GR-wandeling van Brussel naar Woluwe

Brussel is een knooppunt van tal van Grote Routepaden. De GR579 vertrekt van achter de Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal in de Belgische hoofdstad en loopt tot in Luik, maar ook de GR126 gaat van Brussegem via de kathedraal tot aan de Semois. Tot slot is er de GR12 die Amsterdam en Parijs verbindt en op zijn weg door Brussel passeert.

Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal

Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn geboorte- en thuisstad voor te stellen en maak hierbij gebruik van de GR12, maar ook de GR512, die door de zuidelijke randgemeenten en het Zoniënwoud loopt. Een mooie wandeling langs tal van toeristische trekpleisters en andere blikvangers. Het wordt voor de verandering een eerder atypische dagtocht, niet alleen in bossen of in de velden. De eerste twintig kilometer gaan immers grotendeels door de stad.

Beginnen doe ik aan het Centraal Station van Brussel en ik begeef me dan naar het knooppunt van de GR126 en 579 met de GR12 achter de kathedraal. Een verguld beeld van drakendoder Sint-Michiel, patroonheilige van de stad en tevens naamgever van de kathedraal, wacht me daar op. Onder zijn goedkeurend oog begin ik aan dit stedelijke avontuur, waarbij ik regelmatig voor een verkeerslicht halt moet houden. Maar dat zal de pret niet bederven.

Na een paar honderden meters draai ik de Beenhouwersstraat in. Het straatje staat bekend om zijn restaurants, maar van kwaliteit is daar weinig sprake (op misschien Aux Armes de Bruxelles na, en dan nog). Het is eerder de soms agressieve en aanklampende manier van de restaurantuitbaters om toeristen te lokken die van zich doet spreken. Het blijft wel een charmant straatje, ware het niet dat er al een tijdje geen terrassen meer mogen staan en corona geeft het al helemaal een zielige aanblik.

Onderweg passeer ik nog de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Dan gaat het over het mooiste plein van de wereld: de Grote Markt. Tot de jaren ’70 was de Grote Markt zo waar een openluchtparking. Gelukkig is dat tegenwoordig niet meer het geval, al zorgen bestelwagens wel voor wat drukte op het lege plein. De vele gildenhuizen kregen in de afgelopen jaren ook een nodige poetsbeurt, zodat de Grote Markt tegenwoordig straalt. Bij Manneken Pis, waar het in normale tijden ook over de koppen lopen is, is nu amper een toerist te bespeuren.

In de Villersstraat kom je nog een stuk van de 11de-eeuwse omwalling tegen. In november 2018 stortte een deel van de muur in en viel op de speelplaats van de daarachter liggende Sint-Jorisschool. Gelukkig gebeurde dat op een zondagnacht en vielen er dus geen gewonden. Enkele meters verder staat ook nog een toren van diezelfde omwalling, op de Keizerslaan.

Stadsmuur uit de 11de eeuw

Via de Grote Zavel, het parkje van de Kleine Zavel en het Egmontpark kom ik bij het Justitiepaleis (eind 19de eeuw) uit. Dat uit de kluiten gewassen gerechtsgebouw is van de hand van Joseph Poelaert, ook wel smalend “Skieven Architèk” genoemd door de Marolliens en Brusseleirs. Voor de bouw van dat onding moest een deel van de volkswijk Marollen tegen de vlakte. Het gebouw is onpraktisch en totaal niet geschikt als gerechtsgebouw. Al jaren vinden er herstellingswerken plaats en die duren nu al zo lang dat de stellingen ook al hersteld moesten worden. Een kleine anekdote: ik heb het gebouw nooit zonder stellingen gekend en ik woon al mijn hele leven (35 jaar!) in Brussel. Vanaf het Poelaertplein voor het Justitiepaleis heb je ook een mooi panorama over de hele stad.

