Dat kunstenaar Arne Quinze niet overal graag gezien is, hoeft misschien niet echt te verbazen. Zijn constructies in de openbare ruimte zijn immers vaak imposant, groot en kleurrijk. Het lijdt geen twijfel dat dergelijke kunstwerken een impact hebben op hun omgeving, dat ze talk of the townworden.
Tussen het Vlaams Parlement en het Huis van de Volksvertegenwoordigers heeft Quinze ook in Brussel een reusachtig kunstwerk neergezet. Op een stuk van de Leuvenseweg, een klein en rustig kasseien straatje, staat sinds 2008 een immens werk van 15 meter hoog en 80 meter lang. Bovenop enkele metalen steunpilaren, beweegt een wolk van duizenden oranje en bruine houten blokjes van gevel naar gevel.
België blijft een ongelooflijk fascinerend land. Aan de ene kant heb je hier die extreme gezelligheid, zoals afgelopen zondagavond op het Bal National in de Brusselse Marollen. Maar aan de andere kant heb je talloze overheidsinstellingen die zichzelf heel erg serieus nemen. Zelfs met een groots vertoon van de politie, de brandweer op de Nationale Feestdag in het stadscentrum van de hoofdstad van het surrealisme. Een reportage van een 24 uur durend feest.
Op het Vossenplein kwamen 15 000 mensen zingen, dansen, drinken en genieten op het Bal National. Ster van de avond was Belle Perez. Ik had nooit gedacht dat ik ooit op één van haar concerten zou belanden.
Het is 143 jaar geleden dat de Brusselaars hun rivier, de Zenne, aan het daglicht onttrokken door haar te overwelven. Haar stroomgebied is veranderd in industriële, uitgaans- en arbeiderswijken. Hoe ziet dit stuk stad er tegenwoordig uit en welke ontwikkelingen vinden hier plaats? Om hier een antwoord op te krijgen trokken we met een groep fotografen, genaamd Stadsbiografie, wekelijks door dit gebied. Ons resultaat is vanaf 3 juli te zien in de Sint-Gorikshallen in Brussel. Hier kun je alvast een voorproefje nemen van onze tentoonstelling.
Om mijn eigen fotografische skills aan te scherpen, vertoefde ik heel wat woensdagavonden en zaterdagnamiddagen in het Brusselse Zennedal. Dit dal is vrolijk in het stadscentrum, waar de rivier enkele uitgaanswijken doorkruist, maar soms ook rauw of zelfs desolaat in de Kanaalzone, waar zij industrieterreinen en oude volkswijken doorkruist. Op die manier kwamen we heel wat interessante fotografische plaatsen tegen. Ook hadden we een aantal interessante ontmoetingen met mensen die langs de Zenne leven. Paapsemlaan, Anderlecht, Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sommige industriële activiteiten zijn gestaakt waardoor er enkel industriële archeologie overblijft. En dit nodigt uit tot “urban exploring”, het ontdekken van desolate stedelijke gebieden.
Het Atomium is wereldberoemd. Best wel schandalig dat ik er tijdens mijn jarenlang verblijf in België nog nooit in was geweest. Ik bezocht het gebouw en was onder de indruk. Want dit gebouw is niet alleen leuk aan de buitenkant, het is ook nog eens hartstikke flitsend aan de binnenkant! Een fotoreportage van een Brussels symbool.
Je ziet het goed. Ik heb toestemming gekregen van de verenigingen Atomium en Sabam, een soort Belgische Buma/Stemra. Dit omdat het beeld van het Atomium auteursrechtelijk beschermd is door zijn ontwerper, André Waterkeyn. Deze auteursrechten vervallen pas in het jaar 2076.
Het einde van je werkdag komt in zicht. Soms is het moment daar vooraleer je het beseft. Soms moet je jezelf nog wat voortslepen. Maar de beloning is zo goed als elke dag dezelfde. Je mag toegeven aan die sluimerende vermoeidheid, of je kan alles opzij zetten en uitkijken naar andere belevenissen. En je haast je op weg naar huis, want je wil voor het donker thuis zijn. Je weet dat je dan liever al aan de tafel zit, of in de zetel, of aan je bureau. Zo gaat dat immers met avonden, elke dag opnieuw.
Als een nevel daalt de nacht over de stad neer. Met wat klein geluk priemen de laatste zonnestralen tussen enkele gebouwen net wanneer je langsloopt. Of steken enkele lichtrode en oranje wolken zich af tegen het blauw in de lucht dat stilaan donkerder wordt. Maar wat gebeurt, is onherroepelijk. De nacht is allesomvattend. Neonlichten doen ons iets anders geloven, maar duisternis loert om elke hoek.
De beelden die op je netvlies staan gebrand, worden betekenisloos. Het diffuse donkergele licht van straatlantaarns geeft de omringende gebouwen en straten een dreigende uitstraling. Enkele goedgekozen lampen maken met hun invallende lichtstralen de omgeving net vrediger. Als de lantaarns kapot zijn, blijft alleen een lugubere leegte achter. De aanblik en de vorm zijn veranderd. De stad is veranderd.
De omstandigheden bepalen het gevoel. Nog meer dan overdag laat Brussel je ’s nachts dromen, laat de stad je verdwijnen en schept ze nieuwe verwachtingen. Andere, soms duistere, krachten, nemen de bovenhand. “Nachtlucht bevat de meest eigenzinnige smaken,” zong Jamie Woon. Niemand die het kan vatten, niemand die het wil proberen. Maar het biedt een bodemloos vat aan inspiratie. De nacht betekent eenzaamheid, stilte en duisternis. De nacht betekent vrijheid, vreugde en verleiding. “Ik wil deze nacht in de straten verdwalen,” riep Wannes Van de Velde.
