Author: Gast

De KVS en de Congo: is het foei, Hugo Claus of foei, Raven Ruëll?

Als je de polemiek in de media leest rond de opvoering van Het leven en de werken van Leopold II in de KVS was de commotie groot bij de Afrikaanse toeschouwers. Een Congolese kennis, die postkoloniale activiste is, stuurde mij zelfs foto’s van de voorstelling: ‘kijk, hoe durven ze!’

Nu ben ik geen Claus-fan, maar ik heb wel de gepubliceerde tekst van het stuk. Indertijd gekregen van de mensen van de KVS omdat ik op hun vraag enige historische duiding aan de acteurs had gegeven. Dus die heb ik weer opgediept en gecheckt hoe de negers (want Claus schrijft in 1969 nog niet Afrikanen of Congolezen) in het stuk voorkomen en het resultaat naar mijn Congolese kennis gestuurd.
Dit is het:
Hugo Claus geeft zoals altijd heel veel regieaanwijzingen, want theater is meer dan tekst. In dit geval maakt er ook een soort pantomime deel van uit. Hij gebruikt zeven Congolezen. Een zekere Bongo-bongo en zes figuranten. Ze krijgen geen tekst, geen spreekrecht zoals tijdens de koloniale periode. Voor zover mijn Swahili reikt, betekent Bongo: hersens. Claus hecht altijd veel belang aan de namen van zijn personages.
Bongo opent het stuk en sluit het. Op de 29 scènes van het stuk komt hij 18 maal voor. Het stuk begint als Leopold dood is en opgebaard ligt in een lijkkist versierd met bloemen. Bongo gaat pissen, eerst op de bloemen, dan op de kist zelf. Geen woorden, maar daden. De rest van het stuk is een lange flashback, behalve dan weer op het einde. In dit deel draaft Bongo telkens op als een soort boy, net als in de koloniale periode.
De zes andere Congolezen dienen als decorstukken: dode en opgezette lijken. Op het einde van de flashback worden ze levend, ze slaan en schoppen het lijk van Leopold en hangen hem daarna op met een katrol. Bongo laat hem weer zakken en steekt hem definitief in zijn lijkkist en sluit het doek.
Heel dit symbolische stuk pantomime met Congolezen ontbreekt blijkbaar in de versie van Raven Ruëll. Volgens mijn Congolese kennis begint hij met Bongo die de scène met een stofzuiger schoonmaakt, zijn groot geslacht laat zien en verder in het stuk krijg je nog wat van dat soort blanke grappigheden te zien.
Blijkbaar is Raven Ruëll stukken neo-kolonialer dan Hugo Claus.
Historicus Lucas Catherine publiceerde onlangs bij Bitbook ‘Des tranchées en Afrique. La Grande Guerre des Congolais 1914-1918‘.
Nvdr:
Raven Ruëll reageerde intussen in De Standaard ook op de commotie die de heropvoering van zijn productie uit 2003 teweegbracht:
“Ik deel de strijd van de activisten die dit stuk veroordelen (…) Maar dat betekent niet dat ik mijn voorstelling softer ga maken om geen mensen voor het hoofd te stoten. Je herschrijft Shakespeare toch ook niet omdat bepaalde zaken vandaag gevoeliger liggen dan vroeger? Het leven en de werken van Leopold II is duidelijk een antikoloniaal pamflet, dat indertijd deel uitmaakte van een bredere werking rond Congo in de KVS. De voorstelling gaat over racisme en dat wil je aan den lijve laten voelen. Daarom gebruiken we blackfaces, maken de acteurs vernederende grappen en heeft de enige zwarte speler amper tekst. Maar het woord dat hij zegt, of beter gezegd vraagt aan het eind, is wel “onafhankelijkheid”. Claus was een van de eersten die de schandalen van Leopold II publiek aanklaagden. Hij wilde een komische satire schrijven over een massaslachting, natuurlijk was dat een wankele oefening. Het stuk is bewust ambigu. Vandaag zijn er mensen die zeggen dat dat an sich niet meer zou mogen, alsof er maar één manier is om deze koloniale geschiedenis te verbeelden. Theater is een vrijplaats die mag, nee zelfs moet provoceren, maar het lijkt wel alsof dat vandaag niet meer mag en we in de ban zijn van een doorgeslagen politieke correctheid, nieuwe preutsheid en humorloosheid.”

A Sunday in Brussels

Even though I have been living in Brussels for six months now, sometimes I feel like I’m not taking advantage of all the city has to offer. I guess a lot of you can relate when I say that very often we don’t see the beauty of the city where we actually live. When going on a citytrip I enter every single beautiful building on my way, do my research on the newest and trendiest places to eat or drink and make sure not to waste too much time. In Brussels, however, all too often I stick to my routines and I don’t take the effort to explore new places. I decided to change that and last Sunday was the first of – hopefully – many days filled with new experiences in my hometown. This article will give you some ideas on what to do and where to eat – it’s roughly based on my own Sunday last week.

8 AM – Marché du Midi

Let’s all be honest, most of us quite enjoy a little lay-in on a Sunday. So don’t feel pressured to wake up just yet. If you do, however, it may be a nice idea to start your day at the Marché du Midi. This is an enormous market around the Brussels South train station where you’ll find everything from fruits over plants to pants. I especially like to buy very cheap fruits, vegetables and plants over there. If you’re feeling a bit hungry already, make sure to check out the Moroccan pancakes (you’ll find a stand under the bridge). The original ones are with cheese and honey, although I prefer the ones without anything or with just a little Nutella.
Marché du Midi
Boulevard du Midi / Zuidlaan
1000 Bruxelles
Tripadvisor 

10.30 AM – Yoga at La Tricoterie

Who said you can’t do some exercise on a Sunday? After all, you have to burn all those calories you’ll add by eating your way around the city. I recently discovered this place and absolutely love it. La Tricoterie is a cooperative and non-profit organization, offering a place to meet new people. They have a very wide offer, ranging from brunches (also on Sunday) to yoga. The atmosphere is always on point and people from all ages gather here to have a nice afternoon and/or evening. As far as the yoga goes: it’s one of the cheaper places in Brussels to practice and the instructor Elaine is really nice. It can get a bit busy, so make sure to arrive on time and to send a mail to reserve yourself a mat.
La Tricoterie
Rue Théodore Verhaegenstraat 158
1060 Saint-Gilles
Website
Yoga reservations: elaine_codogno@hotmail.com

12.30 PM – Marché aux puces

As you may have noticed, I do like my markets. This one is probably as chaotic as the Marché du Midi, but over here the vendors sell vintage stuff. Some of the things they’re selling are absolutely overpriced and crap, but if you put some effort into it, you may just find that treasure you’ve been looking for. Make sure to bargain and carry some small change with you, because over the past few years prices have risen and very often the original price is way too high. While browsing or afterwards you can have a drink at La Brocante or Pin Pon – the one being very old school, the other rather hipster. Depending on what you prefer.
Marché aux puces
Place du Jeu de Balle / Vossenplein
1000 Bruxelles
Tripadvisor

2.30 PM – Brunch at Chicago

Ahhh finally, time to indulge yourself in some awesome food! Chicago is one of those always-good places; whether you’re alone, with friends or with your boy/girlfriend, you’ll like this one. There are different brunch formulas on Sunday, but I prefer the ones they also serve on weekdays. The Sunday special is definitely good too, but it’s more expensive and just way more than I can eat. Even though it’s delicious. Last time I went for the American breakfast: pancakes, eggs, bacon, coffee, fresh orange juice… I’m already tempted to go there right now while typing this! If you’re not very hungry but still fancy something sweet, it’s also possible to order a waffle or just pancakes. Or spaghetti. Or soup. As you might have noticed by now, I love this place and I think it’s an absolute must-visit! Make sure to make a reservation though, as it gets very very busy on weekends.
Chicago Cafe
Rue de Flandre / Vlaamsesteenweg 45
1000 Bruxelles
Website