De GR loopt van het Justitiepaleis naar de Hoogstraat, een van de twee evenwijdige assen die de Marollen doorsnijdt. Je kan ofwel de lift nemen, of de zigzaggende weg (eerder een parking) naar beneden volgen. Na 4,5 kilometer kom ik bij de Hallepoort uit, waar ik de Kleine Ring moet oversteken. De Hallepoort maakte ooit deel uit van de tweede stadsomwalling van Brussel uit de 14de eeuw. Al is het huidige gebouw een fantasietje van architect Hendrik Beyaert die er eind 19de eeuw zijn ding mee mocht doen. Tegenwoordig is het een museum dat wel de moeite waard is om te bezoeken.

Ik kom in de populaire gemeente Sint-Gillis, dat met het gelijknamige voorplein over een hotspot beschikt voor cafégangers. Al is daar in de huidige omstandigheden natuurlijk niks van te merken. Langs het impressionante gemeentehuis van Sint-Gillis wandel ik naar het Park van Vorst, gevolgd door het bosachtige Dudenpark. Nu de bomen hun bladeren kwijt zijn kan je het stadion van Union Saint-Gilloise zien liggen. Ooit was dit een van de beste voetbalclubs van België, met maar liefst 11 landstitels en 8 tweede plaatsen tussen 1904 en 1933.

Het pad gaat in een grote boog om Hoogte 100 heen. Je kan er de bleke Sint-Augustinuskerk zien staan. Via de Coghensquare en de Sint-Pieterskerk kom ik bij de Heldensquare en het Wolvendaalpark uit. De GR gaat niet door het park, maar volgt de Crabbegatweg. Deze oude voetweg is één van de laatste van zijn soort in heel Brussel. De weg blijkt gesloten voor renovatiewerken, maar dat merk ik pas als ik halfweg ben en er plots een karrevracht kasseien over de hele breedte van het pad ligt. Omdat het ondertussen ook is beginnen regenen, is het geen pretje om daarover te wandelen.

Crabbegatweg

Na zo’n 11 kilometer passeer ik het kerkhof van Dieweg. Ik ga er niet binnen, maar het is wel de moeite om er een kijkje te nemen als je het nog niet kent. Het heeft wat van Père Lachaise in Parijs, maar bij ons beperkt het aantal beroemdheden met een graf op het kerkhof zich tot Hergé (tekenaar van Kuifje), Paul Hankar (architect, bekend om zijn art nouveau), Charles Woeste (politicus) en Jean-Pierre Cluysenaar (architect en de man achter de Sint-Hubertusgalerijen). De Dieweg loopt door tot aan het treinstation van Ukkel-Kalevoet. Daarachter is het park van de Keyenbempt, waar ook de Groene Wandeling passeert. Hier zijn nog steeds overblijfselen van een molen aan de Geleytsbeek die begin 20ste eeuw in verval raakte.

Wat verder steek ik de onzichtbare grens tussen het Brussels Gewest en Vlaanderen over in Drogenbos. Het kasteel aldaar is lelijk, maar verderop is er wel een mooi park: het Frankveld. Na 16 kilometer, bij de spoorwegbrug, kom ik aan de splitsing van de GR12 met de GR512. Opletten dus, of voor je het weet ben je in Parijs. Ik moet door het Dwersbos en Kleetbos naar Linkebeek. Ook hier is een treinstation: Holleken (na 21,5 km). Langs villabuurten, velden en soms flink wat modder, gepaard met af en toe een regenbui, kom ik na bijna 25 kilometer bij de Waterloosesteenweg. Die steek ik over om in het Zoniënwoud te geraken.

Het gaat nu vijf kilometer in bijna rechte lijn. Voor de kruising van de Duboislaan is er het Monument voor de Boswachters uit 1920. Op de Bundersdreef die pal op de grens tussen Brussel en Vlaanderen ligt, kan ik stevig tempo maken. Het is ten noorden van deze dreef dat ik als kind opgroeide. Dat deel van het bos was mijn speelterrein. Leuke herinneringen! Pas na de tunnel onder de spoorweg en de oversteek van de Terhulpsesteenweg wordt het pad echt interessant en verlaat ik de brede boswegen.

