De wereld heeft meer Conny's nodig

Nepzonlicht wekt me om zes uur. Even vloek ik. Dan sta ik op. Ik doe dit graag voor de cursisten van mijn school, voor de zieke collega die ik vanochtend zal vervangen.

Ik neem tram 19 tot halte De Wand. Het is gelukkig nog rustig op de tram. Het vroege opstaan is al vergeten wanneer ik bij De Wand in de verte de echte zon zie opgaan. Door het winteruur wordt het ’s ochtends weer vroeger licht. Elk jaar is het thuiskomen in het winteruur.

Nu nog een wandeling van een half uur, de bus nemen lijkt me geen goed idee. Er zijn meerdere scholen op mijn traject. Bus 53 zit op dit uur altijd vol met tieners en jonge kinderen en hun ouders. Dagelijks maak ik risicoanalyses en nieuwe regels: tram 19 kan nog, bus 53 niet meer.

Ik wandel langs de lange Versailleslaan, een chique naam voor een laan die verdeeld is in vrijstaande paleizen waarvan je alle kamers nooit kunt bewonen en mistroostige woonblokken waarin te veel mensen samenhokken. Ik loop voorbij een parel van jarenzestigarchitectuur, de villa Zonnewende van Roger De Winter. In de sociale woontorens verderop zien ze de zon net iets anders draaien.

In het centrum van Heembeek loop ik langs de kleine zeventiende-eeuwse Sint-Niklaaskerk, die al vele jaren een cultureel centrum is. Het doet me hier steeds aan een Frans dorpje denken. Ik wandel voorbij de bakker waar ik vorig schooljaar vaak een croissant ging kopen, de zaak waar ik mijn cappuccino ging halen en voorbij het Italiaanse restaurant waar mijn man en ik op een feestelijke avond in januari pizza aten, nadat we een mooi jazzconcert hadden bijgewoond. Moeten we vaker doen, zeiden we. Hoe onbezorgd we toen nog waren.

Rond acht uur kom ik aan bij het Peter Benoitplein, met zijn imposante Sint-Pieter en Pauluskerk in art-decostijl. Rechts ervan ligt de plek waar ik moet zijn, gemeenschapscentrum Nohva. Een modern gebouw dat je door zijn grote patio, zijn vele licht en warme houten balustrades met open armen ontvangt. Vorig schooljaar gaf ik hier met veel plezier les aan een fijne groep van zes. Tot het op dertien maart plots stopte en ik online moest doorgaan. Zonder afscheid ben ik vertrokken. Als er één ding is wat ik liever vermijd: vertrekken zonder afscheid.

De hoofdingang is nog dicht, maar de schoonmaakster ziet me en laat me binnen via de achterdeur. Ik ben blij dat ze me nog herkent met mondmasker, na al die tijd. Ik ben hier welkom, mag hier nog zijn, moet hier vanochtend zijn, ik word verwacht. Hoe niet vanzelfsprekend dit geworden is.

Ik voel tegelijk dankbaarheid omdat mijn job me toelaat nog mensen te ontmoeten en angst die me doet verlangen naar een nieuwe quarantaine. Met die angst valt het beter mee dan in het voorjaar, toen ik binnen mocht blijven en elk risico kon vermijden. Zoals je je angst voor slangen overwint door het beest vast te pakken en vliegangst door op het vliegtuig te stappen, zo vermindert de angst voor dit virus als je geregeld buitenkomt. Maar de laatste dagen is ze weer toegenomen, ik voel het virus steeds dichterbij komen.

Aan het onthaal zit niemand. Zal er nog iemand komen? Gisteren is beslist dat de culturele instellingen in Brussel weer op slot gaan. De deur naar het café is gesloten. Vorig jaar dronk ik in de pauze graag koffie bij Conny. Zij runt het dienstencentrum hier. Senioren kwamen er rummikub spelen en breien, koffie drinken en eten, hun verjaardag vieren en dansen op de maandelijkse party. Tijdens de pauze kwam ik hier met mijn cursisten. We werden bediend door vrijwilligers, gepensioneerden die in dit werk een plezierige en zinvolle bezigheid hadden gevonden. We interviewden hen eens voor het thema vrijwilligerswerk, hun enthousiasme was aanstekelijk. Hoe zou het met hen gaan, nu een wrede ziekte vooral mensen van hun leeftijd treft?

Ik ga naar boven, naar mijn klas. Door mijn plotse vertrek is didactisch materiaal van mij achtergebleven in de kast: een galgje-spel en een stilstaande klok. Pas nu ik het opschrijf, besef ik hoe symbolisch het is.

