Tag: kunst

Wolfgang Tillmans, fotografie

Plezant overzicht van Wolfgang Tillmans’ werk in Wiels. Een totaalervaring. Zwart-wit, kleur, groot, klein, ingekaderd of aan de muur getapet. Schone kunsten en gewone kiekjes. Totaalbeelden of fragmenten. Zo kennen we Wolfgang Tillmans.

Wat is fotografie nog waard in deze tijden? Hoe sterk kan een geïsoleerd beeld nog zijn vandaag? Het spoelt aan wal op het ritme van online-golven. Hoe bereikt Tillmans nog effect en betekenis?

Het menselijk portret ondergaat een demystificatie. Tillmans’ mensen staan of liggen er slechts bij op een kleine sokkel, hoewel toch mooi van de rest van de wereld geïsoleerd. Die soort verfijning gaat ook over naar dingen, zoals kousen, over een radiator hangend. Een vagina springt meer naar voren, harder binnenkomend dan Courbets origine, terwijl penissen ook regelmatig in beeld hangen. Die menselijke seksuele attributen mogen best wat prime time krijgen, in tijden waar handdoeken in de fitness-zone meer en meer om westerse middels geslagen worden.

Tuurlijk is Tillmans (die alliteraties gaan er goed in) bekend om het portretteren van zijn leefwereld: jongeren- en homo-cultuur. Daarbij vergeet hij ook de ouderdom niet. En wanneer het politiek of maatschappelijk betrokken wordt, komt er ook tekst bij (een uitgeschreven interview over de strijd om rechten in Uganda, waar homofobie en geweld plaatsvinden). Foto’s kunnen dan gerust onderbelicht zijn, of louter registrerend; de boodschap haalt het van het plaatje.

Fotografie als plastische kunst, bestudeerde opnames van een golvend patroon in een alledaags voorwerp, kleine verrassingen, en een positief levensbeeld,denk ik. In de bovenruimte van Wiels vertelt een stem over zijn fascinatie om meer te weten over de nullen en enen die onze wereld overspoeld hebben. Ik ben inmiddels tevreden met de lichte dosis psychedelica op de benedenverdiepingen.

Tillmans arriveerde op de internationale scène vanaf het begin van de jaren ’90. Speels en subjectief, intiem en sociaal kritisch, genre-overschrijdend en het medium bevragend, blijft hij een relevante fotograaf.

Wolfgang Tillmans, Wiels – ‘Today Is The First Day’ – eerste keer solo in België.

01-02/24-05-2020

http://www.wiels.org/nl/exhibitions/1262/Wolfgang-Tillmans

Keith Haring, Kardashians en Knokke

In de Bozar kun je tot en met 19 april 2020 naar het werk van Keith Haring gaan kijken. Keith Haring is volgend jaar dertig jaar gestorven, maar zijn werk is nog steeds zeer actueel en ontzettend goed bekend bij jong en oud.

