Author: Tom

Een spook waart door Brussel

Brussel lijkt in deze dagen van corona wel een spookstad. Het rumoer is verstomd. Straten en pleinen liggen er verlaten bij. Winkels, theaters, cafés en restaurants hebben hun deuren gesloten. In en om kantoren zie je enkel nog veiligheidsagenten. Iedereen blijft in zijn kot. Het inspireerde de Schaarbeekse fotograaf Geert De Taeye tot een reeks over geesten zonder schaduw. Een deel van de opbrengst gaat naar het goede doel.

(c) Geert De Taeye

“Ken je die Indonesische mythe”, vraagt De Taeye aan de telefoon. “Pocong is de ziel van een overledene en waart rond in de staten, getooid in witte lakens. Een angstaanjagend personage. Momenteel wordt die figuur in Indonesië gebruikt om voorbijgangers op straat de stuipen op het lijf te jagen en aan te moedigen om thuis te blijven. Pocong moet helpen om de ongebreidelde verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.” De Taeye vertoefde al vaker op Java en was telkens onder de indruk van de mysterieuze sfeer daar.

De fotograaf ziet ook vandaag in Brussel eenzame spoken zonder bestemming door de stad dwalen. In zijn fotoreeks portretteerde hij buurtbewoners in een duistere, bevreemdende setting. Opvallend is dat ze doorzichtig lijken en geen schaduw opwerpen. “Geesten hebben nu eenmaal geen schaduw. Ze zijn transparant, want ze zijn er en ze zijn er ook niet. Hun verschijning herinnert aan wie ze waren en wie ze zouden kunnen zijn.”

De Taeye verkoopt de twee prints voor elk 250 euro. Een deel van de opbrengst gaat naar Hobo, een dagcentrum voor dak- en thuislozen in Brussel.

(c) Geert De Taeye

Meer info over de fotoreeks vind je op de Facebook-pagina van Geert De Taeye. Hij was ook al te gast in de rubriek Fotograaf in Beeld. Op YouTube staat een filmpje van Global News over de Pocong-campagne op Java. Hobo is gevestigd in de Kogelstraat in Brussel-stad.

De fotograaf blijft in zijn kot

Bram Penninckx heeft een nieuw fotoproject. Nadat hij het openbaar vervoer in Brussel in beeld bracht in zijn boek ‘Brussels En Route’, blijft hij dit keer gewoon thuis. Hij observeert zichzelf en zijn gezin in quarantaine. ‘All is not quiet on the homefront’ heet de intrigerende reeks, die online verschijnt. De fotograaf uit Sint-Lambrechts-Woluwe steekt niet onder stoelen of banken dat deze periode een beproeving is voor hem. ‘Het is geen relaxte thuisvakantie.’

(c) Bram Penninckx

Waarom wil je je gezinsleven in tijden van corona vastleggen?

Al vijf weken zitten mijn gezin en ik in ons kot. Mijn halftijdse job als ICT-projectmanager bij het Agentschap Integratie en Inburgering werd een ‘anderhalftijdse’. Al mijn persoonlijke en commerciële foto-opdrachten belandden tijdelijk in de diepvries, tussen het brood en de soepgroenten. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en daarom maakte ik een zeer persoonlijk fotoverslag. De coronacrisis toverde weleens een glimlach op mijn gezicht, maar bezorgde me vooral veel stress en korte slapeloze nachten.

Het is de eerste keer dat ik zoveel zelfportretten maak. Oorspronkelijk wilde ik een soort familiealbum maken voor onszelf en voor de grootouders. Naarmate ik meer foto’s nam, zag ik in dat deze fotoreeks een onderbelicht verhaal vertelt, dat van gezinnen met werkende ouders die thuiszitten. In bepaalde kranten zag ik al een geïdealiseerd beeld hiervan opduiken. De realiteit is volgens mijn ervaring veel rauwer. Het is geen relaxte thuisvakantie.

(c) Bram Penninckx

Hoe ga je te werk in je selectie van beelden?

Het bloed, het zweet, de tranen en de heftige emoties zijn echt. Er is niets geënsceneerd. Alle beelden zijn uit het leven gegrepen. Omdat het mijn kinderen en mijn echtgenote zijn, kan ik heel dicht op hun huid komen. Wat ook helpt, is dat ik een veel kleinere maar fantastische camera heb gekocht, waardoor ik van heel dichtbij kan fotograferen. Mijn vrouw geeft altijd haar fiat als ik nieuwe beelden online zet.

