Creatief met restjes

Zit je met verlepte groenten, niet meer zo vers fruit of oud brood? Wil je in plaats van steak of kabeljauw ook wel eens kalfsniertjes of pieterman eten? En wil je aan de slag met stoofpotjes, dipsauzen of smoothies? Steven Desair van de vzw Eatmosphere, Joris Lens, de nieuwe uitbater van café De Markten, en Mathias Dircx, de kok die in AUB-SVP gastronomische etentjes verzorgde op basis van voedselresten, presenteren een inspirerend kookboek:  ‘Meer dan de rest’.

‘Eet beter, verspil minder’ is de ondertitel van de verzorgde uitgave. Zoals in elk kookboek vind je recepten, hier onderverdeeld in vijf categorieën: groenten, fruit, brood, vlees en vis. Maar dit kookboek heeft een duidelijke boodschap: weet wat je eet, neem je keuken zelf weer in handen en beperk voedselverspilling tot een absoluut minimum. Liever pure producten dan verwerkt, kant-en-klaar voedsel, luidt het. Niets voor niets toont de voorpagina een close-upfoto van een knolselder. Niet moeders mooiste, maar wel een eerlijk en smakelijk seizoensproduct.
Het boek zit boordevol tips om minder eten weg te gooien. In soep, pesto of broodbeleg kun je gemakkelijk restjes groenten verwerken. Waarom niet een volledige pompoen in een gerecht gebruiken? In een bouillon kun je zelfs vissenkoppen of -graten kwijt. Groenten kun je langer bewaren door ze te fermenteren, pekelen of konfijten. Van fruit kun je confituur of een coulis maken, van brood broodpudding.
Rammenas en hondshaai
Onbekend maakt onbemind. Prachtige producten staan gewoon niet op ons menu omdat we er niet aan denken ze te kopen. Het boek breekt een lans voor vergeten groenten en fruit zoals rammenas, winterpostelein en kweepeer. Ondergewaardeerde Noordzeevissen die als bijvangst vaak gedegradeerd worden tot visvoer voor kweekvis, verdienen eerherstel. Denk aan hondshaai of wulken. Hetzelfde geldt trouwens voor ongeliefde onderdelen van vlees zoals varkenspoten of ossenstaart.
In het leeuwendeel van de gerechten staan groenten en fruit centraal, voornamelijk van eigen bodem. In een boek dat bewuste en duurzame consumptie predikt, is dat de logica zelve. Al is er ook ruimte voor vlees en vis en voor tropische producten onder het motto ‘minder en beter’. Voor heel wat gerechten heb je niet alleen een goed uitgeruste keuken nodig (met blender, mandoline, bunsenbrander en weckpotten), maar ook een hele rist ingrediënten. Coauteur Joris Lens raadt in het voorwoord terecht aan om de recepten aan te passen op basis van wat je in je koelkast hebt staan en dus actiever en creatiever te koken.
Minder en beter
De kers op de taart vormen de innemende getuigenissen van vijf voedselleveranciers in hart en ziel:  een biologische groenteteler, een landbouwer met een hoevewinkel, een ambachtelijke slager, een visser, een biogranenbedrijf dat zelf brood bakt. Stuk voor stuk keren ze zich af van de industriële productie die efficiëntie als het hoogste goed beschouwt en waarvan de consument vervreemd is. Ze willen de kloof met de burger dichten en onderscheiden zich met een kwalitatiever eindproduct.
Zo zegt graanboer Bruno Greindl, die zijn brood aanbiedt in de Brusselse biowinkel Färm: “Wij kiezen graanvariëteiten in functie van hun bakkwaliteit en niet in functie van hun rendement per hectare. En bij ons mag de bakker de tijd nemen om het brood te laten rijzen.” Ook slager Hendrik Dierendonck draagt in de hoofdstad een verhaal van ambacht, terroir en passie uit en ziet zichzelf als sommelier van het vlees, die de klant begeleidt bij zijn keuze. Zijn diepe overtuiging: “Je kunt beter één keer in de week een goed stuk vlees eten dan elke dag een slecht stuk.”
Conclusie: dit is geen kookboek van dertien in een dozijn. Het brengt de keuken van AUB-SVP naar je thuis met signatuurrecepten als de dip van rodebieten  en gepofte aardpeer met pastinaak. Het zet je aan het denken en aan het experimenteren. Het  is ook een bekroning van het werk van Steven Desair, die al jaren met Eatmosphere voedseloverschotten recupereert voor sociale organisaties en nu ook in Belmundo het overschottenrestaurant Mary Pop-in openhoudt.  Dankzij de knappe foto’s van zijn vriendin Lies Engelen is het ten slotte een mooi hebbeding geworden.

