Twee tafels aan 't Kanaal
“Ze gaan de woensdag bij de ouders van hem, maar er is daar geene structuur, ik moet ze daarachter weer heelegans naar mijn hand zetten. En dan ben ik de slechte, ge kent dat hé..”. – “Zwijgt er mij van, de mijne is ook nog enig kind, enig kind : schoon kind, ge moogt geen kwaad woord spreken van zijn maman of het zit erop. En als zijn broek niet in de plooi ligt, zal ik het geweten hebben. Maar niet van haar, ze zegt dat dan tegen mijne man. Schoonmoeders hé mens, schoon van ver..”.
“Hebt ge’t al gehoord ? Die trut van de boekhouding, ‘t schijnt dat ze aanhoudt met Etienne. – “Allé, ik heb ze gisteren nog gelijk naar ‘t station zien lopen, dat zal dan niet voor hunne trein zijn geweest !” – “Z’heeft ook al de bureau van Josianeke ingepikt, zit ze korter bij hare chef.” – “Lievelingskes onder mekaar hé..”
“Eh bien, je disais encore à ma mère, ‘faut pas lui faire faire comme ça.” – “T”sais, parfois on est mieux dans une bonne crêche..”
Dat het in Brussel woekert van de asociale autobestuurders is welbekend. Fietspaden worden dikwijls aanzien als tijdelijke parkeerruimte of als los-en laad plek. Behalve je leven riskeren kan je er als fietser weinig tegen beginnen. Dit zal binnenkort misschien wel eens kunnen veranderen. Op 
