Tag: bozar

Rewind: de overdrijvingskunstenaar

Damiaan De Schrijver heeft er de naam voor om als missionaris op te treden voor de schone letteren. Vanavond leest hij voor uit het werk van de Oostenrijkse proza- en toneelschrijver Thomas Bernhard tijdens het programma Zandman op Radio 1.

Thomas Bernhard Nachlaßverwaltungderivative work: Hic et nunc / CC BY-SA 3.0 DE (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/de/deed.en)
Tijdens een middagsessie van Broodje Brussel in het Goethe-instituut in 2011 getuigde de acteur, bekend van toneelgezelschap Stan en tv-reeksen als De Ronde en Terug naar Oosterdonk, al over zijn liefde voor Thomas Bernhard (1931-1989). De Schrijver gaf toe dat hij verslaafd is en dat hij zo goed als alles van de eeuwige kankeraar gelezen heeft, weliswaar in Franse vertaling, omdat zijn Duits niet goed genoeg is. Als het aan hem zou liggen, zou hij enkel Bernhard en Tsjechov spelen. Hij looft de muzikaliteit van de taal en de zwarte humor, die de vlammende scheldtiraden draaglijk maakt. Hij illustreerde dat wonderwel met lappen tekst van Bernhard die hij uit het hoofd kent.
Thomas Bernhard heeft inderdaad een schare fans, maar niet elke toneel- en literatuurliefhebber is voor hem gewonnen. Zijn werk bestaat vooral uit lange monologen die een heel repetitief karakter hebben en bol staan van overdrijvingen. Zijn hoofdpersonages, steevast intellectuelen en kunstliefhebbers die in hun eigen monomane gedachtegangen verstrikt raken, zijn herkenbaar door hun eenzaamheid, hun zwartgalligheid en hun haat jegens alles en iedereen. Ze gaan tekeer tegen de hypocrisie van de kunstenwereld, het collectieve falen van ouders en leraars, de nationaalsocialistische en katholieke erfenis van Oostenrijk en de eigen lafheid en middelmatigheid. Tot de favoriete woorden van Bernhard behoren weerzinwekkend (widerlich), stompzinnig (stumpfsinnig) en afstotelijk (abstossend).
Achter dat agressieve pantser – zo weet de fan – schuilt een onmetelijk verlangen naar schoonheid  en waarheid in een lelijke wereld van leugen en bedrog. De walging blijkt een overlevingsstrategie van een getormenteerde en kwetsbare ziel. Er zit veel passie in de niet aflatende woordenstroom. In onsterfelijke meesterwerken van de muziek, de schilderkunst en de filosofie vinden de personages troost, ook al gaan ze ook daar op zoek naar de fouten erin. De vriendschap en het voortdurende reizen tussen stad en platteland bieden eveneens momenten van rust en herkenning.
Zandman met Damiaan De Schrijver is op 9 april na het nieuws van 22 uur te horen op Radio 1. Alle afleveringen staan ook op de website van Radio 1.

Keith Haring, Kardashians en Knokke

In de Bozar kun je tot en met 19 april 2020 naar het werk van Keith Haring gaan kijken. Keith Haring is volgend jaar dertig jaar gestorven, maar zijn werk is nog steeds zeer actueel en ontzettend goed bekend bij jong en oud.

