Author: Tom

Brussel Brast, een studentikoze braspartij in bubbels

Sinds 2010 trapt Brussel Brost het academiejaar in de hoofdstad op gang met een gratis muziekfestival voor studenten. In september 2020 is een evenement voor 10.000 bezoekers niet mogelijk. Organisator Brik, de servicedesk voor studenten, serveert op 1 oktober een coronaproof alternatief in de vorm van een eetfestijn in kleinere groepen op ongewone locaties in de stad: Brusselt Brast. Smakelijk!

Coördinator Tim Fabry klinkt opgetogen aan de telefoon. De inschrijvingen voor Brussel Brast lopen vlot binnen. “De studenten kijken er duidelijk naar uit om iets in hun stad te beleven. Een etentje op het dak van Flagey of op de dansvloer van Fuse maak je ook niet elke dag mee.”

Hoe zijn jullie op het idee gekomen van een culinair evenement in plaats van een muziekfestival?

Het is een heel proces geweest. Sinds het verbod op massabijeenkomsten om de verspreiding van covid-19 te beteugelen, hebben we verschillende scenario’s ontwikkeld. Bijvoorbeeld het muziekfestival spreiden over drie dagen en studenten laten kiezen uit meerdere slots. Toen kwam er eind juli een nieuwe verstrenging. De horeca blijft open, dus toen dachten we: laat ons iets met eten doen. We zijn op zoek gegaan naar een brede waaier van unieke locaties waar je normaal niet kan eten.

Een digitale editie? We hebben het niet ernstig overwogen omdat we vaststelden dat er een zekere moeheid begon op te treden na maanden enkel Zoom-meetings en virtuele concerten.

Hoe maak je het fysieke evenement coronaproof?

We volgen nauwgezet het horecaprotocol om besmettingen te voorkomen. Studenten moeten zich vooraf inschrijven en een onschuldige hand kiest de winnaars. Als je je solo inschrijft, krijg je een plaats aan een ontmoetingstafel, waar de anderhalve meter afstand gerespecteerd wordt. Je kunt ook met je bubbel van twee of vier dineren.

Blijft de opzet van Brussel Brast hetzelfde als van Brussel Brost?

Ja, we verwelkomen de studenten op een feestelijke manier bij het begin van het academiejaar. We zetten Brussel in de kijker als een diverse en eigenzinnige stad. Nieuwe studenten die de stad nog niet kennen, maken we wegwijs. We vragen ook aandacht voor het studentenleven.

Wat eten we op 1 oktober?

Dat zal heel gevarieerd zijn, afhankelijk van de locatie. In het tweesterrenrestaurant La Villa in the Sky zal het super fancy zijn, terwijl het in het Zoniënwoud eerder een gezellige picknick zal zijn. Het is de bedoeling de studenten te verrassen. Ze weten niet niet vooraf wat ze zullen krijgen, al zullen we uiteraard wel polsen naar hun dieetwensen.

En zal er geen muziek weerklinken op Brussel Brast?

We hopen nog een extraatje te kunnen doen met een optreden hier of een dj-set daar. Maar eerst zorgen dat we op tien plekken een diner kunnen organiseren. Er zijn vijf openluchtlocaties, waarvoor we een regenplan moeten hebben. Aan decor, licht en geluid hechten we ook veel belang.

Meer info over Brussel Brast vind je op de website, Facebook– en Instagrampagina van het festival. De wedstrijd loopt tot 24 september. Wie niet is geselecteerd, maakt kans op een troostprijs: een gratis studentenpakket van Balls & Glory.

Ravotten in het domein van Hanenbos

In Dworp, op vijftien kilometer van Brussel Zuid, kunnen ketjes op een speelse manier het bos en zijn geheimen ontdekken. Tijdens een feestelijke brunch werd het vernieuwde bosbeleefpad en het laag touwenparcours van Hanenbos zondag ingehuldigd.

