#entramie Salazar Collectif - 'Une rencontre éblouissante' / Frederik S. - graphic design - Gare du Midi uitgang richting bovengrondse trams

Een dag Entramie(s)

De website Entramie verzamelt Brusselse tramverhalen. Alle verhalen zijn gepost door tramreizigers. Dertien van die verhalen werden door beeldend kunstenaars tot een visueel kunstwerk omgevormd. Van 24 tot 28 december 2016 kon je deze kunstwerken bekijken in de wijk Midi-Lemonnier.
Geen tijd gehad om de kunstwerken te bewonderen? Brusselblogt was er gisteren bij op de laatste dag en maakte enkele beelden. Zo kun je toch nog even mee genieten van deze wonderbaarlijke expo “onder vrienden”.
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj0p_TBp4D/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj3CbmBtbe/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj3vTdB1Ke/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj5GJMhBvi/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj5P1gBoW2/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj5-eQhtSG/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj7M9EhqMR/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOj9_60Bx7O/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOkBo8VBfXS/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOl8aV4BNXF/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOl8ixOh_Le/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOmH7OcBKXy/]
[instagram url=https://www.instagram.com/p/BOkeC1kBGru/]
Het werk ‘Maman Raconte’ van Alexis Pfrimmer hebben we helaas niet kunnen vinden. Het zou zich moeten bevinden in een vitrine op de Maurice Lemonnierlaan. We zijn die laan een keer of vier langs beide kanten afgewandeld en hebben aandachtig alle uitstalramen bekeken… maar geen vertellende mama gevonden. Heb jij ‘Maman Raconte’ gezien? Laat het ons weten via de commentaren.
Ondertussen stuurde Dilay van Entramie ons een sms’je om te laten weten dat ze de tv-schermen van ‘Maman Raconte’ omwille van technische problemen niet in de vitrine op de Lemonnierlaan konden plaatsen. Uw ‘reporter ter plaatse’ heeft dus niet slecht gezocht, maar gezocht naar iets dat er niet was 🙂
Graag bedanken we nog medewerker ^ae van het socialmediateam van de MIVB-STIB voor het opzoeken van het juiste voertuignummer (7927) van de Tram 51 waarop het werk ‘Dog’ van Alice Van Innis te bewonderen viel. Zonder die hulp waren we het kunstwerk nooit op het spoor gekomen.
Entramie is een project dat ontstond als idee van Dilay Samanli en Jasper Flikschuh. Beiden zijn fervente tramgebruikers en ze vertellen elkaar wat er op de tram gebeurt. Dat bracht hen ertoe om iets met die tramverhalen te gaan doen. In mei van dit jaar werd Entramie.be door het gewestelijk handelsagentschap Atrium uitgeroepen tot laureaat van de wedstrijd Make.Brussels voor de wijk Midi-Lemonnier.

Vier boeken die Brusselse politici in 2017 moeten lezen

Kennis is macht en laat het net die kennis zijn die onze Brusselse machthebbers al te vaak links laten liggen. Zo wordt de auto nog steeds op handen gedragen, komt lokale economie en productie niet op de tweede maar de derde plaats te staan en worden mobiliteitsexperts maar al te graag afgeschilderd als charlatans.
Gelukkig kan het geschreven woord soelaas bieden, want dit zijn de vier boeken waarmee sommige vrienden van de politiek in no time weer in het ‘nu’ staan in plaats van tientallen jaren geleden:

Elly Blue: Bikenomics

“Driving a car turns you into a freeloader, a drain on the entire economy”. Elly Blue schreef Bikenomics al in 2011 en maakt met verschillende statistieken en praktische voorbeelden de positieve, economische, sociale en lokale impact van de fiets duidelijk. Een pareltje, met vooral data uit de VS.
Nu, gelukkig publiceerde de European Cyclists’ Federation niet heel lang geleden een paper over The Cycling Economy, waarin wordt berekend dat fietsen meer dan 500 miljard euro per jaar opbrengt in de EU.

