Author: Tom

Keizer Karellaan kan beter

Van Karel V wordt weleens gezegd dat hij regeerde over een rijk waar de zon nooit onderging. Van de laan die in Brussel naar hem genoemd is, zou je kunnen beweren dat de lucht er nooit opklaart. Een ordinaire autoriool, noemde Bruzz de stadssnelweg, waar dagelijks 20.000 wagens Brussel binnenrijden. Tijd om een nieuwe toekomst te ontwerpen voor de Keizer Karellaan, vinden het actiecomité Filter Café Filtré en expertisecentum Architecture Workroom. Ze organiseren samen Air for Schools.

De auto is koning in de Keizer Karellaan. Maar ter hoogte van de Basiliek van Koekelberg piekt de gemeten luchtkwaliteit tot het schadelijkste niveau in het Brussels Gewest. Verkeersonveiligheid is een even groot probleem in Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem, de gemeenten die de laan doorkruist. En dat in een dichtbevolkte woonbuurt en bestemming voor honderden schoolkinderen.

Wat met de fiets en andere zachte vervoersmodi? Naar aanleiding van de sluiting van de Leopold II-tunnel was er deze zomer een fietsostrade in het midden van de Keizer Karellaan. Op 1 september verdwijnt die fietsas echter opnieuw.

Genoeg problemen dus, maar Air for Schools wil met de steun van Brussel Mobiliteit aan langetermijnoplossingen werken. Architecture Workroom organiseert daarom in samenwerking met Filter Café Filtré een ontwerpworkshop, waarin experts, schooldirecties, leerkrachten, ouders, ontwerpers en andere geïnteresseerden op zoek gaan naar alternatieven voor de stadsboulevard en voorstellen doen voor leefbare en veilige schoolomgevingen. De discussie gaat niet enkel over lucht- en leefkwaliteit en verkeersveiligheid, maar ook over mobiliteit, openbare ruimte, ruimtelijke ordening, fiscaliteit, openbaar vervoer, wandel- en fietsnetwerken en een stad op kindermaat. De ontwerpvoorstellen uit de workshop worden tijdens de Week van de Mobiliteit (16 tot 22 september) opgehangen in de publieke ruimte.

De ontwerpworkshop vindt plaats in het voormalige Actiris-gebouw (Anspachlaan 65, 1000 Brussel) op zaterdag 7 september, van 9.30 uur tot 13.30 uur. Inschrijven kan via Eventbrite.

Fotograaf in beeld: Gaetan Carlier

Gaetan Carlier (42) komt oorspronkelijk uit Willebroek, maar woont al twintig jaar in Brussel. Hij is getrouwd met een Brusselse en ze hebben twee kinderen. Het gezin woont in Vorst. Hij geeft les aan de Sint-Jorisbasisschool in de Marollen, waarover hij getuigde in een filmpje van Equal Brussels. Hij houdt van lezen, reizen, gezelschapsspelen en fotograferen. Zijn foto’s toont hij op Flickr en Instagram en ze halen geregeld ook de selectie van onze rubriek Brussel in Beeld. Brussel is volgens hem “de perfecte melange”.

Hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?

Al van toen ik kind was, wilde ik alles zien. Tijdens lange verplaatsingen in de auto keek ik altijd door het raam. Ik verveelde me daarbij geen seconde: een vogel die opsteeg, een blitse wagen die voorbijreed, een hoeve in het veld, verschillende soorten bebouwing. Ik heb dat nog altijd. Zolang ik leef, wil ik kijken. Zo sta ik ook graag in het leven: observerend en vanop een afstand.

De interesse in fotografie is pas later gekomen. Eigenlijk pas sinds enkele jaren. Mijn vrouw is zeer veel bezig met meditatie en mindfullness. Niet meteen iets voor mij, maar de idee om bewust te kijken en dus te genieten van de kleine dingen, spreekt me wel aan. Bewust kijken naar je omgeving, met een camera in je hand lukt dat heel goed.

Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?

Vaak kies ik voor zwart-wit. Zwart-witfoto’s stralen een zekere melancholie uit. Iets ongrijpbaars en ook tijdloos. Ook geeft zwart-wit je de vrijheid om het plaatje in te kleuren met de kleuren die je zelf kiest. In onze fantasie zijn de kleuren vaak mooier dan in het echte leven.