Meer dan de rest van Steven Desair, Joris Lens en Mathias Dircx is verschenen bij Lannoo en kost 24,95 euro.

Fietsen in het park

Brusselse fietsliefhebbers hebben na het einde van de Tour de France weer iets om naar uit te kijken. Vrijdag strijkt er een fietscafé neer in de orangerie van het Jean-Felix Happark in Etterbeek. Tandem heet het pop-upinitiatief. In het café kun je niet alleen terecht voor een natje en je droogje, je kunt er ook je fiets laten herstellen en hippe fietsaccessoires aanschaffen.

Parkcafés zijn een nieuwe trend in Brussel. Denk aan Bar Eliza in het Elisabethpark, La Guinguette in het park van Vorst, Buvette Sint-Sebastiaan in het Josaphatpark en Woodpecker in het Ter Kamerenbos. Ook fietscafés schieten in Europese steden als paddenstoelen uit de grond. Brussel volgde met de opening van Kring Dansaert op het Bloemenhofplein in oktober 2016. De Franse oprichters spraken van een ontmoetingsplaats en een creatief stadslabo waar nagedacht wordt over intelligente mobiliteit.
Céline en Florent willen de komende vijf weken de twee ideeën combineren. Ze bieden lokaal georiënteerde hapjes en drankjes aan, zoals boterhammen, Brusselse bieren en sap uit het Pajottenland. In het weekend staat er een brunch op het menu. Het atelier biedt handige Harry’s de mogelijkheid om zelf hun fiets te herstellen. Een professionele fietsenmaker staat eveneens ter beschikking. In de winkel vind je materiaal voor fietsers zoals helmen, sloten, bellen en fietstassen, maar ook T-shirts, totebags, postkaarten, reisboeken, kaarten en kinderaccessoires.

Het Brusselse stel pakt ook uit met een gevuld programma: testritjes voor bakfietsen en elektrische vouwfietsen, fietstochten in de buurt, boekpresentaties en kinderactiviteiten. Na de zomer willen de twee initiatiefnemers verderdoen in een permanente vestiging.
Tandem is open van 28 juli tot 1 september, van dinsdag tot en met zaterdag van 11 uur tot 20 uur en op zondag van 11 uur tot 18 uur. Meer info vind je op de website en de Facebook-pagina. 

Krekels voor ketjes

Een lekker en gezond tussendoortje op basis van krekels van lokale kweek. Daaraan werken broer en zus Michiel en Anneleen Van Meervenne. De naam van de eerste Belgische krekelreep ‘Kriket’ is een samensmelting van het Engelse ‘cricket’ en het Brusselse ‘ket’. De crowdfundingcampagne om de eerste 5.000 repen te financieren, loopt op haar laatste benen.

Continue reading

De bioschuur van Etterbeek

Wie fan is van de biomarkt van Les Tanneurs, heeft sinds kort een alternatief in Etterbeek, met langere openingsuren bovendien. Op het Sint-Pietersplein, vlak bij het Jubelpark, is in een magazijn van een vroegere wijndistributeur een ruim bemeten biowinkel opengegaan. The Barn verkoopt groenten en fruit en andere biologische basisproducten met zo weinig mogelijk verpakking. BrusselBlogt sprak met Quentin Labrique, die, samen met Julien De Brouwer, het initiatief nam. De twee jonge Brusselaars leerden elkaar kennen bij Decathlon.