Keith Haring werd geboren in 1958 en leerde op zeer jonge leeftijd tekenen van zijn vader, die zelf striptekenaar was. Hier en daar vind je in zijn werken verwijzingen naar Walt Disney, meteen ook zijn eerste inspiratiebron.
Keith Haring had drie zussen: Karen, Kay en Kristen. De ouders van Keith Haring hielden duidelijk van de letter K. Wie weet was dit de inspiratie van Kris Jenner om haar vijf dochters ook allemaal een voornaam te schenken met de voorletter K.
Keith Haring zal voor altijd gelinkt blijven aan dansende mannetjes, blaffende honden, baby’s maar ging destijds ook controversiëlere thema’s niet uit de weg. Denken we hierbij aan racisme, de invloed van de godsdienst, apartheid, de wapenwedloop, de manipulatie van de media of nog aidsbestrijding.
Subway drawing
Keith Haring vond het ontzettend belangrijk dat zijn werk voor iedereen toegankelijk was, en niet alleen voor de rijkere blanke elite. Er zijn een aantal van zijn zogenaamde ‘subway drawings’ te zien op de expositie. Hij had de gewoonte genomen om met wit schoolkrijt in zijn zak de metro te nemen, en zodra hij een leeg reclamepaneel zag, tekende hij het vol.
Keith Haring werd echter algauw zeer bekend, en ook zijn “subway drawings” werden vaak meegenomen door zijn fans.
Bezoekers van de expositie zullen ook opmerken dat Keith Haring niet vaak op een canvas schilderde of tekende, hij gebruikte zeer vaak een gewoon dekzeil. Het was zijn manier om in te gaan tegen het elitaire van kunst en zijn werk te maken op materiaal dat gewoon voorhanden was en dat het herkenbaar was voor mensen.
Hij werkte ook ontzettend snel en bereidde nooit iets voor. Hij nam ook nooit kunstwerken mee als hij gevraagd werd om deel te nemen aan exposities in het buitenland. Hij maakte telkens nieuwe kunstwerken ter plaatse op het moment zelf. Net omdat hij zo snel kon werken en steeds veel inspiratie had, kon hij deze methode toepassen.
Partyscene
Jullie zullen tevens opmerken dat het geen stille tentoonstelling is. Her en der zijn er televisietoestellen gemonteerd en er is ook vaak muziek te horen. Het is zeker de bedoeling geweest van Bozar om hier de volledige scene te tonen waarvan Keith Haring deel uitmaakte.
Keith Haring genoot van het leven, hij organiseerde elk jaar op zijn verjaardag een groot feest, ‘party of life’ en op een van deze feesten zong Madonna ooit voor het eerst ‘Like a virgin’.
Keith Haring was openlijk homoseksueel en eind de jaren 80, toen er meer en meer ruchtbaarheid werd gegeven aan aids, zette hij zijn talent ook in bij het ontwerpen van affiches en kunst om aan te zetten tot safe sex en besloot hij om aids niet dood te zwijgen.

Hij was er zich van bewust dat hij vroeg of laat ook zou sterven aan de gevolgen van aids en richtte dan ook nog voor zijn dood de Keith Haring Foundation op, om zijn werk te promoten maar ook om goede doelen (o.a. rond aidspreventie) te steunen.
De expositie is uiteraard maar een zeer klein fragment van alles wat hij ooit heeft gemaakt in zijn relatief korte carrière van twaalf jaar.
Knokke
Er is ook een link met Knokke. Keith Haring liet verschillende keren optekenen dat hij ontzettend genoot van Knokke. Telkens als hij de kans kreeg, verbleef hij daar om volledig tot rust te komen. Het was volgens Keith de enige plaats waar hij echt het gevoel had thuis te komen.
Praktisch

De expositie is nog te bewonderen tot en met 19 april 2020. Tickets kosten 18 euro (9 euro voor wie jonger is dan 30 jaar en zijn tickets online bestelt). Bozar organiseert rond de expositie ook tal van workshops, themadagen, lunchtours en familiedagen. Neem zeker een kijkje op de website van Bozar voor meer informatie.

Spanish Still Life, The Miracle of Painting, again

“Peut-être même le summum de la peinture”, zo liet Head of Exhibitions bij Bozar Sophie Lauwers haar gevoel spreken. Ze verwees naar het genre van het stilleven in de schilderkunst, dat vaak ondergewaardeerd bleef en blijft. Geen tweederangsgenre volgens Lauwers, maar eersteklas. Het summum van schilderen zelfs.
In Bozar is Spanish Still Life begonnen, de tentoonstelling die tot 27 mei de hele evolutie van Spaanse stillevens toont, aan de hand van werken uit de Spaanse schatkamers in bruikleen uit de beste musea en privé-collecties. Veertien schilderijen uit het Prado, en verder werken uit de National Gallery London, Fitzwilliam Cambridge, Louvre en Centre Pompidou Parijs, Uffizi Firenze, MOMA New York, et cetera.