Ik vind het boeiend om dagdagelijkse straatscènes te fotograferen: aan bushaltes, toeristische centra, de winkelstraten, het verkeer. Ook reflecties in het water en in vensters vind ik plezant. De mengvormen zijn soms heel mooi. Veel heeft natuurlijk te maken met toeval.

Wat bevalt je aan Brussel? En wat niet?

Brussel is zoals een serie die nooit stopt, maar dan beter. Zoals ‘Thuis’ of ‘Familie’, of ‘Neighbours’, maar dan beter dus. Elke keer als je door de straten wandelt, valt er wel iets te beleven. Het decor is hetzelfde, maar de interacties tussen de mensen zijn anders. Je hebt telkens een andere setting in hetzelfde decor. Die verscheidenheid aan mensen en situaties, dat zie je alleen in een stad zoals Brussel.

Vaak zit ik op de metro of tram. Ik vind het boeiend dat je gedurende een lange tram- of metrorit het hele spectrum aan economische, culturele en sociale diversiteit aan je voorbij ziet gaan. Anderzijds vind ik die sociaaleconomische diversiteit niet OK. Ik vind het niet kunnen dat je aan de ene kant villawijken hebt, zoals de Prins Van Oranjewijk in Ukkel, maar aan de andere kant krottenwijken in de industriezone van Anderlecht. Ook de situatie aan het Kanaal, de arme Halve Maan, staat op ontploffen. Rijk en arm, op nog geen vijf straatlengtes van elkaar. Dat is niet gezond.

Verder vind ik het spijtig dat ons stadscentrum enorm aan het verdisneyen is: muzikanten, attracties, festivals, originele winkels, Brusselse specialiteiten, alles ten dienste van de toerist. Onlangs zat ik met vrienden in een toeristencafé in het Beenhouwerstraatje en hoorde een gids tegen een hele hoop toeristen zeggen: “this is the place where the Belgians get drunk”. Om maar te zeggen, er worden illusies verkocht. En eigenlijk is het allemaal niet zo origineel. In Krakau, Parijs, Amsterdam of Berlijn heb je net dezelfde muzikanten, net dezelfde festivals en net dezelfde winkels die net dezelfde producten verkopen. Eigenlijk zien we een homogene vermarkting van onze Europese steden. Die evolutie is weliswaar enorm boeiend om op de gevoelige plaat vast te leggen, maar de echte ziel van onze stad vind je in de buitenwijken.

Wat zijn je favoriete Brusselse foto’s? 

(c) Gaetan Carlier

Frituur Maison Antoine op het Jourdanplein in Etterbeek. Het spel van kleuren en schaduwen. Ook het feit dat alles zo mooi symmetrisch is. Het verhaal in de foto.

(c) Gaetan Carlier

Het gemeentehuis van Ukkel. Een toevallig smartphoneshot. Doet denken aan een schilderij van Magritte, L’empire des lumières.

(c) Gaetan Carlier

Centrum Brussel: voetstap. De weerspiegeling in de plas water is goed gelukt. De voetstap is niet zo maar een voet. Geen toeristenvoet. Het is raden wie er op dat moment passeerde. Ik weet het zelf niet.

De drie foto’s heb ik achteraf ook niet bewerkt. Lucky shots eigenlijk.

Wat is volgens jou de meest fotogenieke plaats van Brussel?

De plekken waar veel mensen zijn, die het ook niet erg vinden om op de foto te staan: de Koninginnengalerij, de Grote Markt, het Muntplein. Ook de Zuidfoor is wel fijn. Met al die lichtjes en zo. Daar kun je lekker spelen met de sluitertijd.  

Op welke onbereikbare plek in Brussel zou je graag foto’s willen nemen?

Geen flauw idee. Ik heb daar nog nooit over nagedacht. De foto’s komen vanzelf. Ik ga ergens naartoe en neem foto’s van de mensen of van situaties. Foto’s genomen vanop de Kunstberg zijn zeer mooi. Maar dat is nu niet bepaald een onbereikbare plaats.

Heb je nog een droom of ambitie als fotograaf?

