Author: Willemjan Vandenplas

Op de Brusselse straten spreekt men 'Frabisch'

Brusselblogger Willemjan kreeg genoeg van de miserie waar sommige mensen in leven in Molenbeek en deed zijn eerste goede daad van de Brusselse Lente, omdat in Molenbeek één een probleem heeft met architectuur en twee er niet genoeg aan gezonde en geïntegreerde cultuur gedaan kan worden.


Als je ‘In Molenbeek’ leest van Hans Vandecandelaere dan leer je dat oud-Molenbeek zo populair is onder arme mensen omdat daar gemiddeld de kleinste en goedkoopste appartementen zijn in Brussel. Zit ik nu niet al exact een jaar mijn Arabisch-Franse tandemtaaluitwisseling daar te doen in zo’n klein appartement.
Meestal ga ik een koffie drinken bij Shadi, een Syrische vluchteling uit Dera’a, en ‘papotten’ we een beetje over de actualiteit in het Midden-Oosten en over de beslommeringen van het dagelijkse leven. We spreken Frans en Arabisch door elkaar. Ik begin dat ‘Frabisch’ te noemen. Zijn Frans is tegenwoordig bijna beter dan dat van mij na 4 jaar en 6 maanden in Brussel. Ik heb natuurlijk het voordeel dat ik nog Nederlands kan op de arbeidsmarkt, maar binnenkort wil hij dat ook leren.
Shadi zat vandaag weer te paffen gelijk een Turk, zoals de Syriërs werden genoemd toen het Ottomaanse rijk nog over die gebieden regeerden, dus ik die nu al 2 jaar zonder één ‘siggy’ zit besloot het raam open te trekken en die man eens uit zijn kot te halen voor een ‘Walking Language Exchange’.
De taalutiwisselingsorganisaties schieten als paddenstoelen uit de grond in Brussel, maar niets beter dan een geïntegreerde en gezonde taaluitwisseling. Geen betere manier om een frisse geest te hebben dan tijdens een kuiering door de stad. Of het nu sigarettenlucht van Shadi’s sigaretten is die ik inadem of de Brusselse ongezonde lucht die astma veroorzaakt bij de jongsten. Ik dacht dat we maar beter eens de beentjes konden strekken.
We trokken door de Vierwindenstraat naar het kanaal en vandaar langs de Leopold-2-laan naar Rogier en dan naar het Centraal Station waar onze wegen scheiden. We spraken ondertussen een mengeling tussen Frans en Arabisch, gelijk de Marokkanen hé, maar wij spreken wel hoog-Arabisch.
Tijdens onze wandeling praten we over de Brusselse architectuur. Het was opvallend hoeveel Bruzz-weetjes Shadi wist. Hij kende bijna heel de skyline van Brussel. Hij was dan ook architect in Syrië omdat hij met autocat kan werken en hij heeft ook een diploma marketing, waarmee hij niets doet.
In ieder geval, toen we door de ‘Galerie de la Reine’ liepen, werd mij duidelijk dat onze wandeling een hoog toeristisch gehalte begon te krijgen, terwijl Shadi nu al bijna 5 jaar in Brussel is als Syrische politieke vluchteling.
Jeetje, de oorlog in Syrië duurt nu wel al heel lang!
Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

De taxisector staat in de kou, maar moet zich aanpassen aan de tijd

Brusselblogger Willemjan is een frequente taxigebruiker. Als hij in een taxi door Brussel rijdt, vindt hij het altijd aangenaam om met zijn Rwandese of Marokkaanse taxichauffeur te praten. Het heeft wel iets om in stijl naar huis gevoerd te worden. Toch stelt hij zich vragen bij dit systeem.