Het Eikendalpad langs een van de waterloopjes die de Drij Borrenvallei vormen is een van mijn favoriete paden in het Zoniënwoud. Bij de kruising met de Tamboerdreef verlaat ik de GR512 en ga via de Blankedelleweg en het Drieborrenpad richting E411-snelweg. Die autoweg snijdt, net als de Brusselse Ring, jammer genoeg het Zoniënwoud in stukken. Aan de overkant wacht met het Rood Klooster (oorsprong 14de eeuw) wel nog een pareltje. Zeker in de drie warmste seizoenen is dit een ideale plek om tot rust te komen met prachtig natuurschoon. Via nog wat kleine paadjes en de villawijk Putdaal kom ik aan het einde van de tocht, aan tramhalte Madoux in Sint-Pieters-Woluwe (niet te verwarren met metrostation ‘Madou’, zonder x).

Rood Klooster

Wil je je ook aan deze mooie wandeling wagen? Download de GPX van deze wandeling hier.

Met het openbaar vervoer: Startpunt ligt bij het trein- en metrostation “Centraal Station”. Eindpunt ligt aan de tramhalte Madoux in Woluwe, vanwaar je met de tram (39 of 44) en na overstap op de metro (halte Montgomery, lijn 1) binnen een half uur terug aan het Centraal Station bent.

  • Datum: Dinsdag 22 december 2020
  • Pad: GR12 + GR512
  • Afstand: 35,7 kilometer
  • Stijgingsmeters: 396m
  • Dalingsmeters: 370m

Alternatieve dagtochten:

  • Centraal Station Brussel > Ukkel-Kalevoet (treinstation): 12 kilometer
  • Centraal Station Brussel > Drogenbos Kasteel (tram 51 naar Zuidstation): 13,8 kilometer
  • Centraal Station Brussel > Holleken (treinstation): 21,5 kilometer
  • Ukkel-Kalevoet > Tramhalte Madoux: 24 kilometer
  • Drogenbos Kasteel > Tramhalte Madoux: 22 kilometer
  • Holleken > Tramhalte Madoux: 14 kilometer

Michel schreef deze tekst voor zijn wandelblog Ultimate Hiking.

Eerste Brusselse Tiny Forest schiet wortel

Een wandelende tak kenden we al, maar een wandelend bos? Kinderen van de basisschool Sint Joost-aan-Zee wandelden twee maanden geleden met een boom in hun rugzak naar Vorst om die daar te planten. Het eerste Tiny Forest van Brussel schiet intussen wortel.

(c) Tine Vanfraechem

Stadskinderen hebben nood aan wilde natuur. Het maakt hen gezonder en gelukkiger. Buiten spelen en de natuur verkennen is goed voor hun ontwikkeling. Maar kinderen in de stad leven tussen straten, muren en beton. Veel speelplekken zijn kaal of omringd door afgeborstelde natuur. Amper de helft van de Brusselse kinderen komt ooit in een bos.

Enter IVN Natuureducatie en GoodPlanet. Zij brengen het concept van het Tiny Forest in 2020 naar België. Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Dit minibos is niet alleen een ideale biotoop voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het buitenlokaal over de natuur in ons land en worden boswachters van hun eigen bos. Buurtbewoners ontmoeten elkaar op een fijne en gezonde plek.

(c) Lola du Quartier

Het Brusselse project in de Victor Rousseaulaan is er voor de leerlingen van Sint-Joost-aan-Zee, maar ook voor die van de Parkschool en basisschool Arc-en-Ciel in Vorst. De buurtbewoners zijn betrokken en de twee gemeenten en het Brussels Gewest ondersteunen het initiatief. Anne Teresa De Keersmaeker, oprichtster van het nabijgelegen dansgezelschap Rosas, is meter van het nieuwe bosje.

De duizend inheemse bomen en struiken kosten geld, maar ook het gereedschap, de infrastructuur voor de buitenklas, de artistieke omkadering en de communicatie. Via Gingo, een crowdgivingplatform voor vernieuwende sociale projecten, zamelde het project ruim 13.600 euro in. Mineraalwaterproducent Spadel beloofde om het bedrag met 10.000 euro te vermeerderen.

Meer info vind je op de projectpagina van Gingo, bij Good Planet Belgium en bij IVN Natuureducatie Nederland.

