Author: Len

Big in Japan

Een van de voordelen van wonen in Brussel is de nabijheid van de Grote Markt. Elke dag is goed genoeg voor een ommetje langs de mooie gevels van het stadhuis en de vele gildehuizen – het risico op gebroken benen door de oneffen kinderkopjes neem ik er graag bij. De historische grootsheid en het blinkende bladgoud zijn om duimen en vingers bij af te likken.
Wat je op die plek ook veel ziet, is de eigenaardigheid die ons allen bijwijlen overvalt. Wanneer we ons op onbekend terrein begeven, ontsnappen we graag aan de levendige werkelijkheid en aanschouwen we de lokale medemens in zijn habitat van op afstand, als dwalen we rond in een dierenpark.
Dit gebeurt doorgaans ongemerkt. Evengoed kan een verloren koppel worden geïnterpreteerd als staat het op de uitkijk voor familie, en een dralende vriendengroep worden aanzien als afscheidnemende collega’s. Witte sokken in sandalen, een overdreven korte broek en de onvermijdelijke rugzak geven vaak een hint van de ware aard van het beestje, maar uitsluitsel is er nooit.
Ook ik durf al eens te vertragen, trouwens, om op te kijken naar de mij omringende gebouwen, wanneer de zon zich net op het punt bevindt waarop ze een stad in een sprookje verandert. Of om uit te kijken naar waar de vrolijkste lach die ik in tijden heb gehoord, vandaan komt.

Continue reading

Het patroon doorbroken

Onze levens zijn opgebouwd rond vaste rituelen. Dat begint ‘s ochtends met de voet die eerst uit bed stapt of de wijze waarop de koffie gezet wordt, en dat eindigt ‘s avonds telkens met hetzelfde tv-programma of een glas whisky en een boek. Maar dat gaat ook over de weg naar je werk die je na rijp beraad en uitvoerige overpeinzingen hebt uitgekozen vanuit de vaste overtuiging dat die weg ideaal is om jouw onderbroken nachtrust voort te zetten.
In die tijd vervaagt de scherpe aanwezigheid van gebouwen en metro’s dag na dag tot een amalgaam van, meestal grijze, kleuren. Trappen schuiven als vanzelf onder je voeten door, de mensen op de tram worden een deel van het interieur. De witte lijnen op straat en de bomen langs de weg of op pleintjes vormen het canvas waarop je de contouren van een dag tekent.
Daarom leiden onverwachte gebeurtenissen naar de beste herinneringen.

Continue reading

Feesten voor het kanaal

Afgelopen weekend kon je vier dagen lang terecht in de kanaalzone voor dans, performances, installaties en verhalen in het teken van Festival Kanal. Een mooi bewijs dat het kanaal een grotere rol opeist in de stad, als je het mij vraagt. Het maakt immers ontegensprekelijk deel uit van Brussel, als geografisch ijkpunt en economische factor, maar ook als een plaats om te spelen, te kijken en te wandelen.

Continue reading

Iedereen Duivel

Na elke teleurstelling volgt een moeilijke periode van aanvaarding. Kleine momenten en rituelen helpen je met het verwerken. In het geval van collectieve ontgoocheling kan je rekenen op de steun van je vrienden, familie of buren. Tot het moment waarop je opnieuw kan inhaken in het ordinaire ritme van de wereld.
Zo is het ook de voorbije maand gegaan. Niemand die nog praat over die zonnige zaterdag begin juli, niemand die er nog aan denkt. De emoties waren hevig, maar zijn opnieuw onder controle. Alle attributen en accessoires zijn opgeborgen. Slechts zelden zie je nog een vlag aan een balkon wapperen. Toeters en bellen, in de kleuren zwart, geel en rood, verdwenen in een donkere doos op zolder. Maar laat mij de wonde nog één keer blootleggen en terugkijken op dat vermaledijde wereldkampioenschap voetbal.

Continue reading

Quinze verlaat Brussel

Dat kunstenaar Arne Quinze niet overal graag gezien is, hoeft misschien niet echt te verbazen. Zijn constructies in de openbare ruimte zijn immers vaak imposant, groot en kleurrijk. Het lijdt geen twijfel dat dergelijke kunstwerken een impact hebben op hun omgeving, dat ze talk of the townworden.
Tussen het Vlaams Parlement en het Huis van de Volksvertegenwoordigers heeft Quinze ook in Brussel een reusachtig kunstwerk neergezet. Op een stuk van de Leuvenseweg, een klein en rustig kasseien straatje, staat sinds 2008 een immens werk van 15 meter hoog en 80 meter lang. Bovenop enkele metalen steunpilaren, beweegt een wolk van duizenden oranje en bruine houten blokjes van gevel naar gevel.