De volgende dag valt de BRUZZ in de brievenbus. Ik sla hem open. Verrast zie ik een foto van Conny. Het bijbehorende interview beantwoordt mijn vraag van de vorige dag. Conny vertelt dat ze niet heeft stilgezeten tijdens de quarantaine. Ze heeft gestreden tegen angst en eenzaamheid in haar gemeente.

Toen de coronacrisis losbrak, schoot ze meteen in actie. De telefoonnummers van de zeshonderd gebruikers van haar dienstencentrum verdeelde ze onder de vrijwilligers. Zij belden iedereen wekelijks op, zetten boodschappentandems op, zorgden voor maaltijden aan huis, naaiden zevenduizend mondmaskers en organiseerden gespreksnamiddagen over het opstellen van een levenseindeplan.

(c) Saskia Vanderstichele

Op de foto in de krant zit een dame van een jaar of tachtig de deuropening van haar woonst, op haar rollator. Voor haar deur is een stenen trap, zou ze daar nog op en af geraken? Onderaan die trap zit Conny. Halverwege de trap, tussen beide dames in, zit het schoothondje van de oude dame. Conny’s linkerhand aait hem. Met haar rechterhand ondersteunt ze haar hoofd, zoals mensen vaak doen wanneer ze aandachtig luisteren.

Wat me ontroert in deze foto: de kwetsbare persoon kijkt naar beneden, de ondersteuner naar boven. Het is geen toeval. In haar bolderkar neemt Conny altijd een vouwstoel mee, zodat ze bij deurbezoeken op dezelfde hoogte als mensen in een rolstoel zit. Ook in de schaduw achter de dame staat iemand. Ze is goed omringd. We doen het zo vaak anders, gaan boven iemand staan, vaak ook met goede bedoelingen.

Conny vertelt hoe ze een eenzame vrouw in contact bracht met haar Afrikaanse buurman. De twee hadden nog nooit met elkaar gesproken. Nu doet de man boodschappen voor zijn buurvrouw. Als elk appartementsblok een bruggenbouwer had, dan zouden we vandaag minder moe zijn, besluit Conny.

(c) Saskia Vanderstichele

Wat een blij weerzien. Ik wens de wereld meer Conny’s. Mensen met de vinger aan de pols van de samenleving. Die met hun kleine verhalen van elke dag de vinger op de wonde weten te leggen. Ik wil ze graag horen, lezen. Mensen die luisteren zonder vooroordelen, verbinden en strelen. Met een inspirerende daadkracht. We hoeven deze tijd niet lijdzaam ondergaan. Een vouwstoel kan volstaan.

Lees ook het interview met Conny Roekens van Steven Van Garsse in BRUZZ.

Met veel dank aan Saskia Vanderstichele voor haar mooie foto’s!

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Hoe ervaren anderstalige ouders het afstandsonderwijs?

Hoe beleef je afstandsonderwijs als je de taal en schoolcultuur net leert kennen? Klasse-redacteur Kyra belde met 5 anderstalige mama’s. Hun kinderen sporten met YouTube, maken taken op Bingel en oefenen hun Nederlands met Ketnet. Maar buiten komen ze niet. “In al die weken ging ik maar 1 keer de deur uit, voor de schoolboeken van mijn kind.”

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik voor Klasse een reportage op basisschool Klavertje Vier, midden in het Brusselse Maximiliaanpark. Ik bezocht er een openklasmoment en sprak met ouders die onze taal en schoolcultuur net leerden kennen. De voorbije weken dacht ik vaak aan ze. Hoe zouden deze mensen afstandsonderwijs ervaren?

Ik stel de vraag aan Rein Callewaert, die vanuit het Centrum voor Basiseducatie Brusselleer oudergroepen in 2 Brusselse basisscholen begeleidt. “Waarom vraag je het niet aan de ouders zélf?” stelt ze voor.

In tijden van social distancing is het niet gemakkelijk om kwetsbare gezinnen te bereiken. Niet alle ouders stonden open voor een interview, maar Rein vond een 5-tal mama’s bereid om met Klasse te spreken.

En dus gingen we deze paasvakantie samen op virtuele ‘huisbezoeken’. Via videochat maakten we een tour langs Evere, Jette en Molenbeek. Waar het leven zich terugplooit op enkele vierkante meters, terwijl buiten de zon schijnt en sirenes loeien.

5 Brusselse mama’s

Khadija zit tot in de puntjes verzorgd klaar. “We hebben net ontbeten en nu werken mijn 3 dochters voor school. Mijn tweeling zit in het derde leerjaar, mijn jongste in de tweede kleuterklas. Gelukkig heb ik brave dochters die graag bezig zijn. Ze houden van lezen, tekenen en knutselen. En ze helpen me met kleine dingen: de tafel afruimen, hun speelgoed opruimen.”