Wat is er bijzonder aan The Barn?
We verkopen een 400-tal bioproducten op een oppervlakte van 500 m². De nadruk ligt op verse groenten en fruit. Daarnaast vind je onder meer kaas en melkproducten,  brood, koffie,  vlees, sappen en bier. We bieden per product maar één soort aan en maken dus een strenge selectie. We vermijden verpakking door producten als pasta, gedroogd fruit en noten in bulk aan te bieden. Olie vul je zelf in een fles.
Wie zijn uw leveranciers?
We betrekken onze lokale groenten en fruit rechtstreeks bij landbouwers, vooral uit Waals-Brabant. Ook bij de coöperatieve van landbouwers Interbio (gevestigd in Sombreffe, Namen, nvdr) zijn we klant. In Wallonië is er veel meer bio-areaal dan in Vlaanderen. We verkopen wel kazen van de West-Vlaamse biogeitenboerderij De Volle Maan.

Hoe zien uw klanten eruit?
Heel divers. De buurtbewoners, de werknemers van de hoofdzetel van ING, Europese ambtenaren. We willen zo toegankelijk mogelijk zijn. Doordat we direct onderhandelen met de producenten en besparen op verpakking, kunnen we de prijzen laag houden.
Waarom koos u The Barn als naam?
De winkel doet ons denken aan een oude schuur. We willen de inrichting zo bruut mogelijk houden met OSB-platen, tafels uit palletten en frigo’s. Op die manier stellen we de producten centraal. We keren terug naar de overdekte markten van vroeger.  We hebben trouwens alles zelf gedaan en zo weinig mogelijk materiaal aangekocht. De valse plafond hebben we weggehaald.

Hoe waren de eerste reacties?
Heel positief. Na de opening op 5 mei was er een ware stormloop op de winkel. Er kwamen dagelijks zo’n 500 à 600 mensen over de vloer. We zijn met vier voltijdse personeelsleden gestart, maar we gaan nu extra personeel aanwerven.
Wat zijn uw plannen voor de toekomst?
We willen uit onze comfortzone blijven en nieuwe ideeën ontwikkelen. Waarom geen internetplatform voor levering aan huis? Of een eigen restaurant? Workshops en educatieve projecten willen we ook graag organiseren, want we geloven in ons verhaal. Je ziet de markt voor bio vandaag groeien, omdat steeds meer mensen bewuster consumeren.

The Barn (Sint-Pietersplein 38, 1040 Etterbeek) is open van dinsdag tot zondag, op weekdagen van 11 u tot 20 u, in het weekend van 10 u tot 16 u. 

Wit is altijd schoon

Brussel geniet internationale faam in de wereld van de dans en de moderne kunst, getuige het succes van gezelschappen als Rosas en Ultima Vez en een beurs als Art Brussels. Ook op het vlak van design en mode wil de hoofdstad zichzelf op de kaart zetten. Het nieuwe gebouw van MAD, voluit Brussels Fashion and Design Platform, aan de Nieuwe Graanmarkt zet die ambities kracht bij. BrusselBlogt ging poolshoogte nemen. 

Het pand, uitgevoerd in vijftig tinten wit, is ruim en laat veel licht binnen. Het is volgestouwd met designobjecten van Brusselse makelij, zoals kleurrijke stoelen en elegante lampen. Multifunctionele werk- en vergaderruimtes, ateliers en expositieruimtes lopen in elkaar over. Grote potten met bomen staan tussen stoeltjes in een tv-ruimte. Aan de achterkant valt een elegant krullende buitentrap op.
De architecten van Vers plus de bien-être (V+) en de designers van Rotor kozen bewust niet voor een tabula rasa maar vertrokken van wat er was: drie lelijke industriële donkere gebouwen. Ze recupereerden en verfraaiden de meeste ruimtes en verbouwden slechts hier en daar. Voor de binneninrichting gebruikten ze een grote waaier aan materialen, texturen en eclectische motieven. Wit is de verbindende kracht. De benedenverdieping is toegankelijk voor het publiek, de bovenruimte voor personeel en gasten.

