Eindejaarssomberte

Ik stond er nog maar net of daar kwam de bus naar Brussel Noord al aan. “Ben jij niet veel te vroeg?” vroeg ik. “Te laat ben ik, bijna tien minuten te laat!” reageerde de bestuurder onmiddellijk. Ik fronste allicht, want hij toonde zijn papieren met de doorkomsturen. “Ik geloof je wel, hoor. Ik zal verkeerd gekeken hebben. Ik dacht dat hij om 12.22 uur kwam.” “Dit is de 231 hè, niet de 260!” Er stootte even een paniekstroompje door me (waar ging dit heen?), maar deze bus reed finaal ook richting Noordstation, zo stond het toch aangegeven aan de buitenkant.

Koopdrukte in de Nieuwstraat

Ik kon vanzelfsprekend een halte verder terug uitstappen om daar te wachten op de 260, maar het regende, er woei een snerpend koude wind en de chauffeur beweerde dat ik met deze bus sneller op mijn bestemming zou zijn. Ik maakte mijn ticket aan op mijn smartphone.

“Erg hè, wat hier gebeurd is”. We reden voorbij de plaats waar er een berg bloemboeketten lag en talloze gedoofde kaarsen stonden. Veertien dagen eerder werd hier een jonge fietser vlak na schooltijd doodgereden door een lijnbus die rechtsaf reed. Op die bus zaten klasgenoten en andere schoolgangers die het zagen gebeuren. Wat kan je daarover zeggen? Zo verschrikkelijk afgrijselijk onomkeerbaar waanzinnig erg. Ook voor de busbestuurder die dit nooit te boven komt. De chauffeur vertelde me dat hij er zeker van was dat zijn collega nooit meer opnieuw zou komen werken. De man bleek al ‘geen sterke figuur’ en nu was hij volkomen gebroken. Het zou hem niet verbazen als die over een poos op zolder een dik touw zou gaan zoeken en …

Ik maakte me los van deze praatgrage man. “Ik ga je met rust laten. Jij mag eigenlijk niet babbelen met passagiers! Concentratie is nodig, hè?”

Ik ging vooraan zitten lezen. Ik werd echter al gauw afgeleid toen een pronte oudere dame opstapte die door de chauffeur met “Ah mijne sjoe” werd begroet, waarna zich een geanimeerd gesprek tussen de twee ontspon. Gelukkig stapte ze enkele haltes verder weer uit, zodat ik me kon concentreren op mijn boek.

Tot aan de stelplaats in Grimbergen. Daar was er een chauffeurswissel. Beide chauffeurs zegden slechts enkele woorden tegen elkaar. Ondertussen stapte een bejaard koppel op. Zij waggelde aarzelend naar het ene scanapparaat, dan naar een andere stempelautomaat, zocht naarstig in haar tas. Hij grommelde iets naar haar, zij beet bitsig terug. Ze kreeg de deur van het bestuurderscompartiment dat de kruisende chauffeurs openzwaaiden ei zo na met een smak tegen haar rug. Net op tijd deed ze een stapje opzij. Als slingerapen op rust sukkelden ze naar achteren, waar er nog plaatsen vrij waren, zich onderweg vastklampend aan de stangen terwijl de bus alweer driftig optrok.

Na enige tijd kwam de mevrouw naar voren om iets te vragen. Daarbij haakte ze met haar regenmantel achter een zetelleuning. Krrrrrr. Een grote scheur. “Mo kik nowa! Allè nowa!” Het leek wel Limburgs. Ik keek inderdaad en probeerde haar gerust te stellen dat ze dit gemakkelijk kon repareren, want het was op de naad. Ze keek erg ongelukkig naar me. Misschien kon ze niet naaien? Bij de chauffeur kreeg ze de nodige inlichting en ging vlug terug om haastig aan de volgende halte met haar man van de bus af te gaan waar ze op een andere moesten overstappen.

Zou ik nog wat verder lezen. Was het de moeite? Of was er nog verdere afleiding op komst? We waren nog maar goed halverwege de rit maar het tijdstip dat ik op mijn gewoonlijke halte in Brussel zou arriveren was wel reeds over tien minuten. Ik stuurde een bericht naar mijn vriend dat ik maar nipt tijdig op de afspraak zou zijn.

Aan het Rogierplein sprong ik eruit en besloot niet ondergronds te gaan voor een metro. Ik zou tijd winnen met een stevig stukje stappen, het regende niet meer en misschien was er nog wel iets leuk te bekijken onderweg. Ik had niet gerekend op de drukte van de Nieuwstraat in pre-eindejaarsperiode en bovendien in delen opgebroken en afgezet voor werken aan een nieuw wegdek. Behalve over rondslingerende klinkers struikelde je ook haast over tegen de grond zittende bedelaars, eentje zelfs met tussen zijn knieën een hond met kerstmuts op z’n kop. Zou dat meer opbrengst genereren?

Zo goed als mogelijk beende ik me een weg tussen de koopdronken mensenmassa en de andere obstakels. Ik kwam een ietsiepietsie te laat in het café. Niet erg. Wat is er erg als je al met het allerergste geconfronteerd bent? Opnieuw – net als vorig jaar – nam ik me voor al de kleine en iets grotere tegenslagen of ergernissen en zelfs redelijk grote problemen van het komende jaar werkelijk als pietluttigheden te beschouwen.

Mattie Billen schreef deze tekst voor de blog Pierewit.

