Tag: fotograaf

Steve McCurry, fotograaf met negen levens

Nog tot 25 juni kun je in de Beurs de fototentoonstelling The World of Steve McCurry bezoeken. Het is de meest volledige retrospectieve van de Amerikaanse Magnum-fotograaf tot nu toe. In 2013 sprak ik met McCurry naar aanleiding van zijn boek Voorbij de camera, waarin hij vertelt over z’n leven als fotojournalist.

Dust Storm, Rajasthan, India, 1983

Steve McCurry is een kat met negen levens. Hij overleefde twee arrestaties in Afghanistan, viel bijna van het dak van een rijdende Indische trein, stond op een brug in Goa die instortte door de moessonregen, crashte met een vliegtuigje in het Sloveense meer van Bled, reed met z’n auto rakelings langs een landmijn in Koeweit en verdronk haast tijdens een hindoeïstisch festival voor de olifantengod Ganesh. De bekende Amerikaanse reportagefotograaf heeft in z’n 35-jarige carrière wel een en ander meegemaakt.
Zijn boek Voorbij de camera: Het verhaal achter de foto (Phaidon/Terra) bevat naast honderd twintig grote kleurafdrukken van McCurry’s beste werk ook pittoreske anekdotes over zijn werkomstandigheden en avonturen on the road. Bovenal biedt het boek echter inkijk in McCurry’s lievelingsthema’s en diepere drijfveren. En in zijn onwrikbare geloof in de kracht van fotografie.
Wij krijgen McCurry aan de lijn op een zonnige zaterdag in september, die hij doorbrengt in zijn New Yorkse studio. Hij lacht wanneer we hem omschrijven als moderne nomade: “Welnee, ik voel me een echte New Yorker. Of ik nu zes, negen of elf maanden per jaar in het buitenland zit: hier liggen mijn spullen, hier bewaar ik mijn werk. New York is mijn thuis. Ik ben geen ontheemde.”
Was dit boek jouw idee? Wat motiveert je om het verhaal achter je foto’s te vertellen?
Steve McCurry: Ik merk dat mensen daar nieuwsgierig naar zijn, of ze nu zelf fotograferen of niet. Ik werk in omstandigheden die vragen oproepen. Voor mijn project rond de moesson stond ik wekenlang kniediep in het water te fotograferen en moest ik ’s avonds letterlijk de bloedzuigers van me afbranden. Toen ik in 1997 voor het eerst naar Jemen trok, had dat land de hoogste kans ter wereld om als buitenlander gekidnapt te worden. Hoe zoek je dan toch een veilige route? Ik wou dat soort ervaringen graag delen, zolang ik ze maar niet zelf moest opschrijven (lacht). Ik heb een reeks interviews gegeven aan iemand van de uitgeverij. Daarom gaat het in het boek altijd over ‘McCurry’.
Je hebt in je lange carrière de overstap moeten maken van analoog naar digitaal. Daarover rep je nergens. Ging het zo geruisloos?
SMC: Ik herinner het me wel, het was tijdens een reportage in Afghanistan. Ik had naast mijn gewone spullen voor het eerst een digitale camera bij die ik eens wilde testen. Op dat moment was me al duidelijk dat digitaal de toekomst was. Vraag was alleen nog op welk moment ik zou overstappen. Ik schoot mijn eerste beelden analoog, maar heb de reportage op de digitale camera afgewerkt. Ik was meteen overtuigd. Het is zo’n immens voordeel om je beelden onmiddellijk te kunnen evalueren. Niet dat ik het vroeger vreemd vond dat zoiets niet kon, of dat mijn beeldredacteur – naar wie ik mijn onontwikkelde rolletjes opstuurde – mijn foto’s zag en publiceerde voor ik ze zelf had kunnen zien. Dat was toen gewoon de realiteit.
Je duikt graag traag en diep in een onderwerp. Voor je reportage over Mumbai woonde je twee à drie maanden in de stad. Met hoeveel foto’s eindig je dan?
SMC:  Ik vind het totaal irrelevant hoeveel foto’s iemand op een dag maakt. Mij interesseren alleen de foto’s die uiteindelijk op tafel komen. Zijn die sterk genoeg? Spreken die aan? Ik druk niet in het wilde weg op de ontspanknop. Elke opname moet zinvol lijken. Maar je kunt het moment van je beste fotokans nooit voorspellen. Daarom is het absurd om maar één beeld te maken van een interessante situatie. Dat is zo bij portretten, want de persoon voor je lens kan plots bewegen of emotie tonen. Maar het geldt ook bij andere foto’s.
Ik bereid me voor: als ik een stadsbeeld wil fotograferen met een trein op een brug, dan check ik vooraf de dienstregeling. Maar dan nog blijft het afwachten of en wanneer alle elementen op hun plaats vallen. Een fotograaf moet altijd alert blijven.

