Dagdromen/nachtmerries

Jill Tersago is 26 en woont, werkt en heeft lief in de stad Brussel. Haar blog Abrikozen is een grabbelton van reistips en andere pleziertjes.
Brussel heeft vele plekken die je fantasie losweken, andere waar de kunst van het verbeelden niet meer nodig is. Een daarvan is het Vossenplein, de Place du Jeu de Balle, in de Marollenwijk in Brussel.
Elke dag, van in de vroege uurtjes, kun je hier ronddwalen op de welbekende vlooienmarkt. Speelgoedsoldaatjes, schilderijen die uit grootmoeders huis lijken te komen, oude zwart-wit vakantiefoto’s van onbekenden, gekke hoeden, verlepte pluche beren, je kan het je amper bedenken of je vindt het er.
Zo loop je dan te dagdromen tussen duizenden spulletjes, tot je iets in je ooghoek ontwaart. Een vale knuffel van E.T. en een afgehaakt poppenhoofd, daarnaast een joekel van een vleesmes. De dagdroom verglijdt in een nachtmerrie. Slapen met je ogen open. Ik lijk wel de enige die het merkt.
Twee meter verder rommelt een jongen in een platenbak. Ik draai mijn rug het enge tafereel toe en vergezel hem, een vrolijk wijsje fluitend.

Er wordt geschreven in Brussel

 

Het ruist weer heftig in het Brusselse struikgewas. De laatste dagen was onze prachtige hoofdstad niet uit de media weg te slaan. Soms met berichten die ons misschien bang maken: huiszoekingen in het terroristisch milieu, verijdelde aanslagen, economische terugval in de horeca en toeristische sector.
Maar gelukkig ook veel positief nieuws: we maken ons klaar om een nieuw jaar in te zetten. We kijken uit naar nieuwe avonturen in 2016. En ook hierover wordt volop gecommuniceerd. We mailen, twitteren, facebooken,..erop los en bovenal: We hebben de vrijheid om dit te doen! Wat als dit niet meer het geval is?

Continue reading

"Trekt aa plan" oftewel les jeunes de Bruxelles

Elke dag kom ik hen tegen. Hun dag begint als ik ’s morgens Brussel kom binnengereden op mijn fiets. Bovendien eindigt de schooldag precies op het moment dat ik ook naar huis mag. Een vreemde versmelting van mijn eigen volwassen zelf, ondanks alles toch ook niet zo oud, met nieuwe kleine wereldburgertjes, voor wie ik wel antiek moet lijken.

Tussen het ontwijken van de vele naar bus of tram lopende hordes door, heb ik toch eens de tijd genomen om hen wat oplettender te bekijken. En ik moet toegeven dat dit niet helemaal zonder afgunst is. Want de Brusselse jongere is cool! Het is natuurlijk onmogelijk om hen, met al hun unieke hoofdstedelijke verscheidenheid, te veralgemenen. Maar toch is er iets wat zij, en alleen zij, allen uitstralen: wereldwijsheid.

Continue reading

De Schrik van het Katelijneplein

Evelien Dockx (26) heeft een zwak voor woorden, muziek en (ver)dwalen in Brussel. Deze tekst dateert uit 2011 toen ze voor Guido-magazine een vaste column schreef over studeren in Brussel. Nu maakt ze luisterspelen voor het Huis van Eustachius.

Een tijdje geleden ging ik op café met een vriendin van mij die nog maar pas in Brussel woont. We spraken al een paar keer af, maar elke keer komt de vraag terug. “Ben je niet bang, ’s avonds alleen in Brussel?” Zelfverzekerd schud ik mijn hoofd. Ze kijkt alsof er iets mis is met mij. Brussel is groot, eng en gevaarlijk. Zeker wanneer je als meisje ’s avonds alleen over straat loopt, dan moét je schrik hebben. Maar ik niet. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein – ik breek je hart, ik breek je benen.
Misschien komt het door mijn geweldige en allesoverheersende badassness. Ik ben waarschijnlijk het toonvoorbeeld van hashtag whitegirlproblems, maar als ik De Jeugd van Tegenwoordig luister, word ik Queen Bitch. Dan ben ik de zwarte Afrikaanse met gouden kettingen, opzichtige schmink en een sigaret in haar mond die de buurt doet bibberen door enkel en alleen haar rechterwenkbrauw te heffen. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein – ik breek je hart, ik breek je benen.