4 PM – Wander around the city center

In my opinion, it’s pretty important to sometimes just stroll around a city and get lost a little. The center of Brussels has a lot to offer so just follow your nose, your eyes or your feet to wherever they lead you! Anyway, I’ll give you some tips so you’ll know where to start. Place Sainte-Catherine and the Marché aux Poissons are really close to Chicago Café and just two nice squares to hang out – especially when the sun is out. Have a drink under the trees at Café de Markten if you want or just sit down in front of the church or next to the water. From here on you can go towards la Bourse (the stock exchange) and further on to Manneken Pis. This peeing little guy is quite famous and very touristy, but I still like to stop by and see if he’s still there doing his duty from time to time. If you’re new to Brussels and you haven’t seen the Grand Place yet (which is almost impossible) then go there. You’ll see a lying statue on your right side just before stepping onto the square. Touch it, but be careful: it’s said that you’ll be pregnant within a year! Now that you’re here it’s only a short walk to the Galleries. This covered street is full of fancy shops, nice chocolatiers and hidden treasures (like bookshop Tropismes). Wanna have an afternoon coffee or snack? Stop by Mokafe or Arcadi (who does the best lemon meringue pie).
Café De Markten
Rue du Vieux Marché aux Grains / Oude Graanmarkt 5
1000 Bruxelles
Website
Tropismes
Galeries Royales Saint-Hubert
Galerie des Princes / Prinsengalerij 11
1000 Brussel
Website
Arcadi Café
Rue d’Arenbergstraat 1B
1000 Bruxelles
Website

7 PM (or earlier during winter) – Botanique

Le Botanique literally means the botanical garden. Before the national botanical garden of Belgium was moved to Meise (just outside of Brussels), it used to be here and the building was the greenhouse. Nowadays it serves as a cultural venue, hosting exhibitions, concerts and more. Although located very close to the Brussels North train station, I had never been here until last week and that’s a shame. The building is still surrounded by a botanical garden and even though it’s probably more worthwhile during summer, the park is a very welcome place of quiet in this otherwise very traffic-jammed part of town. If you’re feeling thirsty you can have a drink in the cafe or – when it’s a bit more sunny and hot – buy something in the supermarket across the street and just enjoy it on one of the many benches. If you want to go to an event, check out the calendar on their website!
Botanique
Rue Royale / Koningsstraat 236
1210 Brussels
Cultural website – Park website

8 PM – Squatter dinner at Rue Royale 123

This place was the whole reason of my latest little Sunday outing: I did an interview with them for school. 123 Logements is a non-profit organization pleading for legally squatting empty buildings all over the city. Not only do people live here, but they also organize bike fixing moments, legal advice, dinners… All the food is made with leftovers from nearby supermarkets and completely vegan, to assure that anyone can freely enjoy their meal. There’s also no fixed price, you can give as much as you want or as you can spare. The public is very diverse: some people are inhabitants, others live in the neighbourhood, there are homeless people and tourists. Be prepared for an experience that’s a bit different from your usual dinner location!

9.30 PM – Experience Brussels at night

There is so much to do in Brussels at night that it would take us too far to go over every possibility. I myself went to the Brussels Light Festival last weekend, but this is an annual thing so you’ll have to wait a year to visit it by yourself. Other possibilities include catching a movie at CINEMATEK (an alternative movie theater with different locations throughout the city) or having drinks at Delirium Café (yes it’s touristy, but 2500 different beers in one café deserve the appropriate amount of attention). Brussels is Yours offers a quite nice overview of the different events in Brussels every weekend, so make sure to check them out for some inspiration!
Delirium Café
Impasse de la Fidélité / Getrouwheidsgang 4
1000 Bruxelles
Tripadvisor

So, that’s it, you’ve spent an entire Sunday in beautiful Brussels! I hope you enjoyed it and let me know if you think I should do more of these!
Camille Van Puymbroeck is a 22-year old based in Brussels. Some of her personal interests are travel, food and photography. She started her own blog as part of her Journalism studies.

Charlotte Bonduel breit

Charlotte Bonduel breit. Want handwerk is weer helemaal in. Niet langer een bezigheid voor oma’s en groottantes die in lang vervlogen tijden ‘snit en naad’ volgden. Het lijkt wel of iedereen weer leert naaien, haken en breien. En voor Charlotte uit Schaarbeek telt bij het breien niet elke seconde, maar elke steek.

Breien in open lucht, foto: © Annelies Tollet.
Breien in open lucht, foto: © Annelies Tollet.

Leve de traagheid

Een korte en voor de hand liggende openingsvraag: wat vind jij zo fijn aan breien?

Charlotte: “Er zijn veel redenen eigenlijk, maar de allerbelangrijkste is: breien gaat traag. Dat valt gewoon te aanvaarden. Het dwingt je om je aan te passen en er de tijd voor te nemen. Ik vind dat een vorm van welzijn in onze haastige tijden, waarin agenda’s tot op de seconde worden ingevuld. Bij het breien telt niet elke seconde, maar elke steek. Net die ene steek die je haastig hebt laten staan, ook al was die niet comme il faut, die zal opvallen in het eindresultaat.”

Handwerk is sinds enkele jaren weer helemaal in. Hoe verklaar jij dat succes?

Charlotte: “Mensen herontdekken wat ze met hun handen kunnen doen, het eenvoudige plezier om zelf iets te maken. Wat het ook is. De consumptie- en kennismaatschappij, de gedigitaliseerde omgeving waarin we leven, leggen ons een kunstmatig ritme op. Mensen hebben de behoefte om hun eigen tempo terug te vinden en ‘wat je op eigen kracht kan’ stelt een gezonde mensenmaat. Door te breien laat ik een ander tempo in mijn leven toe naast de kloktijd.

Breien is bovendien lowtech. De initiële investering is minimaal en je bent er meteen mee weg. Verder hangt alles van jou af. Je kunt er zo creatief mee omgaan als je zelf wil. De mogelijkheden aan patronen, kleuren, wolsoorten, technieken zijn eindeloos. Maar niets dwingt je om je grenzen te verleggen of iets nieuws onder de knie te krijgen. Je kunt dezelfde steek blijven herhalen, of je kunt net heel complexe patronen uitwerken in verschillende steken of meerdere kleuren. Je kunt een bestaand ontwerp gewoon nabreien, al dan niet in een andere kleur, of je kunt zelf ontwerpen. Breien doe je op eigen maat en zoals het jou het beste ligt. Vaak kan je op verschillende manieren hetzelfde effect bereiken, maar niemand zal zeggen dat die ene manier de ‘juiste’ is.”

Breien is ontmoeten

Charlotte: “De historiek van het breien fascineert me, maar ook de spreiding in verschillende culturen en over de wereld. De oorsprong is primitief: de mens moest zich beschermen tegen de elementen en ontdekte de buitengewone kwaliteiten van wol(soorten) en wolbewerking. Je kunt de wereld rondreizen en altijd weer op plaatsen komen waar er een brei- of textieltraditie leeft. Of je kunt breien en wol als bewuste leidraad gebruiken om oorden op te zoeken en mensen te ontmoeten.

Dat ontmoeten vanuit breien is niet noodzakelijk, maar altijd bijzonder. Breien kan je alleen doen of in groep. Als je het alleen doet, is het een vorm van rust en concentratie. Maar breien in groep werkt heel verbindend en maakt taal bijkomstig omdat het kan gaan over ‘Hoe maakt u iets?’ in plaats van ‘Hoe maakt u het?’.

Iedereen heeft z’n eigen verhaal als het over breien gaat. Deze zomer zaten we voor het ENTER festival te breien op het Bockstaelplein in Laken. We spraken mensen aan en vroegen of ze konden breien en hoe ze het geleerd hebben. Wat volgde, was meteen een beknopt levensverhaal.”

