Rewind: de ster van het Noord – een kerstverhaal

Ergens in het najaar van 2015 kreeg ik op het werk een sollicitatiebrief. Ik twijfelde steeds vaker of mijn administratieve job me nog genoeg voldoening gaf, maar sollicitatiebrieven kreeg ik graag. Ik las ze aandachtig en probeerde steeds een persoonlijk antwoord te geven. Deze brief raakte me: ik kende de afzender ervan. Niet persoonlijk, ik had over haar gelezen. Niet lang geleden had zij een prachtig boek over oude winkelinterieurs gepubliceerd. Met haar vzw Arsène streed ze voor het behoud van waardevolle oude winkelinterieurs.

Ik antwoordde dat zij niet voldeed aan de vereisten voor de job, maar dat ik vond dat zij bijzonder nuttig werk leverde en dat ik haar liefde voor oude winkelinterieurs deelde. Dezelfde dag werden Katherine Ennekens en ik vrienden op Facebook.

Niet lang daarna postte Katherine een foto van de ster van Brussel Noord. ‘Je weet toch dat die ster gaat verdwijnen?’ reageerde Stijn Tormans. Stijn kende ik niet. Hij bleek al jaren prachtige stukken te schrijven voor Knack. Over dingen waar niemand anders over schreef, omdat niemand er oog voor had, kleine menselijke verhalen, vaak in het verleden geworteld. Stijn had aandachtig gekeken op de borden die de renovatiewerken van de centrale hal aankondigden. Hij had gezien dat de ster plaats zou moeten maken voor het lelijke nieuwe NMBS-logo in regenboogkleuren. We waren verontwaardigd: hoe was het mogelijk dat de NMBS de waarde van de ster niet inzag?

De ster zoals ze vroeger was en het geplande ontwerp voor renovatie, zonder ster met NMBS-logo

Niet veel later, op 1 november, reisde ik met de trein naar een literaire ochtend in Boekhandel De Zondvloed in Mechelen. Onder de titel ‘Beste Buren’ stelden enkele Vlaamse schrijvers een Nederlandse schrijvende zielsverwant voor. Dankzij Bernard Dewulf leerde ik daar Miek Zwamborn kennen, een naam die hier niet meteen bekend klinkt omdat zij een schrijver in de luwte is. Niet iemand die met luide stem op sociale media aanwezig is. Miek Zwamborn vertelde die dag dat zij graag wandelingen in de natuur maakte en dan terugkeerde met zes stenen in haar zak. Niet meer, niet minder.

Ze straalde een zekere wereldvreemdheid uit. Ik vond haar intrigerend. Ik was dan ook heel blij toen ik op de terugweg van die literaire ochtend naast deze schrijver op de trein van Mechelen naar Brussel belandde. De trein is een goede plek voor toevallige ontmoetingen. Miek Zwamborn vertelde me dat ze soms als sluiswachter werkte. Zij had gewerkt bij een sluis aan de Vecht, in het mooie stadje Weesp waar ik elke zomer kwam, omdat mijn oom er een tweedehandsboekenwinkel had. Ook dat vond ik een wonderlijk toeval.

Miek Zwamborn en ik stapten uit in het Noordstation. Zij moest ’s avonds in Leuven zijn en vroeg me welke trein ze moest nemen. In de centrale hal keken we samen op de aankondigingsborden. Ik wees naar de ster en vertelde dat die moest verdwijnen. Ik zei dat ik het zo erg vond. ‘Je moet actie voeren,’ zei ze. En omdat ik denk dat het toeval geen toeval is, maar ons iets wil vertellen, besloot ik haar raad te volgen. Nooit eerder had ik actie voor iets gevoerd. Hoe begon je daaraan? Ik vroeg Katherine en Stijn, die ik in het echte leven nog niet ontmoet had, of ze mijn bondgenoten wilden zijn. Niet veel later zaten we samen aan tafel in café Flamingo.

Katherine vertelde me hoe belangrijk ze het vond dat erfgoed op zijn oorspronkelijke plek bewaard werd. Niet in een museum en zeker niet in een depot. Wat konden we ondernemen? Een petitie vonden we zinloos en zielloos. En dat was onze ster net niet. Wie had hem ontworpen?  We zouden het proberen te achterhalen. We zouden fotografe Saskia Vanderstichele vragen een foto van de ster te maken. En zou Plaizier daar een postkaart van willen drukken? Kerst kwam eraan, het zou een mooie kerstkaart zijn.

© Saskia Vanderstichele

We konden schrijvers en dichters vragen om een ode aan de ster. Fotografen om een foto. Illustratoren en schilders konden hem tekenen. We moesten een Facebookpagina maken. Een collega van me kon die naar het Frans vertalen. Iedereen die we kenden, zouden we spreken over de ster. Een draagvlak creëren voor onze actie vonden we belangrijker dan het verzamelen van een paar duizend handtekeningen.

Ik schreef Geert Van Istendael over de ster. Toch erg dat deze in Trainworld zou komen te hangen, in plaats van in het Noordstation. ‘U hebt gelijk. Wat verwacht u van mij?’ luidde zijn antwoord. Ik vroeg of hij een ode aan de ster kon schrijven. ‘Wanneer moet het klaar zijn?’ ‘Volgende week?’ ‘Dat is goed.’ Onze correspondentie was even kort als krachtig. Niet veel later stuurde Geert Van Istendael zijn gedicht, een pleidooi in sappig Brussels voor het behoud van de ster. Ook Kevin Bellemans en Frank De Crits schreven hun ode aan de ster. En Tom Schamp stuurde een prachtige tekening.

© Tom Schamp

Snel begon de ster te leven. Mensen begonnen me erover aan te spreken. Ze stuurden foto’s en tekeningen van de ster. Soms voelde ik enige gêne hierover. Het was maar een ster. Hadden we niet beter voor iets groters, iets nobelers gestreden?