Koekjes groeien aan de bomen

Vegan gebak rukt op in Brussel. De vzw Ethisch Vegetarisch Alternatief geeft op zijn website meer dan twintig adressen van winkels, koffiebars en bakkers die patisserie zonder boter en eieren aanbieden. Een aanrader in het genre is The Cookie Tree. Sinds een jaar bakt Marjolaine Papin het bruin.

Carrot cake, citroentaart, brownies, chocolade- en pindakoekjes, Marjolaine draait er haar hand niet voor om. Haar heerlijke gebak is intussen op meerdere plaatsen in Brussel te krijgen, in winkels zoals Belgomarkt, Vegasmes, Bulk en Jeanbon, maar ook in een restaurant als De Markten.
Aan de blog Happy Green Me vertelde de 31-jarige Française dat ze vegan gebak wil maken waarvan de smaak en de textuur zo veel mogelijk lijken op de traditionele variant. Ze doet er haar eigen dochter een groot plezier mee, want die is lactose-intolerant. En ze wil mensen ertoe aanzetten om minder zuivelproducten te eten. Ze vond veganisten vroeger een beetje fanatiek, geeft ze toe. Toen ze een poos huismoeder was, begon ze er echter over te lezen en ze evolueerde zelf geleidelijk aan naar een bijna volledig plantaardig voedingspatroon.
De onderneemster maakt nog andere bewuste keuzes. Suiker vervangt ze zo veel mogelijk door agave- en esdoornsiroop. Alle ingrediënten zijn bio. Ze kiest voor seizoensproducten en gebruikt verschillende soorten bloem. Palmolie en Arabische gom vermijdt ze. Ze heeft ook een glutenvrij aanbod. Ze levert de koekjes zonder verpakking in herbruikbare bakken met de fiets.
In Frankrijk – ze woonde met haar gezin eerst in Lyon, dan in Parijs – deed ze ervaring op in de horeca, maar in het bakken is de fervente dessertfan autodidact. Ze leert door trial-and-error: “Ik moet een tiental pogingen ondernemen om de goede textuur en vorm en de gewenste smaak te krijgen.” Ze begon in de co-sharingkeuken van Co-oking in Anderlecht, maar vond intussen onderdak in de keuken van het restaurant Le Local.
Meer info vind je op de Facebook-pagina van The Cookie Tree.

Nieuwe boeren op nieuwe gronden

Nieuwe boeren op nieuwe gronden. Zo noemt het Vlaamse Departement Landbouw en Visserij in een recent rapport de ondernemers die voeding produceren in en om de stad. In Brussel vinden ze een vruchtbare voedingsbodem. 

Ferme Abattoir
Bruzz bezong in de laatste editie de lof van het stadstuinieren, op het eigen balkon of in de volkstuin. Mensen met groene vingers wroeten met hun handen in de grond  en telen hun eigen groenten. Een zinvolle bezigheid, waarmee ze ontsnappen aan de drukte van het dagelijkse leven. Tegelijk houden ze er vaak sociale contacten aan over, want tuinieren verbindt.
Intussen duiken er in de kelders en op de daken van Brussel ook heel wat stadslandbouwprojecten op met een economische logica. De ondernemers, meestal zonder landbouwachtergrond, willen sensibiliseren rond voeding en doen vaak ook aan sociale tewerkstelling, maar ze willen op termijn ook winstgevend zijn.
Het meest prestigieuze is zeker de Ferme Abattoir op het dak van de Foodmet van Anderlecht. De teelt van groenten en kruiden wordt er gecombineerd met de productie van vis op een totale oppervlakte van 4.000m2. “De grootste aquaponische stadsboerderij van Europa, en misschien zelfs van de wereld”, toetert Steven Beckers, de oprichter van initiatiefnemer BIGH tegenover Gondola. De stadsboerderij wil per jaar 35 ton gestreepte baars, 15 ton tomaten en 120.000 microgroenten produceren, en wekelijks nog eens 2.700 potten aromatische kruiden. De afzet zal vooral naar delicatessenwinkels, restaurants en webshops gaan. Als dit grootschalige project in zijn opzet slaagt, zal het een boost geven aan de commerciële stadslandbouw.
De site van de Slachthuizen van Anderlecht herbergt nog twee iets bescheidener projecten. Le Champignon de Bruxelles opende eind september 2017 in de kelders van Kuregem een champignonkwekerij. Op een substraat van draft – een reststroom van de bierproductie van brouwerij Cantillon – groeien drie soorten Japanse paddenstoelen: shiitake, maitake en nameko. Le Champignon fuseert binnenkort met Eclo, het eenmansproject van Quentin Declerck rond microgroenten, een zeer kleine versie van een groente die in één tot drie weken geteeld wordt. “Ze zitten vol smaak, brengen kleur en textuur op het bord en ze kunnen tot veertig keer meer voedingsstoffen bevatten dan hun volwassen tegenhangers,” zegt de oprichter enthousiast in Bruzz.

Eclo
Ook aan Thurn & Taxis beweegt er wat. PermaFungi produceert biologische oesterzwammen op een substraat van stro en koffiedik, dat met de fiets opgehaald wordt in vestigingen van Exki en Le Pain Quotidien. Vorig jaar is het bedrijf ook gestart met het forceren van witloof op basis van biologische cichoreiwortels. Little Food is sinds 2014 de eerste krekelkwekerij van België. De krekels zijn bestemd voor menselijk consumptie en worden gedroogd en gerookt aangeboden in een honderdtal verkooppunten in het hele land. In Greenbizz, een incubator voor duurzame bedrijven op tien minuten wandelen van T&T, produceert de insectenboerderij 12 miljoen krekels per maand.