“Handwerk is een geweldige manier
om niet altijd in je hoofd te zitten.”

Doe je het al van jongs af aan? Is het een hobby die je herontdekt hebt of ben je het altijd blijven doen?

Charlotte: “Ik heb het ‘geluk’ gehad om op school te leren breien. Hoewel ik dat toen niet als een geluk beschouwde. Het is een spijtige zaak dat kinderen en jongeren nauwelijks nog handwerktechnieken krijgen aangeleerd. Voor mij is breien een vorm van vitale kennis, zoals fietsen en zwemmen. Een zeldzame keer zal het levenslang overbodig blijken. Maar als je het ooit leerde, zal het vroeg of laat zijn nut bewijzen. Handwerk is een geweldige manier om niet altijd in je hoofd te zitten, of aan een klavier en scherm. Kinderen (en wat voor hen geldt, telt evenzeer voor volwassenen) hebben daar behoefte aan.

Maar eerlijk… ik heb nooit een vonk gevoeld als kind. Dat zegt veel over de breilessen toen. Breien was de wereld van mijn grootmoeder en moeder. Maar vijf jaar geleden overviel me zowaar de goesting om nog eens met wol en kleur te spelen. Ik was toevallig bij mijn ouders en kreeg naalden en wol toegestopt. De rest ging vlotjes. En nu brei ik dagelijks.”

Breicabine vzw

Je zit zelf ook in een brei-organisatie, Breicabine vzw. Wat doen jullie precies?

Charlotte: “Breicabine is sinds kort een vzw, die op lange termijn twee objectieven heeft.

Het wil een (online) platform worden waarop mensen breigoed kunnen bestellen. Dat betekent dat Breicabine de schakel is tussen mensen (klanten) die duurzaam breigoed willen aanschaffen, en mensen die graag en goed kunnen breien (de community). De community breit voor de klanten, met de hand en op maat. Het is een opportuniteit om mensen te herwaarderen die (tijdelijk) buiten de arbeidsmarkt staan door bijvoorbeeld pensioen of burn-out.

We onderzoeken nog wat wel en niet haalbaar is. Nu zoeken we vooral mensen die graag breien en die tijd hebben. We zijn al gestart met het breien op bestelling, alleen is het zaak om stelselmatig het netwerk van brei(st)ers uit te breiden. En als het een succes blijkt, willen we ook andere doelgroepen bij de community betrekken.

Tweede objectief van Breicabine is om een korte keten in Brussel te installeren om 100% lokaal breigoed te maken. Die keten start bij begrazingsprojecten met schapen in parken en groene ruimtes. De wol van de schapen wordt gerecupereerd en verwerkt tot garen in een stadsspinnerij. Daarmee kan dan uiteindelijk het breien op bestelling gebeuren. Er is een lange weg te gaan, maar er is tijd.

In eerste instantie willen we nu nagaan of er een draagvlak is voor die twee ideeën. Daarvoor brengen we, door middel van projecten, het breien in de publieke ruimte.”

Schapenweg Revisited: breien in open lucht

Charlotte: “Een van die projecten is Schapenweg Revisited. In september 2017 organiseerde Breicabine op vraag van het PeriFeria festival workshops rond wolbewerking en breisessies langs de oude Schapenweg, die door de noordwestrand van Brussel loopt.

De Schapenweg valt voor een groot deel samen met de Romeinse Steenweg, maar was oorspronkelijk een landweg waar herders met schapenkuddes langs trokken, voor een dagelijkse ‘heerdgang’. Op veel plaatsen komt die oude benaming nog voor. Met die straatnaam als houvast, stippelden we een parcours uit om op 6 verschillende locaties een wol- en brei-activiteit in open lucht te organiseren. De ‘pun’ van het hele project was erop te wijzen dat de aanwezigheid van schapen in de stad een opportuniteit was, en dat het dat ook vandaag nog is voor huidige en toekomstige stadsontwikkeling.”

Het schaap als intercultureel symbool

Charlotte: ”Er is een directe link tussen begrazingsprojecten en de herintroductie van een lokale nijverheid die op wol gebaseerd is. Bovendien zijn er heel wat interculturele betekenissen aan het schaap verbonden, waar we graag op inspeelden. Schapenweg Revisited ging symbolisch van start in Vilvoorde, bij Zennelab in de wijk Broek, op de dag van het offerfeest in het eerste weekend van september. We richtten ons op de kinderen uit de wijk en organiseerden op hun maat activiteiten rond het thema ‘schaap’ en ‘lam’. Er stond een lam in de tuin, straatkunstenaar Dzia maakte een graffiti-tekening van een lam, we lazen verhalen voor over schapen en hun wol, er werd ijs-lam geserveerd. En bovenal, er werd geschoren wol gewassen en gekaard (in samenwerking met organisatie HerbaLana), en we leerden de kinderen breien. Een minimaal tegengewicht voor de negatieve beeldvorming rond het offerfeest in de media.

Leuk om te weten: City 3, de vzw die om de twee jaar het PeriFeria festival in een ander deel van de Brusselse rand organiseert, kreeg subsidies via Bruss-it voor Schapenweg Revisited.”

Zacht verzet

Charlotte: “Breicabine neemt een voorbeeld aan historische brei-collectieven: denk aan de vroegere missiekringen in eigen land, maar ook aan de Bohus-beweging in Zweden of de vrouwen die tijdens de wereldoorlogen breiden voor de soldaten aan het front. Het zijn voorbeelden van zacht verzet dat een verschil maakte.

Vandaag duiken ‘craftivism’-interventies (craft + activism) al uitdrukkelijk in het straatbeeld op, denk aan yarn bombing, of guerilla knitting (= straatmeubilair of standbeelden die in wol worden uitgedost). Die bewegingen zijn ook een vorm van zacht verzet, maar met Breicabine wil ik expliciet de band met het maken van een nutsobject bewaren. Het zou fijn zijn als we op termijn een lokaal, economisch alternatief voor de kledingindustrie kunnen neerzetten. Dat klinkt ambitieus, maar het mag kleinschalig zijn.

Een bijkomende vorm van zacht verzet zit hem in het trage handwerk als tegengewicht voor de haast en het gejaag van elke dag en de tijd die we aan het scherm en klavier doorbrengen.”

Breicabine, een gastvrije plek

Charlotte: “De plek van de breicabine is niet plaatsgebonden. Ze zit tussen de oren, bij mensen die bewust een plaats willen geven aan duurzaam handwerk. Of ze vindt een tijdelijk onderkomen (waar mensen samen breien), zoals het woord cabine uitdrukt. Een berghut of een strandcabine bieden onderdak en ze beschermen tegen de elementen. Iedereen wordt er gastvrij ontvangen, maar niemand kan er zijn domicilie vestigen.”

Duurzaamheid voorop

Breicabine focust ook op duurzaamheid, lezen we op de Facebookpagina. Waarin zit de duurzaamheid precies?

Charlotte: “Toen ik enkele jaren geleden het breien herontdekte, raakte ik geïnteresseerd in de transitiebeweging en in duurzame kledinglabels en materialen. Ik begon confectie te mijden en zelf dingen te maken en ontdekte heel wat hedendaagse brei-ontwerpers. Uiteindelijk nam ik het besluit om gedurende één jaar zo weinig mogelijk nieuwe kledij te kopen en in tweedehands gekleed te gaan. Dat voornemen bleek zeer haalbaar en ik vul sindsdien mijn garderobe aan met dingen die ik zelf maak, tweedehandse spullen en heel af en toe iets nieuws.

