Het kost niet veel
Een verwarde haardos, een verwarde tong, dikke laarzen, een dikke jas en een blik Jupiler van een halve liter in zijn hand. Deze man stapt op in Brussel-Zuid en kijkt vriendelijk de treincoupé rond. Hij ziet eruit alsof hij een gesprek wil, alsof hij weet wat hij wil vertellen. Hij neemt plaats naast een andere man. De andere man is afwezig, bezig, op zijn draagbare computer, op zijn draagbaar werk. Hij is eerder net gekleed. Gereserveerd.
Ik heb mijn mp3-speler aanstaan. Ik doe dat niet vaak, maar na een dag werken, doet muziek mij altijd deugd. Sommige plekken nodigen mij daartoe ook uit. Stations, treinen, metro’s, doorgangsplaatsen, ik kan er zo lekker gewoon passeren en alles laten passeren. Je hoeft nergens aandacht aan te schenken. Je kan een moment van rust maken, om de werkdag achter te laten, of die nu goed of slecht was. De twee mannen intrigeren mij. Ik zet mijn muziek af, het moment wint en ik luister naar wat er zich in de trein afspeelt.
De man met de dikke laarzen zit intussen recht tegenover de andere man. Alsof die ander hem gevraagd heeft om aan de overkant te gaan zitten. Omdat hij de geur van drank, van vermoeidheid en van een vrijdagavond onuitstaanbaar vindt. Intussen heeft de gereserveerde man ook zijn draagbare computer weggestopt. Al is het niet om te praten met de gelaarsde man, maar om uit het raam te kijken, weg van zijn overbuur. Hij doet overigens hard zijn best om te doen alsof hij dat uitermate belangrijk vindt, of nodig heeft.





