Tag: expo

Keith Haring, Kardashians en Knokke

In de Bozar kun je tot en met 19 april 2020 naar het werk van Keith Haring gaan kijken. Keith Haring is volgend jaar dertig jaar gestorven, maar zijn werk is nog steeds zeer actueel en ontzettend goed bekend bij jong en oud.

Keith Haring werd geboren in 1958 en leerde op zeer jonge leeftijd tekenen van zijn vader, die zelf striptekenaar was. Hier en daar vind je in zijn werken verwijzingen naar Walt Disney, meteen ook zijn eerste inspiratiebron.
Keith Haring had drie zussen: Karen, Kay en Kristen. De ouders van Keith Haring hielden duidelijk van de letter K. Wie weet was dit de inspiratie van Kris Jenner om haar vijf dochters ook allemaal een voornaam te schenken met de voorletter K.
Keith Haring zal voor altijd gelinkt blijven aan dansende mannetjes, blaffende honden, baby’s maar ging destijds ook controversiëlere thema’s niet uit de weg. Denken we hierbij aan racisme, de invloed van de godsdienst, apartheid, de wapenwedloop, de manipulatie van de media of nog aidsbestrijding.
Subway drawing
Keith Haring vond het ontzettend belangrijk dat zijn werk voor iedereen toegankelijk was, en niet alleen voor de rijkere blanke elite. Er zijn een aantal van zijn zogenaamde ‘subway drawings’ te zien op de expositie. Hij had de gewoonte genomen om met wit schoolkrijt in zijn zak de metro te nemen, en zodra hij een leeg reclamepaneel zag, tekende hij het vol.
Keith Haring werd echter algauw zeer bekend, en ook zijn “subway drawings” werden vaak meegenomen door zijn fans.
Bezoekers van de expositie zullen ook opmerken dat Keith Haring niet vaak op een canvas schilderde of tekende, hij gebruikte zeer vaak een gewoon dekzeil. Het was zijn manier om in te gaan tegen het elitaire van kunst en zijn werk te maken op materiaal dat gewoon voorhanden was en dat het herkenbaar was voor mensen.
Hij werkte ook ontzettend snel en bereidde nooit iets voor. Hij nam ook nooit kunstwerken mee als hij gevraagd werd om deel te nemen aan exposities in het buitenland. Hij maakte telkens nieuwe kunstwerken ter plaatse op het moment zelf. Net omdat hij zo snel kon werken en steeds veel inspiratie had, kon hij deze methode toepassen.
Partyscene
Jullie zullen tevens opmerken dat het geen stille tentoonstelling is. Her en der zijn er televisietoestellen gemonteerd en er is ook vaak muziek te horen. Het is zeker de bedoeling geweest van Bozar om hier de volledige scene te tonen waarvan Keith Haring deel uitmaakte.
Keith Haring genoot van het leven, hij organiseerde elk jaar op zijn verjaardag een groot feest, ‘party of life’ en op een van deze feesten zong Madonna ooit voor het eerst ‘Like a virgin’.
Keith Haring was openlijk homoseksueel en eind de jaren 80, toen er meer en meer ruchtbaarheid werd gegeven aan aids, zette hij zijn talent ook in bij het ontwerpen van affiches en kunst om aan te zetten tot safe sex en besloot hij om aids niet dood te zwijgen.

Hij was er zich van bewust dat hij vroeg of laat ook zou sterven aan de gevolgen van aids en richtte dan ook nog voor zijn dood de Keith Haring Foundation op, om zijn werk te promoten maar ook om goede doelen (o.a. rond aidspreventie) te steunen.
De expositie is uiteraard maar een zeer klein fragment van alles wat hij ooit heeft gemaakt in zijn relatief korte carrière van twaalf jaar.
Knokke
Er is ook een link met Knokke. Keith Haring liet verschillende keren optekenen dat hij ontzettend genoot van Knokke. Telkens als hij de kans kreeg, verbleef hij daar om volledig tot rust te komen. Het was volgens Keith de enige plaats waar hij echt het gevoel had thuis te komen.
Praktisch

De expositie is nog te bewonderen tot en met 19 april 2020. Tickets kosten 18 euro (9 euro voor wie jonger is dan 30 jaar en zijn tickets online bestelt). Bozar organiseert rond de expositie ook tal van workshops, themadagen, lunchtours en familiedagen. Neem zeker een kijkje op de website van Bozar voor meer informatie.

