GR-wandeling van Brussel naar Woluwe

Brussel is een knooppunt van tal van Grote Routepaden. De GR579 vertrekt van achter de Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal in de Belgische hoofdstad en loopt tot in Luik, maar ook de GR126 gaat van Brussegem via de kathedraal tot aan de Semois. Tot slot is er de GR12 die Amsterdam en Parijs verbindt en op zijn weg door Brussel passeert.

Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal

Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn geboorte- en thuisstad voor te stellen en maak hierbij gebruik van de GR12, maar ook de GR512, die door de zuidelijke randgemeenten en het Zoniënwoud loopt. Een mooie wandeling langs tal van toeristische trekpleisters en andere blikvangers. Het wordt voor de verandering een eerder atypische dagtocht, niet alleen in bossen of in de velden. De eerste twintig kilometer gaan immers grotendeels door de stad.

Beginnen doe ik aan het Centraal Station van Brussel en ik begeef me dan naar het knooppunt van de GR126 en 579 met de GR12 achter de kathedraal. Een verguld beeld van drakendoder Sint-Michiel, patroonheilige van de stad en tevens naamgever van de kathedraal, wacht me daar op. Onder zijn goedkeurend oog begin ik aan dit stedelijke avontuur, waarbij ik regelmatig voor een verkeerslicht halt moet houden. Maar dat zal de pret niet bederven.

Na een paar honderden meters draai ik de Beenhouwersstraat in. Het straatje staat bekend om zijn restaurants, maar van kwaliteit is daar weinig sprake (op misschien Aux Armes de Bruxelles na, en dan nog). Het is eerder de soms agressieve en aanklampende manier van de restaurantuitbaters om toeristen te lokken die van zich doet spreken. Het blijft wel een charmant straatje, ware het niet dat er al een tijdje geen terrassen meer mogen staan en corona geeft het al helemaal een zielige aanblik.

Onderweg passeer ik nog de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Dan gaat het over het mooiste plein van de wereld: de Grote Markt. Tot de jaren ’70 was de Grote Markt zo waar een openluchtparking. Gelukkig is dat tegenwoordig niet meer het geval, al zorgen bestelwagens wel voor wat drukte op het lege plein. De vele gildenhuizen kregen in de afgelopen jaren ook een nodige poetsbeurt, zodat de Grote Markt tegenwoordig straalt. Bij Manneken Pis, waar het in normale tijden ook over de koppen lopen is, is nu amper een toerist te bespeuren.

In de Villersstraat kom je nog een stuk van de 11de-eeuwse omwalling tegen. In november 2018 stortte een deel van de muur in en viel op de speelplaats van de daarachter liggende Sint-Jorisschool. Gelukkig gebeurde dat op een zondagnacht en vielen er dus geen gewonden. Enkele meters verder staat ook nog een toren van diezelfde omwalling, op de Keizerslaan.

Stadsmuur uit de 11de eeuw

Via de Grote Zavel, het parkje van de Kleine Zavel en het Egmontpark kom ik bij het Justitiepaleis (eind 19de eeuw) uit. Dat uit de kluiten gewassen gerechtsgebouw is van de hand van Joseph Poelaert, ook wel smalend “Skieven Architèk” genoemd door de Marolliens en Brusseleirs. Voor de bouw van dat onding moest een deel van de volkswijk Marollen tegen de vlakte. Het gebouw is onpraktisch en totaal niet geschikt als gerechtsgebouw. Al jaren vinden er herstellingswerken plaats en die duren nu al zo lang dat de stellingen ook al hersteld moesten worden. Een kleine anekdote: ik heb het gebouw nooit zonder stellingen gekend en ik woon al mijn hele leven (35 jaar!) in Brussel. Vanaf het Poelaertplein voor het Justitiepaleis heb je ook een mooi panorama over de hele stad.

De GR loopt van het Justitiepaleis naar de Hoogstraat, een van de twee evenwijdige assen die de Marollen doorsnijdt. Je kan ofwel de lift nemen, of de zigzaggende weg (eerder een parking) naar beneden volgen. Na 4,5 kilometer kom ik bij de Hallepoort uit, waar ik de Kleine Ring moet oversteken. De Hallepoort maakte ooit deel uit van de tweede stadsomwalling van Brussel uit de 14de eeuw. Al is het huidige gebouw een fantasietje van architect Hendrik Beyaert die er eind 19de eeuw zijn ding mee mocht doen. Tegenwoordig is het een museum dat wel de moeite waard is om te bezoeken.