(c) Bram Penninckx

Wat wil je bereiken met je project?

De fotoreeks biedt inzage in het vallen, weer opstaan en wederom vallen van een gezin. De spiegel die de reeks ons voorhoudt, is niet altijd positief. Het blijkt voor ons een schier onmogelijke opgave om thuisonderwijs te geven aan onze drie bengels van 9, 6 en 3 jaar en om tegelijk te voldoen aan de torenhoge verwachtingen van onze werkgevers. Ik ben de eerste drie weken twee keer ingestort voor de ogen van mijn kinderen. Geen aangename ervaring.

Tegelijk ben ik me er terdege van bewust dat ik deel uitmaak van de happy few in deze stad. We wonen in een groot huis, hebben een naar Brusselse normen gigantische tuin en de kinderen hebben een pc en tablet ter beschikking. In onze stad en in honderden steden over de hele wereld zitten er ontelbare gezinnen opgehokt in een kleine ruimte.

(c) Bram Penninckx

Zie je al licht aan het einde van de tunnel?

Langzaam maar zeker vinden we onze weg. Na vijf weken van acclimatisatie zijn we content in onze bubbel. Al gaan we heel blij zijn om een paar uur kinderloos te zijn zodra iedereen zijn kot mag verlaten.

Andere lichtpunten? We hebben onze kinderen nog beter leren kennen. Ik kan nog meer van kleine geluksmomenten genieten: een wandeling met de kinderen, even in het zonnetje zitten. Ik ben eindelijk aan de moestuin begonnen en hoop dat ik nog een stapel boeken kan verslinden.

(c) Bram Penninckx

Welke reacties krijg je tot dusver op je project?

Mensen zijn me oprecht dankbaar dat ik de weerbarstige realiteit toon. Veel gezinnen kunnen zich moeilijk aanpassen aan de nieuwe situatie en lopen met hun hoofd tegen de muur. Facebook en Instagram staan nog altijd vol met vrolijke en grappige foto’s. Die zijn meer dan ooit een flagrante leugen.

(c) Bram Penninckx

De fotoreeks ‘All is not quiet on the homefront’ van Bram Penninckx is te zien op de website Lensculture.

Rewind: de overdrijvingskunstenaar

Damiaan De Schrijver heeft er de naam voor om als missionaris op te treden voor de schone letteren. Vanavond leest hij voor uit het werk van de Oostenrijkse proza- en toneelschrijver Thomas Bernhard tijdens het programma Zandman op Radio 1.

Thomas Bernhard Nachlaßverwaltungderivative work: Hic et nunc / CC BY-SA 3.0 DE (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/de/deed.en)
Tijdens een middagsessie van Broodje Brussel in het Goethe-instituut in 2011 getuigde de acteur, bekend van toneelgezelschap Stan en tv-reeksen als De Ronde en Terug naar Oosterdonk, al over zijn liefde voor Thomas Bernhard (1931-1989). De Schrijver gaf toe dat hij verslaafd is en dat hij zo goed als alles van de eeuwige kankeraar gelezen heeft, weliswaar in Franse vertaling, omdat zijn Duits niet goed genoeg is. Als het aan hem zou liggen, zou hij enkel Bernhard en Tsjechov spelen. Hij looft de muzikaliteit van de taal en de zwarte humor, die de vlammende scheldtiraden draaglijk maakt. Hij illustreerde dat wonderwel met lappen tekst van Bernhard die hij uit het hoofd kent.
Thomas Bernhard heeft inderdaad een schare fans, maar niet elke toneel- en literatuurliefhebber is voor hem gewonnen. Zijn werk bestaat vooral uit lange monologen die een heel repetitief karakter hebben en bol staan van overdrijvingen. Zijn hoofdpersonages, steevast intellectuelen en kunstliefhebbers die in hun eigen monomane gedachtegangen verstrikt raken, zijn herkenbaar door hun eenzaamheid, hun zwartgalligheid en hun haat jegens alles en iedereen. Ze gaan tekeer tegen de hypocrisie van de kunstenwereld, het collectieve falen van ouders en leraars, de nationaalsocialistische en katholieke erfenis van Oostenrijk en de eigen lafheid en middelmatigheid. Tot de favoriete woorden van Bernhard behoren weerzinwekkend (widerlich), stompzinnig (stumpfsinnig) en afstotelijk (abstossend).
Achter dat agressieve pantser – zo weet de fan – schuilt een onmetelijk verlangen naar schoonheid  en waarheid in een lelijke wereld van leugen en bedrog. De walging blijkt een overlevingsstrategie van een getormenteerde en kwetsbare ziel. Er zit veel passie in de niet aflatende woordenstroom. In onsterfelijke meesterwerken van de muziek, de schilderkunst en de filosofie vinden de personages troost, ook al gaan ze ook daar op zoek naar de fouten erin. De vriendschap en het voortdurende reizen tussen stad en platteland bieden eveneens momenten van rust en herkenning.
Zandman met Damiaan De Schrijver is op 9 april na het nieuws van 22 uur te horen op Radio 1. Alle afleveringen staan ook op de website van Radio 1.

