Waarom het stadsbestuur van Brussel uw stem niet verdient

Het stadsbestuur heeft in vele opzichten teleurgesteld de voorbije jaren. Samusocial, het Eurostadion, het optrekken van onnodige bouwwerken zoals NEO en Parking 58, de onprofessionele communicatie rond de voetgangerszone, het nattevingerwerk qua mobiliteit, de netheid: het is een enorme waslijst waarvoor het hele college verantwoordelijk is en moet worden afgestraft.

Heet hangijzer: Mobiliteit

Mobiliteit wordt hét topic in de komende jaren. Mobiliteit as such, namelijk het bewegen in de stad, maar ook de effecten van mobiliteit zijn niet te overzien. Iedere dag vallen er doden of gewonden (zelfs op het zebrapad, zie ook destroybxl.tumblr.com), krijgen we te maken met geluidsoverlast én heeft ‘mobiliteit’ nefaste gevolgen voor onze longcapaciteit.
Els Ampe, die verantwoordelijk is voor het en-en beleid en dus eigenlijk niet durft te kiezen voor de stad van de toekomst, is de laatste jaren meer dan een wolf in schapenvacht geweest. Ze heeft onderzoeken naast zich neergelegd (in verband met het circulatieplan), wist de Handelskaai om te dopen in de Doodskaai, ging vier parkings graven, had zogezegd voor alles vergunningen op zak en tekende op kleuterlijke wijze fietspadenplannen uit die steeds terug naar de tekentafel bij de grote jongens en meisjes moesten. Het is een brokkenparcours geweest en toch blijkt alles zo goed te gaan. Zo hebben we er blijkbaar meer dan 70 km fietspaden bijgekregen, tonnen fietsnietjes en fietsboxen en vooral verf, veel verf.

Anderlechtsestraat

Over verf gesproken. Het voorbeeld dat ik hieronder uit de doeken wil doen is illustratief voor de oogkleppenpolitiek van het hele stadsbestuur, mevrouw Ampe incluis.
Het moet ergens in 2016 geweest zijn. De Anderlechtsestraat rook nog naar de verse verf van het mooie fietspad richting de ring. Bewoners krijgen plots een briefje in de bus waarin wordt gevraagd of ze deze situatie willen behouden of de tweerichtingsstraat terug willen. De uitslag spreekt boekdelen: bewoners willen het fietspad behouden. Een tijdje later wordt de straat terug opgengemaakt in twee richtingen. Er worden gele lijnen getrokken en het fietspad blijft er verbazingwekkend genoeg liggen. Auto’s rijden dus over het fietspad: van sensibilisering en educatie gesproken naar chauffeurs toe.

Wanneer een bewoner vraagt waarom de situatie plots veranderde, ook na het zogezegde participatiemoment, krijgt die een mail van Ampe’s medewerker:
De situatie zou hersteld worden na de werken aan de Ninoofsepoort. Die werken zijn al maanden gedaan en guess what: auto’s rijden nog steeds in twee richtingen, de straat ligt er belabberd bij en na verschillende vragen antwoordt de schepen nog steeds niet. Tot daar de participatie.
Burgers met een hart voor hun buurt, die de dingen in vraag durven te stellen worden gewoon genegeerd en met de vinger gewezen als linkse rakkers. Ondertussen gaat de good news show verder, worden échte mobiliteitsoplossingen weggelachen en hameren Ampe en haar collega’s op het belang van de metro. Correct, maar een metro graaf je niet zomaar uit in het moerassige Brussel. Quick wins? No way. Quick politics? Al veel te lang.
Dit college verdient ons niet. Peace.
Deze tekst verscheen eerder op de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.

Valse start voor buurtparticipatie aan Ligne Poincaré?

