Twee tafels aan 't Kanaal

“Ze gaan de woensdag bij de ouders van hem, maar er is daar geene structuur, ik moet ze daarachter weer heelegans naar mijn hand zetten. En dan ben ik de slechte, ge kent dat hé..”.  – “Zwijgt er mij van, de mijne is ook nog enig kind, enig kind : schoon kind, ge moogt geen kwaad woord spreken van zijn maman of het zit erop. En als zijn broek niet in de plooi ligt, zal ik het geweten hebben. Maar niet van haar, ze zegt dat dan tegen mijne man. Schoonmoeders hé mens, schoon van ver..”.
“Hebt ge’t al gehoord ? Die trut van de boekhouding, ‘t schijnt dat ze aanhoudt met Etienne.  –  “Allé, ik heb ze gisteren nog gelijk naar ‘t station zien lopen, dat zal dan niet voor hunne trein zijn geweest !” – “Z’heeft ook al de bureau van Josianeke ingepikt, zit ze korter bij hare chef.” – “Lievelingskes onder mekaar hé..”
“Eh bien, je disais encore à ma mère, ‘faut pas lui faire faire comme ça.” – “T”sais, parfois on est mieux dans une bonne crêche..”

Continue reading

Plan A

Een Duitse expat eet wok in the Asian Bar in het Brusselse Zuidstation. Hij is een Soziale Person want begint meteen, weliswaar in het Duits, tegen het meisje met de paarse rastavlechten.
Duitsers denken, ten onrechte, dat iedereen Duits spreekt. Gelukkig is dit niet zo, dat zou hebben betekend dat Hitler de oorlog had gewonnen, en dan waren we nog verder van huis.
Het paarse meisje haalt haar schouders op en schudt van neen. Dat weerhoudt hem er niet van vrolijk door te ratelen, het meisje kijkt een andere kant op.
Als zij vertrekt zet zich een zwarte jongedame rechttegenover hem, ze lijkt nerveus maar komt tot rust als ze in haar Mozarellabroodje bijt. Hij bekijkt haar en begint opnieuw in zijn moedertaal tegen het donkere kind.

Continue reading

Mais la ville bougeait dans la paume de ma main

Brussel Blogt lezen, kan ernstige gevolgen hebben. De aankondiging van de Apéro Métro heeft me nieuwsgierig gemaakt en dus haast ik mij na het werk spoorslags van het Noordstation naar De Brouckère. Als ik mijn fiets aan de uitgang van het station op slot doe, komen mensen met gifgroene drankjes in hun hand mij tegemoet. In de hall van het premetrostation is het aanschuiven geblazen voor een geïmproviseerd drankstandje. Drie mannen schenken cocktails uit, die door gretige handen worden aangenomen. Er is keuze tussen sinaasappelsap met pisang ambon en met blue curaçao, weliswaar in de funvariant – lees zonder alcohol. Naast het standje zorgt een dj van FM Brussel voor vrolijke tonen. Ik herken Tequila van The Champs. Er zijn gelegenheids-T-shirts te winnen als je je gegevens op een blaadje invult.
 Bovenal passeert le tout Bruxelles door het station. “C’est quoi, ça?” vraagt een kleurling met een wit petje mij verbaasd. MIVB-gebruikers van alle kleuren, leeftijden, maten en gewichten, wonend in de stad of elders, houden even halt en verpozen blij verrast met een gratis drankje. Een ietwat verward Franstalig meisje met krulhaar houdt haar hondje met moeite in bedwang. Marokkaanse meisjes met een hoofddoek hebben net kledingwinkels in de Nieuwstraat afgeschuimd en pronken met hun gevulde zakken. Een jonge Vlaming met hippe bril vertelt dat hij uitkijkt naar een aanstaande safari. Een grijsaard met sandalen en Flikken-pet is met zijn echtgenote op stap. Er komt een ranke zwarte vrouw voorbij in uitdagende tijgerprinttenue. En de troosteloze vijftiger met glazige blik heeft al wat sterkers gedronken vandaag.
 In dat half uurtje heb ik zowaar het gevoel dat de stad beweegt in de palm van mijn hand. Het citaat van Benno Barnard glijdt aan mijn ogen voorbij als ik de loopband neem naar de uitgang aan het Muntcentrum.