Het stilleven ontstond als genre gelijktijdig in het Noorden en het Zuiden van Europa rond 1600, met grote verschillen in aanpak evenwel. Bij ons in ‘t Noorden zien we heel vaak het afbeelden van overvloed en luxueuze attributen, al dan niet afgezet tegen doodskoppen, gedoofde kaarsen of andere symbolen van de dood in de zogenaamde vanitas (ijdelheid)-schilderijen. De Spanjaarden kennen een veel soberdere traditie, in de lijn van het werk van wegbereider Juan Sánchez Cotán (eind 16e begin 17e eeuw). Cotán’s werk ‘Stilleven met appel, kool, meloen en augurk’ is het eerste doek van de tentoonstelling, en het legt de basis voor al wat volgt. Heel precies geschilderd hangen daar in een vensteropening aan een touw een appel en een kool, en daarnaast in het midden ligt een opengesneden meloen, en rechts een augurk. Op de voorwerpen het volle felle licht van de zon die van linksboven komt. De achtergrond van het tafereel is echter zwart. Door dit contrast worden de vruchten fel geïsoleerd, ze verschijnen op dit toneel. Tastbaar zijn ze ook verbonden met het wegsterven en wegvallen, het verdwijnen, door de donkerte die aan hun aanwezigheid likt. De schilder van het stilleven lijkt te zeggen: dit is leven, apprecieer het, straks zie je niets meer.
Een typisch element dat ook op dit doek te zien is, bij de augurk, is het plaatsen van voorwerpen op of over de rand van het raamwerk, vergezeld van een slagschaduw die hen nog verder duwt naar het bijna-moment van vallen.
Later wordt het Spaanse stilleven, waar veel vraag naar was vanwege kunstkopers, barokker, met beweeglijkere composities, en dan zal het ook komen tot het subgenre van de vanitasstillevens, in Spanje bekend als ‘ontnuchteringen van de wereld’ (desengaños del mundo’). Symbolen van rijkdom en macht liggen in al hun glorieuze pracht klaar om aangevreten te worden, naast schedels, of spookachtig in reflecties weerspiegeld.
Het merendeel van de stillevens viert echter wel de overvloed van het leven, in bloementaferelen of door het uitstallen van allerlei etenswaren op keukentafels. We zien bijvoorbeeld een prachtige koperen cacaotrembleuse, bij porseleinen kopje en breadrolls, getuige van de populariteit van de Zuid-Amerikaanse godendrank in het koloniale Europa, die toen via de Italiaanse en Franse chefs van de renaissance toegang tot de salons vond. Stillevens zijn via de voorwerpen dus ook eersterangs getuigen van de cultuurgeschiedenis.
Twee aparte werken op de expo zijn van Francisco de Goya daterend van +/- 1810. Goya schilderde slechts twaalf stillevens, voor eigen gebruik, met grote creatieve vrijheid tot gevolg. Het zouden de stille pendants zijn van zijn twaalf bekende revolutieschilderijen (met ‘El tres de mayo’ – drie mei – als bekendste). De vissen en de kalkoen die je hier ziet, zijn meesterwerken uit de kunstgeschiedenis.
Het motto van het genre van het stilleven, dat onder zeer religieus gesternte van start ging, zou kunnen zijn: ‘spiritueel voedsel is minstens even belangrijk als echt voedsel’, of zoals bij Ovidius: ‘Bouw een karakter, want dat blijft, versterk je schoonheid daarmee; slechts dat bewaar je tot het laatste uur’ (ars amandi). Daarmee overstijgt het genre de plaats die het aanvankelijk in de perceptie kreeg toebedeeld, die van een simpele imitatie van de realiteit. Stillevens maken van de vruchten en de voorwerpen schilderkunst. Picasso en anderen zullen in de twintigste eeuw nog een stap verder gaan door het einddoel van de driedimensionale afbeelding weg te schilderen en de kunst toe te laten de realiteit opnieuw een stapje voor te zijn, een eigen realiteit te boetseren, die ons weer nieuwe ogen gaf. Life imitates art more than art imitates life, zei Oscar Wilde daarover.
Tot 29 april loopt ook in Bozar de tentoonstelling van het werk van fotograaf Dirk Braeckman nog, zoals dat in Venetië te zien was op de Biënnale. Ik raad aan om deze hedendaagse donkere stillevens als dessert erbij te nemen, laat deze suggestie van topchef Bozar niet staan, want het menu is uitzonderlijk. Braeckmans werk toont de consequenties van het genre voor de eenentwintigste eeuw.

