Waar zijn de mussen heen?

De Rode Valies was enkele dagen in Berlijn. Voor het eerst. In de mooie buurt Prenzlauer Berg. Samen met man, dochters, moeder en vader Valies. De gele metro denderde over een donkergroene brug voorbij ons raam. Dat was ’s avonds mooi om te zien.

Wandelend langs de brede, groene lanen besefte ik meteen: het is hier aangenamer dan in Brussel. Groener, vriendelijker, schoner, gezelliger. Wat was er nu zo verschillend van Brussel? Na enkele dagen maakte ik een lijstje:
Veel meer leuke cafés. Smaakvol ingericht met retro meubeltjes, zonder té trendy te zijn. Met tot de verbeelding sprekende namen zoals ‘Zu mir oder zu dir’, ‘An einem Sonntag in August’ of ‘Lass uns Freunde bleiben’. Meer mensen op café. Van ’s ochtends al. Er wordt veel ontbeten, vaak samen met vrienden. Je kan er ook veel goedkoper eten en drinken. Vaak krijg je gratis water. En staat er vegetarisch en veganistisch eten op de menukaart.

Ook in de supermarkt is het eten goedkoper. Er zijn meer biosupermarkten. Meer jonge mensen. Meer kinderen. Meer baby’s in draagdoeken. Meer borstvoedende vrouwen, soms wandelend over straat. Meer ijsjes. Meer speelpleinen. Meer fietsers. Meer fietspaden. Minder lange wachttijden voor voetgangers bij de verkeerslichten. Meer bomen. Meer groen. Meer verwilderd groen. Meer brandnetels.

Meer parken. Meer picknickende mensen in de parken. Stipter en regelmatiger openbaar vervoer. Sympathiekere metrostellen. Een eenvoudiger te doorgronden metronetwerk. Meer graffiti. Meer tweedehands. Meer monumenten en gedenkplaten.
 
   
Veel meer aandacht voor het verleden. Meer levenswijsheden en slogans op straat. Meer wereldverbeteraars.

Een nieuw elan. Betere straatmuzikanten. Meer artistieke en creatieve werkplaatsen. Minder afval. Geen hondendrollen. Meer boekenwinkels. Meer mussen.

Meer graffiti vind ik niet beter – al hoort die onmiskenbaar bij mijn beeld van Berlijn. En onze metrostellen zijn moderner. Onze parken beter onderhouden. Al ben ik ervan overtuigd dat een beetje verwilderd wel gunstig is voor fauna en flora. En dat hoog gras meer uitnodigt tot spelen, picknicken en rollebollen.
Op onze laatste dag bedenk ik ineens dat ik ze moet fotograferen, de verschillen. Het groen, de ongesnoeide bomen, de slogans, de café-interieurs. Ik ga aan de slag. Meteen schiet ik in de lach: een hamburgerrestaurant roept met bijzonder actueel citaat van de achttiende-eeuwse toneelschrijver Schiller (1759-1805) op om je leven een nieuwe wending te geven: ‘Elke dag is een nieuwe kans om datgene te doen wat je zou willen doen’.

Dan zie ik een kolonie mussen. Ze zitten bij een duinroos, naast restaurant Die Schule op de Kastanienallee. Ze merken me meteen op. Terwijl ik afdruk, vliegen ze uit mijn beeld.
’s Avonds bekijk ik mijn foto’s. Van één foto herinner ik me niet dat ik hem genomen heb. Betonnen tegels, een groene struik en een paar rozenblaadjes op de grond. Is mijn toestel per ongeluk afgegaan? Vermoedelijk niet, daarvoor is de foto te goed. Ik vraag mijn man of hij hem gemaakt heeft. ‘Nee. Hij is wel goed gekadreerd,’ zegt hij. Dan pas besef ik: het is de foto van de mussen. Die weggevlogen zijn. De foto toont hun afwezigheid.

