Author: brussel

De kracht van een simpele bonjour

What the hell is er aan de hand met de wereld??
Niks, of toch niks nieuws.  Jammer genoeg is oorlog en verderf van alle tijden, enkel hebben we er nu een duidelijker zicht op, en worden we – willens nillens – met onze nieuwsgierige neuzen in de onwelriekende waarheid geduwd.
Maar toch, meer ontwikkeling zou in principe meer menslievendheid met zich mee moeten brengen, een open geest, een ruime blik, verdraagzaamheid, begrip voor de andere. Waarom is iedereen de laatste tijd dan zo druk bezig met elkander de duvel aan te doen? Misschien is te veel communicatie dan toch geen goed idee. Misschien zijn onze gedachten wel stil gemaakt om de vrede hier te kunnen bewaren, misschien is Facebook een openbaring van onze donkerste en vuilste gedachten en krijgen we al die waarheden gewoonweg niet meer doorgeslikt? Misschien is de bevolkingsvermenging te snel gegaan en voelen we ons ontheemd in onze eigen regio, zodanig ontheemd dat we de andere met geweld aan de deur zetten, of toch hardnekkig proberen. Misschien is te veel liefde gewoon dodelijk en krijgen we dit als tegenreactie, de volle en pure uiting van haat, je weet wel, die andere vorm van liefde…
Wie zal het zeggen? Ik was in elk geval redelijk vredig gelukkig toen ik, van op mijn hoog balkon in Saint-Josse, de Turkse onderburen gezellig opgeschrikt van op hun zelfgefabriceerde straatterras de luide en vrolijke rollerparade zag bestaren. En daarna de fietsers, en daarna de toeristenbus. En zwaaien maar. Want dat vinden we plezant hier in Brussel. Voor dat half uurtje dan toch, of als we langs de kruidenier passeren, of de man van de nachtwinkel zien voorbijsloffen. Een korte wuif, een onbeantwoorde ‘çava?’. Het zal de wereld nog redden, of toch al zeker Saint-Josse.

Jammer voor de kok, want het was lekker.

Nieuw en hip en trendy, het moet gezegd, het trekt aan. Zeker als het een brunchadres betreft in hartje volks Brussel, midden op een schoongemaakt ex-brandweerplein, net buiten de allergezelligste zondagsdrukte van de stad.
Locatie: ideaal!
Klimaat: stralende zon, geen zucht wind, eerder dorstig weer, net niet te warm voor voormiddagvoedsel.
Bevolking: leuke Brusselse mix, jong en oud, kostuums en pyjama’s, pumps en sloefen, enfin we zitten hier op ons gemak.  Voor even dan toch, dat gemak. Want
dan begint het, het spel, de opdracht, the quest, the mission, the battle for food!

Continue reading

Charlotte Marchand stelt tentoon: Paintings and Drawings in hartje Brussel

Nog tot 8 maart 2014 gunt de Franse kunstenares Charlotte Marchand ons een blik in een gestructureerd fragment van haar speelse impressies.  Door fijne collages en wilde verfstroken heen presenteert ze een levendige mix van organische prints en chaotische geometrie op een fond van diep zwart en scherpe fluo.
Achter een scherm van impulsief plezier en kleurrijke rebellie schuilt een groei naar het plaatsen en organiseren van uiteengespatte emotie.  Charlotte vertelt dat ze steeds meer evolueert naar structuur in haar werk.  Uitgaande van enkele originele basiselementen zoals papier, verf, metaal, behangpapier en fijne kant, creëert ze collages die op hun beurt worden samengebracht tot een gecontroleerd en samenhangend dynamisch geheel.
In 2014 werd Charlotte Marchand laureate van de beurs COCOF MAAC, die het mogelijk maakt voor de artieste om één van de atelierruimtes van dit kunstencentrum te bezetten, voor een periode van twee jaar.  Wonen en werken in een bruisende stad als Brussel is ongetwijfeld een bron van inspiratie voor deze energieke kunstenares.
De expo is te bezichtigen in kunstencentrum MAAC:
Allen daarheen!
MAISON ART ACTUEL CHARTREUX/ HUIS HEDENDAAGSE KUNST KARTHUIZERS
Rue des Chartreux 26-28 1000 Brussel
www.maac.be

