De mobiliteit in Brussel is in volle beweging. Onder dat motto ontwikkelt de MIVB met een aantal partners een applicatie die alle transportmogelijkheden in Brussel groepeert. De naam: MaaS, een acroniem van Mobility as a Service.
De geplande all-in-one mobiliteitsdienst bundelt voor het eerst alle stedelijke vervoersmogelijkheden: openbaar vervoer, deelauto’s, -steps en -fietsen, taxi. De app moet het mogelijk maken om een traject van deur tot deur te plannen in enkele kliks. Je kan er je reisweg mee plannen, ritten en vervoersmiddelen reserveren en betalen, de metropoortjes openen, een step ontgrendelen, enz. De partners van de MIVB zijn de NMBS, de Lijn, TEC, Billy, Villo!, Cambio, Taxis Verts, Dott en Collecto.
Om bij de officiële lancering te kunnen beschikken over een volledig operationele MaaS-app test de MIVB eerst een pilootversie uit in de lente van 2020. Geïnteresseerden kunnen de app testen tijdens hun dagelijkse verplaatsingen. Om te zien wat er werkt, wat er verbeterd kan worden en hiermee de ontwikkelaars te helpen. Een beloning is er in de vorm van cadeaus, voordelen en mooie verrassingen.
Blogger Willemjan is juist terug van tien dagen Wenen. Hij reisde met de nieuwe nachttrein, ecologisch tot en met, en betaalde maar 100 euro voor een ligplaats, heen en terug. Maar biedt de beste koop ook de beste kwaliteit?
(c) Willemjan Vandenplas
Ik kwam een half uur voor vertrek aan in Brussel-Zuid en werd een beetje nerveus omdat ik de trein niet vond. Nadat ik een fles water had gekocht om te kalmeren, vroeg ik het aan de immer positieve medewerker van de NMBS Internationaal en hij verwees mij naar spoor acht.
Eens binnen verloopt alles met een zetel en een nummer van de wagon. Ik vernam bij de terugkeer dat ze moeilijk kunnen doen over de e-tickets, omdat je daar gewoon een foto van kunt maken. Dus je kunt voor de zekerheid beter een papieren versie op zak hebben. Mijn reis kostte 100 euro heen en terug, het goedkoopste tarief voor een ligplaats.
De coupés zijn zo groot als op de sneeuwklassen in de lagere school, maar nu lig je er met zes volwassenen in en met een hond in mijn geval. Ik zei lachend dat ik allergisch ben voor katten, maar niet voor honden. Daarnaast zat een Duitse vrouw die voortdurend zei : ‘de hond stinkt’, maar de hond was gedurende de nacht nog het braafst.
Het baasje van de hond was een oud-PS-mandataris die je wel eens op het ‘Bal Populaire’ kan tegenkomen. Perfect tweetalig, maar geen andere talen, dus een echte Brusseleir. Och ja, wat in het begin van de avond onmogelijk leek, bleek nu wel meer en meer mogelijk. De populaire babbel die ik er bij kreeg, was het charmantste aspect van deze manier van reizen.
Reizen met de nachttrein is een ploegsport. Je bent afhankelijk van elkaar en je moet voortdurend afspreken, om bijvoorbeeld de bagage weg te zetten of om de bedden plat te leggen en om er uiteindelijk in te kruipen.
Toen we om tien uur in bed lagen, besefte iedereen hoe moeilijk het zou worden om te slapen. De drie Duitsers moesten de volgende dag werken. Ze waren de zus van een van hen gaan bezoeken die bij de EU werkt. De Brusseleirs, hun hond en ik gingen gewoon op vakantie.
Een goede tip is om gewoon de deur van de coupé open te laten. Anders wordt het echt veel te warm. De heenrit leek op een doortocht door een land waar juist een nucleaire apocalyps heeft plaatsgevonden. De hitte en de gele lichten met daarop schaduwen maakten van de slapeloze nacht een gruwelijk tafereel.
Zweten, stinken, scheten en ronken waren de constanten van de reis. We zaten niet op de Titanic, maar het herinnerde me aan reizen zoals vroeger in een volks compartiment. In de andere coupés hoorde ik enkel kaarters, geen tangodansers of bandoneonspelers. Met één oog zocht ik naar Kate Winslet.
Natuurlijk kun je ook meer comfort hebben op de Nightjet, maar je betaalt er duidelijk meer voor. Een enkele rit in een coupé van vier personen kost 100 euro, in een coupé van twee personen 200 euro en in een individuele coupé zelfs 400 euro.