Ik kom in de populaire gemeente Sint-Gillis, dat met het gelijknamige voorplein over een hotspot beschikt voor cafégangers. Al is daar in de huidige omstandigheden natuurlijk niks van te merken. Langs het impressionante gemeentehuis van Sint-Gillis wandel ik naar het Park van Vorst, gevolgd door het bosachtige Dudenpark. Nu de bomen hun bladeren kwijt zijn kan je het stadion van Union Saint-Gilloise zien liggen. Ooit was dit een van de beste voetbalclubs van België, met maar liefst 11 landstitels en 8 tweede plaatsen tussen 1904 en 1933.

Het pad gaat in een grote boog om Hoogte 100 heen. Je kan er de bleke Sint-Augustinuskerk zien staan. Via de Coghensquare en de Sint-Pieterskerk kom ik bij de Heldensquare en het Wolvendaalpark uit. De GR gaat niet door het park, maar volgt de Crabbegatweg. Deze oude voetweg is één van de laatste van zijn soort in heel Brussel. De weg blijkt gesloten voor renovatiewerken, maar dat merk ik pas als ik halfweg ben en er plots een karrevracht kasseien over de hele breedte van het pad ligt. Omdat het ondertussen ook is beginnen regenen, is het geen pretje om daarover te wandelen.

Crabbegatweg

Na zo’n 11 kilometer passeer ik het kerkhof van Dieweg. Ik ga er niet binnen, maar het is wel de moeite om er een kijkje te nemen als je het nog niet kent. Het heeft wat van Père Lachaise in Parijs, maar bij ons beperkt het aantal beroemdheden met een graf op het kerkhof zich tot Hergé (tekenaar van Kuifje), Paul Hankar (architect, bekend om zijn art nouveau), Charles Woeste (politicus) en Jean-Pierre Cluysenaar (architect en de man achter de Sint-Hubertusgalerijen). De Dieweg loopt door tot aan het treinstation van Ukkel-Kalevoet. Daarachter is het park van de Keyenbempt, waar ook de Groene Wandeling passeert. Hier zijn nog steeds overblijfselen van een molen aan de Geleytsbeek die begin 20ste eeuw in verval raakte.

Wat verder steek ik de onzichtbare grens tussen het Brussels Gewest en Vlaanderen over in Drogenbos. Het kasteel aldaar is lelijk, maar verderop is er wel een mooi park: het Frankveld. Na 16 kilometer, bij de spoorwegbrug, kom ik aan de splitsing van de GR12 met de GR512. Opletten dus, of voor je het weet ben je in Parijs. Ik moet door het Dwersbos en Kleetbos naar Linkebeek. Ook hier is een treinstation: Holleken (na 21,5 km). Langs villabuurten, velden en soms flink wat modder, gepaard met af en toe een regenbui, kom ik na bijna 25 kilometer bij de Waterloosesteenweg. Die steek ik over om in het Zoniënwoud te geraken.

Het gaat nu vijf kilometer in bijna rechte lijn. Voor de kruising van de Duboislaan is er het Monument voor de Boswachters uit 1920. Op de Bundersdreef die pal op de grens tussen Brussel en Vlaanderen ligt, kan ik stevig tempo maken. Het is ten noorden van deze dreef dat ik als kind opgroeide. Dat deel van het bos was mijn speelterrein. Leuke herinneringen! Pas na de tunnel onder de spoorweg en de oversteek van de Terhulpsesteenweg wordt het pad echt interessant en verlaat ik de brede boswegen.

Het Eikendalpad langs een van de waterloopjes die de Drij Borrenvallei vormen is een van mijn favoriete paden in het Zoniënwoud. Bij de kruising met de Tamboerdreef verlaat ik de GR512 en ga via de Blankedelleweg en het Drieborrenpad richting E411-snelweg. Die autoweg snijdt, net als de Brusselse Ring, jammer genoeg het Zoniënwoud in stukken. Aan de overkant wacht met het Rood Klooster (oorsprong 14de eeuw) wel nog een pareltje. Zeker in de drie warmste seizoenen is dit een ideale plek om tot rust te komen met prachtig natuurschoon. Via nog wat kleine paadjes en de villawijk Putdaal kom ik aan het einde van de tocht, aan tramhalte Madoux in Sint-Pieters-Woluwe (niet te verwarren met metrostation ‘Madou’, zonder x).