Soep in alle kleuren

Vorst is elk jaar in de ban van het soepfestival. Buurtbewoners uit diverse culturen bereiden een overheerlijke soep en de bezoekers kiezen hun favoriete inzending. De laatste editie vond plaats op 23 maart. Duden, het gemeenschapsblad van Ten Weyngaert, sprak met Jeannine Vermeren (62), een trouwe deelnemer aan het festival en een bezige bij in het verenigingsleven.
In 1978 streek Jeannine na een Congolees avontuur neer in Vorst. Ze ging er niet meer weg. De moeder van twee dochters heeft intussen zeven kleinkinderen. Na haar uren – ze is bediende in een advocatenkantoor – geeft ze naailes in het Cultureel Centrum voor Migrantenvrouwen in Molenbeek en ze is ook lid van Femma in Vilvoorde. Bovendien begeleidt ze conversatietafels Nederlands. Sinds september is ze daarvoor elke zaterdagvoormiddag op post in Ten Weyngaert. Kortom, ze bruist van energie.
Jeannine kookt graag en goed. Vroeger gaf ze zelfs kooklessen bij de KAV. Soep geniet haar voorkeur, zowel in de winter als in de zomer. Ze neemt daarom graag deel aan het Soepfestival. Aan de eerste editie in 2006 in De Markten koestert ze mooie herinneringen. Ze won toen de eerste prijs met haar wortelsoep met sinaasappel en gember. De reusachtige pepermolen die ze in de wacht sleepte, heeft een ereplaats in haar keuken. En ze blijft deelnemen: “Ik hou van de gezellige sfeer. Niet alleen heb ik een uitstekend contact met de vaste deelnemers, ik smeed er ook nieuwe vriendschapsbanden. Ook doe ik er ideeën op voor recepten. Een ideaal begin van de lente!”

Continue reading

Mark groet de dingen in Vorst

Enkele maanden geleden rommelde het in GC Ten Weyngaert in Vorst. Brussel Deze Week sprak zelfs van een kleine oorlog. Buurtbewoners wilden dat waarnemend directeur Rik Fobelets zijn werk kon voortzetten en protesteerden tegen de terugkeer van de vorige directeur. De saga eindigde met de komst van Mark Rooman in januari. Het gemeenschapsblad Duden had een gesprek met de kersverse centrumverantwoordelijke van Ten Weyngaert.
Dag Mark, hoe ben je bij Ten Weyngaert terechtgekomen?
Dat is een lang verhaal. Ik behoorde tot de eerste lichting die sociale agogiek in Leuven studeerde, de wetenschap die zich bezighoudt met psychosociale veranderingsprocessen. In mijn beroepsleven heb ik vele watertjes doorzwommen. Ik heb zelfs nog een tijdje als arbeider in een fabriek gewerkt. In 1985 solliciteerde ik voor de nieuwe functie van centrumverantwoordelijke van de Vaartkapoen, het gemeenschapscentrum van Sint-Jans-Molenbeek.
Je bleef er 25 jaar. Hoe kijk je terug op die periode?
Het was een stevige uitdaging. Molenbeek was en is een multiculturele gemeente met enorme maatschappelijke problemen. Met vallen en opstaan hebben we het centrum opgebouwd. We hebben de Vk* op de kaart gezet als concertzaal, maar evengoed hebben we relevant sociaal en emancipatorisch werk geleverd, o.a. rond buitenschoolse opvang, tewerkstelling, alfabetisering en vrouwenrechten. We hebben een aanbod ontwikkeld waarin de bewoners zich terugvinden en hebben geprobeerd de tegenstellingen te overbruggen, bijvoorbeeld tussen Hoog- en Laag-Molenbeek. Ik ben trots op wat we gerealiseerd hebben.
In 2009 werd je entiteitsverantwoordelijke voor de Brusselse gemeenschapscentra.
In die functie moest ik de verandering begeleiden om de 22 onafhankelijke vzw’s onder te brengen in één entiteit. Cultuurcentrum Brussel zag het licht en de zakelijke processen werden gecentraliseerd. Ik probeerde de samenwerking tussen de centra te bevorderen en ook stimulansen gegeven om uit de gebouwen te breken en zich meer op de omgeving te richten. In augustus 2013 gaf ik mijn mandaat terug.
Enkele maanden later kon je, na de onvrede over de terugkeer van de voormalige centrumverantwoordelijke van Ten Weyngaert, aan de slag in Vorst.
Ik kende door mijn vorige baan de situatie in Vorst goed. Toen de directeur Cultuur van het VGC mij voor de functie opbelde, was ik bereid ervoor te gaan. Maar ik heb me goed voorbereid door in Egypte eerst nog een tocht door de Sinaï-woestijn te maken en er diep na te denken over mijn nieuwe verantwoordelijkheid.