Op mijn zoektocht naar ethische kledij vielen breilabels als Aymara en LN Beanies op. Die merken danken hun duurzame uitstraling vooral aan het feit dat ze werk geven aan vrouwen in Zuid-Amerika. Door het inkomen dat ze al breiend verdienen, kunnen ze in hun traditionele gemeenschap blijven. De meerwaarde hiervan is duidelijk en belangrijk. Maar binnen het perspectief van een wereldeconomie die op lage lonen gebaseerd is, vind ik persoonlijk dat hun manier van werken een onevenwicht in stand houdt. Die labels bieden geen inzicht in de verdeling van de winstmarge die ze op hun producten maken.

Ook om die reden bleef ik spelen met het idee om hier, lokaal, breigoed te produceren. En ik dacht ik na over hoe zoiets, met voorbeelden als Uber of Airbnb, zou kunnen corresponderen. Alleen is breien zo’n tijdrovende activiteit dat de klassieke manier van denken over verloning, x euro per uur, er niet op van toepassing kan zijn. Breicabine moest een eigen model van verloning en prijszetting uitwerken, dat wel transparant is. De duurzaamheid zit hem dus in de materialen die levenslang meegaan, de meerwaarde verbonden aan de lokale productie en de transparante prijszetting.”

Meer weten?

Het volledige programma van Schapenweg Revisited kan je nog raadplegen op www.periferiafestival.be.

Volg Breicabine via Instagram of Facebook.

(Een iets andere versie van deze tekst verscheen eerder in de personeelsnieuwsbrief van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. BrusselBlogt kreeg de toestemming van de betrokkenen om de tekst hier in gewijzigde vorm over te nemen.)

Aan gij die mij niet ziet

Het is een wrang ritueel geworden. Wanneer ik ‘s avonds thuiskom, vertel ik aan mijn vriendin hoe ik nipt aan een verkeersongeluk ontsnapt ben. Een autobestuurder dacht voorrang te hebben omdat hij zijn richtingaanwijzer gebruikte. Vervolgens vertelt zij mij hoe een taxi tegen een veel te hoge snelheid uit een zijstraat de hoofdweg opvloog. De reden waarom wij überhaupt dit gesprek nog kunnen voeren, is te danken aan haar noodstop. Je kunt het al raden zeker? Wij verplaatsen ons in Brussel met de fiets.

Niet omdat wij adrenalinejunkies zijn, maar omdat de fiets in ons geval de efficiëntste keuze is. Fietsen in Brussel is op zich al een uitdaging, gezien de erbarmelijke staat van de infrastructuur, de zeven heuvels en het teveel aan gemotoriseerde voertuigen (kuch kuch). We treffen dan ook voldoende maatregelen: we dragen een helm, gebruiken goede fietsverlichting en kleden ons van top tot teen in fluo. Dat blijkt niet te volstaan, want maar al te vaak bazelt de automobilist: “Het spijt me, ik had u niet gezien”. Een betere repliek was geweest: “Ik heb niet gekeken.”

Een ongeval is snel gebeurd

Dat klopt. Zeker ook in het verkeer. Er is veel om op te letten, je bent ook niet altijd even alert of de infrastructuur is onduidelijk. Een foutje maken is menselijk en een verkeersongeluk kan iedereen overkomen, zij het als slachtoffer, zij het als veroorzaker. Maar beseffen we wel nog wat de gevolgen kunnen zijn van zo’n ongelukje? Weten we allemaal wel dat een auto gemiddeld 1 ton weegt? Een ongelukje met de wagen kan al snel catastrofale gevolgen hebben.
Soms heb ik het gevoel dat een automobilist dat na een tijdje dreigt te vergeten, of dat hij de harde waarheid negeert. Want als je de gevolgen beseft, haal je dan nog snel een fietser in om vervolgens rechts af te slaan? Probeer je dan een auto zijn voorrang af te snoepen, door hem te overbluffen met jouw snelheid? Scheer je dan en grande vitesse rakelings langs een voetganger?
Veel weggebruikers rekenen erop dat de andere geen fout zal maken, ze gaan er ook vanuit dat ze zelf alles gezien hebben. Negen op de tien automobilisten wanen zichzelf een betere chauffeur dan het gemiddelde. Dat is statistisch onmogelijk, en dat vat het hele probleem samen. Die grootheidswaanzin leidt tot het idee dat je tot op het randje (of er ver over) kunt gaan, want je stuurmanskunst zal je steeds uit de nood helpen. Hoor je dan geen veiligheidsmarge in te bouwen wanneer je je tegen 50 km/u met een voertuig van 1 ton door de bebouwde kom verplaatst?

Een ongeluk zit in een klein hoekje

Waarom spreken we eigenlijk altijd over een ongeluk? Zelfs wanneer de omstandigheden aantonen dat de dader zijn uiterste best heeft gedaan om dat ongeluk uit te lokken. Of heeft de automobilist dan pech gehad toen hij tegen 70 km/u in een zone 30 een overstekende voetganger op het zebrapad katapulteerde? Of wanneer je belt achter het stuur? Of je dronken rijdt of een voorrang negeert? Wanneer je even spookrijdt of je zijspiegel negeert?
In vele gevallen gaat het om doodslag, zonder voorbedachten rade. Dat klinkt heel ernstig, maar dat is het vergrijp ook. Wanneer je niet in staat bent om die veiligheidsmarge in te bouwen, wanneer je er niet alles aan wil doen om een ongeluk te voorkomen, kruip je beter niet achter het stuur. Probeer maar eens voor een praktijkexamen te slagen met zo’n rijstijl.
Alle weggebruikers maken fouten, ook voetgangers en de fietsers. In een ideale wereld scheidt de infrastructuur ons allen van elkaar. In afwachting van die utopie kan je toch maar best een veiligheidsmarge inbouwen, zodat zo’n foutje geen fatale gevolgen hoeft te hebben. Haast of comfort zouden nooit boven veiligheid geplaatst mogen worden. Wie een ongeluk veroorzaakt verdient een tweede kans, maar (te) veel slachtoffers krijgen die niet.
Dit is een warme oproep aan de automobilist, om in deze koude dagen wat meer ruimte te geven aan de zachte weggebruiker.
Brusselvriend Bram Algoed schreef deze gastbijdrage voor de blog Lambyk. Kwinten Lambrecht schrijft er over Brussel, communicatie, duurzaamheid, mobiliteit en een vleugje politiek.

Opiniestuk

Een week na de rellen: Brussel, u verdient beter – opiniestuk

Brusselaar, journaliste en politicologe Sara Leemans schreef een opiniestuk over de rellen in Brussel van 11 november jl. We nemen haar stuk hier op als gastbijdrage.

Ik zit thuis op zaterdag 11 november. Er zijn wat vrienden op bezoek in m’n appartement op driehoog midden op de Anspachlaan, recht tegenover Plattesteen. Er is altijd lawaai buiten: dronken toeristen, ruziënde junks, maar evengoed uitgelaten vriendengroepen op weg naar de AB. Dus bij wat gestommel schrik ik nauwelijks op. Tot het echt luid wordt. We openen de ramen en zien eerst tientallen en al gauw honderden jonge mensen op de brede laan onder het balkon. Ze zijn uitgelaten. Marokko is gekwalificeerd voor het WK. Jolijt. Iedereen blij, en we roepen gezellig mee. Nog wat vrienden stuiken toe. Maar in paniek dit keer. Waarom? Het gaat er aan de Beurs hevig aan toe. Een vriendin geraakt niet door de massa. “Ze gooien met stenen!”. Aan de Beurs blijkt de meute slaags geraakt met de politie.