MAD ondersteunt sinds 2010 Brusselse modeontwerpers en designers in hun ontwikkeling en versterkt hun internationale uitstraling. In het nieuwe pand brengt het platform zijn kerntaken samen: onderzoek & ontwikkeling, professionele begeleiding en culturele programmatie. De incubator huisvest bijvoorbeeld jonge ontwerpers en deskundigen die duurzame en milieuvriendelijke producten, processen en diensten ontwikkelen en uitwerken. Het instituut organiseert ook seminaries en coacht ondernemers individueel en in groep. In de eerste tentoonstelling ‘Occupation: designer’ palmen zes designers de ruimte in om hun creatieve oplossingen voor te stellen. Je kunt er onder meer snoepjes eten en een markt van geëngageerde ontwerpers bezoeken.

Tot slot benadrukt het centrum nog dat het geen hippe façade of een ivoren toren wil zijn. Op de Nieuwe Graanmarkt is een basketbalveldje, waar jongeren van gemengde origine hun kunsten tonen. Als ze in de buurt woonden, waren ze al uitgenodigd voor een buurtbrunch rond het thema fooddesign in de feestruimte. Meer algemeen wil MAD niet alleen de brug maken met de Dansaertstraat, het mekka voor fashionista’s, maar ook bijdragen tot de heropleving van de kanaalwijk. Daarmee treedt het in de voetsporen van het MIMA, die andere nieuwkomer met een m. Waarvan akte.

‘Occupation: designer’ is open van woensdag tot zondag, van 11 tot 18 uur, en loopt tot 20 augustus. De toegang bedraagt 8 euro. Meer info: www.mad.brussels.

Cheers, Audrey!

Vandaag zou Audrey Hepburn 88 jaar geworden zijn. De beroemde actrice van Breakfast at Tiffany’s werd geboren in Elsene, in de Keienveldstraat 48. Ze won niet alleen een resem film- en theaterprijzen, ze was in de jaren 50 en 60 een heus stijlicoon. Het mode- en lifestyleplatform Stylight brengt daarom hulde aan haar en presenteert vier portretten waarin ze in het huidige Instagram-tijdperk gekatapulteerd wordt. Ontbijt met acai bowl en een groene smoothie!

Record Store Day in Brussel

Zaterdag is een hoogdag voor platenliefhebbers. Ook in Brussel valt er heel wat te beleven op Record Store Day. Een overzichtje.

  • Chez PIAS (Sint Laurensstraat 36-38, 1000 Brussel) presenteert een indrukwekkende line-up van optredende artiesten. Stef Kamil Carlens opent om 11.30 uur de dans. Passeren onder meer nog de revue ‘s namiddags: Chantal Acda, Sophia, Daan, J. Bernardt en Kapitein Winnokio. Je kunt ook een kijkje nemen op de fototentoonstelling van rockfotografe Bernaded Dexters. De toegang is gratis. Meer info vind je op de Facebook-eventpagina.
  • Bij Balades Sonores (Koningsstraat 173, 1210 Sint-Joost-ten-Node) kun je niet alleen je vinylcollectie uitbreiden, het Gentse latin jazzcombo Compro Oro geeft om 18.30 uur een optreden. Eventpagina.
  • In Bonnefooi (Steenstraat 8, 1000 Brussel) sluiten de Brusselse dj’s van Onda Sonora de dag in schoonheid af.  Hun motto: “No snobbery, no gimmics, no frills.” Eventpagina

 

Compro Oro – Liquid love (Transatlantic) from Wim Segers on Vimeo.
Tips voor interessante nieuwe releases vind je op de muzieksite Dansende Beren. Een volledig overzicht staat op de Belgische website van Record Store Day.