Fishermen at Weligama, Sri Lanka, 1995.
In Voorbij de camera staat een foto van een huilende Vietnamese vrouw. Je noemt dat een moeilijke opname waartoe je jezelf moest dwingen. Heb je regelmatig zo’n opgelaten gevoel?
SMC: Eigenlijk niet. In beladen situaties vraag ik me altijd af: ‘Waarom ben ik hier?’  Ik respecteer de mensen die ik fotografeer en heb genoeg empathie om te beseffen dat er momenten zijn waarop je liever geen camera ziet. Die Vietnamese vrouw had net gehoord dat haar HIV-test positief was. Dan stort je wereld in. Toch heb ik de foto gemaakt, precies omdat die vrouw wist waarom ik er was. Ik volgde haar gezin meerdere weken in het kader van een boek voor The Global Fund, een organisatie die gratis medische zorgen verstrekt aan HIV- en aidspatiënten in arme gebieden. Zij had hulp nodig en mijn fotoverhaal was de manier om die te krijgen. Ik doe mijn werk omdat ik rotsvast geloof dat foto’s een verschil kunnen maken.
Op jouw portretten kijken mensen altijd recht in de lens. Je mantra is dan ook: ‘Eerst contact leggen met de persoon, dan pas fotograferen’. Heb je nog zulke vuistregels?
SMC: Zoek je eigen stijl en aanpak, maar behandel de mensen voor je lens met respect. Het is grappig dat we altijd hopen dat succesvolle mensen ons hun geheim kunnen verklappen, een simpele maar feilloze regel: ‘Doe dit of dat en je zult zonder grote inspanningen fantastisch werk maken.’ Zo gaat het natuurlijk niet. Je kunt de jaren van zoeken, proberen en ervaring opdoen niet zomaar overslaan. Ik geloof trouwens dat de meeste fotografen niet van te veel advies houden. Die doen gewoon hun eigen ding.
Tijdens je hachelijke avonturen ben je al meerdere camera’s verloren. Zit je daar diep over in? Ben je gehecht aan je materiaal?
SMC: Ik voel geen emotionele band met mijn camera’s. Voor mij tellen alleen de foto’s en het verhaal.  Zo heb ik ook geen lenzen waarbij ik zweer, noch een uitverkoren type toestel. Mijn materiaal heeft het vaak hard te verduren. Tijdens de reportage over de milieuramp in Koeweit na de Golfoorlog reden we tussen de brandende olievelden. Zoveel stof en as in de lucht is nefast. Het moessonproject was ook een uitdaging. Toen huurde ik een lokale assistent in om een paraplu boven me open te houden. Ik probeer verstandig te werken, maar houdt het meestal op minimale bescherming. Als mijn materiaal het begeeft, dan is dat zo.
Women shoppers dressed in the tradional burqa, Kabul, Afghanistan, 1992