Benjamin Barber: If Mayors Ruled The World

If Mayors Ruled The World is een ode aan de stad en het sterke, progressieve beleid dat de meeste steden voeren. In het boek legt Barber uit hoe steden met een sterk bestuur uitdagingen zoals armoede, hongersnood, energieschaarste, klimaatverandering aankunnen. Dat doen ze vaak alleen, maar ook door zich te verbinden met andere steden via initiatieven zoals de C40, The Covenant of Mayors of The Rockefeller Foundation.
Het boek zit boordevol best practices van ‘slimme steden’ en briljante burgemeesters wereldwijd die het verschil maken. Patrick Janssens, voormalig burgemeester van Antwerpen, wordt hier ook in vermeld. Hoe zou het toch komen dat Brussel er niet in vermeld staat? Juist, holistische projecten zijn hier voorlopig nog niet mogelijk, waardoor we nooit zullen innoveren en meestal zullen volgen. Voor grote steden is mobiliteit, klimaatverandering of de aanleg van publieke ruimte één probleem, in Brussel zijn dat er negentien.

John Thackara: How To Thrive In The Next Economy

How To Thrive In The Next Economy is een bloemlezing aan duurzame bottom-up- én politieke initiatieven van over heel de wereld met een grote focus op de wereld niet ‘minder slecht’ achterlaten maar ‘beter’. De circulaire groei komt hier uitvoering in aan bod, met veel aandacht voor lokale economie, andere manieren van landbouw, urban gardening, enzoverder. Zo wordt er het voorbeeld van Singapore aangehaald dat geen tuinen wil in zijn stad, maar ‘een stad wil zijn in een tuin’. Ook het radicaal veranderen van onze omgeving, door bijvoorbeeld aan depaving te gaan doen, wordt uitvoerig besproken. Het is een boek waar je een ‘Demain‘-gevoel van krijgt: ‘Solutions exist’.

Stanley Portny: Projectmanagement voor dummies

De vele beloofde, fenomenale Brusselse projecten geraken nauwelijks op tijd af. Vandaar de roep om Brussel als één groot project te gaan beschouwen; met vele, holistische toptaken, nauwgezet de timing in-het-oog-houdend, voor een beter en progressief Brussel.

Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.
 

Een verloren ziel in de premetro

Als straathoekwerkers bij de vzw Diogenes hebben we oog. Oog voor wat eruit springt, oog voor wie zich net iets anders gedraagt, oog voor de vreemde eend in de bijt. En zo gebeurt het dat we vallen op mensen die niet thuis horen bij de pendelaars en niet bij diegenen die de ondergrondse (pre-)metro gebruiken als werkomgeving. Mensen die er plots zijn. Soms lijkt het wel of er een wind bestaat die verloren zielen tot in de (pre)metrostations waait. Zo gebeurde het onlangs met Ward.

(c) Elke Wetzig, Wikpedia
We waren met twee straathoekwerkers op weg naar een afspraak toen we plots een toch wel vreemde figuur opmerkten. Pantoffels, geen jas, streepje bloed over de wang, beplaste broek en als je goed oplette was hij heel ingetogen ritmisch aan het bewegen. Hij leek op een straatbewoner van enkele jaren geleden, maar dan zonder baard. We spreken meneer aan en inderdaad, het is Ward. Jaren terug een geapprecieerd bewoner van het premetrostation. Vele pendelaars hebben indertijd geamuseerd toegekeken toen hij zich, al moonwalkend, door de gangen van het station voortbewoog. Hij herkende ons niet, maar was wel blij dat hij werd aangesproken. Hij vertelde dat hij bij Sandra woonde. Navraag leerde dat Sandra de directrice was van een rusthuis in een uithoek van Brussel.
We vonden twee polsbandjes. Eentje van een ziekenhuisopname de dag ervoor en onder dat bandje eentje met een adres op, het adres van het rusthuis. We bellen met de verantwoordelijke en ja, Ward is sinds gisteren vermist. Achteraf bleek dat hij in de buurt van het rusthuis was gevallen. Omstanders hebben de ambulance gebeld, die hem naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis heeft gebracht. Aangezien hij niets ernstigs had, hebben ze hem naar huis gestuurd, zonder het rusthuis te verwittigen. Ward vond de weg niet meer terug en was bang.
Hij vroeg ons om hem zeker niet alleen te laten; dàt en een sigaret. We hebben Ward begeleid tot in het rusthuis. Zelfs voor de deur herkende hij het rusthuis niet, maar toen mevrouw Sandra de deur opende, was hij heel enthousiast. We gaan Ward binnenkort nog eens bezoeken en met het rusthuis hebben we de afspraak gemaakt dat ze ons verwittigen wanneer Ward weer verdwenen is.
Filip K. postte deze tekst op Entramie, een blog met Brusselse tramverhalen. Nog tot vanavond kun je in de wijk Midi-Lemonnier een expo bekijken, een visuele vertaling van 13 verhalen.

