Author: Pascal

Van luide trom tot poëtische verstilling

Zaterdagnamiddag kwam ik een beetje ongewild in de Zinnekeparade terecht. Ik heb het al niet voor optochten, fanfares of massamanifestaties tout court. Maar het frappeerde me weer dat, ondanks de vele goede wil, de dikwijls verfijnde kostuums en maquillage en de creatieve vehikels waarmee men door de stad paradeerde, ik helemaal niet verrast werd.

Continue reading

Herinneringen aan Brussel deel 4: hier raak ik niet meer weg

Hoe vat je tien jaar in één tekst? Het eerste decennium van het derde millennium zijn de jaren dat ik zo geworteld raakte in Brussel dat ik me – in België – nergens anders zie wonen.
Cultuur is één van de centrale pijlers. Naast de grote huizen, zoals KVS, Kaaitheater of Ancienne Belgique, zijn het ook plekken als de Beursschouwburg, Cinema Nova, Ateliers Claus e.a. waar ik, naarmate de inkomenszekerheid toenam, meer en meer over de vloer kwam. En wat is er niet allemaal veranderd in dat decennium!
De KVS, die huisde tijdelijk in Molenbeek om vervolgens in twee stappen terug te keren naar haar vaste stek: eerst de strakke nieuwbouw (blits de BOX genaamd), enkele jaren later de opgeglansde munitiestapelplaats de BOL. Jawel, ooit was dat een munitiestapelplaats op het einde van één van de kaaien. Op de achterzijde van het gebouw verwijst er nog een inscriptie naar. Tonnen munitie aan wat toen de rand van het stad was… Het kan een motto voor de KVS zijn: wees explosief, durf aan takken en bomen schudden en vooringenomenheid in vraag stellen.

Continue reading

Herinneringen aan Brussel deel 3: de grote sprong

1998-1999-2000. De jaren van de sprong, de zoektocht naar werk, naar een woonst, naar een zelfstandig leven. Mooie jaren vol leuke herinneringen. Jaren van vrijheid, zoeken en vloeken, maar ook vreugde en nieuwe wegen.
Afgestudeerd. En nu? Geen zin in conventionele jobs, heel wat sollicitaties waar iemand met ervaring boven een fris studentje verkozen wordt. Dan maar op zoek naar overlevingskansen. Jawel: leraar Nederlands in zo’n privé-talenschool, in een nep-zelfstandigenstatuut. Een plek voor gelijkgestemde mensen, die geen gewone kantoorjob wilden, maar voldoende vrijheid verkozen boven een saaie beginnerskantoorjob. Eventjes daarvoor gependeld van de zee tot Brussel, maar snel de knoop doorgehakt dat enerzijds weer in het ouderlijk huis wonen niet was wat ik nodig had, anderzijds dat Brussel de meest logische vestigingsplaats leek. Als ik deftig werk zou vinden, zou het toch of in Brussel, Antwerpen of Gent zijn, en beide laatste zijn toch vlot bereikbaar per trein vanuit Brussel. Gelukkig heb ik nooit hoeven pendelen, en ga al meer dan een decennium te voet of met de fiets naar het werk.
Dus: op zoek naar een woonst. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar Brussel ingedoken, gelogeerd bij een kennis, en enkele dagen appartementen en studio’s bezocht. Op den duur wist ik niet meer waar ik juist was, maar op het einde van de tweede dag had ik wel een leuk en betaalbaar appartement gevonden, op de hoek van de Papenvest en de Ooievaarsstraat. Een gezellig dakappartement, ideaal voor iemand die graag met z’n hoofd in de wolken loopt.

Continue reading

Herinneringen aan Brussel deel 2: de Leuvense studentenjaren


Begin jaren negentig. Eindelijk student. Vrijheid blijheid! Maar Leuven was en is meer studentenstad dan vibrerende stad en de culturele honger bracht me meermaals naar Brussel. Eerst schoorvoetend, later frequenter, en dat zou de kiem worden die me eind jaren negentig definitief naar hier zou brengen.

De tochtjes met de trein vanuit Leuven naar Brussel waren in het begin telkens culturele uitstapjes. Een concert in het Conservatorium (betaalbaar voor studenten), een bezoek aan het Museum voor Moderne Kunst, het Jubelpark, meestal gecombineerd met het uitkammen van een bepaald stukje Brussel. Rondzwerven zonder doel op de Zavel, rond het legendarische Vossenplein, of, jawel, rond de Grote Markt. De mooiste plek die ik toen ontdekte is en blijft de Koninginnegalerij. Maar dergelijke tochtjes naar de onbekende grootstad gingen niet altijd zonder slag of stoot of leidden soms tot achteraf bekeken hilarische situaties. Enkele van mijn mooiste herinneringen op een rijtje.