(c) Willemjan Vandenplas

Het is altijd erg om vast te stellen dat de Rwandese taxichauffeur hoger opgeleid is dan ik, maar bij gebrek aan een betere job dan maar taxichauffeur geworden is, omdat hij op die manier een stabiele inkomstenbron voor zijn familie kon vinden.
Taxichauffeur zijn in Brussel is niet aangenaam omdat het vaak zes maal per week twaalf uur per dag werken is. Er zijn twee chauffeurs per wagen. Eentje voor de dag en eentje voor de nacht. De auto’s zijn eigenlijk voortdurend in roulatie.
Ik las in Bruzz dat er ongeveer 3.000 gezinnen afhankelijk zijn van deze taxidiensten in Brussel. Toch merk ik dat voornamelijk jongere Marokkaanse mannen, van Berberse origine, deze job doen. In het vak zitten ook veel oudere Rwandese mannen die na de genocide naar hier zijn gevlucht.
Taxichauffeurs zijn mijn vrienden, tja dat is ook normaal. Ik betaal er dan ook voor. Mijn ritje van aan de Naamsepoort of het centrum van Brussel kost al snel tussen de 32 en de 36 euro. Tegenwoordig heb ik geleerd van eerst een beetje te stappen en dan een taxi te nemen.
Vroeger kon ik altijd blijven slapen bij vrienden in Brussel of woonde ik gewoon zelf in Brussel, maar  de laatste jaren, met de steile klim naar de dertig, is het niet meer matuur om te ‘crashen’ in een zetel van een vriend. Daarom neem  ik tegenwoordig de taxi.
Je zou kunnen zeggen: neem een Collecto tot aan de grens met Brussel en betaal hem dan in het zwart om verder te rijden tot thuis of bel een taxi om in Vlaanderen rond te rijden. Dat zijn echter zo van die dingen waar je na een avondje op stap gaan niet echt veel goesting in hebt.
Hier in Beersel pleit ik al jaren voor een nachtbus of voor een laatavondtrein. Zelfs de gemeenteraadsleden van Groen lachten mij uit en zeggen dat je in de rand een auto nodig hebt als je hier wilt wonen. Bus en trein stoppen om 11 uur in het weekend en ‘s morgens om 6.30 uur rijden ze terug. Nachtje door doen is dan ook een optie, maar soms kwam het er op neer dat we gewoon de tijd zaten af te tellen in de Bonnefooi. Dan maar slapen in de bus om dan om 7.30 thuis te komen. Geen uur als je de volgende dag moet gaan werken.
Om mijn nachtrust en goed gemoed te verzekeren betaal ik dus met plezier ongeveer 35 euro iedere avond als ik in Brussel ben. Daarom ga ik ook niet meer op restaurant en ga ik ook niet meer uit. Er was een tijd dat ik foto’s maakte op TD’s in La Tentation en La Tricoterie. De helft van mijn vergoeding ging naar transport.
Natuurlijk heeft zo buiten de stad wonen ook zijn voordelen,. Ik zit echt in het groen en heb alle faciliteiten dicht bij mij. Toch zou zo’n Uber mij een serieuze duit kunnen besparen.
Alhoewel, ik vind het ook aangenaam van zeker te zijn dat je rustig thuis komt. Uber, daar zitten toch enkele nadelen aan, zo is het gevoel van veiligheid minder, het is altijd een ‘hassle’ om de juiste te vinden en mijn grote vraag is of je de marktwerking kan laten functioneren op basis van een app. Er is dus meer nodig.
Daarom stel ik een werknemerscoöperatieve voor, waar iedereen werknemer is en waar er één vaste prijs is. Eigenlijk zoals het nu gereguleerd is, maar dan moet er wel een manier gezocht worden om goedkoper te reizen. Met de taxi als noodzakelijke aanvulling op openbaar transport.
Ik geloof dat er met de sector naar een nieuwe prijsregulering gezocht moet worden in de plaats van een onmogelijke prijzenslag te houden, georganiseerd door een marktverstorende app.
Laten we eerlijk zijn, ik ken Brazilianen in São Paulo die speciaal een auto zijn gaan kopen om voor Uber te werken. Dat is toch een mislukt businessplan.
Het mes zal dus snijden aan beide kanten in de officiële taxi’s en de Ubers.
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op facebook en zijn website.

'Brusselaar of Brusselen'

Volgens het recent verschenen onderzoek van de Koning Boudewijn Stichting over de Brusselse identiteit bestaat er geen Brusselse identiteit omdat identiteit zich in Brussel afspeelt op wijkniveau. Ik denk graag na over de creatie van identiteit na mijn terugkeer uit São Paulo, Brazilië, waar de bakermat van het identiteitsdenken gelegen is.