We kennen stadsmussen en huismussen. Maar de stadsmus is geen soort. De stadsmus is een huismus die in de stad woont – huismussen wonen ook op het platteland. De stadsmus is meestal een mens. Maar een mens kan ook een huismus zijn. En toch in de stad wonen. Het verschil tussen mensen en mussen is kleiner dan we denken. Mussen zoeken onze nabijheid ook op.
In Brussel zie je nog weinig huismussen – de vogels bedoel ik. Op het internet lees ik dat ze verdwijnen omdat onze daken vaak te goed geïsoleerd zijn. De mussen vinden geen opening meer waarlangs ze naar binnen kunnen om een nest te maken. Er is in de steden te weinig groen of het groen is te ‘steriel’, té goed onderhouden. Maar niet in Berlijn. Daar zijn de mussen nog graag. Spijtig dat ik ze niet kon vastleggen. Een beetje schuw waren ze wel.
Voor ik ga slapen vraagt mijn vader om naar zijn foto’s van die dag te komen kijken. Mijn verbazing is groot wanneer hij me een foto van een tafel vol mussen toont. Ze smullen van een stuk taart. Ik ben er zeker van dat ik hem niet over de mussen gesproken heb. Ik vraag waar en wanneer hij de foto genomen heeft. Bij Café Fleury, 16 minuten na de mijne, slechts 750 meter verder dan waar mijn mussen wegvlogen.

(Bij het schrijven van deze tekst werd dankbaar gebruik gemaakt van de info over mussen op de site van Vogelbescherming Vlaanderen)
Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Fietsen in het park

Brusselse fietsliefhebbers hebben na het einde van de Tour de France weer iets om naar uit te kijken. Vrijdag strijkt er een fietscafé neer in de orangerie van het Jean-Felix Happark in Etterbeek. Tandem heet het pop-upinitiatief. In het café kun je niet alleen terecht voor een natje en je droogje, je kunt er ook je fiets laten herstellen en hippe fietsaccessoires aanschaffen.

Parkcafés zijn een nieuwe trend in Brussel. Denk aan Bar Eliza in het Elisabethpark, La Guinguette in het park van Vorst, Buvette Sint-Sebastiaan in het Josaphatpark en Woodpecker in het Ter Kamerenbos. Ook fietscafés schieten in Europese steden als paddenstoelen uit de grond. Brussel volgde met de opening van Kring Dansaert op het Bloemenhofplein in oktober 2016. De Franse oprichters spraken van een ontmoetingsplaats en een creatief stadslabo waar nagedacht wordt over intelligente mobiliteit.
Céline en Florent willen de komende vijf weken de twee ideeën combineren. Ze bieden lokaal georiënteerde hapjes en drankjes aan, zoals boterhammen, Brusselse bieren en sap uit het Pajottenland. In het weekend staat er een brunch op het menu. Het atelier biedt handige Harry’s de mogelijkheid om zelf hun fiets te herstellen. Een professionele fietsenmaker staat eveneens ter beschikking. In de winkel vind je materiaal voor fietsers zoals helmen, sloten, bellen en fietstassen, maar ook T-shirts, totebags, postkaarten, reisboeken, kaarten en kinderaccessoires.

Het Brusselse stel pakt ook uit met een gevuld programma: testritjes voor bakfietsen en elektrische vouwfietsen, fietstochten in de buurt, boekpresentaties en kinderactiviteiten. Na de zomer willen de twee initiatiefnemers verderdoen in een permanente vestiging.
Tandem is open van 28 juli tot 1 september, van dinsdag tot en met zaterdag van 11 uur tot 20 uur en op zondag van 11 uur tot 18 uur. Meer info vind je op de website en de Facebook-pagina. 

Wat Brussel van Lyon kan leren

Ik ben onlangs op reis geweest naar Lyon. Het is een voorbeeld van hoe een stad haar burgers blij kan maken. De Franse stad heeft een holistische visie op stadsplanning en het ontwerpen van de openbare ruimte. Lyon heeft dezelfde omvang als Brussel, ongeveer hetzelfde aantal inwoners (1,3 miljoen) en telt zelfs 40 gemeenten meer dan Brussel. Niets is onmogelijk, Brussel! Van wat ik heb gezien, is Lyon een veilige, propere en levendige plek waarin het goed is om te leven, te eten, te drinken en te werken. Wees goed voor je mensen en mensen zorgen voor je stad.

De fietsinfrastructuur

Lyon heeft meer dan 650 km veilige fietspaden, bruggen en verbindingen.