Maar de ster van het Noord had een symbolische waarde. Ze verwees naar L’Etoile du Nord, de stoomtrein die vroeger van Parijs naar Brussel reed. Deze trein was op zijn beurt vernoemd naar de Poolster, die bij nacht de weg naar het noorden wijst en zo verhindert dat mensen verdwalen. De ster was een herkenningspunt voor verdwaalde reizigers. In Brussel Noord en het nabije Maximiliaanpark verbleven mensen die noordwaarts waren gereisd, op zoek naar een beter leven. De ster hing nergens beter dan hier.

Toen we van de NMBS vernamen dat de ster sneller dan verwacht zou verdwijnen, besloten we de stadskrant Brussel deze Week  (nu Bruzz) te contacteren. Tot onze verrassing haalde de ster de voorpagina. Andere kranten namen het bericht over. De ster was nieuws. Het hielp ongetwijfeld dat het bijna Kerstmis was.

Ook TV Brussel berichtte in het nieuws over de ster. Stijn trad op als woordvoerder. Tot onze verbazing kwam ook Geert Van Istendael opdraven om zijn ode voor te dragen. In die reportage zeiden reizigers dat ze de ster nooit eerder hadden opgemerkt. Maar ze vonden toch dat ze moest blijven. Mensen waren bereid om te strijden voor iets waar ze nooit oog voor hadden gehad.

We planden nog een flyeractie aan het station. Dat was niet meer nodig. De NMBS besliste dat de ster mocht blijven. Ze zou worden weggehaald tijdens de restauratiewerken van de centrale hal en intussen zelf gerestaureerd worden. Daarna zou ze netjes teruggehangen worden.

De NMBS hield belofte. Drie jaar later is de centrale hal met ster in eer hersteld. Zonder Katherine, Stijn en mij zou ze er niet meer geweest zijn. En zonder alle mensen die ons gesteund hebben. Het troost me dat je in deze wereld soms wél het verschil kunt maken. Niet met een petitie. Maar met gedichten, foto’s en tekeningen. Door met veel mensen te spreken. Over de betekenis van iets. Door hen te wijzen op iets wat ze niet eerder hebben gezien.

Er zijn zoveel dingen om voor te strijden. Maar actie voeren is intensief. Je kunt het niet altijd opbrengen in deze drukke tijden. Daarvan wordt geprofiteerd om boven onze hoofden beslissingen te nemen waar we het niet mee eens zijn. Vaak krijg je ook de kans niet om actie te voeren. Omdat je onvoldoende geïnformeerd bent. Omdat je onvoldoende tijd krijgt, voor voldongen feiten wordt geplaatst. Het had niet veel gescheeld of we hadden op een dag ineens vastgesteld: de ster is verdwenen.

De ster dankt haar redding aan een reeks toevallige ontmoetingen en gebeurtenissen. Katherine, Stijn en ik zullen door de ster voorgoed verbonden blijven. Intussen vond ik de moed opnieuw te gaan studeren en mijn werk te verlaten. Ik geef nu Nederlandse les aan mensen die de Noordster gevolgd zijn, op weg naar een vredevoller leven. De voorbije maanden passeerde ik elke dag langs de ster, op weg naar mijn nieuwe werk. Met de gedachte: een mens is soms sterker dan hij denkt.

Kerst 2019. Vier jaar na onze actie schittert de ster als nooit tevoren in Brussel Noord. Eén mysterie blijft. We weten nog steeds niet wie de ster ontworpen heeft. Na de overwinning vertelde iemand op onze Facebookpagina dat ze in het Noordstation een dame had aangesproken die een foto maakte van de ster. Ze bleek de dochter te zijn van de ontwerper. Ze vertelde dat haar vader het jaar ervoor op 90-jarige leeftijd overleden was. Hij was erg verknocht geweest aan zijn ster.

Dat is het enige wat we weten over de vader van de Noordster. Ooit hopen we zijn naam te kennen.

De Noordster in de gerenoveerde stationshal

Bekijk de reportage van Bruzz over de ster en bezoek de Facebookpagina van Red de ster.

Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Rewind: Will Tura (80) zingt en spreekt

Een geïllustreerde spreekbeurt. De anonieme Bruzz-recensent slaat de spijker op de kop met de beschrijving van ‘Hoop doet leven’, de documentaire over het leven van Will Tura. Met alle respect voor de keizer van het Vlaamse lied: de film is boeiend en zelfs pakkend, maar ook een artistieke miskleun waarmee Dominique Deruddere (Crazy Love, Wait Until Spring, Bandini, Iedereen Beroemd!) geen prijzen zal winnen.

