Big in Japan
Een van de voordelen van wonen in Brussel is de nabijheid van de Grote Markt. Elke dag is goed genoeg voor een ommetje langs de mooie gevels van het stadhuis en de vele gildehuizen – het risico op gebroken benen door de oneffen kinderkopjes neem ik er graag bij. De historische grootsheid en het blinkende bladgoud zijn om duimen en vingers bij af te likken.
Wat je op die plek ook veel ziet, is de eigenaardigheid die ons allen bijwijlen overvalt. Wanneer we ons op onbekend terrein begeven, ontsnappen we graag aan de levendige werkelijkheid en aanschouwen we de lokale medemens in zijn habitat van op afstand, als dwalen we rond in een dierenpark.
Dit gebeurt doorgaans ongemerkt. Evengoed kan een verloren koppel worden geïnterpreteerd als staat het op de uitkijk voor familie, en een dralende vriendengroep worden aanzien als afscheidnemende collega’s. Witte sokken in sandalen, een overdreven korte broek en de onvermijdelijke rugzak geven vaak een hint van de ware aard van het beestje, maar uitsluitsel is er nooit.
Ook ik durf al eens te vertragen, trouwens, om op te kijken naar de mij omringende gebouwen, wanneer de zon zich net op het punt bevindt waarop ze een stad in een sprookje verandert. Of om uit te kijken naar waar de vrolijkste lach die ik in tijden heb gehoord, vandaan komt.