Coronanieuws voor ketjes

Ook voor 87 Seconds zijn het zware tijden. Het Brusselse productiehuis voor creatieve bedrijfscommunicatie ziet met lede ogen aan hoe zo goed als alle opdrachten vanwege het coronavirus uitgesteld of geannuleerd worden. De creatievelingen blijven niet bij de pakken zitten. Ze lanceren de animatieserie ‘Plezierig Nieuwsgierig’ om kleine kinderen op een ludieke manier te informeren over de gezondheidscrisis.

“Ik heb zelf twee kinderen van zeer jonge leeftijd, en beiden hebben geen flauw benul van wat er allemaal aan het gebeuren is sinds enkele weken. Ze zitten met een behoorlijk WTF-gevoel”, zegt Philip Swinnen, zaakvoerder van 87 Seconds. 

‘Plezierig Nieuwsgierig’ (in het Frans ‘Le Journal Qui Banane’) wil in episodes van een minuut kleine kinderen tussen vier en acht jaar vertellen wat er vandaag aan de hand is. De nadruk ligt niet op de ziekte, maar op de positieve acties die eruit voortvloeien.

De eerste aflevering gaat over de dagelijkse gewoonte om om 20 uur aan je voordeur of op je balkon applaus te geven voor de zorgverleners en al wie het land recht houdt in deze uitzonderlijke tijden. Er komen ook filmpjes over minder vervuiling, minder auto’s op de snelwegen en een bewustere consumptie.

Alle filmpjes komen op het YouTube-kanaal van 87 Seconds.

Gezocht: denkers en doeners voor het postcoronatijdperk

Nu bijna iedereen door de coronacrisis thuiszit en er veel vanzelfsprekendheden zijn weggevallen, is er volop tijd om na te denken over een andere en betere toekomst. Een groep eco-ondernemers sloeg de handen in elkaar en lanceerde de Postcorona Movement, een platform waarop mensen hun dromen en ideeën kunnen delen voor een mooier postcoronatijdperk.

Never waste a good crisis. Het is een huizenhoog cliché, maar er schuilt veel waarheid in. Na een conflict, een ramp of een schandaal gaan de geesten rijpen en verandert er vaak iets. Uit de puinhoop van de Tweede Wereldoorlog is bijvoorbeeld de Europese gedachte ontstaan. De oprichting van het Voedselagentschap, dat de voedselveiligheid in België bewaakt, was pas mogelijk na de dioxinecrisis. De kernramp van Fukushima heeft de energiepolitiek van veel landen beïnvloed.

De coranacrisis dwingt ons om na te denken over ons hectische leven en over de onvolmaakte maatschappij waarin we vandaag leven. In welke wereld willen we wakker worden als het virus is uitgewoed? Wat zouden we veranderen als we een toverstokje hadden?

De Postcorona Movement moedigt mensen aan om constructief te reflecteren over de toekomst en wil de hele wereld besmetten met goede moed en optimisme. Uit de dromen kunnen samenwerkingen ontstaan om concrete projecten uit te werken. Denkers worden doeners. De thema’s zijn uiteenlopend: economie en werk, natuur, milieu en landbouw, gezondheid en geluk, wonen en mobiliteit, onderwijs, cultuur en vrije tijd.

Een greep uit de ideeën: coöperaties en commons als basis voor lokale economische veerkracht, een CO2-belasting op alle producten en vormen van fossiele brandstoffen, regeneratieve landbouw, een minister van Geluk, meditatie of mindfulness als verplicht schoolvak, een mobiele woonunit voor iedereen, kunst in de open ruimte, de ontwikkeling van stilteplekken.