Fernand Léger in Bozar, terug na 80 jaar

Fernand Léger groeide aan het begin van de twintigste eeuw op onder de steeds groeiende invloed van machines en versnellingen in de maatschappij. Hij was de eerste schilder die die indrukken als beeldtaal in zijn kunst gebruikte. Door de uitvinding van de abstractie kreeg ook de mens zelf een plastische betekenis in zijn kunst, in plaats van een emotionele. “Dat is waarom de menselijke figuur uitdrukkingsloos is gebleven doorheen mijn volledige oeuvre”, zei Léger daarover. In Bozar loopt momenteel een overzichtstentoonstelling over zijn werk.

Deze overzichtstentoonstelling komt er 80 jaar na de grote tentoonstelling die de schilder zelf in het toenmalige Paleis voor Schone Kunsten organiseerde. Het Paleis, nu Bozar geheten, bestaat dit jaar op zijn beurt 90 jaar. De tentoonstelling komt over van Pompidou/Metz. Artistiek directeur van Bozar, Paul Dujardin, stipt het Franse kunstcentrum aan als een belangrijke partner en zegt niet te begrijpen waarom daarover soms een polemiek bestaat (zie de samenwerking met het toekomstige KANAL).
De schilder Léger past heel goed bij het huidige veelkantige Bozar, hij was een volledige pluridisciplinair. Begonnen als student in de architectuur, raakte hij aan film, fotografie, dans en het circus, een kunstvorm waar hij in het bijzonder van hield, met de cirkelvorm als terugkerend motief, en de notie van gevaar. “Ga naar het circus. Niets is zo rond als het circus. Gedaan met uw rechthoeken en uw geometrische vensters.”
Voor hem mocht kunst naar buiten komen, uit het schilderskader vallen, en via de reclameaffiches in de stad weer naar binnen, de kunstwereld in. Kunst voor allen was het ideaal, en dus zocht hij naar een beeldtaal die gemakkelijk leesbaar was. Kunst mocht overal zijn, beter, kunst ís voor hem overal te vinden. De hiërarchie valt weg tussen schone kunsten en kookpotten in een keuken tegen een witte achtergrond. Zijn kunst leest als een lofzang op het leven van de gewone mens.
Hij wil beweging en kleur in de wereld brengen, gefascineerd door dé moderne kunstvorm bij uitstek: film. In 1924 voltooit hij zijn 15 minuten durende film Ballet mécanique, de eerste film zonder scenario. Op het ritme van de montage, via slow motion en versnellingen, met close-ups en longshots en mechanische herhaalbewegingen toont hij het leven zonder verhaal
(In die zin sluit de tegelijk lopende tentoonstelling van Benoit Plateus, Schrank, hier goed bij aan. Platéus documenteert de chaos van de stad, onder meer in New York.)
De neonlichten van de stad geven hem de inspiratie om te schuiven met vorm en kleur, en in architecturale projecten, onder andere in samenwerking met Le Corbusier, is het hem te doen om het toevoegen van kleur aan de stad.
Een stad waarmee de mens één wordt, de moderne wereld een plek van contrasten. Voor Brusselaars herkenbaar genoeg. Ga nu genieten in het comfortabele Bozar.
Fernand Léger. Schoonheid alom loopt nog tot 3 juni in Bozar.

BelgianArtPrize 2017

Otobang Nkanga heeft in BOZAR de BelgianArtPrize 2017 gewonnen. Haar werk biedt volgens de jury een reflectie op de complexiteit van de wereld vandaag.
De BelgianArtPrize is de belangrijkste kunstprijs in België die “mid-career-kunstenaars” ondersteunt (vroeger Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst).

 

(c) Yannick Sas

Antwoorden geven op actuele bekommernissen is expliciet van tel voor de organisatoren. Nkanga toont corrosie en transformatie, onder meer op een groot geweven textiel dat in roestrijk water baadt en waarop ze woorden schrijft die al ter plekke worden gecorrigeerd. Samen met dat gegeven van super-tijdelijkheid krijg je bij haar ook kunst te zien met een hoge graad van technische verfijning.
“Vandaag is het idee van grenzen sluiten en muren bouwen verbonden met een vrees voor contaminatie en verval. Maar nieuwe vormen creëren ook kansen, een samenleving blijft veranderen”, laat de kunstenares noteren.
Welke invloed de mens, de politiek, het protest daarbij heeft, daarover kan je misschien nadenken als je naar de expo gaat kijken, en de drie andere genomineerden bieden ook nog gigantisch veel kijkplezier. Tot 28 mei.
 