PermaFungi
Hop telen om er bier van te brouwen, het is de grote droom van Christophe Speltiens van Houblons de Bruxelles. Hij diende een project in bij de kinderboerderij van Jette om op een terrein van twintig are vierhonderd hopplanten te mogen zetten. “Er schuilt een idealist in mij, dit lokale en duurzame project zit me als gegoten,” verklaarde hij aan Bruzz.
Een heel ander concept is Peas and Love: op het dak van kledingzaak Caméléon in Sint-Lambrechts-Woluwe kun je een perceeltje huren waar je je eigen groenten kunt kweken – of beter gezegd oogsten, want bio-ingenieurs houden voortdurend een oogje in het zeil. Het gamma reikt van broccoli, ­spinazie en snijbieten over aardbei en radijs tot daslook, shiso en ­Oost-Indische kers. Een doorslaand succes, want binnenkort opent een tweede site op de WTC-torens.
Ook gevestigde waarden begeven zich op het nieuwe terrein. Delhaize-winkel Boondael in Elsene opende in oktober 2017 een dakmoestuin. De oogst wordt exclusief verkocht in de supermarkt. Concurrent Colruyt plant op het dak van een vernieuwde winkel in Etterbeek een laboratorium voor stadslandbouw, waar de ULB onderzoek zal verrichten.

Delhaize Boondael
Kortom, het wemelt van boeiende initiatieven. Het Departement Landbouw en Visserij stelt vast dat de  projecten inspelen op een vraag naar lokale en duurzame voeding. Ze onderhouden een direct contact met de consument en houden productie, verwerking en distributie zo veel mogelijk in eigen handen. Ze zijn creatief in hun zoektocht naar financiering – van crowdfunding over investeringsfondsen tot coöperaties – , maar steunen in de beginfase veelal op subsidies. Ze hebben het geluk dat ze een meerprijs voor hun producten kunnen vragen omdat ze zich met hun verhaal van het standaardproduct onderscheiden. In de bedrijfsvoering komt de circulaire gedachte bijvoorbeeld vaak terug. Conclusie: “De nieuwe projecten moeten en willen de stap zetten naar professionalisering en schaalgrootte.”

Eerste plastic attack in België

“Als we niets doen, zwemt er tegen 2050 meer plastic afval in zee rond dan vis.” Dat zei VN-secretaris-generaal Antonio Guterres vorig jaar op een grote conferentie over oceanen. De bezorgdheid over het overmatige gebruik van plastic neemt toe, en niet alleen door de plasticsoep in zee. De productie van plastic vergt veel natuurlijke grondstoffen en energie. Na gebruik wordt het materiaal vaak verbrand, met CO2-uitstoot en luchtvervuiling tot gevolg. De Brusselse Regering verbood in september 2017 daarom plastic wegwerpzakken in winkels en op markten. Er duiken meer en meer biowinkels op die verpakkingen tot een minimum reduceren. En nu komt uit het Verenigd Koninkrijk de ‘plastic attack’ overgewaaid.
Wie meedoet aan een ‘plastic attack’, gaat op een bepaald tijdstip in een specifieke winkel boodschappen doen. Nadat de inkopen betaald zijn, verwijderen de deelnemers alle onnodige plastic verpakkingen en laten die achter in de vuilnisbak van de winkel. Zo wordt het plastic een probleem van de winkel, die verplicht is om de verpakkingsmaterialen terug te nemen. De initiatiefnemers raden aan om potjes en herbruikbare zakken mee te brengen om alle aangekochte producten in op te bergen. De bedoeling is om supermarkten aan te zetten om minder plastic verpakkingen te gebruiken. Vorige week vond er een actie plaats in een Tesco in Keynsham, bij Bristol.

Een Brusselse actiegroep klaagt het overmatige gebruik van plastic aan: “Het lijkt erop dat alles wat je koopt in plastic is gewikkeld tot het punt waarop het belachelijk wordt. Zoals plastic omhulde bananen en groenten. Dat zorgt voor een berg plastic afval. De massale verbranding van plastic versnelt het broeikaseffect. We willen dat de supermarkten daarom nadenken over het verminderen van het gebruik van plastic verpakkingen.”

De eerste ‘plastic attack’ vindt plaats in de AD Delhaize Anspach (Kiekenmarkt 20, 1000 Brussel) op zaterdag 7 april, van 14 uur tot 18 uur. Er is een Facebook-eventpagina.

A Sunday in Brussels

Even though I have been living in Brussels for six months now, sometimes I feel like I’m not taking advantage of all the city has to offer. I guess a lot of you can relate when I say that very often we don’t see the beauty of the city where we actually live. When going on a citytrip I enter every single beautiful building on my way, do my research on the newest and trendiest places to eat or drink and make sure not to waste too much time. In Brussels, however, all too often I stick to my routines and I don’t take the effort to explore new places. I decided to change that and last Sunday was the first of – hopefully – many days filled with new experiences in my hometown. This article will give you some ideas on what to do and where to eat – it’s roughly based on my own Sunday last week.

