Author: Rik

Boon wint (geen literatuur)prijs

De Franse filmmaker Dany Boon krijgt woensdag een medaille van de stad Brussel, omdat hij zich heeft ingezet voor de promotie van de cultuur van Noord-Frankrijk en België.
Dany Boon regisseerde “Bienvenue chez les Ch’tis”, vorig jaar de populairste film in Frankrijk en Wallonië.
“De film heeft het imago van België vooruit geholpen”, verklaart Nicolas Dassonville, de woordvoerder van burgemeester Freddy Thielemans.
“Daarom staat de burgemeester erop om Dany Boon de onderscheiding toe te kennen”, klinkt het.
Een verrassend besluit van Thielemans!
Wie de film heeft gezien, kan niet anders dan dit beamen.
Een leuke film, daar niet van.
Maar niet vernieuwend of wereldschokkend.
Geen tranentrekker en geen dijenkletser.
Een beetje van alles zonder dat je precies weet wat de ingrediënten zijn, zoals de Noord-Franse specialiteit “potjevleisch” (of “potjesvleesch”).
Of zoals onze Brusselse kipkap.

Continue reading

Balkon voor Belgisch-Lotharingen

“En morgen ben ik er weer met meer weer!”
Herken je ‘m, de cliff hanger van olijke Frank die afwisselend met Sabine het weer mag presenteren?
Een boeiend verschijnsel is dat, het Belgische weer. Of moet ik zeggen het Vlaamse weer?
Allereerst de plaats van de weerman of -vrouw.
Mocht de televisie een bewegende schemerlamp zonder geluid zijn, en zouden noch Frank noch Sabine BV’s zijn, ik zou feilloos aan de beelden kunnen zien of het een Franstalige dan wel Nederlandstalige ‘meteo’ is.
Hoe dan?
Je kent ongetwijfeld de seksistische grap over Sabine Hagendoorn: het balkon van Sabine hangt weer voor de Balkan.
Dit politiek niet correcte grapje bevat meer waarheid dan je zou denken, maar zit er wel een paar duizend kilometer naast.
Vlaamse weervrouwen, maar ook hun balkonloze collega’s, staan altijd voor Wallonië zodat het blikveld voor kijkend Vlaanderen ter linker zijde vrij is.
In Wallonië stellen Madame of Monsieur Météo zich dan weer op voor Vlaanderen.
En dan het taalgebruik.
Dat de Belgische kust tegenwoordig officieel Vlaamse kust heet, daar kan ik geografisch gezien nog mee leven.
Al komt dit wel gevaarlijk dicht in de richting van de absurde discussie tijdens de recente regeringsvorming over splitsing van de Noordzee.
(Leefde Mozes nog maar: hij deed in een moeite BHV en de Noordzee voor dezelfde prijs!).
Maar dat het woord “België” zo min mogelijk moet worden uitgesproken op de VLAAMSCHE televisie, en Wallonië in het weerbericht ook geen droit de cité (d’être citée) heeft, gaat mij toch te ver.
Zo moet er gegoocheld worden met vreemde aanduidingen als “ten zuiden van Samber en Maas”, “Hoog-België” of zelfs “Belgisch-Lotharingen”.
Let er maar eens op hoe creatief ze daarin zijn, Sabine en Frank.
Hoe zouden de Franstaligen dat doen?
Ik moet er toch eens naar luisteren.

De vrouw van de bakker

De – naar aangenomen werd reeds koude – vrouw van de – inmiddels ook niet meer zo warme – bakker uit Aalst bleek al jaren lang ongestoord in Nederland te wonen.
Nee, niet met Guido Belcanto.
Gelukkig is Big Brother dus toch niet alziend.
Een “uitgeweken Franstalige Brusselaar” in Aalst blijft evenwel niet onopgemerkt.
Vreemd dat dit element in de berichtgeving over de Agatha Christie-achtige affaire van de verdwenen bakkersvrouw ter sprake komt (De Morgen van 8 april).
Alsof het enig belang heeft.
Wel opmerkelijk dat je, als je binnen hetzelfde land 30 kilometer verderop gaat wonen, plotseling “uitgeweken” bent.
Of moet ik mij niet te veel storen aan deze taalkundige eigenaardigheid, en mij eerder verbazen over het feit dat ‘s bakkers (moeder)taal blijkbaar relevant is in deze pseudo-criminele context?
Brusselaars, rare snuiters.
En helemaal oppassen als ze gaan boulangeren in het Aalstse……….
Een ingeweken Nederlandstalige Brusselaar

Oliedom!

Zeven (7) verkeerde tankbeurten per dag!
Afgezien van de vraag wie zoiets telt en hoe (heb jij ooit naast de pomp iemand met een opschrijfboekje en een rood potlood zien staan?), en mijn verwondering over hoe oliedom automobilisten die benzine in plaats van diesel tanken (andersom schijnt minder vaak voor te komen, vreemd maar waar) wel niet zijn, brengt mij dit krantenberichtje op een idee.
De lucht in Brussel was de laatste dagen weer niet om in te ademen.
Op 12 februari waren de grenswaarden voor stikstofdioxide in ons Gewestje al drie dagen achter elkaar overschreden.
Grenswaarden, zeg dat wel, want in Vlaanderen was er geen vuiltje aan de lucht.
Brussel heeft namelijk niet alleen voor vliegtuiglawaai maar ook voor luchtvervuiling strengere normen dan de andere gewesten.
En terecht voor zo’n dichtbewoonde regio met zo veel autoverkeer.
Volgens het plan “Brussel’Air” kunnen er dan verschillende maatregelen worden genomen, gaande van strenge snelheidscontroles tot “nummerplaatrijden”.
Nu vrees ik dat automobilisten met dusdanig veel zelfkennis dat zij een “Baby aan Boord”-sticker op hun achterruit kleven niet alleen problemen met de keuze van de juiste brandstof hebben maar ook niet weten wat een even en wat een oneven nummer is.
Ik stel dus voor dat we in de hoofdstad van het surrealisme in de hoogste alarmfase overgaan op “alternerend tanken”.
Auto’s met even nummerplaten krijgen diesel, auto’s met oneven nummerplaten benzine.
En de volgende dag draaien we het om.
Goed voor de werkgelegenheid (de pompbediende die kan rekenen is terug!).
Goed voor het milieu (?).
Goed voor de chaos.
Pompen én verzuipen………..