Ook Nabila heeft 3 kinderen. Die zijn jonger en stuiteren regelmatig door het beeld. Thuis in quarantaine zitten met 2 peuterdochters en een erg actief zoontje van 5, omschrijft ze als ‘prison’. “Normaal helpen grootouders en tantes bij de opvoeding, maar tijdens corona valt dat allemaal weg.”

Zahra is blij dat we bellen. “Ciao! Wij vervelen ons nogal deze dagen.” Zoon Ryan, eerste leerjaar, zwaait van achter zijn tablet. “We zijn met z’n tweeën. Ryans vader zit in Italië, waar hij zorgt voor zijn ouders. Gelukkig is niemand ziek, maar ik volg het nieuws toch op de voet.”

Voor Meenakshi is het even wennen, zoveel thuis zitten. “Mijn man is software engineer bij een Amerikaans bedrijf. Ik volg 4 dagen Nederlandse les. Nu draait alles om de zorg voor ons 3-jarige zoontje. Mijn huiswerk voor het CVO en zoektocht naar werk staan op een laag pitje.”

Ayşenur is juist druk bezig om het Nederlands te onderhouden. “Voor mijn 2 kinderen (tweede kleuterklas en derde leerjaar), maar ook voor mezelf. Mijn NT2-cursus was al afgerond en het is maar de vraag of het vervolgtraject in mei kan starten. Daarom leer ik samen met mijn kinderen. Ik kijk mee over hun schouder en probeer zo goed mogelijk te volgen. De mails van de juf haal ik door een vertaalmachine.”

Geen financieel en sociaal vangnet

Sinds België in ‘lockdown’ ging, waagden Khadija en haar dochters zich slechts eenmaal op straat, om schoolboeken en werkbundels op te pikken. “Ik heb echt schrik om naar buiten te gaan. Op de tram zitten mensen zo dicht op elkaar. Gelukkig kregen we de correctiesleutel via de post.”

Ook de andere moeders zitten al weken binnen. Ze zien de zon door het raam of op hun balkon. De kinderen krijgen hun dagelijkse portie beweging via YouTube. En de vaders brengen letterlijk het brood op de plank: zij gaan naar de winkel en uit werken.

De mannen van Khadija en Ayşenur hebben een essentieel beroep: als vrachtwagenchauffeurs staan ze in voor onze bevoorrading. Ook Nabila’s man maakt lange dagen: “Hij is zelfstandige in de bouw. Het werk neerleggen vanwege corona, dat kan hij zich niet veroorloven.”

Meenakshi maakt zich zorgen over werkzekerheid. “De situatie in de Verenigde Staten ziet er niet goed uit. Wat als mijn man zijn job verliest? Mij lukt het maar niet om werk te vinden. Ik heb een marketingdiploma, maar mijn Nederlands en Frans zijn nog niet vloeiend genoeg. Kunnen we wel in België blijven als de kosten te hoog oplopen?”

Zahra staat er alleen voor, maar ook zij waagt zich niet buiten. “De huisbaas doet onze boodschappen. Ik kan het echt niet riskeren. Wie zorgt er voor mijn zoon als ik ziek word? Mijn zus woont in Parijs. Zij is zwanger, haar man heeft kanker. Het zijn moeilijke tijden.”

Financiële zorgen heeft Zahra niet. Wel mist ze een uitgebreid sociaal netwerk, aangezien haar dichte familie in het buitenland woont. “Mijn zoon en ik zijn op elkaar aangewezen. Als hij in bed ligt, bel ik met familie in het buitenland. Ook Ryan mist zijn leeftijdsgenoten. Via filmpjes in de oudergroep kon hij toch zijn klasgenootjes even zien.”

Liever digitaal onderwijs dan naar school

Ook al komen ze niet buiten, afgesloten van de buitenwereld zijn deze moeders allerminst. Ze hebben familie in verschillende landen, ze spreken meerdere talen en volgen internationale nieuwswebsites. Dat lockdowns in Italië, Spanje en India een pak verder gaan dan bij ons, beïnvloedt wellicht ook hun keuze om binnen te blijven.

“Voor mij verandert zo’n ‘lockdown’ niet veel,” lacht Ayşenur. “Ik kwam naar Brussel toen ik met een Turkse Belg trouwde. Al mijn familie en vrienden zitten in Turkije. Mijn sociaal contact verliep voor corona al via videochat.”

Wat digitaal afstandsonderwijs betreft, zijn deze tech savvy moeders niet de meest kwetsbare groep. Computers en een internetverbinding zijn voor deze 5 geen probleem. Toegegeven, zelf helpen bij nieuwe leerstof zien ze echt niet zitten. Maar hun kind naar school sturen terwijl het virus rondwaart, nog veel minder.

