Notities bij de
tentoonstelling ‘Alexis Dumont & C°’ in de St-Gorikshallen
Kunnen we blij zijn
met de Shell-building, tussen Cantersteen en Ravensteinstraat?
Het gebouw is één van de vele gelijkaardige, qua functie, stijl en kleurtoon, die tussen 1930 en 1960 werden opgetrokken op de steile Hofberg, tussen hoog- en benedenstad, tussen het oude Coudenbergkasteel/Koninklijk Paleis en de Grote Markt in, en die de rand van de oude kern van Brussel een belangrijke tertiaire invulling gaven, samen met een nieuwe architecturale – modernistische – impuls.
BRUSSEL STEEDS BETER BEGRIJPEN
Kijk naar een
beeld van de terreinen kort vóór de bebouwing van de vroege jaren ’30, toen het
renaissancistische, italianiserende paleis van Granvelle daar nog stond. De
harde Granvelle was een staatsman voor onze gewesten in de 16de eeuw, die de
macht van de stedelingen wou inperken in dienst van de Spaanse Habsburgers
(Filips II). Zijn paleis, niet zijn persoonlijke reputatie, heet
in verschillende bronnen één van de mooiste van zijn tijd en in zijn soort te
zijn in de lage landen. Het werd in de Expo (’58)-jaren afgebroken, en vervangen
door de Ravensteingalerij.
Het Granvelle-paleis op de plaats van de huidige Ravensteingalerij. Links plaats voor de Shell building. c alexisdumont.brussels
Ravensteingalerij en Shell-building zijn van de hand van architect Alexis Dumont (en partners), een ingeweken Brusselaar, aan wie een tentoonstelling is gewijd in de Sint-Gorikshallen. Het werk van Dumont bekijken, brengt nieuw inzicht in de stedenbouwkundige evolutie van onze stad.
Het Granvelle paleis op de plaats van de huidige Ravensteingalerij
Is de buurt beter geworden post-Granvelle?
De planningsgeschiedenis van de site is interessant.
Ten eerste: sowieso moest de oude Putterijwijk er blijkbaar aan geloven, met
haar oude woonhuizen, steile trappen én Granvelle-paleis (waar de eerste
ULB-studenten nog lang gebruik van maakten, tot het hopeloos te klein werd). De
stad besloot tot tabula rasa en mikte op een nieuwe zakenwijk. 1200 huizen
werden gesloopt.
De tijden bieden een verklaring. Na WOI waren we al overgeschakeld naar meer eenvoud en minder luxe (Art déco), en naar 1930 toe moderniseerde de architectuur verder, terwijl de menselijke economische activiteit ook veranderde. Het agrarische, ambachtelijke en nadien industriële binnen de stad ging over in tertiairisering als belangrijkste bron van werkgelegenheid, tegelijk met het fenomeen van de internationalisering.
DRIE ARCHITECTEN
In die geest was de eerste kandidaat voor de monumentale site de architect Van Hardeveld. Hij zondigde echter tegen een door de Stad gestelde voorwaarde, jawel, een bouwkundige voorwaarde: de zogenaamde erfdienstbaarheden van uitzicht moesten gerespecteerd worden. Dat betekent dat je vanaf de Koningstraat ter hoogte van Baron Horta de binnenstad ongehinderd moet kunnen zien liggen. De voorziene 90 meter hoge toren stond in de weg.
De volgende tekenaar was de late Victor Horta, die van
het Centraal Station, het buurgebouw aan de overkant van Kantersteen. Zijn
plannen, met een toren van een zestigtal meter, gingen echter de schuif weer in
toen de wereldeconomie in ’29 toeklapte. Zijn Engelse ondernemer ging namelijk
failliet.
Ontwerp V. Horta (beeld CIVA)
En zo kwam de opdracht bij Alexis Dumont terecht. Die inspireerde zich op Horta’s ontwerp, een groot gebouwencomplex dat op zijn renaissance-voorganger lijkt voort te bouwen. Dumonts uiteindelijke resultaat verschilt er toch wel heel wat van.
De opdrachtgever was (Belgian) Shell, dat kwiek uit de Krach kroop. Het is dus de industrie van de oliewinning geweest die daar in dat stuk van Brussel haar eerste grote vlek neergoot. Het autotijdperk zou zonder onderbreking volgen. Functionaliteit, schaalvergroting, moderne voorzieningen zoals liften, linoleum en self-service waren kernwoorden. Kunstenaars zoals Olivier Strebelle werkten gezwind mee aan het vormgeven van die nieuwe tijd.
BUILDINGS OP MENSENMAAT
Vandaag staan we stil bij die zakelijke erfenis. We denken na over een stad met meer groen en minder vervuiling, meer mens, minder gladde gevels. De modernistische en functionalistische geste, en de internationalisering, lijken evenwel definitief deel van ons leven te zijn geworden.