De kaaien

De kaaien langs de rivier de Saône zijn een geweldige plek om rond te hangen, te sporten, te fietsen, te wandelen. Zo koester je het water in je stad!

De fietserstunnel

De nieuwe Tunnel de la Croix-Rousse, die de oevers van de Saône en de Rhône met elkaar verbindt, is alleen bestemd voor fietsers, voetgangers en elektrische bussen. Foto van Almost Landing.

Groene ruimte

Overal waar je gaat, vind je groene trottoirs, kleine parken, bloemen. Groene ruimten helpen bij het ondersteunen van nieuwe ecosystemen en het afkoelen van steden.

Het openluchtzwembad

Je kunt niet in de rivier zwemmen, maar Lyon biedt fantastische mogelijkheden om buiten te zwemmen. Iets waar Brussel in deze tijden van hittegolf naar smacht. Foto: Piscine du Rhône.

Pleinen

Lyon heeft veel pleinen met sportfaciliteiten, skateparken … Deze foto toont Villeurbane.

Dierentuin

In het gigantische Parc de la Tête d’Or vind je een prachtige botanische tuin en zowaar een dierentuin! Gratis!

Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek. De vertaling uit het Engels is van BrusselBlogt.

Critical Mass Brussels: een fietsersprotest

De laatste vrijdag van de maand gaat in Brussel de Critical Mass door. Dit is een georganiseerde fietstocht waarbij tientallen tot honderden fietsers samen door de straten rijden. Doel is om fietsers zichtbaar te maken in deze autostad. En een vrolijke bende van honderden fietsers blijft zeker niet onopgemerkt. Ik reed dit voorjaar eens een avondje mee en fotografeerde al fietsend.

Critical Mass Brussels (foto: Jochem Oomen)

Continue reading

Waarom een fietsvriendelijke stad goed is voor iedereen

Elke laatste vrijdagavond van de maand palmen fietsers wereldwijd de straten in voor een fietstocht in hun stad. Het belangrijkste doel? Bewust maken van de kwetsbaarheid van fietsers in de drukke straten van steden die tientallen jaren geleden in een autoparadijs werden omgevormd. De Kritische Massa, zoals de beweging heet, is intussen al 19 jaar actief in Brussel. Een ooggetuigenverslag van de laatste sessie vorige vrijdag.

Na een stop bij Place Meiser, waar een fietser eerder deze maand bijna omkwam na een aanrijding door een vrachtwagen, klom het kwik naar ongekende hoogten. Niet enkel vanwege het mooie weer, maar ook omdat de politie erbij was en ons vriendelijk verzocht verder te gaan. Op de Montgomery-rotonde (een nachtmerrie voor fietsers en voetgangers) waren twee autobestuurders, respectievelijk in een Porsche Cayenne en een Porsche Boxer, van mening dat ze genoeg van hun kostbare tijd hadden verloren omdat fietsers hun vrije weg versperden. Ze begonnen te roepen en te beledigen en bedreigden zelfs een man dat ze hem de volgende keer zouden ‘ombrengen’.

De politie werd zenuwachtig. Er werden foto’s genomen. Een politieagente verloor haar koelbloedigheid en begon een jongeman met een fototoestel weg te duwen. De agente, die waarschijnlijk nog steeds helemaal gestresseerd was na het bezoek van Trump, hield de jongeman ‘administratief’ aan en riep naar andere fietsers (we waren met meer dan 200!): ‘allez, vas-y rouler un peu’. Uit haar stem kon je opmaken dat ze geen grote affiniteit had met tweewielers. Misschien enkel tijdens het weekend. Na enkele diplomatieke interventies vertrokken de Porsche-jongens met brullende motoren. De fietsers (met rinkelende bellen) gingen iets drinken.