De terugreis was met hetzelfde Brusselse koppel en hond. Nu was ik al een beetje gerustgesteld. Ik heb mijn slaapplaats afgestaan aan een vrouw met een pijnlijke knie en overgewicht. We sliepen met de deur open en het ging veel beter. ‘s Morgens krijg je een ontbijt met twee broodjes, confituur en zwarte koffie. Simpel zoals het vroeger was.
Een hels avontuur, maar je draagt je steentje bij aan het milieu, het zijn herbruikte treinstellen van vroeger, de goedkoopste prijzen zijn concurrentieel met het vliegtuig, en uitstappen in een treinstation is altijd aangenamer dan in een vlieghaven.
Station Brussel-Centraal. Het is een weerkerend nulpunt in mijn persoonlijke geschiedenis. Hier verloor ik immers vaak de strijd tegen koppige nylonkousen.
Meestal voelde ik het al bij het uitstappen van de trein. De panty krulde over mijn zachte onderbuik tot aan de waterlijn van ultieme schaamte. Dan voerde ik een raar manoeuvre uit: mijn hand schoot razendsnel naar een jaszak en graaide naar de rand van de panty die net niet de benen nam. Zo strompelde ik naar het kantoor, rand in de hand, en vluchtte ik als de bliksem naar het toilet waar ik het onding tot onder mijn oksels trok. Soms haalde ik het kantoor niet, en leverde dat weerbarstig stukje stof me ook een staalkaart op van de verborgen hoekjes die Brussel-Centraal kent. Ik besloot dat ik er genoeg van had op de dag dat de rand me ontsnapte, en ik met de panty’s tot op de knieën in zo’n vergeten hoekje vluchtte. Natuurlijk gebeurde zoiets midden in de volle ochtendspits. Vive le porte-jarretelle!
Ik wil hier graag Emmanuel Kant bedanken. Deze verlichte geest hield ervan te flaneren door de straten van Königsberg, maar vond het best sneu dat z’n kostbare zijden kousen naar de verdoemenis gingen. Dus daar was ‘ie dan: de jarretellengordel! Het was in die tijd een antwoord op de kousenband, een band in stof met een gesp. Niet meteen handig want het zijde kousje slipte er al eens onderdoor. Te straks aangespannen had deze de slechte gewoonte om de bloedsomloop af te snijden waardoor dames, en zeker ook nobele heren, spontaan door de knieën gingen.
Maar terug naar het eureka-moment in de ochtendspits. Daar begon
de zoektocht naar het gepaste exemplaar. Want de éne gordel is de andere niet.
Soms moest ik het stellen met vier armtierige haakjes waarbij het heus wat
friemelen vroeg om de kous er vast in te krijgen. Om nog maar te zwijgen van de
terugslag tegen mijn zachte huid wanneer de kous los glipte. Tsjak. Een mens
kan blauwe plekken krijgen op de meest vreemde plekken. Ik koos dus voor de
stevigere versie, met acht haakjes. Zeg maar gerust de bomma-versie der
jarretellengordels. Maar god, wat heerlijk. Geen geschuifel meer door het
station. Geen pantystress. En het voelde best wel sensueel aan. Ik voelde hoe
mijn lijf zich een andere houding gaf. Rug recht, een lichtere tred, heldere
ogen.
Ooit was de jarretellengordel het symbool der vrouwelijke bevrijding! Ik hoor het de flappergirls uit die andere jaren twintig nog zingen: ‘Shimmy and shake until your garters break’. Ik vraag het me trouwens vaak af of het kan. Zo hard dansen dat de jarretelles gewoon in flarden scheuren. Ik besefte ook dat ik me met dat kleine miskende kledingstuk zomaar even kon meten aan Marlène Dietrich als ‘Der blaue Engel’, of Sophia Loren. Maar de prachtigste jarretelles zitten rond de benen van diva Liza Minnelli. Oh, wat benijd ik haar voor de rol in ‘Cabaret’. Alle vrouwelijke sensualiteit samengebald in één nummer: Mein Herr. Wie zou nu niet met plezier een afwijzing aanvaarden als deze zo heerlijk scherpzinnig verpakt zit?
Misschien wordt het tijd voor een nieuwe bevrijding. Weg met de
status van heimelijke lustopwekker in de besloten slaapkamer! Want wat smacht
ik naar wat meer frivoliteit in dit grijze bestaan. Glitter verpakt onder
kantoorrokken. De bandjes die in de huid snijden, de zachte rondingen benadrukken.