Continue reading

'Foute' koning waakt over Brussels park

Het Dudenpark in Brussel is een mooi park. Minder mooi hieraan is dat het gefinancierd is geweest met geld uit de voormalige kolonie Congo. Koning Leopold II was de opdrachtgever. Hij is nog altijd prominent in het park aanwezig in de vorm van een standbeeld. Niet iedereen vindt hem even controversieel. Want sommige passanten kussen het standbeeld zelfs!

Afbeelding 
Koning Leopold II kijkt vanuit het Dudenpark uit op zijn andere markante creatie: het Justitiepaleis, het meest megalomane gebouw van heel België.

Continue reading

Aandacht aan de bedriegers!

In de bus zat een briefje van de vuilnismannen die het selectieve afval ophalen. Ze komen binnenkort langs om prettige feesten te wensen en hopen op een milde bijdrage. Een foto moet bewijzen wie ze zijn, zodat je niet je geld geeft aan oplichters die zich uitgeven voor vuilnismannen. Een tweetalig briefje was het, maar zoals wel vaker het geval is in Brussel, gaat het Nederlands compleet de mist in.
Alleen al de titel in blokletters ‘Aandacht aan de bedriegers!’ boven de foto van de drie geeft de indruk dat je naar een robotfoto zit te kijken van voortvluchtige criminelen. Het trouwe team van het selectieve afval werd kortweg een ‘selectief, trouw team’ en langskomen om u te wensen werd ‘u voor bij gaan wensen’. De slotzin is zelfs onbegrijpelijk zonder Franse vertaling. Refaire en référer zijn door elkaar gehaald, zodat ‘Référez-vous à la photo’ vertaald is als ‘U heft de foto’s opnieuw zal maken’. Waarvan akte.

 
PS In een antwoord op een parlementaire interpellatie van Els Ampe zei de toenmalige staatssecretaris van Openbare Netheid Emir Kir in maart 2012 dat het een oude traditie is dat de Brusselse vuilnismannen een nieuwjaarsfooi vragen. Ze mogen dat doen onder bepaalde voorwaarden: ze moeten zich identificeren, het mag enkel tussen midden december en midden januari en het al dan niet geven van een fooi mag geen enkele invloed hebben op de kwaliteit van de geleverde diensten. Mensen zijn niet verplicht om een fooi te geven.

Nieuwe wind in Vorst

De begroeting is hartelijk. En ze blijken het over heel wat punten eens te zijn. De centrumverantwoordelijke van GC Ten Weyngaert, Rik Fobelets, en Frédéric Fournes, directeur van Forest Centre Culturel (actief in Brass en de abdij van Vorst), geloven allebei in de mogelijkheden van Vorst en van Brussel. En daarbij willen ze het gesprek aangaan met alle mogelijke partners. Ze dromen van een centrum als open huis en ontmoetingsplaats. Grenzen zijn geen onoverwinnelijke obstakels.
“Niemand is perfect,” reageert Frédéric, als ik hem voorleg dat hij Fransman is. Sinds een tweetal jaar heeft hij zijn vaderland ingeruild voor België. Hij woonde ervoor in Pau, waar hij eerst vier jaar aan het hoofd stond van de cultuurdienst van de universiteit en vervolgens bijna tien jaar directeur culturele ontwikkeling van de stad en de agglomeratie Pau-Pyreneeën was. Hij heeft in die functie verlof zonder wedde genomen en is uit vrije wil naar Brussel gekomen.
“Brussel is een laboratorium voor de wereld” (Frédéric Fournes)
Waarom de stad aan de Zenne? “Ik bezoek de stad al meer dan tien jaar en heb een boontje voor het Belgische culturele en artistieke leven. Alain Platel is een van mijn persoonlijke helden. Brussel fascineert mij als laboratorium voor de wereld. Het is een kleine stad op mensenmaat en je kunt er van het goede leven genieten. De complexiteit is geen bezwaar. Het leven is nu eenmaal niet simpel. Uiteindelijk kun je hier voor alles een oplossing vinden”. Kortom: Frédéric voelt zich geen expat, maar Brusselaar, want hij beperkt zich niet tot een gesloten milieu en heeft dankzij de vrienden die hij hier heeft de verschillende hoeken van de stad leren kennen.