Het was niet het leukste en meest verheffende schouwspel waarvan ik getuige was, maar het brengt me op een paar punten die ik graag zou willen maken:     

  • De leuze ‘Je zit niet vast in het verkeer, je bent zelf het verkeer’  is (opnieuw) erg relevant in dit geval. Mensen worden vaak boos, zenuwachtig of beginnen te claxonneren wanneer je voor hen fietst, zelfs als je alleen bent. Niet allemaal natuurlijk, maar veel automobilisten worden helemaal gek omdat ze moeten wachten op een paar fietsers. En dat terwijl ze elke dag in het verkeer vastzitten, meestal alleen in hun auto, samen met duizenden andere auto’s. Waar is de logica?
  • Dit soort incidenten is absoluut niet vatbaar voor herhaling, omdat het geen strijd is tussen auto’s en fietsen, maar tussen mensen. Ik zou gemakkelijk kunnen opteren voor de auto, omdat ik dan muziek kan beluisteren en in een zetel zit met airconditioning. Veel mensen kiezen echter voor de fiets omdat het snel, betrouwbaar, gezond en goed is voor de stad. Mensen onderschatten de kracht van duurzame mobiliteit als bepalende factor voor groei, betere luchtkwaliteit en minder maatschappelijke kosten.     
  • Je mag de automobilisten niet met de vinger wijzen. Ze worden in hun comfortabele positie geduwd, want ze krijgen van onze politici, die het hogere belang zouden moeten dienen, een geweldige bedrijfswagen en zelfs voorafbetaalde tankkaarten. Voeg daaraan toe de jaren van te weinig investeringen in het openbaar vervoer en fatsoenlijke fietspaden. Conclusie? Onze regeringen hebben ons in autoverslaafden veranderd.     
  • Last but not least: laten we geen ‘community’ van fietsers creëren, omdat we dan te veel op activisten lijken. Laten we spreken over ‘Brusselaars die de fiets gebruiken’. De  fiets mag niet louter een symbool zijn voor hippies en groene jongens, want uiteindelijk zal iedereen kunnen genieten van de voordelen van een fietsstad.

Tot de volgende editie?
Critical Mass Brussels verzamelt elke laatste vrijdagavond van de maand om 18 uur aan de Naamsepoort. Meer info vind je op de Facebook-pagina.

Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek. De vertaling uit het Engels is van BrusselBlogt.

1 april: B-tube, de fietstunnel rond de vijfhoek

Enkele dagen nadat de plannen voor het herinrichten van de kleine ring ten voordele van de fietsers  aandacht kregen op de nationale mediakanalen lijkt Pascal ‘antiheld’ Smet (minister van Mobiliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zijn middle name alle eer aan te doen. In kringen van het kabinet van mevrouw Els Ampe (schepen van Mobiliteit van Stad Brussel) zijn berichten opgevangen over een plan B voor de kleine ring van Brussel. Het nieuwe compromis stapt af van de aanleg van de bovengrondse gescheiden fietspaden. Onder de hele lengte van de kleine ring komt een fietstunnel die de werktitel B-tube meekreeg (B staat voor bike  en voor tube haalde men de mosterd in Londen).
Smet moet inbinden en wat bovengronds gewestmaterie is, lijkt ondergronds het territorium van een van de 19 gemeentes. De uitvoeringsplannen zijn pril, lees onbestaand, maar de  financiering is al rond en een planning staat op poten, is te horen. Als er in de ondergrond geen ongebruikte buurtweg opduikt worden in 2019 de nodige vergunningen afgeleverd en wordt de tunnel midden 2020 opgeleverd.

fietstunnel in San Sebastian (Spanje)

Het mag niet verwonderen dat het resultaat van de onderhandelingen tussen Stad Brussel en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lichtelijk surrealistisch aandoet. In een Belgisch context is het niet uitzonderlijk dat meerdere overheden (ook  de EU tast in de buidel) samenwerken met een privépartner om het kostenplaatje rond te krijgen. Vlaanderen, en dus voor een deel ook Brussel, zijn stilaan wereldkampioen in publiek-private samenwerking. Wat vreemder aandoet zijn de voorwaarden die aan deze samenwerking met de privépartner zijn gesteld. Een wereldleider op de markten van verzekeringen, Lloyd’s of London, heeft net toezeggingen gedaan om zijn dochtermaatschappij in Brussel te vestigen en zoekt aanwezig te zijn in het stadsbeeld door zich achter een bouwproject te scharen. Lloyd’s of London, de partner in kwestie,  opent zijn hub op het continent net tijdens het jaar dat de fietstunnel er komt.