Waar knelt het schoentje? De film vertrekt niet van beelden, maar van een vooraf uitgeschreven autobiografische ik-tekst, die niet zonder pathos wordt voorgelezen door Jan Decleir. Er zijn geen nieuwe beelden geschoten. De makers hebben enkel geput uit archiefmateriaal en dat wordt in chronologische volgorde getoond, met ertussen fragmenten uit het concert ‘Tura in Symphonie’. Als er geen foto’s of filmpjes voorhanden zijn, zoals over zijn kinderjaren, krijgen we lukraak van You Tube geplukte beelden te zien die het Vlaanderen van weleer moeten oproepen. Boeiende getuigenissen of terugblikken van familie, vrienden, collega’s en tijdgenoten, een vast element van de succesreeks Belpop, zitten er niet in.
Het ontbreekt aan lef en visie om een indringend portret te maken van een artiest die de Vlaamse muziekscene zes decennia lang gekleurd heeft. Het blijft braaf en voorspelbaar. Zat respect voor het onderwerp in de weg of het door producent Jean Kluger opgelegde keurslijf?
Laten we wel wezen: de documentaire blijft ondanks zijn manifeste tekortkomingen een aardig kijkstuk dat bij momenten ontroert omdat je de zanger-componist-muzikant geleidelijk aan beter leert kennen. Arthur – Tuur – Blanckaert (1940) ontdekte als kind de entertainer in zichzelf toen hij opgenomen werd in het ziekenhuis nadat hij bijna verdronken was. Zijn vader wilde dat hij filmacteur werd, maar hij ontdekte de muziek en begon te jodelen en accordeon te spelen. Later leerde hij ook gitaar en piano. Op zijn twaalfde stond hij al op het podium met een orkest. In 1957 werd hij ontdekt door muziekuitgever Jacques Kluger.
Zijn succes als solozanger liet echter op zich wachten. Hij bracht meer dan twintig singles uit – de eerste was een cover van ‘Bye bye love’ van The Everly Brothers – voordat hij in 1962 eindelijk een nummer één-hit scoorde met ‘Eenzaam zonder jou’. Jacques Kluger kon er niet lang van genieten, want hij stierf in hetzelfde jaar. De Blanckaerts waren toen al lang verhuisd van Veurne naar de Brusselse rand om de carrière van de zoon alle kansen te geven. Tura woont nog altijd in Brussel en gaat graag joggen in het Zoniënwoud.
Onder de hoede van zoon Jean Kluger timmerde Tura verder aan de weg. Hij werkte hard onder het motto ‘doe wel en zie niet om’. Zijn leven stond in het teken van optreden en muziek opnemen. Het familiehuis – eerst bij zijn moeder, daarna bij zijn vrouw Jenny – fungeerde als rustpunt. Zijn broer Staf was zijn vaste geluidstechnicus. Excessen van seks en drugs waren aan de ideale schoonzoon niet besteed.
Voor het buitenland had hij geen tijd, zegt hij laconiek. Een nummer als ‘Draai dan 797204’ deed het nochtans niet slecht in Nederland en Gilbert Bécaud geloofde in hem. Het respect van de rockwereld krijgt hij pas veel later met de twee Turalura-cd’s (1990 en 2010), waaraan onder meer Noordkaap, Triggerfinger en Daan meewerken. Hij verloor in tussentijd ook al heel wat medestrijders, zoals zijn broer Staf, waarvoor hij in 1998 ‘Alleen gaan’ schreef. In 2018 ging 40-45 in première, de Studio 100-musical waarvoor Will Tura en zijn trouwe arrangeur Steve Willaert de muziek componeerden.
De documentaire eindigt met beelden van muzikanten met wie Tura al lang samenwerkt. De zanger is immers een groep die live het best tot zijn recht komt. Te hopen dat de gepassioneerde crooner-muzikant nog vaker de AB mag inpakken, zoals hij in september 2017 deed. Hij hoeft niet meer elk weekend als een arme Joe te racen van parochiezaal naar feesttent, maar verdient het om elk jaar in de beste omstandigheden op te treden als grand old man van het muzikale flandrienisme. Het concert is beter dan de film. Onze recensent bevestigt dat in zijn enthousiaste bespreking van het AB-concert.
Will Tura wordt 80. Dat wordt vandaag uitgebreid gevierd op Radio 2 met thema-uitzendingen. De documentaire ‘Hoop doet leven’ is voor het eerst te zien om 21.05 uur op Eén. De film is ook op VRT Nu te zien, samen met Tura’s intieme concert van vorige week in de Marconi-studio.

Rewind: De terugkeer van het generatieconflict

De fictiereeks Generatie B is deze zomer opnieuw te zien op VRT NU. Het absurdistische geesteskind van Joost Vandecasteele en Pieter Van Hees intrigeert door zijn messcherpe satire en behoort tot het geestigste wat de afgelopen jaren op tv-gebied in Vlaanderen gemaakt werd.

Het uitgangspunt van Generatie B is eenvoudig: België zinkt weg in een diepe crisis nadat de rating van het land verlaagd is van AA+ naar B. De zondebok is snel gevonden: de hoopopgeleide blanke jongeren in de stad. Zij vallen ten prooi aan werkloosheid en kunnen zich geen dak meer boven hun hoofd permitteren. De volgevreten babyboomers laten intussen geen kruimels vallen van hun rijke feestdis. De ouders zijn in die ijzeren economische logica niet langer de beste vrienden van hun kinderen. Geen wonder dat het Generation Liberation Front het licht ziet.

Te laat geboren

Tegen die grimmige achtergrond proberen twintigers in Brussel te overleven. We zien hoe Jonas (een rol van Jeroen Van der Ven) zich tevreden moet stellen met een gehuurde zetel in een schamel appartement en een nachtelijke job in een ondergronds callcenter onder leiding van slavendrijver Ibrahim (Zouzou Ben Chikha). Hij kan zijn ex-vriendin Brulletje (Eva Binon) maar moeilijk vergeten. Flatgenote Lisa (Ella-June Henrard) probeert als wrapster aan de bak te komen, al moet ze daarvoor met de tv-producent naar bed gaan. Voor Sebastiaan (Jeroen Perceval) gaan vrije liefde en politieke revolutie hand in hand: “Deze keer gaan ze echt ontploffen, die babyboomers!” De goeroe leidt een sekte met stuk voor stuk bloedmooie vrouwen.
De reeks valt niet alleen op door de verfrissende kosmopolitische insteek, die het Vlaanderen van onder de kerktoren feestelijk negeert, maar ook door de ijzersterke dialogen. Een voorbeeld: als Jonas te horen krijgt dat hij als loslopende jongere moet terugkeren naar zijn eigen land, verdedigt hij zich door te zeggen dat hij hier geboren is. “Maar te laat”, is het gevatte antwoord. Of wat te zeggen van de vraag van één miljoen van Sebastiaan: “Brussel vraagt toch ook geen geld aan al die pendelaars die hier komen werken?”