Continue reading

Nachtlucht

Het einde van je werkdag komt in zicht. Soms is het moment daar vooraleer je het beseft. Soms moet je jezelf nog wat voortslepen. Maar de beloning is zo goed als elke dag dezelfde. Je mag toegeven aan die sluimerende vermoeidheid, of je kan alles opzij zetten en uitkijken naar andere belevenissen. En je haast je op weg naar huis, want je wil voor het donker thuis zijn. Je weet dat je dan liever al aan de tafel zit, of in de zetel, of aan je bureau. Zo gaat dat immers met avonden, elke dag opnieuw.
Als een nevel daalt de nacht over de stad neer. Met wat klein geluk priemen de laatste zonnestralen tussen enkele gebouwen net wanneer je langsloopt. Of steken enkele lichtrode en oranje wolken zich af tegen het blauw in de lucht dat stilaan donkerder wordt. Maar wat gebeurt, is onherroepelijk. De nacht is allesomvattend. Neonlichten doen ons iets anders geloven, maar duisternis loert om elke hoek.
De beelden die op je netvlies staan gebrand, worden betekenisloos. Het diffuse donkergele licht van straatlantaarns geeft de omringende gebouwen en straten een dreigende uitstraling. Enkele goedgekozen lampen maken met hun invallende lichtstralen de omgeving net vrediger. Als de lantaarns kapot zijn, blijft alleen een lugubere leegte achter. De aanblik en de vorm zijn veranderd. De stad is veranderd.
De omstandigheden bepalen het gevoel.  Nog meer dan overdag laat Brussel je ’s nachts dromen, laat de stad je verdwijnen en schept ze nieuwe verwachtingen. Andere, soms duistere, krachten, nemen de bovenhand. “Nachtlucht bevat de meest eigenzinnige smaken,” zong Jamie Woon. Niemand die het kan vatten, niemand die het wil proberen. Maar het biedt een bodemloos vat aan inspiratie. De nacht betekent eenzaamheid, stilte en duisternis. De nacht betekent vrijheid, vreugde en verleiding. “Ik wil deze nacht in de straten verdwalen,” riep Wannes Van de Velde.
En toch wordt aan het einde alles weer lichter. De eerste zonnestralen doorklieven de donkere wereld, terwijl hier en daar de draad weer wordt opgepikt. De ene omarmt het eerste licht, de andere verafschuwt het. De nachtelijke realiteit maakt plaats voor de dagelijkste routine. De roes mondt uit in een stekende hoofdpijn.
Eerder verschenen op http://bxlen.wordpress.com.

In goed gezelschap

In de tweede helft van de 19e eeuw was Brussel het toevluchtsoord voor heel wat kunstenaars en schrijvers uit heel Europa. Ook de beroemde Oostenrijkse neuroloog Sigmund Freud trok in oktober 1882 doorheen de stad. Enkele dagen later blies hij de loftrompet over Brussel in een uitgebreide brief aan zijn verloofde, waarin hij zijn ervaringen deelde en zijn verwondering niet schuwde.
Lees hem op http://bxlen.wordpress.com/.

Een warme druppel op een koude dag

De feestdagen raasden, zoals gebruikelijk, in hoog tempo voorbij. Van het ene aperitief verplaatste ik mij naar het andere diner. De warmte van vrienden en familie maakt ondertussen weer snel plaats voor de ontnuchtering. Ik beslis om weer wat minder te eten en te drinken. De pakjes onder de kerstboom zijn uitgedeeld. De kerststalletjes raken stilaan uitgeput. Maar toch ligt er iets op mijn maag.
Niets nieuws, want het overvalt mij elk jaar rond deze tijd. Het begint wanneer de dagen beduidend korter worden en de overheid haar winteropvang opstart en thuislozen een plek geeft om te overnachten. De wintermaanden zijn voorlopig nog niet erg koud geweest, maar als ik elke avond opnieuw een ellenlange rij mensen zie aanschuiven, in de buurt van de Botanique, voor een warme maaltijd en een slaapplaats, dan breekt mijn hart. Ik kan hen niet echt helpen, denk ik, maar ik word er niet graag mee geconfronteerd.
Het kan ook anders. Omdat niemand weet wat het is om in armoede te leven, besloot Brussels parlementslid Carla Dejonghe namelijk om een maand lang met 180 euro rond te komen. Moedig, maar niet onoverkomelijk. Haar verwarming staat intussen opnieuw enkele graden hoger en ze kan terug op stap met haar vriendinnen. “Het is niet mogelijk om een beeld van de arme Brusselaar te schetsen,” zegt ze als ik haar enkele weken geleden interviewde. “Als ik intussen iets begrepen heb, is het wel dat iedereen in armoede kan terechtkomen.”