Harold Lloyd (Alfred Cheney Johnston, 1921)

De tunnel krijgt de naam van de stichter van Lloyd’s mee en na de gecommercialiseerde namen voor  voetbalstadions komt er nu dus een fietstunnel met marketingwaarde. Lloyd’s kreeg dit voor mekaar door te garanderen dat ex-patriots in België blijvend hun Britse nationaliteit kunnen behouden door personeelslid te zijn van het samenwerkingsverband dat de fietstunnel gaat uitbaten, een tewerkstellingsproject voor hoger opgeleiden in ruil voor naambekendheid in de hoofdstad van Europa. De uitbating gebeurt op basis van het toekennen van concessies aan kleine commerciële vestigingen als koffie- en theehuizen of fietsherstelplaatsen.
Een toch wel vreemde deal als je het mij vraagt, zelfs voor een Belg die wat vertrouwd is met Brussel. Wat deze Britse Brusselaars dan gaan doen, was de vraag die gisteravond tussen pot en pint werd opgeworpen. Als burgerwachten de stilaan onontwarbare ondergrondse verkeersstromen in goede banen leiden en door hun aanwezigheid en Brits flegma erop toezien dat chaos uitblijft waar zich wachtrijen voordoen, werd geopperd. De tijd zal raad brengen.
Voor wie over bovenstaande zijn mening kwijt wil op de sociale media, gelieve de hashtag #Lloyd-or-not  aan zijn berichten toe te voegen.
Ceci est une fiction: onze aprilgrap van het jaar!
 

Diagonaal het fietspad op? Waarom niet?

Ik had hem al gezien bij het thuiskomen: een zwarte Nissan stond iets verderop diagonaal op het tijdelijke fietspad geparkeerd! Een dag eerder had ik, op net dezelfde plaats, mij er al tussen moeten wurmen met de fiets. Toen was het een Audi. Een paar dagen ervoor was het uitwijken op straat. Elke week is wel een paar keer hetzelfde liedje. Uiteraard heb ik ergens wel begrip voor de onwetendheid van bestuurders. Tenslotte ben ik zelf ook af en toe autobestuurder. De situatie in de Slachthuislaan is tijdelijk en het fietspad ook, niet alles is even duidelijk gemarkeerd. Maar toch, je moet van slechte wil zijn om niet door te hebben dat er tussen de betonblokken en stoeprand een fietspad ligt.

Een 20 minuten later vertrok ik opnieuw. En ja, de sloeber stond nog altijd op dezelfde plaats ‘geparkeerd’. Er zat zelfs iemand in. Misschien was dit wel het moment om hem het duidelijk te maken. Veel zin om aan te kloppen had ik niet, dus ostentatief een fotootje maken leek me een beter plan. Gsm in de hand, lachen naar het vogeltje en weg was ik. Dacht ik… Iets verderop moest ik oversteken richting Arts et Metiers. Ik hoorde een claxonsalvo richting mijn kant komen. Het hek was van de dam. De autobestuurder stapte uit en kwam samen met z’n vrouw aangelopen, gevolgd door een kleine delegatie ‘betrokkenen’. De discussie ging plots niet meer over het feit dat hij hinderlijk geparkeerd stond maar dat ik zonder toestemming een foto had gemaakt. Goh schande en zonde! Er ontstond ter plekke zowaar een kleine massahysterie. Er werd met van alles gedreigd. Ze leken er erg bedreven in. Ze dreigden er zelfs de politie bij te halen: ‘ja graag’ was m’n antwoord. De man eiste dat ik de foto zou verwijderen en nu wel meteen! Bon, om het niet helemaal de spits op te drijven ging ik op z’n vraag in. Verwijderde de foto en vroeg of ik nu eindelijk ook iets mocht zeggen. De hysterische vrouw zweeg, zelfs de man liet me nu eens uitspreken. Het bleek snel dat hij heel goed wist dat hij er niet mocht staan. De argumentaties om het wel te mogen waren origineel:
– “We konden niet ver parkeren omdat we moesten wachten op een baby. U moet dat toch begrijpen als vader!”
– “Hij is van Kraainem en kent het hier niet zo goed, dat snapt u toch?”
– “Er staan toch af en toe nog auto’s zo geparkeerd?”
– …