Wat de komende twee uur volgde was hallucinant. Het was alsof je naar CNN zat te kijken, sensatie-tv over schermutselingen op een plein aan de andere kant van de wereld. Maar dit gebeurde hier, onder m’n raam. We zagen hoe opgehitste jonge gastjes alle hekken die ze konden vinden op een hoop gooiden om een muur te maken tegen de politielinie, hoe ze stenen en glazen flesjes smeten tegen politieschilden. Zodra de politie marcheerde renden ze voor hun leven. We volgden het nieuws via Twitter. Ademden de dampen in van Bengaals vuur, zagen het waterkanon uitrukken en hoorden af en toe een knal.

Later op de avond gaan enkele vrienden de straat op, we hoorden dat er wagens in brand werden gestoken. Ze willen even de hunne in veiligheid stellen. Een post-apocalyptisch tochtje wordt het: de Lemmonierlaan is leegeplunderd, winkelruiten zijn ingeslagen, nachtwinkels leeggeroofd. Een camionette werd op z’n zij getild en brandde uit, twee auto’s mochten er ook aan geloven. Verkeersborden en vuilbakken werden hier en daar uit de grond gerukt en de hekken liggen hier voor de deur nog steeds op een grote hoop. Niemand kwam tussenbeide, niemand werd aangehouden.

Na zulke gebeurtenissen verwacht je antwoorden: van het stadsbestuur, van de burgemeester. Antwoorden op de vragen: “Hoe kon dit gebeuren?”, “Waar liep het fout?”. Er is veel geschreven en gesproken over de rellen van zaterdag, maar antwoorden op die vragen heb ik nog steeds niet. De afgelopen week heeft een bijzonder kwade Brusselaar van me gemaakt. En het weinige vertrouwen dat ik had in ‘mijn’ stadsbestuur is nu helemaal weg. In Vlaamse media kwamen de reacties uit de mond van burgemeester Philippe Close en schepenen Els Ampe en Alain Courtois. Mijn verbazing over wat ik die avond zag verbleekt tegen mijn verontwaardiging over de apathie en onwetendheid van deze figuren, die nota bene aan het hoofd van de stad staan.

Burgemeester Close schuift in een eerste reactie twee zaken naar voor: hij staat achter zijn politiemachten, die met veel te weinig op het terrein stonden en onvoldoende middelen ter beschikking hadden voor dergelijke rellen (zijn fout), én het feit dat er geen slachtoffers zijn bij de burgers (het zou er nog aan moeten ontbreken). Close was zaterdag in Parijs. Indien de burgemeester niet aanwezig is wanneer dergelijke situatie zich voordoet wordt de eerste schepen aangesteld om knopen door te hakken en beslissingen te nemen. Maar gebeurde dit wel? Courtois zegt er het volgende over in het tv-programma De Afspraak op dinsdag: “Dat is naar het schijnt niet gebeurd”, de man weet zelf kennelijk van niets. “Philippe Close moet die beslissing in handen leggen van de eerste schepen of de persoon binnen het schepencollege die hij verkiest”, vertelt Courtois. Presentator Bart Schols zoekt een duidelijk antwoord: “Dus dat is niet gebeurd?” Waarop Courtois: “Bij mijn weten niet”. Alstublieft. Courtois zit er apatisch bij in De Afspraak, waar hij uitgenodigd wordt naar aanleiding van een vernietigend stuk door Jan Segers over het optreden van het stadsbestuur. Courtois blijkt doorheen het hele interview geen enkel idee te hebben wie zaterdagavond de actie coördineerde. En omzeilt onvakkundig de vraag.

Uit anonieme getuigenissen van enkele jonge politieagenten bleek zondag dat de politie het bevel kreeg om zaterdag niet tussen te komen toen de rellen zich verplaatsten naar de Lemmonierlaan. Over dit bevel blijkt Els Ampe, een dag eerder in De Afspraak, niets te weten: “Da’s vreemd he?”. Schols herinnert haar aan het feit dat ze schepen is in Brussel (iets wat ze vergeten lijkt te zijn): “Ja, da’s waar, maar ik ga me niet uitspreken over keuzes die politiemensen maken op het terrein”, verdedigt Ampe zich. Agenten krijgen bevel, Els, een opdracht om op te treden. Deze uitspraak toont dat zij, noch eerste schepen Courtois wisten wie er in godsnaam de beslissingen nam op zaterdag. La honte.

Hoe kan het dat een stad van dit kaliber, onder terreurniveau 3, niet voorbereid is, noch het juiste materiaal ter beschikking heeft om met dit soort rellen om te gaan? Dit was overigens een terechte vraag van Luckas Vander Taelen die maandag de tafel deelde met Ampe in De Afspraak. “Waarom zijn die reserves niet aanwezig?” Ampe heeft hier geen antwoord op, noch Courtois die de dag erna dezelfde vraag voorgeschoteld krijgt. Hierbij stelt Ampe zélf nog vragen: “Hoe komt het dat er geen twee sproeiwagens waren?” Ik weet het niet Els, zou jij dat zelf niet moeten weten?

Een terechte en pakkende getuigenis die me deze week opviel was die van een Brusselse brandweerman in Terzake op maandag. Hij was zaterdag ter plekke en moest vluchten uit zijn voertuig omdat ook dit bestookt werd met stenen en andere voorwerpen. Ook hij had onvoldoende bescherming om op te treden en z’n werk te doen. Opnieuw een fout van het stadsbestuur. Onvoorbereid. Een tweede probleem was dat hij nergens met z’n voertuig doorkon. Door de bakken met bomen en de betonblokken die op de voetgangerszone geplaatst zijn. Want de piétonnier (voetgangerszone) is het paradepaardje van bepaalde politici, en moet mooi zijn om volk naar Brussel te lokken, is het niet Alain? Hierdoor hebben hulpvoertuigen nauwelijks doorgang naar de Anspachlaan. Iets wat me overigens ook frustreerde toen een goeie vriend een aanval van epilepsie kreeg in m’n appartement de dag erop, en hij 40 minuten moest wachten op een ambulance die van een ziekenhuis een halve kilometer verderop moest komen maar nergens doorkon. La honte, opnieuw.

Daarnaast is het erg lang geweten dat manifestaties en grote bijeenkomsten veelal worden aangekondigd via sociale media. Hoe kan het dat de politie hier nog steeds niet in mag investeren? Maar wel worden na afloop de sociale media afgeschuimd om de daders te herkennen.

Ampe krijgt op maandag ook de vraag hoe het kan dat er geen énkele arrestatie gebeurde toen de jongeren winkels kort en klein sloegen en arm roofden. Ampe: “Ja nu moet het gebeuren hè, nu moeten de arrestaties gebeuren nu moeten mensen opgepakt worden, ze worden geïdentificeerd via camerabeelden, meldingen en sociale media. De politie is er mee bezig” Te laat. Inmiddels zijn er twee aanhoudingen gebeurd, geen enkele de avond zelf. Om te zwijgen over de schade die aangebracht werd bij deze winkeluitbaters. Volgens Ampe zullen de relschoppers deze moeten betalen. Welke relschoppens? Ampe houdt een betoog dat past bij een gestolen handtas in de Inno. Apatisch, onverontschuldigend en laf.

Zowel Ampe als Courtois en ook Close slagen er in bij elke reactie de vraag te ontwijken en de focus te verleggen. Courtois buigt al snel het onderwerp van zijn optreden in De Afspraak richting preventie en beweert dat de stad heel veel doet om de problemen in de Anneessenswijk (waar de meeste relschoppers opgroeiden) op te lossen. Iets wat de dag voorheen ook Els Ampe deed. Beweren dat de stad genoeg aan preventie doet en pijlen schiet op de reacties van links in plaats van te antwoorden op de enige vraag die haar wordt gesteld. Waarom jongeren in hun eigen geboortestad de boel kort en klein slaan is een van de vele grote vraagtekens. Hoe het kan dat de jongeren geen enkel respect tonen voor de stad en haar autoriteiten. Hier faalt ook de stad voor een deel, maar dat is een heel andere discussie. Als de faciliteiten er zijn en er voldoende preventie is, waarom slaagt Brussel er dan niet in om burger en stad te verenigen? Waarom slagen we er dan niet in een Brusselse identiteit te ontwikkelen? Met deze vragen zit ook Hamid Benichou een ex-politieagent die in een mooie reportage in Terzake op donderdag vertelde hoe hij de binding tussen burger en autoriteiten bergaf zag gaan doorheen de jaren. Het wegebben van wederzijds respect. Maar zoals ik zei, dat is een andere discussie.