Een aantal weken geleden greep ik de kans om deel te nemen aan een van de participatiemomenten van Brussel Mobiliteit in mijn buurt. Doelstelling: meewerken aan de tijdelijke herinrichting van een deel van het gebied tussen de Poincaré-, de Zuid- en de Slachthuislaan. Gelukkig kreeg het project ondertussen al een nieuwe naam, ‘Ligne Poincaré’ ( in plaats van middenberm ). Hopelijk reikt de ambitie wel verder dan een lijn.
Natuurlijk ben ik blij dat er vanuit de gewestadministratie en bij de minister van Mobiliteit gehoor is gekomen op de vraag van de bewoners voor meer kwalitatieve en leefbare publieke ruimte en inspraak in de realisatie daarvan. Het siert de betrokken ambtenaar dat zij zelfs op een zaterdagochtend daarvoor tijd wilde maken.
Maar we mogen niet naïef zijn. Dat deze participatie er is gekomen, is vooral de verdienste van buurtverenigingen als Green Connections, Triangle 1070 en Porte d’Anderlecht en het team van KleineRing.be. Zij hebben elk op hun manier dit stukje Brussel op de kaart gezet na jaren van verwaarlozing door zowel het Gewest als de gemeenten Brussel en Anderlecht. De enige ambitie die het huidige College van Stad Brussel heeft gehad, beperkt zich tot het vullen van de stadskas met het geld van de parkeermeters.
Het eerste participatieve atelier was op zich een boeiende ervaring. De jongedames van WAUW deden hun best om alles in goede banen te leiden. Elkeen kon zijn/haar ideeën neerschrijven op een plattegrond. Wat ik zag en las, klonk veelbelovend.
De voorstellen worden meegenomen naar de volgende participatierondes. Maar zullen ze ook het resultaat van de definitieve heraanleg halen? Alle goede bedoelingen ten spijt zie ik nog grote beperkingen.

Ten eerste is een meerderheid van de buurtbewoners niet vertegenwoordigd. De lokale jeugd, de ouderen, arme en anderstalige gezinnen, deze groepen vinden de weg niet naar dergelijke initiatieven. Als de Brusselse regering deze participatie echt wil laten slagen, zal ze de drempel moeten verlagen. Brussel Mobiliteit zal deze mensen actief moeten gaan zoeken. Dit kan misschien via de buurthuizen en de scholen, maar nog belangrijker is om de straat op te trekken, ter plekke te gaan observeren en daar het gesprek aan te gaan.

Ten tweede gaat het hier over een tijdelijk project dat loopt tot de opbouw van de volgende Zuidfoor in juli 2019. Is de waardevolle tijd en de energie die de burgers hierin investeren niet meer waard dan die luttele acht maanden? Hoe kan men bovendien in zo een korte tijdsperiode een correcte evaluatie maken van de invulling die er met de buurt zal worden gekozen?
Ten derde wordt het betrokken gebied aan weerszijden ingesloten door een tweevaksrijbaan en een openluchtparking. In welke mate zal dit het recreatieve gebruik van Ligne Poincaré negatief beïnvloeden? Zodat een volgende parkingminnende minister of schepen kan zeggen dat het niet werkt en er beter voor altijd een parking van wordt gemaakt?
Welke voorstellen er uiteindelijk zullen worden gerealiseerd en binnen welke perimeter (de huidige afgebakende drie stukjes en de wandelpromenade of de hele zone tussen de Ninoofse- en Hallepoort ) is nog niet definitief bepaald. Gelukkig speelt ook u , beste Brusselaar, daarin een belangrijke rol.
Door uw stem te laten horen en zuurstof te geven aan mensen en initiatieven die dit stadsdeel echt in hun hart dragen. Laten we aanstaande zondag en in mei van volgend jaar hierin het verschil maken. Op naar een gezonde en aangename stad op mensenmaat!
Geert Vancauwenbergs
Buurtbewoner Slachthuislaan-Poincarélaan

Het MIM, muzikaal rariteitenkabinet van wereldklasse

Een bezoek aan het Muziekinstrumentenmuseum (het MIM, volgens de huidige afkortingswoede) is op vele vlakken een must.