Heel persoonlijk. Iets waar niemand zaken mee heeft, behalve je eigen lijf. Weg
met de zweem van feministisch wantrouwen tegenover dit stukje stof. Maak er een
statement van. Een duidelijk teken dat er met deze vrouw niet te sollen valt.
Niet van haar stuk te brengen door wat jij nu wel of niet denkt van haar lijf.
Comfortabele zelfzekerheid, in een ragfijn harnasje. Enkel te ontbloten aan wie
zij wil.
De tijden veranderen. Met de jaren slopen er meer broeken naar mijn kleerkast. Ik liet rokken en jurkjes links liggen. Maar ik ben dat kleinood nooit uit het oog verloren. Ik koop er nog steeds. Voor de simpele schoonheid van het stuk. Voor de nostalgie. Omdat je er nooit gewoon genoeg van krijgt.
Jolien Van de Velde schreef deze tekst voor Azertyfactor, de website van Creatief Schrijven vzw.
De Zuidfoor vindt deze zomer zoals gewoonlijk plaats op de Zuidlaan, ondanks de werken aan metrostation Toots Thielemans. De zomerkermis schuift enkel op richting de Ninoofsepoort om de werf uit de weg te gaan. Dat besliste Brussels schepen van Economische Zaken Fabian Maingain na overleg met de stakeholders. De foorkramers zijn opgelucht, maar de buurtbewoners ontgoocheld. Ze voelen zich niet gehoord en herinneren aan hun open brief uit 2018. Hierna volgt een door BrusselBlogt geactualiseerde versie.
(c) Gaetan Carlier
Traditie
De Zuidfoor is, net als Couleur Café, een traditie in Brussel. Couleur Café moest op Tour & Taxis zijn vaste stek noodgedwongen verlaten en uitwijken richting Heizel. Na drie succesvolle edities blijkt er van een verliesscenario niets aan, integendeel. Couleur Café bloeit als nooit tevoren op de nieuwe plek. Ondertussen blijft men wel aanhouden dat de Zuidfoor een traditie is die haar plaats heeft op de middenberm van de Kleine Ring aan Zuidstation. Maar is het niet langzaam tijd om de ogen te openen?
Moderne tijden
Zou een verplaatsing van de Zuidfoor dan echt zo problematisch moeten zijn? Dat lijkt ons sterk. Ja, misschien moeten we de Zuidfoor wel omdopen naar Brusselfoor of BXL Fair. Als het dat maar is … Een nieuwe bezieling voor een moderne foor, wie kan daar nu tegen zijn?
Vanuit Porte d’Anderlecht en op vraag van verschillende bewoners willen we de aandacht vestigen op de problemen en vragen aan onze politici om na te denken over een oplossing zonder de foorkramers hun broodwinning af te nemen. De schrik om te veranderen zou een moedig politicus niet mogen tegenhouden en we rekenen er dan ook op dat ons stadsbestuur de piste van verhuis of verspreiding over de stad wil bekijken.
Bewoners die klagen over de overlast krijgen moeizaam reacties van de stadsdiensten en politie: klachten worden van de Stad naar het Gewest gestuurd en omgekeerd. De agenten ter plaatse hebben geen geluidsmeters ter beschikking om overtredingen vast te stellen.
Participatie
We vragen aan onze bestuurders om het debat niet te polariseren tussen enerzijds leefbaarheid van een buurt en anderzijds de economische belangen. De polarisering is nergens voor nodig, maar we moeten het debat durven aangaan.
De politie zegt zelf dat de Zuidfoor in de huidige omvang beter zou verhuizen naar de omgeving van Paleis 12. De omgeving van het Atomium en de Heizelpaleizen (bv. Eeuwfeestlaan, Esplanade) biedt genoeg plaats aan alle kramers, is optimaal bereikbaar met het openbaar vervoer, biedt duizenden parkeerplaatsen voor bezoekers en is ver weg van residentiële bewoning.
De buurtbewoners zijn niet geconsulteerd bij de beslissing om de kermis dit jaar richting de Ninoofsepoort op te schuiven. Bij Winterpret op de Vismarkt heeft er wel overleg met de buurtbewoners plaatsgevonden.