Spanish Still Life, The Miracle of Painting, again

“Peut-être même le summum de la peinture”, zo liet Head of Exhibitions bij Bozar Sophie Lauwers haar gevoel spreken. Ze verwees naar het genre van het stilleven in de schilderkunst, dat vaak ondergewaardeerd bleef en blijft. Geen tweederangsgenre volgens Lauwers, maar eersteklas. Het summum van schilderen zelfs.
In Bozar is Spanish Still Life begonnen, de tentoonstelling die tot 27 mei de hele evolutie van Spaanse stillevens toont, aan de hand van werken uit de Spaanse schatkamers in bruikleen uit de beste musea en privé-collecties. Veertien schilderijen uit het Prado, en verder werken uit de National Gallery London, Fitzwilliam Cambridge, Louvre en Centre Pompidou Parijs, Uffizi Firenze, MOMA New York, et cetera.

Het stilleven ontstond als genre gelijktijdig in het Noorden en het Zuiden van Europa rond 1600, met grote verschillen in aanpak evenwel. Bij ons in ‘t Noorden zien we heel vaak het afbeelden van overvloed en luxueuze attributen, al dan niet afgezet tegen doodskoppen, gedoofde kaarsen of andere symbolen van de dood in de zogenaamde vanitas (ijdelheid)-schilderijen. De Spanjaarden kennen een veel soberdere traditie, in de lijn van het werk van wegbereider Juan Sánchez Cotán (eind 16e begin 17e eeuw). Cotán’s werk ‘Stilleven met appel, kool, meloen en augurk’ is het eerste doek van de tentoonstelling, en het legt de basis voor al wat volgt. Heel precies geschilderd hangen daar in een vensteropening aan een touw een appel en een kool, en daarnaast in het midden ligt een opengesneden meloen, en rechts een augurk. Op de voorwerpen het volle felle licht van de zon die van linksboven komt. De achtergrond van het tafereel is echter zwart. Door dit contrast worden de vruchten fel geïsoleerd, ze verschijnen op dit toneel. Tastbaar zijn ze ook verbonden met het wegsterven en wegvallen, het verdwijnen, door de donkerte die aan hun aanwezigheid likt. De schilder van het stilleven lijkt te zeggen: dit is leven, apprecieer het, straks zie je niets meer.
Een typisch element dat ook op dit doek te zien is, bij de augurk, is het plaatsen van voorwerpen op of over de rand van het raamwerk, vergezeld van een slagschaduw die hen nog verder duwt naar het bijna-moment van vallen.
Later wordt het Spaanse stilleven, waar veel vraag naar was vanwege kunstkopers, barokker, met beweeglijkere composities, en dan zal het ook komen tot het subgenre van de vanitasstillevens, in Spanje bekend als ‘ontnuchteringen van de wereld’ (desengaños del mundo’). Symbolen van rijkdom en macht liggen in al hun glorieuze pracht klaar om aangevreten te worden, naast schedels, of spookachtig in reflecties weerspiegeld.
Het merendeel van de stillevens viert echter wel de overvloed van het leven, in bloementaferelen of door het uitstallen van allerlei etenswaren op keukentafels. We zien bijvoorbeeld een prachtige koperen cacaotrembleuse, bij porseleinen kopje en breadrolls, getuige van de populariteit van de Zuid-Amerikaanse godendrank in het koloniale Europa, die toen via de Italiaanse en Franse chefs van de renaissance toegang tot de salons vond. Stillevens zijn via de voorwerpen dus ook eersterangs getuigen van de cultuurgeschiedenis.
Twee aparte werken op de expo zijn van Francisco de Goya daterend van +/- 1810. Goya schilderde slechts twaalf stillevens, voor eigen gebruik, met grote creatieve vrijheid tot gevolg. Het zouden de stille pendants zijn van zijn twaalf bekende revolutieschilderijen (met ‘El tres de mayo’ – drie mei – als bekendste). De vissen en de kalkoen die je hier ziet, zijn meesterwerken uit de kunstgeschiedenis.
Het motto van het genre van het stilleven, dat onder zeer religieus gesternte van start ging, zou kunnen zijn: ‘spiritueel voedsel is minstens even belangrijk als echt voedsel’, of zoals bij Ovidius: ‘Bouw een karakter, want dat blijft, versterk je schoonheid daarmee; slechts dat bewaar je tot het laatste uur’ (ars amandi). Daarmee overstijgt het genre de plaats die het aanvankelijk in de perceptie kreeg toebedeeld, die van een simpele imitatie van de realiteit. Stillevens maken van de vruchten en de voorwerpen schilderkunst. Picasso en anderen zullen in de twintigste eeuw nog een stap verder gaan door het einddoel van de driedimensionale afbeelding weg te schilderen en de kunst toe te laten de realiteit opnieuw een stapje voor te zijn, een eigen realiteit te boetseren, die ons weer nieuwe ogen gaf. Life imitates art more than art imitates life, zei Oscar Wilde daarover.
Tot 29 april loopt ook in Bozar de tentoonstelling van het werk van fotograaf Dirk Braeckman nog, zoals dat in Venetië te zien was op de Biënnale. Ik raad aan om deze hedendaagse donkere stillevens als dessert erbij te nemen, laat deze suggestie van topchef Bozar niet staan, want het menu is uitzonderlijk. Braeckmans werk toont de consequenties van het genre voor de eenentwintigste eeuw.