Een van de bezielers van de beweging is Brusselaar Steven Desair, oprichter van Eatmosphere, een non-profitorganisatie die voedseloverschotten recupereert en mensen bewust maakt van voedselverspilling. Zijn kompanen zijn Ben Brumagne, wildplukker bij Forest To Plate, Simon Luyts, de man achter Cultures of Change, een organisatie die transformatieprocessen en persoonlijke ontplooiing aanbiedt, en Louis De Jaeger, bekend van ByeByeGrass, een campagne voor minder gazon en meer bloemen en bomen. Nieuwe kandidaten voor het kernteam zijn welkom.

De Postcorana Movement is begonnen als een Facebook-groep en heeft nu ook een eigen website.

Wereldwijs in Molenbeek

In 2016, toen Molenbeek in de hele wereld beschouwd werd als een broeihaard van terrorisme, volgde de Finse filmmaker Reetta Huhtanen twee Molenbeekse ketjes van zes: Aatos en Amine. De ene jongen heeft een Finse moeder en een Chileense vader, de andere is van Marokkaanse afkomst. Ze spreken Frans met elkaar en hebben het weleens over godsdienst, zowel op school als daarbuiten. ‘Goden van Molenbeek’ is een innemende documentaire die je op onnadrukkelijke wijze het menselijke potentieel van Molenbeek toont.

Aatos en Amine wonen in hetzelfde appartementsgebouw en ze spelen vaak samen, van voetbal over Playmobil tot kleuren. Hun fantasie laten ze daarbij de vrije loop. Amine neemt Aatos mee naar de woestijn waar er geesten ronddwalen en Aatos zet met zijn vliegende tapijt koers naar Finland. Ze vertellen over de dinosauriërs die alles zouden verpletteren als ze nog zouden leven. “We zouden zo plat zijn als een pannenkoek.” De maker zit er dicht op en brengt de spontane, ongedwongen dialogen en interacties in beeld. Er schuilt veel poëzie in de goed gekozen observaties.

De kinderlijke onschuld botst met de angstaanjagende toestanden na de aanslagen in Maalbeek en Zaventem. Gewapende militairen verschijnen in het straatbeeld, politiesirenes loeien, metrostations zijn gesloten en aan de Beurs ontstaat een herdenkingsplek. Molenbeekse moslims komen op staat om zich te distantiëren van het brute geweld in naam van hun godsdienst.

God is alomtegenwoordig in de documentaire. Op school houdt Aatos een spreekbeurt over een Fins scheppingsverhaal. Een arend zou een ei gelegd hebben waaruit de wereld is ontstaan. Amine gaat naar de moskee en bidt. Hij weet dat Allah groot is, maar onzichtbaar op aarde. Aatos en Amine discussiëren erover of Jezus de zoon van God is. Flo, een vriendinnetje van Aatos, filosofeert dat goden niet bestaan. Ze zijn aan de verbeelding van de mens ontsproten. Komt de waarheid dan toch uit een kindermond?

Molenbeek een ‘hellhole”? De film laat een ander beeld zien van de superdiverse samenleving. Zonder de talrijke problemen te negeren, zoals kansarmoede, werkloosheid en radicalisme: de stad heeft potentieel. De kinderen zijn wereldwijs en kleurenblind. Ze stappen zonder complexen de metro op en beschouwen de straten, de pleinen en de parken als hun speeltuin. Op kinderfeestjes worden liedjes in meerdere talen gezongen. Diversiteit is een vanzelfsprekendheid. Veerkracht tonen ze ook, want ze gaan opvallend sereen om met de nieuwe realiteit na de aanslagen. Je thuisomgeving bepaalt wel heel veel, zoals blijkt uit de verschillende voorstellingen over God.

Op het einde trekt Aatos met zijn gezin weg uit Brussel. De onafscheidelijke vriendjes moeten afscheid nemen. De film is een eerbetoon aan hun hartverwarmende vriendschap. Tegelijk is de documentaire met haar prachtige beelden een ode aan het kijken. Niet toevallig observeert Aatos zijn omgeving met een periscoop.

‘Goden van Molenbeek’ uit 2019 is nog tot 21 april 2020 te zien op VRT Nu.