Van vlees en bloed

De levensechte dialogen dragen er ook toe bij dat de personages mensen van vlees en bloed worden. Antihelden, zeg maar. Jonas tracht zich bijvoorbeeld vergeefs los te rukken van zijn bemoeizuchtige moeder en slaagt er niet in om geld los te weken bij zijn grootvader tijdens een familiefeest dat volledig ontspoort. Hij klampt zich vast aan het verleden en kan moeilijk keuzes maken. Lisa doet zich stoer voor, maar is hopeloos romantisch en drinkt te veel.
Ondanks het bevreemdende absurdisme zijn sommige geschilderde wantoestanden pijnlijk herkenbaar voor de jeugd van tegenwoordig. Denk maar aan de uitbuiting op de arbeidsmarkt door stagecontracten en andere onbeschermde statuten, de verre droom van een eigen huis voor jonge tweeverdienersgezinnen en discriminatie van bepaalde groepen.
De jeugdige acteurs, die vooralsnog weinig schermbekendheid genieten, voelen zich zichtbaar in hun sas, terwijl er ook heerlijke gastrollen weggelegd zijn voor gevestigde waarden als  Josse De Pauw, Peter Van den Eede, Damiaan De Schrijver, Anemone Valcke en Katelijne Damen.
En ja, er is ook naakt te zien. Het geslacht van Jeroen Perceval bungelt al eens nonchalant in beeld. Het is eens iets anders dan borsten. De soundtrack bevat aanstekelijke Franstalige rap.

Generatie B ging in 2017 in première op Canvas. De reeks bevat zes afleveringen van circa 35 minuten. Nog tot 31 augustus 2020 te zien op VRT.NU.

Rewind: de overdrijvingskunstenaar

Damiaan De Schrijver heeft er de naam voor om als missionaris op te treden voor de schone letteren. Vanavond leest hij voor uit het werk van de Oostenrijkse proza- en toneelschrijver Thomas Bernhard tijdens het programma Zandman op Radio 1.

Thomas Bernhard Nachlaßverwaltungderivative work: Hic et nunc / CC BY-SA 3.0 DE (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/de/deed.en)
Tijdens een middagsessie van Broodje Brussel in het Goethe-instituut in 2011 getuigde de acteur, bekend van toneelgezelschap Stan en tv-reeksen als De Ronde en Terug naar Oosterdonk, al over zijn liefde voor Thomas Bernhard (1931-1989). De Schrijver gaf toe dat hij verslaafd is en dat hij zo goed als alles van de eeuwige kankeraar gelezen heeft, weliswaar in Franse vertaling, omdat zijn Duits niet goed genoeg is. Als het aan hem zou liggen, zou hij enkel Bernhard en Tsjechov spelen. Hij looft de muzikaliteit van de taal en de zwarte humor, die de vlammende scheldtiraden draaglijk maakt. Hij illustreerde dat wonderwel met lappen tekst van Bernhard die hij uit het hoofd kent.
Thomas Bernhard heeft inderdaad een schare fans, maar niet elke toneel- en literatuurliefhebber is voor hem gewonnen. Zijn werk bestaat vooral uit lange monologen die een heel repetitief karakter hebben en bol staan van overdrijvingen. Zijn hoofdpersonages, steevast intellectuelen en kunstliefhebbers die in hun eigen monomane gedachtegangen verstrikt raken, zijn herkenbaar door hun eenzaamheid, hun zwartgalligheid en hun haat jegens alles en iedereen. Ze gaan tekeer tegen de hypocrisie van de kunstenwereld, het collectieve falen van ouders en leraars, de nationaalsocialistische en katholieke erfenis van Oostenrijk en de eigen lafheid en middelmatigheid. Tot de favoriete woorden van Bernhard behoren weerzinwekkend (widerlich), stompzinnig (stumpfsinnig) en afstotelijk (abstossend).
Achter dat agressieve pantser – zo weet de fan – schuilt een onmetelijk verlangen naar schoonheid  en waarheid in een lelijke wereld van leugen en bedrog. De walging blijkt een overlevingsstrategie van een getormenteerde en kwetsbare ziel. Er zit veel passie in de niet aflatende woordenstroom. In onsterfelijke meesterwerken van de muziek, de schilderkunst en de filosofie vinden de personages troost, ook al gaan ze ook daar op zoek naar de fouten erin. De vriendschap en het voortdurende reizen tussen stad en platteland bieden eveneens momenten van rust en herkenning.
Zandman met Damiaan De Schrijver is op 9 april na het nieuws van 22 uur te horen op Radio 1. Alle afleveringen staan ook op de website van Radio 1.

Rewind: in de ban van Odysseus

Regisseur Michael De Cock pakte in 2017 uit met een heus bravourestuk. Hij liet de Odyssee van Homeros in de nieuwe vertaling in vijfvoetige jamben van Patrick Lateur integraal opvoeren. Een rist topacteurs en danseres Lisbeth Gruwez brachten de 24 zangen van het 2.800 jaar oude Griekse epos weer tot leven. Voor de toeschouwer werd het theater drie dagen lang een tweede thuis, waar je ongegeneerd kon bingewatchen. Nog een aflevering over de goddelijke held!

