
Rond 23 uur liggen hier overal in de buurt, op de stoep en in de portieken, ganse families die zich onder een dekentje nestelen voor de nacht. Met kinderen! Wist u dat? Ik kan niet geloven wat ik zie. Deze mensen maken deel uit van onze gemeenschap. En ik weet niet hoe ik naar hen moet kijken. Óf ik wel naar hen moet kijken. Je kan toch moeilijk ‘welterusten mensen’ zeggen.
En dan, overdag, aan élk verkeerslicht… gehandicapte bedelaars, zich voortslepend op kapotte blote voeten, met slechts één kruk ter ondersteuning, want je moet wel één bedelhand vrij hebben. Als ze bij mijn wagen komen doe ik alsof ik een adres intik op mijn gps. Je weet, als je zo’n bedelaar in de ogen kijkt, blijft hij geheid staan, met die bedelhand tikkend op je zijruit. En je voelt je zo een lafaard. En je denkt: dat weten die bedelaars ook. Daar rekenen ze op. En je voelt je laf én rechts.
Brussel begint meer en meer op het Londen van Charles Dickens te lijken.
Gaan we dat een beetje normaal beginnen vinden?
Je suis Manneken Pis.
Koen Van Impe deelde gisteren zijn ervaring in De Minuut tijdens het Radio 1-programma Hautekiet.



daagden er een 6-tal van mijn sympathisanten op met de fiets. De stipt-om-zeven-uur geplande gemeenteraad begon uiteindelijk om half acht en nadat er kort (20 min) nog drie puntjes gestemd werden, mocht ik aan de buurt. Ik had 5 minuten om mijn punt te maken, dan mochten de gemeenteraadslieden wat zeggen gevolgd door het antwoord van de bevoegde schepen. Tot slot kreeg ik 3 minuten om te reageren op de antwoorden die me werden voorgeschoteld.
Nu de crisis ook de middenklasse begint te raken – en omdat mijn automobielwagen steeds meer last krijgt van claustrofobie in het Belgische verkeerslandschap – besloot ik me niet in een dure parkeergarage te stallen maar verkoos ik een kosteloos plaatsje op de centrale lanen. Eens uitgestapt struikelde ik over een verdwaalde microgolfoven recht de voetgangerszone binnen.