Volgend jaar neem ik de Trans-Siberische spoorlijn naar Peking. Tijdens die reis wil ik schrijven en fotograferen. Dat werk zou ik graag willen tentoonstellen voor publiek.

Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Onze vaste rubriek Brussel in Beeld bewijst dat elke week, maar ook op andere sites en op Instagram en Facebook vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd om de mens achter de lens in beeld te brengen. Deze bijdrage past in de reeks Fotograaf in Beeld.

Plezante planten te koop

De kamerplant is weer helemaal in, zo blijkt uit het hernieuwde succes van plantenwinkels en -markten in Brussel. In het verlengde weekend van Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart kun je meer dan 160 verschillende soorten planten kopen, vers van de kwekers. De verkoop vindt plaats in See U, de vroegere rijkswachtschool van Elsene.

PUP (Plezante & Uitzonderlijke Planten – Plantes Uniques et Palpitantes) is een reizend pop-upconcept dat eerder al zijn tenten opsloeg in Gent, Kortrijk en Ronse. Het concept wil meer groen in huis promoten en richt zich vooral op jongeren en jonge gezinnen.

De organisatie gaat prat op de rechtstreekse band met de kwekers. 65% van de aangeboden planten komt van Belgische telers. “We weten waar onze plantjes vandaan komen. Op die manier kennen we het verhaal en helpen we de plantenliefhebbers de juiste verzorging te geven”, klinkt het.

Het evenement pakt ook uit met workshops in samenwerking met lokale talenten. ‘t Buurmeisje geeft tips hoe je het best je planten onderhoudt. Urban Jungle Flagey komt alle geheimen toelichten van kokedama, de Japanse kunst van hangende of staande mosballen waarin planten groeien. Gemsy Terrarium wijdt je in de wondere wereld van terrariums en natuurstenen in. Foodtrucks en muzikale omkadering vervolledigen het programma.

PUP benadrukt dat groen in huis de lucht zuivert. Met de verkoop in Gent zou een oppervlakte van 73.797 m2 lucht in huiskamers gezuiverd zijn. “We willen absoluut dat Elsene het record breekt. Het is immers onze thuishaven en die heeft altijd een streepje voor”, zegt organisatrice Roxanne Naessens.

Van 15 tot en met 18 augustus vindt de pop-up PUP plaats in See U, Fritz Toussaintstraat 8, 1050 Elsene. Meer info op de website, Facebook-eventpagina en Instagram-pagina.

Rewind: Lukaku’s leraars

Is De school van Lukaku de zoveelste realityshow, ditmaal opgehangen aan een jonge Bekende Voetballer? Nee, het programma is zo veel meer. Het schetst een genuanceerd en indringend portret van een multiculturele school in Anderlecht. Het toont met veel respect de leefwereld van jongeren en de inspanningen van de leraars om hen goed onderwijs te verschaffen. Het is niet alleen maatschappelijk relevante, maar ook creatieve, verrassende en originele tv. Kortom: Woestijnvis grand cru.