São Paulo was begin jaren twintig een stad van immigranten. Iedereen sprak zijn eigen taal en organiseerde zich volgens zijn eigen culturele instellingen. Er was sprake van hyperdiversiteit zoals nu in Brussel. Elke bevolkingsgroep had zijn culturele instelling, behalve de Afro-Brazilianen, die als gemeenschap vergeten en achtergesteld werden.
Er zijn gelijkenissen met het huidige Brussel. Veel culturele instellingen die aan land of continent gebonden zijn in Brussel, bevinden zich op wijkniveau. Ook in het São Paulo van de jaren twintig troepten bevolkingsgroepen samen in bepaalde wijken.
Er ontstonden twee bewegingen in São Paulo. Oswaldo de Andrade legde de basis voor de antropofagie (kannibalisme), een identiteitsleer die de Europese assimilatie van Brazilië tegen wilde gaan door enkel het beste te nemen uit andere culturen. Daarnaast waren er de geel-groenen of de integralisten, die later uitgroeiden tot de Anta-beweging. Zij pleitten voor een sterke integratie en assimilatie in één cultuur, waarin de elementen van de Braziliaanse cultuur geprezen worden. Het werd in die tijd gebrandmerkt als fascistisch. Tot de roep kwam naar een sterke leider, iemand die orde op zaken kon stellen. Deze man was Getúlio Vargas, een president en dictator die na een staatsgreep aan de macht kwam en op zoek was naar eeuwige roem.
Vargas voerde taalwetten in. De maatschappij zou nu in het Portugees worden georganiseerd en iedere instelling moest zijn naam in het Portugees veranderen. Iedereen moest vanaf nu Portugees spreken. Toch creëerde hij geen Brasilidade. De integralisten kwamen in 1938 tegen hem in opstand. Daarna werd met de Estado Novo een autoritair regime uitgeroepen en de klassieke partijen werden ontbonden.
De geschiedenis van Brazilië kan een blauwdruk zijn voor de Brusselse identiteit, maar deze constructie valt in elkaar als het woord ‘fascisme’ wordt gebruikt. Omdat integralisme in Brazilië geen nazisme is, omdat het niet raciaal is, maar religieus. Dat is ook de lezing van het huidige Vlaamse Nationalisme, dat geen raciaal integralisme is, maar voornamelijk gebaseerd is op een religieus onderscheid. De christelijke-joodse tandem tegen de moslims.
In het Brusselse integralisme of het streven naar een Brusselse identiteit, is er wel sprake van raciale termen omdat minderheden in Brussel een veel grotere stem hebben dan in Vlaanderen. Toch valt het op de deze stemmen voornamelijk vanuit Vlaanderen worden aangewakkerd.
Brussel is ook een mozaïek van wijken zoals Brazilië een mozaïek is van staten. Dat maakt dat één bevolkingsgroep nooit de bovenhand kan nemen. Het Brusselse vraagstuk bevindt zich dus voornamelijk in taal. De botsing tussen het Nederlands en het Frans is eigen aan Brussel dat georganiseerd is door twee culturele gemeenschappen: de Vlaamse en de Franstalige.
De toekomst ligt echter in tweetaligheid volgens veel mensen of mijn inziens in meertaligheid. Als er bij een nieuwe staatshervorming naar Brussel als hoofdstad van Vlaanderen en Europa wordt gekeken, moet er sprake zijn van meertaligheid en zeker omdat Brussel eigenlijk voornamelijk kosmopolitisch is.
Is een kosmopolitisch Brussel en Brussel als hoofdstad van Europa hetzelfde, dat is de hamvraag en een breekpunt voor de toekomst. In welke mate heeft Brussel een Europese identiteit en bijvoorbeeld geen Congolese? De Matongé is hier een perfect voorbeeld van omdat de wijk in voortdurend conflict staat met Europese wijk door gentrificatie.
We hebben eigenlijk als Brusselaars vier keuzes: we assimileren ons, we nemen het beste van elke cultuur in navolging van De Andrade, we kotsen de integratie weer uit of we integreren ons in een toekomstige Brusselse identiteit.
De architecten van het Brusselse integralisme hebben dus een zeer moeilijk werk om aan het Brussel-gevoel te werken. Anderzijds kunnen we ons afvragen waarom het huidige Vlaamse integralisme er alle belang bij heeft om een zwakke Brusselse identiteit te hebben.
Dat ligt hem namelijk vervat in het verschil tussen Vlaams en Brussels integralisme, die elkaar tegenwerken op vlak van religie. Brussel is seculier en Vlaanderen is christelijk, wat tegenwoordig wel minder het geval is. En op basis van ras: Brussel is kosmopolitisch en Vlaanderen is blank, al is het niet zo zwart-wit.
Natuurlijk zwijgen we over de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal, en tussen klein en groot, dik en dun. Er moet echter op de huidige tegenstelling gewezen worden om de krijtlijnen te kunnen uittekenen, natuurlijk niet om ons tegen elkaar op te zetten.
Mijn pleidooi voor meertaligheid in een cultureel kannibalistische wereld blijft bestaan. De slogan van deze beweging in Brazilië is ‘Tupi or To Tupi’. De Tupi’s zijn de oorspronkelijke bewoners van São Paulo die zich tegoed deden aan kannibalisme. In de Brusselse context: het is ‘Brussel of Brusselen’. Is er sprake van één vaste Brusselse identiteit of moeten we voortdurend leren van andere culturen en als het ware het beste vlees van andere culturen uit de supermarkt nemen? Sommige zien dit heel letterlijk, quoi.
Willemjan Vandenplas is Blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

De Brusselse Lente: doe iets voor de stad en haar inwoners

Het is weer bijna lente volgens het kalenderjaar. Tijd om de spieren te stretchen, de knapzak te vullen en de wereld in te trekken. En om aan vrijwilligerswerk te doen. De tijd van met het vingertje te wijzen is voorbij, praten en schrijven is niet voldoende. Deze lente gaan we handelen.