Continue reading

Mijn favoriete plekje (13)

Brussel telt vele bijzondere plekjes. Soms zijn ze alom bekend, soms leiden ze een verborgen bestaan. Elke inwoner en bezoeker heeft zo zijn persoonlijke voorkeur. In deze rubriek gaan we op zoek naar de favoriete plekjes van mensen die de stad een warm hart toedragen. Originele Brusselse tips, gelardeerd met een woordje uitleg en/of een foto.

©Ninie Tumelaire, Wiels duurzame wijk

Toegegeven, Vorst heeft twee geweldige parken met een uniek uitzicht, een mooi gemeentehuis in art-decostijl en een gezellig plein met een betonnen kerk. Maar de parel aan de kroon is ongetwijfeld Wiels. Het museum voor hedendaagse kunst is sinds 2007 gevestigd in de vroegere brouwerij Wielemans-Ceuppens, een knap staaltje van modernistische industriële architectuur van Adrien Blomme. In enkele jaren tijd is het uitgegroeid tot een kunstencentrum met internationale allure. De overzichtstentoonstelling van de in Mexico werkende Belgische kunstenaar Francis Alÿs in 2010 vond ik weergaloos, maar ook van Luc Tuymans en Jeremy Deller heb ik genoten. De eerste woensdag van de maand is Wiels gratis open, en dat tot ‘s avonds om 21 u. De ideale gelegenheid voor mij als inwoner van Vorst om het actuele aanbod te bekijken. Soms vind ik het maar niets, soms ben ik aangenaam verrast, maar het laat me zelden onverschillig.

Continue reading

Mijn favoriete plekje (10)

Brussel telt vele bijzondere plekjes. Soms zijn ze alom bekend, soms leiden ze een verborgen bestaan. Elke inwoner en bezoeker heeft zo zijn persoonlijke voorkeur. In deze rubriek gaan we op zoek naar de favoriete plekjes van mensen die de stad een warm hart toedragen. Originele Brusselse tips, gelardeerd met een woordje uitleg en/of een foto. Vandaag laten we Sabina Tolu aan het woord. Ze is teamlid Info, onthaal & klantenzorg bij Muntpunt.

 
 
 
 
 
 
 
Het Dudenpark in Vorst is voor mij de ideale plek om in de zomer van het zonnetje te genieten en om de drukte van de stad te ontvluchten. De steile hellingen met op het hoogst punt een 19e eeuws kasteel, de mooie oude bomen en de paadjes die uitmonden in kleine grasperken, creëren een gevarieerd en feeëriek landschap. Het park heeft iets mysterieus, maar voelt tegelijkertijd zeer vertrouwd aan. Ik heb daar al leuke picknickfeestjes meegemaakt, maar heb daar ook mijn afscheidsbrief geschreven voor een goede vriend die gestorven is. Ik heb er zelfs een fotosessie gehad waarbij ik een pluimen rokje aanhad. Tijdens de sessie passeerde er een hond. Hij dacht waarschijnlijk dat ik een kuiken was en ging letterlijk met mijn pluimen lopen. (Foto: Tijl Vereenooghe, Erf.goed.be)

Meer lievelingsplekjes van Muntpunters vind je op de site van het Muntpuntteam. Wil je je favoriete plekje in Brussel graag met ons delen? Stuur dan als de bliksem een mailtje naar info@brusselblogt.be! Vertel ons wat jouw lievelingsstek is en waarom, en wij publiceren je bijdrage op onze site.