Een appeltje of cola voor de dorst?

Ik neem dagelijks tram 92. Ik stap altijd op aan Ma Campagne. Je weet wel, de fijne buurt in het grensgebied tussen Sint-Gillis en Elsene, niet ver van Vorst op weg naar het mooie Ukkel. Afstappen doe ik aan Koning. De tram nemen is fijn. Je komt meestal dezelfde mensen tegen op lijn 92. Verzorgd, volgens de laatste trends, vrouwen in kleedjes van &Other Stories of Cos, hier en daar een Chaneltas, vrouwen met een krant of iPad, vaders die hun kinderen naar school brengen, knappe mannen die af en toe vriendelijk naar jou lachen. Dagelijks tot aan Koning hetzelfde tafereel.

(c) ThePegasus, Wereldwijde Trams Wiki
Op 16 juni 2016 moest ik vroeg naar Schaarbeek, met de tram 92. Ik zat voor een man die elke dag zijn zoontje naar school brengt. Het kindje speelt dagelijks hetzelfde spelletje op de iPad van zijn vader. “Papa, ik heb honger”. Het jongetje kreeg een voorgesneden appel. Het leven zoals het is op de tram 92, dacht ik.
Deze keer moest ik niet in Koning afstappen maar Verboekhoven om dan de tram 55 te nemen naar de halte Helmet. Mijn dagelijks tafereel was na de tramhalte Kruidtuin verstoord. Geen man die een appeltje gaf aan zijn zoon maar een vrouw die River Cola gaf aan een krijsend kind. Vrouwen die de tram nemen in hun pyjama, een andere vrouw had gewoon gaten in haar trui met vettig haar en beet constant aan haar vuile nagels. Ze leek depressief met haar peuters op de tram. Een andere man schreeuwde tegen een kindje “Je vais t’en coller une si tu t’assies pas!”. Toen ik aan Verboekhoven afstapte kwam een man naar me toe en vroeg “Tu n’es pas d’ici?” Ik aarzelde om te antwoorden maar schudde dan neen met mijn hoofd. “Je peux ton numéro?”. Ik rolde mijn ogen en liep in de tram 55 weg met Beyonce in mijn oren. ” Tell him boy bye” Negeren die dude.
Na een lange trip kwam ik aan in Helmet. Met mijn iPod, mijn Givenchyzak, mijn & Other Stories-schoenen en fancy kleedje. En toen bleef ik even stilstaan. Ik besefte toen dat er een andere wereld is na de halte Koning. Een wereld waarmee ik niet dagelijks geconfronteerd word. Een wereld die meer aandacht verdient. In Brussel bepaalt een tramhalte of een postcode of een kind op de tram een appeltje krijgt of River Cola. Die tram 92 toch!
Tracy T. postte deze tekst op Entramie, een blog met Brusselse tramverhalen. Nog tot 28 december kun je in de wijk Midi-Lemonnier een expo bekijken, een visuele vertaling van 13 verhalen.

Mariannes wereld

Het is nog vroeg in de ochtend wanneer ik Marianne tegenkom in het metrostation. Het is ochtendspits en tussen de massaal naar het werk snellende mensen, merk ik één persoon op die stilstaat. De rush van het leven gaat ongemerkt aan haar voorbij, terwijl passanten gestresseerd hun ochtendritueel lijken af te werken zonder erbij stil te staan wat er rond hen gebeurt. Het lijkt alsof twee verschillende werelden elkaar achteloos raken, maar zich elk in een andere dimensie afspelen.