Ik heb heel mijn jeugd aan vrijwilligerswerk gedaan. Daarom weet ik dat, naast de vaste structuren, de lente vaak een moment is om te beginnen met vrijwilligerswerk. Hierbij geef ik een lijst van activiteiten die je in Brussel kan doen als vrijwilliger. Ik kan zeggen dat ik het meeste al heb gedaan en er geen moment spijt van heb gehad.
1) Hulp aan vluchtelingen
Je kan kiezen om je met migratie bezig te houden, en dat is een zeer valabele optie. De laatste crisis hebben we nog niet meegemaakt. Er is dus werk aan de winkel en de laatste jaren hebben  genoeg bewezen dat je daarvoor in Brussel kan blijven. Hulp aan vluchtelingen kan je doen door hen te helpen met onderdak, een gaarkeuken te organiseren, dagactiviteiten te organiseren.
Bv. Dokters de Wereld en Platforme citoyenne de soutiens aux réfugiés Bruxelles
2) Duurzaam leven
Tegelijkertijd met de migratierevolutie, speelt er zich in Brussel een ecologische revolutie af. De voorbeelden zijn legio hoe de stad duurzaam gemaakt wordt. Er is nog een lange weg af te leggen en iedereen kan daar zijn steentje toe bijdragen als Brusselaar of buitenlander. Deze geleidelijke evolutie doet nog steeds zeer veel jonge mensen hun hart sneller kloppen en het is zeker een sector waar jongeren aan kunnen bouwen in Brussel.
Bv. Färm en Molenbike Local and Fair Transport
3) Ouderenzorg en mindervalidenzorg
Ouderenzorg en mindervalidenzorg worden vaak vergeten in de drukte van de stad. Deze mensen zijn er ook en je hoeft niet per se in de zorg te zitten om iets te doen. Ga eens schaken met iemand of neem een bejaarde mee naar een park of ga pingpongen met jongeren met mentale problemen. Het zijn kleine bijdragen die veel doen. Het is zeer moeilijk voor deze mensen om in onze haastige maatschappij hun plaats te vinden, maar kleine daden doen wonderen.
Bv. Sint-Alexius Elsene
4) Steun aan daklozen
Steun aan daklozen is zeer belangrijk. Deel eten uit of werk mee met SamuSocial. Ze hebben misschien een slechte naam, maar ze leveren nog altijd goed werk. En als je liever in iets kleins werkt, er zijn eindeloos veel vzw’s die zich met de Vierde Wereld bezighouden in Brussel.
bv. Jamais sans Toit
5) Cultuur verspreiden
Voor cultuur is er tegenwoordig geen geld, dus ga voorlezen, neem vluchtelingen mee naar het toneel, ga liedjes zingen met bejaarden. Cultuur is niet alleen een tijdverdrijf, maar ook belangrijk voor de ontwikkeling van de mens, want cultuur is er niet alleen om geconsumeerd te worden.
bv. Kuumba
6) Sport stimuleren
Ben je een kei in sport, begin een groep op Facebook om mensen te stimuleren om te sporten of yoga te beoefenen. Er zijn parken genoeg en het belooft weer een mooie zomer te worden. Niets beter dan na het werk of in het weekend te sporten. Vergeet zeker de sociale inclusie niet bij je activiteiten. Soort zoekt soort, maar in Brussel mag je wel eens een uitzondering maken.
bv. Les Gazelles de Bruxelles
7) Ontwikkelingshulp
Organiseer een feestje voor een goed doel of laat eens een spreker komen naar je favoriete jeugdhuis of zaal. Als je na de vakantiejob nog tijd hebt, ga dan een zuid-ervaring opdoen. Daarvoor zijn verschillende organisaties ter beschikking, maar zorg dat je goed omkaderd bent en denk twee keer na. Je zou toch niet willen dat ze je voluntarisme aanwrijven.
Bv. Vacature bank 11.11.11.
8) Slachtofferhulp
Er zijn altijd mensen nodig met sterke zenuwen voor slachtofferhulp. Je kan dit doen via de telefoon. Er zijn altijd mensen nodig om mensen in urgente problemen te helpen. Vergeet zeker niet dat je hiervoor wel matuur genoeg moet zijn.
bv. CAW – Slachtoffer Hulp
9) Properheid van de stad
Help bij de properheid van de stad. Als je gaat lopen, neem een zakje mee om vuilnis mee op te rapen, maar zorg vooral dat je zelf niets op de grond smijt. Het is natuurlijk het werk van de straatvegers, maar gun die mensen ook een rustige lente of zelfs vakantie.
10) Natuurbehoud
Geniet van een vakantie in het groen, doe aan natuurbehoud, geniet van de natuur, leer erover en draag iets bij tot ons ecosysteem. Brussel heeft ook een ecosysteem, bestudeer het! Het is niet omdat de muren in de stad knaagdieren bevatten dat we qua ecologie aan monocultuur doen. Ik zie regelmatig vossen in Brussel.
Bv. JNM Brussel en Natuurpunt
11) Mensenrechten
Schrijf een brief bij Amnesty International. Help een journalist in gevaar in Latijns-Amerika, sta op voor vrouwenrechten in Afrika. In Brussel is er veel te doen rond mensenrechten, en gewoon al het feit dat je in de hoofdstad van Europa zit, geeft je extra punch voor je werk. Mensenrechten zijn een belangrijk wapen om een vreedzame wereld te verwezenlijken.
Bv. Amnesty International
Steek deze lente je handen dus uit de mouwen. Er is genoeg te doen in Brussel. Iedereen heeft elkaar nodig.
Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Rumble in the Jungle: Damso vs. de bobo's

Brusselblogger Willemjan geeft toe dat hij het laatste jaar naar de muziek van Damso heeft geluisterd. En hij niet alleen, een hele generatie jongeren in Brussel. Zo stelt hij vast dat een hele generatie door bobo’s van tafel wordt geveegd vanwege het feit dat Damso vrouwonvriendelijke muziek maakt.