“De weergoden zijn ons gunstig gezind. De brunch is met 200 deelnemers volzet. We moesten zelfs vijf gezinnen weigeren omdat we het event coronaproof wilden houden.” Communicatieverantwoordelijke Kim Pauwels kijkt opgetogen naar de gasten, die aanschuiven voor het dessertenbuffet of op het terras van een geuze van Oud Beersel genieten. Vrijwilligers werken zich uit de naad om de bezoekers – één bubbel per tafel – te bedienen. In de bar loopt een tentoonstelling van werk van kinderboekenillustrator Tom Schamp.

Sinds 2018 valt Hanenbos, het Centrum voor Jeugd, Natuur en Avontuur, net als het naburige Destelheide en de Hoge Rielen in Kasterlee, onder het beheer van de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme (ADJ). Het centrum richt zich op kinderen van het kleuter- en lager onderwijs en heeft volgens de gloednieuwe website vier pijlers: verblijven, beleven, inspireren en ontmoeten. Ook ketjes uit de hoofdstad zijn welkom. “In samenwerking met D’Broej – Jeugdhuis Centrum West in Molenbeek nodigen we kwetsbare kinderen uit voor creatieve activiteiten in het bos. Zeker tijdens de lockdown hadden ze die ademruimte nodig,” vertelt Pauwels.

© Lander Loeckx

Kinderen vinden wandelen vaak saai, maar op het domein kunnen ze hun hartje ophalen. Het touwenparcours telt 14 touwhindernissen tussen 0,6 meter en 1 meter boven de grond en vereist een zekere behendigheid en gevoel voor evenwicht. Ook volwassenen kunnen er stiekem niet aan weerstaan. Het vernieuwde pad is bezaaid met ludieke opdrachten: de rivier oversteken zonder nat te worden, xylofoon spelen, een reusachtige stoel beklimmen, luisteren naar verhalen in de vertelput. De houten speeltuigen gaan volledig op in de natuur. Al wandelend en spelend steek je iets op van de fauna en flora van het bos: eekhoorns, bijen, vliegende herten, vliegenzwammen.

Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media Benjamin Dalle huldigt de nieuwe infrastructuur in. Hij is ervan overtuigd dat kinderen die vaak in de natuur spelen over het algemeen gezonder zijn. “Ze hebben minder last van aandoeningen aan de luchtwegen, ontwikkelen een betere motoriek en hebben meer uithoudingsvermogen. Spelen en leren in het bos prikkelt de fantasie en stimuleert de creativiteit. Het biedt volop de gelegenheid tot verwondering en tot spontane inzichten in ecologische relaties.”

© Lander Loeckx

Verblijfs- en vormingscentrum Hanenbos, Lotsesteenweg 103, 1653 Dworp.

Theater in tijden van corona

Claudine is in volle lockdown gestorven. Bezoek mocht ze niet meer ontvangen in het woonzorgcentrum, maar Jonathan, een palliatieve zorgrobot, ontfermde zich over haar in haar laatste momenten. Zoon Herman organiseert een uitvaartplechtigheid met getuigenissen. Bruno Vanden Broecke en Valentijn Daenens maakten voor de KVS een beklijvende voorstelling over de coronacrisis en artificiële intelligentie.

(c) Danny Willems

Het theaterseizoen is begonnen. De KVS breekt uit de zaal en presenteert openluchtvoorstellingen op het plein achter het theater op de Akenkaai. De uitgebreide coronamaatregelen laten zich voelen. Spontaneïteit is uit den boze en er is veel minder publiek dan normaal. Je schuift aan in een aangeduide looprichting en wordt begeleid naar je plaats. Tussen de bubbels moet er voldoende afstand zijn. De mondmaskerplicht, die strenger is dan in een donkere bioscoopzaal, geldt voor de hele avond. De achtergrondgeluiden – een ronkend vliegtuig, een auto met luide muziek, kletsende voorbijgangers – leiden bij momenten af. Gelukkig blijft de essentie van theater onaangetast: een publiek dat zich door spelers op het podium laat meevoeren in een andere werkelijkheid.