Tja, de discussie laaide opnieuw op. Tijd misschien om verder te gaan?
Deus ex machina: de politie stond plots voor het rode licht. Het enthousiasme om de politie erbij te betrekken was plots getemperd bij de hysterische vrouw. M’n vrouw deed toch teken en na wat aarzeling stapten de agenten uit. De openingszin was goud waard: “we kunnen niets doen, want we zijn van Zone Zuid en u staat aan de verkeerde kant van de weg. Bel een ander zone-team a.u.b., want dit is niet onze verantwoordelijkheid!”. Huh? “Maar mijnheer, het is daar gebeurd, u kan toch wel even kort luisteren?”… “Oké, oké.” Uiteraard werd het zeer snel duidelijk dat de autobestuurder bot ving bij de agenten. Enkele tips over hoe ze niet hinderlijk dubbel konden parkeren werden gedeeld. Ik werd aangeraden om bij een volgende keer in plaats van foto’s te nemen de politie te bellen. Dat kan ik doen, al vraag ik me af of ze de wekelijkse telefoontjes gaan appreciëren. Best zoek ik vooraf  uit welke zone ik bel.
Straf hoe zo’n klein akkefietje snel kan ontaarden, maar ook bizar hoe eenzijdig mensen de wereld bekijken. Het grote gelijk staat altijd tegenover het grote ongelijk. Of was het een clash der culturen? Het is duidelijk dat er hoe dan ook echt wel een mentaliteitswijziging nodig is. Of ligt het aan mij? Misschien ben ik niet tolerant genoeg en moet ik er me bij neerleggen? Wie zal het zeggen? Nu, het was best spannend en wie weet komen we elkaar nog tegen. En die verwijderde foto? Tja… m’n excuses aan de man uit Kraainem.

Schepen van Sport, Senioren en Status Quo

Cher Alain, beste Alain,
Kijk hoe je daar staat, dapper op een stuk niemandsland tussen dieseldampen. Goed gedaan, je haalde de kranten met een mooi citaat waarin je aankondigt dat je de aanleg van fietspaden op de gevaarlijke Franklin Rooseveltlaan zal blokkeren, zelfs met eigen lijf als het zou moeten.

Ik zal eerlijk tegen je zijn, cher Alain. Ik heb het gehad met politici van jouw generatie. Je bent van dezelfde angstgeneratie als de ‘Brexiteers’ en Trump-stemmers onder ons: conservatief, tegen verandering en je verandert vlot van mening als het je persoonlijke belangen dient. Je maakt gebruik van angst als een argument om de vooruitgang tegen te gaan.

Je bent een sportfan, gezien je vorige functie bij de Belgische Voetbalbond, maar je wil niet dat mensen de fiets gebruiken om te bewegen en gezond te blijven? Je wil, en ik citeer, ‘doorstroming van het verkeer’ in Brussel? Je bent de schepen van Sport van de Stad Brussel, maar je wil niet dat mensen actief bewegen? Wat is je agenda, Alain?

Ik zie dat je ook schepen van Senioren bent. Misschien zijn zij meer ontvankelijk voor je verklaringen over ‘de invasie van de fiets’ en ‘het pesten van auto’s’? We hebben allemaal opgemerkt op je beruchte Facebook-pagina dat je seniorenfans juichen voor jou en je stoere taal: ‘Stuur die Flamand (bedoeld is minister van Mobiliteit Pascal Smet, nvdr) terug naar waar hij thuishoort!’, ‘Is hij nog steeds ziek?’, ‘Goed gedaan Alain!’ Je scoort punten voor je kiezers, Alain, goed gedaan.

Cher Alain, laten we proberen om een ​​ander argument te gebruiken. Wat is jouw mening over de gevolgen van het autogebruik in onze, jouw stad? Hoe zit het met de longen van jou, onze kinderen en kleinkinderen? Verdienen ze bruine vloeistoffen in hun longen omwille van de doorstroming van het verkeer? Veel steden om ons heen, niet ver van ons vandaan, benaderen tegenwoordig de openbare ruimte, mobiliteit en leven in de stad op een heel andere manier. Academici, visionaire burgemeesters, onderzoekers, burgers over de hele wereld streven naar een betere stad. Waarom? Omdat we graag wonen in steden, niet autorijden. Met dank aan politici zoals jij zal Brussel nooit het goede voorbeeld kunnen geven, maar is het gedoemd tot een jarenlange achterstand.