(c) Gaetan Carlier
Een nieuw elan voor de Anderlechtsepoort
Een verhuis biedt de mogelijkheid om nieuwe mogelijkheden te verkennen om de middenberm kwalitatief in te richten zonder de belemmering van een tijdelijke Zuidfoor die een zware hypotheek legt op deze onderbenutte ruimte. Onze buurt smacht naar groen, water en minder belastende ontspanningsmogelijkheden én ze heeft slimme parkeeroplossingen nodig, om zo eindelijk die kwalitatieve schakel te vormen tussen de uithoeken van Brussel en Anderlecht, een echte moderne grootstad waardig.
Het enige dat er voor nodig is moed, moed van politici die heel goed weten dat ze deze beslissing toch ooit zullen moeten nemen. Neem ze nu, begin er nu over na te denken zodat er een werkbaar en duurzaam plan voor iedereen kan worden bedacht. Het is goed voor de bezoekers, het is goed voor de foorkramers, het is het goed voor de bewoners. Waarom wachten?
Vanwege verschillende omwonenden van de Zuidfoor, die blijven pogen om via dialoog hun buurt weer te laten ademen.
Extra: ter verduidelijking, 11/2/2020
Onze oproep is NIET om de Zuidfoor te verhuizen, maar wel om de huidige vorm en plaats van de Zuidfoor samen met de bewoners te evalueren. Dat kan ook gaan over de aanpassing van openingsuren of andere maatregelen en dus NIET NOODZAKELIJK een verhuis van de Zuidkermis. Waar we wel voor pleiten is dat de Zuidfoor niet de rest van het jaar het excuus mag zijn om niets wezenlijks voor de buurt te doen op deze plek. Samen nadenken over een betere buurt, zonder polarisatie. Dit is vooral een oproep om niet zomaar de Zuidkermis in zijn huidige vorm als enige optie te zien.
Het buurtcomité Porte d’Anderlecht heeft een eigen Facebook-pagina.
Maandagavond 20 januari 2020 vertrekt om 18.04 uur in het station van Brussel-Zuid voor het eerst sinds vele jaren weer een nachttrein naar Wenen. De ÖBB Nightjet van de Oostenrijkse Staatsspoorwegen verbindt tweemaal per week Brussel en Luik rechtstreeks met Wenen en Innsbruck.
Onder het motto “More night trains for Belgium: let’s celebrate” zal een groep enthousiaste treingebruikers deze trein maandag feestelijk uitwuiven.
De uitwuifactie is een initiatief van Gentenaar en trein-aficionado Winfried Huba in samenwerking met een aantal organisaties. Met deze actie willen de betrokkenen aandacht vragen voor een duurzame mobiliteit, waarin de uitbouw van fijnmazig, comfortabel en betaalbaar openbaar vervoer de eerste prioriteit is.
Wil jij maandag a.s. om 18.04 uur mee de eerste nachttrein Brussel-Wenen feestelijk uitzwaaien? Kom dan naar treinstation Brussel-Zuid. Het perron van vertrek is momenteel nog niet bekend.
De ÖBB Nightjet vertrekt vanuit België op maandag- en donderdagavond. In Oostenrijk kun je vertrekken op zondag- en woensdagavond. De rit duurt 14 uur en 23 minuten. Een zitplaats enkele rit heb je vanaf 29,90 euro, een ligplaats vanaf 49,90 euro. De ÖBB Nightjet rijdt niet in België in juli en augustus.
Villo, het deelfietsensysteem van reclamebedrijf JCDecaux, heeft in Brussel een beroerd jaar achter de rug. In de eerste helft van 2019 werden ongeveer 114.000 fietsen per maand uitgeleend. Dat is 20 procent minder dan in 2017. De lancering van de nieuwe app en dito aanraakschermen ging gepaard met kinderziekten. De komst van de e-bike werd almaar uitgesteld en het uiteindelijk gekozen systeem met de persoonlijke, draagbare batterij werd op veel scepsis onthaald. Is Villo er definitief afgereden door de Jump-fietsen van Uber en de e-steps van Lime en co? Ik blijf bij Villo zweren. Maar waarom eigenlijk?
Gewoonte
Uit gewoonte, is het eerlijkste antwoord. In een cynische bui zou ik zeggen dat ik mijn abonnement niet durf op te zeggen, uit vrees dat ik dat nooit geregeld krijg. De klantendienst staat immers niet bepaald bekend om zijn klantvriendelijkheid. Maar ik ken het systeem als mijn broekzak omdat ik het al jaren bijna dagelijks gebruik en de voor- en nadelen ken. Villo heeft zijn nukken, maar is een vaste waarde.
