Kwinten Lambrecht laat op zijn blog Lambyk zijn licht schijnen over het stadsleven, duurzame mobiliteit, fietsen en politiek. Vandaag staat hij stil bij het geknibbel aan de voetgangerszone. “Overcompensatie voor de handel in het nadeel van het algemeen belang is momenteel dé trend.”
Voor vele sporadische bezoekers van Brussel-centrum is het misschien nog niet helemaal duidelijk maar de ‘nieuwe’ voetgangerszone wordt onder de voet gereden door auto’s die fout parkeren en de zone zelfs als transit gaan gebruiken. De Piétonnier is één grote kaas met gaten geworden.
Het is opmerkelijk dat er bij de start van de voetgangerszone (eind juni) dagelijks vele politiecontroles waren in en rond het Beursplein. Na Winterpret verdwenen ze, vervangen door auto’s die ook na 11 uur (deadline voor leveringen) de voetgangerszone doorkruisen. De Ortsstraat – hier kunnen auto’s makkelijk door.
De Brusselse blogger en communicatiespecialist Kwinten Lambrecht kreeg vandaag bij Hautekiet op Radio 1 een minuut tijd om uit te leggen waarom je in Brussel het best het openbaar vervoer neemt. Er hoeft geen boerenbetoging te zijn om de auto thuis te laten. “Mag dat de norm worden a.u.b. en geen apocalyptische leuze?”
Ik constateer dat wanneer er iets gaande is in Brussel, van betoging tot populair evenement, er steeds wordt afgeraden om met de auto naar de stad te komen. Help, apocalypse now, samen stilstaan in de file! Snel iedereen op de fiets!
Dat impliceert dat het voor de rest van de tijd helemaal oké is om in Brussel rond te rijden. Het is en blijft hier een paradijs voor automobilisten; er wordt gratis op de stoep geparkeerd, het fijn stof vliegt ons om de oren en de Brusselse binnenring is vaak een race-circuit. Brussel moet af van het auto-cliëntelisme: tijd voor een stad op mensenmaat met een hart voor zachte weggebruikers en openbaar vervoer, met een florerende openbare ruimte, met plaats voor creativiteit en zelfontwikkeling.
De auto helemaal afzweren is bijna ondenkbaar, maar mede door fiscale aanmoedigingen kan de Belg bijna niet anders dan soms onnodige autoverplaatsingen te doen omdat ze ‘gratis’ zijn.
Ach, binnenkort tuffen we toch rond in een ‘on demand’ zelfrijdende auto van Tesla, Apple of Google. Dan vormen we de bestaande en geplande parkings gewoon om tot zwembaden!
‘Wat raar!’, was mijn eerste gedacht toen ik de autoloze Anspachlaan betrad.
Waar zijn de auto’s ? En de uitlaatgassen?
Waar is het vertrouwd gebrom van verdovende petrol en slepende filefrustratie??
Met veel argwaan en mijn handtas dicht tegen mijn lijf geduwd stapte ik de speelplaats op. De andere kindjes leken druk bezig en zaten gezellig te eten, te drinken, te spelen, te staren of te babbelen met anderen. De pingpongtafels in volle actie, en het leek alsof het geen afgesproken groepjes waren, maar toevallige passanten die ter plaatse hadden beslist: ‘ja, ik wil wel meespelen’. Ik liet de nieuwe input aan een overleefbaar debiet binnenstromen, en met enige opluchting bereikte ik de uitgang waar de auto’s heerlijk druk rondraasden alsof er nooit een Anspachlaan had bestaan.
Vreemd.
Ik was in de war. In Brussel. Dat was nieuw.
Roel Nijleend komt graag in Brussel en wil de stad beter leren kennen. Deze bijdrage schreef hij oorspronkelijk voor Azertyfactor, het online schrijversplatform van de vzw Creatief Schrijven.
Geachte heer, beste vriend,
Je kent mij niet. Ik weet niet waar jij woont. De kans dat jij deze brief zal lezen is dus klein. Maar ik vond dat ik hem toch moest schrijven. We zagen mekaar gisteren, in de wachtzaal in Brussel Centraal. Enfin, ik zag jou. Je liet me geen andere keuze. Ik vermoed dat jij mij niet echt hebt opgemerkt. Je had het nogal druk.