Corona is ook in het stuk zelf een thema. Claudine heeft op haar oude dag het vervloekte virus opgelopen en haar zoon mag haar niet bezoeken. Ze sterft in eenzaamheid, verstoken van menselijk contact. Haar begrafenis is er een in kleine kring. Uit de verhalen van haar zoon (Bruno Vanden Broecke) en een collega-onderwijzeres blijkt wat voor een bevlogen vrouw ze was. Zo maakte ze elk jaar stenen uiltjes die het karakter weerspiegelden van haar leerlingen van het vierde jaar. Ze zorgde dat iedereen meekon met de schooluitstap – een afvaart van een rivier met de kajak – door een spaghettiavond te houden. Haar favoriete lied was ‘Moon River’ en ze hield van de westerns van Sergio Leone. Hoeveel waardevolle levensjaren zou corona haar afgenomen hebben?

Een zorgrobot moest in het rusthuis Claudine de juiste zorg toedienen, zonder angst voor besmetting. Vergeet de knullige robots uit het verleden. Jonathan – een rol van Valentijn Dhaenens – ziet eruit als een mens, en beweegt en spreekt als een mens. Hij kan autonoom handelen. Bovendien wordt hij permanent verrijkt met data via algoritmen en artificiële intelligentie. Een slimme oplossing voor het prangende personeelstekort in de zorgsector. Jonathan is zelfs in staat tot grapjes (hij noemt zich een toybot) en kan op overtuigende wijze eer betonen aan Claudine. Al weidt hij volgens Herman iets te veel uit over haar liefdeloze kindertijd en haar ongelukkige huwelijk met de aan alcohol verslaafde Etienne. En hij ruikt naar de achterkant van een beeldbuistv.

Zo onschuldig blijkt Jonathan ook niet te zijn. Twee pijnlijke voorbeelden: Jonathan blijkt op de hoogte te zijn van de onvruchtbaarheid van Herman en heeft zijn stem gebruikt om Claudine op haar gemak te stellen. De technologische vooruitgang roept heel wat ethische vragen op en zit vol valkuilen. Blijft een zorgrobot, hoe smart ook, geen surrogaat voor menselijk contact en staat hij niet voor verkilling van de samenleving? In hoeverre kan hij misbruik maken van de data die hij massaal opslaat en deelt? En kan hij de juiste beslissingen nemen als het over leven en dood gaat? Het zijn pertinente vragen in een tijd waarin zo veel persoonlijke data op straat liggen door de populariteit van sociale media. Een tijd waarin zelfrijdende auto’s ontwikkeld worden, die wellicht een hoger IQ zullen hebben dan de gemiddelde chauffeur, maar daarom niet beschikken over emotionele intelligentie.

Het zou zonde zijn om veel te verklappen over de verbluffende finale. Je beseft oog in oog met Vanden Broecke dat je ook een nabestaande van Claudine bent en ontvangt daarvan een tastbaar bewijs.

‘Jonathan’ is een sterk staaltje theater dat je de bijzondere corona-omstandigheden laat vergeten. Een hoogst relevant tijdsdocument, ook. Zeker, ‘Missie’ en ‘Para’ van Vanden Broecke/Ruëll hadden een nog grotere vertellende kracht en emotionele impact. De dilemma’s zijn minder uitgewerkt door de kortere duur van de voorstelling. Maar de KVS staat er weer. O, wat hebben we het theater de voorbije maanden gemist!

Jonathan is vandaag nog te zien in openlucht en in april 2020 in KVS Bol.

Vintage meubelen met een verhaal

Yves Franquet uit Oudergem geeft tafels, kasten en andere meubels uit de kringloopwinkel een nieuw leven. Hij renoveert ze in zijn atelier in Elsene en verkoopt ze in zijn gloednieuwe webshop Green Deco. Een gesprek met de 45-jarige ondernemer.

Green Deco

Hoe ben je op het idee gekomen om een eigen zaak op te richten?

In New York zag ik in de metro een affiche van een duurzame webshop voor meubels. Dat leek me een leuk concept. Ik ben al langer gepassioneerd door meubels en volgde een opleiding meubelrenovatie.