Rood Klooster

Wil je je ook aan deze mooie wandeling wagen? Download de GPX van deze wandeling hier.

Met het openbaar vervoer: Startpunt ligt bij het trein- en metrostation “Centraal Station”. Eindpunt ligt aan de tramhalte Madoux in Woluwe, vanwaar je met de tram (39 of 44) en na overstap op de metro (halte Montgomery, lijn 1) binnen een half uur terug aan het Centraal Station bent.

  • Datum: Dinsdag 22 december 2020
  • Pad: GR12 + GR512
  • Afstand: 35,7 kilometer
  • Stijgingsmeters: 396m
  • Dalingsmeters: 370m

Alternatieve dagtochten:

  • Centraal Station Brussel > Ukkel-Kalevoet (treinstation): 12 kilometer
  • Centraal Station Brussel > Drogenbos Kasteel (tram 51 naar Zuidstation): 13,8 kilometer
  • Centraal Station Brussel > Holleken (treinstation): 21,5 kilometer
  • Ukkel-Kalevoet > Tramhalte Madoux: 24 kilometer
  • Drogenbos Kasteel > Tramhalte Madoux: 22 kilometer
  • Holleken > Tramhalte Madoux: 14 kilometer

Michel schreef deze tekst voor zijn wandelblog Ultimate Hiking.

Brusselse Stonehenge eert omgekomen boswachters

Verscholen in het woud, ergens op de grens van Rode en Ukkel, wanen we ons 5000 jaar terug in de tijd. Het gesuis van de weg is ondertussen gezoem geworden.

(c) Gaetan Carlier

De stenen van dit Belgische Stonehenge komen uit Wéris. Het is in dat dorp en met hetzelfde soort gesteente dat 2500 voor Christus enkele dolmen en een kalender (de witte menhir) werden opgetrokken. Ze zijn zeker een ommetje waard.

Dit monument is geen prehistorisch overblijfsel, maar werd gebouwd in 1920. Het is een oorlogsmemoriaal om de gevallen boswachters uit de Eerste Wereldoorlog te eren. Elf menhirs omcirkelen een portiek. Elf menhirs, voor elf gesneuvelde boswachters.

(c) Gaetan Carlier

Het werd ontworpen door ene Richard Viandier, een schilder uit de school van Tervuren, bekend om haar schilderijen van het Zoniënwoud. Bij de inhuldiging van het monument werd er een boekje uitgegeven: Le mémorial des druïdes. In 1920 dachten de mensen immers nog dat deze stenen door de Kelten werden gemaakt en gebruikt om hun doden in te begraven.

(c) Gaetan Carlier

Tegenwoordig is het een plek die bekend staat bij nogal wat neo-druïden. Nu vinden er enkel riten plaats in Wéris en zijn er geen plannen om dit te doen in Ukkel. Maar het is wel een bijzondere plek. Een plek waar de tijd blijft stilstaan. En die uitnodigt om tijd te nemen. Zelf heb ik een half uur gewacht om op de sluiterknop van mijn camera te duwen: het juiste licht op de juiste steen.

(c) Gaetan Carlier

In de reeks Verborgen sporen langs de Brusselse Ring gaat fotograaf Gaetan Carlier op zoek naar bijzondere plekken langs de belangrijkste verkeersader van en naar de hoofdstad. Meer info over het Monument voor de Boswachters vind je op de website Bel Memorial en in de reportage van Canvas Curiosa.

Fotograaf in beeld: Patrick Marioné

Prendre son temps. Zo heette een recente fototentoonstelling van Patrick Marioné in de Elsense vestiging van tweedehandsboekenwinkel Pêle-Mêle. De 70-jarige gepensioneerde Ukkelaar kan inderdaad zijn tijd nemen om te fotograferen. Zijn carrière zat vol afwisseling. Hij werkte als chemicus aan de UCL, maar besloot om samen met een vriend een bureau op te richten gespecialiseerd in digitaal design: Digigraphic Studio. Hij ontwierp vervolgens websites. Zijn foto’s deelt hij op een oudere Flickr-pagina, waar hij zelf niet meer kan inloggen, en een nieuwere pagina.