Keith Haring werd geboren in 1958 en leerde op zeer jonge leeftijd tekenen van zijn vader, die zelf striptekenaar was. Hier en daar vind je in zijn werken verwijzingen naar Walt Disney, meteen ook zijn eerste inspiratiebron.
Keith Haring had drie zussen: Karen, Kay en Kristen. De ouders van Keith Haring hielden duidelijk van de letter K. Wie weet was dit de inspiratie van Kris Jenner om haar vijf dochters ook allemaal een voornaam te schenken met de voorletter K.
Keith Haring zal voor altijd gelinkt blijven aan dansende mannetjes, blaffende honden, baby’s maar ging destijds ook controversiëlere thema’s niet uit de weg. Denken we hierbij aan racisme, de invloed van de godsdienst, apartheid, de wapenwedloop, de manipulatie van de media of nog aidsbestrijding.
Subway drawing
Keith Haring vond het ontzettend belangrijk dat zijn werk voor iedereen toegankelijk was, en niet alleen voor de rijkere blanke elite. Er zijn een aantal van zijn zogenaamde ‘subway drawings’ te zien op de expositie. Hij had de gewoonte genomen om met wit schoolkrijt in zijn zak de metro te nemen, en zodra hij een leeg reclamepaneel zag, tekende hij het vol.
Keith Haring werd echter algauw zeer bekend, en ook zijn “subway drawings” werden vaak meegenomen door zijn fans.
Bezoekers van de expositie zullen ook opmerken dat Keith Haring niet vaak op een canvas schilderde of tekende, hij gebruikte zeer vaak een gewoon dekzeil. Het was zijn manier om in te gaan tegen het elitaire van kunst en zijn werk te maken op materiaal dat gewoon voorhanden was en dat het herkenbaar was voor mensen.
Hij werkte ook ontzettend snel en bereidde nooit iets voor. Hij nam ook nooit kunstwerken mee als hij gevraagd werd om deel te nemen aan exposities in het buitenland. Hij maakte telkens nieuwe kunstwerken ter plaatse op het moment zelf. Net omdat hij zo snel kon werken en steeds veel inspiratie had, kon hij deze methode toepassen.
Partyscene
Jullie zullen tevens opmerken dat het geen stille tentoonstelling is. Her en der zijn er televisietoestellen gemonteerd en er is ook vaak muziek te horen. Het is zeker de bedoeling geweest van Bozar om hier de volledige scene te tonen waarvan Keith Haring deel uitmaakte.
Keith Haring genoot van het leven, hij organiseerde elk jaar op zijn verjaardag een groot feest, ‘party of life’ en op een van deze feesten zong Madonna ooit voor het eerst ‘Like a virgin’.
Keith Haring was openlijk homoseksueel en eind de jaren 80, toen er meer en meer ruchtbaarheid werd gegeven aan aids, zette hij zijn talent ook in bij het ontwerpen van affiches en kunst om aan te zetten tot safe sex en besloot hij om aids niet dood te zwijgen.

Hij was er zich van bewust dat hij vroeg of laat ook zou sterven aan de gevolgen van aids en richtte dan ook nog voor zijn dood de Keith Haring Foundation op, om zijn werk te promoten maar ook om goede doelen (o.a. rond aidspreventie) te steunen.
De expositie is uiteraard maar een zeer klein fragment van alles wat hij ooit heeft gemaakt in zijn relatief korte carrière van twaalf jaar.
Knokke
Er is ook een link met Knokke. Keith Haring liet verschillende keren optekenen dat hij ontzettend genoot van Knokke. Telkens als hij de kans kreeg, verbleef hij daar om volledig tot rust te komen. Het was volgens Keith de enige plaats waar hij echt het gevoel had thuis te komen.
Praktisch

De expositie is nog te bewonderen tot en met 19 april 2020. Tickets kosten 18 euro (9 euro voor wie jonger is dan 30 jaar en zijn tickets online bestelt). Bozar organiseert rond de expositie ook tal van workshops, themadagen, lunchtours en familiedagen. Neem zeker een kijkje op de website van Bozar voor meer informatie.

Roger Ballen in de Centrale

Het probleem

Je vraagt je heimelijk af of kunst toch niet overbodig is, gedreven door moeilijke kunstervaringen en recente sociale-media-posts (in het zog van de omstreden besparingen op cultuur).

De oplossing

Ga naar Roger Ballens werk kijken in de Centrale (Sint-Katelijneplein). Deze fotograaf, die volgens zichzelf de sociale, politieke en culturele vraagstellingen reeds lange tijd achter zich heeft gelaten, tovert een “absurdistisch theater” op het fotopapier. Hij zal je overtuigen, voorgoed, dat dat soort kunst niet deugt. Moeten ze nu eeuwig de mens als een debiel voorstellen? Ofwel zal je hartig geraakt worden, door de nieuwe emoties die verschijnen, de aanvaardbare zwaarte, de vervagende schoonheid, de ontluikende onaanvaardbaarheid.

Algemene tip: benader een tentoonstelling als iets achter een gordijn, met nieuwsgierigheid en onrustige kalmte. Wil bloot zijn en beginnen.

En daarna: sterf of leef op.

Bij het buitenkomen en de stad inwandelen, troffen mij hangende dode vogels in uitstalramen, een man met zijn zoontje die poseerde naast het grote koehoofd van restaurant Amadeo in de Sint-Katelijnestraat (hij streek, nog snel overbodig naar schoonheid en harmonie hengelend, zijn haar goed), en tenslotte een groepje zittende en liggende huislozen, eentje geeuwend naar me opkijkend, nota bene pal voor het uitstalraam waar de tentoonstelling een extensie heeft, die me dadelijk uit mijn droom hielpen. Wat ik gezien had in de Centrale, werd weggeveegd. En kunst leek me plots toch weer flauw, in vergelijking.