Het is het ideale moment om mijn kans te wagen. Ik heb een loopbaan van twintig jaar bij Proximus achter de rug, onder meer in de marketing. Toen mijn contract in februari afliep, wilde ik bij andere grote bedrijven solliciteren, maar door de coronacrisis vielen alle opportuniteiten plotseling weg. Dus heb ik zelf maar een job gecreëerd.

Veel ondernemingen noemen zich vandaag groen. Wat betekent die term voor Green Deco?

Wist je dat meer dan 80% van de meubels op de vuilnisbelt belandt? Ik ga uit van het circulaire model. In plaats van nieuwe meubels te maken, recycleer en hergebruik ik oude meubels. Ik haal mijn stukken uit de kringloopwinkel van Sint-Gillis. Ik herstel ze en geef ze een nieuw likje verf. Dat is maximaal drie dagen werk voor mij, en daarna kunnen ze nog lang meegaan.

Het transport is ook duurzaam. De leveringen gebeuren in het Brussels Gewest door de fietskoeriers van Dioxyde de Gambettes. Tot 80 kilo kunnen ze vervoeren.

Zwanseur

Waar vind je inspiratie voor de meubels en andere decoratievoorwerpen die je aanbiedt?

Ik kijk veel op Instagram, maar ik heb ook een internationale collectie boeken en tijdschriften rond interieur. Levis heeft een goede app die helpt om de juiste verfkleur te kiezen. Een vriendin zei me dat mijn stijl haar herinnerde aan die van de Memphisgroep, bekend voor zijn felle kleuren, geometrische vormen en aparte patronen.

Brussel is ook een inspiratiebron, blijkt uit de namen die je aan de artikelen geeft.

Klopt, zoals Ikea kiest voor Zweedse namen, kies ik voor grappige Brusselse namen: Babeleer, Dikkenek, Fieu, Half-en-half, Peï, Stoemeling, Zinneke, Zwanseur. De website is ook tweetalig.

Heeft Green Deco een goede start genomen? Wat verwacht je van de toekomst?

Het is nog allemaal nieuw voor mij. Elke dag is anders. Heel interessant. Ik huur momenteel een atelier in een gebouw bij Sint-Bonifaas. De webshop is net operationeel en ik wacht de reacties af.

Ik wil graag leveren aan particulieren, maar ook aan winkels en horecazaken. Vandaag is het een eenmanszaak, maar als het concept aanslaat, wil ik iemand extra aanwerven.

Yves Franquet

Green Deco heeft een website, een Facebook– en Instagrampagina.

Arno en Zwangere Guy coveren 'Non, je ne regrette rien'

Vorig jaar brachten Arno en Zwangere Guy op het podium een prachtige mix van ‘Les Yeux de Ma Mère’ en ‘Gorik Pt. 1’. Nu coveren ze samen ‘Non, je ne regrette rien’ van Edith Piaf. De opbrengst gaat naar drie Brusselse goede doelen.

De twee Brusselse muzikanten houden vast aan hun eigen stijl en bewerken de Franse klassieker met een combinatie van Franse zang- en Nederlandstalige rapteksten. Arno kijkt tevreden terug op de samenwerking: “We rapten en we rockten zoals hanen en leeuwen en de meeuwen schreeuwden: Vive La Belgique”.

De bijhorende videoclip werd geregisseerd door Koen Mortier. “Het basisidee van de clip is niet twijfelen, niet achteruitkijken, gewoon doorgaan. Ik wou Arno en Zwangere Guy niet samen laten zingen. De videoclip kan je bekijken als twee aparte verhaallijnen, maar toch is er contact: ze zingen soms elkaars lijnen, ze kijken naar elkaar, ze zijn soms te zien in elkaars video. Op die manier wou ik de ontmoetingen in beeld brengen die ze ook in het echte leven hebben. Ik wou ook een soort caleidoscopisch gevoel verkrijgen. Sommige beelden zijn eigenlijk een weerspiegeling van elkaar, maar dan met een ander personage erin.”