Continue reading

Brussel Centraal

Roel Nijleend komt graag in Brussel en wil de stad beter leren kennen. Deze bijdrage schreef hij oorspronkelijk voor Azertyfactor, het online schrijversplatform van de vzw Creatief Schrijven.

Geachte heer, beste vriend,
Je kent mij niet. Ik weet niet waar jij woont. De kans dat jij deze brief zal lezen is dus klein. Maar ik vond dat ik hem toch moest schrijven. We zagen mekaar gisteren, in de wachtzaal in Brussel Centraal. Enfin, ik zag jou. Je liet me geen andere keuze. Ik vermoed dat jij mij niet echt hebt opgemerkt. Je had het nogal druk.
Door een defecte locomotief zat het verkeer in de noord-zuidverbinding weer eens helemaal in de knoop. De stationshal was volgelopen. Er hing een beklemmende geur. Een mix van ambtenarenzweet en warme wafels. Ik wou er weg en wel zo snel mogelijk. Heel even overwoog ik te vluchten in zo’n typische stationsbar. Waar sombere figuren op elk moment van de dag troost vinden in een grote Leffe. Toch maar niet. Ik genoot van de stilte die over mij viel toen ik de wachtzaal binnenstapte. Ik koos de stoel achteraan, naast de man met de opzichtige hoofdtelefoon. Hier was het ook druk, maar toch heerlijk stil.

Continue reading

Hittegolf op zijn Brussels

38° Celsius meldde de thermometer van mijn wagen me die dag, op drie augustus 2015 om 16u te Brussel. Amai, dat was wel degelijk warm. Een hittegolf? Of canicule, zoals ze hier zo mooi zeggen! Zelfs al is de thermometer van mijn aftandse rammelbak misschien niet meer helemaal betrouwbaar, in één ding had hij toch gelijk. Het was warm! Toen ik door het Wolvendaelpark liep, werd deze stelling helemaal bevestigd.
Het Wolvendaelpark is een prachtige, groene oase. De heuvelachtige paadjes, omzoomd door hoge beuken, boden al vaak verkoeling aan menig natuurzoekende stedeling. Bij het minste straaltje zon loopt het park altijd bomvol. Jong en oud komen voor de natuurlijke rust en frisheid die het park aan iedereen gratis weggeeft. Maar die dag was het er nagenoeg leeg. Het was simpelweg te warm op het gras. En de wuivende beukentakken brachten geen soelaas. Ze verplaatsten enkel hete lucht. Twee waaghalzen durfden het aan om zich toch eventjes neer te leggen. Of zijn ze bezweken in de verzengende zon? Een ding is zeker, die dag was het in het park inderdaad (uitzonderlijk) heel erg rustig. 😉

Zondagstip: Thaborberg

De naam Thaborberg doet denken aan de hooglanden in Afghanistan of Iran, maar dat is het niet: Thaborberg ligt gewoon op de grens van Brussel en Dilbeek. Het is een mini-natuurgebied met enkele kleine ravijnen, waterpoelen en vanzelfsprekend is er ook een kleine heuvel. Een ideale zondagsuitstap dus.


Thaborberg - Brussels

Het is wat zoeken vooraleer we de ingang vinden. Het pad ligt tussen de bomenrij naast de oprit van instelling Michielsheem. Eenmaal vertrokken staat alles goed gemarkeerd, een beetje te gemakkelijk voor ‘avonturiers’ zoals wij. En toch is het genieten: de padjes zijn kronkelig, af en toe ligt er een boom in de weg. Eenmaal de laagliggende poel gepasseerd komen we uit bij de ’berg’. Klimmen! Ooit was Thaborgberg een kalkzandsteengroeve en dat is er nog aan te merken. We dalen de kleine helling af. Het gehele gebied ligt geklemd tussen weilanden en de villawijk ernaast. Af en toe zien we een bewoner bizar opkijken naar de passanten in hun achtertuin.