Roger Ballen is geboren in 1950 in New York en woont en werkt in Johannesburg.

Roger Ballen Expo 14.11.19 ——–14.03.20 Ronny Delrue – Correspondances

Concert Die Antwoord 25.11 in AB

Centrale for contemporary art www.centrale.brussels

Spanish Still Life, The Miracle of Painting, again

“Peut-être même le summum de la peinture”, zo liet Head of Exhibitions bij Bozar Sophie Lauwers haar gevoel spreken. Ze verwees naar het genre van het stilleven in de schilderkunst, dat vaak ondergewaardeerd bleef en blijft. Geen tweederangsgenre volgens Lauwers, maar eersteklas. Het summum van schilderen zelfs.
In Bozar is Spanish Still Life begonnen, de tentoonstelling die tot 27 mei de hele evolutie van Spaanse stillevens toont, aan de hand van werken uit de Spaanse schatkamers in bruikleen uit de beste musea en privé-collecties. Veertien schilderijen uit het Prado, en verder werken uit de National Gallery London, Fitzwilliam Cambridge, Louvre en Centre Pompidou Parijs, Uffizi Firenze, MOMA New York, et cetera.

Het stilleven ontstond als genre gelijktijdig in het Noorden en het Zuiden van Europa rond 1600, met grote verschillen in aanpak evenwel. Bij ons in ‘t Noorden zien we heel vaak het afbeelden van overvloed en luxueuze attributen, al dan niet afgezet tegen doodskoppen, gedoofde kaarsen of andere symbolen van de dood in de zogenaamde vanitas (ijdelheid)-schilderijen. De Spanjaarden kennen een veel soberdere traditie, in de lijn van het werk van wegbereider Juan Sánchez Cotán (eind 16e begin 17e eeuw). Cotán’s werk ‘Stilleven met appel, kool, meloen en augurk’ is het eerste doek van de tentoonstelling, en het legt de basis voor al wat volgt. Heel precies geschilderd hangen daar in een vensteropening aan een touw een appel en een kool, en daarnaast in het midden ligt een opengesneden meloen, en rechts een augurk. Op de voorwerpen het volle felle licht van de zon die van linksboven komt. De achtergrond van het tafereel is echter zwart. Door dit contrast worden de vruchten fel geïsoleerd, ze verschijnen op dit toneel. Tastbaar zijn ze ook verbonden met het wegsterven en wegvallen, het verdwijnen, door de donkerte die aan hun aanwezigheid likt. De schilder van het stilleven lijkt te zeggen: dit is leven, apprecieer het, straks zie je niets meer.
Een typisch element dat ook op dit doek te zien is, bij de augurk, is het plaatsen van voorwerpen op of over de rand van het raamwerk, vergezeld van een slagschaduw die hen nog verder duwt naar het bijna-moment van vallen.
Later wordt het Spaanse stilleven, waar veel vraag naar was vanwege kunstkopers, barokker, met beweeglijkere composities, en dan zal het ook komen tot het subgenre van de vanitasstillevens, in Spanje bekend als ‘ontnuchteringen van de wereld’ (desengaños del mundo’). Symbolen van rijkdom en macht liggen in al hun glorieuze pracht klaar om aangevreten te worden, naast schedels, of spookachtig in reflecties weerspiegeld.
Het merendeel van de stillevens viert echter wel de overvloed van het leven, in bloementaferelen of door het uitstallen van allerlei etenswaren op keukentafels. We zien bijvoorbeeld een prachtige koperen cacaotrembleuse, bij porseleinen kopje en breadrolls, getuige van de populariteit van de Zuid-Amerikaanse godendrank in het koloniale Europa, die toen via de Italiaanse en Franse chefs van de renaissance toegang tot de salons vond. Stillevens zijn via de voorwerpen dus ook eersterangs getuigen van de cultuurgeschiedenis.
Twee aparte werken op de expo zijn van Francisco de Goya daterend van +/- 1810. Goya schilderde slechts twaalf stillevens, voor eigen gebruik, met grote creatieve vrijheid tot gevolg. Het zouden de stille pendants zijn van zijn twaalf bekende revolutieschilderijen (met ‘El tres de mayo’ – drie mei – als bekendste). De vissen en de kalkoen die je hier ziet, zijn meesterwerken uit de kunstgeschiedenis.
Het motto van het genre van het stilleven, dat onder zeer religieus gesternte van start ging, zou kunnen zijn: ‘spiritueel voedsel is minstens even belangrijk als echt voedsel’, of zoals bij Ovidius: ‘Bouw een karakter, want dat blijft, versterk je schoonheid daarmee; slechts dat bewaar je tot het laatste uur’ (ars amandi). Daarmee overstijgt het genre de plaats die het aanvankelijk in de perceptie kreeg toebedeeld, die van een simpele imitatie van de realiteit. Stillevens maken van de vruchten en de voorwerpen schilderkunst. Picasso en anderen zullen in de twintigste eeuw nog een stap verder gaan door het einddoel van de driedimensionale afbeelding weg te schilderen en de kunst toe te laten de realiteit opnieuw een stapje voor te zijn, een eigen realiteit te boetseren, die ons weer nieuwe ogen gaf. Life imitates art more than art imitates life, zei Oscar Wilde daarover.
Tot 29 april loopt ook in Bozar de tentoonstelling van het werk van fotograaf Dirk Braeckman nog, zoals dat in Venetië te zien was op de Biënnale. Ik raad aan om deze hedendaagse donkere stillevens als dessert erbij te nemen, laat deze suggestie van topchef Bozar niet staan, want het menu is uitzonderlijk. Braeckmans werk toont de consequenties van het genre voor de eenentwintigste eeuw.