[youtube https://www.youtube.com/watch?v=ylg0pGULGLA]
Meer info vind je op de website van BOZAR.

Pol Bury Tijd in beweging BOZAR

Kunst kan je wereld veranderen, wanneer rust over je neerdaalt. Ga daarvoor naar BOZAR, van 23 februari tot 4 juni, waar een overzicht van het werk van de Belg Pol Bury (1922-2005) te zien is, dat je laat vertragen, en ondertussen ook een heel fijne esthetische ervaring biedt, die ingebed is in de vormgeving van de jaren ’50, ’60 en ’70 (20e eeuw).

Continue reading

BOZAR bruist! – Afropolitan Festival

Beste lezer,

Wat vindt u eigenlijk over kunst?

Hate it? Love it?

Wel, in ieder geval, wij trokken speciaal voor u naar de kunsttempel van Brussel, de BOZAR.

Maar éérst misschien toch even een jeugdherinnering. Of beter gezegd, een jeugdtrauma. In het zesde middelbaar gingen wij naar Parijs, en op een avond werden wij losgelaten.

De leraar Frans, die de reis in goede banen leidde, of dat toch probeerde, sprak ons plechtig toe: hij wou en hij zou ons al zijn vertrouwen schenken. Hij geloofde oprecht dat wij matuur en volwassen zouden handelen, in de stad met de vele verleidingen.

Nou. Dat was dan naïef, van onze leraar Frans, hoor ik u denken. Inderdaad, die nacht hebben wij de bloemetjes stevig buiten gezet, en ja, wij hebben toen collectief te diep in het glas gekeken, dat valt niet te ontkennen. Geen peperdure Pomerolwijn, zelfs geen Oostenrijkse wijn met een scheutje antivries. Neen, eerder antivries, met een klein scheutje goedkope beaujolais. Wij hadden onze financiële beperkingen.

InterieurDe volgende dag brachten wij een bezoek aan het wereldberoemde Musée d’Orsay. Dé kunsttempel van Parijs, werd ons verteld.

Wat had ik een barstende hoofdpijn, daar in die kunsttempel. Echter, met onze copain Lucas was het nog erger gesteld. We noemen Lucas nu even niet bij de echte naam, want ik denk dat hij nog leeft. Enfin, in zo’n prachtig zaal vol verheven 19de-eeuwse kunst moest Lucas overgeven. Nu, die dingen gebeuren. Na een nachtje overvloedige antivries en beaujolais. Maar in het stijlvolle Musée d’Orsay, dat waren geen ideale omstandigheden. De zaalwachter kwam op ons afgestormd, in alle staten.

Onze leraar Frans z’n vertrouwen in onze maturiteit en volwassenheid, stond ineens op een véél lager pitje. Z’n humeur ook.

Die ene zaalwachter, dat werden er twee, en dan drie, waar ze vandaan komen, het was ons een raadsel. Plots ging het over de poetsfirma die moest komen, en de bijhorende kosten. Om de gemoederen wat te bedaren, meende ik een kleine artistieke toelichting te moeten geven bij het gebeuren: namelijk dat de zonet geproduceerde plas antivries met beaujolais en maagsappen, toch ook wel iets artistieks had, vanuit een cradle-to-cradle-perspectief, en wat meer was, ik wees op het marxistisch-leninistisch kantje van de zaak, waarbij de revolte toch centraal stond, met de proletarische gedachte dat men studenten met een zware kater toch niet dient te pijnigen in een kunsttempel vol elitaire, kleinburgerlijke 19de-eeuwse kunst, etc.

“DE GROOF !!”, brulde de leraar Frans  toen. “Wilt ge nu eens ONMIDDELLIJK ophouden met uw onnozele truut en uw flauwe zever? Het is er de moment niet voor. Nu nog minder dan anders!”

Dat was een van de laatste keren dat ik mij uitliet over de kunst en haar diverse dimensies.

AfropolitanMaar goed, zovele jaren later, nemen wij de draad weer op!

Wel, wij trokken dus naar BOZAR.

Van 3 tot 5 februari kan u daar naar hartenlust smullen van het “Afropolitan Festival”: een bruisend feest van muziek, film, theater, expo, workshops, debatten, gastronomie, en nog veel meer!

