België blijft een ongelooflijk fascinerend land. Aan de ene kant heb je hier die extreme gezelligheid, zoals afgelopen zondagavond op het Bal National in de Brusselse Marollen. Maar aan de andere kant heb je talloze overheidsinstellingen die zichzelf heel erg serieus nemen. Zelfs met een groots vertoon van de politie, de brandweer op de Nationale Feestdag in het stadscentrum van de hoofdstad van het surrealisme. Een reportage van een 24 uur durend feest.
Op het Vossenplein kwamen 15 000 mensen zingen, dansen, drinken en genieten op het Bal National. Ster van de avond was Belle Perez. Ik had nooit gedacht dat ik ooit op één van haar concerten zou belanden.
Kwinten Lambrecht schrijft op zijn blog Lambyk over het stadsleven, duurzame mobiliteit, fietsen en politiek (of beter: samenlevingsleer).
De markt
Markt met de geur van het Middellandse Zeegebied: fruit en groenten, vlees en vis, kruiden en specerijen, textiel, schoenen en allerhande accessoires. Je hebt wel een hele voormiddag nodig om deze enorme grote markt te zien: een andere wereld en exotisme gegarandeerd! – VisitBrussels
Hoewel de Zuidmarkt aangenaam en gezellig doet aanvoelen is de ravage achteraf niet te overzien. Marktkramers komen er letterlijk elke zondagochtend alles uit de kast halen tot de diensten van NetBrussel het zooitje naar gewoonte komen opruimen.
Een afschaffing van het gebruik van plastic zakjes zou al een goede start kunnen zijn om het probleem aan te pakken. Maar ook de mentaliteit van de marktkramers zelf, die zich de koning te rijk wanen, moet worden aangepakt; moedig mensen aan met kleine kortingen als ze een herbruikbare (linnen) zak bij zich hebben, ruim zelf je zootje op en vooral heb respect voor de buurt waar je ‘kraamt’. … en de markt
Een héél ander verhaal én uitzicht vinden we in de Huidevetterstraat (Marché des Tanneurs), 500 meter verderop. In deze hub worden van woensdag tot vrijdag (11:30-18:00), zaterdag en zondag (10:00-16:00) groenten, fruit en andere producten verkocht. Mensen komen met de fiets of te voet en nemen hun eigen zakken en dozen mee. Voor de luieriken zijn er kartonnen dozen. Mensen hebben respect voor het materiaal, de producten en de grond.
Nog belangrijker: de producten hebben ongeveer dezelfde prijs als die van op de Zuidmarkt.
En de intrinsieke prijs (ethiek, kwaliteit)? Die is veel hoger!
Afgelopen zomer ging ik niet op reis. Ik bleef in Brussel om als begeleider mee te werken aan de Zomerschool. Dit is een tof onderwijsconcept waarbij kinderen, die nog niet voldoende Nederlands spreken, deelnemen aan Nederlandstalige activiteiten. De werkwijze is helemaal niet schools, maar spelenderwijs. De kinderen hebben niet in de gaten dat ze een taal leren, maar ze steken ondertussen toch een heleboel van onze taal op. Op de Zomerschool leren de kinderen de taal door onder andere te knutselen.
De Brusselaar René Magritte werd in de vorige eeuw wereldberoemd met zijn surrealistische schilderijen. Ik vroeg mij altijd af waar hij toch die inspiratie vandaan haalde. Sinds ik in Brussel woon, begrijp ik waar het vandaan komt. Magritte keek gewoon goed om zich heen en zag het ene na het andere surrealistische tafereel. Sommige dingen zie je namelijk alleen maar in Brussel en nergens anders ter wereld. Reis virtueel met me mee door het surrealistische Brussel!
Belgische bouwwerkzaamheden leveren vaak interessante taferelen op. Zo ook onder het Schumanplein. Vlak onder het gebouw van de Europese Commissie krijgt men het namelijk voor elkaar om een ondergronds viaduct te bouwen. Elders liggen viaducten boven de grond. Zou het ondergronds viaduct een Brusselse uitvinding zijn?
Het blijft een actuele vraag. Kun je als Vlaming in het Nederlands terecht in Brussel? Ten tijde van Pieter Bruegel was Brussel een Brabantse stad en was Nederlands dus de voertaal. De verfransing van de stad is in de achttiende eeuw begonnen tijdens het Oostenrijkse en Franse bewind en versterkte in België in de negentiende eeuw. De Nederlandstalige bevolking raakte in de loop van enkele generaties geassimileerd door het lage aanzien van het Nederlands in de toenmalige samenleving. Wie zong in 1969, dus net na Leuven Vlaams, een lied over de terugkeer van Bruegel in Brussel en zijn grote verdriet over de verfransing van de stad?