Courtois en Ampe zijn als boeren die klagen over de oogst, zonder iets gezaaid te hebben. Courtois werpt ten slotte nog op hoe belangrijk het is om volk naar Brussel te lokken, en de grote bedragen die hier voor worden neergeteld. Zoals onder andere aan de immer gevierde voetgangerszone.

Na een week vol heen-en-weergepraat blijven àlle vragen onbeantwoord. Deze antwoorden moeten er komen na een evaluatie. Maar eerlijk gezegd: uw stuk papier interesseert me niet.

Dé hamvraag: hoe kon dit gebeuren? Naar een antwoord hebben we het raden. Hoe kunnen 300 jongeren een stad doen branden zonder dat iemand tussenkomt? Hoe kan een schepencollege, en nog niet het minst een burgemeester, zijn stad zo in de steek laten? Hoe kan een stadsbestuur zijn eigen ordediensten en burgers het leven zo moeilijk maken? Hoe kan je dit laten gebeuren? En hoe kan preventie zo hard falen dat jongeren geen enkele binding hebben met hun eigen geboortestad?

Brussel is als een onstabiele muur met vochtplekken en scheuren. En het stadbestuur doet niets anders dan er een likje witte werf over aanbrengen, zodat het volgende bestuur met de gevolgen zit om vervolgens een nieuw laagje aan te brengen. En dit al decennialang.

Brussel, u verdient beter. Een bestuur dat met liefde en betrokkenheid de problematiek aanpakt. De harde én de zachte middelen inzet en het respect van de bevolking verdient. Correct omgaat met openbare ruimten en zijn ordediensten steeds in het achterhoofd houdt. Blijven klagen en stukken als dit schrijven is ook geen oplossing. Ik zie nog maar twee opties: of verhuizen, of er zelf iets aan proberen te veranderen. Voor nu kies ik even dat tweede. Maar in de tussentijd: Close, Ampe en Courtois: schaam u. U bent Brussel onwaardig. Casse-toi.

De magie van Lego op Brick Live

Ik ben, laat het ons zo formuleren, altijd al meer dan gemiddeld geïnteresseerd geweest in Lego en mijn vrouw gunt mij die afwijking graag. Het hele gebeuren is een twintigtal jaren geleden ingeslapen geraakt. Ik ben architect geworden, ja hoor, maar had andere dingen aan mijn hoofd dan met de fascinerende Deense blokjes te spelen. Sinds onze kinderen uit de Duplo-jaren groeiden, is de waakvlam weer iets hoopvoller gaan branden. Gisteren bezochten we met het hele gezin Brick Live op de site van Thurn & Taxis.

De kinderen van 5 en 7, ze hadden er zin in, omdat ze net deze week als bij toeval het andere speelgoed even opzij geschoven hadden en tot mijn grote vreugde weer gewoon met Lego zijn beginnen te bouwen. Een filmpje van Bruzz deed de rest.
De organisatoren noemen het zelf “het grootste Lego-avontuur ooit”. In principe valt dit avontuur uiteen in twee delen: enerzijds de “fanzone”, waar de organisatoren aan de Belgische fanclub BeLUG gevraagd hebben om enkele van hun beste stukken te presenteren, en anderzijds een goeie versie van een binnenspeeltuin, gevuld met Lego-steentjes.
Het eerste deel was al dadelijk een aangename binnenkomer. Naast enkele gewoon leuke bouwwerken, waren er toch ook een heel aantal straf uitgewerkte scenario’s te ontdekken, die ook onze jongens konden boeien (ridders en zo).  Ergens had ik gehoopt dat we op hetzelfde elan hadden kunnen doorgaan in het tweede deel van het avontuur, maar dat bleek niet het geval te zijn.  In de plaats kregen we een variatie van verschillende standen waar je zelf kon bouwen met de steentjes die kenmerkend zijn voor de verschillende deelwerelden die Lego gecreëerd heeft: Duplo, City, Lego Friends, Ninjago, Technics,… enfin u kent ze wel.
Niet wat ik gehoopt had, maar de kinderen lustten er wel pap van. En de volwassenen eigenlijk ook, dankzij de kracht van de Legosteen zelf. Niets bleek zo ontspannend te werken als een grote hoop van allemaal dezelfde blokjes in zwart en wit, en dit zowel voor jong als voor oud.  Eerst kijk je als volwassene nog een beetje onwennig naar het enthousiasme van de jongsten, maar dan beginnen de vingers ook bij enkele sceptici te jeuken. Het is gewoon te leuk om de uitdaging aan te gaan. Twee blokjes worden er twintig, en voor je het weet, heb je een hele creatie.

Toch een aandachtspuntje bij al dat bouwplezier: hoewel het ook interessant kan blijken om verder te bouwen met de half afgewerkte bouwsels van een voorganger, begint het geheel na een tijd toch een beetje te lijken op de speelkamer van een achtjarige die net een verjaardagsfeestje achter de rug heeft. Best wel rommelig dus.
En nog een aandachtspunt: de zogenaamde “retail zone” had echt wel beter gekund.  In de meeste klassieke speelgoedwinkels vind je een veel groter aanbod aan nieuwe bouwdozen, en van bijzondere “collectors items” was al helemaal geen sprake. Een teleurstelling.
Slotsom: de ondertitel “het grootste Lego-avontuur ooit” is te veel een dichterlijke overdrijving en een marketingstunt gebleken. Maar als je de magie van Lego wel kan smaken en de kinderen nog tevreden zijn met een eenvoudige stapel met Lego-blokjes waarmee ze ongeremd aan de slag kunnen gaan, dan is Brick Live zeker een uitstap waard in de herfstvakantie.

Brick Live loopt nog tot en met zondag 5 november op de site van Thurn & Taxis (Havenlaan 86c, 1000 Brussel), dagelijks van 10 tot 18 uur. Een dagpas kost 20 euro. Voor een familiepas (twee volwassenen en twee kinderen onder 12 jaar) betaal je 60 euro.

Gastblogger Filip Van de Voorde

Tien redenen om te fietsen in Brussel

Ik was vroeger een autoverslaafde. Ik nam de wagen om een ​​vriend te bezoeken die een paar metrostations verder woont, om naar het park te gaan, te winkelen, de kinderen naar de kinderopvang (500 meter verder) te brengen en natuurlijk om te werken.

Een jaar geleden hebben we tijdens de week van de mobiliteit een bakfiets uitgetest. We kochten er prompt een en het veranderde ons leven. Zes maanden geleden ben ik van werk veranderd en ging ik in het centrum van Brussel aan de slag. Nu breng ik elke ochtend de kinderen met de fiets naar school en de kinderopvang en fiets verder naar mijn werk. Ik ga nooit meer terug naar het dagelijkse autorijden. Tien redenen waarom.

1 Zekerheid

Hoe lang duurt het om van Thurn & Taxis naar de Naamsepoort te geraken? Met de auto: euh, laten we tussen 12 en 45 minuten zeggen. Zoektocht naar parkeerplaats niet inbegrepen. Met de fiets: 16 minuten. Altijd.

Het verkeer in Brussel is onvoorspelbaar. Natuurlijk weet je dat er zal geraken. Maar je bent nooit zeker wanneer. Ik maakte me zo ​​vaak druk achter mijn stuur, omdat ik om 17.53 uur vastzat in de file aan de tunnels. Steeds weer moest ik naar mijn man, mijn vrienden of de kinderopvang bellen om me te verontschuldigen dat ik te laat zou zijn.