Ikzelf, straathoekwerker in Brussel, zit ook in mijn ochtendritueel en ik moet mezelf sterk afremmen om op het niveau van Mariannes dimensie te geraken. Ik ga naast Marianne zitten. De omgeving, de mensen, het geluid,  het wordt een vage film van bewegend licht. Geluid wordt dof en gaat steeds verder naar de achtergrond. Ik zie dat Marianne zich nog meer heeft afgesloten van die snelle wereld. Ritmisch beweegt ze haar vinger, terwijl ze stamelende, onverstaanbare discussies houdt met mensen in haar wereld. Ik weet niet goed hoe Marianne mij plaatst in haar wereld, maar ik mag er wel zijn en daar ben ik heel dankbaar voor.
De tijd leerde me mijn verwachtingen bij te stellen. Mariannes psychose laat niet toe dat ik met haar praat over toekomstige projecten. Ik ben al blij als haar psychose me toestaat met haar in contact te komen. Vijf minuten even terug in onze wereld. In die korte momenten sta ik regelmatig perplex over haar intelligentie. Het omgaan met haar psychose vergt erg veel van haar energie en beperkt zo haar reële capaciteiten.
De psychose en het leven op straat. Het is een moeilijke combinatie. Door de psychose slaagt ze er niet in om haar administratie in orde te maken en stappen te zetten om zich in de maatschappij te reïntegreren. De psychose houdt haar gevangen in de meest minieme vorm van structuur: de vertrouwde hoek van het metrostation, de vriendelijke mensen van de broodjesbar, de norse poetsman die haar rommel wat helpt op te kuisen. Elke verandering in haar omgeving ziet ze als een mogelijke vijand, iets wat vermeden moet worden. Haar ingebeelde vrienden bevestigen dat.
Misschien kunnen we haar wel iets bieden vanuit de maatschappij? Met de hulp van een bewindvoerder proberen we haar administratie in orde te brengen. Er is hoop! Stel dat we wat financiële steun voor haar geregeld krijgen, wat zijn dan de mogelijkheden? Misschien kan Marianne hulp krijgen van een psychiater om de psychose een beetje minder aanwezig te laten zijn? Ik geloof dat we met steun van de gemeenschap en van de overheid een echte hulp kunnen zijn voor Marianne.
Bram V. postte deze tekst op Entramie, een blog met Brusselse tramverhalen. Nog tot 28 december kun je in de wijk Midi-Lemonnier een expo bekijken, een visuele vertaling van 13 verhalen.

Terug naar Maalbeek

Vandaag moet ik naar metro Maalbeek. Het schiet als eerste door me heen bij het ontwaken. Het maakt me een beetje zenuwachtig. Sinds de aanslagen, nu zeven maanden geleden, ben ik er nog niet geweest.
Maalbeek (c) De rode valies
Ik heb niet veel te zoeken in de rijke Europese wijk. Maar vandaag moet ik naar een infosessie over de groepsverzekering. Een moeilijke materie. Praten met werknemers over hun overlijdensverzekering vind ik ook altijd moeilijk. Het is delicaat om hen te vragen wat ze na hun dood willen nalaten en aan wie. Ze denken niet graag aan doodgaan, laat staan aan hun nalatenschap. Zelf sta ik er elke dag bij stil. Dat het misschien vandaag voorbij kan zijn. Zoals die ochtend voor twintig mensen in metro Maalbeek om elf na negen. Ik ben blij dat het net iets later zal zijn wanneer ik daar aankom.
Bij de bushalte voor mijn huis stap ik op de dertien. Er is veel leven op de bus, een kleuterklas op uitstap. Ik zie een oude meneer achteraan gekke bekken trekken naar de kleuters. ‘Laat die meneer met rust!’ zegt de juf. Maar de meneer gebaart dat hij het niet erg vindt. Even later zit ik op de metro tegenover twee twintigers. ‘Zouden zij terroristen kunnen zijn?’ vraag ik me af. De volgende halte stapt een vriend van hen op. Ze beginnen met elkaar te vechten. Een beetje stompen en treiteren, ik kan altijd vol verbazing kijken naar deze vorm van vriendschap.
We stoppen in Beekkant, ik moet overstappen. Nu zit ik tegenover Paulus de Boskabouter: klein, dik, kalend en grijs. Stevige frak aan, een ribfluwelen broek. Hij leest in de Franstalige Test Aankoop een enquête over zaagmachines. Hij ziet er niet uit alsof hij er kwade bedoelingen mee heeft. Ik vermoed dat hij boswachter is. Naast hem aan de overkant zit een mooie slanke vrouw met dik zwart krullend haar en felrode lippenstift. Ze leest een boek waarvan de snede zwart is. Haar kledij is ook zwart. Met een balpen zo rood als haar lippen onderstreept ze zinnen. Ik verbaas me erover dat zij en de boskabouter tot dezelfde soort behoren.
We komen aan in Maalbeek. Er zit bijna niemand op het perron. Er stapt bijna niemand op. Zouden mensen dit station nog mijden? Je kan makkelijk uitwijken naar de nabije stations Kunst-Wet en Troon. Even heb ik dat ik ook overwogen. Maar dit was de meest nabije halte. Op het perron sta ik stil, kijk om me heen. Het is heel smal. Ik kan me de hel van 22 maart voorstellen. Maar er is geen spoor meer van te zien. Juist dat vind ik verontrustend: het is hier allemaal zo clean.
Met de trap ga ik naar boven. Daar liggen bloemen, bij een gedenkmuur met handgeschreven namen en boodschappen. Ook hier is het rustig, niemand te zien. Alleen een werkman brengt met zijn fluogeel pak wat leven tussen de zwijgende witte tegels. Even staakt hij zijn bezigheden om stil te staan bij de doden, te lezen wat voor hen op de muur geschreven staat. Ik neem de trap naar boven. Op straat komt een grote blonde dame gehaast voorbij. Ik bevind me nog in de stilte van deze beladen plek, langs haar raast het verkeer door de Wetstraat. Even, in haar haast, werpt zij een blik naar binnen. Ik zie: zij denkt hetzelfde als ik.
maalbeek_tear_2
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Zon in de metro