“Huiswerk begeleiden is moeilijk,” vertellen Khadija en Nabila. “Gelukkig hebben we via Facebook en Whatsapp een goed contact met de juffen. Ze geven veel video-opdrachten, dat helpt. Dan zie je wat de bedoeling is van bijvoorbeeld een knutselopdracht. En als we iets niet begrijpen, sturen we de juf een voicebericht.”

Zahra’s zoon Ryan leert vlot. “Hij maakt al zijn opdrachten op de tablet. Zijn huiswerk voor de hele week had hij in een dag af. Voor extra taken verwees de juf ons naar Bingel.” Om toch een beetje afwisseling te hebben, zijn Zahra en Ryan aan het koken geslagen. “We maken pasta, couscous en taarten. Koken is ook leren: nieuwe woordenschat, verhoudingen berekenen …”

Als extra zorg wegvalt

Maar wat als je kind een leerprobleem heeft? Of als de school weinig ondersteuning biedt? De zoons van Nabila en Ayşenur gaan volgend jaar naar het eerste leerjaar. Zij zijn absoluut gebaat bij extra zorg.

“Op school stoomde de logo hem klaar voor de overstap, nu doe ik dat zelf,” zegt Nabila. “Elke dag oefenen we een uurtje de basics: het alfabet, de kleuren, tellen. Maar sommige zaken vind ik moeilijk. Voorzetsels bijvoorbeeld, die ken ik niet allemaal in het Nederlands. Het doet me verdriet dat ik mijn zoontje niet optimaal kan ondersteunen. Hij heeft het al zo moeilijk op school. Met nieuwe leerstof wordt het helemaal een uitdaging.”

Ayşenur vreest dat haar zoontje straks ook bij de logo terechtkomt. “Ik hoor van andere Turkse mama’s dat dit gebeurt, omdat de zinsconstructie in onze taal omgekeerd is. Maar daarom heb je nog geen spraakprobleem.” Dat haar zoon van de juf enkel bewegingstussendoortjes krijgt, maakt het er niet gemakkelijker op.

Maar Ayşenur trekt haar plan. “We gebruiken oude werkboeken van mijn dochter, van het eerste leerjaar, om letters te leren. Via YouTube oefenen we het Nederlandse alfabet. En dankzij de oudergroep van Rein hebben we Ketnet ontdekt. Nu kijken we elke dag naar Karrewiet en Nachtwacht. Ik zet ondertitels op en leer zelf ook bij!”

Thuis een taalbad

Ook Meenakshi doet haar best om haar zoontje thuis een taalbad te geven. “We luisteren veel fundels, Dikkie Dik is favoriet. Zelf spreken we Tamil en Engels. Maar als mijn zoontje speelt, hoor ik soms Nederlandse woorden.” In de instapklas klinkt meer Nederlands. Toch blijft Meenakshi’s zoon, die nog niet leerplichtig is, thuis tot het virus volledig is uitgeroeid.

Andere moeders met jonge kleuters, zoals Khadija en Nabila, overwegen hetzelfde te doen. “Laat kleuterleraren de draad langzaam oppikken als we helemaal coronavrij zijn. Laat ze deze verwarrende periode uitleggen aan onze kinderen. En laat ons een feestje geven, omdat we het virus hebben overwonnen!”

Tot het zover is, zijn deze 5 moeders even ‘juf’. Ze slaan zich erdoor, elk op hun eigen manier. Dat ze polyglot zijn en vlot met een smartphone kunnen werken, is een groot voordeel. En geldt zeker niet voor alle ouders. Maar ook Rein, de brugfiguur van Brusselleer, maakt een groot verschil. Zonder haar had ik deze diepte-interviews niet kunnen voeren.

Om samen les te geven met anderstalige ouders, is een vertrouwensrelatie essentieel. Het helpt als de leraar meerdere talen spreekt. Geduld helpt ook: een interview duurde gemiddeld 3 kwartier. Maar ik zag de mens achter de maatschappelijke uitdaging. En dat was me elke minuut waard.

Kyra Fastenau schreef deze bijdrage voor het onderwijsmagazine Klasse.

Gezocht: ideeën voor Brussel

Heb je ideeën rond leren, opgroeien, meedoen, samen maken, ontmoeten of gezond leven in Brussel? Van grote uitgewerkte plannen tot kleine voorstellen, alle ideeën zijn welkom bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De VGC gebruikt de input als ‘stadspiratie’ om haar beleid voor de komende jaren uit te stippelen.

