Wat een geschreeuw, wat een gescheld.
Misschien wordt het echt wel tijd om terug uit onze pen te kruipen, om Facebook af te zetten, om Twitter uit te schakelen, en zelfs een Yahoo account te deactiveren. Nu iedereen een zwijgende stem heeft op het internet kan er naar believen gepost worden hoe oneens we het allemaal zijn. Is dat eigenlijk nog wel een gesprek? Is dat nog een uiting van vrije mening? Zou dat ook gebeuren als iedereen tegenover elkaar zou zitten en recht in de ogen van de tegenpartij kijkende zijn onverbloemde mening kenbaar moet maken?
Naar aanleiding van de reportage “Veel Brusselse studenten liever op kot in Leuven“ op tvbrussel vraagt de Algemene Studentenraad van Odisee ons bij monde van zijn vicevoorzitter Veronique Beyls om de volgende tekst als gastbijdrage te plaatsen:
De afgelopen dagen is er heel wat te doen geweest rond het op kot gaan in Leuven terwijl je studeert in Brussel. We zijn blij dat het kotleven van de Brusselse student aandacht krijgt, maar zijn verontwaardigd over de manier waarop.
Zoals we vorig jaar aankaartten in ons Memorandum (naar aanleiding van de verkiezingen), is Brussel de stad met het grootste aantal studenten in België. In Brussel studeren niet enkel Nederlandstalige en Franstalige studenten, maar bovendien ook duizenden internationale studenten. En toch denkt men, als men de term “studentenstad” hoort, vaak het eerst aan Leuven.
De reportage van tvbrussel is een hardnekkige weergave van kortzichtige vooroordelen die bij vele studenten en hun ouders leven. De boodschap is dat veel studenten niet willen en/of durven kiezen voor Brussel als kotstad. We kunnen alleen maar hopen dat de geciteerde studenten niet zo kortzichtig zijn als ze werden afgeschilderd in de reportage.
Gebeurt het leren enkel in het klaslokaal tijdens de schooluren? Niet in de Brusselse Brede Scholen. Daar kunnen alle kinderen onder de middag, na school of zelfs in het weekend terecht om hun talenten te ontdekken en verder te ontwikkelen. Dit gebeurt met allerlei partners. Zo geeft de school kans aan kinderen hoger op de sociale ladder te klimmen.
De tijd dat de school een op zichzelf gericht wereldje was binnen de wijk lijkt voorbij. De afgelopen twee jaar hebben achtentwintig Brusselse scholen hun poorten geopend om samen te werken met partners uit de buurt. Onderwijs is geen eiland meer, maar een partner van cultuur, sport en welzijn.
Dat moet ook wel in de Belgische hoofdstad. De uitdagingen zijn immens: 34 procent van de inwoners leeft onder de armoedegrens, 31 procent van de jongeren is werkloos en 40 procent van de kinderen woont in een gezin waar er geen geld is om op vakantie te gaan (1). Hoewel Brussel de derde rijkste regio van Europa is, groeit één op vier kinderen op in kansarmoede (2).
Het moment is gekomen om deze ongelijkheid een halt toe te roepen. Wij moeten nu investeren in alle jongeren. Door onze krachten te bundelen, kunnen we ervoor zorgen dat er meer kinderen uit de vicieuze cirkel van kansarmoede worden gehaald. Tegelijkertijd kunnen we door samenwerking er ook voor zorgen dat kinderen, die wel alle kansen krijgen, nog sterker worden in datgene waar ze al sterk in zijn. De nieuwste generatie jonge Brusselaars is per slot van rekening onze toekomst.
De Brede Scholen richten zich daar op. Leerlingen die moeite hebben met het Nederlands kunnen tijdens de middagspeeltijd of buiten school, zich verder in deze taal bekwamen door, bijvoorbeeld, te sporten, dansen of musiceren in de taal van Vondel. Leerlingen die moeite hebben met wiskunde, kunnen hun wiskundige vaardigheden oefenen door in een project met wiskundige buitenschoolse activiteiten te stappen.
Tijdens de krokusvakantie vond in Brussel opnieuw de lenteschool plaats. Anderstalige nieuwkomers van 6 tot 12 jaar kregen een intensief taalbad in de vorm van speelse en uitdagende activiteiten. Nel Coussement ging als vrijwilliger aan de slag en kijkt terug op een verrijkende ervaring.
Er valt veel te zeggen over leerkrachten die werken in Brussel. Maar zoals bekend, hebben velen die er zijn beland hun hart verloren aan hun baan. De Klasse-editie van maart bijvoorbeeld is helemaal gewijd aan het Brusselse onderwijs. Ikzelf werk in Brussel in het kleuteronderwijs en offerde mijn weekje vakantie op aan het lesgeven aan Brusselse lagereschoolkinderen. Brussel beweegt en sleurt je mee in deze boeiende stroom van bewegingen.
De lente- en zomerschool is bedoeld voor kinderen die extra taalstimulering in het Nederlands goed kunnen gebruiken, zodat ze zich erna weer wat sterker voelen in deze nieuwe, vreemde taal. Maar ook leerkrachten krijgen de kans meer bij te leren over deze kinderen hun herkomstland en -taal. Zo mochten de kinderen dagelijks via Twitterboodschappen laten weten wat ze vonden van de dag, in hun moedertaal. Nieuwsgierig vraag je dan aan de kinderen wat ze daar wel niet schreven. En luid gelach klonk wanneer de juf probeerde de uitspraken voor te lezen. En grappig om te zien hoe de rollen leerling-juf werden omgedraaid, wanneer ze me betweterig wisten te verbeteren.