BelgianArtPrize 2017

Otobang Nkanga heeft in BOZAR de BelgianArtPrize 2017 gewonnen. Haar werk biedt volgens de jury een reflectie op de complexiteit van de wereld vandaag.
De BelgianArtPrize is de belangrijkste kunstprijs in België die “mid-career-kunstenaars” ondersteunt (vroeger Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst).

 

(c) Yannick Sas

Antwoorden geven op actuele bekommernissen is expliciet van tel voor de organisatoren. Nkanga toont corrosie en transformatie, onder meer op een groot geweven textiel dat in roestrijk water baadt en waarop ze woorden schrijft die al ter plekke worden gecorrigeerd. Samen met dat gegeven van super-tijdelijkheid krijg je bij haar ook kunst te zien met een hoge graad van technische verfijning.
“Vandaag is het idee van grenzen sluiten en muren bouwen verbonden met een vrees voor contaminatie en verval. Maar nieuwe vormen creëren ook kansen, een samenleving blijft veranderen”, laat de kunstenares noteren.
Welke invloed de mens, de politiek, het protest daarbij heeft, daarover kan je misschien nadenken als je naar de expo gaat kijken, en de drie andere genomineerden bieden ook nog gigantisch veel kijkplezier. Tot 28 mei.
 
[youtube https://www.youtube.com/watch?v=ylg0pGULGLA]
Meer info vind je op de website van BOZAR.

Pol Bury Tijd in beweging BOZAR

Kunst kan je wereld veranderen, wanneer rust over je neerdaalt. Ga daarvoor naar BOZAR, van 23 februari tot 4 juni, waar een overzicht van het werk van de Belg Pol Bury (1922-2005) te zien is, dat je laat vertragen, en ondertussen ook een heel fijne esthetische ervaring biedt, die ingebed is in de vormgeving van de jaren ’50, ’60 en ’70 (20e eeuw).