Van 19 februari tot 15 mei kunnen Brusselaars en Brusselgebruikers op het drietalige online platform Stadspiratie hun ideeën indienen en erop stemmen. Burgers en organisaties komen op 6 juni samen om een aantal ideeën verder uit te werken tot concrete voorstellen. Na een tweede bijeenkomst met verenigingen, organisaties, buurten en burgers die zich willen engageren om de ideeën ook effectief mee te realiseren, vloeien de resultaten door naar het meerjarenplan 2021-2025 van de VGC.

De eerste ingediende ideeën: één tarief voor alle zwembaden voor alle inwoners van het Brussels Gewest, een regelmatig overleg tussen scholieren van verschillende scholen om te praten over hun ideeën over het Brusselse onderwijs, taalbuddy’s om de talenkennis te verbeteren, collectief tuinieren op school.

Zelf je idee indienen kan op de website van Stadspiratie.

Een kerst als geen ander

Kerstavond 2019 in de Singelijnschool in Sint-Lambrechts-Woluwe. Het kerstmaal is meestal een bijzonder moment voor gezinnen. Het gezin krijgt ditmaal een veel bredere betekenis. Onder impuls van de directeur verwelkomen leerlingen, ouders en leraren vluchtelingen voor een gezamenlijke maaltijd en een warm bed achteraf. Het aantal gasten is met 60 à 80 indrukwekkend. Het is een primeur voor de school.

De directeur denkt al aan volgend jaar. Hij is bereid om het initiatief te herhalen, al koestert hij de gekke hoop dat de staat eindelijk zijn verantwoordelijkheid opneemt en er in 2020 geen noodzaak meer is om de school te openen voor deze jonge reizigers.

De tekst en de foto’s zijn van straat- en documentairefotograaf Frédéric Moreau de Bellaing. Meer info over zijn werk vind je op zijn website, Facebook-pagina en Instagram en in een interview met Bruzz.

Samen blokken in het museum

Samen studeren in Brussel, dat kan vanaf maandag 16 december tot vrijdag 31 januari in Bozar en Pilar. Omringd door kunstwerken kunnen studenten zich ten volle concentreren op de voorbereiding van hun examens. Met dank aan Brik, de servicedesk voor studenten en de Nederlandstalige hogeronderwijsinstellingen in Brussel.

Pilar

Tijdens deze wintereditie van Study Spaces opent Brik in samenwerking met weKONEKT een Study Space in Bozar met plaats voor 80 studenten. De Study Space in Pilar, het nieuwe cultuurhuis van de VUB, heeft plek voor 120 blokkers. Daarnaast organiseert Brik op 27 andere plekken Study Spaces, verspreid over Brussel. Er zijn in totaal 865 plaatsen beschikbaar. Ook in het weekend zijn er verschillende locaties open.

Waarom studenten zo graag studeren in groep? De voornaamste redenen hiervoor zijn sociale controle en het groepsgevoel. Je kan ook samen een pauze nemen. Brik speelt hierop in door in de Study Spaces een gezellige relaxruimte te installeren waar je terecht kan voor een koffie of thee.

Om ervoor te zorgen dat studenten niet voor niets naar een van de Study Spaces afzakken, werkt Brik deze editie voor het eerst met een online aanmeldingssysteem waardoor je live het aantal bezette plaatsen per Study Space kan raadplegen. Pas op, dit is nog niet voor alle locaties het geval.

Alle locaties zijn terug te vinden op deze interactieve kaart. Een plaatsje reserveren kan op de website van Brik.

Vijftien jaar onderwijsbesparingen eisen hun tol

Om de vier jaar wordt de Pisa-enquête afgenomen en gepubliceerd. In alle Oeso-landen worden bij 15-jarigen standaardtesten afgenomen voor begrijpend lezen, wiskunde en wetenschappen. Dat is een belangrijk moment voor onderwijsinstellingen en regeringen. Steeds opnieuw stellen we vast dat de kinderen in het Nederlandstalige onderwijs minder scoren op deze testen. Als het gaat over taal-, reken- en wetenschapsonderwijs, daalt het niveau van onze kinderen al meer dan twaalf jaar. Voor wie met beide voeten in het werkveld staat, is dat geen verrassing.

Men zou dat allemaal weg kunnen relativeren met de idee “dat het maar een Oeso-studie is die enkel meet wat economisch interessant is en bijgevolg met een korrel zout moet worden genomen” of dat “deze enquête te veel focust op kennis en te weinig op vaardigheden” of nog “dat er weinig rekening gehouden wordt met de specifieke Brusselse meertalige context”

Maar deze daling moet zeer serieus worden genomen. Pisa is immers één van de weinige internationale genormeerde testen waaruit we dingen kunnen afleiden. Vijftien jaar besparingen in het onderwijs laten hun sporen na: het steunpunt Gelijke Onderwijskansen (GOK) en de mentoruren werden afgeschaft. Er wordt al vijf jaar op een rij drastisch geknipt in de werkingsmiddelen. De klassen worden alsmaar groter. De ondersteuning voor kinderen met extra noden werd meer dan gehalveerd. Leerkrachten roepen al meer dan tien jaar dat de toestand op het terrein niet meer houdbaar is. Al tien jaar luisteren de opeenvolgende kabinetten niet.

