Zijn Belgische chaotische taferelen een mislukking? Volgens kunstenaar David Helbich niet. Want trappen die nergens naar toe leiden, verkeersborden die handmatig overschilderd worden en fietspaden die onderbroken worden door hekken zijn oplossingen, ‘Belgian solutions’. Hij publiceerde een fotoboek vol van Belgische oplossingen, wat als zoete broodjes over de toonbank gaat.
Kunstenaar David Helbich toont voorbeelden van Belgian Solutions op zijn fotocamera. (Foto: Jochem Oomen)
Een uitzinnige menigte veert recht en schreeuwt van verwachting. Met kippenvel op de armen en een gelukzalige blik in de ogen grijpt iedereen naar zijn smartphone of fototoestel op het moment dat de Rode Duivels uit de spelerstunnel tevoorschijn komen. Elf eenvoudige mannen zijn sterren bij hun ploeg en goden in eigen land.
Dat zelfs een doodgewone oefenwedstrijd tegen Colombia uitgroeit tot een nationaal volksfeest, zegt veel over de buitengewone verwachtingen. Het maakt intussen de mogelijke kater in juli des te groter. Uren van tevoren wordt de omgeving van het Koning Boudewijnstadion afgesloten voor verkeer. Regen, koude noch wind houden de tienduizenden fans thuis. Er weerklinkt muziek, er wordt gezongen, er wordt gedanst. Jupiler wordt met liters tegelijkertijd aangevoerd. Het is aanschuiven, want frieten en hamburgers leggen een goede fond.
Doorgaans is het Atomium het lichtbaken van deze buurt, maar vanavond staat het stadion in lichterlaaie. De enorme verlichtingspalen langs de vier hoeken van het veld moeten van heinde en verre te zien zijn. In het stadion staat het felgroene gras in schril contrast met de andere kleuren. De ontelbare schakeringen rood en geel en rood en zwart en rood worden slechts in een enkele hoek onderbroken door het beperkte geel-wit-blauwe legioen Colombianen.
“Ik hou van Brussel omdat achter elke hoek een andere wijk, met een heel andere sfeer, schuilt,” vertelde Brussels schepen Ans Persoons mij toen ik haar vorig jaar interviewde. Daar moest ik aan denken toen ik onlangs op een rustige woensdagnamiddag op tram 92 zat. Die brengt je immers van het station van Schaarbeek dwars doorheen de bovenstad naar het rijke Fort-Jaco in Ukkel.
Ongeveer een uur krijg je om in gedachten verzonken voor je uit te staren, maar evengoed kan je die tijd gebruiken om je ogen de kost te geven en de voorbijrazende omgeving in je op te nemen. Je hebt mogelijkheden genoeg, trouwens, om onder de indruk te zijn, want je rijdt langs het majestueuze gemeentehuis van Schaarbeek, omringd door grote 19e-eeuwse herenhuizen, langs het piepkleine Egmontpark aan de Kleine Zavel en langs het Poelaertplein, waar je een schitterend uitzicht hebt over de benedenstad.
De tram rijdt nadien doorheen de blinkende Louizalaan om snel rechtsaf te slaan en via de bedrijvige Charleroisesteenweg en Brugmannlaan Ukkel in te duiken. Daar waar die de Winston Chruchillaan kruist, krijg je pas goed in de gaten dat je in een ander stadsdeel bent terechtgekomen. De mooie verzorgde huizen komen volledig tot hun recht door de rijzige platanen, maar staan in schril contrast met de gezellige chaos en het amalgaam van handelszaken op de Haachtsesteenweg in Schaarbeek.
Enkele weken geleden moest ik ter gelegenheid van de onovertroffen Schrijf-ze-vrijdag van Amnesty International op het Muntplein zijn. Een bende musicerende jongeren en een groep scholieren, die de befaamde stoelenscène van Rosas danst Rosas van een eigen interpretatie voorzag, zorgden voor de sfeer. De stralende zon omhulde de honderden brievenschrijvers met een mooie nazomerse warmte.
En toch kon ik er niet omheen. Deze keer waren het niet de Muntschouwburg en het fameuze Café de l’Opéra die mijn aandacht trokken, wel de volledig verbouwde en heringerichte bibliotheek. Open, helder en bovenal uitnodigend. Een uitgestrekte infobalie en een majestueuze trap die je cirkelend rond het hart van de bibliotheek van de ene verdieping naar de andere brengt, van de kinderboeken naar de fictie naar de non-fictie. Maar de bib wil ook een oord zijn waar je heen kan als je rustig, met een koffie in de hand, je krant wil lezen of als je internet wil raadplegen. Je kan er terecht om videospelletjes te spelen, om te studeren en zelfs om hier en daar een debat of een lezing mee te pikken. En dat is mooi, want op die manier wordt MUNTPUNT wel degelijk een aan te kruisen punt in de stad.
Het was mij trouwens op een donkere en kille zaterdagavond in maart, tijdens Museum Night Fever, al opgevallen hoe mooi het daar kon zijn. Sinds de herinrichting van het plein, met de gecreëerde open ruimte en de fijne speelse fonteinen, is het goed om te zien dat op de plaats waar mensen terechtkomen als ze de Nieuwstraat, de Kleerkopersstraat of de metro uitwandelen, een plek ontstaat waar je ook gewoon eens kan rondhangen en een verloren kwartiertje waardig kan opvullen.