Gebouwen kunnen nu, net als kunst, abstractie uitstralen, in tegenstelling tot Art nouveau-artefacten, waar er via imitatie van de natuur en de uniciteit van elke lijn getracht wordt om iets kostbaars te realiseren. Niet helemaal tegenstelling: Horta bewaarde, zoals bekend, enkel de stengel en niet de bloem, en bracht zo al stilering aan. Hij evolueerde nadien zelf weg van de stijl die hem faam bezorgd had, maar altijd bleef hij een evenwicht zoeken tussen ambachtelijkheid en standaardisatie (die hij in de USA had gezien).
Een gebouw als de Shell-building gaat veel verder. Voorbij een tipping point van menselijk begrip?
Hoe voel je je als je daar loopt, afdalend tussen Bozar, Ravenstein, Shell-building en Centraal station? Op je gemak, of vervreemd?
Bij uitbreiding: hoe voelt de Europese wijk aan, aan de overkant van de Kleine Ring? Ook daar is de stad gemuteerd tot een internationale zakenwijk – onder veel protest van buurt- en stadsverenigingen.
Is er een
evenwicht tussen functionele stad en stad op mensenmaat?
Ik hou wel van het
rumoer daar dat zo internationaal smaakt, van het dambordpatroon dat geknipt
lijkt om tot grootstadbuurt te dienen, van de buildings die de blokken vorm
geven. Tegelijk lijkt het me duidelijk dat het Luxemburgplein haar
aantrekkingskracht uit haar historisch bewaarde schoonheid put.
Door de quasi
ongehinderde sloop van architecturale schoonheid in Brussel in de twintigste
eeuw, met de jaren ’60 als kookpunt, dragen de Brusselaars een litteken dat hen
vaak belet venieuwing en verandering nog te kunnen toelaten.
We zijn er gelukkig wel kritischer door geworden voor slecht architectuurbestuur, en enkele stadsverenigingen waken over elke beweging. De functie van de gewestelijke Bouwmeester zorgt er ook voor dat puur schraal machtsvertoon, in een stad van gemeentelijke machten, en een wereld van korte termijnplanning en maximale winstkansenberekening, minder kansen krijgt om rond zich heen te grijpen. Kristiaan Borret als hedendaagse versie van een Granvelle (zonder persoonlijk paleis).
EEN ONTBREKENDE TOREN
Maar terug naar
het Shell-gebouw.
De toren, die ook in het ontwerp van Dumont voorzien
was, zou er uiteindelijk nooit komen. Misschien had die het geheel meer grandeur
kunnen geven dan voor mij nu het geval is. Vergelijkbare Shell-gebouwen van
dezelfde periode elders in Europa zijn gedurfder uitgewerkt.
London Shell Mex House Shell Haus Berlin
Een andere
voorwaarde betrof de winkels, die de sokkel moesten verlevendigen, daar waar de
rest kantoorruimte was. Het moesten kwaliteitszaken zijn, niet te populair. Grappig
als je denkt aan Biberium, pal op de ronding aan de hoek van Kantersteen, een
weinig aantrekkelijk café met een povere bediening, en aan die andere o zo
Brusselse etablissementen in de Ravensteingalerij, waar ‘s avonds rumoerige
retro-muziek en gesloten gordijnen dansende serveersters en drinkende
tooghangers omhullen. Het populaire gedijt er best goed, al bij al. Prima
ingreep, wel, om op voetgangershoogte voor publiek toegankelijke activiteit te
zorgen.
De teksten bij de expo in de Sint-Gorikshallen lijken soms weinig kritisch, daar waar ze de architect optimistisch aan het woord laten over zijn bouwkunde. Het zijn citaten uit publicaties van toen, die de architectuur pogen te herdefiniëren. Op de heel verzorgde en behoorlijk uitgebreide website bij de expo (https://alexisdumont.brussels/nl) kom je een stuk meer te weten over het parcours van de architectendynastie Dumont.
Deze tentoonstelling kadert trouwens in een bredere reeks om het publiek te laten kennismaken met haar “markante figuren uit het Brusselse bouwkundige erfgoed”. Dit is expo drie.
Het Brussels
Gallery Weekend overrompelt de kunstliefhebber vanaf vandaag en dit voor de
12de keer. 40 Galerijen, een OFF-programma, en in het centrale
Vanderborght-gebouw (Arenbergstraat) jonge kunstenaars (“Fried
Patterns”) en nog veel meer. De organisatie van dit 4-daagse evenement is
behoorlijk indrukwekkend.
Villo, Billybike, Uber (ze geven kortingen aan de gebruiker) én een vloot eigen shuttle-wagens brengen je in de verschillende wijken van de stad waar het allemaal gebeurt. Het gebeurt in Brussel, kunst gebeurt hier. Dat horen we al enige jaren, en je kan de stelling op haar waarheidsgehalte komen uittesten. Volgens mij is’t niet verzonnen!
