Tag: lente

Lentekriebels

Op een doordeweekse namiddag in deze milde lente wil een mens wel eens de vrije natuur in. In één van de groenste (dé groenste?) hoofdsteden van dit deel van de wereld kan je dit zonder veel dralen welhaast meteen waarmaken.
In het Neerpede dat twijfelt tussen het steedse leven of de dampende akkers van het Pajottenland is  het dus heerlijk vertoeven voor deze stadsmens wiens roots onvermijdelijk aan de zolen blijven kleven. Soms heeft dit landschap overigens verbazingwekkende vergezichten.
Zoals de twee volmaakt naakte lichamen die zich wellustig wentelen in het jonge gras van de lentegroene weide. Dit is ontegensprekelijk het begin van een nieuw seizoen. Hoe schoon en onbevangen is de Vrije Natuur. Hoe sprankelend, hoe pittig, hoe bronstig is het jonge leven. Zie hoe alles groeit en zindert, het kiemen van de jonge plantjes, het zaad dat wellustig gedijt. Hoort de knopen die ontwaken, zie de bloesems die ontspringen, het bloeien van de struik in het gewas, hoort het gehinnik van de jonge hengst op de wei.
Welk een vreugde dat de natuur zo weelderig mag ontluiken in de vroege lente van deze stad. Zou men het tolereren in Antwerpen, waar nog niet zolang geleden de fenomenale feminateek werd verbannen ? Of aan het Brugse Minnewater ? In het Mechelen van Leonard ? In Aalst daarentegen passeert dit dan weer moeiteloos. Maar in pakweg Kaboel of Teheran wordt je al voor minder geradbraakt.
We leven in een luilekkerstad, maar we willen het niet geweten hebben.
meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

A sunny sunday morning in Brussels, april 2011

De besnorde accordeonist trekt met zwier aan zijn instrument. “O Sole mio, sta ‘nfronte a te..”, hij draait zijn hand niet om voor een Spaanse ballade of een Frans chanson. Straks zingt hij Vivan Bomma.
Een overjarige hippie vent voddenpoppen, hij gaat van tafel naar tafel op de terrassen. De anarchist in hem weigert standgeld te betalen.
Het ruikt te vroeg naar vette boudins en choucroute.
Het Japanse koppeltje draagt kitscherige zonnebrillen, ook dat is te vroeg.
En de twee Maroxellois naast mij praten te luid bij Le Chineus.
Eén jongen houdt zijn meisje strak aan de hand. Zij is bloedmooi en zwart, hij is bleek en freel. Ik vermoed dat zij meestal vanboven ligt.
De Creoolse vrouw met gebloemde jurk zeult met een zwaar geladen buggy, het is onduidelijk of ze koopt of verkoopt, blijkbaar weet ze het zelf niet.
De kokette dame uit Brugge zet haar handen in haar zij en zoekt, ongeduldig, haar man. Ze heeft net een zeldzame vaas ontdekt die perfect past op haar witmarmeren schouw. De vaas is zo lek als een zeef maar dat weet ze nog niet. Haar man is te oud voor haar maar heeft een dikke portefeuille. Ze druipen af, de fragiele vaas gerold in Le Soir van gisteren.

Continue reading