The Smoothie Machine (c) Frulego

Wereldprimeur verse smoothies in Brussel

“Een smoothie is een niet-alcoholisch, koud drankje, meestal romig en met fruit.” zo leert Wikipedia ons. Dat zo’n smoothie vaak maar een veredeld vruchtensapje is met wat geplet fruit, veel toegevoegde suikers en bijna geen vezels… dat is veel minder bekend.

Laat het nou net dat ongezonde zijn waar de jongens (ja sorry, ik zag alleen maar jongens) van Frulego wat aan willen doen. Daarom bedachten ze “The first fresh & healthy smoothie machine”. Een smoothie-automaat die je smoothie klaarmaakt terwijl je erbij staat. Een wereldprimeur waarvan het prototype momenteel alleen in onze eigenste hoofdstad Brussel te vinden is. Smoothies uit de smoothie machine bevatten geen bewaarmiddelen of toegevoegde suikers. Ze worden bereid uit verse brokjes bevroren fruit en groenten.

The Smoothie Machine (c) Frulego
The Smoothie Machine (c) Frulego

Hoe werkt zo’n smoothie-automaat? Uw reporter ter plaatse kon het zelf proberen.

Om te beginnen maak je een keuze uit de vooraf bepaalde recepten: een selectie uit 10 verse vruchten en groenten. De vruchten en het fruit zijn bevroren en in kleine brokjes versneden. Al naargelang de keuze die je maakt, komen de brokjes in je beker terecht. Op het einde wordt er een afgemeten hoeveelheid warm water aan toegevoegd. Dan gaat de beker onder de blender. Het eindresultaat is een heerlijk romige smoothie die ook de juiste frisse temperatuur heeft. Dus geen bevroren brokjes of lauwe soep in je bekertje. Betalen doe je gewoon aan de kassa en geloof me, deze smoothie is zijn 3,50 euro zeker waard.

Het prototype van de smoothie machine wordt momenteel dus ‘en vif’ getest. De mensen van Frulego zijn de hele dag in de buurt. Niet alleen om jou tekst en uitleg te geven over hun product, maar vooral ook om te zien of alles functioneert zoals het hoort. Nog tot en met zondag 26 februari a.s. vind je ze in de Carrefour Express aan de Kruidtuinlaan nabij het Rogierplein. De resultaten van alle tests nemen ze mee om hun prototype te verbeteren.

Toekomstplannen zijn er ook. Frulego wil een app ontwikkelen waarmee je de ingrediënten van je smoothie in een virtuele beker sleept en je bestelling dan naar de machine stuurt. Handig voor wie zelf een combinatie wil samenstellen. En voor de sporters staat er een app voor de smartwatch in de steigers. Die app vertelt je op bepaalde momenten van de dag wanneer het tijd is voor een smoothie, rekening houdend met de inspanningen die je gedurende de dag levert. Ook betalen aan de automaat zelf, met betaalkaart en zonder pincode, wordt in de toekomst wellicht mogelijk.

Bezig aan de laatste loodjes van de Tournée Minérale en even geen zin meer in al die watertjes? Of gewoon liefhebber van een lekkere smoothie? Probeer het eens! Wij kozen een ‘Jefke’ en vonden die heel lekker. Wat erin zit? Tja… dat moet je zelf maar ontdekken.

Zien hoe het werkt of je ervaringen delen? Dat kan ook via de Facebookpagina van The Smoothie Machine.

“Halal wordt ethisch en duurzaam”

Een halalhamburgertent, een Ethiopisch restaurant, een Aziatische specialiteitenwinkel, je vindt het in Brussel zonder problemen. De wereld is thuis in de hoofdstad van Europa en dat blijkt ook uit het voedingsaanbod. Volgens de Antwerpse etnomarketeer Rachid Lamrabat zit er nog rek op de groei. “Een etnische supermarkt is een kwestie van tijd.”