Continue reading

Herinneringen aan Brussel deel 1: van viaduct tot zoektocht naar de FNAC

Brussel. De verre, vuile, villaine hoofdstad. De stad van waaruit nieuwsberichten – onheil dus – tot in de verre provincie, tot aan de rand van het land uitgezonden werden. Het logo van de waarheid leek wel op het oog van een uil en lang vroeg ik me af waarom er geen twéé ogen gebruikt werden…

Continue reading

20.000 km

Onlangs flipperde mijn fietsteller op het magische getal 9.999,9. Voor de tweede keer met deze fiets de kaap van 10.000 kilometer fietsen gerond. M’n fiets gaat ondertussen bijna 6 jaar mee, goed dus voor zo’n 3.500 km per jaar. 10 tot 15 % zal buiten Brussel gefietst zijn, de rest voor m’n woon-werkverkeer en uitstapjes in Brussel.
Over fietsen in Brussel hadden we het al een vorige keer – m’n eerste post hier op Brusselblogt lokte nogal wat gelijkaardige reacties uit. Ik heb sindsdien mijn fietsroute gewijzigd, en rij nu van Dilbeek langs de Itterbeeksebaan over St-Guido tot aan het kanaal, een deel van route 9, en dan langs het kanaal tot aan het centrum. Op het zwarte punt Ninoofsepoort na een grote verademing. Een extra kilometer, maar daar maal ik niet om, integendeel. Al vind ik het een beetje spijtig dat m’n fietstocht zo minder een ‘statement’ wordt tegenover automobilisten, wegens minder zichtbaar. Maar ja, een mens doet al eens iets voor z’n eigen comfort. Een beetje stom dat ik die route nu pas ontdek, maar tot een klein jaar geleden moest ik halverwege zoon- of dochterlief droppen/afhalen in de crèche, en zou dat echt de weg op 7 geweest zijn; bovendien ben ik eigenlijk wel verslingerd geraakt op het stukje Berchemstraat tussen Dilbeek en Sint-Agatha-Berchem, omdat je daar zo’n mooi uitzicht hebt. Alleen al voor dat uitzicht rij ik dus toch nog eens per week langs daar…

Continue reading

Een culturele lente

De halfslachtige winter sleept nog wat aan, maar in cultuurland is de lente duidelijk aangebroken. Kunstliefhebbers worden verwend met een aantal boeiende tentoonstellingen, cinefielen met langverwachte films. Hoog tijd om enkele dagen te ‘culturen’ in Brussel!
De meest in het oog springende topper is natuurlijk de retrospectieve rond Luc Tuymans in Bozar. Maar omdat die geen introductie meer nodig heeft, wijs ik liever op een andere kunstenaar die door het samenvallen met de Tuymans-retrospectieve een beetje dreigt onder de radar te verdwijnen, namelijk David Claerbout.
Onder de treffende titel “De tijd die blijft” loopt in Wiels tot 15 mei een overzichtstentoonstelling rond deze Belgische kunstenaar. Claerbout maakt voornamelijk video-installaties op groot formaat, waarbij hij zowel tijd en ruimte manipuleert. Tijd en ruimte worden tegen elkaar uitgespeeld, uitgerokken of gecomprimeerd, zodat er een poëtische interpretatie ontstaat van momentopnames. Schijnbaar alledaagse handelingen zoals iemand die afscheid neemt, jongeren die meeuwen voederen, een ontmoeting tussen twee vreemden, worden getransformeerd tot rituelen van stilstand en beweging. Zelfs al schrijdt de tijd op de achtergrond voort, door stil te staan bij kleinheid en breekbaarheid, herkenbare menselijke handelingen te vertragen of te manipuleren, wordt de schoonheid daarvan ontsluierd en nestelt die zich in het hoofd van de toeschouwer. Het zijn videowerken vol openheid waarvoor je best je tijd neemt: door je onder te dompelen in Claerbouts manipulatie van tijd en ruimte, verdwijn je voor de duur van het kijken uit je aardse bestaan en wordt je opgetild als keek je als een verre engel vanuit de hemel neer op mens en ruimte. Neem dus je tijd om deze tentoonstelling op je eigen ritme te ondergaan!

Continue reading

Fietsen in Brussel

 
Wat een mens al niet tegenkomt als fietser in Brussel. Al meer dan een decennium is de fiets hier mijn trouwe metgezel. Ik begon als een vreemde eend in de bijt, en kom steeds meer metgezellen tegen. Gelukkig maar. Maar waar ik als centrumbewoner me voornamelijk in het centrum bewoog, fiets ik nu dagelijks vanuit de Westrand tot het centrum. Een goeie zeven kilometer en twintig minuten later sta ik waar ik zijn moet in het centrum, en parkeer voor de deur. Handiger en sneller kan niet. En meestal is het zelfs nog een groot plezier. Maar de laatste tien dagen loopt het niet goed.

Continue reading