Zondagavond, het regent, het is kil, de herfst is eindelijk daar. Ik ga naar een concert. Als ik mijn kaartje niet maanden geleden al gekocht had, zou ik niet meer buitengaan.
Het was niet nodig het kaartje zo lang op voorhand te kopen. De zangeres die optreedt is nog onbekend. Dat ik vanavond op weg ben naar dit concert, dank ik aan het toeval. Ergens in de maand april hoorde ik de zangeres in een nieuwe koffiebar, waar ik op weg naar het Vossenplein toevallig voorbijkwam. Haar stem raakte me. De vriendelijke baristo liet me de mooie LP-hoes zien waar de zangeres in profiel, gekleed in een geel truitje tegen een gele achtergrond poseert. Ik was meteen verkocht.
laura_gibson_empire_builder_digital_album_cover
Empire Builder van Laura Gibson verscheen bij Barsuk Records.

Als ik die zonnige zaterdagochtend in de lente niet langs die koffiebar was gepasseerd, zou ik op deze regenachtige zondagavond in de herfst gewoon thuisblijven, denk ik op de metro. Mocht ik ooit een roman schrijven, dan zal hij gaan over iemand die zijn leven door het toeval laat bepalen. Ze gaat in een café naar het toilet, ziet een telefoonnummer op de muur, belt ernaar, ontmoet iemand, ze ziet een bus voorbijrijden waarop een vacature staat, ze solliciteert voor die job, vindt nieuw werk waar ook weer van alles gebeurt, op een ochtend staat een camionette van een aannemer voor haar deur en ze besluit die aannemer te vragen haar huis te verbouwen, enzovoort, voortdurend neemt ze besluiten op basis van het toeval, ze heeft er een grenzeloos vertrouwen in maar is heel onbesuisd, zo gaat haar leven alle richtingen uit.
Het is niet zo makkelijk zo’n gegeven goed uit te werken, denk ik en dan merk ik dat mijn gedachtestroom een soundtrack heeft gekregen. Ik hoor een melancholisch gezang en een getrommel dat vanuit een zonniger wereld onder de evenaar lijkt te komen, het komt van de man aan de overkant van het gangpad. Hij zingt zachtjes voor zich uit en drumt op zijn dijen. Ik kijk weer luisterend voor me, het is aangrijpend, dan kijk ik weer naar de man. “C’est beau,” zeg ik. “Vous chantez dans un groupe?” Maar de metro maakt zoveel lawaai dat ik hem niet kan verstaan, ik sta recht en ga dichterbij staan, ik moet er toch bijna uit.
“Vous êtes musicienne?” vraagt hij. “Non, je suis écrivain.” En omdat dat me te zwaarwichtig klinkt, zeg ik: “J’écris des petites histoires sur des rencontres dans le métro”. “Dans quelle langue?” vraagt hij. “Néerlandais”. Hij zegt dat hij ook schrijft en muziek maakt, ik vraag of hij een site heeft. “Il est en construction”, antwoordt hij. Hij vraagt waar ik woon, in Jette, zeg ik. Hij kijkt me lief aan met zijn kleine, donkere, ronde ogen. Hij vraagt waar ik moet afstappen. “Botanique,” zeg ik. “Je vais à un concert.” “De qui?” “Laura Gibson, une chanteuse américaine peu connue», zeg ik en ben verbaasd over mijn openheid.
We zijn bijna bij Botanique. “Comment peut-on se revoir ?” vraagt hij. “Quoi ?” zeg ik. “Comment peut-on se revoir?” vraagt hij opnieuw. Ik haal mijn schouders op. Mocht ik het al willen, er is geen tijd meer om nog een telefoonnummer op een briefje te krabbelen. “Peut-être on se voit encore, par hasard”. Daar heeft hij vrede mee. We zijn in Botanique, de metrodeuren gaan open, “au revoir” zeg ik en stap uit. Op het perron hoor ik hem nog roepen: “Tot ziens!” – in het Nederlands.