Een op de drie inwoners van het Brussels Gewest heeft niet de Belgische nationaliteit. Brussel Stad gaat er prat op dat er 163 nationaliteiten samenleven, terwijl ook veel nieuwe Belgen hun roots in het buitenland hebben. Die verschillende migratieachtergronden laten hun sporen na in het eetgedrag. “Eten is nu eenmaal ingebed in je cultuur. Stadsbewoners gaan op zoek naar het aanbod dat bij hen past”, zegt Lamrabat.
Halal & duurzaam
Tiqah, het marktonderzoeks- en communicatiebureau van Lamrabat, benadert de consumenten in een superdiverse samenleving als culturele gemeenschappen die waarden, tradities en gewoonten delen. De focus ligt dus niet op nationaliteit, taal of religieuze overtuiging. Ook moslims zijn voor Lamrabat in de eerste plaats een culturele groep. “Vergelijk het met niet-gelovige Belgen die toch Kerstmis of Pasen vieren.”
Halal heeft echter een duidelijk religieuze stempel. Het is letterlijk in het Arabisch wat ‘toegestaan’ is voor moslims. Varkensvlees geldt, net als alcohol, per definitie als onrein en andere dieren moeten ritueel geslacht worden. “De moslimpopulatie zal in de komende tien jaar groeien en dus ook de vraag naar halal. Halal zal een andere connotatie krijgen van kwaliteitsvol, ethisch en duurzaam”, benadrukt Lamrabat. Het Nederlandse certificatiebedrijf Halal Correct schrijft dat de mens volgens de islam duurzaam en op een respectvolle manier moet omgaan met het milieu en de natuur en dat alle dieren op een humane manier gefokt moeten worden.
De discussie over het slachten zonder verdoving blijft intussen voortduren. De Brusselse regering besliste om dit jaar tijdens het Offerfeest geen mobiele slachtplaatsen meer te installeren waar onverdoofd slachten mogelijk is. In Vlaanderen pleegt oud-Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche met de geloofsgemeenschappen overleg over het geplande verbod op onverdoofd slachten. De publieke opinie reageert met verontwaardiging als De Standaard schrijft dat bijna alle schapen, de helft van de kalveren en een vijfde van de runderen in Vlaamse slachthuizen ritueel geslacht worden. Conferencier Michael Van Peel noemde het in zijn jaaroverzicht hypocriet dat halalcritici enkel oog hebben voor het moment van de slachting en niet kijken naar het volledige leven van het dier in de industriële veehouderij.

Tanger in Brussel
De Antwerpse reclameman koopt zijn basisproducten bij de klassieke retail, maar zijn halalvlees koopt hij bij de islamitische slager en zijn brood bij de Marokkaanse bakker. Die etnische winkels zullen in de stad blijven bestaan, want “hun aanbod is voor 100 procent afgestemd op de doelgroep”.  Maar ook de traditionele supermarkt zal zich aanpassen aan het veranderende cliënteel. “De meeste bedrijven hebben nog te weinig oog voor de nieuwe gekleurde middenklasse. Nochtans liggen daar kansen.”
Een etnische supermarkt in Brussel is volgens Lamrabat “een kwestie van tijd”. De allochtone supermarktketen Tanger Markt, in de jaren tachtig gestart als kipgroothandel, heeft in Nederland al negen vestigingen in vijf steden: Almere, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Zaandam. Het eerste Belgische filiaal, 1.000 m2 groot, ging open in 2013 aan de Bredabaan in Merksem. De keten van ondernemer Ahmed Barghaoul importeert zijn producten – vlees, kip, groenten en fruit, zuivel, levensmiddelen en non-food – uit Marokko, Turkije, Suriname, Iran en Azië. Alles is 100 procent halal. Tanger Markt wil binnen vijf jaar in alle grote steden in Nederland en België een vestiging hebben. De Antwerpse zaakvoerder weet dat er in Brussel een pand gezocht wordt en hoopt dat het filiaal binnen een jaar kan openen.
Kant-en-klaarmaaltijden
De Zuidmarkt en de markt van het Slachthuis trekken een heel gemengd publiek, niet alleen door het ruime aanbod van groenten en fruit, maar zeker ook dankzij de lage prijzen. “De oudere niet-blanke consument  is prijsgerichter en doet vaak nog boodschappen voor een heel leger van kinderen, vrienden en buren. De handelaar maakt winst door de grote volumes.” Een hogere prijs vragen voor een betere kwaliteit kan volgens Lamrabat als het goed verantwoord wordt.
Hoe zit met de generatiekloof bij de nieuwe Belgen? “Vele jongeren voelen zich honderd procent Belg, maar ze zijn ook trots op hun vreemde roots. Ze blijven daarom loyaal aan hun eigen winkels. Het aantal gezinnen met tweeverdieners neemt wel toe. Convenience en kant-en-klaarmaaltijden winnen daardoor terrein” besluit Lamrabat.