Er waren al regelmatig discussies geweest rond Damso, de Congolees-Brusselse artiest, in mijn vriendengroep in Brussel. Is dat het beste wat we hebben in Brussel? Is zijn muziek niet te vrouwonvriendelijk om het echt te gaan maken? Is het mogelijk dat hier weer heisa van zal komen? Eigenlijk zagen we het aankomen. De meesten vroegen zich al af wanneer de hetze rond Damso zou uitbarsten.
We zien al jaren dat artiesten zoals Damso genegeerd worden in Vlaanderen, zoals zoveel Afrikaanse artiesten als ze niet perfect geïntegreerd en ‘clean’ zijn. Afrikaanse artiesten moeten het voornamelijk van Parijs hebben. Damso was dan ook eerst bekend in Parijs en dan in Brussel.
Toch moeten we ons met Damso op onze borst kloppen. Tien jaar geleden lag het veld open in Brussel voor Afrikaanse artiesten, omdat het mekka van de Afrikaanse muziek voornamelijk in Parijs lag. Op dit moment is Brussel hot.
Dat rapt Damso ook in ‘BruxellesVie’, zijn bekendste nummer: de Brusselse rap slaat de Franse rap in één keer K.O. (Le rap français K.O. en un seul feat). En niet alleen Damso, maar zoveel andere Afro-Brusselse artiesten braken de laatste jaren internationaal door.
Als Brusselaars aan Congolese muziek denken, hoor je vaak spreken over rumba en soukous, gespeeld door sapeurs (kleurrijk en duur geklede inwoners van de sloppenwijken van Centraal-Afrika) zoals Papa Wemba, Koffi Olomidé en Fally Ipupa.
Deze muziek behoort sinds verschillende decennia tot de culturele export van de Congolese staat. Ze wordt voornamelijk in Kinshasa gemaakt, terwijl jongeren in Goma en Lubumbashi hiphop en rap maken en beluisteren. Dat is nu ook het geval in Brussel met Damso en co.
Je kan Damso tot de orde roepen voor zijn teksten, zoals Brussels Minister voor Gelijke Kansen Bianca Debaets deed, maar  door zijn nog niet uitgekomen WK-lied te annuleren, maak je hem monddood. Daarmee bega je een groter kwaad, omdat je daarmee de echte muzikale en subculturele uitdrukking van de Congolese-Brusselse jongeren de kop in drukt. Dat doe je niet, zelfs al tarten de teksten alle redelijkheid.
De burgerlijke waarden die de Vrouwenraad, de sponsors, vice-premier Alexander De Croo, staatssecretaris Zuhal Demir en uiteindelijk ook de bonzen van de voetbalbond vertegenwoordigen, zijn niet dezelfde als die van de fans van Damso. Waar ligt de norm, kunnen we ons afvragen in deze discussie, zonder cultureel relativistisch te willen zijn.
Ik ben de eerste om onze burgerlijke waarden te verdedigen, maar hoe consequent zijn we in ons oordeel? Ik heb de discussie al zo vaak moeten voeren in een context waar onze burgerlijke waarden bedreigd worden, zoals op de meeste plaatsen in de wereld.
Als we Damso laten vallen, moeten we het WK in Rusland ook boycotten, omdat de vrouwen- en LGBTI-rechten daar evenmin gerespecteerd worden. Het is dus een zeer moeilijke discussie, die zeer simplistisch wordt voorgesteld.
Ik heb sterk de indruk dat de dictatuur van ‘Bon Chique, Bon Genre’, waar geen aandacht wordt besteed aan artiesten zoals Damso of Baloji of Témé Tan, gebruikt wordt om Damso af te schrijven. Door deze ondoordachte beslissing zetten we een hele generatie jongeren in de kou. Zeker als het gaat om een WK voetbal in Rusland, dat niet echt de vaandeldrager is van onze burgerlijke waarden. Zoals zo vaak is er hier sprake van twee maten en twee gewichten.
Willemjan is community manager bij het Vlaams-Afrikaans Huis Kuumba, maar schrijft in eigen naam. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Vlaams-Afrikaans Huis Kuumba promoot Afrikaanse events in Brussel en omstreken

Sinds jaar en dag staat het Vlaams-Afrikaans huis Kuumba onder leiding van Jeroen Marckelbach. Het is gelegen in de Matongé in Elsene en richt zich op de lokale Afrikaanse artiesten en de Vlaamse gemeenschap. Nu lanceert Kuumba een Afrikaanse digitale agenda, waarop het Afrikaanse events in Vlaanderen en Brussel promoot.