Bovengronds voel ik hoe warm mijn hart is. Ik had het gesprek best nog even willen voortzetten. Het was gemoedelijk, alsof we elkaar al lang kenden. Was ik een personage in de roman die ik allicht nooit zal schrijven, dan was ik op de metro blijven zitten. Wie weet waar die koffie in de Marollen dan toe geleid had. Gelukkig ben ik verstandig. Het is wel altijd mogelijk dat ik hem nog eens tegenkom. Ik betwijfel of ik hem zal herkennen, ik denk van niet. Alleen als hij weer zingt.
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Een ode aan de Brusselse werf

3 oktober 2016 stond al even in mijn agenda aangestipt. Die zondagavond, moet ik bekennen, kon ik er zelfs niet goed van slapen, van wat er de dag erna stond te gebeuren. Maandagochtend ging ik als een klein kind hopend op een witte kerst naar buiten om hét te gaan aanschouwen: de grote werf voor mijn deur. Eureka, wat een geweldig gevoel! Die blokken beton, die gele stippellijnen, verkeersborden. 
Ninoofepoort+Brussel
Eindelijk kan je aan den lijve ondervinden dat er aan Brussel gewerkt wordt. We zitten in één grote werf and I love it! Al te vaak zijn we in Brussel uitgelachen om onze planning zonder plan, op onze ideetjes zonder echt idee. Wel, dat verandert voor mij vandaag, en wel in mijn godgeklaagde achtertuin!
De buurman daarentegen was er het hart van in toen ik de vuilniszak buiten ging zetten: “Quel bordel, je ne peux même pas me garer!”, schreeuwde de man het uit. Ach, geen NIMBY (Not In My Back Yard)-syndroom voor mij. Ik ben oprecht gelukkig met wat er hier aan de Ninoofsepoort gebeurt. Het was en is een stadskanker om u tegen te zeggen, maar enkele maanden geleden begon de bestraling ervan door een welverdiende afbraak van de hangar. Toen lagen de werken even stil en kroop de twijfel er alweer in. Tot die verlossende nieuwsberichten er kwamen: het park komt er!

plan+ninoofsepoort
De werken zullen één primair effect hebben: er komt een groot park en de wegen errond worden aan de ‘nieuwe situatie’ aangepast. Hopelijk hebben de werken ook secundaire effecten: het veranderen van de mobiliteitsvisie bijvoorbeeld, wanneer je de tram naast je eenzame zelf in de wagen ziet zoeven of fietsers in alle veiligheid langs de vangrails ziet rinkelen, het terugwinnen van het respect voor de buurt, het hunkeren naar publieke ruimte in plaats van ruw asfalt en, waarom ook niet, een nog groter park op de parkeerstrook die naar het Zuidstation leidt.
Deze werken wijzen op goed bestuur en kunnen zelfs leiden tot ‘Brussels Staatsmanschap’ als de huidige visie wordt doorgetrokken. Vandaag ben ik dus euforisch over de alsnog lege put, over de wegomleidingen, over de uitstekende bewijzering, over de verhoogde veiligheid voor fietsers, over de toekomst. Laat die werven dus maar komen. Ons ploeteren zal beloond worden.
Werken Ninoofsepoort        
Deze tekst is eerder verschenen op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.