Prijs-kwaliteitsverhouding
Een niet-elektrisch jaarabonnement blijft met een kleine 35 euro spotgoedkoop als je de dienst vaak gebruikt. Ik ben erop ingesteld om de fiets binnen het halve uur terug te zetten, zodat ik haast nooit moet bijbetalen. De dekkingsgraad van de stations ligt erg hoog binnen het Brussels Gewest. Toegegeven, de fietsen zijn zwaar, zeker als je hellingen op moet, maar ze zijn degelijk, hebben een handig mandje en vertonen zelden mankementen.
Gebruiksgemak
Het grote voordeel van een deelfiets blijft dat je een fiets neemt wanneer je er een nodig hebt en je er verder niet veel naar moet omkijken. Je hoeft je fiets niet te laten herstellen en hoeft je geen zorgen te maken over fietsendiefstal. Villo is niet bijzonder gebruiksvriendelijk voor eenmalig gebruik, maar is zeer praktisch voor regulier gebruik. De beschikbaarheid van fietsen wordt vrij goed gemonitord, zodat je meestal een fiets kunt lenen of terugzetten. Enkel op piekmomenten, zoals de Zuidmarkt, is dat een probleem. Het gebruiksgemak is lichtjes verhoogd door de nieuwe app, waarmee je bijvoorbeeld fietsen kunt ontgrendelen.
Duurzaamheid
Fietsen is een milieuvriendelijke manier om je door de stad te verplaatsen, en is meestal sneller dan wandelen of de tram nemen. De vaste stations dragen niet bij tot de verrommeling van het straatbeeld. De fietsen gaan veel langer mee dan de e-steps en moeten ook niet constant door bestelwagens opgehaald worden om de batterij op te laden. Villo wordt ook niet geassocieerd met sociale dumping. Wel met de overvloed aan reclameaffiches en digitale reclameborden in de publieke ruimte, maar daar zou de overheid paal en perk aan kunnen stellen. De gemeente Elsene gaf bijvoorbeeld een negatief advies over de installatie van 29 borden.
Combineerbaarheid
Ik combineer Villo graag met andere mobiliteitsoplossingen. Ik heb ook een abonnement op openbaar vervoer. Soms doe ik een deel van het traject met de Villo, het andere – lastigere, langere – deel met de metro. De tram neem ik bij slecht weer of als ik naar een treinstation ga, waar het Villo-station op dat moment wellicht volzet is. BlueBike gebruik ik voor langere verplaatsingen buiten Brussel.
Langs de Brusselse autosnelwegen liggen vele hectares grasbermen. Daarop kunnen we makkelijk honderdduizend bomen aanplanten. Ruim twintig hectare extra bos, dat betekent een groene buffer voor Brussel, minder fijn stof, minder geluidsoverlast voor omwonenden én het is een topkans voor het klimaat. Burgers kunnen het project met donaties meefinancieren. Dat zegt kruiden- en plantendeskundige Ben Brumagne van Forest To Plate.
Tussen Wemmel, Strombeek-Bever en Laken rijden dagelijks tienduizenden auto’s Brussel binnen en buiten. Op de grasbermen langs weerskanten van de autosnelweg kunnen honderdduizend bomen worden aangeplant. “Een nieuwe groene buffer is een meerwaarde voor onze hoofdstad en voor alle omwonenden,” zegt Ben Brumagne van Forest To Plate. “Als we dat doortrekken naar de rest van België, waar we langs bestaande bermen nog plek hebben voor miljoenen bomen, kunnen we misschien wel de klimaatdoelstellingen halen”.
Meer natuur
De drukke Brusselse ring zorgt dagelijks voor veel fijn stof en een enorme CO₂-uitstoot. Minder met de auto rijden om onze globale uitstoot te verminderen is broodnodig, maar bomen kunnen ons al helpen om CO₂ om te zetten in zuurstof. Daarom is het een goed idee om overal waar we kunnen bomen te planten. Ze koelen de omgeving af en slaan meer CO₂ op dan de weides of bermen die nu langs onze wegen liggen. Ook voor vogels zouden extra bomen langs snelwegen welkom zijn. De kans op overreden vogels wordt kleiner als ze niet vanaf de grond moeten opstijgen, maar van op een tak kunnen uitvliegen.