Het museum vindt zijn oorsprong in de collectie oude instrumenten van het ‘instrumentenmuseum’ van het Koninklijk Conservatorium. De eerste conservator ervan, een zekere Victor-Charles Mahillon (1841-1924), bouwde over de jaren de verzameling uit tot een van de belangrijkste ter wereld, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Dat is zo gebleven. Dankzij aankopen, giften en legaten, herbergt het museum duizenden instrumenten uit alle periodes en windstreken. Een slordige 1.100 daarvan worden permanent tentoongesteld in een gebouw dat op zich al het bezoek waard is.
Het oude art-nouveaugrootwarenhuis ‘Old England’ aan de Hofberg werd grondig gerestaureerd en aangepast aan zijn nieuwe functie door het te koppelen aan een classicistisch pand dat op het Koningsplein uitziet. Zo konden er, rond een centrale vide, de administratie, een bibliotheek, een concertzaal, restauratieateliers en een museumshop een plaats krijgen in het indrukwekkende pand.
Ook een ruime picknickruimte biedt de bezoekers een plek om een meegebrachte lunch te genieten. Niet iedereen wil naar de hoogste verdieping om uitgebreid in het restaurant te tafelen. Toch is een van de niet te missen attracties van het MIM net dáár te vinden: het groot dakterras biedt er een panoramisch zicht over de stad. Er kan uiteraard ook een simpel drankje genuttigd worden. De obers zijn niet van de vriendelijksten, maar kom, het prachtig uitzicht maakt veel goed.
Naar een muziekinstrumentenmuseum gaat men uiteraard in de eerste plaats voor de muziekinstrumenten. En zoals eerder gezegd, dit is fenomenaal! De meest onwaarschijnlijke instrumenten worden in vier overzichtelijke zalen gepresenteerd. Er is soms veel fantasie nodig om te achterhalen hoe wat werkt. Sommige half-mechanische piano’s, bijvoorbeeld, getuigen van het technisch vernuft en de ongebreidelde fantasie van de fabrikant ervan. Ook bij de blaasinstrumenten is enige hilariteit nooit veraf. De meest bizarre vormen zullen wel een akoestische verantwoording hebben, feit blijft dat sommige instrumenten nogal surrealistisch overkomen. Of wat dacht u van een twee meters hoge houten hoorn (?) waarvan de zesvoudige krulvorm de muzikant verplicht het monster vanop een trapladder te bespelen ?
Prachtig om te zien ook hoe de decoratieve aspecten van een instrument de tijdsgeest mooi weergeven:  zestiende-eeuwse virginalen, versierd met een pseudo-niëllotechniek, herinneren aan de Italiaanse renaissance, terwijl schitterend beschilderde −overigens pas gerestaureerde− klavecimbels ons heerlijk romantische taferelen tonen.
Latere stukken moeten hier, op een andere manier, niet voor onderdoen! Zo zijn er een paar art-deco-buffetpiano’s in exotisch hout, sober versierd met stalen kaarsenhouders. Mooi.
Meestal trek ik niet meer dan een paar uur uit voor een museumbezoek. Een teveel aan prikkels en impressies maakt dat ik daar moe word. Ik kom liever nog eens terug om mij in bepaalde stukken te verdiepen. Dat is hier niet anders, integendeel.
MIM (Muziekinstrumentenmuseum), Hofberg 2, 1000 Brussel, open van dinsdag tot zondag.

Yves de Vresse schreef deze tekst voor de blog Pierewit.

't is weer tijd voor het bloementapijt

– Excuseer, we zijn op zoek naar de markt.
– De Grote Markt? Met het stadhuis met de hoge toren en de prachtige huizen?
– Ja, waar het bloementapijt ligt!
– Maar dat ligt er nu niet! Dat is maar eens om de twee jaar, in augustus.
– Jammer, er stond een foto van in onze reisgids.
Goed nieuws voor toeristen en begonialiefhebbers. Het bloementapijt valt dit jaar van 16 tot 19 augustus te bewonderen op de Grote Markt. Het tapijt wordt samengesteld door ongeveer 120 vrijwilligers die bijna een miljoen bloemen in minder dan acht uur installeren. Voor zes euro kun je genieten van het panoramisch zicht vanop het balkon van het stadhuis.
De 21ste editie staat in het teken van Guanajuato, een Mexicaanse regio met een bijzonder rijke bloemencultuur en -traditie. Het motief zie je onder de tekst. Een extraatje: omdat het exact twintig jaar geleden is dat de Grote Markt Unesco-Werelderfgoed werd, komen tientallen bloementapijtkunstenaars van over de hele wereld naar Brussel voor een florale expo aan het Beursplein. In de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen kun je nu al grote foto’s bekijken van de twintig vorige tapijten. Meer info staat op de website en op de Facebook– en Instagrampagina.
 