8 AM – Marché du Midi

Let’s all be honest, most of us quite enjoy a little lay-in on a Sunday. So don’t feel pressured to wake up just yet. If you do, however, it may be a nice idea to start your day at the Marché du Midi. This is an enormous market around the Brussels South train station where you’ll find everything from fruits over plants to pants. I especially like to buy very cheap fruits, vegetables and plants over there. If you’re feeling a bit hungry already, make sure to check out the Moroccan pancakes (you’ll find a stand under the bridge). The original ones are with cheese and honey, although I prefer the ones without anything or with just a little Nutella.
Marché du Midi
Boulevard du Midi / Zuidlaan
1000 Bruxelles
Tripadvisor 

10.30 AM – Yoga at La Tricoterie

Who said you can’t do some exercise on a Sunday? After all, you have to burn all those calories you’ll add by eating your way around the city. I recently discovered this place and absolutely love it. La Tricoterie is a cooperative and non-profit organization, offering a place to meet new people. They have a very wide offer, ranging from brunches (also on Sunday) to yoga. The atmosphere is always on point and people from all ages gather here to have a nice afternoon and/or evening. As far as the yoga goes: it’s one of the cheaper places in Brussels to practice and the instructor Elaine is really nice. It can get a bit busy, so make sure to arrive on time and to send a mail to reserve yourself a mat.
La Tricoterie
Rue Théodore Verhaegenstraat 158
1060 Saint-Gilles
Website
Yoga reservations: elaine_codogno@hotmail.com

12.30 PM – Marché aux puces

As you may have noticed, I do like my markets. This one is probably as chaotic as the Marché du Midi, but over here the vendors sell vintage stuff. Some of the things they’re selling are absolutely overpriced and crap, but if you put some effort into it, you may just find that treasure you’ve been looking for. Make sure to bargain and carry some small change with you, because over the past few years prices have risen and very often the original price is way too high. While browsing or afterwards you can have a drink at La Brocante or Pin Pon – the one being very old school, the other rather hipster. Depending on what you prefer.
Marché aux puces
Place du Jeu de Balle / Vossenplein
1000 Bruxelles
Tripadvisor

2.30 PM – Brunch at Chicago

Ahhh finally, time to indulge yourself in some awesome food! Chicago is one of those always-good places; whether you’re alone, with friends or with your boy/girlfriend, you’ll like this one. There are different brunch formulas on Sunday, but I prefer the ones they also serve on weekdays. The Sunday special is definitely good too, but it’s more expensive and just way more than I can eat. Even though it’s delicious. Last time I went for the American breakfast: pancakes, eggs, bacon, coffee, fresh orange juice… I’m already tempted to go there right now while typing this! If you’re not very hungry but still fancy something sweet, it’s also possible to order a waffle or just pancakes. Or spaghetti. Or soup. As you might have noticed by now, I love this place and I think it’s an absolute must-visit! Make sure to make a reservation though, as it gets very very busy on weekends.
Chicago Cafe
Rue de Flandre / Vlaamsesteenweg 45
1000 Bruxelles
Website

4 PM – Wander around the city center

In my opinion, it’s pretty important to sometimes just stroll around a city and get lost a little. The center of Brussels has a lot to offer so just follow your nose, your eyes or your feet to wherever they lead you! Anyway, I’ll give you some tips so you’ll know where to start. Place Sainte-Catherine and the Marché aux Poissons are really close to Chicago Café and just two nice squares to hang out – especially when the sun is out. Have a drink under the trees at Café de Markten if you want or just sit down in front of the church or next to the water. From here on you can go towards la Bourse (the stock exchange) and further on to Manneken Pis. This peeing little guy is quite famous and very touristy, but I still like to stop by and see if he’s still there doing his duty from time to time. If you’re new to Brussels and you haven’t seen the Grand Place yet (which is almost impossible) then go there. You’ll see a lying statue on your right side just before stepping onto the square. Touch it, but be careful: it’s said that you’ll be pregnant within a year! Now that you’re here it’s only a short walk to the Galleries. This covered street is full of fancy shops, nice chocolatiers and hidden treasures (like bookshop Tropismes). Wanna have an afternoon coffee or snack? Stop by Mokafe or Arcadi (who does the best lemon meringue pie).
Café De Markten
Rue du Vieux Marché aux Grains / Oude Graanmarkt 5
1000 Bruxelles
Website
Tropismes
Galeries Royales Saint-Hubert
Galerie des Princes / Prinsengalerij 11
1000 Brussel
Website
Arcadi Café
Rue d’Arenbergstraat 1B
1000 Bruxelles
Website

7 PM (or earlier during winter) – Botanique

Le Botanique literally means the botanical garden. Before the national botanical garden of Belgium was moved to Meise (just outside of Brussels), it used to be here and the building was the greenhouse. Nowadays it serves as a cultural venue, hosting exhibitions, concerts and more. Although located very close to the Brussels North train station, I had never been here until last week and that’s a shame. The building is still surrounded by a botanical garden and even though it’s probably more worthwhile during summer, the park is a very welcome place of quiet in this otherwise very traffic-jammed part of town. If you’re feeling thirsty you can have a drink in the cafe or – when it’s a bit more sunny and hot – buy something in the supermarket across the street and just enjoy it on one of the many benches. If you want to go to an event, check out the calendar on their website!
Botanique
Rue Royale / Koningsstraat 236
1210 Brussels
Cultural website – Park website

8 PM – Squatter dinner at Rue Royale 123

This place was the whole reason of my latest little Sunday outing: I did an interview with them for school. 123 Logements is a non-profit organization pleading for legally squatting empty buildings all over the city. Not only do people live here, but they also organize bike fixing moments, legal advice, dinners… All the food is made with leftovers from nearby supermarkets and completely vegan, to assure that anyone can freely enjoy their meal. There’s also no fixed price, you can give as much as you want or as you can spare. The public is very diverse: some people are inhabitants, others live in the neighbourhood, there are homeless people and tourists. Be prepared for an experience that’s a bit different from your usual dinner location!