De School van Lukaku volgt het reilen en zeilen van leerlingen op het Nederlandstalige Sint-Guido-Instituut gedurende het schooljaar 2009-2010. Voetbalclub Anderlecht heeft zijn talenten in die school ondergebracht. De bekendste onder hen is de 16-jarige Romelu Lukaku, de hoop van het Belgische voetbal. Hij en zijn gezin (onder meer zijn Belgisch-Congolese vader Roger en zijn jongere broer Jordan) komen aan bod in de serie, maar evengoed medeleerlingen als Mohamed, Nerma, Amra, Jonathan, Marco. Elk van de tien afleveringen heeft een centraal thema: geloof, liefde, geld, leven in Brussel, enz. De thema’s worden via klasdiscussies belicht. De leerlingen geven aanvullende meningen via een webcam thuis. De reeks toont beelden van het leven buiten de school, meestal voorafgegaan door een statusupdate van de leerlingen op Facebook.
De ontwapenende Bosnische zusjes Nerma en Amra zijn terecht uitgegroeid tot publiekslievelingen die een forum krijgen in De Standaard of De Laatste Show. Maar ook Mohamed steelt geregeld de show. In de klas zegt hij dat hij geen allochtoon genoemd wil worden, want hij is hier geboren. De lectuur van een boek is hem misvallen omdat het over een homoseksuele relatie gaat. Hij is zeer gehecht aan zijn grootvader die hem grotendeels heeft opgevoed. Hij is een diepgelovige moslim, maar een gebed missen vindt hij geen ramp. In de ruime familiekring zien we hem zitten naast zijn stokoude overgrootmoeder. Hij vertaalt haar Arabische geweeklaag in het Nederlands: ze heeft genoeg geleefd, ze wil graag dood. Zijn kleine zusje breit onmiddellijk erna een scabreus einde aan de Vlaamse klassieker Schipper, mag ik overvaren: “Wat moet ik doen? Mijn broek afdoen? “
De school van Lukaku toont dat Anderlecht meer is dan rellen, criminaliteit en sociale ellende. Het programma geeft jongeren van andere origine een gezicht, vertelt hun verhaal. Uiteindelijk zijn het allemaal ketjes met hun bezigheden en beslommeringen. De reeks bevestigt sociologisch onderzoek dat de jeugd van tegenwoordig een stuk conservatiever is. Ze vindt discipline en respect belangrijk en gelooft opnieuw in het huwelijk. Vooral moslims krijgen van thuis uit oubollige opvattingen mee: de wereld is door God geschapen, homoseksualiteit is onnatuurlijk en fout, ouders mogen hun kinderen slaan. Het belang van onderwijs in de ontwikkeling tot kritische burgers kan daarom niet onderschat worden. Het Sint-Guido-Instituut, dat leerlingen van tientallen nationaliteiten begeleidt, verdient daarvoor een pluim.
Tot slot is De school van Lukaku ook een verademing in vergelijking met andere realityprogramma’s. Mensen wordt in hun waarde gelaten. Niemand wordt weggestemd, weggepest of anderszins afgebroken. De makers gaan niet op zoek naar het conflict en de sensatie, maar tonen zich oprecht geïnteresseerd in de jongeren. Daarom alleen al verdienen de woorden van Lukaku navolging: “Allemaal checken, dit is mijn school”. De lovende kritieken geven hem gelijk.
De school van Lukaku liep in 2010 op tv en is deze zomer, tot en met 31 augustus, opnieuw te zien op VRT NU.

Kwistig in augustus

In augustus pakken we opnieuw uit met onze quizrubriek Kwistig. We zijn daarin kwistig met moeilijke vragen, interessante weetjes over Brussel en … mooie prijzen. Wie weet, win je een van de vijf duotickets voor Flowertime. Van 14 tot 18 augustus kun je in het Stadhuis van Brussel terecht voor zomerse bloemenmagie, aangeboden door de makers van het Brusselse bloementapijt en de Floraliën.
  1. Hoe heet de enige camping in het Brussels Gewest? Toeristen kunnen er kamperen op 300 meter van het Europees Parlement.
  2. In welk verfilmd stripalbum koopt Kuifje op het Vossenplein een maquette van een Portugese zeilboot als cadeau voor Kapitein Haddock?
  3. Was is de naam van de Sint-Niklase bloemenkunstenaar die een winkel heeft in de Koningsstraat in een pand van art-nouveau-architect Paul Hankar?
Waag je kans vandaag nog! Stuur een mail met als titel ‘kwistig augustus’ naar BrusselBlogt of laat een persoonlijk bericht achter via onze Facebook-pagina. Geef daarin de oplossingen en vermeld je naam en je postadres. Je hebt daarvoor tijd tot en met vrijdag 9 augustus. Je persoonsgegevens dienen uitsluitend voor de wedstrijd en worden niet bewaard, doorgegeven of op een andere manier gebruikt.

Vraye historie ende al waer

De vzw FMDO presenteert Hallo Micro, een podcast met verrassende verhalen uit de superdiverse samenleving. Mensen met een migratieachtergrond vertellen een waargebeurd verhaal dat ze zelf hebben meegemaakt.  