Rewind: in de ban van Odysseus

Regisseur Michael De Cock pakte in 2017 uit met een heus bravourestuk. Hij liet de Odyssee van Homeros in de nieuwe vertaling in vijfvoetige jamben van Patrick Lateur integraal opvoeren. Een rist topacteurs en danseres Lisbeth Gruwez brachten de 24 zangen van het 2.800 jaar oude Griekse epos weer tot leven. Voor de toeschouwer werd het theater drie dagen lang een tweede thuis, waar je ongegeneerd kon bingewatchen. Nog een aflevering over de goddelijke held!

(c) Danny Willems, KVS

Gastvrijheid en wraak

De Odysee is het verhaal van een zwerver die thuiskomt, zoals de ondertitel van de vertaling luidt. De held van de Trojaanse oorlog, die de list met het houten paard bedacht, is gedoemd tot jaren van omzwervingen en ontberingen voordat hij voet aan wal kan zetten in zijn geliefde Ithaka. Hij rekent er hardhandig af met de vrijers die om de hand van zijn vrouw Penelope dongen en zijn bezittingen verbrasten. Hij is na 20 jaar weer thuis, herenigd met zijn opgroeiende zoon Telemachos en zijn oude vader Laërtes.
Het epos zit boordevol avontuur en poëzie en spreekt ook vandaag nog tot de verbeelding. Een bijzonder actueel thema is dat van de gastvrijheid. Filoxenia geldt in het oude Griekenland als een hoge deugd en wordt in het verhaal vaak in de praktijk gebracht, getuige de uitgebreide maaltijden en heerlijke geschenken die de held telkenmale krijgt aangeboden. De vrijers geven daarentegen weinig blijk van respect voor Odysseus, die zich bij zijn terugkeer eerst uitgeeft voor een anonieme bedelaar, en worden voor hun hoogmoed gestraft.
Want ook dat is de Odyssee: een verhaal waarin de wraak regeert en het mededogen ontbreekt. Het schetst een wereld van list en bedrog, waarin mensen een speelbal zijn van nukkige goden. Odysseus wordt zelf beschermd door oppergod Zeus en Athena, “de godin met de fonkelende ogen”, maar wordt geregeld op de proef gesteld door de toornige Poseidon. Een blik in Hades’ onderwereld leert dan weer dat elke mens bij zijn dood gelijk is en heldendom een illusie is: “Van alles wat er op de wereld ademt en kruipt, is niets zo nietig als de mens.”

Ode aan het vertellen

In de regie van De Cock bracht elke zanger een zang ten berde. De mise-en-scène was over het algemeen uiterst sober, zelfs karig te noemen: een verteller vertelde zonder veel decorstukken noch ondersteuning van beelden of muziek. De focus kwam daardoor wel volledig op het woord te liggen. Voor de acteurs was het een huzarenstuk om de monologen te memoriseren. In geval van nood konden ze terugvallen op een prompter, drie monitoren waarop de tekst liep, al maakte niet elke speler gebruik van dat vangnet. De marathonvoorstelling groeide uit tot een memorabele ode aan het vertellen. Het publiek hing aan de lippen van de bard van dienst, zoals in het epos zelf ook gretig geluisterd wordt naar de verhalen van de hoofdfiguur.
Het kruim van de Vlaamse en Nederlandse acteursgilde tekende present en de acteursprestaties waren navenant. Het is daarom moeilijk om uitschieters te noemen. Veel hing af van de intensiteit van het bedrijf en de draagwijdte van de stem van de acteur. Bij de jonge garde wist Bartel Jesper je meteen in de ban van het verhaal te brengen. Bij Jurgen Delnaet spatte de passie van het podium. Valentijn Dhaenens overtuigde met een feilloze dictie. Bruno Vanden Broecke viel ten prooi aan een genadeloze black-out, maar herstelde zich met een briljante sirenenzang. Stefan Perceval koos voor een fysieke performance met een bevrijdende dosis parodie en slapstick, wat zeker niet bij iedereen in de smaak viel. Gene Bervoets schitterende samen met zijn zoon in een wervelende Tarantino-eske scène.
Frank Focketyn, Tom Van Bauwel, Frank Dierens, Kris Cuppens, Lucas Vandervost, Bert Luppes, Tom Jansen, ze waren stuk voor stuk een plezier om naar te luisteren en te kijken. Elk vogeltje zong zoals het gebekt was. En Lisbeth Gruwez rondde magistraal af met een bezwerende dans, waarin je, na de vele woorden van mannen, de stille vrouwelijke lijdzaamheid, maar ook empathie en verbondenheid kon lezen.