Continue reading

Kerststress

Jill Tersago presenteert op haar blog Abrikozen Op Mijn Boterham bitterzoete hersenspinsels van een twentysomething die leeft en liefheeft in de stad.
Het tijdstip is aangebroken, er valt geen ontkomen meer aan: de kerststress daalt neer op ieders schouders als een smeltend ijsvlokje dat pijnlijk koud op je neus komt te zitten. Want: er is minstens nog één persoon voor wie je een cadeautje moet kopen – wat zeg ik – bedénken, de aanblik van de overbevolkte winkelstraten doet menig mens knikkende knieën krijgen en wie heeft aangeboden de feestmaaltijd voor zijn of haar rekening te nemen voelt zich waarschijnlijk al in zijn bloot gat gezet.
Wat doen we onszelf toch aan – ook voor wie al weken op voorhand start met uitkijken naar de perfecte outfit die “vrolijk”, “succesvol” en “sexy’ uitstraalt, de hipste DIY tafeldecoratie op Pinterest heeft uitgekozen en een iedereen-smakende-playlist heeft kunnen samenstellen (onmogelijk) slaat de kerststress toch ook nog toe. Want er zal wel iemand op het feest zelf zijn mening opdringen over iets wat er weinig toe doet: de keuze van de wijn, de kerstboom (of het nu echt of namaak is) of nog erger: de visie van de persoon in kwestie over waar het met ons land heen moet!
Ik schenk mezelf reeds een aperitiefje uit en klink op een avond waar, hoe die ook verloopt, vooral veel amusement zal zijn. Of dat nu door het lekkere eten, de talrijke glaasjes, de onverwachte cadeautjes of de hilarisch kitscherige trui van je oma is!

Iemand vraagt waarom

“Het was vandaag een goede dag, want het had erger gekund”, zegt iemand. “Ja”, zegt iemand.“Zonder man voel ik mij geen vrouw”, zegt iemand anders. “Dan ben je jezelf nog niet tegengekomen”, zegt nog iemand anders.
Een vrouw met kroezelhaar werd wakker en vroeg wat hij net gezegd had. Hij herhaalde dat van dat snot. Zij kuiste dat snot af en zei “dank je wel”. Hij keek haar aan. Zij keek weg. Hij bleef haar aankijken. Zelfs al fluitend bleef hij haar aankijken. Hij floot een laaiende sirene na. Of ik denk toch dat hij dat deed. Er was een politiewagen onze tram voorbijgeflitst. Daarom denk ik toch dat hij dat deed, de man met het kroezelhaar. Net daarvoor had hij tegen een slapende vrouw gezegd dat haar kind met kroezelhaar snot had hangen. Al fluitend bleef hij haar aankijken.
Deze tram, deze stad vol allene mensen grijpt mij van binnen uit naar de keel.
Een vrouw in kleurrijke gewaden zit te dicht bij me. Het heeft niets met haar te maken. En ik vind de kleuren die ze draagt wel mooi. Ze zit enkel te dicht bij me. Een jongeman met zijn haar in een kuif naar rechts gestreken draait zijn hoofd naar links. Zo blijft hij een tijdje zitten. Een man met een aktetas zegt dat hij vandaag de neiging heeft om achteruit te vallen. Hij zegt het zomaar hardop in tram 81. Niemand weet tegen wie hij het zegt. Wie hierop moet reageren. En hoe juist.

Continue reading

Een meisje van twaalf weken

Volgens het tv-scherm zijn we aangekomen in Antwerpen-Centraal, maar de trein staat stil in Brussel-Noord. Een oudere vrouw spoort met haar man naar Charleroi. Naast haar zit een jonge moeder met een guitige baby op haar schoot. De grijze vrouw kijkt vertederd en glimlacht naar de moeder. “Mignon,” zegt ze tegen haar man. Plotseling staat de jonge vrouw op. “Could you hold her a moment, please,” vraagt ze in Oxford-Engels. Haar buurvrouw staat perplex. Waarop de mama vraagt of ze Engels spreekt. “A little bit,” stamelt de oude vrouw. De mama trekt zich even terug om spullen te pakken om de baby nog beter in te duffelen. De oude vrouw koestert de rondkijkende baby alsof het haar geliefkoosde kleinkind is. Als ze de baby zachtjes teruggeeft, vraagt ze in moeizaam Engels of het een jongen of een meisje is en hoe oud het kind is. Een meisje van twaalf weken, vertaalt ze tegen haar man. Haar blik blijft gericht op de baby. Ze wuift en maakt babygeluidjes. Als ze in Charleroi aankomt, zal ze nog naglunderen.