House of European History – eerste bezoek/deel één

“From myths and discoveries to the chaos and cohesion of the 20th century, the House of European History will take visitors on a journey along the path of Europe’s history and challenge them to contemplate its future.” (brusselsmuseums.be)
De makers van het nieuwe House of European History in het Leopoldpark nodigen je uit om ‘Europa’ te blijven herinterpreteren.
Was het dus goeie seks of slechte seks, toen Zeus de Libanese bloemenplukkende prinses Europa begeerde en haar, vermomd als stier, (mee)nam naar Kreta? Europa, de bekoorlijke, opgaand in een verleidelijke Unie, of Europa, de mismeesterde, die van onheil behoed moet worden wanneer nieuwe kandidaten klaarstaan om haar te omarmen?

Continue reading

Belgische kunst: I BELGI. BARBARI E POETI

Vorig weekend bezocht ik de expo I BELGI – BARBARI E POETI in het Vanderborghtgebouw in centrum Brussel. I Belgi watte? De titel is Italiaans voor ‘De Belgen, Barbaren en Dichters’. Het is een expo over uitsluitend Belgische kunst met klassiekers zoals Permeke, Magritte, Spilliaert en Broodthaers, maar ook werk van de recente generatie zoals Koen Vanmechelen, Berlinde De Bruyckere of zelfs HELL’O MONSTERS.
Het concept van de tentoongestelde werken is duidelijk: het toont de speelse, originele, barbaarse en geschifte kant van de Belgische kunstenaars. Julius Caesar zei immers ooit in Rome dat de Belgen de meest barbaarse en onbevreesde strijders zijn. Of we daar trots moeten op zijn of niet laat ik in het midden, ik hou in elk geval van het gedurfde karakter van onze Belgische kunst.
Enkele voorbeelden uit de tentoonstelling: een blikje ansjovis omgevormd tot grafsteen (Pascal Bernier), een getatoeëerde Jezus (Jean-Luc Moerman), een naakte dame die met haar varken gaat wandelen (Felicien Rops), een soort superkip (Koen Vanmechelen), twee dansende skeletten (Johan Muyle) en een menselijk gezicht gemaakt van plastieken soldaatjes (Patrick Van Roy). Heerlijk toch?
Het was voor mij de eerste keer dat ik het Vanderborghtgebouw vanbinnen zag en ik was aangenaam verrast. Benieuwd wat er met het gebouw zal gebeuren in de toekomst, want ik hoorde dat de regering het zou verkopen.
De expo is nog te bezoeken tot en met 24 januari 2016 in de Schildknaapstraat 50 te Brussel. Meer informatie vind je hier. Wat mij betreft is het een absolute aanrader. Een ideale gelegenheid om vrienden en familie te overtuigen om naar Brussel te komen.

Drones en vliegende tapijten

Wat hebben Perzische tapijten en drones gemeenschappelijk? De mooie tentoonstelling die momenteel in Villa Empain loopt, nodigt u uit om dit te verkennen.