Je keert je rug evenwel beter niet naar de Munt of de bibliotheek, want het duurt niet langer dan dat en je wordt teruggeworpen naar een tijd waarin afzichtelijke ontwerpen het nog konden halen. Het kruisvormige administratieve gebouw van de stad oogt donker, troosteloos en is volledig misplaatst. De sokkel van het gebouw wordt binnenkort vernieuwd, las ik onlangs, maar dat zal niet genoeg zijn. Weg ermee! Zet er iets Brusselwaardig! Eerder verschenen op http://bxlen.wordpress.com/
Een lasershow boven het kanaal, een schip dat vuurpijlen de lucht in schiet en een lichtgevende toren van Pisa. Dat kun je zien tijdens het Brussels Lichtfestival. Deze dagen is de rauwe stadshaven ‘s avonds voor even een sprookjesachtige omgeving. Wij gingen kijken en genoten van het spektakel. Een lichtgevende toren van Pisa verwelkomt de bezoekers.
De Brusselaar René Magritte werd in de vorige eeuw wereldberoemd met zijn surrealistische schilderijen. Ik vroeg mij altijd af waar hij toch die inspiratie vandaan haalde. Sinds ik in Brussel woon, begrijp ik waar het vandaan komt. Magritte keek gewoon goed om zich heen en zag het ene na het andere surrealistische tafereel. Sommige dingen zie je namelijk alleen maar in Brussel en nergens anders ter wereld. Reis virtueel met me mee door het surrealistische Brussel!
Belgische bouwwerkzaamheden leveren vaak interessante taferelen op. Zo ook onder het Schumanplein. Vlak onder het gebouw van de Europese Commissie krijgt men het namelijk voor elkaar om een ondergronds viaduct te bouwen. Elders liggen viaducten boven de grond. Zou het ondergronds viaduct een Brusselse uitvinding zijn?
Jaune Toujours is al ruim tien jaar bekend als Brusselse band met een heel eigen geluid. Een mengelmoes van stijlen, samenwerkingen en pakkende teksten doen festivalgangers in binnen- en buitenland uit hun bol gaan. En er is goed nieuws: deze week ligt de nieuwe cd ‘Routes’ in de platenbakken. We waren benieuwd en spraken frontman en activist Piet Maris.
De bandleden van Jaune Toujours. (Foto: Alex Vanhee)
Oktober startte veelbelovend, maar de zon en zachte temperaturen maakten snel plaats voor een grijze en druilerige omgeving. De troosteloze stad geeft plots niet meer dezelfde indruk als enkele weken geleden. De heldere open ruimtes worden desolate plekken, de groene lanen krijgen een bruin tapijt in ontbinding, de vrolijke mensenmassa wordt een haastige eenzaat.
Dergelijke tussenseizoenen geven mij de kans om te bedenken dat het niet altijd zo hoeft te zijn. Het is een aankondiging van iets nieuws en een bevestiging dat herfst volgt op zomer, zomer volgt op lente, lente volgt op winter, en winter volgt op herfst. Het is ook de aankondiging van een seizoen vol wonderschone gebeurtenissen. Er gaat niets boven een frisse herfstwandeling in het Zoniënwoud, waar je overvallen wordt door de ontelbare schakeringen groen, rood, geel en bruin. Er gaat ook niets boven een koude zonsopgang aan een helderblauwe hemel.
Een jaar telt vier seizoenen. En een oneindige variëteit aan indrukken. Met wat klein geluk krijg ik de mogelijkheid om die ene indruk, dat verbazingwekkende moment te kunnen vastleggen met mijn smartphone.
Een impressie van een stad die geen dag dezelfde blijft, vind je op http://bxlen.wordpress.com/.
Het is acht uur in de morgen en ik wacht op de tram. De ochtendlijke geluiden die de start van een nieuwe dag aankondigen, omringen mij. Het helse tempo van de auto’s en het ongeduldige getoeter geven niemand de kans om te dagdromen maar houden iedereen alert. De rolluiken van de krantenwinkel gaan omhoog. De eerste bakken met groenten en fruit worden buitengedragen. Brood en ontbijtkoeken liggen uitgestald in de bakkerijen. Schoolkinderen en hun moeders haasten zich. Er wordt geroepen en gevloekt, gepraat en gelachen.
Wanneer de tram om de hoek van het merkwaardige Poggeplein dendert en ik ben opgestapt, krijg ik het onmiskenbare gevoel een andere wereld te zijn binnengestapt. Het is alsof je heel abrupt van de buitenwereld wordt afgesloten, alsof je in een lift stapt en de deuren met een plof dichtvallen. Rustig en beheerst dringen de geluiden gedempt binnen. Slechts heel af en toe is er een korte gezamenlijke beweging, wanneer de tramdeuren zich openen en weer sluiten aan de haltes.
Verscholen achter de vrijstaande, 17e-eeuwse klokkentoren op het Sint-Katelijneplein opende in 2006 de CENTRALE for contemporary art. Het gebouw waarin deze tentoonstellingsruimte zich bevindt, was meer dan een eeuw geleden de plaats waar de allereerste elektriciteitscentrale van de stad Brussel werd gebouwd.
Het industriële pand ligt ingesloten tussen de kantoren van de Open VLD, de Savagan en de restaurantjes in de Sint-Katelijnestraat, maar is desondanks zeer licht en open. Het was dus met enige verbazing dat ik afgelopen week deze verborgen kunstparel ontdekte voor de tentoonstelling Baz(a)r Belg(i)e.
Recensent, schrijver en kunstcriticus Claude Blondeel kreeg van Klara immers de kans om zijn lange carrière op een bijzondere manier af te sluiten. Door middel van een aantal radio-uitzendingen, een boek en enkele cd’s kon hij zijn eclectische kijk op de Belgische kunstwereld nog een laatste keer met ons delen. De interesse was onverwacht groot en een expositie waarin hijzelf de 100 beste Belgische kunstenaars mocht samenbrengen, kon niet uitblijven.