 

Meer blauw in de Alhambrawijk

Sinds een goeie week zijn de politiecontroles hernomen in de Alhambrawijk, en dat na een paar weken van afwezigheid omdat de agenten sterk bevraagd waren door verschillende manifestaties zoals de Wereldbeker Voetbal, de NAVO-top en de terugkeer van de Rode Duivels. Het Comité Alhambra blijft ijveren voor een 24/7-politieaanwezigheid van 100 dagen in de buurt rond de KVS om de prostitutie- en drugsdynamiek te breken.


Tijdens vier recente politieacties werden 48 personen gecontroleerd. Tezelfdertijd waren er ook de klassieke alcohol- en drugscontroles aan de Antwerpse Poort, waar 376 automobilisten werden onderworpen aan een ademtest. Deze hebben 17 PV’s opgeleverd voor rijden onder invloed, 4 PV’s voor drugs, 4 rijbewijzen werden ingetrokken, verder ook 3 juridische aanhoudingen wegens geseind voor verhoor, 1 aanhouding voor drugs, 1 PV voor beledigingen, 175 PV’s wegens rijgedrag en 107 PV’s gelinkt met juridische zaken, waarvan 43 wegens diefstal. Vorig weekend waren er verschillende politieacties – 8 combi’s sterk, tot soms 2 uur in de ochtend.
Zelfs al viseren de alcohol- en drugcontroles niet direct de sekswerkers en hun klanten, bijvoorbeeld in de Van Gaver- en Koopliedenstraat, toch hebben ze een afschrikkend effect. De klanten, prostituees en dealers appreciëren die politieaanwezigheid in de wijk niet, zelfs al gaat het maar om alcoholtest aan de Antwerpse Poort.
Parallel organiseert de lokale politie allerlei acties die direct de klanten viseren die het politiereglement niet respecteren in de ‘kleine straatjes’ van de wijk (een gedoogzone werd voorzien op de Antwerpselaan en de Koning Albert II-laan). Klanten die prostituees benaderen buiten de gedoogzone riskeren een boete door de agenten van de lokale politie die te voet door de wijk patrouilleren.
Zonder de acties van de Brusselse burgemeester, samen met de politie, krijgen de verschillende maffia’s, die toch 80 procent van de sekswerkers in onze wijk vertegenwoordigen, vrij spel. Zoals Safet Rustemi, een van de notoire criminelen op de ‘Most Wanted’ lijst van de Federale Politie, die de buurt onveilig maakte en door de Dienst Vreemdelingenzaken naar Albanië werd uitgewezen.
Het Comité Alhambra pleit nogmaals voor een kordate sluiting van alle handelszaken die gelinkt zijn met het prostitutie- en drugsmilieu (cafés en hotels). De politieagenten die we onlangs hebben kunnen spreken, zeggen exact hetzelfde. Zonder die sluiting blijft het een kat- en muisspel en dat kan nog lang duren. Verder zou een non-stop politieaanwezigheid in de wijk, en dat gedurende een aantal maanden, de prostitutie- en drugsdynamiek een zware slag kunnen toebrengen.
Het Comité Alhambra stelt zich tot doel om de leefbaarheid van de wijk te verbeteren en de belangen van de bewoners en handelaars te verdedigen. De groep heeft een tweetalige website en is erg actief op Facebook. 

Pleinvrees

Ik hou van pleinen. Of liever: ik hou van pleintjes.
Wat is er gezelliger dan zonder plan of doel door de stad te slenteren en, verscholen om een anonieme straathoek, een pleintje met een boompje, een bankje, een klein cafeetje misschien, te ontdekken. Overal waar ik geregeld kom loop ik graag verloren. Ik hou er favoriete plekjes aan over. Niet altijd makkelijk om terug te vinden, trouwens.
In Brussel bijvoorbeeld is dat het Vrijheidsplein met het monument ter ere van Charles Rogier. Niet écht een zakdoek groot, dit plein, maar het grasperk met de bomen en de terrasjes errond, geven het een je-ne-sais-quoi dat mij zeer aanspreekt. Een ideale plek om even te verpozen tussen Madou en Congres.