(c) Naphca

Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?

Ik was 14 of 15 jaar oud toen een vriendin van mijn moeder mij in haar kleine donkere kamer toonde hoe je zwart-witfoto’s ontwikkelt en afdrukt. Ik herinner me dat ik een Kodak-toestel had.

Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?

Opportunistisch in de zin dat ik de kansen grijp die zich voordoen. Als je een portret van iemand wilt maken en dat vraagt aan die persoon, zal hij poseren en zijn naturel verliezen.

Voorts hou ik van foto’s van alle types: reizen, dieren, stadsbeelden, architectuur, enz.

Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?

Brussel is mijn dorp en ik hou van mijn dorp. Jammer genoeg is er veel vernield. De Brusselaars, die zijn er nog altijd.

Wat zijn je favoriete Brusselse foto’s? 

(c) Patrick Marioné

De schoonheid.

(c) Patrick Marioné

De eenzaamheid.

(c) Patrick Marioné

De wanhoop.

Wat is volgens jou de meest fotogenieke plaats van Brussel?

Het is een cliché, maar ik denk spontaan aan de Grote Markt. Maar wat telt, is niet de plaats, maar het thema.

Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?

Verlaten fabrieken en gebouwen.

Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?

Nog enkele tentoonstellingen opzetten. Ik nam al enkele keren deel aan een jaarlijkse fotowedstrijd in Ukkel en deze zomer heb ik geëxposeerd in Rencontres Photographiques de Sisteron, bij Marseille.

Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat elke week, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.

Le Pesage gewikt en gewogen

Zeg niet de hippodroom van Bosvoorde, maar Drohme Park. CEO Michel Culot wil van de 32 hectare grote site aan de rand van het Zoniënwoud een bruisend vrijetijdspark maken. De nieuwe troef is het restaurant Le Pesage. Lionel Jadot, onder meer bekend van Jam Hotel in de Charleroisesteenweg en de pop-upzomerbar T’es pas prêt op het Sint-Gillisvoorplein, tekende voor de binneninrichting.

De hippodroom trok vanaf de officiële inhuldiging in 1880 in aanwezigheid van koning Leopold II een publiek aan van aristocratie, hoge bourgeoisie en zakenlieden. Sinds 1995 vinden er geen paardenraces meer plaats, maar mede door de ligging in Ukkel vlak bij het station van Bosvoorde wordt het domein nog altijd gezien als een adres voor de Franstalige beau monde. De golfclub, die de groene ruimte in het midden van de baan vandaag  gebruikt, versterkt dat imago alleen maar. Hetzelfde geldt voor de zomerfeestjes van La Terrasse, een vaste afspraak voor fils et filles à papa, bemiddelde grijsaards met de trui over de schouders gedrapeerd en hun opgedirkte gebotoxte echtgenotes.
Culot wil een frisse wind laten waaien. Drohme moet voor hem een park worden dat leeft van en voor ontmoeting en voor iedereen openstaat. Hij ziet jonge gezinnen al met de kinderwagen de 1,6 km lange piste afwandelen. De auto is geen must om er te geraken, want tram, trein en Villo!-station garanderen een goede bereikbaarheid voor inwoners van andere Brusselse gemeenten. De natuur kan stadsmensen lokken, maar ook het impressionante sportieve en architecturale erfgoed. Van de renbaan is de tribune intact gebleven, net als Le Pesage, het vroegere weeglokaal voor de jockeys. De lichtsten onder hen werden destijds met ballast verzwaard zodat iedereen aan de start kwam met een gelijk gewicht en gelijke kansen.
De site heeft twee restaurants. Het Club House restaurant biedt golfers en wandelaars een traditionele brasseriekeuken aan. Le Pesage wil creatiever en moderner zijn. De specialiteit van het huis zijn traag gegaarde gerechten vanop een Spaanse barbecue, die zich lenen om te delen met je tafelgezelschap. Het restaurant is in handen van Sandrine Jadot, zus van Lionel, en haar zoon Charlie Delval, die eerder Odette en ville en Le Chalet Robinson op de kaart zetten. Je kunt er momenteel enkel terecht voor lunch en diner, maar het is de bedoeling om binnenkort ook snacks en zoete tussendoortjes aan te bieden.