De clip werd volledig in Brussel opgenomen, de stad die de twee artiesten na aan het hart ligt. Heel wat bijzondere plekken passeren de revue: de Koninklijke Bibliotheek, het Riolenmuseum, de Leopold II-tunnel, de Ravensteingalerij, het Zoniënwoud, het Victor Boin-zwembad in Sint-Gillis, Hotel Metropole, Kerkhof Dieweg in Ukkel. “We kozen voor plekken die tegelijk de schoonheid, maar ook de lelijkheid van Brussel laten zien”, aldus Koen Mortier.

De clip is vanaf vandaag terug te vinden op het YouTube-kanaal van Telenet YUGO en via de site YUGO Doe Uw Ding. Door de clip te bekijken, steun je drie goede doelen. We Love BXL organiseert activiteiten om Molenbeekse jongeren vooruit te helpen in het onderwijs en als ondernemers. Coderdojo is een wereldwijde, door vrijwilligers geleide gemeenschap van gratis programmeerworkshops voor jongeren tussen 7 en 17 jaar. VOLTA is een gastvrij huis dat (beginnende) muzikanten ondersteunt in het ontwikkelen van hun ideeën en projecten.

Pocketparkjes in Schaarbeek

In Schaarbeek creëert het burgercollectief Bûûmplanters deze zomer, samen met buurtbewoners, groene ontmoetingsplekken. Dat gebeurt met gerecupereerd materiaal van Brusselse bouwwerven.

In totaal komen er vier Bûûmparcken in straten met weinig of geen groene ruimte en straatmeubilair. Deze bevinden zich in twee dichtbevolkte wijken in Schaarbeek: de Brabantwijk en Colignonwijk. Elk Bûûmparck biedt zitplaats voor vier personen en groeiplaats voor twee bomen, een tiental struiken en een bloemenmix van meer dan 30 wilde eetbare kruiden. De parcken blijven staan tot eind september 2020. Na afloop worden de parken ontmanteld en de aparte onderdelen (bûûmbancken en bûûmbacken) verspreid in de onmiddellijke omgeving.

“Met de bûûmparcken laten we zien dat er eenvoudig pocketparkjes kunnen verschijnen in het straatbeeld op een oppervlakte kleiner dan een parkeerplaats,” zeggen de initiatiefnemers. “Zo leveren we een bescheiden maar duurzame bijdrage aan de leefbaarheid en biodiversiteit in de stad. Met z’n allen kunnen we de stad aangenamer maken en wapenen tegen de effecten van de klimaatverandering.”

De Bûûmplanters zijn niet aan hun proefstuk toe. Een spontane inzameling van levende kerstbomen om de sparren te redden van de verbrandingsoven of de verhakselaar kreeg begin 2020 veel media-aandacht. Op dat moment startten ze ook een bûûmkwekerij, gespecialiseerd in klimplanten, struiken en boompjes. Ze werken daarvoor samen met champignonkwekerij Buitenspoor op een tijdelijk leegstaande fabriekssite in de Navezstraat. De vereniging werkt ook mee aan de herintroductie van kriekelaars in Schaarbeek (Kriekenboomsage) en een gecoördineerde verspreiding van eetbare kruiden, klimplanten, struiken en bomen in moestuinen en privétuinen van burgers, scholen en bedrijven (Bûûmblebezen).

De Bûûmplanters werken collectief (met wijkbewoners) en circulair (recuperatie en uitwisseling van materiaal). Het nieuwe project loopt met de steun van Brussel Mobiliteit – Brussel Op Vakantie en de gemeente Schaarbeek.

Meer info vind je op de website, Facebook– en Instagrampagina van Bûûmplanters.

Word ambassadeur tegen voedselverspilling

Wil je thuis graag minder voedsel verspillen? De vzw FoodWIN geeft 15 Brusselaars de kans om ambassadeur te worden voor Food Waste Mission Brussel. De campagne, gesteund door Leefmilieu Brussel, biedt gratis workshops aan rond thema’s als verspillingsvrij koken, optimaal bewaren, goed plannen en slim kopen. Het streefcijfer is 30% minder voedselverspilling.