Omgekeerde vraagtekens

Het valt haar ook op: er wordt veel Spaans gesproken in de stad. Omgekeerde vraagtekens: Hola, qué tal? En verder komen we niet, maar dat geeft niet want de oude man met de elektrische gitaar zet Hotel California in. Je kent ‘m beslist, hij zit altijd aan de ingang van de Sint-Hubertusgalerij.
Sì, het is waar, de toeristen strekken stilaan de vleugels en vliegen terug naar warmere oorden. En ik pijnig mijn hersens met de vraag: stel, me llamo José en ik woon in Barquisimeto… zou ik zelfs maar het bestaan van het Koninkrijkje Belgica vermoeden? En meer nog: zou het mijn vakantiebestemming voor de zomer kunnen zijn?
Over vreemde, exotische oorden gesproken: nog niet zo lang geleden ben ik dwars door Molenbeek gestapt. Ik had een afspraak in Sint-Agatha-Berchem en besloot via de Gentsesteenweg te wandelen. Een tocht van 4 kilometer die door Molenbeek en Koekelberg loopt.
‘Innige deelneming,’ zei een vriend.
Ik vond hem voorbarig.
Edoch, wanneer de Vlaamse media hun oorlogsverslaggevers uitzenden, komen ze meestal niet verder dan Brussel. Er is nu eenmaal geen budget voor een vliegtuigticketje richting Sadr City. Geen wonder dat we onze handtassen stevig tegen ons aandrukken wanneer we het kanaal oversteken…

Continue reading

Mijn fietspad uw fietspad?

Dat het in Brussel woekert van de asociale autobestuurders is welbekend. Fietspaden worden dikwijls aanzien als tijdelijke parkeerruimte of als los-en laad plek. Behalve je leven riskeren kan je er als fietser weinig tegen beginnen. Dit zal binnenkort misschien wel eens kunnen veranderen. Op Brusselnieuws.be las ik vandaag het volgende artikeltje: “Wie zijn voertuig, container of mobiel toilet achterlaat op een fietspad mag verwachten dat een foto van het obstakel opduikt op de website mybikelane.com. Die roept fietsers op om elk oneigenlijk gebruik van fietspaden te melden. De site geeft ook een lijst van nummerplaten van wildparkeerders”. Het volledige artikel kan je hier bekijken.
In Gent loopt er een soortgelijk project “http://foutparkeerders.be“, daar zien ze het iets breder: alles wat fout staat of hangt komt op de gevoelige plaat… Discussies tussen pro’s en contra’s verlopen er soms erg geanimeerd. Enja, zelf Brussel heeft er zich een plaatsje kunnen veroveren tussen de tags.
Het grote verschil tussen de twee initiatieven is dat mybikelane.com ook de nummerplaten in beeld brengt. Ze drijven het zelfs zo ver dat recidivisten in een top 10 belanden. Volgens onze wetgeving is het online tonen van nummerplaten een inbreuk op de privacy. Misschien wel een brug te ver?

De Zeiker

Het is halfacht als ik moederziel alleen onder een grijze hemel de ontbijtkoeken ga kopen in het Dagelijks Brood in de Dansaert.
Alhoewel het De Dag des Heren is, is er weinig hoop dat het ook een zondag wordt.
Ter hoogte van de Greenwich loost een grote zwarte man zijn blaasvocht. Een veel te lange gele straal kleurt weldra de Kartuizersstraat. De man heeft het karkas van Mike Tyson en ziet er, zo mogelijk, nog vervaarlijker uit.
Wildplassen is één van mijn grote ergernissen in deze stad.
Ik kom dat op weinige andere plekken tegen, zelfs niet in Napels waar men zijn neus niet ophaalt voor een verdwaald blikje.
Een heel onbehaaglijk gevoel maakt zich van mij meester. Niet enkel omwille van de vuiligheid en de stank, maar vooral omdat ik niet durf te reageren.
Gezien het postuur en de tronie van deze man word ik onvermijdelijk afgezeikt en tot moes geslagen. En helpt het ons een zier vooruit ?
Maar als ik hulpeloos naast hem sta te wachten aan het zebrapad voel ik mij een laffe zielepoot.
Wanneer komt men tussen als mensen een daad stellen van burgerlijke onbeschoftheid ?