Een van de deelnemers is Aissatou uit Brussel. Ze doet altijd een stapje opzij als ze langs een ventilatierooster van de metro komt. Ze is bang om in een rivier te vallen en opgeslokt te worden door het stromende water. Dat komt omdat ze als kind ooit uit koppigheid door een rivier stapte. Plotseling verloor ze haar evenwicht en haar tante moest haar overeind helpen. Dat gebeurde in haar thuisland Guinee, dat door de vele rivieren weleens de watertoren van Afrika wordt genoemd.

Aissatou (tekening van grietgriet)

Hallo Micro is het resultaat van een traject rond storytelling, waaraan een 15-tal personen uit Brugge, Oostende, Kortrijk en Brussel deelnamen. De mensen achter de podcasts Relaas en Iemand leerden hen wat van een verhaal een goed verhaal maakt. Vervolgens gingen ze onder begeleiding van vrijwillige coaches creatief aan de slag met een bijzondere gebeurtenis uit hun leven.

Aissatou blikt tevreden terug op de ervaring: “Ik ben fier dat ik een verhaal heb kunnen vertellen. Het geeft me een boost van zelfvertrouwen. Ik leer Nederlands op school maar echt live een verhaal voor een publiek vertellen is toch helemaal iets anders.”

Groepsfoto Hallo Micro van FMDO vzw (c) Charlotte Vandendwije

Hallo Micro is te beluisteren via de website van FMDO en via Spotify. Er vinden ook vertelsessies plaats op 2 en 3 augustus 2019 op Theater Aan Zee in Oostende.

Didden goes Brussels

Het zal niet aan Marc Didden gelegen hebben als Brussel nog steeds de reputatie heeft van een lelijke, gevaarlijke en oninteressante stad. In zijn geestige en charmante causerie ‘Een gehucht in een moeras’ roept hij de lezer uitdrukkelijk op om zelf op verkenning te gaan, want enkel wie de stad kent, leert haar lief te hebben.

In 20 hoofdstukken doorkruist de schrijver-columnist en oud-filmregisseur het Brussels Gewest, van centrale buurten tot de periferie. Zijn standpunt is dat van de enthousiaste flaneur en verteller. Hij slentert door de straten en pleinen, bezoekt parken en musea, staat stil bij mensen en plaatsen. Zijn kennis deelt hij graag met zijn toehoorders.
Zo weet hij dat de Aarschotstraat aan de achterkant van het Noordstation in de volksmond spoor 13 wordt genoemd, dat er elke woensdag op het Kasteleinsplein een delicatessenmarkt wordt gehouden en dat er in het Erasmushuis een rustgevende sfeer hangt. Een deel van zijn inzichten haalt hij uit gereconstrueerde gesprekken met twee Brusselse vrienden: journalist Guido Fonteyn en culinair publicist Dirk De Prins.
Voor Brusselaars is zijn lied van liefde en haat vaak een feest van herkenning. Didden beschrijft mooi het gevoel van walging dat je overvalt bij het betreden van de tramhalte Zuidstation, “een waar voorgeborchte van de hel, waar dronken messenvechters en stonede schurken de modale gebruiker van het openbare vervoer bij volle neonlicht de stuipen op het lijf mogen jagen.” Hij klaagt de “stamhoofden” van Brussel, Anderlecht en Sint-Gillis aan, die het probleem niet aanpakken en elkaar de schuld geven.
Hij wijst er bovendien terecht op dat de Dansaertwijk, waar hij woont, meer dan 150 bevolkingsgroepen telt en dus bezwaarlijk een Vlaamse buurt genoemd kan worden. Vlamingen laten zich vaak neerbuigend uit over hun hoofdstad, daarbij niet gehinderd door kennis van zaken. De charme en de gesel van Brussel is dat niets er werkt. Je hebt een code nodig om het geheim van de stad te ontcijferen, maar je bent er in principe altijd welkom, waar je ook vandaan komt.
Ondanks de bovenstaande rake observaties wordt het boek zelden of nooit diepgravend. Als bron citeert Didden al te vaak Wikipedia en er staan storende fouten in, zoals de cafénamen Le Laboureur en Café Verschueren en de schrijversnaam Thomas Bernard (heeft de Oostenrijkse theaterauteur Thomas Bernhard trouwens ooit in Elsene gewoond of is er sprake van een persoonsverwisseling?). Soms vervalt zijn verhaal in een droge opsomming van plaatsen, die hij van een weinigzeggend epitheton voorziet. Zo is Wiels zowel van binnen als van buiten een “merkwaardig” gebouw dat een bezoek waard is.
De charme van het boek ligt veeleer in zijn onderhoudende verteltoon en in zijn autobiografische toets. Zo haalt Didden herinneringen op aan zijn vader, die douanier was en specialist in internationale zaken. Omdat vader vaak zijn boterhammen thuis vergat, moest zoonlief die naar zijn werk brengen, in een van de Brusselse stations. Vandaar dat Didden nog altijd een zwak heeft voor stations.
Zijn introductie tot de jazz beleefde hij toen hij als negenjarige snaak Benny Goodman op de Grote Markt zag optreden. In hetzelfde jaar bezocht hij met zijn ouders de legendarische Expo 58. Hij herinnert zich ook nog precies de heilige schrik die hij opliep toen zijn broer Leon deed alsof hij van de Albertbrug in Schaarbeek was gedonderd: “Hij heeft me toen uitgelachen. Dat doet hij nog altijd.”
Een gehucht in een moeras van Marc Didden verscheen in 2013 bij uitgeverij Luster. Het boek is verlucht met foto’s van Johan Jacobs. Voor de nieuwe editie van 2017 schreef Didden een extra hoofdstuk over de aanslagen van maart 2016, over het imago dat Brussel er in de rest van de wereld aan over heeft gehouden en over hoe dat zijn relatie met zijn thuisstad heeft veranderd. Het boek kreeg ook een voorwoord van Chantal Pattyn. Klara maakte een podcast over het boek.