Thuis en ontheemd

Een marathonvoorstelling is een unieke ervaring. Je raakt in een soort trance, het gevoel niet te willen stoppen zoals bij het bingewatchen van een geweldige tv-serie. Je lijkt buiten de wereld en de tijd te vallen. Er is opnieuw ruimte voor traagheid. De KVS wordt voor drie dagen je tweede thuis, waar je niet alleen geestelijk gevoed wordt, maar je je ook tegoed kan doen aan drankjes als Zinnebir en gingerbeer en Grieks geïnspireerde gerechten als een Penelopeslaatje en een Moussakalypso. Een verhelderend Odysseus-krantje kadert de talloze uitweidingen en intermezzo’s en haalt de essentie eruit.
De vermoeidheid voel je pas als de voorstelling voorbij is. Je bent weer thuis en voelt je tegelijk ontheemd, nu de barden zwijgen over de lotgevallen van Odysseus, de schrandere, en de woorden niet langer vleugels krijgen.
Odysseus. Een zwerver komt thuis ging in februari 2017 in première. In volle coranacrisis biedt de KVS de volledige marathon in dagelijkse afleveringen aan op zijn Facebook-pagina.

Geen doorsnee tv-crimi, maar een onthutsende documentaire

Volgens Napoleon was de onderzoeksrechter de machtigste persoon van het rijk. Dat zegt Anne Gruwez in de documentaire ‘Ni juge, ni soumise’, terwijl ze een politiespeurder aanspoort om de sirene aan te zetten, zodat ze een beetje opschieten in het drukke Brusselse verkeer. “Opzij, kruiperige menigte,” voegt ze er grijnzend aan toe. Voor dit verbluffend portret kun je niet anders dan plaatsmaken en vol bewondering toekijken.

‘Ni juge, ni soumise’ kan mooie adelbrieven voorleggen. In 2019 werd de Frans-Belgische coproductie bekroond met de César en de Magritte voor beste documentaire. De makers Jean Libon en Yves Hinant verdienden hun sporen bij het legendarische RTBF-programma Striptease. Ze volgden Gruwez drie jaar lang in haar dagelijkse werk als Brusselse onderzoeksrechter. Ze bijten zich vast in hun onderwerp en capteren het gerechtelijke leven zoals het is zonder zelf in beeld te lopen. Het overvloedige materiaal is dankzij een ijzersterke montage verwerkt tot een spraakmakende film.

De documentaire geeft een razend interessant inkijkje in de wereld van strafdossiers. Allerhande in verdenking gestelde personen leggen een getuigenis af: een draaideurcrimineel, een zedenmisdadiger, een man die zijn vrouw heeft geslagen tot zelfs een moeder die in een psychose haar zoontje heeft vermoord. Je wordt er niet vrolijk van, van die mix van sociale miserie, culturele ontworteling, fanatiek geloof, psychische problemen en zwakbegaafdheid. Schuldbesef is er maar zelden bij en de personen hebben ook geen scrupules om voor de camera hun verhaal te doen. Het gebeurde in Brussel op klaarlichte dag. Onthutsend.

Gruwez is een heerlijk personage. Gebeten door haar werk, onverstoorbaar en resoluut, intelligent, luisterbereid, begiftigd met de gave van het woord. Ook haar kleine kantjes leren we kennen: ijdelheid, eigengereidheid en een zoete tand. In haar 2PK tuft ze door de stad, piekfijn uitgedost en meeneuriënd met de muziek. Haar huisdier: een tamme rat.

Er zit opvallend veel humor in de documentaire, want dat is de favoriete verdedigingsstrategie van Gruwez om om te gaan met de grauwe werkelijkheid. Brutale, cynische grapjes horen bij haar beroep. In een onvergetelijke scène zien we een opgraving van een lichaam op een hete zomerdag om een DNA-test bij een verdachte te kunnen doen. De dokter verwijdert tanden en botten. “Neemt u wat extra mee voor bij het aperitief”, vraagt Gruwez onder een roze paraplu. Als ze de medewerking nodig heeft van de Amerikaanse recherche, luidt het vrank: “Laten we de Verenigde Staten de oorlog verklaren!” Een Marokkaan bezweert ze dat de woede van Allah niets vergeleken is met die van haar.