Loick Bekaert van FoodWIN legt uit wat de bedoeling van de campagne is. “We willen laten zien dat wie de juiste kennis heeft de hoeveelheid voedsel in zijn of haar vuilnisbak drastisch kan verminderen. Je kan voedsel bijvoorbeeld langer bewaren door het op de juiste plaats in je koelkast te leggen, want die is niet overal even koud. Het onderscheid kennen tussen de verschillende houdbaarheidsdata, of  koken met de minder bekende delen van groenten die je anders zou weggooien zijn ook goede tips.” 

Het traject loopt van september 2020 tot februari 2021. Als deelnemer ga je 9 verschillende uitdagingen aan, te beginnen met een nulmeting van je huidige verspilling. In praktische workshops verwerf je vervolgens kennis en competenties om voedselverspilling effectief te verminderen. Ervaren coaches zoals Steven Desair van de vzw Eatmosphere en de familie Nurtantio van boeken over Zéro Gaspi staan je bij met raad en daad, zodat je stap voor stap vooruitgang boekt. De resultaten van de actie vormen de basis voor een brede sensibiliseringscampagne voor alle Brusselaars.

Stel je kandidaat voor 31 augustus om een van de 15 ambassadeurs te worden via www.foodwastemission.be

Rewind: Will Tura (80) zingt en spreekt

Een geïllustreerde spreekbeurt. De anonieme Bruzz-recensent slaat de spijker op de kop met de beschrijving van ‘Hoop doet leven’, de documentaire over het leven van Will Tura. Met alle respect voor de keizer van het Vlaamse lied: de film is boeiend en zelfs pakkend, maar ook een artistieke miskleun waarmee Dominique Deruddere (Crazy Love, Wait Until Spring, Bandini, Iedereen Beroemd!) geen prijzen zal winnen.

Waar knelt het schoentje? De film vertrekt niet van beelden, maar van een vooraf uitgeschreven autobiografische ik-tekst, die niet zonder pathos wordt voorgelezen door Jan Decleir. Er zijn geen nieuwe beelden geschoten. De makers hebben enkel geput uit archiefmateriaal en dat wordt in chronologische volgorde getoond, met ertussen fragmenten uit het concert ‘Tura in Symphonie’. Als er geen foto’s of filmpjes voorhanden zijn, zoals over zijn kinderjaren, krijgen we lukraak van You Tube geplukte beelden te zien die het Vlaanderen van weleer moeten oproepen. Boeiende getuigenissen of terugblikken van familie, vrienden, collega’s en tijdgenoten, een vast element van de succesreeks Belpop, zitten er niet in.
Het ontbreekt aan lef en visie om een indringend portret te maken van een artiest die de Vlaamse muziekscene zes decennia lang gekleurd heeft. Het blijft braaf en voorspelbaar. Zat respect voor het onderwerp in de weg of het door producent Jean Kluger opgelegde keurslijf?
Laten we wel wezen: de documentaire blijft ondanks zijn manifeste tekortkomingen een aardig kijkstuk dat bij momenten ontroert omdat je de zanger-componist-muzikant geleidelijk aan beter leert kennen. Arthur – Tuur – Blanckaert (1940) ontdekte als kind de entertainer in zichzelf toen hij opgenomen werd in het ziekenhuis nadat hij bijna verdronken was. Zijn vader wilde dat hij filmacteur werd, maar hij ontdekte de muziek en begon te jodelen en accordeon te spelen. Later leerde hij ook gitaar en piano. Op zijn twaalfde stond hij al op het podium met een orkest. In 1957 werd hij ontdekt door muziekuitgever Jacques Kluger.
Zijn succes als solozanger liet echter op zich wachten. Hij bracht meer dan twintig singles uit – de eerste was een cover van ‘Bye bye love’ van The Everly Brothers – voordat hij in 1962 eindelijk een nummer één-hit scoorde met ‘Eenzaam zonder jou’. Jacques Kluger kon er niet lang van genieten, want hij stierf in hetzelfde jaar. De Blanckaerts waren toen al lang verhuisd van Veurne naar de Brusselse rand om de carrière van de zoon alle kansen te geven. Tura woont nog altijd in Brussel en gaat graag joggen in het Zoniënwoud.
Onder de hoede van zoon Jean Kluger timmerde Tura verder aan de weg. Hij werkte hard onder het motto ‘doe wel en zie niet om’. Zijn leven stond in het teken van optreden en muziek opnemen. Het familiehuis – eerst bij zijn moeder, daarna bij zijn vrouw Jenny – fungeerde als rustpunt. Zijn broer Staf was zijn vaste geluidstechnicus. Excessen van seks en drugs waren aan de ideale schoonzoon niet besteed.
Voor het buitenland had hij geen tijd, zegt hij laconiek. Een nummer als ‘Draai dan 797204’ deed het nochtans niet slecht in Nederland en Gilbert Bécaud geloofde in hem. Het respect van de rockwereld krijgt hij pas veel later met de twee Turalura-cd’s (1990 en 2010), waaraan onder meer Noordkaap, Triggerfinger en Daan meewerken. Hij verloor in tussentijd ook al heel wat medestrijders, zoals zijn broer Staf, waarvoor hij in 1998 ‘Alleen gaan’ schreef. In 2018 ging 40-45 in première, de Studio 100-musical waarvoor Will Tura en zijn trouwe arrangeur Steve Willaert de muziek componeerden.
De documentaire eindigt met beelden van muzikanten met wie Tura al lang samenwerkt. De zanger is immers een groep die live het best tot zijn recht komt. Te hopen dat de gepassioneerde crooner-muzikant nog vaker de AB mag inpakken, zoals hij in september 2017 deed. Hij hoeft niet meer elk weekend als een arme Joe te racen van parochiezaal naar feesttent, maar verdient het om elk jaar in de beste omstandigheden op te treden als grand old man van het muzikale flandrienisme. Het concert is beter dan de film. Onze recensent bevestigt dat in zijn enthousiaste bespreking van het AB-concert.
Will Tura wordt 80. Dat wordt vandaag uitgebreid gevierd op Radio 2 met thema-uitzendingen. De documentaire ‘Hoop doet leven’ is voor het eerst te zien om 21.05 uur op Eén. De film is ook op VRT Nu te zien, samen met Tura’s intieme concert van vorige week in de Marconi-studio.

