Tag: toeristen

Big in Japan

Een van de voordelen van wonen in Brussel is de nabijheid van de Grote Markt. Elke dag is goed genoeg voor een ommetje langs de mooie gevels van het stadhuis en de vele gildehuizen – het risico op gebroken benen door de oneffen kinderkopjes neem ik er graag bij. De historische grootsheid en het blinkende bladgoud zijn om duimen en vingers bij af te likken.
Wat je op die plek ook veel ziet, is de eigenaardigheid die ons allen bijwijlen overvalt. Wanneer we ons op onbekend terrein begeven, ontsnappen we graag aan de levendige werkelijkheid en aanschouwen we de lokale medemens in zijn habitat van op afstand, als dwalen we rond in een dierenpark.
Dit gebeurt doorgaans ongemerkt. Evengoed kan een verloren koppel worden geïnterpreteerd als staat het op de uitkijk voor familie, en een dralende vriendengroep worden aanzien als afscheidnemende collega’s. Witte sokken in sandalen, een overdreven korte broek en de onvermijdelijke rugzak geven vaak een hint van de ware aard van het beestje, maar uitsluitsel is er nooit.
Ook ik durf al eens te vertragen, trouwens, om op te kijken naar de mij omringende gebouwen, wanneer de zon zich net op het punt bevindt waarop ze een stad in een sprookje verandert. Of om uit te kijken naar waar de vrolijkste lach die ik in tijden heb gehoord, vandaan komt.

Continue reading

Nur ein Tag in Brüssel?

Welgeteld één meisje prikt een fritje op de trappen van de martelaars aan het gelijknamige plein. Het is zaterdagmiddag, ik weet dat de plek in de week dichter bevolkt is maar het blijft me verbazen dat weinigen deze verkwikkende oases in de binnenstad frequenteren. Net zoals aan het Grootgodshuisplein of aan de Begijnhofkerk, zalige stilteplekken, met vlakbij, maar geruisloos het geroezemoes van de boulevards en de va-et-vient van haastige passanten.
Het meisje leest Le Figaro maar spreekt Duits. Ze is en route zegt ze dan weer in het Frans, wellicht om mij te plezieren, maar dat laat ze, want mijn Duits is velenmale beter dan haar Frans. Overal waar ze komt leest ze de lokale krant. Dat is een schot naast de roos en ze kijkt verbaasd. Frieten zijn dan weer Belgisch alhoewel ze dacht dat French frites Frans waren. Ze is slechts één dag in Brussel, onderweg naar haar thuisland Zwitserland, komende van Londen en ze vraagt wat ze in Brussel zeker moet zien.

Continue reading

Toeristenvallen en andere hinderlagen

Ze stelde voor om mosselen te gaan eten in de rue des Bouchers. Ik liet voorzichtig uitschijnen dat dat misschien geen goed idee was. Je wordt er op een agressieve manier aangeklampt en binnengelokt, de kwaliteit van het eten laat te wensen over, geen Brusselaar die daar zijn voeten onder de tafel schuift. Kortom, een toeristenval pur sang. Haar enthousiasme als Brussel-bezoekster was echter ongebroken. En waarom zou ik de horeca daar geen eerlijke kans geven in plaats van op vooroordelen af te gaan? Wij erheen.
Chez Léon zat afgeladen vol, Aux Armes de Bruxelles bleek nogal duur, dus we stapten binnen in een willekeurig restaurantje om de hoek in de Korte Beenhouwersstraat: Le Calalou. Een driegangenmenu voor 15 euro plus gratis aperitiefje, we zouden er niet arm van worden. De andere gasten in het etablissement: een Italiaans gezinnetje, twee Russische vriendinnen, een Chinees gezelschap.

Continue reading

Uitgelaten Nederlanders

Drie Surinederlandse toeristen zijn verdwaald ter hoogte van de Beurs. Ze bestuderen het kaartje en vragen in schabouwelijk Frans naar de rue du Midi.
Zoals de meeste Nederlanders zijn ze in de veronderstelling dat er in Brussel alleen maar Frans wordt gesproken.
Ik heb ooit eens op de Kunstberg twee Nederlanders uitleg horen vragen in koeterwaals aan een blozende suppoost , afkomstig uit Nederbrakel. De man antwoordde in iets wat op Letzeburgs trok want hij dacht dat het Duitsers waren.
Helemaal ongelijk hebben onze Noorderburen niet, maar zeker overdag zouden ze zich verbazen over de Nederlandstaligheid in de hoofdstad. 
Hoe groot moet Brussel niet zijn voor Nederlanders als Amsterdam je hoofdstad is? Hoe exotisch moet Brussel niet zijn voor Hollanders, een stad waar er meer dan één taal wordt gesproken? Hoe fascinerend moet deze stad niet zijn waar zoveel architectuurstijlen over elkaar schroeien, als je het in A’dam alleen moet stellen met 17de eeuwse herenhuizen aan de grachten? Hoe ‘fijn’ moeten ze de rue d’Aerschot niet vinden nu de Walletjes gedempt zijn? Hoe ‘heerlijk’ chaotisch moeten ze Bruxelles ervaren, waar men pist in de spleten, waar je struikelt over de hondenpoep, waar bedelaars de trottoirs bezetten en Roma-zigeuners de autoruiten wassen? Hoe Frans moeten ze Brussel niet vinden aan het Anneessensplein met zovele clochards in alle geuren en kleuren? Hoe ‘geweldig’ vinden ze niet de Vlooiemarkt, met zovele ‘snuisterijen’ en de vrolijke winkeltjes in de Blaes- en Hoogstraat?

Continue reading