Helaas houden Brusselse beleidsverantwoordelijken er duidelijk een andere visie op na. Ze hebben meer oog voor grote pleinen en gigantische esplanades dan voor de discrete charme van eenvoudige rustplekjes in de stad. Eerder dan deze in ere te houden, kiezen ze voor het grof geweld van het megalomaan heraanleggen. En daarbij worden telkens weer dezelfde nepargumenten bovengehaald van het ‘heroveren van de openbare ruimte’ of het ‘creëren van levendige publieke ontmoetingsplekken’. De plannen worden steevast goedgekeurd ‘na een uitgebreide consultatieronde’, heet het dan. Alsof er iemand zou wonen aan het Rogierplein, in de Madoutoren of op het Poelaertplein voor het Justitiepaleis!
Heel af en toe loopt het verkeerd af, met die consultatieronde. Dan verzetten bewoners zich tegen plannen die zonder pardon hun leefomgeving voor jaren naar de kl..en willen helpen. De dagelijkse voddenmarkt op het Vossenplein (d’aa Mèt, zoals we hier zeggen) wordt dan, zeer tegen de zin van de initiatiefnemende schepen, gered. Tot een volgende megalomane stadsbestuurder weer op de proppen komt met hetzelfde plan voor een ondergrondse parking. Hopende op het korte geheugen van de bewoners.
De eerste Brusselaar die onder de glazen luifel van het Rogierplein een ‘levendige ontmoetingsplek’ gaat zoeken, moet ik nog tegenkomen. Daarvoor is, na zonsondergang de vlakbijgelegen beeldentuin van de Botanique meer geschikt, als u begrijpt wat ik bedoel? In het beste geval biedt zo’n fraaie overkapping van het grote Niets even beschutting tegen de regen voor wie van punt A (het Noordstation) naar punt B (de Primark in de Nieuwstraat) wil stappen, wanneer de metro weer eens staakt. In de zomer wil ik er zelfs niet aan denken welke temperaturen daar genoteerd zullen worden. Een microklimaat in wording!

De verkozenen des volks moeten natuurlijk sporen nalaten voor het nageslacht. Dat is een vorm van uitgestelde verloning bovenop hun schamele emolumenten (extralegale voordelen, red.). Zoals krolse katers vlaggen, laten zij bronzen inhuldigingsplaten achter. Stel je voor dat volgende generaties Brusselaars niet zouden weten dat Pascal Smet of Els Ampe het initiatief namen ter verfraaiing van hun stad!
Met het budget voor de glazen parasol aan Rogier of voor de blauwe stenen van het de Brouckèreplein kan je ongetwijfeld een halve eeuw lang een legertje stadsarbeiders in dienst nemen om uitpuilende vuilnisbakken regelmatig te legen of de eenvoudige houten zitbanken een likje verf te geven. Er hoeft zelfs geen plaatje bij dat mij uitlegt wie daar het initiatief voor nam!
 Yves de Vresse schreef deze bijdrage voor de blog Pierewit.

Hoe goedkoop reizen naar Brussels Airport?

Reizigers die met het openbaar vervoer naar de luchthaven Brussel-Zaventem gaan, hebben het al gemerkt: een treinkaartje naar dit vliegveld is behoorlijk duur vanwege de zogenaamde Diabolotoeslag. Gelukkig zijn er vanuit Brussel en omstreken ook nog andere manieren om je vliegtuig te halen. Ik zet ze even voor je op een rijtje.

IMG_1828

Het Diabolo-project om de luchthaven te ontsluiten kostte veel geld en leidde tot hogere treintarieven. Hier een nieuwe brug tussen Brussel en het vliegveld bij Haren.