9.30 PM – Experience Brussels at night

There is so much to do in Brussels at night that it would take us too far to go over every possibility. I myself went to the Brussels Light Festival last weekend, but this is an annual thing so you’ll have to wait a year to visit it by yourself. Other possibilities include catching a movie at CINEMATEK (an alternative movie theater with different locations throughout the city) or having drinks at Delirium Café (yes it’s touristy, but 2500 different beers in one café deserve the appropriate amount of attention). Brussels is Yours offers a quite nice overview of the different events in Brussels every weekend, so make sure to check them out for some inspiration!
Delirium Café
Impasse de la Fidélité / Getrouwheidsgang 4
1000 Bruxelles
Tripadvisor

So, that’s it, you’ve spent an entire Sunday in beautiful Brussels! I hope you enjoyed it and let me know if you think I should do more of these!
Camille Van Puymbroeck is a 22-year old based in Brussels. Some of her personal interests are travel, food and photography. She started her own blog as part of her Journalism studies.

Juttu landt in Brussel

Juttu is het nieuwe winkelconcept van de Belgische keten A.S. Adventure met focus op urban, duurzaam en adventure. De ideale winkel voor millennials die oog hebben voor duurzaamheid en lokale producten en met mode bezig zijn. Juttu palmt samen met zijn grotere outdoor-broer het gebouw in waar voorheen Marks & Spencer zat.

Een plant die 30 m² propere lucht produceert te koop bij Juttu (c) Willemjan

Juttu betekent verhaal in het Fins, en het is een winkel met producten met een verhaal. Dat verhaal is duurzaamheid. Zo zijn de kleren in biologisch katoen, worden er planten verkocht onder de noemer van de strijd voor propere lucht en verschillende soorten voeding zoals in de wereldwinkel. Aan de muren lees je meer uitleg over de veelal Belgische ontwerpers. Er is ook een cafetaria aan met een gezonde saladbar, gerund door het hippe Elsense biologische restaurant Chyl (‘change your lifestyle, cherish your life’). Ook de veganistische kookboeken mogen niet ontbreken.
Ik vond er mijn gading, al is de marchandise – mode, lichaamsverzorging en interieur – voornamelijk op vrouwen gericht. Ik kon mij bezighouden met de duurzame gadgets, biologisch eten/drank en de verhalen rond planten en buitenhuisactiviteiten.
Als product van de sociale, ecologische, diversiteits- en communitaristische beweging in Vlaanderen en Brussel, raakte ik overtuigd van het concept qua duurzaamheid en diverse en sociale mix van de werknemers. Natuurlijk heb ik niet naar hun lidmaatschap bij de vakbond gevraagd. De producten zijn niet goedkoop, maar dit is het beste wat de marktwerking te bieden heeft als een bewezen concept. De meer radicale en alternatieve winkels zitten nog in het experimentele stadium.
Hopelijk kan een winkel zoals Juttu voor een sneeuwbaleffect zorgen in de handel in Brussel om op die manier een groter aanbod op het vlak van duurzame producten te krijgen.
Juttu, Guldenvlieslaan 26-28, 1050 Brussel, open van maandag tot zaterdag van 10  tot 19 uur (naast de Apple Store)

Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Verliefd op een stuk Afrikaans antiek

Het moest ervan komen. Na maanden op dezelfde bank te zitten om mijn broodje te eten tijdens de middag op de kruising tussen de General Pattonstraat en de Sint-Jorisstraat aan de Bascule in Elsene, werd enkele weken terug mijn aandacht getrokken door een schilderij bij de antiquair op de hoek van de straat tegenover mij. Het relaas van mijn eerste ervaring met antiek.

mijn schilderij (c) Willemjan Vandenplas

Het werkje waarvoor ik viel, was een portret van een Afrikaanse man in een wit gewaad met een futuristisch kapsel. Ik dacht dat het goed zou passen naast mijn kader van een Chinees op mijn boekenkast.

Ik wist niet waarom het kader zo mijn aandacht had getrokken. Ik had heel de dag maar niets gevonden over A. Mongitai, de schilder. Het moet een schuilnaam zijn.

Ik dacht eerst dat het een kopie was van een Velázquez of een Goya, omdat zij al eens dwergen of exoten durfden portretteren. Daarna dacht ik steeds meer aan de Afrikaanse diaspora die aanwezig was vanaf de Portugese kolonisatie in Europa. Ik had onlangs een artikel gelezen dat Rembrandt schilderijen maakte van Afrikaanse lakeien bij de adel van Amsterdam. Het is ook bekend dat in de Victoriaanse tijd in Engeland Afrikaanse lakeien werden opgeleid en dat die vaak op doek werden vastgelegd. Er was ook een zweem van weemoed naar Brazilië, omdat ik daar veel musea heb bezocht en het doek zo gegrepen zou kunnen zijn uit een van de collecties daar.