Cher Alain, hoe is het mogelijk dat jij en je 18 collega’s in de andere Brusselse gemeenten holistische plannen kunnen blokkeren of vernietigen, op basis van argumenten zoals “die straat zou 30 cm breder moeten zijn, dus we kunnen geen fietspaden aanleggen”? Aan jouw generatie van aan zichzelf denkende politici is het te wijten dat onze generatie, die niet bang is voor verandering, nog jaren achterop zal hinken. De gevolgen van je kortetermijnbeleid van een ‘status quo’ zal een desastreus effect hebben op ons, burgers, en jouw, ja Alain, jouw stad.

Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek. De vertaling uit het Engels is van BrusselBlogt.

Een pluim voor de fietsbrigade

De Brusselse fietsbrigade, een team van 12 politiemensen op de fiets, is dé beschermer van de zachte weggebruiker in de Vijfhoek. Alle respect voor patrouilles in combi’s en gepimpte Skoda’s maar het échte werk op het terrein kan enkel efficiënt gebeuren wanneer je er middenin zit. En dat doen onze biker-vrienden: ze patrouilleren op de ‘fietspaden’ van Brussel en weten als geen ander hoe gevaarlijk het soms kan zijn op de snelwegen van Brussel.

(c) brusselsbybike
Fietspaden? Wel ja, die gekalkte lijnen op het asfalt bedoel ik uiteraard. Net omdat ze zo ‘kwetsbaar’ zijn hebben we de fietsbrigade nodig. Wie geen respect kan opbrengen voor die enkele percentages publieke ruimte die voor zachte weggebruikers bestemd zijn, gaat op de bon.
De bikers kunnen voor het jaar 2016 trouwens impressionante statistieken voorleggen, zeker als je weet dat ze enkel in Brussel-Centrum opereren!

Fietspaden, zebrapaden, busbanen, you name it!

In het jaar 2016 hebben de bikers  8.745 inbreuken op fietspaden vastgesteld, 2.731 parkeerovertredingen op het voetpad, 923 parkeerovertredingen op of op minder dan 5 meter van een zebrapad en 10.765 overtredingen met betrekking tot het gebruik van een voetgangerszone of woonerf beboet.
Op wegen die voorbehouden zijn voor het openbaar vervoer (ook toegankelijk voor fietsers) stelden de bikers 13.794 processen-verbaal op. Het gebruik van een gsm zonder handenvrije kit, het niet dragen van de veiligheidsgordel, door het rood licht rijden? Goed voor ongeveer 3.900 boetes.
In totaal hebben deze mannen en vrouwen dus meer dan 40.000 processen-verbaal opgesteld. Triest, omdat onze politici toelaten dat er zoveel ‘conflicten’ kunnen gebeuren maar tegelijkertijd indrukwekkend. De bikers werken bijvoorbeeld geen 24u op 24u. Wie ‘s avonds door Brussel loopt kan met eigen ogen zien dat er heel ‘creatief’ wordt geparkeerd en gereden.
Dus, geef de bikers meer middelen, zodat overtreders ook ‘s avonds en bijvoorbeeld op zondag geen kans meer krijgen, zorg voor gepaste infrastructuur en richt een fietsbrigade op in elke politiezone!
Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.

Waarom shoppers lokken met ‘gratis parking’ een slecht signaal is

De Stad Brussel heeft het weer voor elkaar gekregen: op dinsdag 3 januari, de eerste dag van de solden, en op 7 januari, de eerste zaterdag, is parkeren in de gehele vijfhoek gratis. Dat is een ongelukkige beslissing van ons lieftallig stadsbestuur, dat weer eens voluit de kaart van de vierwieler trekt. Enkele bemerkingen op een rijtje.

Koopkracht auto

Met deze maatregel wordt nogmaals aangetoond dat de huidige politieke klasse niet klaar is voor de radicale ommezwaai waar zoveel steden al jaren mee bezig zijn: de mens opnieuw centraal stellen. Volgens deze klasse staat de auto gelijk aan koopkracht en zal alleen de vierwieler ervoor zorgen dat de centjes aan het rollen gaan. Nu, deze politieke klasse deinst er niet voor terug om experts in vraag te stellen maar toch: volgens vele studies doen mensen te voet of met de fiets meer geld op dan mensen met de auto. Geld blijft ook makkelijker lokaal plakken. Ik kan de winkels waar je voor de deur kan parkeren trouwens niet voor ogen houden, tenzij je op het fietspad parkeert natuurlijk.
Het is trouwens stigmatiserend voor jongere handelaars en ondernemers die helemaal niet op deze manier denken.