Hij vroeg in ‘t zuiver Brabants
De kastelein om drank
Maar de patron die zei:
“Pardon je ne comprend pas Flamand”
Emmerdant, dans le coeur du Brabant
Pieter Breughel de Oude
Die dacht ‘t is weer zover
Dat ze hier de Geus nog brouwen
Da ‘s fijn, maar dat het in het Frans nu moet zijn
Dat vind ik een groot chagrijn
Wie kent er niet de Marollen? De oude volksbuurt van Brussel ligt tussen het Justitiepaleis en het Zuidstation en in het hart ervan bevinden zich de Miniemenkerk, de Kapellekerk en het Vossenplein, bekend van de dagelijkse rommel- en brocantemarkt. De Hoogstraat en de Blaesstraat doorkruisen de wijk. De naam ‘marol’ verwijst naar de zusters Maricollen (verbastering van het devies ‘Mariam Colentes’) of apostolinnen, een religieuze orde die van 1660 tot 1715 in de wijk aanwezig was en zich om de melaatsen ontfermde. Wie schetst in zijn kenmerkende plastische stijl de liederlijk levende, maar niettemin godvruchtige Marolliens anno 1565?
Hij woonde daar in d’Hoogstraat omtrent tegen de Hallepoort, met het volkske dat in de naar-omhoog-lopende, luidruchtige straatjes daarachter woonde. Hetzelfde volk, van ‘t zelfde bloed getapt en van dezelfde deeg gedraaid, had hij zo gekend in Antwerpen, waar Jan Nagel woonde, in ’t Sint-Andrieskwartier aan ’t Scheld. Ze waren hier even dapper, kinderlijk, goed, onstuimig, sluw en plezant. ’t Was volkske van de Basconters, de zuipeniers, de zwelgers, mensen van wat-kunnen-we-met-de-overschot-doen, de mannen die met uitgetrokken frak een vecht sloegen, om daarna samen een pint te pakken – maar ’t kwaad bloed moest er eerst langs de neus of een blauw oog uit. ’t Waren vloekers, schelders en schimpers op paters en nonnen, maar van wie daar beneden in de moederlijke Kapellekerk de meeste kaarsen voor O.-L.-Vrouw brandden. ’t Was het gezonde, heviglevend volk, dat Gods water over Gods dijk laat lopen (bier zou beter zijn), dat de maandag de broer van de zondag noemt en hem zo behandelt; de zonnekloppers, maar de kloekste kerels als er te werken valt; want hebben ze niet Antwerpen en Brussel tot de haan van O.-L.-Vrouwetoren, tot de gouden St. Michiel van ’t Brussels stadhuis op hun schouders de hemel ingedragen?
Opvallend weinig activisme op de Vlaamse feestdag in onze hoofdstad, dacht ik toen ik na twee uur wandelen door Brussel de eerste geelzwarte vlag zag wapperen. Niet dat ik een rasechte flamingant ben, maar voelde ik daar een tikkeltje teleurstelling? Vanop de trein had ik zeker een vijftal leeuwen gespot, bevestigd aan verroeste luifels van illegaal bijgebouwde verandaatjes van het soort dat je enkel ziet als je de kont van de Vlaamse huizen bespioneert door een intercitytrein te nemen. En in Brussel geen haan die kraaide om 11 juli. Alleen een verwaaide Jean Blaute die zijn accordeon de sporen gaf in het midden van de Grote Markt.
Het voorval vergat ik echter toen we in De Skieven Architek gingen lunchen: typisch Brussels eten en bediend met de beleefdheid van weleer. Dat meer dan de helft van de kaart, waaronder zuurkool, konijn met pruimen en nog enkele Belgische recepten, niet meer te verkrijgen was – we hebben het gisteren zó druk gehad, meneer, u houdt het niet voor mogelijk – was snel vergeven omdat de ober het vloeiend in beide landstalen aan de man had gebracht. Na de lunch wilden we het bouwwerk van de ‘scheve architect’ even aandoen, want er was – naast vele rechtszaken – een kunstwerk hangende!
Recyclart zit niet stil tijdens de zomer. In een periode waarin andere culturele instellingen de deuren sluiten en de festivalkoorts overal in het land toeslaat, is het kunstencentrum gedurende 6 weken, van 30 juni tot 5 augustus, elke donderdag- en vrijdagavond open. In en rond station Brussel-Kapellekerk wordt er een feestje gebouwd, en dat tegen democratische prijzen.
Ik zag maandag deze mooie muurtekening (op een deur gekleefd) op de trappen van de Hoogstraat naar het Poelaertplein en ben naarstig op zoek naar de kunstenaar. Heeft iemand een idee?