In 2005 richtte je ImagineAsia op, een organisatie die onderwijs voor Afghaanse kinderen stimuleert. Word je als fotojournalist sneller filantroop dan iemand anders, omdat je zoveel ellende ziet?
SMC: Ik hoop dat iedereen het verlangen voelt om iets bij te dragen, om van de wereld een betere plek te maken. Waarom zijn we anders hier? Als fotograaf heb ik in mijn ogen het voordeel dat ik met relatief weinig moeite veel kan doen. Soms doneer ik een afdruk om geld in te zamelen. Voor andere projecten maak ik foto’s uit overtuiging.
Het verlangen om iets terug te doen typeert Steve McCurry. Als er één foto is die zijn carrière heeft gemaakt, dan is het Afghan Girl, zijn portret van een 12-jarige Afghaanse vluchtelinge met groene ogen, een rode omslagdoek en een bijzonder indringende blik. Het portret stond in 1985 op de cover van National Geographic en groeide vervolgens uit tot een modern icoon, een van de best herkende foto’s van de afgelopen vijftig jaar.
 
Sharbat Gula, Afghan Girl. Peshawar, Pakistan, 1984.


In 2002 ging Steve McCurry met een cameraploeg van National Geographic Television op zoek naar ‘zijn’ onbekende Afghaanse meisje. Hij wilde kijken wat er van haar was geworden en of hij iets voor haar kon doen. Na lang en moeizaam speurwerk kwam de ploeg uit bij de enige echte Sharbat Gula – haar naam betekent ‘zoetwater bloemenmeisje’ in het Pasjtoe. Ze was intussen getrouwd en herinnerde zich McCurry. Hij mocht een tweede foto maken – een confronterend beeld dat is opgenomen in Voorbij de camera. En wat verlangde Sharbat Gula, toen ze – zoals in een sprookje – haar wensen mocht doen? Medische zorgen voor haar man en drie kinderen, een naaimachine en een bedevaart naar Mekka.
The World Of Steve McCurry loopt nog tot 25 juni in de Beurs.

Barbara De Munnynck publiceerde deze bijdrage op de boekenblog This is how we read. Het interview verscheen eerder in het fotografiemagazine Shoot.

Fotograaf in beeld: Andri Haflidason

Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Dat blijkt uit onze gewaardeerde wekelijkse rubriek Brussel in Beeld, waarvoor onze eigenste Brussel-Flickr fotogroep een karrenvracht aan fantastisch beeldmateriaal levert. Maar ook op andere sites en in fotogalerijen vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd dus om de mens achter de lens in beeld te brengen.
Andri Haflidason is 30 jaar. Hij stamt van IJslandse ouders die elkaar in Londen vonden, en groeide op in het Schotse Edinburgh. Op het eind van zijn studietijd verzeilde hij langs omwegen in Brussel. Van opleiding is hij architect, maar hij heeft ook een passie voor foto en film. Zijn andere hobby’s zijn voetbal en schaken. Zijn Brusselse foto’s verzamelt hij op zijn eigen website en op zijn Facebook-pagina Brussels Breathe(s). In 2010 maakte hij een gelijknamig filmpje waarin hij een poëtisch eerbetoon bracht aan Brussel. Momenteel doet hij mee aan een wedstrijd van Tentoo waarin hij steun zoekt voor een tentoonstelling van zijn foto’s. Stemmen maar!


 
 
 
 
 
Dag Andri, hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?
Toen ik 15 was, gaf mijn moeder mij voor Kerstmis een poepsimpele camera van Canon. Ik nam het toestel mee naar IJsland waar ik twee maanden lang werkte op een boerderij, in het noorden van het land. Die plek was erg mooi, met kliffen, een strand, eindeloze velden, een klein bos, maar ik keek het meest naar de hemel. De wolken waren ongelofelijk, soms zoals bergen in de lucht, soms geometrische strepen van één horizon tot de andere. En dan de zonsondergangen! Met twee à drie filmpjes is het toen begonnen.
Later gaf mijn vader mij een Pentax SLR, met maar één objectief, een klassieke 50mm prime en een kleine selectie filters. Uit de handleiding van het toestel heb ik de – uiteindelijk super simpele – principes van fotografie geleerd: scherptediepte, de relatie met het diafragma, sluitertijd, enz. Ik nam het fototoestel mee toen wij als laatstejaars naar België reisden om de belangrijkste plaatsen uit de Eerste Wereldoorlog te bezoeken. Ik herinner me nog dat ik in Ieper mijn eerste cocktail geproefd heb, een White Russian, maar daarvan heb ik geen foto’s!
Hoe zou je je eigen foto’s omschrijven qua thematiek, stijl, toon…?
Door mijn opleiding als architect heb ik mij gespecialiseerd in architectuurfotografie. Architectuurfotografie is een goed startpunt om inzicht te krijgen in compositie, oog voor detail te hebben en een bepaalde nauwkeurigheid te bereiken. Maar de discipline is helaas ook erg arm omdat de klant (de architect zelf of een tijdschrift) bijna altijd vraagt om een zo flatterend mogelijk beeld te maken van een gebouw of project. Er zijn zelfs meestal geen mensen toegestaan op de beelden. Vandaag fotografeer ik de stad en de verschillende aspecten ervan (structuur, mensen, sfeer) met de bedoeling om niet alleen de stad in de kijker te zetten, maar ook om een eerlijk beeld te krijgen van de realiteit. Ik doe ook meer experimenten in termen van techniek, stijl en uitwerking van de foto’s. Daarvoor is Brussel het perfecte onderwerp.