(c) Danny Willems, KVS

Gastvrijheid en wraak

De Odysee is het verhaal van een zwerver die thuiskomt, zoals de ondertitel van de vertaling luidt. De held van de Trojaanse oorlog, die de list met het houten paard bedacht, is gedoemd tot jaren van omzwervingen en ontberingen voordat hij voet aan wal kan zetten in zijn geliefde Ithaka. Hij rekent er hardhandig af met de vrijers die om de hand van zijn vrouw Penelope dongen en zijn bezittingen verbrasten. Hij is na 20 jaar weer thuis, herenigd met zijn opgroeiende zoon Telemachos en zijn oude vader Laërtes.
Het epos zit boordevol avontuur en poëzie en spreekt ook vandaag nog tot de verbeelding. Een bijzonder actueel thema is dat van de gastvrijheid. Filoxenia geldt in het oude Griekenland als een hoge deugd en wordt in het verhaal vaak in de praktijk gebracht, getuige de uitgebreide maaltijden en heerlijke geschenken die de held telkenmale krijgt aangeboden. De vrijers geven daarentegen weinig blijk van respect voor Odysseus, die zich bij zijn terugkeer eerst uitgeeft voor een anonieme bedelaar, en worden voor hun hoogmoed gestraft.
Want ook dat is de Odyssee: een verhaal waarin de wraak regeert en het mededogen ontbreekt. Het schetst een wereld van list en bedrog, waarin mensen een speelbal zijn van nukkige goden. Odysseus wordt zelf beschermd door oppergod Zeus en Athena, “de godin met de fonkelende ogen”, maar wordt geregeld op de proef gesteld door de toornige Poseidon. Een blik in Hades’ onderwereld leert dan weer dat elke mens bij zijn dood gelijk is en heldendom een illusie is: “Van alles wat er op de wereld ademt en kruipt, is niets zo nietig als de mens.”

Ode aan het vertellen

In de regie van De Cock bracht elke zanger een zang ten berde. De mise-en-scène was over het algemeen uiterst sober, zelfs karig te noemen: een verteller vertelde zonder veel decorstukken noch ondersteuning van beelden of muziek. De focus kwam daardoor wel volledig op het woord te liggen. Voor de acteurs was het een huzarenstuk om de monologen te memoriseren. In geval van nood konden ze terugvallen op een prompter, drie monitoren waarop de tekst liep, al maakte niet elke speler gebruik van dat vangnet. De marathonvoorstelling groeide uit tot een memorabele ode aan het vertellen. Het publiek hing aan de lippen van de bard van dienst, zoals in het epos zelf ook gretig geluisterd wordt naar de verhalen van de hoofdfiguur.
Het kruim van de Vlaamse en Nederlandse acteursgilde tekende present en de acteursprestaties waren navenant. Het is daarom moeilijk om uitschieters te noemen. Veel hing af van de intensiteit van het bedrijf en de draagwijdte van de stem van de acteur. Bij de jonge garde wist Bartel Jesper je meteen in de ban van het verhaal te brengen. Bij Jurgen Delnaet spatte de passie van het podium. Valentijn Dhaenens overtuigde met een feilloze dictie. Bruno Vanden Broecke viel ten prooi aan een genadeloze black-out, maar herstelde zich met een briljante sirenenzang. Stefan Perceval koos voor een fysieke performance met een bevrijdende dosis parodie en slapstick, wat zeker niet bij iedereen in de smaak viel. Gene Bervoets schitterende samen met zijn zoon in een wervelende Tarantino-eske scène.
Frank Focketyn, Tom Van Bauwel, Frank Dierens, Kris Cuppens, Lucas Vandervost, Bert Luppes, Tom Jansen, ze waren stuk voor stuk een plezier om naar te luisteren en te kijken. Elk vogeltje zong zoals het gebekt was. En Lisbeth Gruwez rondde magistraal af met een bezwerende dans, waarin je, na de vele woorden van mannen, de stille vrouwelijke lijdzaamheid, maar ook empathie en verbondenheid kon lezen.

Thuis en ontheemd

Een marathonvoorstelling is een unieke ervaring. Je raakt in een soort trance, het gevoel niet te willen stoppen zoals bij het bingewatchen van een geweldige tv-serie. Je lijkt buiten de wereld en de tijd te vallen. Er is opnieuw ruimte voor traagheid. De KVS wordt voor drie dagen je tweede thuis, waar je niet alleen geestelijk gevoed wordt, maar je je ook tegoed kan doen aan drankjes als Zinnebir en gingerbeer en Grieks geïnspireerde gerechten als een Penelopeslaatje en een Moussakalypso. Een verhelderend Odysseus-krantje kadert de talloze uitweidingen en intermezzo’s en haalt de essentie eruit.
De vermoeidheid voel je pas als de voorstelling voorbij is. Je bent weer thuis en voelt je tegelijk ontheemd, nu de barden zwijgen over de lotgevallen van Odysseus, de schrandere, en de woorden niet langer vleugels krijgen.
Odysseus. Een zwerver komt thuis ging in februari 2017 in première. In volle coranacrisis biedt de KVS de volledige marathon in dagelijkse afleveringen aan op zijn Facebook-pagina.

Rewind: Bollie en Billie keren terug naar Brussel

Het Europees Kampioenschap voetbal in Frankrijk was in volle gang toen mijn buurt in juni 2016 voor enkele dagen werd omgedoopt in een filmset. Een heuse filmcrew streek neer in Vorst voor opnames van een tweede prent over de stripfiguren Boule et Bill, in het Nederlandse taalgebied beter bekend als Bollie en Billie. De familiekomedie over het roodharige ventje en zijn cockerspaniël, een Frans-Belgische coproductie, kwam in 2017 in de zalen en is nu online te zien op RTBF.

Het verhaal speelt zich af in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Daarom rukt de filmploeg in de Boergondiëstraat stijlvolle oldtimers aan, die de moderne auto’s op straat verdringen. In het straatbeeld duiken oude reclameaffiches op, zoals van de schoensmeer Ça-va-seul. Een mededeling van een Republikeinse kandidaat in de Haute-Saône voor de verkiezingen van 1 mei 1973 (Vive la République!) doet je wenkbrauwen fronsen. Ernaast kondigt Circus Spanza zijn komst aan. Vorst Nationaal is afgedekt met een metershoge affiche voor een campagne tegen het achterlaten van huisdieren.