Nu weet ik precies hoe laat ik op mijn fiets moet kruipen om de kinderen op school op te halen.

2 Beweging

Brussel is nogal heuvelachtig en ik geef toe dat ik regelmatig vloek op de Kunstberg. Maar ik doe aan sport!

Het was een beetje lastig in het begin, maar na een paar weken bleek ik minder snel buiten adem te zijn. Ik haalde soms andere fietsers in en voelde mij dan trots. Ik kweekte spieren.

Ik voel me zeker fitter, hoewel ik maar een kwartier op de fiets zit als ik naar mijn werk rijd. Ik denk dat de dagelijkse regelmaat van de lichaamsbeweging ook een rol speelt.

En als je niet wilt zweten (of geen douche op het werk hebt), probeer dan een elektrische fiets. Onlangs zijn er met Billy zelfs elektrische deelfietsen in Brussel opgedoken!

3 Plezier

In de stad fietsen is leuk. De combinatie van de beweging, het gevoel van voldoening en onafhankelijkheid, je weg door het verkeer banen, het gevoel de stad te verkennen: het tovert elke ochtend een glimlach op mijn gezicht. Ook de stress van de werkdag smelt als sneeuw voor de zon. Een heel ander gevoel dan bij het gedwongen bumperkleven in verkeersopstoppingen of zelfs in een overvolle metro.

4 Sociaal contact

Een praatje slaan bij het rode licht, een oude vrouw die naar de kinderen zwaait, aanmoedigingen van voorbijgangers bij een beklimming; die snelle contacten zijn een absolute vreugde. Weet je, een glimlach kan je dag maken.

Verder gaan we we vaak naar buurtwinkeltjes. We zijn meer op straat en komen mensen uit onze wijk tegen. Het geeft ons het gevoel om echt verbinding te maken met onze buurt.

 5 Kinderen zijn er dol op

Van het kinderzitje achter op de fiets naar een plekje in de bakfiets tot ze hun eigen twee wielen krijgen: kinderen verkiezen zachte mobiliteit “en we gaan zo veel sneller met de fiets, mama!”

Voor hen is er geen vergelijking mogelijk tussen onderuitgezakt in een auto zitten en wanhopig te proberen op te vangen wat er achter de achterruit gebeurt, en een fietsrit met een ontspannen mama, terwijl ze naar de lucht kijken of naar de o zo belangrijke gebeurtenissen die zich op straat voordoen.

6 De stad herontdekken

In de stad fietsen is een geweldige en gemakkelijke manier om de stad te verkennen. Ineens begrijp je waar Elsene ophoudt en Sint-Gillis begint en hoe Brussels uiteenlopende wijken met elkaar verbonden zijn.

En nog belangrijker: je kijkt op. Je omarmt het hele landschap: de lucht, de daken, de balkons, de winkelvensters, de restaurants, de voorbijgangers en je merkt leuke of grappige details op.

Zelfs tijdens mijn dagelijkse rit naar het werk verander ik soms van traject. Ik maak een kleine omweg, bekijk nieuwe plekken waar ik van heb gehoord. Van tijd tot tijd vraagt ​​mijn dochter mij om even langs te gaan bij de kleine jongen die in een fontein plast. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat ik dat soort omweg met de auto maak!

7 Ecologisch

Ik denk niet dat ik daarover moet uitweiden, toch?

8 Geld uitsparen

Het spreekt voor zich als je een eigen auto hebt. Maar het geldt ook voor bedrijfswagens: het voordeel in natura, de boetes, de verzekeringen: ja, het is een paar schoenen waard.

9 Energie

Ik had vroeger twee koffies en dertig minuten eenzaamheid nodig voordat ik mijn werkdag fatsoenlijk kon beginnen.

Nu ben ik wakker, als ik mijn computer aanzet, gestimuleerd door de frisse lucht, de lichaamsbeweging en de snelle douche die ik bij mijn aankomst heb genomen.

10 Hip

In de stad fietsen is zeker een hype. Vintage frames, fixies, kleurrijke banden, dure accessoires: de fiets is de uitbreiding van het karakter van de hipster.

Laat me je fiets zien en ik vertel je wie je bent.

Ik heb je overtuigd, maar je voelt je nog niet comfortabel op de fiets in Brussel? Bike Experience is een gratis service van Pro Velo en Mobiliteit Brussel waarbij je tijdens je eerste ritten begeleid wordt door een ervaren fietser die hetzelfde dagelijkse traject als jij aflegt. En als de kasseien van Brussel geen geheimen meer hebben voor je stalen ros, word zelf coach en moedig andere aan om hun auto te laten staan!

Deze tekst verscheen op de blog A mother in the city, waarin Caroline verslag uitbrengt van haar avonturen als jonge moeder in de grootstad. De vertaling is van BrusselBlogt. Lees onze bespreking van de blog in de rubriek Blog.bxl.

Zaalvoetballen kan ook zonder scheidsrechter

Terwijl tal van sportfederaties kampen met een tekort aan scheidsrechters gooide de Liefhebbers Zaalvoetbal Cup het in 2003 over een andere boeg. Deze zaalvoetbalbond besloot om alle wedstrijden te laten plaatshebben zónder arbiter. Met succes, want jaar na jaar stijgt het aantal clubs. In september gaan zo’n 550 zaalvoetbalclubs van start in het nieuwe seizoen. Brusselse ploegen kunnen zich nog altijd inschrijven.

(c) Erwin Donvil

De Liefhebbers Zaalvoetbal Cup, kortweg LZV Cup, organiseert competities in heel Vlaanderen en in Brussel. De missie is de manier veranderen waarop voetbalploegen met elkaar omgaan, aldus organisator Kris Verbert.
“In voetbal zijn alle middelen goed om te winnen: zware, geniepige en professionele fouten, verbale agressie, schwalbes, tijd winnen, blessures veinzen. Scheidsrechters hebben deze problemen niet kunnen oplossen. Integendeel, spelers proberen alles wat de scheidsrechter toelaat of niet ziet en zoeken zo letterlijk de grenzen van de onsportiviteit op.”

Zelf verantwoordelijk voor fairplay

Daarop besloot de Liefhebbers Zaalvoetbal Cup het radicaal anders aan de pakken door te spelen zonder scheidsrechters en zo de ploegen zelf verantwoordelijk te maken voor fairplay.
Om misbruik te voorkomen laat de LZV Cup na iedere wedstrijd beide ploegen een fairplaybeoordeling van hun tegenstander invullen via een website. Zo krijg je van iedere ploeg een gedetailleerd beeld van alle wedstrijden. Occasionele probleemploegen worden via e-mail bijgestuurd door Fairplay Managers van de LZV Cup. Ploegen weten dat ze het volgende seizoen zonder pardon worden uitgesloten als ze zich niet aanpassen. Maar zo ver komt het zelden.
Doorgaans verdwijnen de slechte gewoonten uit de traditionele voetbalwereld immers snel. Er worden minder fouten gemaakt en als het toch gebeurt, worden ze door de ploeg zelf aangegeven of meteen toegegeven. Vooral opzettelijke en geniepige fouten zijn zeldzaam. Voetballers weten immers dat geen enkele tegenstander dat apprecieert.
De scheidsrechter misleiden volstaat niet langer, want die is er niet. En de tegenstander bedotten is veel moeilijker, want die voelt letterlijk wat er gebeurt en kan je bestraffen met een lagere fairplaybeoordeling. Bijkomende voordelen zijn dat ploegen onderling meer communiceren, wat de sfeer ten goede komt, en ook dat er geen scheidsrechterskosten zijn.