Continue reading

De Cheval Marin terug van weggeweest

Veel Brusselaars zijn vertrouwd met het historisch pand op de hoek van de Varkensmarkt. Na bijna 20 jaar leegstand en verkrotting is de Cheval Marin weer open. De renovatie is met enorm veel zorg gebeurd. Topstuk is het houtwerk van het plafond en lambrisering op de gelijkvloers van het café. Daarvoor alleen zou je er al een koffie gaan drinken.
Het gebouw heeft sinds z’n bouw in 1680 veel verschillende eigenaars gehad. De Cheval Marin had als oorspronkelijke functie een havenhuis, daar er verschillende vaarten tot in het centrum kwamen. Deze zijn nu grotendeels verdwenen en de straatbenamingen met kaai zijn er een erfenis van.

Het gebouw werd in 1852 door de Stad Brussel aangekocht. De stad wilde er een politiecommissariaat in huisvesten op het gelijkvloers. De relatieve arme wijk had toen een slechte reputatie.
De oorspronkelijke bezetting van de gevel werd weggehaald. Op dat ogenblik kwam men tot de vaststelling dat het gebouw in zeer slechte staat was. De stad deed het gebouw van de hand maar legde de toekomstige eigenaar op het af te breken en identiek opnieuw op te bouwen. Dat werd gedaan in 1899 onder leiding van architect H. Marcq. Het gebouw werd gedemonteerd tot op de hoogte van de plint van het gelijkvloerse verdieping. Daarna werd het volledig opnieuw opgebouwd en het is bijna identiek aan het oorspronkelijke. Bepaalde houtstukken van het dakgebinte werden wel opnieuw gebruikt. In deze periode werd eveneens het eclectische decor van de gelagzaal ingericht.


Initieel was het gebouw symmetrisch met zes traveeën aan beide kanten (Baksteenkaai en Varkensmarkt). In 1917 werd het buurhuis, aan de Varkensmarkt, aangepast en geïntegreerd aan het pand. Van sinds de heropbouw heeft het gebouw een horeca-functie.

Eind vorige eeuw sloot de handelszaak. Na verschillende jaren later werd het pand verkocht. De nieuwe eigenaars dienden een bouwvergunning in voor de renovatiewerken. Het vergunningstraject van dit ondertussen beschermd pand duurde maar liefst 7 jaar. Aan het eind van de rit merkten de eigenaars dat ze niet in staat zouden zijn om deze, toch omvangrijke, werken uit te voeren.
De brouwerij AB Inbev liet haar oog op het pand vallen en vroeg aan haar vastgoedpartner Pubstone (dochterbedrijf van Cofinimmo N.V.) om het pand aan te kopen en de werken uit te voeren. Dat werd gedaan door gespecialiseerde aannemer tussen augustus 2016 en november 2017.
Sinds deze week is het café weer open. Ga zien en geniet!

Waar zijn die fietspaden?

Beste Els,
Laten we gewoon concluderen dat iedereen die  regelmatig binnen de vijfhoek van Stad Brussel wandelt, fietst of met de auto rijdt er in de afgelopen zes jaar heeft kunnen zien dat er niets gebeurd is voor de fietser in Stad Brussel.
Daar heeft geen fietser, appontwikkelaar, kritische burger, autobestuurder of eendagstoerist geen kaartje, open data of promotiepraatje voor nodig.