Continue reading

Belgische kunst: I BELGI. BARBARI E POETI

Vorig weekend bezocht ik de expo I BELGI – BARBARI E POETI in het Vanderborghtgebouw in centrum Brussel. I Belgi watte? De titel is Italiaans voor ‘De Belgen, Barbaren en Dichters’. Het is een expo over uitsluitend Belgische kunst met klassiekers zoals Permeke, Magritte, Spilliaert en Broodthaers, maar ook werk van de recente generatie zoals Koen Vanmechelen, Berlinde De Bruyckere of zelfs HELL’O MONSTERS.
Het concept van de tentoongestelde werken is duidelijk: het toont de speelse, originele, barbaarse en geschifte kant van de Belgische kunstenaars. Julius Caesar zei immers ooit in Rome dat de Belgen de meest barbaarse en onbevreesde strijders zijn. Of we daar trots moeten op zijn of niet laat ik in het midden, ik hou in elk geval van het gedurfde karakter van onze Belgische kunst.
Enkele voorbeelden uit de tentoonstelling: een blikje ansjovis omgevormd tot grafsteen (Pascal Bernier), een getatoeëerde Jezus (Jean-Luc Moerman), een naakte dame die met haar varken gaat wandelen (Felicien Rops), een soort superkip (Koen Vanmechelen), twee dansende skeletten (Johan Muyle) en een menselijk gezicht gemaakt van plastieken soldaatjes (Patrick Van Roy). Heerlijk toch?
Het was voor mij de eerste keer dat ik het Vanderborghtgebouw vanbinnen zag en ik was aangenaam verrast. Benieuwd wat er met het gebouw zal gebeuren in de toekomst, want ik hoorde dat de regering het zou verkopen.
De expo is nog te bezoeken tot en met 24 januari 2016 in de Schildknaapstraat 50 te Brussel. Meer informatie vind je hier. Wat mij betreft is het een absolute aanrader. Een ideale gelegenheid om vrienden en familie te overtuigen om naar Brussel te komen.

BMW baant zich een weg door de Belgische kunstwereld


Automerken die zich storten op de kunstwereld – het lijkt een nieuwe trend te worden. De Mercedes-Benz Fashion Week is alom bekend en nadat Audi zijn steun verleende aan initiatieven als Interieur Kortrijk en Nationa(a)l Pop-up Store, baant nu ook BWM zich een weg door deze sector.
Met First Art & Design Session in de BMW Brand Store op de Waterloosesteenweg richtte het bekende Duitse automerk op 21 januari voor het eerst zijn pijlen op de kunst- en designliefhebbers in Brussel. Het werk van Antwerpse fotograaf Marc Lagrange vormde het centrale uitgangspunt van de avond.

Continue reading

S.M.A.K. logeert in Brussel

Belfius en het S.M.A.K. zijn verloofd. Althans, de bankinstelling en het Gentse museum voor actuele kunst gaan een tijdelijke liaison aan voor de tentoonstelling De Verloofden in de kunstgalerij van Belfius. De titel van de expo is ontleend aan een werk van Permeke. De focus ligt echter op vier Belgische kunstenaars die het kunstlandschap in de tweede helft van de twintigste eeuw mee vorm gaven en die ruim vertegenwoordigd zijn in de beide collecties: Leo Copers, Thierry De Cordier, Jan Van Imschoot en Jan Vercruysse.
Een korte rondleiding voor de eigenlijke opening morgen leert me dat een bezoek meer dan de moeite waard is, zeker als je weet dat de vaste collectie ook te bezichtigen is. Die bevat heel wat hoogtepunten uit de Belgische kunstgeschiedenis, van James Ensor en René Magritte tot Jan Fabre en Koen Vanmechelen.
Het onderstaande schilderij maakte Jan Van Imschoot (°Gent, 1963) op basis van een oude reclameaffiche voor ovomaltine. De schilder laat de verheerlijking van de kinderlijke onschuld botsen met de grimmige realiteit van verminkte oorlogsslachtoffers. Het meisje heeft geen benen en op haar jurkje kleeft het insigne van het Rode Kruis. De titel Ja, ja für Elise verwijst naar het muziekstuk van Beethoven waaraan beginnende pianospelers zich plegen te vergrijpen.
Van Leo Copers (°Gent, 1947) is een onopvallend aangebrachte achterwaarts tikkende klok te zien. En – in deze context pikant – een stapeltje goudstaven met als titel Geen gezeik, iedereen rijk. Bij Thierry Cordier (°Oudenaarde, 1954) verwijzen doorstreepte letters naar het monddood maken van de mogelijkheid tot communicatie. Zijn ijle natuurschilderijen lijken wel gekartelde postzegels. In de zelfportretten van Jan Vercruysse (°Oostende, 1948) verhult de kunstenaar zich telkens met een attribuut, zoals een masker. De zwart-witfoto’s zijn gedrukte reproducties met een enkelvoudige oplage, die de kunstmatigheid van kunst benadrukken.
Van Imschoot
Elke derde zaterdag van de maand, van 18 oktober 2014 tot 21 maart 2015, is de kunstgalerij van Belfius (Pachecolaan 44) gratis te bezichtigen. Vooraf inschrijven via de website is verplicht.