Een duivels warme avond
In de tribune tijdens België – Colombia
Een uitzinnige menigte veert recht en schreeuwt van verwachting. Met kippenvel op de armen en een gelukzalige blik in de ogen grijpt iedereen naar zijn smartphone of fototoestel op het moment dat de Rode Duivels uit de spelerstunnel tevoorschijn komen. Elf eenvoudige mannen zijn sterren bij hun ploeg en goden in eigen land.
Dat zelfs een doodgewone oefenwedstrijd tegen Colombia uitgroeit tot een nationaal volksfeest, zegt veel over de buitengewone verwachtingen. Het maakt intussen de mogelijke kater in juli des te groter. Uren van tevoren wordt de omgeving van het Koning Boudewijnstadion afgesloten voor verkeer. Regen, koude noch wind houden de tienduizenden fans thuis. Er weerklinkt muziek, er wordt gezongen, er wordt gedanst. Jupiler wordt met liters tegelijkertijd aangevoerd. Het is aanschuiven, want frieten en hamburgers leggen een goede fond.
Doorgaans is het Atomium het lichtbaken van deze buurt, maar vanavond staat het stadion in lichterlaaie. De enorme verlichtingspalen langs de vier hoeken van het veld moeten van heinde en verre te zien zijn. In het stadion staat het felgroene gras in schril contrast met de andere kleuren. De ontelbare schakeringen rood en geel en rood en zwart en rood worden slechts in een enkele hoek onderbroken door het beperkte geel-wit-blauwe legioen Colombianen.