Kans voor Vlaanderen
Ook omliggende bewoners genieten van extra bos. Het zorgt voor zuiverdere lucht, het dempt geluid van voorbijrijdende auto’s en het is aangenamer om naar te kijken. “Vlaanderen kan echt meer bos gebruiken. We hebben het dichtste wegennet van Europa, en langs al die wegen kunnen we bomen planten,” vertelt Ben. “Hier ligt de kans om met Vlaanderen en Brussel dichter bij onze klimaatdoelen te komen!”
Nederland achterna
Bij onze noorderburen ligt het plan al op tafel. In Nederland willen ze 100.000 hectare bos aanplanten langs autosnelwegen en parkeerterreinen. Op die manier proberen zij hun klimaatdoelen te halen. De aanplant zal zorgen voor meer wateropslag, minder geluidshinder, een aangenamer uitzicht voor de bevolking, zelfs een waardestijging van omliggende huizen en mogelijk een positieve invloed op de biodiversiteit.
Fondsen werven voor bomen
Dat de overheid niet meteen miljarden euro’s kan vrijmaken voor extra bos moet geen drempel zijn. Via fondsen zouden gewone burgers, omwonenden en filantropen geld kunnen doneren om de aanplant van miljoenen bomen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië in een sneltempo mogelijk te maken. “Laat de bevolking meedoen in de strijd voor meer natuur. Zo kunnen we toch allemaal ons steentje bijdragen,” aldus Brumagne.
Ik weet niet tot wie ik mij richt. Dus houd ik het bij het zeer vage ‘Beste’. Zeer onpersoonlijk ook, vind ik die aanspreking. Maar het is de enige haalbare aanhef van deze brief.
De aanzet voor deze brief is de verkeersagressie die in Brussel een dagelijks fenomeen is. Ik zou kunnen schrijven ‘waar je aan gewoon bent geraakt’, maar dat is niet zo. Als je tegenover mensen staat voor wie agressie een dagelijks gegeven is, slaat het in je maag. Dan ben je achteraf helemaal van je melk in het beste geval, in het slechtste geval ben je in shock, of als het helemaal uit de hand loopt, word je afgevoerd naar het ziekenhuis, nadat je in elkaar bent geslagen of geschopt.
De agressie komt vooral van een deel van de autobestuurders. De grootste agressie is de manier waarop met die – vaak helemaal niet in een stad thuishorende – auto’s wordt gereden in Brussel. Voor een groot aantal van die autobestuurders is Brussel een racecircuit. Mensen met kinderen, fietsers, voetgangers, andere autobestuurders zijn vervelende hindernissen die pas echt een probleem vormen, als ze effectief worden geraakt. Anders moeten ze hun bek houden.
En dat doen mensen niet (altijd). Dat gaat niet. Je reageert primair. Vanuit een schrikreflex. Omdat je de extreme dreiging voor lijf en leden voelt, als er een auto met veel te hoge snelheid op je afkomt. Als er een auto door het rood rijdt op het moment dat jij met je kinderen een zebrapad wilt oversteken bij groen licht. Als je ergens rustig zit, wandelt, fietst en ineens wordt die harmonieuze situatie compleet uit elkaar gerukt door de waanzin in autovorm. Als je door een autobestuurder wordt opgejaagd op je fiets om opzij te gaan…
Ik kan voorbeelden blijven opsommen. Dat is echter niet nodig om de situatie te begrijpen. Het volstaat eenvoudigweg om de Brusselse straten op te gaan. Uw Brusselse straten. Het is letterlijk levensgevaarlijk. Het is de omgekeerde wereld. Fietsers worden uitgescholden dat ze zo zot zijn om met de fiets te rijden. Als je met je kinderen door Brussel fietst, word je als onverantwoordelijke ouder weggezet door een groot deel van de mensen die zich op HUN Brusselse straten begeven.
Auto’s parkeren zich op voet- en fietspaden. Als je daar een opmerking over maakt, riskeer je letterlijk in het hospitaal te belanden. Verbale agressie is bijna een banaliteit geworden die door de groep die ‘je m’en fous de tout le monde’ als motto hanteert, als enige mogelijke communicatie wordt beschouwd.
Wij wonen hier graag. Wij houden van Brussel. Wij zijn Brusselaars. Wij komen van overal. Wij spreken alle mogelijke talen. Wij zijn het met zijn allen beu. Wij zijn bang. Bang dat we ons op een dag niet gaan kunnen inhouden tegen beter weten in wanneer we weer eens net aan de dood zijn ontsnapt. Wij zijn moe. Moe van de risico’s die we elke dag moeten nemen. Kwaad omdat we niks anders doen dan proberen in onze stad te bewegen, en als we dat doen de huid vol gescholden worden.