“Het Paradijs en de Hel. Van vliegende tapijten tot drones” stelt een suggestieve reis voor door verschillende tijdperken die met elkaar verbonden zijn door middel van mythologie, symbolen en realiteit.
De rode draad van de tentoonstelling is het eeuwenoude menselijk verlangen om te vliegen. Het begint met vliegende tapijten die ons doen dromen en onze verbeelding op hol laten slaan. Die tapijten raakten vooral bekend door de verhalen uit Duizend-en-een-nacht. Niet alleen fictieve personages zoals Icarus, maar ook – en vooral – intellectuelen zoals Leonardo da Vinci hebben zich over de kwestie van het menselijk vliegen gebogen en over hoe men mensen met vleugels kan uitrusten.
Het feit dat deze drang tegenwoordig via drones wordt voorgesteld, geeft al een idee van hoeveel de wereld veranderd is. Ten goede of ten kwade.
“Het Paradijs en de Hel. Van vliegende tapijten tot drones” loopt nog tot 6 september 2015 in Villa Empain.
María Sánchez, Twitter: @7amiel

Bekijk ook nog twee andere foto's van de tentoonstelling.

De Ottomaanse cultuur door een Europese bril bekeken

In het Paleis voor Schone Kunsten loopt nog tot eind mei de tentoonstelling ‘Het Rijk van de Sultan – de Ottomaanse wereld in de kunst van de renaissance’. De tentoonstelling  kadert in het internationaal project ‘Ottomans & Europeans’, een initiatief dat de culturele relaties  tussen Europa en het Ottomaanse Rijk/Turkije in de kijker plaatst.
Ik kwam er al talloze keren en dan voornamelijk om tentoonstellingen te bezoeken. De concertzaal Henry Le Boeuf is voor mij nog onbekend terrein en naar Cinematek, een filmmuseum annex cinema, ging ik maar een paar keer. Dat ik er regelmatig kom, in de Bozar, is veel gezegd. Sporadisch loop ik er binnen, al is het maar omdat het beschutting biedt tegen regen en wind. Het gebouw wordt de dag van vandaag intensief gebruikt. Momenteel lopen er niet minder dan vijf exposities. Of er sprake is van devaluatie aan kwaliteit  is me niet duidelijk. Ik hield het ook deze keer op die ene die ik me voorgenomen had om te bezoeken.

Continue reading

Fotowedstrijd BELvue

Nog tot 25 januari loopt er in het BELvue-museum een gratis tentoonstelling over Belgische straatfotografie. De expo presenteert een boeiende selectie uit het werk van Belgische fotografen zoals Jimmy Kets, Wouter Van Vaerenbergh, Jef Beirinckx, Karina Brys, Brecht Van Maele en Filip Claus.
Ben je een amateurfotograaf? Laat je dan inspireren door de tentoonstelling en doe mee aan de fotowedstrijd. Deel je visie op de stad, kom voor de dag met een sfeerbeeld dat je heeft getroffen of een beklijvende of gewoon grappige scène. Stuur je beste foto naar contest@belvue.be voor 4 januari 2015 om middernacht. Een jury die bestaat uit fotografen van de tentoonstelling ‘Belgian Street Photography’ zal de beste foto’s selecteren. De drie beste foto’s krijgen van 10 tot 25 januari een ereplaats op de tentoonstelling. De makers van de 10 spannendste foto’s mogen op 24 januari 2015 een workshop straatfotografie volgen in het BELvue-museum. De deelnamevoorwaarden vind je op de website van BELvue.