De verkoper had mij verteld dat  A. Mongitai een Congolese schilder zou zijn en dat zijn schilderijen niet veel waard zijn. Het haar was Ethiopisch, had hij gezegd, en achter het moderne kader zit een oud kader. Hij zei dat hij de prijs bij een veilinghuis had gevonden: 300 euro.

Ik trok een foto van het kader. Ik zette die op Instagram. Toen kreeg ik onmiddellijk bericht van een vriendin uit Parijs, Eleonore. Zij stuurde mij een foto van een straattekening met daarop dezelfde man. Die foto was genomen in Parijs. Daarom dacht ik dat deze man bekender moest zijn dan ik dacht.

Ik regelde de pick-up met Molenbike voor mijn kunstwerk, omdat ik schrik had om dit werkje mee te nemen met het openbaar vervoer. Ondertussen liep ik naar café Belga voor een Italiaanse taaluitwisseling en daarna naar Saint-Géry om Duits te leren.

Toen ik in de bus  naar huis zat om 21 uur ‘s avonds, tijdens de krokusvakantie reeds de laatste bus naar Alsemberg, begon ik een beetje op te zoeken over het kunstwerkje. Op het internet staat geen info over de schilder. Ik veronderstelde dat de haarsnit misschien de determinant kon zijn , dus ik begon te zoeken op ‘African Men Hairstyles’. Ik dacht dat ik daarmee al veel zou kunnen uitsluiten.

Ik bekeek enkele tientallen afbeeldingen op Google. Daarna zag ik iets gelijkaardigs en klikte erop verder. De haarstijl heet amasunzu. Het is een Rwandese haarsnit voor alle mannen en voor vrouwen die in aanmerking komen om te trouwen. Voor de kolonisatie werden de mannen die deze haarsnit niet hadden met enige argwaan bekeken. Tegenwoordig bestaat deze haarsnit niet meer in Rwanda. De Rwandezen zeggen dat dit zelf de eerste haarsnit ooit was, ze zeggen dat het beroep van kapper is uitgevonden in Rwanda. Voor de Rwandezen in die tijd was het een symbool van sociale status.

Na een beetje zoeken kwam ik uit op de foto waarop mijn schilderij is gemaakt. Daarop bleek dat de foto na de Eerste Wereldoorlog is gemaakt, in 1920. Toen was Rwanda in handen van de Belgen en niet meer van de Duitsers.

Dit is het relaas van mijn aankoop van een antiquiteit.

Bekijk hier een video over de haarsnit amasunzu

Op woensdag 21 februari stelt historicus Lucas Catherine in Kuumba zijn boek ‘Les tranchées en Afrique 1914 – 1918′ voor, dat verschijnt bij Bitbook. Meer info via het Facebook-event.

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Bascule, van oudmodische naar hippe buurt

De Bascule, weinig bekend onder de Brusselaar, is zowaar ‘the place to be in Brussels’ geworden. Vroeger droop het ouderwetse ervan af, maar tegenwoordig herleeft de wijk op de grens van Ukkel en Elsene. Brusselblogger Willemjan heeft in tien jaar tijd de wijk weten veranderen en brengt nu een klein verslag uit over het nieuwe hippe centrum voor de alternatieveling.

Er is voor iedereen ruimte in de wijk Bacule (gsm Willemjan)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het begon allemaal met de grafitti waarbij ze van het huisnummer Waterloosesteenweg 668, het nummer van de duivel hebben gemaakt: Waterloosesteenweg 666. Ik had ervan een foto genomen en gepubliceerd op Facebook en Brusselblogt.be, want ze waren de grafitti aan het afvegen. Enkele dagen later stond de grafitti er nog. Eronder was een bladpapier geplaatst met huisnummer “668”. Er was dus iets veranderd, de inwoners zagen het belang van grafitti in.
Ik weet nog goed toen ik tien jaar geleden eens door de shopping Bascule liep naar de Stanleystraat. Ik ontdaan was door de vergane glorie van deze wijk. Het was een wijk die de tand des tijds en de modernisering van ons land had doorstaan. De reden hiervoor is omdat je daar de bus kan nemen naar Charleroi, en de wijk gedroeg zich ook zo.
Tegenwoordig zijn er veel kwaliteitsvolle kapperszaken, brillenwinkels, banken, klerenwinkels, kunstgalerijen en zelf een winkel met gerief om te stoppen met roken. Je hebt enkele broodjeszaken zoals ‘La Fromagerie de Bascule’, die menige fijnproever kan bekoren. Ook een paar Libanese restaurants, maar daar ben ik echter nog niet binnengeweest.
Niet ver daarvan heb je Pêle Mêle, waar je goedkoop boeken kan kopen. Eigenlijk is dat niet echt meer de Bascule. Er is een grote supermarkt. Wat er nog ontbreekt, is een hip café, de huidige cafeetjes zijn een beetje aftands. Op de Waterloosesteenweg ter hoogte van de Bascule staan er anders nog enkele commerciële ruimtes vrij, waar een café opengedaan kan worden.
Er is een leuke Vietnamese traiteur waar je voor 5 euro hebt gegeten, een soort illegale joint, waar je nu wel je rekening krijgt. Het eten is wel lekker, maar het is tegenwoordig zo druk geworden dat ik er niet meer ga eten.
De sfeermakers zijn Bio C’bon en Färm, waar je biologisch en organisch eten kan kopen. De idealisten van Molenbike zijn op 2 februari met hun duurzame, ethische en sociale koeriersdienst begonnen bij Färm, wat de wijk zeker ten goede zal komen.
Ik ben fan van de Bascule. De wijk is niet aan het gentrificeren, maar aan het diversifiëren, omdat er nog altijd voor iedereen plaats is, maar het is nog zo een van die low-budgetwijken in Brussel, die te ontdekken zijn.
Qua openbaar vervoer zit je daar ook heel goed, zowel voor binnen als buiten Brussel, omdat de Bascule een knooppunt is voor tram en bus (TEC, De Lijn en MIVB).
Dus als je van het kleine kan genieten, het openbaar vervoer gebruikt en een beperkt budget hebt, ben je ideaal aan de Bascule, een wijk waar zeker nog niet het laatste over gezegd is.
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op zijn Facebookpagina en Website.