Een opname aan het oude internaat, dat in de film dienst als lagere school, lokt vele kijklustigen uit de buurt. Je ziet kinderen in begeleiding van hun ouders naar school wandelen. De volwassenen hebben retrokapsels en dragen lange rokken en broeken met olifantenpijpen. Wat ze zeggen, hoor je niet. De regieassistent en de crew manen de toeschouwers aan tot stilte en houden iedereen op afstand. Er zou maar iemand in beeld kunnen lopen. De opname wordt enkele keren overgedaan.

De dag erna spat er water op mijn raam. Een plotselinge regenbui op een zonnige dag? Nee, een man met een petje spuit de straat nat met een brandslang. Voor de filmopnames is blijkbaar een nat decor nodig. De buren komen kijken.

DSCN0474

Niet alleen in Vorst vonden opnames voor Boule et Bill 2 plaats. Dat was ook het geval in het Josaphatpark in Schaarbeek en aan het CBR-gebouw in Watermaal-Bosvoorde, waar de vader van Bollie werkt. Het gezin woont in de Brusselse rand in Sint-Genesius-Rode. 

De film brak uiteindelijk geen potten, noch bij de critici, noch bij het publiek. Le Monde sprak van een “overgeproducte komedie waar alles van bordkarton lijkt en niets werkt”. In Frankrijk gingen maar een half miljoen mensen kijken, terwijl de voorganger nog twee miljoen bezoekers naar de bioscoop lokte.

Bollie en zijn hond Billie zijn ontsproten aan de pen van de Brusselse tekenaar Jean Roba (1930-2006). Hij baseerde ze in 1959 op zijn eigen zoon en zijn cockerspaniël. Hij tekende gags en korte verhalen, die in het stripweekblad Robbedoes (Spirou) verschenen en in albums gebundeld werden. Zijn Franse assistent Laurent Verron nam de reeks in 2003 over. Eind 2016 nam het duo Jean Bastide (tekeningen) en Christophe Cazenove (scenario) de fakkel over.

In de Reebokstraat vlak bij het Vossenplein is een stripmuur gewijd aan Bollie en Billie. Tom Frantzen maakte een bronzen beeld van de stripfiguren, dat sinds 2000 in Jette staat, tussen de Heymboschlaan en de Engelandlaan, enkele honderden meters van de plek waar Roba decennialang woonde. 

Bollie en Billie - Tom Frantzen

Boule et Bill 2 is nog twee dagen beschikbaar op de website van RTBF.

Rewind: Arm Brussel herlezen

Toen Geert Mak voor zijn fascinerende reis door de twintigste eeuw van Europa Brussel aandeed, legde hij zijn oor te luister bij een gezaghebbende connaisseur: Geert van Istendael. De essayist, dichter en oud-journalist publiceerde in 1992 Arm Brussel, dat uitgroeide tot een onmisbare klassieker in de literatuur over Brussel. In 2013 verscheen een nieuwe, herwerkte editie. Ik volgde de sporen van Van Istendael.

Wat de lezer meteen opvalt, is dat de geschiedenis van Brussel veel plaats inneemt in het boek. Wie de stad van vandaag wil begrijpen, moet volgens de schrijver haar verleden kennen. Van Istendael blijkt een belezen en bevlogen geschiedenisleraar, die met veel zwier vertelt over oude en nieuwe tijden. Hij beschrijft onder meer de opstand van de geuzen tegen de Spaanse koning Filips II, brengt het oogstrelende kasteel op de Koudenberg, dat in 1731 afbrandde, in herinnering en schetst een portret van de burgemeesters Jules Anspach, Karel Buls en Adolphe Max.
Zijn passie viert hij bot op een aantal stokpaardjes. Zo beklemtoont hij meermaals dat Brussel in zijn meer dan duizendjarige bestaan meestal Nederlands heeft gesproken. Tot diep in de negentiende en wellicht zelfs twintigste eeuw sprak de overgrote meerderheid van de bevolking Brabants. Een Franstalige die dat betwist, heeft “geen flauw benul van Brussel”. Nu is Brussel een stad van hyperdiversiteit en allestaligheid, waar geen enkele groep nog een meerderheid heeft.
Een andere dada van Van Istendael is dat Brussel zichzelf onophoudelijk “vernield, verscheurd, opengebroken, besmeurd en verkracht” heeft. In andere steden zijn daar oorlogen voor nodig, maar in Brussel gebeurde het in vredestijd, in naam van de vooruitgang, uit geldgewin, door wanbestuur en ter meerdere eer en glorie van België en Europa. De “manke, melaatse bruid”, die in de voorbije eeuw gefolterd werd door Belgische en Europese bureaucraten, politici en zakenlieden, minacht zichzelf en moffelt haar verleden weg.
Zoals de bovenstaande citaten aangeven: Van Istendael beschikt over de gave van het woord en gebruikt zijn stilistische brille graag voor polemische doeleinden. Als minnaar van de stad mag hij zich kritisch uitlaten over zijn geliefde. De overdrijving is daarbij zijn favoriete stijlfiguur.
Wie van Arm Brussel een objectief relaas verwacht, is eraan voor de moeite. De schrijver grossiert in meningen, kankert erop los en verliest de nuance al eens uit het oog. Zijn scepticisme tegenover de huidige EU, zijn orangistische gezindheid en zijn literair-culturele voorkeuren steekt hij niet onder stoelen of banken. Het effect is dat ik bij de zoveelste tirade (in de Europese wijk ontwaart hij “torens die nederig smeken om tot puin te worden geramd door een terroristisch vliegtuig”) de schouders ophaalde en verlangde naar een ander perspectief.
Toch verdient Van Istendael hulde voor de verrijkende inzichten die hij biedt en zijn gedrevenheid. Het mooist komt dat tot uiting in zijn lezenswaardige hoofdstuk over literatuur in Brussel. Ten onrechte vergeten schrijvers als Odilon-Jean Périer en Jos de Haes brengt hij voor het voetlicht. De dichter Jan Van Nijlen laat hij als vanouds een glas drinken in het Ukkelse instituut Au Vieux Spijtigen Duivel. E.L.T. Mesens eert hij als een van de uitvinders van het surrealisme. En hij eindigt bij zijn internationale vrienden van het Brussels Dichterscollectief, dat zich in 2009 waagde aan een Europese grondwet in verzen.
De nieuwe editie van Arm Brussel van Geert van Istendael verscheen in oktober 2013 bij uitgeverij Atlas Contact.