Kuumba Vlaams-Afrikaans Huis (c) Willemjan Vandenplas

Maandelijks is er in Kuumba een tentoonstelling. Wekelijks zijn er dansworkshops, lessen Nederlands, Lingala en Swahili. Er zijn ook dagelijkse gidstochten en kookworkshops. Het Vlaams-Afrikaans Huis geeft beginnende artiesten uit Congo en de rest van Afrika een podium. Kuumba beschikt over twee polyvalente zalen en een ontmoetingsruimte, waar er mogelijkheden zijn om events te organiseren.

Terwijl de laatste jaren de focus voornamelijk lag op het promoten van de eigen events, wil het centrum nu een stap verder zetten door Afrikaanse events in Brussel en omstreken te promoten. “Het doel is om steeds meer het uithangbord te worden van de Afrikaanse gemeenschap in Vlaanderen en Brussel,” zegt Marckelbach. “Wij willen ons dan ook veel meer online op de sociale media positioneren. Toch is het belangrijk om te blijven flyeren en affiches op te hangen omdat de Afrikaanse gemeenschap niet altijd mee is met de nieuwste technologieën.”

“Naast onze nieuwsbrief met eigen events die naar enkele duizenden mensen wordt gestuurd, beginnen wij met de uitbouw van een digitale agenda op onze Facebook-pagina die 3,1 k volgers heeft. Die zal drie maal per week onderhouden en aangevuld worden. Onze doelgroep zijn de mensen die in Brussel of Vlaanderen hogere Afrikaanse culturele sferen willen opzoeken,” gaat Marckelbach verder.

De Afrikaanse gemeenschap moet je op Whatsapp bereiken. Via Facebook is het de bedoeling om Vlamingen geïnteresseerd in Afrika aan te trekken. Kuumba bleef de laatste jaren online een beetje achterop hinkelen omdat het voornamelijk een oudere groep vaste leden heeft. Daarom is er nu een jongerenwerking onder leiding van Jeannot Kabuya.

Marckelbach: “Wij werken voornamelijk met de eerste generatie Afrikanen. In Kuumba zijn dat voornamelijk Congolezen uit de DRC, die al enkele decennia in België wonen en werken. De tweede en derde generatie neemt vaak het artistieke luik op zich.”

Vlaams-Afrikaans Huis Kuumba is heel de week open van 14 u tot 0 u. Meer info vind je op de website en Facebook-pagina. Bekijk hier de digitale Afrikaanse agenda.

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en op zijn website.

Juttu landt in Brussel

Juttu is het nieuwe winkelconcept van de Belgische keten A.S. Adventure met focus op urban, duurzaam en adventure. De ideale winkel voor millennials die oog hebben voor duurzaamheid en lokale producten en met mode bezig zijn. Juttu palmt samen met zijn grotere outdoor-broer het gebouw in waar voorheen Marks & Spencer zat.

Een plant die 30 m² propere lucht produceert te koop bij Juttu (c) Willemjan

Juttu betekent verhaal in het Fins, en het is een winkel met producten met een verhaal. Dat verhaal is duurzaamheid. Zo zijn de kleren in biologisch katoen, worden er planten verkocht onder de noemer van de strijd voor propere lucht en verschillende soorten voeding zoals in de wereldwinkel. Aan de muren lees je meer uitleg over de veelal Belgische ontwerpers. Er is ook een cafetaria aan met een gezonde saladbar, gerund door het hippe Elsense biologische restaurant Chyl (‘change your lifestyle, cherish your life’). Ook de veganistische kookboeken mogen niet ontbreken.
Ik vond er mijn gading, al is de marchandise – mode, lichaamsverzorging en interieur – voornamelijk op vrouwen gericht. Ik kon mij bezighouden met de duurzame gadgets, biologisch eten/drank en de verhalen rond planten en buitenhuisactiviteiten.
Als product van de sociale, ecologische, diversiteits- en communitaristische beweging in Vlaanderen en Brussel, raakte ik overtuigd van het concept qua duurzaamheid en diverse en sociale mix van de werknemers. Natuurlijk heb ik niet naar hun lidmaatschap bij de vakbond gevraagd. De producten zijn niet goedkoop, maar dit is het beste wat de marktwerking te bieden heeft als een bewezen concept. De meer radicale en alternatieve winkels zitten nog in het experimentele stadium.
Hopelijk kan een winkel zoals Juttu voor een sneeuwbaleffect zorgen in de handel in Brussel om op die manier een groter aanbod op het vlak van duurzame producten te krijgen.
Juttu, Guldenvlieslaan 26-28, 1050 Brussel, open van maandag tot zaterdag van 10  tot 19 uur (naast de Apple Store)

Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Waarom Nederlands opdringen aan Franstaligen in Brussel?