Op bezoek bij de boer

Op zoek naar een mooi uitstapje tijdens je staycation in Brussel? Bezoek met het hele gezin een Brusselse boerderij en geniet daarna van lekker lokaal eten tijdens een gezellige picknick. De vzw Eatmosphere organiseert met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie vier gratis bezoeken onder de noemer #dagboer #jourfermier.

(c) Lies Engelen

​Toerist in eigen hoofdstad met als gids de boer(in). Zo zou je het boerderijbezoek kunnen omschrijven. De opzet is om de kloof tussen boer en burger te dichten en te laten zien waar je voedsel vandaan komt. En het blijft niet bij kijken alleen. Je mag ook je handen uit de mouwen steken en de landbouwer helpen.

Gezinnen zijn de primaire doelgroep. Steven Desair, bezieler van Eatmosphere: ‘Hoe vroeger onze kinderen snappen dat tomaten niet het hele jaar bloeien, dat boontjes niet aan de bomen groeien en chocomelk niet van een bruine koe komt, hoe beter.’

Op het programma staan vier landbouwbedrijven die agro-ecologische principes toepassen en die met de natuur en de kringloop mee produceren.

(c) Lies Engelen

Gratis reserveren, met de promotiecode #StaycationBXL, kan op de website van Mary Pop-in. Meer info over #dagboer #jourfermier vind je bij Eatmosphere.

Brussels meets Japan: slow fashion by YU.ME BXL

De rijke Brusselse modescene heeft er een nieuwe vertegenwoordiger bij. YU.ME BXL maakt duurzame en stijlvolle stukken voor iedereen die zich goed wil voelen in zijn of haar kleren. Oprichtster Joke heeft tien jaar in de mode gewerkt en realiseert met haar collectie een oude droom. De eerste creaties rolden net van de band. Een gesprek met de trotse ontwerpster. “Ik koop heel weinig nieuwe kleren.”

