Tag: groenten

Het verschil tusen de markt en de markt

Kwinten Lambrecht schrijft op zijn blog Lambyk over het stadsleven, duurzame mobiliteit, fietsen en politiek (of beter: samenlevingsleer).

De markt

Markt met de geur van het Middellandse Zeegebied: fruit en groenten, vlees en vis, kruiden en specerijen, textiel, schoenen en allerhande accessoires. Je hebt wel een hele voormiddag nodig om deze enorme grote markt te zien: een andere wereld en exotisme gegarandeerd! – VisitBrussels

Hoewel de Zuidmarkt aangenaam en gezellig doet aanvoelen is de ravage achteraf niet te overzien. Marktkramers komen er letterlijk elke zondagochtend alles uit de kast halen tot de diensten van NetBrussel het zooitje naar gewoonte komen opruimen.
Een afschaffing van het gebruik van plastic zakjes zou al een goede start kunnen zijn om het probleem aan te pakken. Maar ook de mentaliteit van de marktkramers zelf, die zich de  koning te rijk wanen, moet worden aangepakt; moedig mensen aan met kleine kortingen als ze een herbruikbare (linnen) zak bij zich hebben, ruim zelf je zootje op en vooral heb respect voor de buurt waar je ‘kraamt’.
… en de markt

Een héél ander verhaal én uitzicht vinden we in de Huidevetterstraat (Marché des Tanneurs), 500 meter verderop. In deze hub worden van woensdag tot vrijdag (11:30-18:00), zaterdag en zondag (10:00-16:00) groenten, fruit en andere producten verkocht. Mensen komen met de fiets of te voet en nemen hun eigen zakken en dozen mee. Voor de luieriken zijn er kartonnen dozen. Mensen hebben respect voor het materiaal, de producten en de grond.

Nog belangrijker: de producten hebben ongeveer dezelfde prijs als die van op de Zuidmarkt.
En de intrinsieke prijs (ethiek, kwaliteit)? Die is veel hoger!

De boer op in Brussel

Landbouw in Brussel. Het lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Toch zijn er wel degelijk 21 landbouwbedrijven in het Brussels gewest, die samen 268 hectare cultuurgrond bewerken. Naast graangewassen (tarwe, maïs, gerst, haver) en groenten telen boeren er snijbloemen en bloemen in pot. De Brusselse veestapel telt onder meer 238 runderen, 29 paardachtigen en 366 stuks pluimvee. Maar er is meer dan professionele landbouw. Als je de trein naar Schuman neemt, kun je niet naast de volkstuintjes kijken. Meer en meer stedelingen zijn in de ban van landbouw: ze telen hun eigen groenten en kruiden in hun tuintje of op hun balkonnetje, ze imkeren of ze sturen hun kinderen naar de stadsboerderij.
Een studie van het Departement Landbouw en Visserij uit 2010 wees er al op dat de traditionele grenzen tussen stad en platteland in ons verstedelijkte land vervagen. Wereldwijd is stadslandbouw in opmars.

De traditionele scheiding tussen stad en platteland, waarbij de stad was voorbehouden voor de industrie en het platteland voor de landbouw, vervaagt. Functies als wonen en industrie vinden hun weg naar het platteland maar ook landbouw vindt opnieuw zijn weg naar de stad: in ontwikkelingslanden is stadslandbouw een overlevingsstrategie (voedsel) en in het westen biedt stadslandbouw antwoord op de stedelijke vraag naar duurzame, groene en leefbare steden, lokaal geproduceerd voedsel, educatie, ontspanningsmogelijkheden, open ruimte, een mooi landschap, etc.

Continue reading

Pottuintjes voor oliearme groenten

De transitiegroep van stad Brussel waagt zich als eerste activiteit aan het zelf kweken van eetbare planten (groenten, fruit, kruiden) in bakken & potten in onze huizen, op balkons, koertjes of terrassen. Je kan onze voortgang volgen op de wiki entransition.be. Het idee is zo minder afhankelijk te worden van olie, die onder meer nodig is voor kweek en transport van groenten.
Eind april hielden we een zaaisessie, ondertussen kunnen we de eerste groenten oogsten!
We kochten biozaadjes en potgrond geschikt voor biolandbouw bij Nos Pilifs en mengden de aarde met wormcompost. Potten moesten we niet kopen, die hadden we nog genoeg staan.

Continue reading

Groenten uit Brussel

Drs. P bezong in de jaren 80 al de lof van knolraap en lof, schorseneren en prei. In de wondere wereld van de groenten zijn er twee die met recht en reden Brussels genoemd kunnen worden. Wat maakt spruiten en witloof tot onvervalste ketjes? Op zoek naar de Brusselse roots van twee groenten.
 Iedereen kent wel ’choux de Bruxelles’ of ‘Brussels sprouts’. Maar er zijn wel meer talen die spruiten als Brussels beschouwen. Wat dacht u van ‘brukselką’ (Pools), ‘couve-de-bruxelas’ (Portugees), ‘brysselkål’ (Zweeds), ’Brüksel lahanası’ (Turks), ‘col de Brussel·les’ (Catalaans) of ‘bruselaza’ (Baskisch)? Volgens foodwriter Marc Declercq beschreef de Franse botanicus Jacques Dalechamps in 1587 als eerste de koolvariëteit. In de streek rond Brussel zouden spruitjes voor het eerst volop geteeld zijn, nadat ze daar in de achttiende eeuw als een spontane mutatie van een koolplant werden ontdekt. Decennialang bleef de teelt beperkt tot Vlaanderen, en dan vooral de driehoek Brussel-Leuven-Mechelen.
Tussen 1800 en 1860 deed de wintergroente haar intrede in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De Amerikaanse president Thomas Jefferson, een verwoed tuinier, introduceerde ze naar verluidt in de Verenigde Staten. De Brusselse herkomst bleef in de meeste talen in de benaming behouden.

Continue reading