Toen Brusselblogger Willemjan vannacht op het vliegtuig zat terug naar Brussel zag hij voor het eerst onze prachtige stad uit de lucht op een herkenbare manier. Hij zag de lichtjes van de Grote Markt, de Sint-Michielskerk, de Naamse Poort, de Europese Commissie (was wel donker) en de VRT-toren. Fantastisch, maar tegelijkertijd kreeg hij de stelling naar zijn hoofd geslingerd dat Nederlanders veel beter Nederlands spreken dan Vlamingen. Hoe komt dat, vroeg hij zich af.

De titel kan menige taalpurist uit zijn krammen doen schieten, maar het komt van iemand bij wie in het tweede leerjaar een onmogelijk in te halen taalachterstand werd vastgesteld. Op de koop toe gaf zijn leerkracht Nederlands er in het tweede middelbaar de brui aan omdat er geen hoop was. In het vijfde middelbaar werd hij met dyslexie gediagnosticeerd. Op zijn 22ste besloot hij toch nog journalist te worden, toen hij al zestalig was (Nederlands, Frans, Engels, Spaans, Portugees en Arabisch).
Die man die Brusselblogger Willemjan heet, heeft dus al enige ervaring met de aanvallen van de taalpuristen onder ons.
Ik kan ook niet concurreren met mensen die heel hun leven alleen Nederlands cultiveren, omdat ik één heb gekozen voor meertaligheid en twee geen aangeboren talent heb voor taal. En dat is juist het antwoord op de titel.
Hoe meer je Nederlands cultiveert, hoe meer je daarvoor aanleg hebt. Als je nog eens vanaf jonge leeftijd daarmee bezig bent en er talent voor hebt, heb je een voorsprong die een Franstalige, vluchteling, migrant of jongere met een taalachterstand niet meer kan inhalen.
Ik ben heel mijn leven hard aangepakt omdat mijn Nederlands niet fantastisch was en toch schreef. Daarom ben ik geen taalchauvinist.
Een taalchauvinist dat is iemand die voor taalpolitie speelt in Brussel en tegen alle Franstaligen Nederlands spreekt. Dat is zoiets waar de oudere generatie goed in is, maar waar de millennials eigenlijk niet van wakker liggen in Brussel.
Ik woon al heel mijn leven in een tweetalige omgeving en spreek Frans in Brussel als mijn gesprekspartner Franstalig is. Nu krijg ik van elke Franstalige het compliment dat ik zo goed Frans spreek. Natuurlijk ben ik wel de grootste vijand van de flaminganten in Brussel.
Ik blijf met het probleem zitten dat ik niet excelleer in het Nederlands. Zoals een rijbewijs is dat toch wel een skill om te hebben op de arbeidsmarkt.
Het is voor mij dus duidelijk dat taalwetten alleen dienen voor taalverwerving. Nederlanders spreken zo goed Nederlands en Fransen zo goed Frans, omdat zij maar met één taal worden geconfronteerd. Het probleem is dat dit politiek zeer gevoelig ligt in Brussel en bij bepaalde drukkingsgroepen.
Om een lang verhaal kort te maken, heb ik er een hekel aan dat een taal dominant is ten opzichte van een andere. Laten we eerlijk zijn, ben je Brusselaar, doe dan je best om Nederlands, Frans en Engels te leren. Ben je Belg, leer dan Nederlands, Frans en Duits.
Dat is natuurlijk in een ideale wereld en de wereld is niet ideaal. Franstaligen in Brussel zeggen dat ze geen Nederlands nodig hebben. Daarom moeten we hen misschien wel Nederlands opdringen opdat ze het toch zouden leren of dat ze een kans krijgen om het te oefenen.
Ik heb voor meertaligheid gekozen in Brussel. Misschien is het zeer egoïstisch, maar ik wil niet geconfronteerd worden met een taalpolitie zoals in Quebec, Canada, die taalwetten opstelt of winkels verplicht een tweetalig opschrift te hebben met de ene taal in een groter lettertype dan de andere.
Daarom schrijf ik dit.
Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op Facebook en zijn website.

Na mijn kleine oorlog ga ik weer tien jaar dolen

Nu tien jaar in mijn kleine oorlog besef ik dat volwassen worden een grote oorlog is, zoals mijn Syrische taaluitwisselingsbuddy mij vertelde over de oorlog in Syrië. Je kan niet kiezen zodra het begint. Brusselblogger Willemjan maakte weer een mythische cyclus mee in Brussel en schreef hierover bij Brusselblogt.be. Vandaag neemt hij afscheid en gaat hij beginnen dolen gedurende tien jaar bij de internationale media.