Tijd voor een winterslaap

De koude is in de stad, er komt maar geen einde aan. We zullen het nog maanden moeten uithouden. Misschien moet ik toch maar een all-in vakantie naar Tunesië boeken omdat ik dit jaar niet naar Brazilië ga? In ieder geval geen beter voornemen om de winter door te komen dan een winterse boekenlijst op te stellen, als soelaas voor de vele uren bij de stoof! 

Boekenschap (c) Willemjan Vandenplas

Nu ik alleen woon, besef ik pas wat daar bij komt kijken qua budget om alles in orde te krijgen. Zelfs al heb ik veel gekregen van familie en vrienden. Heel mijn appartement bestaat uit tweedehandsmeubilair en elektrische apparaten. Als je de som maakt, blijft het een heuse investering. Geen nood, deze winter zou ik niet naar Brazilië gaan. Ik dacht eerder aan Colombia of Senegal, maar het zal duidelijk een all-in vakantie moeten worden in Tunesië, als ik de zon wil zien.
Tunesië is sinds kort weer veilig verklaard om op reis te gaan en er zijn veel rustige plaatsen aan het strand waar ik van het zonnetje kan genieten. Het zal nodig zijn, want ik heb mijn winterboekenlijst samengesteld.
Eerst moet ik terugkomen op mijn boekenlijst van deze zomer omdat ik die niet helemaal gevolgd heb.
Mijn zomerboekenlijst:
1. Zhang WeiWei: The China Wave
2. Alexander Dugin: The Fourth Dimension
3. Alexander Dugin: The Eurasian Mission
4. Oliver Steunkel: Post-Western World
5. Riordan Roett: Latin America and the Asian Giants
6. Peter Frankopan: Silk Roads
7. Howard French: China’s Second Continent
8. Bruno de Cordier: Van nood een Deugd maken
9. Ryszard Kapuscinski: De Sjah aller Sjahs
10. Yuval Noah Harari: Sapiens
11. Martin Meredith: Fortunes of Africa
12. Marcela Lopez-Levy: Argentina under the Kirchners
13. Peter Erdel: De Diepte van de Bosporus
Daarvan heb ik eigenlijk enkel nummer 1, 4, 7 en 8  gelezen. Belachelijk, al zeg ik het zelf. Toch heb ik sinds begin juli toen ik de blog schreef met als titel: de Wereld bestuderen in Molenbeek, 27 boeken gelezen, voornamelijk boeken over Afrika, fictie en non-fictie.
Hier is dan mijn winterboekenlijst:
1. Martin Meredith: Fortunes of Africa
2. Kris Berwouts: Congo’s Violent Peace
3. Nelson Mandela: A long walk to freedom
4. Mills, Herbst, Obisango, Davis: Making Africa Work
5. Michael Axworthy: Revolutionary Iran
6. John Robertson: Iraq
7. Arthur Nelson: Occupied Minds
8. Arthur Nelson: in your eyes a sand storm
9. Brigitte Herremans & Ludo Abicht: Israël en Palestina
10. Sarah Irving: Leila Khaled
11. Ahmed Rashid: Taliban
12. Charles Robert Jenkings: The Reluctant Communist
13. Tinker Salas: Venezuela
14. Geoffrey Hosking: Russia and the Russians
15. Colin Mason: A short History of Asia
16. Paul Collier: War, Guns and Votes
17. Paul Collier: Exodus
18. Easterly: The Tiranny of Experts
19. Paul Amar: The Middle East and Brazil
20. Daron Acemoglu & James Robinson: Why Nations Fail?
Het zijn in totaal 20 boeken, ik geef mezelf tot mei om ze te lezen. Hopelijk zal ik niet meer afdwalen zoals in de zomer. Het zou leuk zijn om eens twee weken in de zon te kunnen lezen aan bv Martin Meredith: Fortunes of Africa en/of Geoffrey Hosking : Russia and the Russians, omdat dat zo’n kleppers zijn!
Rood is waar Willemjan woonde, Paarse waar hij reisde

Een mens kan zich afvragen: wat ben je daarmee? Ik heb in mijn vorige blogs mijn wereld kunnen rondmaken in Brussel en nu woon ik weer in de rand. Misschien moet ik nu eens mijn wereld rondmaken op kennisvlak, door wat geschiedenis te lezen. Natuurlijk is het heel ambitieus om de wereld te vatten op historisch vlak, maar van elk land een beetje weten, is toch ook iets. En daarna wie weet echt eens het oostelijke halfrond in trekken nadat ik het westelijke halfrond leerde kennen.
Nu eerst die winter proberen door te komen!
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op zijn blog en op zijn website.