Couleur Café: Le Best Of

De dertigste editie van Couleur Café was er eentje om in te kaderen. De zon scheen op volle kracht, de organisatie was pico bello, de opkomst lag met 70.000 bezoekers hoog en muzikaal viel er van alles te beleven tijdens het driedaagse festival in het Ossegempark, onder de bollen van het Atomium. Onze blogger selecteerde zes hoogtepunten.

Kamasi Washington

Hij is een imposante verschijning: bijzonder groot, weelderige haarbos, gehuld in een poncho, charisma te over. Maar hij is vooral een weergaloze bandleider en saxofonist. Het Groentheater toverde hij met zijn achtkoppige combo om in een stomende jazzclub. De genereuze muzikanten brachten het publiek welhaast in trance met hun meeslepende composities. Vader Rickey speelde mee en zag dat het goed was. Zoonlief wilde nog een boodschap kwijt. “Diversiteit moet je niet tolereren, maar vieren”. Zoals je ook Amerikaanse klasbakken hoort te koesteren.

Zwangere Guy

Sinds zijn bejubelde album ‘Wie is Guy?” uitkwam, weet haast iedereen in België wie Zwangere Guy is. Hij is groter geworden dan zijn band Stikstof ooit was. Nadat hij in het voorjaar tweemaal de AB had uitverkocht, moest Couleur Café eraan geloven. De kok maakte ook ditmaal de beste saus. Energieke, opwindende tracks, waarin hij de remmen volledig losgooide, wisselde hij af met gevoelige momenten, zoals Gorik Pt. 1, een ijzingwekkende afrekening met de demonen van zijn jeugd. Aan boeiende muzikale gasten geen gebrek, met onder meer Selah Sue, Darrel Cole, Blu Samu en Peet van Le 77. De liefde voor Brussel blijft zijn belangrijkste drijfveer, en die moest geconsumeerd worden met een duik in het Brusselse publiek. Als daar maar geen kinderen van komen.

Goran Bregovic

De ideale feestband voor je huwelijksfeest. Zo noemde presentatrice Annabelle Van Nieuwenhuyse de koning van de balkanmuziek. Je tantes of nonkels moeten dan wel bestand zijn tegen een onstuimige moshpit tijdens het massaal meegebrulde ‘Gas gas’. Maar aanstekelijk is de muziek van de man uit Sarajevo zeker. De blazerssectie blaast je bijwijlen omver. Tegelijk zorgen de lieftallige stemmen van twee bejaarde zangeressen ook voor rustpunten. Tot het onvermijdelijke partizanenlied ‘Bella Ciao’ weerklinkt. “If you are not going crazy, you are not normal’, zei de in het wit gestoken bandleider met een dikke Slavische tongval.

