergeslagen gezichten brengen een ootmoedig eerbetoon aan de grauwe zondagochtend. Straatstenen, gebouwen en mensen in grijswaarden worden meegevoerd door een kwaaie alcohollucht. De capitool, vergaarbak van menselijk secreet, prikkelt de neusharen. Duizendeneen kapsels, gelaatsuitdrukkingen, ritmes, gedragingen en emoties: overdadig veel ikken plegen een aanslag op je zintuigen. Zelfvervolmaking en zelfverwezenlijking druipen in slogans en verzen van de stationsmuren af. Deze walm van menswording grijpt naar je keel. Het is een onherbergzame omgeving voor een zoekende zelf. Niets bevestigt, niets bestendigt.
Onder de bandeloze relativeringsdrift van de stem die door de intercom schalt, struin je door de krioelende mensenstroom. Als een bedelaar op zoek naar een aalmoes spreek je mensen aan: “Hoe doe je dat, zo uitbundig glimlachen, zo onbevangen van het leven genieten, zo onbevreesd een geliefde omarmen, zo uitbundig een kind vermaken?” Je speurt naar die enkele vragende blikken die zichzelf verraden, waarin je herkenning ziet en je lot aan wil verbinden. Tevergeefs.
Het metrostel nadert je enige zekere bestemming van vandaag en je maakt aanstalten om uit te stappen. Een man strompelt naar de deur, kijkt schichtig om zich heen. Bij gebrek aan tanden om zich elders in vast te bijten, kauwt hij op zijn eigen lippen. Wenkbrauwen kronkelen als in het nauw gedreven regenwormen en zenuwachtig blaast hij zijn ingevallen wangen op, om ze meteen weer leeg te prikken. In alles verraadt hij bezorgdheid, om een verlies. Hij graait gretig in de openingen van zijn verfrommelde overjas en tovert als een klungelige goochelaar achtereenvolgens een gebruikte papieren zakdoek, een handvol muntstukken, een paar horlogebandjes (waar is de tijd heen?) en een balpen tevoorschijn. Met de zakdoek dept hij zijn klamme voorhoofd. Het opgejaagd wild verspreidt de scherpe, ranzige wasem van een misprezen verschoppeling. En toch straalt deze afgeleefde vagebond een zeker charisma uit: zijn haar is warrig, maar duidelijk gestileerd en de lompen waarmee hij is uitgedost zouden hem in gewassen toestand een zweem van bohemien verlenen.
Het heerschap merkt je passage op en met de nodige theatraliteit kijkt hij je indringend aan. Terwijl zijn geïmplodeerde mond tot een steelse glimlach krult, klapt hij zijn oogleden even dicht, als een schalks eerbetoon met de zachtheid van een piepkuiken. Je denkt: “Deze goochelaar tovert schoonheid met weerhaakjes, breekbare pracht die in het geheugen blijft hangen.”
Terminus.
Eindpunt.
 
sammyraeymaekers.tumblr.com