Of zie ik het verkeerd Els?
Eigenlijk moest je in deze zes jaar helemaal niet zoveel doen om klaar (en trots) te zijn voor de verkiezingen van aanstaande 14 oktober. Visie, daadkracht en resultaat zijn Brusselaars immers niet gewoon in deze stad.
Je had enkel het geld moeten gebruiken die je van het Brusselse gewest kreeg om vanaf de Kapellekerk op de Keizerslaan naar de Kunstberg en het centraal station tot aan de Wetstraat, aansluitend op de binnenring een verhoogd en afgescheiden fietspad moeten aanleggen. Ongeveer anderhalve kilometer.
Dan had je alvast één grote fietsas binnen de vijfhoek gecreëerd, en had je kunnen uitpakken met je visie op mobiliteit en fietsen in de stad.
Aan de voetgangerszone hoefde je helemaal niets te doen, daar zorgt de Federale Regering via Beliris immers voor. Een cadeautje aan Stad Brussel, gratis en voor niets.7
Had je echt wat geld uitgetrokken voor de fietser, dan lag er nu al een afgescheiden en verhoogd fietspad van het kanaal via de Dansaertstraat tot aan de Beurs. Slechts 650 meter, maar direct resultaat en een tweede grote fietsas door de vijfhoek. Het zou toen al niet meer stuk gelopen zijn!
Als je in de afgelopen zes jaar echt een visie voor de fiets had gehad, dan had je fietsers een afgescheiden fietspad kunnen geven op de Handelskaai vanaf de ring tot aan de Varkensmarkt en verder via de Léon Lepagestraat tot aan de Dansaert.
Kers op de taart zou de aanleg van een verhoogd en afgescheiden fietspad met brede voetpaden op de  Zuidstraat kunnen geweest zijn. Liefst verkeersvrij, zoals je initieel gepland had. De Zuidstraat sluit aan de ene kant perfect aan op de voetgangerszone en aan de andere kant op het Zuidstation via de Stalinggradlaan. Een heuse fietsas!
Els, had je één echt fietspad in die lange zes jaar kunnen verwezenlijken, dan had niemand je kwalijk genomen dat je enkel hier en daar eens je verfborstel hebt boven gehaald en een fietspad of kleurrijk zebrapad hebt gemarkeerd of herschilderd.
Jammer genoeg koos je ervoor om niets voor de fiets te doen en je door een wesp gestoken te voelen als een burger of een kritische journalist je vraagt om je beloofde 26 kilometer aan fietspaden.
Gelukkig zijn er binnenkort verkiezingen en kan iedereen opnieuw kiezen. Maar maak ons alsjeblieft niets wijs.
Veel succes.
Hannes Nolf schreef deze gastbijdrage voor Lambyk, een blog over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.
 

Centre Pompidou Brussel: kunst in spectaculair gebouw

Sinds afgelopen weekend heeft de Belgische hoofdstad er een museum bij: het Kanal Centre Pompidou. De Franse tempel voor moderne kunst nam de oude garage van Citroën onder handen en creëerde hier de expo Kanal Brut. Weliswaar tijdelijk voor een jaar, want dan gaat het minstens vijf jaar lang dicht voor verbouwingen. Nu kan men nog dit gebouw in oorspronkelijke staat bezichtigen. We gingen alvast een kijkje nemen tijdens het openingsweekend. (Tekst en foto’s: Jochem Oomen)


Kanal Brut is een gewaagde expo.
Ook de mens die niet geïnteresseerd is in moderne kunst, kan hier al dolend door het gebouw genieten van oude architectuur.

Het gebouw is zo groot dat suppoosten zich er per fiets verplaatsen.

Het Kanal Centre Pompidou is wat anders dan andere musea: sommige werken mag je aanraken en zelfs gebruiken, zoals deze banken.

Door de kunstwerken heen kun je naar de overkant van het kanaal kijken.

Het lijkt er op dat de buurt in volle ontwikkeling is.
Hoewel veel mensen erg blij leken te zijn met de komst van deze nieuwe cultuurtempel, was er ook vanuit onbekende hoek een tegengeluid te horen.

Hier stond: “Stop gentrification – notre ville n’est pas a vendre” (“Stop gentrificatie – onze stad is niet te koop). Nog voor de deur openging, werd deze slogan verwijderd.
We zullen zien wat de komst van het Centre Pompidou in Brussel teweeg gaat brengen. Makelaars en huiseigenaren adverteren er maar al te graag mee dat hun aangeboden goed zich in de directe nabijheid van dit museum bevindt. Gaat de buurt veranderen? Komen er meer kapitaalkrachtige mensen? En wat met de minder gegoede mensen? We zullen het wel zien in de toekomst. In ieder geval hebben we er dit jaar een interessante attractie in de stad bij.
Kanal Centre Pompidou (Akenkaai, 1000 Brussel) is open van woensdag tot maandag, van 12 uur tot 20, 22 of 24 uur.