Continue reading

Fotograaf in beeld: Bram Penninckx

Brussel is een goudmijn voor gepassioneerde fotografen. Dat blijkt uit onze gewaardeerde wekelijkse rubriek Brussel in Beeld, waarvoor onze eigenste Brussel-Flickr fotogroep een karrenvracht aan fantastisch beeldmateriaal levert. Maar ook op andere sites en in fotogalerijen vallen er mooie Brusselse foto’s te bewonderen. Hoog tijd dus om de mens achter de lens in beeld te brengen.
Bram Penninckx is 33 jaar en werkt als zelfstandig fotograaf/webontwikkelaar. Zijn hobby’s zijn muurklimmen en boeken lezen. Hij is geboren in Leuven en woont nu met zijn vrouw en twee kinderen in Sint-Lambrechts-Woluwe. Eind 2008 begon hij met de fotodocumentaire Brusselse scènes, Bruxelles en scène, waarin hij tot op vandaag indrukken verzamelt.

 
 
 
 
 
Dag Bram, hoe is je liefde voor de fotografie ontstaan?
In mijn ouderlijk huis stond een donkere kamer, van een in onbruik geraakte hobby van mijn vader. Als kind was die kamer de ideale verstopplek. Het virus heeft me pas echt besmet toen ik als 15-jarige fotografie in avondschool ging volgen. Toen zag ik voor het eerst een foto uit het fotopapier ‘springen’ in het ontwikkelbad. Later ben ik aan de Academie (Hogeschool Gent) fotografie gaan studeren.
Wat is de opzet van je fotodocumentaire Brusselse scènes, Bruxelles en scène?
Hoe goed ken je de stad als je er al jaren woont en werkt? Met deze vraag in het achterhoofd vertrok ik in 2008 op ontdekkingstocht door mijn eigen stad. Nu jaren later is de fotodocumentaire nog altijd niet klaar. Want Brussel blijft mij verbazen. Elke gemeente is een stad of dorp in de stad met zijn eigen identiteit.

Continue reading

De genadeloze blik van Martin Parr

Mevrouw heeft zich piekfijn uitgedost voor het society-evenement van het jaar: de paardenrace in het Ierse Galway. Weelderige hoed, beeldige jurk, elegante handtas, chique halsketting. Enkel spijtig dat er net een vlieg op de rand van haar hoed heeft plaatsgenomen en dat de fotograaf alleen oog daarvoor heeft. Een andere dame heeft op Ascot Race een glas champagne in haar hand. Haar gezicht is niet in beeld, maar wel de gênante vlek op haar jurk. Het is tweemaal de genadeloze blik van de Britse Magnum-fotograaf Martin Parr in zijn reeks over luxe. Nog tot zaterdag 27 juli loopt in Galerie Paris-Beijing in Hôtel Winssinger, een prachtig gerestaureerde art nouveauwoning van Victor Horta in Sint-Gillis, een retrospectieve van het werk van Martin Parr.
© Galerie Paris-Beijing

Continue reading