Wat een uitgebreide agenda!

BOZAR brengt Europese kunstenaars met Afrikaanse roots voor het voetlicht, en dit festival brengt maar liefst dertig evenementen met meer dan zeventig artiesten, speciaal voor u!

De artiesten komen uit België, uit de Democratische Republiek Congo, uit Congo-Brazzaville, uit Ghana, en uit alle hoeken van Europa. Afrosoulzanger Fredy Massamba en televisiejournalist Tatiana Silva zijn de eregasten.

BOZAR 2Fredy Massamba is een grote naam in de wereld van de afrosoul, en op 3 februari kan u hem aan het werk zien, met een tiental van zijn muzikale vrienden gaan ze een muzikaal feestje bouwen!

Goed nieuws, zelfs indien u er niet bij kan zijn: dat is geen drama.

U kan immers ook online mee genieten op de website van de BOZAR.

Nu wij er toch waren, maakten wij van de gelegenheid gebruik om Paul Dujardin (CEO, artistiek directeur van BOZAR) aan de artistieke tand te voelen.

Wat een bevlogen meneer!

Beste Paul, welke rol wil BOZAR spelen in de samenleving ?

“Wel, wij leven in een wereld waar veel van de stabiliteit die we vroeger kenden (tot de jaren tachtig) bruusk is verdwenen. Dat is een schok. Amerika is een sterk bewapende burcht geworden en ook bij ons lijkt het soms die kant uit te gaan, met het idee van een volstrekt gesloten “fort Europa”.

Dat is toch een groot gevaar.

BOZAR tracht een tegengewicht te bieden, voor het al te zeer terugplooien op de eigen natie & cultuur. BOZAR wil een nieuw wereldbeeld bieden, wij willen wereldbeelden tonen die perspectieven openen, voor de toekomst.

Het is natuurlijk een eeuwenoude vraag: kan kunst de samenleving redden? Wellicht niet. Maar kunst kan, en moet de samenleving steeds een spiegel voorhouden. Ook al is het niet steeds even mooi wat er te zien is!”

BOZAR 3Hoe gaat BOZAR om met het spanningsveld tussen toegankelijk, laagdrempelig, versus highbrow?

“Wat de kwaliteit betreft van wat BOZAR aanbiedt, willen we exclusieve kwaliteit brengen, topniveau. Echter, wat het aanbieden daarvan betreft, willen we zo inclusief mogelijk zijn.

Wat ik een groot gevaar vind, is de conservatieve insteek, van kunst die enkel voor de middenklasse is. Tegen dat elitaire willen wij ingaan. De voorbije jaren zijn we van 300.000 tickets naar 1,3 miljoen tickets gegroeid! We willen voor zoveel mogelijk mensen relevant zijn!”

Hoe zou je de relatie tussen BOZAR en de Brusselaars kunnen omschrijven ?

 “Ik ben zelf een echte Brusselaar. Ik hou van Brussel. Ik woon in de Koningsstraat, in Sint-Joost-ten-Node. Daar wonen meer dan 150 nationaliteiten. Dat is niet evident, en dat verloopt niet steeds in harmonie, dat moeten we vooral niet mooier maken dan het is. We mogen de problemen niet wegmoffelen.

Daar staat wél tegenover dat Brussel ook een stad is met gigantisch potentieel. Door de rol van Brussel in Europa heb je hier bij wijze van spreken 100.000 mensen, organisaties met invloed (thinktanks, het Europees Parlement, etc.). Er valt nog zoveel te realiseren, in en met deze mooie stad.”

Welke richting wil u uit met BOZAR?

“Ik geloof sterk in ’empowerment’, kunstenaars hun ding laten doen, en ik geloof ook sterk in ‘cocreatie’, culturen en invloeden die samenkomen, kruisbestuiving. Cultuur en politiek zijn steeds met elkaar verbonden, cultuur is steeds een vorm van activisme! Het gaat niet om mij. De impact van artiesten is gigantisch, kijk bijvoorbeeld naar iemand als Bono, hoeveel mensen hij bereikt en aanspreekt. Dat kan ik niet. Dat kunnen alleen kunstenaars zelf!

Voorts wil ik werken volgens het Afrikaanse gezegde: ‘Als je snel wil gaan, ga dan alleen. Maar als je vér wil gaan, ga dan samen’ !”