Rewind: Lukaku’s leraars

Is De school van Lukaku de zoveelste realityshow, ditmaal opgehangen aan een jonge Bekende Voetballer? Nee, het programma is zo veel meer. Het schetst een genuanceerd en indringend portret van een multiculturele school in Anderlecht. Het toont met veel respect de leefwereld van jongeren en de inspanningen van de leraars om hen goed onderwijs te verschaffen. Het is niet alleen maatschappelijk relevante, maar ook creatieve, verrassende en originele tv. Kortom: Woestijnvis grand cru.

De School van Lukaku volgt het reilen en zeilen van leerlingen op het Nederlandstalige Sint-Guido-Instituut gedurende het schooljaar 2009-2010. Voetbalclub Anderlecht heeft zijn talenten in die school ondergebracht. De bekendste onder hen is de 16-jarige Romelu Lukaku, de hoop van het Belgische voetbal. Hij en zijn gezin (onder meer zijn Belgisch-Congolese vader Roger en zijn jongere broer Jordan) komen aan bod in de serie, maar evengoed medeleerlingen als Mohamed, Nerma, Amra, Jonathan, Marco. Elk van de tien afleveringen heeft een centraal thema: geloof, liefde, geld, leven in Brussel, enz. De thema’s worden via klasdiscussies belicht. De leerlingen geven aanvullende meningen via een webcam thuis. De reeks toont beelden van het leven buiten de school, meestal voorafgegaan door een statusupdate van de leerlingen op Facebook.
De ontwapenende Bosnische zusjes Nerma en Amra zijn terecht uitgegroeid tot publiekslievelingen die een forum krijgen in De Standaard of De Laatste Show. Maar ook Mohamed steelt geregeld de show. In de klas zegt hij dat hij geen allochtoon genoemd wil worden, want hij is hier geboren. De lectuur van een boek is hem misvallen omdat het over een homoseksuele relatie gaat. Hij is zeer gehecht aan zijn grootvader die hem grotendeels heeft opgevoed. Hij is een diepgelovige moslim, maar een gebed missen vindt hij geen ramp. In de ruime familiekring zien we hem zitten naast zijn stokoude overgrootmoeder. Hij vertaalt haar Arabische geweeklaag in het Nederlands: ze heeft genoeg geleefd, ze wil graag dood. Zijn kleine zusje breit onmiddellijk erna een scabreus einde aan de Vlaamse klassieker Schipper, mag ik overvaren: “Wat moet ik doen? Mijn broek afdoen? “
De school van Lukaku toont dat Anderlecht meer is dan rellen, criminaliteit en sociale ellende. Het programma geeft jongeren van andere origine een gezicht, vertelt hun verhaal. Uiteindelijk zijn het allemaal ketjes met hun bezigheden en beslommeringen. De reeks bevestigt sociologisch onderzoek dat de jeugd van tegenwoordig een stuk conservatiever is. Ze vindt discipline en respect belangrijk en gelooft opnieuw in het huwelijk. Vooral moslims krijgen van thuis uit oubollige opvattingen mee: de wereld is door God geschapen, homoseksualiteit is onnatuurlijk en fout, ouders mogen hun kinderen slaan. Het belang van onderwijs in de ontwikkeling tot kritische burgers kan daarom niet onderschat worden. Het Sint-Guido-Instituut, dat leerlingen van tientallen nationaliteiten begeleidt, verdient daarvoor een pluim.
Tot slot is De school van Lukaku ook een verademing in vergelijking met andere realityprogramma’s. Mensen wordt in hun waarde gelaten. Niemand wordt weggestemd, weggepest of anderszins afgebroken. De makers gaan niet op zoek naar het conflict en de sensatie, maar tonen zich oprecht geïnteresseerd in de jongeren. Daarom alleen al verdienen de woorden van Lukaku navolging: “Allemaal checken, dit is mijn school”. De lovende kritieken geven hem gelijk.
De school van Lukaku liep in 2010 op tv en is deze zomer, tot en met 31 augustus, opnieuw te zien op VRT NU.

Rewind: Lux live

Vandaag is het #zwartedonderdag.  Radio 1 neemt op passende wijze afscheid van radio-icoon en levende muziekencyclopedie Luc Janssen. We doken in ons archief en vonden een bespreking uit januari 2009 van zijn tv-programma Lux, dat opgenomen werd in het Amerikaans Theater.

Op kille, donkere winteravonden is het verleidelijk om je in een luie stoel te nestelen en, al dan niet van een fleece dekentje voorzien, naar tv te kijken. De recente kijkcijferpieken bewijzen dat nog maar eens. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. Je hoeft ervoor de tv zelfs niet te missen. Ik ging deze week naar een opname van het Canvas-cultuurprogramma Lux.