Spectaculaire groei

Organisator Kris Verbert: “Veel mensen reageren sceptisch wanneer ze over onze zaalvoetbalbond horen. Daarom is het belangrijk dat we ook concrete resultaten kunnen voorleggen. De LZV Cup startte in 2003 met 8 clubs. Vandaag hebben we er 550. De groei is dus spectaculair. Spelers vertellen dan ook gretig aan elkaar door dat de wedstrijden sportiever, correcter en vriendschappelijker verlopen dan in het traditionele voetbalcircuit. Zo bewijzen we stilaan dat competitievoetbal ook op een positieve manier kan.”
Ook in Brussel kan er gespeeld worden zonder scheidsrechter. Vorig seizoen werd voor het eerst een Brusselse competitie georganiseerd, waarvoor zeven clubs inschreven. In september gaat de tweede editie van start met voorlopig al een tiental clubs. Wie er nog bij wil, kan contact opnemen met de organisatie.

Nachtelijke impressies. Brussel. De 30 graden editie

Het is half een. De moslims komen de moskee uit na het middernachtgebed en lopen gezellig pratend door de nazinderende straten. Mijn pyjama kleeft aan mijn lijf. Vanop het balkon kijk ik toe zonder gezien te worden. Een voordeel van onschatbare waarde.

Vermoeid stroomt het warme bloed door mijn hoofd. Het is geen moment helemaal stil. Een meisje fietst voorbij met haar vriendje aan de hand. Hij balanceert op een breed skatebord en laat zich meevoeren door zijn zomers geklede maatje op de fiets. Een gezwind duo dat voorbij suist zoals de gedachten door mijn hoofd. Een voor een.
Het wordt stiller nu. Gesprekken verstommen, voetstappen worden zeldzamer. Lichten doven een voor een. Ook mijn buurman schraapt het brandende eind van zijn sigaret langs het kozijn van de nacht en blaast zijn laatste rooksignaal de doezelende stad in – of zijn boodschap beantwoord wordt zal ik nooit weten.
De trillende lucht heeft plaatsgemaakt voor een kalme bries. Een hond keft ijverig de laatste hitte van zich af en nestelt zich in zijn eigen vacht. Een vrouw wacht geduldig maar eenzaam voor een deur die gesloten blijft. Waar loopt de man met de kleurige all stars en het dansende fluitje op zijn borst heen? Zijn huppelpas vergezelt hem de straat uit.
Slaapwel dorstige straten, slaapwel dommelende stad.
Lien is studente taal- en letterkunde aan de VUB en woont al vier jaar in Brussel. In haar vrije tijd verdwaalt ze graag in de Brusselse straten, speelt ze voor stadsgids of filosofeert en schrijft ze op haar balkonnetje. Haar hersenspinsels en reisverhalen kan je vinden op haar blog The International Dinner Table.

De Mensheid, Concept, regie en spel: Josse De Pauw; Tekst en spel: Arnon Grunberg; Muziek: Claron McFadden en Kris Defoort. Productie: LOD Muziektheater en de KVS.

De Mensheid toen en nu

Gastblogster Sandra Coumans ging voor BrusselBlogt in de KVS naar “De Mensheid” van en met Josse De Pauw kijken.

De Mensheid, Concept, regie en spel: Josse De Pauw; Tekst en spel: Arnon Grunberg; Muziek: Claron McFadden en Kris Defoort. Productie: LOD Muziektheater en de KVS.
De Mensheid, Concept, regie en spel: Josse De Pauw; Tekst en spel: Arnon Grunberg; Muziek: Claron McFadden en Kris Defoort. Productie: LOD Muziektheater en de KVS.

In de rol van pro-deo advocaat heeft Josse De Pauw het in zijn nieuwe stuk De Mensheid niet makkelijk. Hij moet met hart en ziel de mens tegen de mens verdedigen. En daarna wordt hem ook nog kritisch de maat genomen door Arnon Grunberg, die als schrijver aanvankelijk nog enigszins sympathie heeft voor De Pauws schizofrene situatie maar hem al snel begint af te kraken tot op het bot. Dat terwijl Grunberg nog enkele minuten eerder die aangeklaagde mens was. Ondertussen is het, zoals hij zelf ook op een bepaald moment op merkt, al lang geleden dat Grunberg zijn boek De Mensheid Zij Geprezen schreef, waarop de huidige voorstelling gebaseerd is. Dat was namelijk in 2001, nog voor de Twin Towers vielen en er oorlogen voortduurden, voor het wijdverspreide internet bashing, de internationale bankencrisis, de grootschalige vernietiging van Palmyra, de triomf van fake news en ga zo maar door.

In een voorstelling over de condition humaine bij uitstek, kan zo’n vergelijking met het boek én met het moment waarop het geschreven werd, natuurlijk niet uitblijven. Juist in deze roerige tijden begin je je toch automatisch af te vragen hoe het leven er net na de eeuwwisseling ook alweer uit zag, ook al is het maar goed 15 jaar geleden. Met de blik van nu voelt het toen zo onschuldig. Maar dat is wellicht precies zo’n soort van illusie die Desiderius Erasmus al in 1511 in zijn Lof der Zotheid, de eigenlijke brontekst, hekelde. Ons dwaze bestaan is daarmee zeker geen nieuw fenomeen.

Erasmus daargelaten, zet de huidige voorstelling vooral in op Grunbergs boek en probeert de bewerking ervan vorm te geven door De Pauw en Grunberg beide in de rol van zowel marionet alsook analist te presenteren, en een meta-niveau in de dialoog te verwerken: onder meer doordat Grunberg en De Pauw zichzelf op een bepaald moment als de schrijver en acteur-theatermaker die ze in realiteit zijn outen. Een voorbeeld: door de maatschappijkritische positie en de bijdragen van beiden aan de publieke opinie door de jaren heen (in het echte leven dus), zijn ze toch eigenlijk zelf ook deel van de “halfbakken intellectuelen” waar de advocaat in het boek en in het theaterstuk zich zo tegen weert. Dus uiteindelijk klagen De Pauw en Grunberg zichzelf aan. Door zulke bewegingen ontstaat er een ingewikkeld spel van ironie, uitbeelding, omkering en zelfreflectie waar je als toeschouwer niet meteen de vinger op kunt leggen.

Steeds weer terugkerend element in het stuk is het leven in al zijn extremen, de twee zijden van dezelfde munt: haat en liefde, goed en kwaad, zelfbeschikking en speelbal, controle en onderwerping, vertwijfeling en hoop, het rationele en de gekte, bezinning en zelfverheerlijking, verdediging en aanklacht, klaagzang en begeerte. Grunberg zelf typeert de rol van de intellectueel uiteindelijk als volgt: hoop in tijden van pessimisme en pessimisme in tijden van hoop (draagt hij daarmee overigens niet bij aan het creëren van nog een illusie – die van het pretenderen van een bepaalde overtuiging – en is hij kind van zijn tijd). Maar het gaat een stap verder dan het enkel benoemen van die tegenstellingen. Door dat ingewikkelde spel van ironie en omkering en ook in de voortreffelijke muzikale belichaming daarvan (door Claron McFadden, zang, en Kris Defoort, piano) vindt er steeds weer een kentering plaats, de tegenstellingen lopen in elkaar over en zijn niet meer duidelijk van elkaar onderscheidbaar. De Mensheid laat daarmee op overtuigende wijze de ambiguïteit van ons bestaan en onze ziel zien.

De Mensheid, Concept, regie en spel: Josse De Pauw; Tekst en spel: Arnon Grunberg; Muziek: Claron McFadden en Kris Defoort. Productie: LOD Muziektheater en de KVS.
Première: 1 juni in Gent; Tot 10 juni in de KVS Brussel. Verdere speeldata: 2-3 augustus Theater aan Zee, 10-11 augustus in Den Bosch (NL) en 19 augustus in Heerlen (NL).