In Brussel moet ongeveer dertig percent van de inwoners rondkomen met een inkomen onder de armoedegrens. Kansarmoede heeft een directe invloed op leerkansen. Een op de twee van de armste kinderen zit in het beroepsonderwijs versus een op de dertig van de rijkste kinderen. Een kind uit een arm gezin heeft zeven keer meer kans om een C-attest te krijgen dan een kind uit een rijk gezin. De uitdagingen in Brussel liggen op vlak van onderwijs hoger dan elders in Vlaanderen. De sociale lift die ons onderwijs zou moeten zijn, moet het beste kunnen werken in Brussel. Onze beste, meest geëngageerde leerkrachten moeten hier  lesgeven, onder de beste omstandigheden.

Maar wat zien we? Uitgerekend in onze hoofdstad stopt één leerkracht op de vier voor zijn vijfde lesjaar. Uitgerekend in onze hoofdstad storten de plafonds van scholen in. Uitgerekend in onze hoofdstad raken honderden vacatures niet ingevuld. Mensen zien het niet zitten om alleen voor een klas te staan, met zeer veel leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Iets wat twee handen alleen niet kunnen geven. Het is de wereld op zijn kop.

Nu haalt Vlaams minister van Onderwijs Weyts nog eens honderd miljoen weg uit het secundair onderwijs. Daarnaast neemt de armoede in de samenleving toe. Rijken worden rijker, armer armer. Dat wil zeggen dat de kansen om tot duurzaam leren te komen, nog zullen afnemen. Toch wordt er niet gekeken of geluisterd. Het onderwijs wordt al vijftien jaar ondergefinancierd. De leerlingenpopulatie nam met tien percent toe. De investeringen in onderwijs namen met zeven percent af. Gepeld, zoals een ajuin.

Eens om de vier jaar schieten de beleidsmakers wel in een kramp: bij de publicatie van de Pisa-resultaten. Dan is het plots de schuld van de migranten “die het niveau naar beneden halen”, of de leerkrachten “die hun job niet goed doen”. Paniekvoetbal om het verband niet onder ogen te moeten zien. Het verband tussen deze resultaten en hun besparingen. Maar zoals struisvogels steken onderwijsministers en hun kabinetten hun kop liever in het zand. Zoals Weyts in Terzake: liegen over de besparingen en beweren dat het met meer taaltesten wel opgelost geraakt.

We moeten de dingen over een andere boeg gooien. Er moet dringend werk gemaakt worden van kleinere klassen, meer leerkrachten en een inschrijvingsbeleid dat een betere sociale mix genereert. Leerkrachten, vakbonden en onderzoekers hameren hier al lang op.

Gaetan Carlier

Leerkracht basisonderwijs Brussel

Keizer Karellaan kan beter

Van Karel V wordt weleens gezegd dat hij regeerde over een rijk waar de zon nooit onderging. Van de laan die in Brussel naar hem genoemd is, zou je kunnen beweren dat de lucht er nooit opklaart. Een ordinaire autoriool, noemde Bruzz de stadssnelweg, waar dagelijks 20.000 wagens Brussel binnenrijden. Tijd om een nieuwe toekomst te ontwerpen voor de Keizer Karellaan, vinden het actiecomité Filter Café Filtré en expertisecentum Architecture Workroom. Ze organiseren samen Air for Schools.

De auto is koning in de Keizer Karellaan. Maar ter hoogte van de Basiliek van Koekelberg piekt de gemeten luchtkwaliteit tot het schadelijkste niveau in het Brussels Gewest. Verkeersonveiligheid is een even groot probleem in Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem, de gemeenten die de laan doorkruist. En dat in een dichtbevolkte woonbuurt en bestemming voor honderden schoolkinderen.

Wat met de fiets en andere zachte vervoersmodi? Naar aanleiding van de sluiting van de Leopold II-tunnel was er deze zomer een fietsostrade in het midden van de Keizer Karellaan. Op 1 september verdwijnt die fietsas echter opnieuw.