GESU SQUAT uitzetting 3/11

Als inwoner van Sint-Joost-Ten-Noode, en buur van de GESU-kerk,  kan ik er niet omheen dat er heel wat foute informatie wordt vrijgegeven omtrent de uitzetting van de bewoners van dit kraakpand.
Hierbij een poging om correcte informatie de wereld in te sturen.
De reden voor de uitzetting van de bewoners van het kraakpand bij de GESU-kerk in de nacht van 3 op 4 november 2013, is alvast niet de plotse bouw van een luxehotel. De plannen voor dit hotel bestaan wel al enkele jaren. Het betreft een renovatie van de bestaande ruimte tot een hotel, vooral betaalbaar voor de rijkere mens onder ons. Het feit dat de PU (bouwaanvraag) voor deze verbouwing lang niet goedgekeurd is (of de komende jaren zal worden) heeft er waarschijnlijk zelfs voor gezorgd dat het gebouw in 2010 werd opengesteld voor ongeregistreerde inwoners.
Dankzij overleg en tussenkomst van advocaten zijn de krakers (oorspronkelijk vooral kunstenaars, dakloze gezinnen/alleenstaanden met kinderen en enkele verdwaalde wereldreizigers)  er, door behulp van daklozenorganisaties uit Brussel, in geslaagd om een goedkeuring van verblijf te verkrijgen, een unicum in het krakersbestaan. De toelating gebeurde voor de toenmalige huidige bewoners onder bepaalde voorwaarden: registratie van de bewoners, betaling (50 euro per maand per persoon), onderhoud, …

Continue reading

Het regent glasscherven in Saint-Josse

In een grijze ochtendzon zoek ik in gedwongen draf de weg naar mijn stalen ros.
Ergens tussen het ervaren schroot van de buren wacht hij me trouw en blozend op.
Het buurtlawaai benevelt mijn zicht.
Bedolven onder gedachten koester ik de luide hoop dat mijn vierwieler deze nacht heeft overleefd zonder kleerscheuren.
Saint-Josse kent immers wilde nachten.

Continue reading

Snooze, de wintervriend

In de winter is mijn snooze mijn beste vriend. En ook mijn ergste vijand.
Het is een kleine duivel die mijn zalige zwakte verheerlijkt: blijven liggen.
Hij maakt me wakker om te laten weten dat ik terug in slaap mag vallen, en straks terug moet wakker worden, om dan terug in slaap te vallen.
Heerlijk.
En pijnlijk.
En eigenlijk geen goed idee.  Zo hebben we ze graag, onze zwaktes.
Straks is het maandag en kunnen we er weer aan beginnen, aan ons ochtendspel, Snooze en ik.
Wat kijk ik er naar uit.

'Heeft u soms een lucifer? Ik heb geen vuur bij.'

Exclusief interview met God de Vader
Op een doordeweekse ochtend in café ‘au Laboureur’ in hartje Brussel wacht ik met een dampende kop koffie op een figuur die me meermaals aan het vloeken heeft gebracht. Zijn bestaan heb ik nooit aanvaard, laat staan Zijn verschijning op deze versleten aardbol.  Eén entiteit die alles controleert, de maan doet schijnen en jou de liefde van je leven leert kennen, zeg nu zelf, dat is toch te zot voor woorden?

Ik heb geen idee op welke figuur ik zit te wachten en stel me gerust met het idee dat God mij zelf wel zal zien te vinden.
En ik wacht, want God is al 25 minuten te laat.
Ik sluit mijn ogen, even maar, en laat de vragen die ik voor de gelegenheid selecteerde luchtig door mijn hoofd vloeien. Ik ben er helemaal klaar voor.
Ik open mijn ogen en voor mij zit een breed glimlachende exotische dame.
‘Kan ik u helpen’, vraag ik met lichte paniek in mijn keel.
‘Kan ik ù helpen?’, kaatst ze terug met zelfvoldane blik.
‘Ik wacht op God’, zeg ik.
‘Ja, zo ziet u er uit!’  Haar schaterlach weerklinkt door het café en ik kruip iets dieper in mijn sjaal weg.

Continue reading

Bruxelles mon amour

Wat ben ik blij om in Brussel te wonen. Niet alleen omdat ik blind verliefd geworden ben op deze stad, maar omdat mijn ogen zijn geopend naar de kracht en de pracht die schuilgaat onder deze prettig gestoorde, rumoerige, slordige maar bovenal charmante gemeenschap.
In Aalst hebben de Vlamingen hun territorium opgeëist, de schrik van de kleine Vlaamsche Mensch heeft de bovenhand gehaald.  Weg met de vreemde menschen die ons schoon volk komen pesten. Ze zijn erin getrapt, de sukkelaars. Ze weten niet waaraan ze zijn begonnen.
En hier wandel ik door de gekleurde straten, wuif naar mijn Turkse buur die met een grote glimlach zijn verse tomaten in de kijker zet, begroet de Poolse bouwvakkers die elke ochtend hun koffie drinken in het schaarse zonnetje op de hoek van de straat, ruik de verse pistolets die geserveerd worden aan jonge internationale wereldreizigers die worden geherbergd in Youth Hostel CHAB, denk aan het heerlijk Ethiopische gerecht dat vorige week nog voor mijn neus stond in restaurant Toukoul in hartje Brussel, vloek op het eeuwige verkeer in de hoofdstad, daar mag wel dringend iets aan gedaan worden, en bedenk me dat we toch gewoon allemaal mensen zijn die er het beste van proberen te maken.
Dat het hier nog lang mag duren, en dat ze maar lekker hier blijven, al wie op den buiten niet binnen mag. We slaan er ons wel door.