Piétonnier-ambities

Het is op z’n minst ‘speciaal’ te noemen dat je als stadsbestuur de grootste voetgangerszone van Europa probeert te installeren, daar grandioos in faalt vanwege politieke spelletjes en dan doodleuk gaat verkondigen dat de auto koning wordt in Brussel om het de shopper zo makkelijk mogelijk te maken.

Leve de niet-Brusselaar

Zelf ben ik ook superblij om te zien dat onze stad wordt gesmaakt, dat er veel bezoekers zijn en dat Brussel weer bruist. Maar blijkbaar zijn de inwoners van Brussel niet gegoed genoeg om de handelaars blij te maken. Onze burgervader wist het in een interview reeds te vertellen: “Mensen uit Woluwe komen niet met het openbaar vervoer”. Nee, geef ons maar wat rond toeterende SUV’s in ons stadscentrum, dat überhaupt toch al ruikt naar rozenblaadjes, en waar we bovendien geen last hebben van lucht- en lichtvervuiling.

Brussel is parking

Wie durft te beweren dat er niet genoeg parking in Brussel is, heeft geen benul hoeveel publieke ruimte aan deze drang naar luxe wordt opgegeven. In het stuk dat ik enkele jaren geleden al schreef (Schaf de pleinen af) documenteerde ik onze pleinen die worden ingepalmd als parking. We moeten af van die gedachte dat parking gemeengoed is, nee het is telkens een individuele inname van publieke ruimte op een bepaald tijdstip en op een gegeven plaats. We zijn de ‘waarde’ van publieke ruimte totaal vergeten. In naam van de autodroom hebben we zoveel opgeofferd. Auto’s horen in een stad die nog relevant wil zijn voor haar burgers thuis in privéparkings.

Openbaar vervoer?

We hebben het vaak over de randparkings die er mondjesmaat aan het komen zijn aan de grenzen van het Brussels Gewest. Ook hier is het de politieke klasse zelf die zich boven de efficiëntie plaatst: de ene Vlaamse gemeente ziet het als een inname van Vlaams grondgebied voor ‘dat Brussel’, de andere Brusselse gemeente ziet het als een invasie van Vlaamse pendelaars.
Op die randparkings is het dus nog even wachten, maar laten we stations aan de centrumsteden en omliggende gemeenten van Brussel ook gaan beschouwen als randparkings. Hebben de shoppers er bijvoorbeeld al aan gedacht om hun wagen aan het station van pakweg Dilbeek te parkeren en daar de trein rechtstreeks naar Brussel-Centraal te nemen? Stap uit, wandel naar beneden via de Grote Markt, of wandel door één van de galerijen – toch wel, u hebt benen, al willen onze schepenen u laten geloven dat ze stilgevallen zijn – récht de shoppingstraten in. Mooi toch? De NMBS heeft zelfs een speciaal soldenticket voor u in de aanbieding!

Brussel als geheel

We horen onze schepen een oproep doen aan het Gewest om eindelijk werk te maken van randparkings, de metro enzoverder. Wanneer je dit beleid zelf weer de dieperik in kegelt door autovriendelijke initiatieven te lanceren, weet je dat het mis gaat.
Hoe lang laten we nog toe dat 19 burgemeesters en schepencolleges, vaak gestuwd door eigenbelang en een onder-de-kerktorenmentaliteit de oplossing van een vraagstuk zoals mobiliteit kunnen gijzelen? De contraproductieve aanpak, waar de ene progressieve gemeente fietspaden en parken aanlegt en de ander parkings wil aanleggen, is er eentje om snel de vuilbak in te kieperen. Brussel zou als stad al zo veel verder kunnen staan als we niet keer op keer met een afgekookt brouwsel van een eerder aangekondigd champagneproject opgezadeld zouden eindigen.

Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.