Genoeg problemen dus, maar Air for Schools wil met de steun van Brussel Mobiliteit aan langetermijnoplossingen werken. Architecture Workroom organiseert daarom in samenwerking met Filter Café Filtré een ontwerpworkshop, waarin experts, schooldirecties, leerkrachten, ouders, ontwerpers en andere geïnteresseerden op zoek gaan naar alternatieven voor de stadsboulevard en voorstellen doen voor leefbare en veilige schoolomgevingen. De discussie gaat niet enkel over lucht- en leefkwaliteit en verkeersveiligheid, maar ook over mobiliteit, openbare ruimte, ruimtelijke ordening, fiscaliteit, openbaar vervoer, wandel- en fietsnetwerken en een stad op kindermaat. De ontwerpvoorstellen uit de workshop worden tijdens de Week van de Mobiliteit (16 tot 22 september) opgehangen in de publieke ruimte.

De ontwerpworkshop vindt plaats in het voormalige Actiris-gebouw (Anspachlaan 65, 1000 Brussel) op zaterdag 7 september, van 9.30 uur tot 13.30 uur. Inschrijven kan via Eventbrite.

Rewind: Lukaku’s leraars

Is De school van Lukaku de zoveelste realityshow, ditmaal opgehangen aan een jonge Bekende Voetballer? Nee, het programma is zo veel meer. Het schetst een genuanceerd en indringend portret van een multiculturele school in Anderlecht. Het toont met veel respect de leefwereld van jongeren en de inspanningen van de leraars om hen goed onderwijs te verschaffen. Het is niet alleen maatschappelijk relevante, maar ook creatieve, verrassende en originele tv. Kortom: Woestijnvis grand cru.

De School van Lukaku volgt het reilen en zeilen van leerlingen op het Nederlandstalige Sint-Guido-Instituut gedurende het schooljaar 2009-2010. Voetbalclub Anderlecht heeft zijn talenten in die school ondergebracht. De bekendste onder hen is de 16-jarige Romelu Lukaku, de hoop van het Belgische voetbal. Hij en zijn gezin (onder meer zijn Belgisch-Congolese vader Roger en zijn jongere broer Jordan) komen aan bod in de serie, maar evengoed medeleerlingen als Mohamed, Nerma, Amra, Jonathan, Marco. Elk van de tien afleveringen heeft een centraal thema: geloof, liefde, geld, leven in Brussel, enz. De thema’s worden via klasdiscussies belicht. De leerlingen geven aanvullende meningen via een webcam thuis. De reeks toont beelden van het leven buiten de school, meestal voorafgegaan door een statusupdate van de leerlingen op Facebook.
De ontwapenende Bosnische zusjes Nerma en Amra zijn terecht uitgegroeid tot publiekslievelingen die een forum krijgen in De Standaard of De Laatste Show. Maar ook Mohamed steelt geregeld de show. In de klas zegt hij dat hij geen allochtoon genoemd wil worden, want hij is hier geboren. De lectuur van een boek is hem misvallen omdat het over een homoseksuele relatie gaat. Hij is zeer gehecht aan zijn grootvader die hem grotendeels heeft opgevoed. Hij is een diepgelovige moslim, maar een gebed missen vindt hij geen ramp. In de ruime familiekring zien we hem zitten naast zijn stokoude overgrootmoeder. Hij vertaalt haar Arabische geweeklaag in het Nederlands: ze heeft genoeg geleefd, ze wil graag dood. Zijn kleine zusje breit onmiddellijk erna een scabreus einde aan de Vlaamse klassieker Schipper, mag ik overvaren: “Wat moet ik doen? Mijn broek afdoen? “
De school van Lukaku toont dat Anderlecht meer is dan rellen, criminaliteit en sociale ellende. Het programma geeft jongeren van andere origine een gezicht, vertelt hun verhaal. Uiteindelijk zijn het allemaal ketjes met hun bezigheden en beslommeringen. De reeks bevestigt sociologisch onderzoek dat de jeugd van tegenwoordig een stuk conservatiever is. Ze vindt discipline en respect belangrijk en gelooft opnieuw in het huwelijk. Vooral moslims krijgen van thuis uit oubollige opvattingen mee: de wereld is door God geschapen, homoseksualiteit is onnatuurlijk en fout, ouders mogen hun kinderen slaan. Het belang van onderwijs in de ontwikkeling tot kritische burgers kan daarom niet onderschat worden. Het Sint-Guido-Instituut, dat leerlingen van tientallen nationaliteiten begeleidt, verdient daarvoor een pluim.
Tot slot is De school van Lukaku ook een verademing in vergelijking met andere realityprogramma’s. Mensen wordt in hun waarde gelaten. Niemand wordt weggestemd, weggepest of anderszins afgebroken. De makers gaan niet op zoek naar het conflict en de sensatie, maar tonen zich oprecht geïnteresseerd in de jongeren. Daarom alleen al verdienen de woorden van Lukaku navolging: “Allemaal checken, dit is mijn school”. De lovende kritieken geven hem gelijk.
De school van Lukaku liep in 2010 op tv en is deze zomer, tot en met 31 augustus, opnieuw te zien op VRT NU.