Bij een bezoek ter plaatse konden we vaststellen dat Le Pesage dankzij Lionel Jadot een erg lichte en warme ruimte is geworden. Het is een plezier om er details te ontdekken. Jadot laat de muren bijvoorbeeld onbepleisterd, is gul met kleuren en hergebruikt materialen zoals vlaggen en houtkrullen. Op de menukaart voeren vlees- en visgerechten de boventoon. We proefden sardine in olijfolie, bruschetta met tomaat, gekarameliseerde buikspek, hoevekip met zeezout, gestoofde champignons en pastinaakcrème. De smaak zat goed met mooi gepresenteerde, kleurrijke, verfijnde combinaties. De wijn was met zorg uitgekozen. Een restaurant dat mee is met de tijd zou wel meer aandacht moeten besteden aan groenten en volwaardige vegan gerechten moeten aanbieden.
Of we terugkomen? Het blijft wel een kleine expeditie om enkel voor een restaurant naar deze site te komen, dus het valt best te combineren met een wandeling of een andere activiteit. Qua inrichting en keuken is het zeker een aanrader. Pluspunt: in de zomer zal het aangenaam vertoeven zijn op het terras.
Praktische info:

  • Le Pesage is open van 12 tot 14.30 uur en van 19 uur tot 22.30 uur. Gesloten op maandag, dinsdagavond en zondagavond. Voorlopig is het in de namiddag nog gesloten.
  • Adres: Terhulpensesteenweg 51 – 1180 Ukkel
  • Tel.: 02 242 81 38
  • www.lepesage.be 

Bascule, van oudmodische naar hippe buurt

De Bascule, weinig bekend onder de Brusselaar, is zowaar ‘the place to be in Brussels’ geworden. Vroeger droop het ouderwetse ervan af, maar tegenwoordig herleeft de wijk op de grens van Ukkel en Elsene. Brusselblogger Willemjan heeft in tien jaar tijd de wijk weten veranderen en brengt nu een klein verslag uit over het nieuwe hippe centrum voor de alternatieveling.

Er is voor iedereen ruimte in de wijk Bacule (gsm Willemjan)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het begon allemaal met de grafitti waarbij ze van het huisnummer Waterloosesteenweg 668, het nummer van de duivel hebben gemaakt: Waterloosesteenweg 666. Ik had ervan een foto genomen en gepubliceerd op Facebook en Brusselblogt.be, want ze waren de grafitti aan het afvegen. Enkele dagen later stond de grafitti er nog. Eronder was een bladpapier geplaatst met huisnummer “668”. Er was dus iets veranderd, de inwoners zagen het belang van grafitti in.
Ik weet nog goed toen ik tien jaar geleden eens door de shopping Bascule liep naar de Stanleystraat. Ik ontdaan was door de vergane glorie van deze wijk. Het was een wijk die de tand des tijds en de modernisering van ons land had doorstaan. De reden hiervoor is omdat je daar de bus kan nemen naar Charleroi, en de wijk gedroeg zich ook zo.
Tegenwoordig zijn er veel kwaliteitsvolle kapperszaken, brillenwinkels, banken, klerenwinkels, kunstgalerijen en zelf een winkel met gerief om te stoppen met roken. Je hebt enkele broodjeszaken zoals ‘La Fromagerie de Bascule’, die menige fijnproever kan bekoren. Ook een paar Libanese restaurants, maar daar ben ik echter nog niet binnengeweest.
Niet ver daarvan heb je Pêle Mêle, waar je goedkoop boeken kan kopen. Eigenlijk is dat niet echt meer de Bascule. Er is een grote supermarkt. Wat er nog ontbreekt, is een hip café, de huidige cafeetjes zijn een beetje aftands. Op de Waterloosesteenweg ter hoogte van de Bascule staan er anders nog enkele commerciële ruimtes vrij, waar een café opengedaan kan worden.
Er is een leuke Vietnamese traiteur waar je voor 5 euro hebt gegeten, een soort illegale joint, waar je nu wel je rekening krijgt. Het eten is wel lekker, maar het is tegenwoordig zo druk geworden dat ik er niet meer ga eten.
De sfeermakers zijn Bio C’bon en Färm, waar je biologisch en organisch eten kan kopen. De idealisten van Molenbike zijn op 2 februari met hun duurzame, ethische en sociale koeriersdienst begonnen bij Färm, wat de wijk zeker ten goede zal komen.
Ik ben fan van de Bascule. De wijk is niet aan het gentrificeren, maar aan het diversifiëren, omdat er nog altijd voor iedereen plaats is, maar het is nog zo een van die low-budgetwijken in Brussel, die te ontdekken zijn.
Qua openbaar vervoer zit je daar ook heel goed, zowel voor binnen als buiten Brussel, omdat de Bascule een knooppunt is voor tram en bus (TEC, De Lijn en MIVB).
Dus als je van het kleine kan genieten, het openbaar vervoer gebruikt en een beperkt budget hebt, ben je ideaal aan de Bascule, een wijk waar zeker nog niet het laatste over gezegd is.
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op zijn Facebookpagina en Website.