Continue reading

Winterzon

De winter komt eraan, maar is er nog niet. Het wordt echter voelbaar aan de ijzige wind die af en toe de kop opsteekt, aan de kortere dagen en de koudere temperaturen. Zichtbaar ook aan de kerststalletjes in de straten en op de pleinen in het centrum, aan de bomen wiens bladeren hun weg naar de grond intussen gevonden hebben en aan het diffuse zonlicht.
Om verschillende redenen hou ik van deze periode van het jaar. Er gaat niets boven de kleurenpracht die je aantreft in de Brusselse parken. De stad wordt voor even zelf een feeëriek en schilderachtig landschap. Slechts een moment kan in deze tijd een nog authentieker beeld van de stad oproepen: wanneer de zon, laag aan de hemel, door het wolkendek breekt.
Het najaar kent weinig zonnige dagen, maar wanneer de zon verschijnt,  lijkt het wel alsof er een Instagramfilter voor onze ogen wordt geschoven. Het zonlicht dat in de zomermaanden tot in alle hoekjes doordringt, doet nu door zijn lagere invalshoek dienst als een spot, die slechts dat deel van Brussel benadrukt dat gezien hoort te worden. De gouden koepel van het justitiepaleis schittert zoals hij dat alleen in deze periode doet. De torens die de Brusselse skyline vormgeven, van de Zuidertoren tot de torens aan Madou en het noordstation, vormen een spiegelpaleis. Het contrast tussen de weerspiegelende zonnekant en de in duisternis gehulde schaduwzijden zorgen voor een dromerig schouwspel voor al wie in de kruidtuin even staat uit te waaien.
De herfst loopt op zijn einde, en de temperaturen nemen de komende weken ongetwijfeld nog een duik, maar de zon zorgt zeker nog voor schitterende stadsgezichten. Een laagje sneeuw zou dat alleen nog mooier maken.
Ter illustratie vind je enkele beelden terug op http://bxlen.wordpress.com.
 

Een duivels warme avond

In de tribune tijdens België – Colombia

Een uitzinnige menigte veert recht en schreeuwt van verwachting. Met kippenvel op de armen en een gelukzalige blik in de ogen grijpt iedereen naar zijn smartphone of fototoestel op het moment dat de Rode Duivels uit de spelerstunnel tevoorschijn komen. Elf eenvoudige mannen zijn sterren bij hun ploeg en goden in eigen land.
Dat zelfs een doodgewone oefenwedstrijd tegen Colombia uitgroeit tot een nationaal volksfeest, zegt veel over de buitengewone verwachtingen. Het maakt intussen de mogelijke kater in juli des te groter. Uren van tevoren wordt de omgeving van het Koning Boudewijnstadion afgesloten voor verkeer. Regen, koude noch wind houden de tienduizenden fans thuis. Er weerklinkt muziek, er wordt gezongen, er wordt gedanst. Jupiler wordt met liters tegelijkertijd aangevoerd. Het is aanschuiven, want frieten en hamburgers leggen een goede fond.
Doorgaans is het Atomium het lichtbaken van deze buurt, maar vanavond staat het stadion in lichterlaaie. De enorme verlichtingspalen langs de vier hoeken van het veld moeten van heinde en verre te zien zijn. In het stadion staat het felgroene gras in schril contrast met de andere kleuren. De ontelbare schakeringen rood en geel en rood en zwart en rood worden slechts in een enkele hoek onderbroken door het beperkte geel-wit-blauwe legioen Colombianen.

Continue reading

  • 1
  • 2