Continue reading

Zelfgesprek

In het metrostation van Brussel Centraal zit een man op de bank. Hij praat geagiteerd en gesticuleert in het rond. Zijn taal klinkt Slavisch. Voorbijgangers werpen een steelse blik op hem en zien dat zijn woorden in het ijle gericht zijn. De man is verwikkeld in een hoog oplopend zelfgesprek. Enkel als hij een trek neemt van zijn sigaret, wordt het even stil.
Terwijl ik ongeduldig wacht op de metro – altijd onderweg en overal te laat – kruisen onze blikken elkaar. Zijn onaflatende woordenbrij en drukke gebaren zijn nu voor mij bestemd. Als ik laat blijken dat ik er niets van versta, wendt hij zich af, op zoek naar die ene iemand die hem begrijpt.
Ik schat hem veertig. Zijn blonde krulharen zijn in de war, de jeans en de jas die hij draagt, zijn vuil en versleten. Schoenen of kousen heeft hij niet. Zijn voeten zien zwart van het lopen door de gangen en straten van Brussel.
De metro komt en ik stap op. Hij blijft op zijn bank zitten. Hij gaat nergens heen, komt nergens vandaan. Gestrand in de grootstad. Zou elk station niet ook een dienst voor verloren personen moeten hebben?

Het rookkwartiertje

Een vlezige Hollander en een gezapige Vlaming roken op het trottoir aan de Wolvengracht. De ene heeft het over hoekskens, kussenkes en stoelenkes, de andere vindt alles sowieso leuk, geweldig, soms zelfs te gek joh !
De Nederlander slooft zich uit om zijn Belgische collega in het Vlaams terwille te zijn, de Vlaming wil per se gewéldig Noordnederlands ratelen.Zijn beide heren de komende anschlüss aan het voorbereiden en zijn ze een talenke aan het brouwen dat, godbeware ons, nooit mag worden gedronken in onze gewesten ?
Een derde collega s’approche, ene Robert. Alsof de bliksem heeft ingeslagen wordt er terstond van taalrol gewisseld. Robert echter antwoordt beide collegae in het – weliswaar gebrekkig – Nederlands. Het Frans van, laat ons het maar bij Kees houden, is doenbaar, maar met een schabouwelijk accent. De Vlaming spreekt keurig Frans, daarnietvan, maar Robert wil per se zijn Nederlands onderhouden.
De Hollander, van nature uit een praatgraag volk, voert het hoge woord. Hij vraagt hoe het gaat in zijn ‘déppartement’.“Koet,” zegt Robert, “maar de ‘luchtkoeling’ is ‘te zwaar’”.“Il veau le chignaler,” zegt Kees daarop. “Ik heb veel gevraagd, maar ze verstaan niet,” antwoordt Robert. Dat is te verstaan: hij heeft het vermoedelijk in het Nederlands gevraagd. De Vlaming luistert geamuseerd.

Continue reading

Ondergoed moet onder de broek

Een maandje, zo lang werk ik hier in Brussel.
Vaak begonnen aan een blog en steeds weer elke byte in de prullenbak gedropt. Mijn pennenvruchten liggen te rotten op een mossige bodem. Een maand is blijkbaar nog niet lang genoeg om door de clichés heen te schrijven…
Vanmiddag liep ik door de Nieuwstraat, nog steeds de duurste straat van de Belgische versie van Monopoly. Liep ik, of was het eerder struinen? Misschien zelfs dolen, wie weet. Ik dacht aan de stad en hoe ze op de ene dag naar pis stinkt, en op de andere naar lavendelvelden geurt. En aan die haveloze man die voor de ingang van de Quick lag te bloeden – en hoe de mensen door de bloedplasjes stapten om binnen te geraken.
Ai, stap ik alweder in een cliché: het harde leven in een grootstad, wars van menschelijkheid en brüderschap belijden wij de apathie…
En ik ben uit hetzelfde wrakhout gesneden. Ik laat niet vaak een muntstuk achter in de uitgestoken handen die me kruisen. Terwijl ik me toch graag zou spiegelen aan Lazyboy die in het liedje Underwear Goes Inside The Pants zegt: “This homeless guy asked me for money the other day. I was about to give it to him and then I thought he was going to use it on drugs or alcohol. And then I thought: that’s what I’m going to use it on. Why am I judging this poor bastard?”.
Mediamarkt en H&M staan anders ook te springen om eens in onze geldbeugel te graaien, maar daar hebben we dan weer minder problemen mee…

Continue reading