Daarboven op het 8ste verdiep aan de Globe in Ukkel vluchtte ik zoals iedereen naar de dorpskom

Onze familie heeft een traditie om naar de Globe te gaan. Wij gaan daar al 60 jaar onze reiszakken halen. Mijn oma en opa kochten daar grote vierkante reiszakken om naar Spanje te reizen in de jaren ’50 met de auto, want van vliegtuigen was er toen nog helemaal geen sprake. Vandaar dat de reiszakken heel groot en log waren omwille van al de schokken op de onbegaanbare wegen van Europa.

De reistassen evolueerden mee met de vraag van de reiziger. In de jaren ’60 kwamen de lijnvluchten op gang. Mensen moesten lichtere zakken hebben. Het reizen met het vliegtuig was nog exclusief, maar de reistassen van aan de Globe werden gretig gekocht omdat daar de bourgeoisie woonde die al naar verre bestemmingen kon reizen.
Mijn oma en opa reisden enkel in Europa, maar mijn moeder kwam als kind in contact met de generatie die in de jaren ’60 en ’70 met een 2PK naar India reed  en ze kreeg het reisvirus te pakken. Begin jaren ’0 nam zij heel onze familie mee op verre reizen omdat de lijnvluchten gedemocratiseerd werden.
En zo werd alles gedemocratiseerd. Onze reiszakkenwinkel kan niet het gespecialiseerde reisgerief aanbieden zoals vroeger. De mensen die er nu komen zoals ik, komen er uit traditie om ergens een verloren gegaan idee in het leven te houden: reizen is niet vanzelfsprekend en is een traditie op zich. De laatste zeventig jaar evolueerde de Globe, de reissector en Maroquinerie Karwan met in het begin als doelgroep de rijke niche naar een meer gedemocratiseerde niche.
Ik als millennial ontdekte de wereld in snel tempo. Ik leerde vreemde talen en culturen, fotografeerde oude culturen en steden en ontwikkelde mij tot blogger voor een mondiaal forum. Tot de laatste jaren. Toen kwam er een kink in de kabel. Ik bleef namelijk hangen in Brazilië.
Ik had drie jaar nodig om van Brazilië los te komen. Ondertussen voel ik dat ik een wereldreiziger ben die veel immateriële rijkdom heeft in zijn reistas en af en toe bezoek krijgt uit een ver land.
De laatste jaren was ik het laatste uit mijn jeugd aan het persen. Ik kwam steeds meer als kleine jongen uit de rand vast te zitten in het geopolitieke en leerde de ranzigheid van deze wereld kennen.
Vandaar dat ik nu terugvlucht naar de dorpskom na 13 jaar te zwerven om te beseffen dat we weer maar een steenworp zijn verlegd.
Willemjan is blogger. Zijn werk staat op zijn blog en website

Mijn bank en ik

Elke donderdag eet blogger Willemjan zijn broodje op dezelfde plaats en uur in Brussel omdat hij elke week daar een afspraak heeft. Een saaie routine, waarvan hij vandaag even filosofisch werd. We hebben er allemaal wel zulke.

My Bench and I (c)Willemjan Vandenplas Gsm

Ik kom toe aan Bascule in Ukkel met de bus. Vroeger ging ik altijd naar “Café La Presse“ om nog snel een latte macchiato te drinken. Ik vond de smaak uit de tas nooit lekker, dus ik nam altijd uit een kartonnen beker.