Een onopgeloste zaak over de moord op twee prostituees geldt als rode draad van de documentaire. Enkele verdachte personen worden jaren na de feiten nagetrokken met nieuwe onderzoeksmethoden, maar de zoektocht verloopt moeizaam. Het is niet zoals een doorsnee tv-crimi, waar de dader aan het einde van de aflevering wordt gevat. “We kunnen geen wonderen verrichten,” besluit een speurder tegen Gruwez.

‘Ni juge, ni soumise’ (2017) is op 8 maart uitgezonden door Canvas en is nog tot 7 april beschikbaar op VRT Nu.

Congo: een hernieuwde kennismaking

Verhalen krijgen pas betekenis als je ze blijft vertellen. Dat geldt ook voor de geschiedenis van het Nationaal Ballet van Zaïre en het heldenepos van Lianja. NTGent geeft theatermaker Faustin Linyekula het podium voor Histoire(s) du Theâtre II. De meer dan geslaagde Congolees-Belgische samenwerking komt naar het Kaaiheater.

(c) Agathe Poupeney

We schrijven 1974. President Mobutu Sese Seko wil met zijn terugkeer naar de authentieke Afrikaanse cultuur de natie een gevoel van eigenwaarde geven. Het land, de rivier en de munteenheid krijgen de naam Zaïre, Europese namen worden verboden, de traditionele abacost komt in de plaats van het herenpak. De hele wereld kijkt naar Kinshasa voor The Rumble in the Jungle, de legendarische boksmatch tussen Muhammad Ali en George Foreman. Mobutu richt dat jaar ook het prestigieuze Nationaal Ballet van Zaïre op, dat met zijn gemengde etnische samenstelling en zijn internationale tournees uitgroeit tot een visitekaartje van het land. De vroegere Belgische kolonie kent een periode van vrede en welvaart, maar de grote leider vertoont dictatoriale trekken en verrijkt zichzelf op schandelijke wijze.

Faustin Linyekula is opgegroeid met Het epos van Lianja op Télé Zaïre. Hij was als kind verbluft door de maskers en de trommen en kende alle liedjes uit het hoofd. De bekendste voorstelling van het Nationaal Ballet gaat over de wraak van Lianja op de moordenaar van zijn vader en symboliseert de geboorte van alle volkeren van Zaïre. Vijfenveertig jaar na datum zocht Linyekula drie vertolkers op en maakte met hen een nieuw stuk. Het Nationaal Ballet bestaat nog altijd, maar is een schim van wat het ooit was.

De voorstelling heeft twee vertellers, die ook hun eigen ervaringen beschrijven. Papy Maurice Mbwiti herinnert zich bijvoorbeeld hoe hij van school gestuurd werd omdat papa de rekening niet kon betalen. Onbegrijpelijk, vond hij, want zijn vader vertoefde als vertaler van het regime dicht bij God. Oscar Van Rompay vertelt open over zijn twijfels. De vaste acteur van NTGent komt als manager van een boomplantage in Kenia geregeld in Afrika omdat hij daar kan opgaan in een ander geheel en afstand kan nemen van zijn beroep. Met deze voorstelling, die voorbereid werd in Rwanda (Congo was niet veilig genoeg), moet hij de confrontatie met Afrika aangaan als witte theatermaker.

Tussen de persoonlijke bespiegelingen en historische schetsen wordt het epos nieuw leven ingeblazen. Terwijl oude zwart-witbeelden de revue passeren, kruipen de drie oude acteurs in hun oude rol. Liedteksten in het Lingala, opzwepende dans, kleurrijke kostuums en curieuze muziekinstrumenten: een stukje Congolese geschiedenis herleeft op het podium. Een hoogtepunt is het duel op leven en dood tussen Mbwiti en Van Rompay, allebei in bloot bovenlijf en met beschilderde gezichten. Het lang uitgesponnen gevecht wordt pure slapstick als Van Rompay zich weigert over te geven alsof hij de Zwarte Ridder in Monty Python and the Holy Grail was. Hij verrast ook met een doorleefd gebrachte monoloog in het Lingala.