Bouwvallen en paleizen

Meer dan vijf jaar duurt het nooit om ze recht te zetten: blinkende kantoorgebouwen, kant-en-klaar, alles erop en eraan. Tot en met het lakje verf. De hoofdzetel van KBC in Molenbeek of de bedrijven op de Woluwelaan. Het Brusselse Sillicon Valley wordt het genoemd. Ingewikkelde constructies van staal en glas waar de fantasie van menig architect op bot is gevierd. Echte weelde is het. Paleizen voor IT-bedrijven, bankenconcerns en andere holdings. Gebouwd voor de nieuwe keizers van onze tijd. Net zoals in de middeleeuwen.

Anneessens Funck, een middelbare beroepsschool in hartje Brussel. Vele ketjes uit de volkswijken leren er een beroep. Niet makkelijk. Leerkrachten vechten er dag in dag uit om kansarme pubers de nodige bagage te geven om verder te kunnen. Zestien- en zeventienjarige ketjes die vele politici al sinds lang gebrandmerkt hebben. Enkele maanden geleden is er een deel van het plafond naar beneden gevallen. Een barst in de waterleiding, waardoor de bepleistering het gewicht niet kon houden. Symbolischer kan haast niet. Die ketjes krijgen dan ook alles op hun dak. Het gemeen van de 21ste eeuw. Pek en veren. Net zoals in de middeleeuwen.
Vorig weekend stortte een pareltje Brussels materieel erfgoed in op een speelplaats van een kleuterschool. “Niet zo héél erg” en “potje breken potje betalen” waren de eerste spontane opwellingen van de bevoegde schepen. Het spreekt boekdelen dat een politieke verantwoordelijke zo laconiek omgaat met zijn erfgoed. Enige fierheid voor onze monumenten is immers nooit een karaktereigenschap van Brusselse politici geweest. Maar dat die eerste opwellingen niet eens betrekking hadden op hoe dit überhaupt kon gebeuren, -terwijl die muur met bijhorende toren, de grens vormt van een speelplaats met honderdvijftig huppelende kleuters- spreekt nog dikkere boekdelen. Als dit had plaatsgevonden in het stadhuis, werd dreigingsniveau 4 afgekondigd en cirkelden de helikopters dag en nacht boven onze hoofden. Maar geen stadhuis, en dus een ‘fait divers’ in de media. Nu moeten honderdvijftig kinderen en hun ouders uitkijken naar een andere plaats. Benieuwd of ze een tijdje in de paleizen van die nieuwe keizers terechtkunnen. Beschutting bieden aan de mensen rondom je heir is een feodale plicht. Tenminste, toch in de middeleeuwen.
Achthonderd meter verder kreunt er een lagere school onder de verbouwingswerken. Ook een wijkschooltje, in hartje Marollen. Een bonte mengeling van ketjes tussen zes en twaalf jaar. Bijna tien jaar heeft het geduurd eer er de eerste steen werd verlegd. Hier geen fantasierijke constructies van glas en staal. Wel tijd genoeg voor de bevoegde instanties om een uitwijkalternatief te bieden voor de leerlingen en het lerarenkorps. Maar het gebeurde niet. Tussen het gedril en geboor door, leren de kinderen er de letters lezen en schrijven. De lokalen worden ondersteund door ijzeren stutpalen. Voor het geval dat er een plafond instort. Je weet maar nooit.
Ons samenlevingsmodel kiest om de mooiste, de stevigste en de meest creatieve gebouwen in een een mum van tijd op te zetten ten behoeve van een dunne laag superrijken. De enige maatschappelijke functie van die toplaag bestaat erin om meer winst te maken. Niet voor de gemeenschap, maar voor zichzelf. Tegelijk werken tienduizenden leerkrachten met hun kinderen in overvolle en vervallen gebouwen aan de toekomst van onze samenleving. There is something rotten in the kingdom of Danmark.
Gaetan Carlier schreef deze bijdrage voor zijn persoonlijke blog Images of sound.

Vinger in de lucht, handen in de aarde: Brussel installeert Klasbakken


 
De Brusselse schoolkinderen van het Nederlandstalig onderwijs gaan massaal hun handen in de aarde vuilmaken. 214 van de 250 scholen vroegen gratis ‘Klasbakken’ aan, uit gerecycleerd en duurzaam hout, gemaakt bij twee vzw’s actief in de sociale economie, Atelier Groot Eiland en Fix. De VGC en Leefmilieu Brussel bekostigen het project.

Continue reading