Echter, de laatste jaren ga ik een broodje halen bij “Fromagerie de la Bascule”. Ik koop als het kan een artisanaal broodje met olijfolie, rucola en gouda met komijn.

De eigenaar van “Fromagerie de la Bascule” klaagde nog dat er te weinig jonge artisanale bakkers zijn in Brussels en dat hij schrik heeft dat hij zijn lekkere broodjes niet meer kan krijgen, want deze zijn lekker en ecologisch, maar niemand wil nog het beroep van kwaliteitsbakker uitoefenen, terwijl ze wel ecologisch willen eten.

Gelijk heeft hij, ik ga naar buiten en sla de Generaal Pattonstraat in. Op de kruising met de Sint-Jorisstraat staat er een bank, waar ik rustig van mijn broodje kan genieten.

Als ik daar op mijn bank zit, kom ik helemaal tot rust. Recht tegenover mij is er een oud restaurant “Le General”, waar op het terrasje mensen genieten van de zon en lekker eten. Op de andere hoek van de straat is er een tweedehandswinkel met de naam “Ping-Pong” die door een jongeman van mijn leeftijd uitgebaat wordt. Op de vierde hoek is er gewoon een woonhuis.

De auto’s rijden voorbij, maar het is een woonwijk, dus ze rijden niet snel tussen de begin 20ste-eeuwse huizen voor de rijke klasse.

Ik zit in de schaduw, maar met de smaak van komijn en de heerlijke rust die mij omarmt, dommel ik helemaal weg. Als mijn broodje op is, word ik weer bewust. Het is precies of ik opium zat te roken tijdens een zweverig concert in Afghanistan. Ik word bedwelmd door de rust, de komijn en het ritme van de stad, dat ik in een roes terechtkom.

Daarna stap ik de Generaal Pattonstraat af, zonder dat ik weer helemaal in de realiteit sta omdat die straat nog een van de laatste plaatsen is in Brussel waar je diepgaande rust hebt omdat je ingesloten zit tussen de Waterloosesteenweg en de Louizalaan, dus er komen weinig auto’s langs.

Na mijn afspraak, kom ik dan terug in de realiteit door langs de abdij naar Flagey te lopen en de Elsensesteenweg op naar de Engelse tweedehandsboekenwinkel “Tulibris” in de Tulpenstraat. Die wijk heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een heuse boekenwijk met Tulibris, twee Franstalige boekenwinkels, Libre Books, Bibliotheek Lumumba, Hankard, Oxfam, …  

Daar koop ik dan een boek omdat na het studeerwerk van tijdens de week, ik op zondag kan genieten van een goed boek. Het is zoals de eigenaar van Tulibris zei: “Hoe ouder je wordt, hoe meer je nood hebt aan rituelen.”

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook of op zijn website

De man die "The Globe" in zijn broekzak heeft 

BrusselBlogger Willemjan is verhuisd van Molenbeek naar de “Globe” in Ukkel. Eerst dacht hij naar Rusland te vertrekken om zijn wereld rond te maken omdat die halfrond was, maar hij vond zijn rust in Ukkel. Zijn levensdoel was dan ook bereikt: de wereld leren kennen!

(c) Unknown

Ik riep het al maanden van de daken dat het mogelijk was om de wereld te bestuderen in Brussel. Ik besefte dat mijn wereld, maar halfrond was en ik mijn wereld rond maken. Ik vond mijn oplossing in Brussel en welbepaald aan de “globe”. En daar was ik dan aangekomen aan de Globe of de wereld in het Nederlands.

Nu verblijf ik na 3 maanden “Kanaalzone” in Molenbeek in de “Globe” in Ukkel. Ben ik nu een wereldburger?