De Gentse première in de Minardschouwburg kende een aarzelende start, mede door onaangename randvoorwaarden als rinkelende gsm’s en een koppel dat de zaal verliet omdat het in de verkeerde voorstelling zat. Maar het stuk won aan kracht door de aanstekelijke energie van muziek en dans en overtuigde als ode aan het vertellen. Het is ook een boeiende ontmoeting tussen Belgen en Congolezen, een hernieuwde kennismaking. Mbwiti zegt op een bepaald moment dat er Vlamingen en Walen in het Nationaal Ballet van Zaïre hadden kunnen zitten als de Belgische kolonialen na de onafhankelijkheid waren gebleven en Congolese onderdanen waren geworden. De kloof tussen Afrika en Europa was misschien niet zo groot geworden.

Histoire(s) du Theâtre II is te zien op vrijdag 13 en zaterdag 14 maart in het Kaaitheater en vertrekt daarna op tournee door Europa.

Jong geweld drukt stempel op Anima 2020

Het jaarlijkse Anima-festival in Flagey biedt een boeiende staalkaart van wat er leeft in de wereld van de animatiefilms. Ook de jongere generatie in binnen- en buitenland stelt er haar werk voor. De nieuwe oogst van Europese en Noord-Amerikaanse animatiefilmstudenten was te zien in de sessie Best of Shorts 7. De toekomst van het genre is verzekerd.

Trots stonden ze te blinken op het podium van Studio 4. Enkele jeugdige makers werden voor de projectie van hun films in het Frans en het Engels aan de tand gevoeld door de immer enthousiaste presentatrice Stéphanie Coerten. Een enkeling werd toegejuicht door familie in de zaal. In de aftiteling kon je soms een dankwoord voor de ouders lezen.

De selectie van twaalf films toonde de inhoudelijke en vormelijke bandbreedte van de geanimeerde kortfilm. Persoonlijke verhalen werden afgewisseld met maatschappijkritische, grappige bijdragen met ernstige. Je kreeg zowel animatie met digitale inkt en verf als stop-motionanimatie met klei voorgeschoteld. Zoals je van jong geweld kan verwachten, was het merendeel fris van de lever en rijk aan verbeelding en experimenteerlust. Een half dozijn films bleef nazinderen.

New Neighbours uit Italië grijpt met een zwart-witfilmpje in Popeye-stijl terug naar de jaren dertig. Een rechts-nationalistische Amerikaan – laten we hem Donald noemen – heeft het moeilijk met de nieuwe gekleurde buren en wil daarom een scheidingsmuur bouwen. De nieuwsgierige kinderen willen daarentegen met elkaar spelen. Een humoristisch pleidooi voor vreedzaam samenleven, zonder opgestoken vingertje.

New Neighbours © Centro Sperimentale di Cinematografia

One Liner uit het Verenigd Koninkrijk vertelt met veel empathie over een oudere komiek die zijn kunstjes vertoont op een cruiseschip en door twijfel overmand wordt. Kan hij het alleen, zonder zijn sparring partner, met wie hij ooit een tv-hit had? Met een handpop blaast hij het duo nieuw leven in.

One Liner © National Film and Television School

Dernier Round uit Frankrijk is een toonbeeld van stijl en maturiteit. Een jonge bokser in een Parijse buitenwijk wil zijn zusje, een veelbelovend pianotalent, een betere toekomst geven. Baantjes allerhande leveren niet genoeg op, dus beslist hij om een aartsmoeilijke bokskamp te beslechten.

Dernier Round © Ecole Georges Méliès

Mysterieus en melancholisch. Zo zou je Daughter (Dcera) uit Tsjechië kunnen omschrijven. Een meisje zit bij het ziekbed van haar vader en worstelt met haar gevoelens. Ze heeft pijn omdat haar vader er te weinig voor haar was, maar ze wil ook begrip voor hem opbrengen.

Daughter © FAMU

The Beauty uit Duitsland toont de kleurrijke schoonheid en ontroerende poëzie van de onderwaterwereld. Sarcastisch klinkt het dat plastic daar intussen integraal deel van uitmaakt. Een bijtende aanklacht tegen de door mensen gecreëerde plasticsoep.

The Beauty © Filmakademie Baden-Württemberg

Animals uit Denemarken laat ten slotte op een olijke manier zien wat er kan gebeuren als mensen vastzitten in een metro. De beschaving blijkt een dun laagje vernis. Het beest in de mens komt naar boven.

Animals © Miyu Distribution