Wie houdt er van de Nieuwstraat?

“Het is er zo vuil. Het is een echte schande voor Brussel!” Mijn vriend uit Sint-Niklaas had het niet over een verwaarloosde stationsbuurt of een aankomstwijk in Molenbeek of Anderlecht, maar over de Nieuwstraat, in Monopoly een van de duurste straten van het spel. Een handelaar betaalt er een fortuin voor de huur van een winkelpand, gemiddeld 1.850 euro per vierkante meter per jaar volgens vastgoedconsultant Cushman & Wakefield.


(c) Eric Ostermann
De Nieuwstraat is inderdaad een banale winkelstraat die prestige en flair ontbeert. Je stoot er niet op grandioze façades zoals op de Meir in Antwerpen. Voor groene oases of kunstwerken ben je aan het verkeerde adres. En je laveert er ‘s avonds wel eens tussen zwerfvuil en kartons die de handelaars hebben buitengezet, ambulante verkopers die hun twijfelachtige waren op een deken uitstallen en de obligate bedelaar zonder benen.
En er valt wel meer kritiek te geven. De alom bekende winkelketens à la H&M domineren het aanbod. Meerwaardeshoppers komen van een kale reis thuis. De bediening is meestal eentalig Frans, terwijl een aanzienlijk deel van het cliënteel bestaat uit Vlamingen en toeristen. De veiligheidsagenten die prominent voor de winkels staan, al lang voor er sprake was van terreuralarm, zien er niet bepaald uitnodigend uit. En de openingsuren – sluitingstijd om half zeven – zijn een metropool onwaardig. Je moet je haasten om na het werk nog een boodschap te doen.
De Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck voegde er nog een schepje aan toe bij Friedl’ Lesage in het radioprogramma Touché. Hij noemde de Nieuwstraat niet veel beter dan een vermaledijd shoppingcentrum als Docks. Het is immers monofunctioneel. “Waarom is er geen crèche? Het ontbreekt in de Nieuwstraat aan woongelegenheid en ontspanningsmogelijkheden.” Hij laakte ook dat de straat ‘s avonds op slot gaat. Er valt geen hol meer te beleven als de winkels toe zijn.
Bij al die Nieuwstraat-bashing:  toch enkele puntjes van verdediging. De straat is bijzonder centraal gelegen in Brussel en zeer goed bereikbaar met de trein, de tram en de metro. De auto is er gelukkig gebannen. Het publiek is superdivers zoals de Brusselse bevolking. De drempel ligt laag. Ook veel jongeren komen er rondhangen. En het verzamelde aanbod in City2 en de hele straat – van Armani tot Primark –  blijft praktisch als je weinig tijd wilt verliezen aan winkelen.
Maar enthousiast, nee, dat word je niet van de Nieuwstraat anno 2017, exact 50 jaar nadat de Innovation, het warenhuis van Victor Horta, in de vlammen opging.