Hoe breng je je leerlingen het belang van gezonde voeding bij? De gemeentelijke basisschool Dertien uit Anderlecht doet mee aan het door de Europese Unie gesubidieerde schoolfruitproject Tutti Frutti en heeft van dinsdag de vaste fruitdag gemaakt. Jommeke, de mascotte van Tutti Frutti, verraste de school daarom enkele maanden geleden met een bezoek.
In de lagere school wordt het fruit verdeeld in mandjes. Iedere klas heeft haar eigen mandje. De leerlingen eten het gezonde tussendoortje samen op tijdens een gezellig onderonsje. In de kleuterklas komen er schilouders langs die het fruit hapklaar maken voor de jongste kinderen. Het feit dat ouders bij het project betrokken worden en de blije gezichten van de kinderen zien, stimuleert hen om zoon- of dochterlief ook thuis fruit te geven. Wat overblijft van het fruit wordt bijgehouden tot donderdag. Dan wordt onder het motto ‘fruit in de boekentas’ gevraagd om zelf fruit van thuis mee te brengen. De overgebleven stukken fruit zijn voor de kinderen die niets bij zich hebben, zodat iedereen kan genieten van een extra fruitdag. Loes Neven, Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie
Papa spreekt Frans met Léon, mama Nederlands.
En Léon? Die mixt de twee momenteel zo hard dooreen dat rasechte Brusselaars er niets bij zijn.
“Ik mag papa niet toucheren.”
“Je mag niet bougeren.”
“Dat gaat uit mijn handen glisseren.”
(in bed) “Zo kan ik niet coucheren.”
“Mag ik eens goûteren?”
Maar het kan ook omgekeerd. Zo hoorden we daarnet:
“J’ai quelque chose verstoppé.” Deze tekst verscheen eerder op De mier en de leeuw, een blog over het leven van Marieke en haar zoontje Léon.
Afgelopen zomer ging ik niet op reis. Ik bleef in Brussel om als begeleider mee te werken aan de Zomerschool. Dit is een tof onderwijsconcept waarbij kinderen, die nog niet voldoende Nederlands spreken, deelnemen aan Nederlandstalige activiteiten. De werkwijze is helemaal niet schools, maar spelenderwijs. De kinderen hebben niet in de gaten dat ze een taal leren, maar ze steken ondertussen toch een heleboel van onze taal op. Op de Zomerschool leren de kinderen de taal door onder andere te knutselen.
Vandaag gaat de tweede editie van Brussels Academy van start. Gedurende negen weken kun je gratis les volgen over Brussel om de stad beter te begrijpen en dus ook beter ‘samen stad te maken’. De zes cursussen vinden plaats in het Huis van Culturen in Molenbeek en – een nieuwigheid – ook in De Markten. Thomas Sennesael was een ijverige leerling-burger bij de eerste periode van Brussels Academy en blikt terug op zijn ervaring.
Brussels Academy, het initiatief van professor emeritus Eric Corijn, ging eind april van start in het Huis van Culturen in hartje Molenbeek. De bedoeling was de kennis over de stad die op universiteitscomputers ligt opgestapeld, beschikbaar te maken voor allerlei belangstellenden die Brussel gebruiken als werkmateriaal. De kennis is er en er is vraag naar, maar ze is versnipperd en moeilijk toegankelijk. Vers water voor de Molenbeek
Een reeks proffen en experts zou langskomen, daar in Molenbeek, om de hoek van het Sint-Jan Baptistvoorplein en de Ribaucourtstraat, helemaal gratis bovendien. Dat is ver weg van de universitaire sferen, goed en wel over het kanaal. Waarom zo’n statement? Was het een uitnodiging aan de plaatselijke Maghrebijnse bevolking? Het was, zo hoorde ik, op zijn minst een signaal aan hun adres dat ze meer en meer deel van de stad worden, een stad die haar centrum uitbreidt of verplaatst. ‘De kanaalzone’ klinkt als begrip de laatste tijd inderdaad fris. Een Franse kunstenaar-architect, Alexandre Chemetoff, werkt er een globaal plan voor uit dat ons Brusselaars uit het urbanistische moeras moet trekken en ons met een stedelijke trots moet vervullen. Het nieuwe Meininger-hotel trekt massaal jeugdige toeristen aan.
Tijdens pauzes ging ik de buurt verkennen, de eerste keer dat ik zoveel tijd nam in hartje Molenbeek. Ik was verrast het gewone leven te ontdekken, dat best aangenaam scheen, en ik zou er elke vrijdag een klein beetje aan deelnemen.
Sint-Joost-ten-Node – Afgelopen vrijdag sloot de Brusselse basisschool Sint-Joost-aan-Zee de week van de mobiliteit af met een heuse vrijetijdsbeurs voor de leerlingen, hun ouders en de buurtbewoners. De kinderen konden er kennis maken met het vrijetijdsaanbod van de partnerorganisaties van Brede School Sint-Joost. Beatboxer Serdi sloot de dag af met een optreden.
Brede School Sint-Joost is een samenwerkingsverband tussen de basisschool en lokale organisaties die activiteiten voor de leerlingen organiseren. Deze gaan door in de school onder de middagspeeltijd of na school. Activiteiten kunnen ook elders in Brussel doorgaan. De doelstelling van deze brede school is het bieden van maximale leer- en ontwikkelingskansen voor de kinderen uit de buurt.
Een beenhouwer, klastitularis en wattman kennen we in Nederland ook. Bij ons heet dat gewoon een slager, groepsleerkracht of trambestuurder. Maar er zijn ook beroepen die je echt alleen in België kan vinden. Al eens gehoord van een tuchtprefect of een secretaris-schatbewaarder? Je mag nu niet lachen, want dit is bloedserieus.