Wat is het concept van je kraakverse modemerk ?

YU.ME BXL staat voor kleding die je een gevoel van vrijheid geeft en je niet in een hokje steekt. Je kunt ze dragen, onafhankelijk van je maat, je gender, je leeftijd of het seizoen. Je mag jezelf zijn en hoeft niet perfect te zijn. De stijl is strak en sober, zonder vaste sluitingselementen als knopen of ritsen. Al hebben de kleren geen maat, je lichaam komt er echt in uit.

Hoe breng je duurzaamheid in de praktijk?

Ik kies de stoffen zorgvuldig uit. Het zijn gecertificeerde duurzame ecostoffen met een minimale footprint, zoals biologisch katoen en bamboezijde. Of tencel, gemaakt van houtpulp van eucalyptusbomen. Ik gebruik ook stockoverschotten, onder meer van gereputeerde modebedrijven. Het einde van de rol, dat anders weggegooid zou worden. Bovendien werk ik zo lokaal mogelijk en doe ik bijna alles zelf. Voor de productie schakel ik kleinschalige ateliers uit de buurt in, zoals de Welvaartkapoen in Molenbeek, dat ook een sociaal tewerkstellingsproject is. En vooral: de kleren zijn tijdloos en kunnen een heel leven mee. Het is geen wegwerpproduct.

Hoe ben jezelf als modeconsument?

Ik koop heel weinig nieuwe kleren. Ik spaar liever voor iets moois en kwalitatiefs. Naar de Primark ga ik nooit. De mode-industrie heeft nood aan een revolutie. De huidige consumptiegerichte ratrace is dodelijk. Herinner je je nog die textielfabriek in Bangladesh, waar in 2013 meer dan duizend werknemers omkwamen? De druk is zo groot om snel en goedkoop te produceren en voortdurend nieuwe collecties op de markt te brengen. Gelukkig is er een tegenbeweging. Veel mensen kopen bewuster kleren. Bijna niemand is nog vies van vintage.

Yume is het Japanse woord voor droom, verbeelding, utopie. In hoeverre is Japan een bron van inspiratie voor jou?

Ik was erg onder de indruk toen ik in Tokio een tentoonstelling bezocht over Mingei, een beweging van volkskunst in de jaren twintig. De makers ontwierpen prachtige voorwerpen, maar noemden zichzelf geen kunstenaars of ambachtslui omdat ze geen etiket op zichzelf wilden kleven. De sporen van onvolmaaktheid maken hun werk menselijk. Heel pakkend. Mijn eerste creaties – jassen en jurken – zijn ook geïnspireerd door het ontwerp van de kimono.

Op de website staat niet jouw verhaal centraal, maar dat van je modellen. Een bewuste keuze, in navolging van de Mingei-beweging?

Het gaat voor mij om de kleren en de mensen die ze dragen. Iedereen kan ze dragen. Niemand wordt uitgesloten. You and me, dat zit ook in de naam. Hetzelfde stuk ziet er op iedereen ook anders uit. En ja, ik pas voor de vedettecultus van de modeontwerper.

BXL zit ook niet voor niets in de merknaam.

Brussel inspireert me. Het is zo’n veelzijdige, multiculturele stad. Niet eenduidig, zowel mooi als lelijk. Je kunt er jezelf zijn en je stem laten horen. Samenleven lukt hier op een of andere manier.

Tot slot: wat is je droom met YU.ME BXL?

Ik wil stap voor stap gaan en zoveel mogelijk leren. Ik bied mijn eerste stukken nu op mijn website aan, produceer voornamelijk in kleine reeksen en op pre-order en bekijk ook opties met geïnteresseerde boetieks. Ik zou graag met een showroom op pop-upevents staan, zodat klanten kunnen voelen en passen. Op termijn wil ik ook naar het buitenland, zowel om unieke, lokale stoffen te vinden als om de collectie te kunnen presenteren. 

Meer weten of stukken bekijken of bestellen? Eén adres: YU.ME BXL.