Jager en boekenverzamelaar in Brussel

Nu ik terug in de dorpskom woon, begeef ik mij enkel voor rooftochten in de stad. Ik ga er boeken kopen, verkopen en ruilen om mijn boekenkast uit te mesten en te versterken.

Boeken verzamelen, om het schrijven niet vergankelijk te maken (c) WIllemjan

Ik woon nu dicht bij het Zoniënwoud. De Nederlandstalige mensen uit Sint-Genesius-Rode waren vroeger zeer arm, omdat zij geen grondstoffen hadden om industrie mee op te bouwen. De Rodenaars leefden eerst als struikrovers en van bosbouw tot de Franstalige bourgeoisie in de 19de eeuw naar buiten Brussel trok omdat de stad te vuil en gevaarlijk werd door de Industriële Revolutie. Toen kwamen er jobs vrij, omdat deze bourgeoisie personeel nodig had. Dat verklaart de zucht van de Rodenaar naar de Franstaligen, omdat die hun broodheer was.
Dit zorgde voor een beperkte collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat dit voornamelijk een Vlaamse zaak was. Toch leefde de nicht van Degrelle in Rode. Na verloop van tijd was er sprake van een verfransing van de gemeente.
Dus hier woon ik, op 100m van Sint-Genesisius-Rode op de Zoniënwoudlaan. Ik twijfel nog of ik mij voor dit verhaal als struikrover of boswachter wil voorstellen. De realiteit is dat Vandenplas hier al honderden jaren woont, in de zuidrand van Brussel. Toch is mijn slagveld Brussel, als eeuwige pendelaar.
De laatste tijd begin ik actief mijn boekenkast te rationaliseren, niet omdat ik bomen wil redden van de reinste dood. Ik verkocht namelijk enkele boeken die ik dubbel had of niet meer relevant vond, en deed enkele nieuwe aankopen, omdat ik een overzicht kreeg van de hiaten in mijn kennis.
Wat mij duidelijk werd, is dat ik een mooie collectie klassieke Spaanse boeken heb, namelijk 55. Mijn sectie wereldgeschiedenis is het mooist met 65 stuks van Latijns-Amerika, naar Afrika en het Midden-Oosten tot zelf China. Ik heb een stevige collectie derdewereld-studieboeken, 33 stuks, en 20 Braziliaanse en Afrikaanse romans.
Het is duidelijk wat mij te doen staat en met dat idee ga ik ook op rooftocht in Brussel. Ik moet nog Braziliaans-Portugese en Afrikaanse boeken lezen. Als ik dit jaar elk 25 Afrikaanse en Braziliaanse boeken lees,  zit ik goed op schema. 50 boeken is zowat standaard per jaar.
Ondertussen bouw ik aan een Italiaanse, Franse, Engelse en Midden-Oosterse bibliotheek. Naar zulke boeken ben ik voornamelijk op zoek tijdens mijn rooftochten in Brussel in de verschillende bibliotheken. Ik ben dus voornamelijk op zoek naar fictie. Toch kan ik politieke filosofie en sociale psychologie niet laten liggen. In de toekomst zou er nog een uitbreiding moet komen naar Duitse literatuur, geschiedenis van Rusland en India om compleet te zijn.
Daarvoor heb ik geld over, maar ik zie mezelf geen 25 euro betalen bij Waterstones. Dus loop ik de tweedehandsboekenwinkels af om boeken te verzamelen. s Avonds sorteer ik ze bij mij thuis. Als ik op het einde van de dag nog honger heb naar boeken, loop ik de bibliotheek binnen om ideeën op te doen.
Ik loop wel 5 winkels binnen per dag. Ik heb zo mijn technieken. Zo probeer ik Franse boeken voornamelijk in pocketformaat te kopen, nieuw, omdat ze maar 6 à 7 euro kosten. Academische werken koop ik op internet, Franse, Engelse en Spaanse klassiekers in de verschillende tweedehandsboekenwinkels.
Ik koop voornamelijk schrijvers uit de tweede helft van de twintigste eeuw omdat ik die het beste ken. De meer hedendaagse schrijvers ken ik niet zo goed, dus ik speel op zeker. Door een zeker evenwicht te vinden tussen kopen, verkopen en ruilen, kan ik de kosten beperken.
Natuurlijk vergt het een enorme concentratie om al de bibliotheken af te schuimen. Soms laat ik de boekenhandelaar mij boeken aanraden ofwel zoek ik op auteur. Een ding staat vast: ik geef enkel veel geld uit aan geschiedenisboeken. Het journalistieke boek kan mij slechts zelden overtuigen.
Toch is de jager en boekenverzamelaar aan het uitsterven. Klanten willen voornamelijk alles gelezen hebben dat in hun boekenkast staat. Bij mij is dat slechts 45 %, maar dat is relatief omdat er steeds boeken komen en gaan. Er worden vandaag ook geen dure kunstboeken meer gekocht omdat die markt geïmplodeerd is. Er moet een persoonlijke band met de kunstenaar zijn. Er zijn bovendien maar weinig tweedehandse en zelfstandige boekenwinkels. Ze hebben slechts een marktaandeel van 3% en kunnen moeilijk opboksen tegen online winkels en de ketens.
Voor mij is boeken verzamelen echter een van die oude en traditionele bezigheden die mij na aan het hart liggen. Een bibliotheek houden is een actieve bezigheid. Het is ook gezond omdat je voortdurend een zware rugzak hebt en door de stad wandelt.
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op zijn blog en website.