Ik woon hier samen met een trotskist. Je weet toch, de communisten die internationaal georiënteerd zijn. Niet zoals die van de PVDA+, die geloven enkel in een nationale strijd. Dat wordt een echte ontdekking in het stinkend rijke Ukkel.
Zelf al was ik bijna 100 jaar Russische revolutie gaan vieren in Rusland, toch ben ik geen communist. Ik wil gewoon uit dat ideeëngoed leren, omdat ik vind dat we dat niet zomaar in de vuilnisbak mogen smijten. Daar liggen nog altijd lessen om te leren. Toch zei mijn sociaaldemocratische flatmate in Molenbeek nog dat dat een systeem is dat werkt op lokaal niveau!? Ik leerde altijd dat zolang schietgrage katholieken bestaan, zo’n systeem niet kan werken.
Zelf zie ik mij eigenlijk liever bij het middenveld, dan in al dat politieke gewoel. Ik heb mijn fotografie weer opgenomen. Ik had een mooie carrière gemaakt in het middenveld, maar dat viel volledig stil omdat ik er niet meer als artiest kon werken. Nu ben ik daar een vrijwilliger geworden. Hopelijk kan ik weer iets opbouwen, maar dan zonder winstdoelstelling.
Ondertussen twee dagen aan de Globe in Ukkel. Het was een blij weerzien met mijn geboortegemeente en de plaats waar ik altijd mijn sportgerief ging halen. Nu 50 kilo later, zou ik daar misschien eens moeten terug gaan. Ik luister hier ook naar een piratenradio (Radio Libre) met nieuws over Colombia en heb hier nog een paar vrienden wonen die een definitief negatief hebben gekregen van dienst Vreemdelingenzaken.
Mijn wereld is nu rond, ik woon nu in de wereld en wordt met al haar problemen geconfronteerd. Dus tijd voor “een blog van de wereld in Ukkel “. Ik ga nu twee maanden in Ukkel wonen, dan ga ik definitief naar de rand en zal ik een pendelaar worden tussen de voorstad en de hoofdstad.
Willemjan is blogger en heeft een pagina op Facebook en een website

Openbare barbecue in Brussel?

Dezer dagen is het ideaal barbecue-weer. Als je de luxe van een tuin hebt kan je daar perfect een vuurtje stoken, zonder tuin is het bijzonder moeilijk om een plek te vinden in Brussel. Als inwoner van Ukkel kan je mits wat paperassen te regelen wel de gemeentelijke barbecue gebruiken in het Sauvagèrepark. De inwoners van de 18 andere gemeentes moeten alternatieven bedenken. In parken en andere groene ruimtes is het namelijk ten strengste verboden. Géén vuurtjes met vlammen, ook niet op gas.
Ondanks het feit dat het Brussels Gewest een paar jaar terug in veel parken grote pick-nick tafels heeft geplaatst blijft de mogelijkheid om openbaar te barbecuen onbestaand. In andere steden zoals Gent, Leuven en ja zelfs… Aken hebben ze het wel begrepen. Enige optie in Brussel is om een verlengdraad uit te rollen en een grillplaat op elektriciteit aan te sluiten… of in de illegaliteit te duiken en samen te leggen voor een gas-boete.
Meer info hier: http://www.brussel.be/artdet.cfm/6751 of http://be.brussels/dbdmh/preventie/adviezen/barbecues

Tram 92

“Ik hou van Brussel omdat achter elke hoek een andere wijk, met een heel andere sfeer, schuilt,” vertelde Brussels schepen Ans Persoons mij toen ik haar vorig jaar interviewde. Daar moest ik aan denken toen ik onlangs op een rustige woensdagnamiddag op tram 92 zat. Die brengt je immers van het station van Schaarbeek dwars doorheen de bovenstad naar het rijke Fort-Jaco in Ukkel.
Ongeveer een uur krijg je om in gedachten verzonken voor je uit te staren, maar evengoed kan je die tijd gebruiken om je ogen de kost te geven en de voorbijrazende omgeving in je op te nemen. Je hebt mogelijkheden genoeg, trouwens, om onder de indruk te zijn, want je rijdt langs het majestueuze gemeentehuis van Schaarbeek, omringd door grote 19e-eeuwse herenhuizen, langs het piepkleine Egmontpark aan de Kleine Zavel en langs het Poelaertplein, waar je een schitterend uitzicht hebt over de benedenstad.
De tram rijdt nadien doorheen de blinkende Louizalaan om snel rechtsaf te slaan en via de bedrijvige Charleroisesteenweg en Brugmannlaan Ukkel in te duiken. Daar waar die de Winston Chruchillaan kruist, krijg je pas goed in de gaten dat je in een ander stadsdeel bent terechtgekomen. De mooie verzorgde huizen komen volledig tot hun recht door de rijzige platanen, maar staan in schril contrast met de gezellige chaos en het amalgaam van handelszaken op de Haachtsesteenweg in Schaarbeek.

Continue reading

  • 1
  • 2