S.M.A.K. logeert in Brussel

Belfius en het S.M.A.K. zijn verloofd. Althans, de bankinstelling en het Gentse museum voor actuele kunst gaan een tijdelijke liaison aan voor de tentoonstelling De Verloofden in de kunstgalerij van Belfius. De titel van de expo is ontleend aan een werk van Permeke. De focus ligt echter op vier Belgische kunstenaars die het kunstlandschap in de tweede helft van de twintigste eeuw mee vorm gaven en die ruim vertegenwoordigd zijn in de beide collecties: Leo Copers, Thierry De Cordier, Jan Van Imschoot en Jan Vercruysse.
Een korte rondleiding voor de eigenlijke opening morgen leert me dat een bezoek meer dan de moeite waard is, zeker als je weet dat de vaste collectie ook te bezichtigen is. Die bevat heel wat hoogtepunten uit de Belgische kunstgeschiedenis, van James Ensor en René Magritte tot Jan Fabre en Koen Vanmechelen.
Het onderstaande schilderij maakte Jan Van Imschoot (°Gent, 1963) op basis van een oude reclameaffiche voor ovomaltine. De schilder laat de verheerlijking van de kinderlijke onschuld botsen met de grimmige realiteit van verminkte oorlogsslachtoffers. Het meisje heeft geen benen en op haar jurkje kleeft het insigne van het Rode Kruis. De titel Ja, ja für Elise verwijst naar het muziekstuk van Beethoven waaraan beginnende pianospelers zich plegen te vergrijpen.
Van Leo Copers (°Gent, 1947) is een onopvallend aangebrachte achterwaarts tikkende klok te zien. En – in deze context pikant – een stapeltje goudstaven met als titel Geen gezeik, iedereen rijk. Bij Thierry Cordier (°Oudenaarde, 1954) verwijzen doorstreepte letters naar het monddood maken van de mogelijkheid tot communicatie. Zijn ijle natuurschilderijen lijken wel gekartelde postzegels. In de zelfportretten van Jan Vercruysse (°Oostende, 1948) verhult de kunstenaar zich telkens met een attribuut, zoals een masker. De zwart-witfoto’s zijn gedrukte reproducties met een enkelvoudige oplage, die de kunstmatigheid van kunst benadrukken.
Van Imschoot
Elke derde zaterdag van de maand, van 18 oktober 2014 tot 21 maart 2015, is de kunstgalerij van Belfius (Pachecolaan 44) gratis te bezichtigen. Vooraf inschrijven via de website is verplicht.

I feel so good

Sinds juni houdt het Museum of Broken Relationships halt in Brussel. In het Parlamentarium, het bezoekerscentrum van het Europees Parlement vlak bij het Luxemburgstation, kun je nog tot 15 oktober een fascinerende collectie overgebleven symbolen van verloren liefde bewonderen.

Het idee komt van twee Kroatische kunstenaars. Toen na vier jaar de liefde tussen Olinka Vištica en Dražen Grubišic bekoelde en ze besloten een eind aan hun relatie te maken, wisten ze niet onmiddellijk wat te doen met hun gemeenschappelijke spullen. Waarom geen museum oprichten, grapten ze. De gedachte liet hen niet los. Onder het motto ‘de liefde kan mooi zijn, maar een liefdesbreuk ook’ besloten ze in 2006 de voorwerpen tentoon te stellen. Ook vroegen ze vrienden en kennissen om betekenisvolle voorwerpen uit voorbije relaties te doneren. De tentoonstelling groeide, werd in Zagreb enorm populair en ging de wereld rondreizen. Het initiatief won in 2011 zelfs de prijs voor het meest innovatieve museum van Europa.
De Brusselse selectie bestaat uit objecten (en de bijhorende verhalen over vervlogen liefdes) uit de vaste collectie, aangevuld met voorwerpen uit ons land. Wij Belgen hebben de oproep om te schenken naar verluidt gretig beantwoord. Daardoor krijg je een leuke mix van objecten van over nagenoeg de hele wereld. Met opvallend veel overblijfselen uit langeafstandsrelaties. En waar kan een expositie die wemelt van grensoverschrijdende liefde beter plaatsvinden dan in het hartje van de Europese wijk?

Continue reading

Potloden zoeken nieuwe thuis

Drie jaar geleden doken er voor het eerst potloden op in het Brusselse straatbeeld. Intussen zie je de creaties overal in de stad, op muren, poorten, vensterluiken en bruggen. Je hebt ze in verschillende kleuren en afmetingen. Er zijn er met vleugels, armen en benen, boomwortels en een slakkenhuisje. Kortom, de potloodman (of beter: het potloodcollectief) heeft niet stilgezeten en ‘les crayons’ zijn uitgegroeid tot een vaste waarde in de Brusselse street art. Ze hebben ook een eigen Facebook-pagina.
In mei zijn de makers gestart met een nieuw project. Via crowdfunding zamelen ze geld in om een tentoonstelling te organiseren in een mooie, grote ruimte. 5.000 euro hebben ze nodig voor de verbouwing van de nog niet onthulde exporuimte,  spuit- en latexverf, houten panelen, de huur van een generator, projectors, transport, technische assistentie en het drukken van posters en flyers. Al naargelang de investering, krijg je iets terug: postkaarten, een uitnodiging voor de vernissage, een originele tekening.
Wil jij de potloden helpen om te verhuizen naar een nieuwe stek? Dan kan door een bedrag te storten voor het project Créons presenteert Mine de rien via de crowdfundingsite Kiss Kiss Bank Bank. Een foto-album van de Brusselse potloden vind je op Flickr.