(c) Tom Cornille

Na een lange tramrit, een wandeling door een duistere voetgangerstunnel en onvrijwillig pootjebaden in de plassen van een geïmproviseerd paadje bereik ik mijn bestemming: het Amerikaans Theater. Een mastodont die bij mij vooral herinneringen oproept aan Expo 58 en de legendarische Pak De Poen Show met de gebroeders Verreth. Nu vinden er soms nog tv-opnames plaats en de ontkoppelde Radio 2 heeft er zijn stek.
Aan de balie word ik doorverwezen naar een in rood licht badende ingang. En inderdaad, de affiches van Lux wijzen mij de weg. Als ik aan de vestiaire mijn jas ophang, zie ik sporen van vergane glorie: een stokoude telefoon, nummerbordjes met BRTN erop. Ook het al wat oudere en bezadigde ontvangstpersoneel past in dat plaatje. Welkom bij De Collega’s!
Maar daar is de blitse presentator van vanavond al: Luc Janssen komt het publiek zeggen dat de opname vertraging heeft, omdat de saxofonist van Lady Linn zijn instrument heeft laten liggen in de trein. Dus er is nog tijd om in de foyer een tweede Leffe te bestellen. De sponsor biedt vijf van zijn biervariëteiten aan, waaronder een kerstbier en Radieuse. Er liggen ook borrelhapjes klaar: chips, kaas en salami. De circa 35 mensen die zijn opgedaagd, hebben zich aan de kledingvoorschriften gehouden, zodat het lijkt alsof sommigen net van een begrafenis komen.
Twintig minuten later dan voorzien, kunnen we de opnamestudio betreden. De set bestaat uit een rood tafeltje en twee stoelen, omgeven door enkele doorzichtige doeken. Aan de wanden hangen schermen waarop de door de centrale gast gekozen fragmenten geprojecteerd worden. Het staande publiek wordt strategisch verspreid en deelt de studio met de opnameleider, vaste en bewegende camerateams, licht- en geluidstechnici. Geen publieksopwarmer of applausmeester vanavond. We mogen lachen en applaudisseren wanneer we willen, maar we mogen de studio pas verlaten als de opname achter de rug is. De bedoeling is in één take op te nemen.
Tien seconden voor de opname, klinkt het dan. Vijf, vier…Er ontspint zich meteen een boeiend gesprek tussen Luc Janssen en de Gentse theatermaakster Pascale Platel. Luc Janssen is bijzonder goed voorbereid, gebruikt een rijke, soms lyrische taal en luistert uitstekend naar zijn gast, “Maria Pascallas met besmeurde, witte laarsjes”. Pascale Platel heeft een eigenzinnige selectie gemaakt van inspirerende cultuurmomenten en –monumenten. Ze praat over de tragiek van vrouwelijke iconen, de eenzaamheid, de ontoereikendheid van menselijke communicatie en haar zoektocht naar vrijheid in relaties. Ze verkleedt zich naar eigen zeggen graag in zichzelf en ziet in de dagelijkse realiteit vaak beelden van Edward Hopper. Ze herinnert zich hoe ze als jong meisje opgedirkt op een muurtje zat, kijkend naar de straat en wachtend tot er iets gebeurde. Hoe ze na een film van Fassbinder de kluts kwijt was en tegen een paal liep.
Het uur is snel voorbij, en enkel als Lady Linn haar nummer brengt (met bassist, maar zonder saxofonist), moet de opname om cameratechnische redenen twee keer worden stilgelegd. En op het einde is er nog een extra camerabeweging nodig.
Na de opname is er gelegenheid voor een nadronk, terwijl op de tv aan de bar een bekerwedstrijd voetbal getoond wordt. Ik bestel maar niet met “Pascale, nog een dagschotel!” De Leffe 9 geniet opvallende populariteit. Ook het opnameteam heft moe, maar tevreden het glas. En maakt zich al zorgen over een van de volgende gasten: Hoe zal Arno het ervan af brengen?
Als ik naar huis ga, bedenk ik dat je in je woonkamer het afgewerkte eindproduct in comfortabeler omstandigheden ziet. Als je een opname bijwoont, zie je het programma onder je ogen ontstaan – met mogelijke mankementen, langere rij- en wachttijden en scènes die de eindselectie niet halen. Vermoeiender en onvoorspelbaarder, maar actiever en levendiger. Tv, maar dan echt.

Rewind: president voor een dag

Vier jaar geleden, bij de federale, regionale en Europese verkiezingen, mocht onze blogger opdraven als voorzitter van een stembureau. Hij vond het een verrijkende ervaring, maar is ook wel blij dat hij morgen niet opgeroepen is als voorzitter of bijzitter, maar enkel zijn stem moet uitbrengen.
Je moet er iets voor over hebben om een dag als ‘monsieur le président’ door het leven te gaan. Als voorzitter van het stembureau 63 in Vorst werd ik zondag om 7 uur stipt in het kieslokaal verwacht. De werkdag duurde door de traagheid van de administratieve controles uiteindelijk tot 9 uur ’s avonds. Ter voorbereiding had ik al een infovergadering bijgewoond en de instructies en documenten grondig doorgenomen. Ik vond dat ik mijn snipperdag de dag erna wel verdiend had.

Verkiezingen zijn het feest van de democratie. Elke burger mag naar eer en geweten zijn stem uitbrengen en kiest de volksvertegenwoordigers die de politieke arena betreden en de komende jaren belangrijke maatschappelijke keuzes maken.
Als voorzitter van het stembureau beleefde ik het schouwspel vanop de eerste rij. Ik zag buurtbewoners van allerlei pluimage naar de stembus gaan. Ik mocht zelfs sommige mensen, vooral ouderen en mensen met migratieachtergrond, in het stemhokje begeleiden. Vragen om stemadvies wimpelde ik beleefd af (“je suis neutre”), maar als ze erom vroegen, gaf ik wel toelichting en leidde ik ze door de elektronische stemprocedure. Sommige kiezers hadden alvast een briefje bij zich waarop de naam van hun kandidaat prijkte.

Continue reading