Xavier Rudd

Een Australische folkie die op blote voeten optreedt, didgeridoo speelt en zingt over liefde en verbondenheid. Een cynicus zou bij de aankondiging meteen weglopen. Maar dat was buiten de charismatische zanger en zijn perfect ingespeelde band gerekend. Zij dompelden het festival met hun dromerige, sfeervolle nummers onder in een warme gloed. Rudd zelf wisselde vlotjes van instrument en veroverde vele harten met zijn inspirerende teksten en warme woorden voor het publiek. Van meezing- en dansmomenten tot kippenvelmomenten: een mooiere afsluiter van de eerste festivaldag had Couleur Café zich niet kunnen wensen.

The Cat Empire

Australia rules. The Cat Empire was vast van plan om een feestje te bouwen tijdens zijn eerste optreden op Couleur Café. Een onweerstaanbare cocktail van ska, jazz, reggae, hiphop, funk, rock en salsa, zei de organisatie vooraf. En dat maakte de band helemaal waar. Terwijl Lauryn Hill op het hoofdpodium als een onuitstaanbare diva op zich liet wachten, maakte het publiek dat de oversteek niet waagde, een prima keuze. Het avontuurlijke spelplezier op het podium zette het amfitheater in vuur en vlam. Ook letterlijk, want bij een stiller nummer golfden de aanstekers door de lucht. De nacht was “brighter than gold’, zoals de bekendste songtitel luidt.

Niveau 4 XXL

Opkomend Belgisch hiphoptalent een podium geven. Dat is sinds 2016 de doelstelling van het Couleur Café-project Niveau 4. Roméo Elvis, Coely, Zwangere Guy en Brihang tekenden de voorbije jaren present. Dit jaar kregen jonge hiphop- en r&b-artiesten uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel livebegeleiding van twee jazzbands. Het resultaat: een wild en swingend feestje, waarin een nieuwe lichting (met onder meer Miss Angel en Luie Louis, uit Antwerpen, Venlo uit Luik en Juicy, Jay MNG en Eleven uit Brussel) voor terreurdreiging zorgde. Het goede nieuws: ze treden op 18 oktober nog eens op in de AB.

Ook genoten van Joyner Lucas (check zijn huiveringwekkende rapklassieker I’m Not Racist), Tamino (een portie schoonheid en melancholie, geserveerd door een Egyptische Belg uit Mortsel) en Kabola (geinige Brussels-Congolese rumba).

La Source versterkt Brussel bierstad

Waar is de tijd dat er maar één brouwerij in Brussel overbleef? Cantillon heeft sinds de internationale opgang van ‘craft beer’ gezelschap gekregen. Nu loopt er een crowdfundingcampagne voor La Source in Be-Here, het vroegere Byrrh-gebouw in Laken.

Ere wie ere toekomt: Brasserie de la Senne opende de dans. Bernard Lebucq pakte uit met Zinnebir voor de Zinnekeparade in 2002. Na een bohemienbestaan vestigde de brouwerij zich in 2010 in een vroegere industriële bakkerij in Molenbeek. De nieuwe productiesite op Thurn & Taxis is in volle opbouw.

Andere microbrouwerijen volgden al snel. Brussels Beer Project zette vanaf 2013, in navolging van het Schotse BrewDog, sterk in op marketing en klantenparticipatie. De wisselende bieren worden in de eigen bar in de Dansaertstraat gebrouwen. De brouwerij meert in 2020 aan het Anderlechtse Biestebroekdok aan. En Stoemelings ging van start in 2015 in de Marollen en verhuisde erna naar de groene incubator Greenbizz in Laken, waar sinds 2016 ook No Science is gevestigd. Nanobrasserie L’Ermitage zag in 2017 het licht in Anderlecht. Ons lijstje toont nog andere veelbelovende initiatieven.