Voilà.

Dankuwel, Paul, bedankt voor uw tijd !

Beste lezer, van 3 tot 5 februari bent u érg welkom!
Meer info: http://www.bozar.be/nl/activities/123731-afropolitan-festival-2017
Fijn weekend, en met artistieke groeten,

Peter De Groof

=====

Naoorlogse kunst in een Europees perspectief

Vorige vrijdag opende  in Bozar een tentoonstelling die de evolutie toont die Europese kunst na de Tweede Wereldoorlog doormaakte. ‘Facing the Future’ is het resultaat van een samenwerking tussen het Brusselse Bozar, het ZKM (Centrum voor Kunst en Media uit Karlsruhe) en het Pushkin State Museum of Fine Arts in Moscou en het mag gezien worden.
 –
Removal of the Sphinxes
Max Beckmann, Removal of the Sphinxes, 1945
 –
De tentoonstelling toont een parcours in een zestal stadia gaand van naoorlogs rouwen en herinneren over de angst en ideologische wedijver van de Koude Oorlog naar het zoeken van nieuwe kunststromingen die een tweedeling in de Europese kunst ontkennen, dit laatste  door aan te geven dat kunstenaars internationale politieke tegenstellingen overstegen en de moderniteit van technologische vooruitgang, consumptiepatronen en  optimisme als onderwerp voor kunst namen. Zo wordt in de tentoonstelling ontkend dat naoorlogse West-Europese kunst  voor het grootste deel door Amerika werd beïnvloed. Doorheen de hele tentoonstelling zijn kunstwerken van zowel het toenmalige Oostblok en als van West-Europa samengebracht om directe en indirecte verbanden aan te tonen. Een aantal kunstwerken plaatsen de oorsprong van de popart in Europa en ook de bewering dat abstracte kunst een exclusief West-Europees fenomeen zou zijn geweest wordt naar het land der fabelen verwezen.
 –
 PairKarel Appel, Pair, 1951
 –
De tentoonstelling is alles behalve makkelijk en voorkennis van kunststromingen is mooi meegenomen. Een bezoekersgids kan hier wonderen doen om de heterogeniteit die doorheen de tentoonstelling aanwezig is te plaatsen en te begrijpen. De aangeraakte onderwerpen zijn niet altijd even vrolijk en niet alles zal iedereen bekoren. Persoonlijk was ik niet weinig ontstemd bij het zien van de evolutie die de Europese kunst in de loop van het derde kwart van de twintigste eeuw doormaakte, een evolutie die hier frappant duidelijk wordt gemaakt en ook vandaag nog doorwerkt. Het is niet de abstractie als beeldtaal die me hierin tegenstaat, het is de intellectualisering als onderwerp van kunst dat esthetiek in de weg lijkt te staan en ontmenselijking doet ingang vinden.
 –
Le drapeau noir - Tirage limitéMarcel Broodthaers, Le drapeau noir – Tirage limité, 1968-1969
 –
De tentoonstelling ‘Facing the Future – Art in Europe 1945-68’ loopt nog tot 25 september in Bozar (Paleis van Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel).
Open alle dagen van 10u tot 18u, behalve op maandag. Op donderdag ook wel tot 21u.
 –
foto’s: website Bozar

Glitteratuur in Brussel

Katrien Elen is een van de auteurs van This is how we read, een ‘pretblog van drie professionele boekenmeisjes’. Onlangs bezocht ze in Brussel de foto- en kunstboekenwinkel Taschen en De Belgen, de tentoonstelling over Belgische mode in de Bozar.
Of we niet overdressed zijn, vragen we ons af als ik de auto laveer op de Wetstraat en we de voorbijgangers zien voorbijsjokken in short en T-shirt.
Maar hé, wij gaan naar Brussel voor een dosis (g)lit(t)eratuur. Eerste halte op deze zonnige zaterdag is de TASCHEN Store aan de Zavel, de foto- en kunstboekenwinkel van de gelijknamige en gerenommeerde uitgeverij. TASCHEN heeft winkels in trendy steden als Miami, New York en Londen en sinds 2008 ook in Brussel. Voor de inrichting deed TASCHEN een beroep op Philippe Starck, de huisdesigner van de uitgeverij.
IMG_4264

Continue reading

  • 1
  • 2