Een razende buschauffeur op Saincteletteplein

Beste buschauffeur van De Lijn,
Maandagochtend omstreeks 8.35 uur fietste ik, in de as van de Leopold II-laan, ter hoogte van het Saincteletteplein. Bij gebrek aan fietspad, reed ik tussen de tramsporen, de baan die ook jouw bus volgt richting centrum.
Jij reed met volle snelheid achter me aan en toeterde meermaals om mij duidelijk te maken dat ik, voor jou, te traag ging. Net voorbij de bocht van de tram, een heikel hindernis om over te fietsen, stak je me bruusk en rakelings voorbij. Ik voelde de luchtverplaatsing. Ik lag er bijna onder. Je reed zo snel dat je zeer scherp rechts moest bijhalen om nog op tijd aan de volgende halte te kunnen stoppen (op de Antwerpselaan, ter hoogte van metrohalte IJzer).
Voor mij fietste een jonge moeder die jij in jouw razernij niet gezien had. Ze kon nog uitwijken. Ze lag er bijna onder. Ze schreeuwde het uit. Kwaad. Angstig.
Ik fiets al jaren in Brussel. Ik hou van de vrijheid. Ik zal het nooit opgeven. Maar het is een gevecht. Het loopt weldra fataal af. Verander je gedrag. Nu.
Met vriendelijke groeten,
Pieter
Bus De Lijn op Saincteletteplein 2
(c) http://oliphotos.skyrock.com, 2013
Pieter Dudal is een 31-jarige ingenieur uit Brussel. Hij fietst al zes jaar dagelijks door de stad.

Bescherm de zwakke weggebruiker in Molenbeek

Geachte burgemeester,
Beste mevrouw Schepmans,
Ik zal maar onmiddellijk met de deur in huis vallen. Wij zijn ontgoocheld en boos.
‘Wij’ zijn de mensen die elke dag het risico nemen om met de fiets door de straten te rijden van het grondgebied dat u, althans voor een periode van zes jaar, onder uw vleugels heeft gekregen. Misschien heeft niet ieder van ons ervoor gekozen om u als burgemeester te hebben, u daarentegen bent wel de burgemeester van alle inwoners van Sint-Jans-Molenbeek en u staat in voor de de veiligheid van alle inwoners op dat grondgebied.
Het spijt ons ook dat het zover is moeten komen dat we via deze officiële weg onze ongerustheid moeten uiten. Menig van ons heeft u proberen te bereiken via de sociale kanalen die u – of uw team – beheert, maar behalve de goednieuwsshow die daarop verschijnt, bleef het bitter stil langs uw kant. Goed nieuws moet er zijn, maar wat fout loopt, moet u ook durven te erkennen en het zou u sieren mocht u hierover in dialoog treden met de mensen die u de hand reiken.
thumbnail_Screen Shot 2016-09-28 at 16.19.44
Concreet zouden we het volgende willen aanklagen:
Wij, de fietsende, zwakke weggebruikers,

  • vinden dat er onvoldoende – doeltreffende – faciliteiten zijn om veilig ons van A naar B te verplaatsen.
  • vinden dat onze positie in het verkeer nog steeds in gevaar is omdat automobilisten de verkeersregels aan hun laars lijken te lappen.
  • vinden dat u te weinig optreedt tegen overtreders waardoor een gevoel van gedoogbeleid bestaat ten voordele van de automobilist.

Het stuk van Zwarte Vijvers  tot aan het kanaal herleidt de kasseistroken tijdens Parijs-Roubaix tot een rustige strandwandeling.