De Lotuseter

Iedereen wil hier blijven in hotel Odyssée dat het decor gaf aan de lotuseters van Zarzis. Ik wil weg omdat ik na mijn kleine oorlog die mij over heel het westelijke halfrond bracht, mijn naïviteit kwijt ben als jong volwassene.
Daarom ga ik nog eens 10 jaar dolen, deze keer in het oostelijk halfrond. Kwestie van mijn wereld rond te maken.
In Brussel mag ik een glocal zijn en op andere plaatsen ben ik een wereldburger. Ik was altijd naïef dat ik dat wilde, maar het is de maatschappij die het goed uitkwam om ons als millennials weg te sturen omdat we een verloren generatie zijn door de economische crisis.
Het is naïef om te denken dat een vreemde je de hand zal reiken. Een jaar geleden leek terugkomen uit Brazilië evident en definitief.
Na een jaar te schrijven bij BrusselBlogt over het mooi Ithaka (Brussel), heb ik besloten om nog eens 10 jaar te zwerven in de wereld als bedelaar.
Ithaka is zo mooi. Daar hebben mijn grootouders jaren voor in de slachthuizen gewerkt zoals de vluchtelingen nu.
Ik ben de bedelaar, de man of vrouw op de hoek van de straat, de hulpbehoevende bejaarde of het kind dat verloren gelopen is. Dus als je mij ziet in Brussel geef me een centje of een helpende hand.
Dan is er toch iets overgebleven van mijn jaar in Ithaka, al was het maar een kleine daad.
Tot binnen tien jaar,
Willemjan
Zarzis, Tunesië
Donderdag 22 februari, 2018, Hotel Odyssée

Echte reizigers spreken lokale talen

Op reis in het zuiden van Tunesië aan de Libische grens trekt Brusselblogger Willemjan enkele lessen voor het toerisme in Brussel en Vlaanderen. Zijn filosofie is: waar je op vakantie gaat, spreek je de taal van het land. Maar je mag als toerist wel eens verwend worden in je eigen taal.

De Tunesiërs zijn een grappig volk. Voor alles wat oud, historisch en religieus is, gebruiken ze officieel Arabisch. Voor de dagdagelijkse omgang gebruiken ze echter een verbastering van de officiële Arabische taal. Bij momenten is dit redelijk grappig.
Sinds de Arabische Lente is er een tendens om meer de taal van het volk te leren als westerling, omdat het officiële Arabisch steeds minder gesproken wordt.
Je kan dus niet verwachten dat in een land waar er om de tien minuutjes een ander dialect wordt gesproken, je daar met iedereen kan  praten in het dialect. Natuurlijk zijn er dialecten, die uitgegroeid zijn tot ware talen en wijdverspreid worden begrepen. Toch is er niets zo handig als Modern Standaard Arabisch of officieel Arabisch omdat dan iedereen je kan begrijpen en je over heel de Arabische Wereld de clou van de dialoog kan verstaan.
Vandaag ontmoette ik een Tunesiër die ogenschijnlijk sigaretten verkocht, maar onder de tafel verkocht hij Franse en Duitse boeken.
Ik sprak hem aan in het Arabisch en hij vertelde mij dat hij al 30 jaar Frans en Duits leest omdat er hier zo veel toeristen komen uit die landen. Hij vertelde mij dat hij nu weer Arabisch zou leren om beter met mij te kunnen praten.
Over service gesproken, tja de laatste dagen merk ik op dat de Duitsers in Tunesië een voetje voor hebben. Ik leerde van een bekende Midden-Oostencorrespondent nog het liedje kennen: “Money makes the world go around”, maar hier is meer aan de hand.
De Duitsers hebben al sinds jaar en dag een goede positie in Tunesië omdat Duitsland veel doet voor deze landen van de Maghreb. Duitsland brengt met zijn Goethe-instituten cultuur, taal en tradities over in het buitenland. Frankrijk doet dit ook en er zijn natuurlijk internationale Nederlandse scholen in het buitenland, maar die zijn meer gericht op expats.
Het is vanzelfsprekend om in het buitenland veel Europese talen te horen, maar Nederlands, dat is natuurlijk niet zo evident.
Ik ben geen cultuur- of taalchauvinist, omdat ik ook hou van mensen die ergens verblijven of op reis zijn en de lokale taal spreken. Of dat je in het buitenland als toerist voor een korte periode in je eigen taal wordt verwend.
Mensen zouden eigenlijk veel losser met taal moeten omgaan en het zou nog makkelijker moeten zijn om buitenlandse talen te leren.
Als je duurzaam wil reizen, moet je niet alleen voor duurzaam transport kiezen, maar ook in symbiose staan met je omgeving.
Mijns inziens blijft Brussel de kweekvijver van polyglotten en het oefenterrein om je voor te bereiden op een reis of leven in het buitenland.
Ik weiger te aanvaarden dat mijn enige ervaring met de Nederlandse taal in het buitenland, een gesprek met een Egyptenaar met Hollandsaccent op straat was aan het Tahrirplein in Caïro.
Willemjan Vandenplas is blogger. Bekijk zijn werk op facebook en zijn website.