Wat kunnen we doen? Zeg het ons. Hebt u hulp nodig? Moeten we u helpen om uw communicatie met elkaar te verbeteren? Juist ja, deze brief is wel degelijk aan u gericht. Bestuurders van Brussel en uw uitvoerders, de politiediensten.
Brussel is een stad. Geen racecircuit, noch een boksring. Het terroriseren van de straten moet stoppen. U dwingt ons bijna tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Met zijn allen op straat gaan liggen of zo. Een rechtszaak ‘schuldig verzuim’ beginnen tegen de gemeentebesturen van Schaarbeek, Molenbeek, Brussel-stad (dat is dan ook Laken), Anderlecht, Sint-Gillis, Jette, Koekelberg, Elsene, Vorst, Sint-Joost-ten-Node en ga zo maar door. Alleen de opsomming al doet inzien hoe zinloos dit zou zijn.
Het is tijd voor actie. Voor er meer slachtoffers vallen. Als we zijn telefoonnummer hadden, belden we nu Harvey Keitel, in zijn rol van Wolf (Pulp Fiction). Een film waar het geweld zo uit de hand loopt dat er nood is aan een expert in extreme situaties. Misschien is dat een idee. Laat u omringen door experts. Uw straten lopen er vol van.
getekend:
Jan Ducheyne
Jan Ducheyne, dichter-performer en vader van drie kinderen, schreef deze brief aan de Brusselse bestuurders naar aanleiding van het zoveelste geval van verkeersagressie. Kunstenaar Felix uit Molenbeek wilde afgelopen weekend snelheidsduivels een halt toeroepen op het Bloemenhofplein. Vijf mannen stapten uit de wagen en sloegen hem in elkaar, zonder dat omstaanders ingrepen. Je kunt de petitie van Ducheyne tekenen op de website van Avaaz.
Van Karel V wordt weleens gezegd dat hij regeerde over een rijk waar de zon nooit onderging. Van de laan die in Brussel naar hem genoemd is, zou je kunnen beweren dat de lucht er nooit opklaart. Een ordinaire autoriool, noemde Bruzz de stadssnelweg, waar dagelijks 20.000 wagens Brussel binnenrijden. Tijd om een nieuwe toekomst te ontwerpen voor de Keizer Karellaan, vinden het actiecomité Filter Café Filtré en expertisecentum Architecture Workroom. Ze organiseren samen Air for Schools.
De auto is koning in de Keizer Karellaan. Maar ter hoogte van de Basiliek van Koekelberg piekt de gemeten luchtkwaliteit tot het schadelijkste niveau in het Brussels Gewest. Verkeersonveiligheid is een even groot probleem in Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem, de gemeenten die de laan doorkruist. En dat in een dichtbevolkte woonbuurt en bestemming voor honderden schoolkinderen.
Wat met de fiets en andere zachte vervoersmodi? Naar aanleiding van de sluiting van de Leopold II-tunnel was er deze zomer een fietsostrade in het midden van de Keizer Karellaan. Op 1 september verdwijnt die fietsas echter opnieuw.
Genoeg problemen dus, maar Air for Schools wil met de steun van Brussel Mobiliteit aan langetermijnoplossingen werken. Architecture Workroom organiseert daarom in samenwerking met Filter Café Filtré een ontwerpworkshop, waarin experts, schooldirecties, leerkrachten, ouders, ontwerpers en andere geïnteresseerden op zoek gaan naar alternatieven voor de stadsboulevard en voorstellen doen voor leefbare en veilige schoolomgevingen. De discussie gaat niet enkel over lucht- en leefkwaliteit en verkeersveiligheid, maar ook over mobiliteit, openbare ruimte, ruimtelijke ordening, fiscaliteit, openbaar vervoer, wandel- en fietsnetwerken en een stad op kindermaat. De ontwerpvoorstellen uit de workshop worden tijdens de Week van de Mobiliteit (16 tot 22 september) opgehangen in de publieke ruimte.
De ontwerpworkshop vindt plaats in het voormalige Actiris-gebouw (Anspachlaan 65, 1000 Brussel) op zaterdag 7 september, van 9.30 uur tot 13.30 uur. Inschrijven kan via Eventbrite.
De verkiezingen liggen al een maand achter ons en de onderhandelaars lijken tot een akkoord gekomen over mobiliteit. Het stemt ons hoopvol dat mobiliteit zo hoog op de agenda staat. Maar tegelijk maken de echo’s over wat vandaag op tafel ligt ons ook bezorgd. Zal het akkoord voldoende ambitie vertonen om te voldoen aan de wens van de Brusselaar voor een betere en meer leefbare stad?