Enter La Source. De ‘brewpub’ wil vijf bieren vers van het vat aanbieden. De tanks van 600 liter worden direct achter de bar geïnstalleerd. Directe verkoop van bij de brouwerij, korter kan de keten niet zijn. Wie bier wil meenemen, kan ter plaatse blikjes laten vullen. De eersteling Epervier (‘Sperwer’), een IPA, is al in flesjes verkrijgbaar in gespecialiseerde bierwinkels. Tot het vaste assortiment behoren ook een stout, een session IPA, een blond en een bitter bier. Er komen ook creatieve tijdelijke variëteiten, zoals een zuur bier met wilde kruiden, bier met rode bessen of imperial stout met speculaas. La Source deelt haar locatie met het atelier van Fermenthings, dat gefermenteerde drankjes en hapjes – kombucha, kimchi, zuurdesembrood, pickles en co – serveert.

Wie La Source wil steunen, kan een milde bijdrage doen via de site Miimosa.

Brussel, een (on)beschreven blad

Bestaat er zoiets als de ziel van Brussel? Documentairemaker Luc Jabon gaat er in ‘Bruxelles, une traversée urbaine’ al flanerend naar op zoek. Hij brengt het leven op straten en pleinen in beeld en laat uiteenlopende bewoners aan het woord. Het resultaat: een aangenaam meanderend, uiterst charmant stadsportret.

De reportage opent met filosoof Philippe Van Parijs. Hij betoogt dat de openbare ruimte er enkel belangrijker op wordt nu de bevolking groeit en de woningen, ook om ecologische redenen, kleiner moeten worden. Verderop heeft hij het over zijn strijd voor de voetgangerszone aan de Beurs en de fietspaden in de Wetstraat.

Het heerlijke slotwoord is voor Laurence Veille, die als dichter des vaderlands in januari 2018 een ode aan Brussel bracht: ville des visages à découvert / des coeurs ouverts /des passants qui battent le pavé / faut pas rester enfermé / c’est mauvais pour les yeux / Brussel c’est une page blanche encore / et tu l’écris / cette page est pour toi / Bruxelles je t’aime / ik hou van jou.”

Tussenin wemelt het van boeiende getuigenissen van historici, politici, kunstenaars, ondernemers, activisten en burgers. Ja, Brussel is soms een chaotisch, heterogeen boeltje en draagt een geschiedenis van zelfdestructie in zich. Het contrast tussen rijk en arm is te groot, de auto heeft een te dominante plaats verworven en vrouwen worden op straat al te vaak lastig gevallen. Maar er beweegt wat in Brussel, de verhalen liggen er voor het oprapen en er zijn heel veel mensen die een hart hebben voor de stad en zich ervoor inzetten.

Historicus Roel Jacobs vertelt dat de Zenne in de 19de eeuw overwelfd werd om een grote schoonmaak te houden in de volkswijken en plaats te maken voor brede boulevards. Even later heeft hij het over de zelfspot van de Brusselaar, waarvan Manneken Pis het beroemdste voorbeeld is, en over het beschermde pissijn aan de Sint-Katelijnekerk. Only in Brussels. Oud-politicus Alain Hutchinson schetst hoe Brussel ‘en stoemelings’ de Europese hoofdstad werd, omdat België onder de stichtende lidstaten alfabetisch eerste stond. Caféhouder Bart Lemmens heeft het over het Sint-Gillisvoorplein als ontmoetingsplaats in een dynamische gemeente en antropologe Guilietta Laki over stickers in het straatbeeld als vorm van zelfexpressie. Fotograaf Vincent Peal zegt dat hij geen tv heeft omdat hij liever de mensen op straat observeert. Hij herinnert zich hoe een bekende habitué van het Vossenplein met brol en al begraven werd.

Toegegeven, de keuze voor de personages en plaatsen had zeker nog diverser gekund en de bijna eentalig Franse quotes geven niet de meertaligheid van de stad weer. Maar de balans is meer dan positief. De zorgvuldig gekozen verhalen, maar ook de knappe beelden van vroeger en nu en de jazzy muziek maken van de documentaire een mooi kijkstuk. De energie die de maker erin gestopt heeft, werkt aanstekelijk. Je krijgt er zin van om de stad in te trekken en de plekken en de mensen nog beter te leren kennen. Non peut-être!

Bruxelles, une traversée urbaine is in de bioscoop te zien in de Vendôme en op de RTBF-website, als je een profiel hebt aangemaakt.