Door een defecte locomotief zat het verkeer in de noord-zuidverbinding weer eens helemaal in de knoop. De stationshal was volgelopen. Er hing een beklemmende geur. Een mix van ambtenarenzweet en warme wafels. Ik wou er weg en wel zo snel mogelijk. Heel even overwoog ik te vluchten in zo’n typische stationsbar. Waar sombere figuren op elk moment van de dag troost vinden in een grote Leffe. Toch maar niet. Ik genoot van de stilte die over mij viel toen ik de wachtzaal binnenstapte. Ik koos de stoel achteraan, naast de man met de opzichtige hoofdtelefoon. Hier was het ook druk, maar toch heerlijk stil.
Iedereen die een beetje vertrouwd is met Brussel en omstreken, kent het Reyersviaduct wel. Gelegen te Schaarbeek, ter hoogte van de opritten naar de E40 richting Luik. Het gaat de laatste tijd niet zo goed met deze welbekende overbrugging. Nu al meer dan een jaar geleden werd het viaduct afgesloten voor renovatie. Het bleek echter in zo’n slechte staat te zijn dat er na lang beraad werd beslist om zijn doodvonnis te ondertekenen en over te gaan tot de sloop. Exit Reyersviaduct.
Maar niet getreurd. Er werden al snel plannen gesmeed om van de nood een deugd te maken en de vrijgekomen ruimte om te bouwen tot stadsboulevard die de in twee gespleten wijk weer tot één harmonieus geheel zal herstellen, mét extra aandacht voor de fietser en voetganger. Dat klinkt als een veelbelovend initiatief.
Amanda Bos woont in de groene rand van Leuven en fietst dagelijks naar het werk in Brussel. Deze bijdrage schreef ze oorspronkelijk voor Azertyfactor, het online schrijversplatform van de vzw Creatief Schrijven.
“Mais je ne sais pas! Il n’est pas rentré!” zei een oudere dame tegen haar vriendin. Terwijl ik voorbijfietste, ving ik nog net een flard van het gesprek op. Genoeg echter om te zien dat de vrouw die deze woorden zei, zich danig aan het opwinden was.
“Non, non, le White Star était le premier club de Kompany.” Ik was alweer verder gereden en hoorde in de vlucht een prille puberjongen voetbalonderricht geven aan zijn kameraad. Terwijl ik al trappend een beetje nostalgisch mijmerde over mijn eigen lang vervlogen jeugd, klonk er een stevig “Eh mademoiselle, ça va?”, vergezeld van het sputterende brommen van een lijdend scootertje, in mijn linkeroor. Glimlachend antwoordde ik de gezette Marokkaan in zijn fluoblauw hemdje: “Oui, et vous?” en fietste verder. Het arme brommertje, gebukt onder zijn zware last, kon me gelukkig niet bijhouden. Ik had geen zin in een langer gesprek. Bovendien moest ik mijn ogen op de weg gericht houden. Brussel is druk.
Brussel, met al zijn kleurige inwoners. Je kan niet anders dan het innig liefhebben. Als ik naar al die mensen keek, elk met hun eigen visies, projecten, bekommernissen, hield ik van de samenhang. Ik voelde me heel verwant, met elkeen die ik tegenkwam. We proberen er allemaal iets van te maken, toch? Terwijl ik de ene na de andere kruiste of eerder probeerde niet omver te rijden, vroeg ik me bij elkeen af waar hij of zij vandaan kwam. Ik wilde weten hoe hun dag eruit zag, wie hun vrienden waren. Hoe zouden ze leven? Het verwantschapsgevoel verwarmde mijn hart. Bulkend van gelukkige sympathie fietste ik verder. Tussen de prachtige gevels van huizen vol vergane glorie, recht naar de groene allee die me Brussel uit zou voeren.
Het Brusselse burgerplatform Schone lucht BXL Air Propre zamelde al 2.190 handtekeningen in voor een ambitieus, concreet en meetbaar Brussels luchtkwaliteitsplan. De petitie loopt nog tot 31 juli.