Omdat ik wil dat u zeer goed de penibele situatie begrijpt waar wij in verkeren, zal ik kort een voorbeeld schetsen.  Ik rijd haast dagelijks met de fiets via de Gentsesteenweg van ongeveer aan de Mettewielaan tot in het centrum. Het stuk van Zwarte Vijvers – of Etangs Noirs zoals u het ongetwijfeld kent – tot aan het kanaal herleidt de kasseistroken tijdens Parijs-Roubaix tot een rustige strandwandeling. Ondanks er aan weerszijden van de rijbaan een ‘aanliggend fietspad’ geschilderd is en ondanks een – logisch – parkeerverbod op deze fietspaden, moeten we vaststellen dat de autobestuurders deze paden toch gebruiken als extra parkeerstrook, bijvoorbeeld om gauw even naar de bakker te gaan. Niet alleen fietsers, maar ook auto’s moeten uitwijken waardoor ze de fietsers die in tegenovergestelde richting aanrijden hinderen. U begrijpt dat deze chaos geen voedingsbodem is om beginnende fietsers aan te moedigen dagelijks hun stalen ros buiten te halen, integendeel.
Aangezien we ons in de Nieuwstraat van Molenbeek bevinden, met vele winkelende mensen die al shoppend onoplettend de weg oversteken, moeten we ons de vraag stellen of de wagen hier überhaupt nog een plaats in heeft. Zouden we niet een heel pak stress wegnemen van zowel voetgangers, winkeliers, fietsers en automobilisten als we dit stuk steenweg helemaal afsluiten voor king car?
Uit de cijfers die we hebben opgevraagd, leiden we af dat er wel boetes opgemaakt worden, maar dat die veeleer een schijnvertoning zijn, een doekje voor het bloeden. Van alle boetes die uitgeschreven worden, wordt slechts de helft bij de eerste zending betaald. De andere helft krijgt van uw gemeentebestuur – want u int deze boetes die door de politie uitgeschreven worden – geen enkele aanmaning of herinnering toegestuurd, waardoor in se enkel de mensen met enige burgerzin gestraft worden en mensen die alle regels aan hun laars lappen een nog grotere dosis je m’en foutisme krijgen door de straffeloosheid van hun daden.
thumbnail_IMG_0375
Daarom zou ik, en alle mensen die deze brief samen met mij ondertekenden, van u graag willen horen:

  • Of u dit probleem erkent?
  • Of u vindt dat u genoeg doet om de zwakke weggebruiker te beschermen?
  • Welke maatregelen u zal treffen om de zwakke weggebruiker nog beter te beschermen?
  • Hoe u de onhoudbare situatie in het stuk tussen Zwarte Vijvers en het kanaal zal oplossen?

Ik begrijp goed dat u door de drukke agenda die uw ambt ongetwijfeld met zich meebrengt nog weinig tijd vindt om een fietstochtje door uw mooie gemeente te maken. Daarom willen wij al onze gedeelde ervaring met u delen, als u dat zou appreciëren, om samen tot een oplossing te komen die voor iedereen werkbaar is.
Ik dank u en kijk uit naar uw antwoorden tijdens een van de volgende gemeenteraden.
Zeer beleefde groet,
Simon Steverlinck
Beste inwoner van Molenbeek. Ik heb volgens het gemeentereglement minstens 20 handtekeningen nodig van inwoners van Molenbeek.  Als u dit probleem erkent en er ook iets aan wil doen, zou ik het fijn vinden als u deze brief samen met mij ondertekent. Ik zal op maandag 3 oktober tussen 20.00 en 22.00 te vinden zijn in het gezelligste café van Molenbeek – Le Saint Charles, Chaussée de Gand 394 – om samen met u een pint te drinken en hopelijk uw handtekening te mogen ontvangen.
Niet-Molenbekenaars die willen tekenen – gewoon om een signaal te sturen – zijn ook welkom. Zolang we er maar 20 hebben die in Molenbeek wonen.

Simon Steverlinck is een uit Limburg ingeweken Brusselaar die zich de stad tot de zijne heeft gemaakt. Hij helpt bedrijven bij het bepalen van hun mobiele strategie en vertaalt dat in de ontwikkeling van apps bij Cozmos. Hij heeft een eigen blog.