(c) Patrick Vanhoucke
Dit weekend is Brussel gaststad van de Tour de France. Een enorme eer. Maar is deze stad die eer waard? Wat met haar eigen jonge kampioenen: de generatie kinderen en jongeren die hier momenteel opgroeit? Krijgen zij de kans om Brussel op eigen krachten te verkennen? Kunnen zij zich hier vrij en veilig bewegen?
Een sportevent is leuk voor één weekend. Wat wij vragen, is veel meer: een stad die elke dag rekening houdt met de longen en de veiligheid van onze kinderen in het verkeer. Om dit te bereiken volstaan een paar losse maatregelen niet.
Fundamenteel gaat het over het herdenken van de stad. Steden als Parijs, Barcelona, Oslo, Kopenhagen en Utrecht doen het al lang. Ze werken op volle kracht naar een toekomst waarin schone lucht, verkeersveiligheid en toegankelijkheid centraal staan. Om vergelijkbare reuzensprongen te zetten, vragen we de Brusselse onderhandelaars zichzelf te overstijgen en politieke moed te tonen.
We hoorden voor de verkiezingen bij alle partijen de belofte Le-tout-à-la-voiture est fini. Maak dit concreet en focus in het akkoord op het drastisch verminderen van de autodruk. Leefbare wijken met minder verkeersdrukte bereik je met sturende circulatieplannen, zone 30, fysieke ingrepen in het straatbeeld en een vooruitstrevende fiscaliteit die het autogebruik en transitverkeer door de stad ontmoedigt.
Rol een veilig fiets- en voetgangersnetwerk uit over het hele gewest dat kindvriendelijk en toegankelijk is voor mindervaliden. Naast een consistent budget om dit te realiseren is er een ambitieus parkeerbeleidsplan nodig dat parkeerplaatsen in de publieke ruimte omzet in ruimte voor voetgangers en fietsers en dat de parkeertarieven verhoogt. Kopenhagen heeft de afgelopen tien jaar 270 miljoen euro geïnvesteerd in fietsinfrastructuur. Verdient Brussel als hoofdstad van Europa dit ook?
De kinderen van onze stad hebben veel te weinig plaats om onbezorgd buiten te spelen. Zeker als je weet dat vele kinderen niet eens beschikken over een eigen kamer en op een heel kleine oppervlakte wonen. Maak een speerpunt van publieke ruimte die ten dienste staat van haar (jonge) bewoners.
Daarnaast kreunt onze stad onder de hitte en de slechte luchtkwaliteit. Een vergroening van de stad is onontbeerlijk om hieraan te verhelpen. Daarnaast is ook een versnelde uitfasering van dieselwagens en verbrandingsmotoren nodig. Als Parijs het kan, kan Brussel het zeker.
Als
Brusselaars houden wij van onze stad. Maar we liggen wakker van de
slachtoffers die op de Brusselse wegen vallen, van zomerse temperaturen
die de pan uit swingen, van kinderen die mondmaskers nodig hebben aan de
schoolpoort. We vragen u met aandrang om in de komende legislatuur de
lat hoog te leggen. Het publieke debat dat op gang kwam na onze
wekenlange acties toont dat het draagvlak er is. En dat draagvlak is er
om te blijven. Onze spandoeken bergen we niet te ver weg, ook niet na de
Tour de France.
Het is het moment om ambitie te tonen en grote maatschappelijke winsten te boeken, op het vlak van langere levensduur met gezondere lucht, van veiligere wegen, van een openbare ruimte die mensen verenigt en van een klimaatvriendelijke stad.
In de hoop dat we u hebben kunnen inspireren tot een gedurfd regeerakkoord, verblijven we hoogachtend,
Brussels For Zero, Filter Café, Bruxsel’Air, Schone Lucht BXL, OVK-PEVR, Fietsersbond, Gracq, BRAL, International Federation of Pedestrians, CAWaB, Climate Express, KleineRing.be, Tous à Pied, Infopunt Publieke Ruimte, Critical Mass Brussels, JES Brussels, Triangel 1070, Green Connections, Voetgangersbeweging, ARAU, Cultureghem, Buurtcomité Porte d’Anderlecht, Chiro Brussel, 1060/0, 1030/0, Jeugdraad Brussel, D’Broej, Greenpeace