Elk jaar sterven 632 Brusselaars vroegtijdig ten gevolge van luchtvervuiling. 39% van de emissies van fijne stofdeeltjes komt uit het verkeer. Een automobilist staat in Brussel gemiddeld 80 uur per jaar in de file. Het totale prijskaartje van dat fileleed wordt geschat op 511 miljoen euro per jaar. De Europese Commissie daagt België voor het Europese Hof van Justitie wegens de slechte luchtkwaliteit in het Brussels Gewest, de Gentse havenzone en de haven van Roeselare. Genoeg alarmerende cijfers en constataties om in actie te schieten.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich geëngageerd om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2025 met 30% te verminderen en om het verkeer met 20% terug te dringen tegen 2018. De huidige plannen volstaan niet om de luchtkwaliteit afdoende te verbeteren. In het nieuwe Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan stelt het gewest daarom bijkomende acties voor zoals rekeningrijden, een betere ruimtelijke ordening, het promoten van schoner vervoer en minder woon-werk/schoolverplaatsingen. Dat plan wordt nu onderworpen aan een openbaar onderzoek.
Voor wie op vakantie was en de omschakeling naar de nieuwe tijd gemist heeft: dit is de Anspachlaan in juli 2015. De drukke verkeersader is plotsklaps een voetgangerszone geworden. Op het wegdek krioelen voetgangers en fietsers tussen picknicktafels, zitbomen, zandbakken, petanquebanen, pingpongtafels, bloembakken en een waterfontein. Bewoners en bezoekers maken dankbaar gebruik van de publieke ruimte. Het levensgrote schaakspel lokt veel belangstellenden. Als een speler geen uitweg ziet, denken de omstanders actief mee.
Picknicken op het Beursplein is een verworven recht. Koning auto staat schaakmat. Eindelijk een krachtig signaal voor een meer leefbare stad. Maar Brussel zou Brussel niet zijn als alles van een leien dakje verloopt. Er rijden nog verdwaalde auto’s rond, er blijft veel te veel afval liggen, bewoners van omliggende straten (de zogenaamde miniring) klagen over verkeersoverlast en bij een ludiek watergevecht zou straatmeubilair beschadigd zijn. (c) Lennert Mottar
Ik heb een fiets gekocht. Jaren lang was ik een automobilist. En was ik overtuigd! Al dat fietsgeweld, gevaarlijk is dat. Verbieden moesten ze het. Met de auto kom je overal, dus moet er maar plaats voor gemaakt worden. Tot ik mijn job opzei en mijn trouwe transporteur me onverbiddelijk verliet. Te voet, dacht ik toen. Ik wandel graag! En de bus, tram of metro, die komen ook overal, niet? Of bijna toch.
En toen werd het zomer, en warm. Wat is me dat zeg, wonen we nog wel in België? Hm, de geur van sommige tramnemers dringt ongevraagd mijn neusvleugels binnen. En als ik de plakpaal niet snel vastgrijp, vlieg ik bij de volgende bocht ook nog eens gezellig in de schoot van mijn welriekende buur. Leuk is dat. Komt er nog eens bij dat het centrum dit weekend verkeersvrij is verklaard en iedereen van opgewonden verwarring nog wat extra vocht via zijn huid de lucht in stuurt. Dus zat er niets anders op. Ik zocht de dichtstbijzijnde fietsmarchand op Google en ging te voet op weg, vastbesloten op wielen terug te keren.
Ik zocht en vond! En warempel, ik voel me als Rapunzel in Wonderland, Sneeuwwitje en de zevenmijlslaarzen, Klein Duimpje bestoft met het poeder van Tinker Bell. Ik ben weer 8 jaar en cross door de straten als een wilde BMX-racer. Niet veel verschil met mijn automanieren dus, maar nu met de wind in mijn haar en de files achter mij. En een voetafdruk van 0,0. Wat een zalige waanzin, een crisis die de wereld weer een beetje beter heeft gemaakt. Ineens een stevig slot bijgekocht ook. Mijn nieuwe tweewieler pakt niemand meer van me af.
Sayonara slepende verkeersstress,
en vaarwel liefste mini,
ik hoop dat je ergens lekker vrij rond racet met de wind in je carrosserie en de files ver achter je.
Zondag werden de Brusselaars in een andere stad wakker. Een deel van de binnenstad was namelijk veranderd in een voetgangersgebied. Het De Brouckèreplein, de Anspachlaan en het Beursplein werden autovrij en dat werd gevierd met een groot volksfeest. Muziek, sport, spel en een houten reus zorgden voor de nodige ambiance. De centrale lanen werden teruggegeven aan de Brusselaars. Maar gaat dat zo blijven, of wordt het een wandelboulevard die enkel op toerisme is gericht?
Op de Anspachlaan was een parcours voor skaters gelegd.