En toch wordt aan het einde alles weer lichter. De eerste zonnestralen doorklieven de donkere wereld, terwijl hier en daar de draad weer wordt opgepikt. De ene omarmt het eerste licht, de andere verafschuwt het. De nachtelijke realiteit maakt plaats voor de dagelijkste routine. De roes mondt uit in een stekende hoofdpijn. Eerder verschenen op http://bxlen.wordpress.com.
Heb je zin in een ouderwets museum vol militaire kunstwerken? Bezoek dan zeker het Legermuseum in Brussel. Enkel hier zie je tientallen Belgische vlaggen bij elkaar, talrijke fanfareobjecten en naar de grond kijkende poppen die de lokale troepen vertegenwoordigen. Maar de echte trots van het museum zijn tientallen vliegtuigen die kriskras in een oude hal zijn opgesteld, met als topstuk een echte Caravelle, die onbereikbaar is voor de gewone mens. Reis digitaal mee door deze publiekstrekker van formaat!
Het Legermuseum ligt in een gebouw naast de triomfboog in het Brusselse Jubelpark. En het is heel erg groot.
In de tweede helft van de 19e eeuw was Brussel het toevluchtsoord voor heel wat kunstenaars en schrijvers uit heel Europa. Ook de beroemde Oostenrijkse neuroloog Sigmund Freud trok in oktober 1882 doorheen de stad. Enkele dagen later blies hij de loftrompet over Brussel in een uitgebreide brief aan zijn verloofde, waarin hij zijn ervaringen deelde en zijn verwondering niet schuwde.
Lees hem op http://bxlen.wordpress.com/.
Het Dudenpark in Brussel is een mooi park. Minder mooi hieraan is dat het gefinancierd is geweest met geld uit de voormalige kolonie Congo. Koning Leopold II was de opdrachtgever. Hij is nog altijd prominent in het park aanwezig in de vorm van een standbeeld. Niet iedereen vindt hem even controversieel. Want sommige passanten kussen het standbeeld zelfs!
Koning Leopold II kijkt vanuit het Dudenpark uit op zijn andere markante creatie: het Justitiepaleis, het meest megalomane gebouw van heel België.
De feestdagen raasden, zoals gebruikelijk, in hoog tempo voorbij. Van het ene aperitief verplaatste ik mij naar het andere diner. De warmte van vrienden en familie maakt ondertussen weer snel plaats voor de ontnuchtering. Ik beslis om weer wat minder te eten en te drinken. De pakjes onder de kerstboom zijn uitgedeeld. De kerststalletjes raken stilaan uitgeput. Maar toch ligt er iets op mijn maag.
Niets nieuws, want het overvalt mij elk jaar rond deze tijd. Het begint wanneer de dagen beduidend korter worden en de overheid haar winteropvang opstart en thuislozen een plek geeft om te overnachten. De wintermaanden zijn voorlopig nog niet erg koud geweest, maar als ik elke avond opnieuw een ellenlange rij mensen zie aanschuiven, in de buurt van de Botanique, voor een warme maaltijd en een slaapplaats, dan breekt mijn hart. Ik kan hen niet echt helpen, denk ik, maar ik word er niet graag mee geconfronteerd.
Het kan ook anders. Omdat niemand weet wat het is om in armoede te leven, besloot Brussels parlementslid Carla Dejonghe namelijk om een maand lang met 180 euro rond te komen. Moedig, maar niet onoverkomelijk. Haar verwarming staat intussen opnieuw enkele graden hoger en ze kan terug op stap met haar vriendinnen. “Het is niet mogelijk om een beeld van de arme Brusselaar te schetsen,” zegt ze als ik haar enkele weken geleden interviewde. “Als ik intussen iets begrepen heb, is het wel dat iedereen in armoede kan terechtkomen.”
De winter komt eraan, maar is er nog niet. Het wordt echter voelbaar aan de ijzige wind die af en toe de kop opsteekt, aan de kortere dagen en de koudere temperaturen. Zichtbaar ook aan de kerststalletjes in de straten en op de pleinen in het centrum, aan de bomen wiens bladeren hun weg naar de grond intussen gevonden hebben en aan het diffuse zonlicht.
Om verschillende redenen hou ik van deze periode van het jaar. Er gaat niets boven de kleurenpracht die je aantreft in de Brusselse parken. De stad wordt voor even zelf een feeëriek en schilderachtig landschap. Slechts een moment kan in deze tijd een nog authentieker beeld van de stad oproepen: wanneer de zon, laag aan de hemel, door het wolkendek breekt.
Het najaar kent weinig zonnige dagen, maar wanneer de zon verschijnt, lijkt het wel alsof er een Instagramfilter voor onze ogen wordt geschoven. Het zonlicht dat in de zomermaanden tot in alle hoekjes doordringt, doet nu door zijn lagere invalshoek dienst als een spot, die slechts dat deel van Brussel benadrukt dat gezien hoort te worden. De gouden koepel van het justitiepaleis schittert zoals hij dat alleen in deze periode doet. De torens die de Brusselse skyline vormgeven, van de Zuidertoren tot de torens aan Madou en het noordstation, vormen een spiegelpaleis. Het contrast tussen de weerspiegelende zonnekant en de in duisternis gehulde schaduwzijden zorgen voor een dromerig schouwspel voor al wie in de kruidtuin even staat uit te waaien.
De herfst loopt op zijn einde, en de temperaturen nemen de komende weken ongetwijfeld nog een duik, maar de zon zorgt zeker nog voor schitterende stadsgezichten. Een laagje sneeuw zou dat alleen nog mooier maken.
Ter illustratie vind je enkele beelden terug op http://bxlen.wordpress.com.