Dan Van Severen en Marthe Wéry bij La Patinoire Royale
In Sint-Gillis, kunstenaarsgemeente (maar weinig
galerijen op de kaart), gebeurt het in een samenwerking van vier uitbaters uit
verre hoeken van de wereld onder de naam La Maison De Rendez-Vous (Jef
Lambeauxstraat 23). Vier galerie-uitbaters die elkaar vonden en mochten, op
beurzen en kruisingen, en die besloten bij ons een kunstplek te openen. Niet in
Mexico-Stad, niet in L.A. maar in Brussel. “Waarom?” vragen we. Omdat
het leven hier meer humaan is. De jonge Kroatische vrouw die één van de vier
galerijen leidt, is hier zelfs komen wonen. Een stad als Mexico is meer
gesegregeerd, denkt ze. Het hoekhuis in eclectische stijl met binnenin vooral
Art nouveau-decoratie uit de tweede, geometrische richting (Wenen, Hankar) meet
zich moeiteloos met de kunst in kwestie, je krijgt er dus als bezoeker een
opendeurdag erfgoed bij.
Hana Miletic bij La Maison Des Rendez-Vous
Word journalist, ik raad het aan. Een voordeel van een persbezoek is dat er frisse verwachtingsvolle galeristen en galerijmedewerkers staan te wachten. Vaak ben ik ongeveer hun eerste klant, en ik krijg zoveel warmte toebedeeld en informatie over de kunstenaar aangereikt, alle opgespaarde energie wordt op mij uitgetest. Het Gallery Weekend is een lieve lust, met een schare medewerkers, organisatoren en participanten die allen onder dezelfde wapperende vlag varen: de geaccumuleerde zomerenergie in kunstgoud omgezet.
Over Hana Miletic,
nog steeds in het Maison De Rendez-Vous, hoor ik hoe ze hier haar eerste
Belgische galerij-show heeft. Ze was vorig jaar in WIELS wel al met een
overzicht te zien. Miletic woont eveneens bij ons – ze ís van ons. Ze heeft
aandacht voor het manuele repareren van dingen, zoals gebroken autospiegels
waar mensen tape rond wikkelen. Eerst maakt ze daarvan foto’s maar uiteindelijk
groeit dat uit tot verabstraheerde weefsels. ‘Werk’ of ‘labour’ is de kern van
Hana’s kunstpraktijk. Ze maakt, samen met vakmensen. Ze maakt bijvoorbeeld een
tapijt waar het woord ‘RAD’ in is verwerkt, Kroatisch voor labour/work, uitgesneden
uit (bouw)werfmateriaal. Ze reproduceert de zorgzame aandacht die mensen voor een
gebroken spiegel kunnen hebben.
De galerij zoekt zoals de kunstenaar naar verbindingen,
het moet meer zijn dan het spinsel van één persoon, meer dan een gesloten
kunstkring.
Ook zo bij Alice Cattaneo, die met Murano-glasvakmensen samenwerkt. Ze stelt tentoon in Elsene bij Marie-Laure Fleisch (Sint-Jorisstraat 13). Ze zoekt in haar (vaak) verticalen materialen te combineren die het in de fysische wereld moeilijk hebben om samen te smelten. De combinaties bestaan enkel zolang ze tentoongesteld worden in een levende plek, daarna kunnen ze weer uit elkaar vallen. Heel mooi hoe gewone materialen in een fijn evenwicht samenkomen met het nobele Murano-glas.
Alice Cattaneo
Naar de Patinoire Royale (Veydtstraat 15 Sint-Gillis) kan je heen voor een op zich al omvattende expo van uitsluitend Belgische abstracten van na WOII (‘Abstractions in Times of Peace‘). Een behoorlijk unieke gelegenheid en kwaliteitsvolle selectie, die de mooie ruimte helemaal vult. Na WOII, waarin “le réel est capable d’accoucher du pire”, is het salutair en cathartisch om daarvan weg te gaan en een abstracte wereld te creëren. Marthe Wéry, Dan Van Severen, Bram Bogart, Antoine Mortier, Luc Peire, Pierre Lahaut, René Guiette, Suzanne Van Damme zijn enkele van de namen die hier “hangen”. Wie het Belgische kunstlandschap een beetje kent, heeft niet meer nodig om zijn bezigheden te laten voor wat ze zijn en de MIVB-app open te scrollen voor de eerste tram of bus richting Patinoire.
Belgische abstractie
De eenvoudige maar gevoelige monochromen van Marthe Wéry, de kernachtige lijn van Dan Van
Severen. Een levende erfenis.
De ‘Copper Surrogates’ van Walead Beshty, bij Rodolphe Janssen (Livornostraat 35 Elsene) vermeld ik ook graag. De koperen geometrische vormen die de ruimte mee vorm geven en met het licht samenwerken om nieuwe accenten te werpen, worden bij elke tentoonstelling opnieuw met vingers en handen aangeraakt, waardoor ze met de tijd mee-evolueren, en (wellicht) minder zullen gaan blinken – zoals koper van nature graag doet. Het is de bedoeling om die afdrukken niet te reinigen (voor zover dat al zou kunnen op koper), want ze getuigen ook van het gecirculeer binnen de kunstwereld, de kisten, de opstellingen, het uitladen, het transport, de galerijmedewerkers, kortom het leven van een kunstwerk en de mensen die ermee bezig zijn. Onaf (zoals Brussel), net zoals de titel van elk werk, die telkens, bij elke verhuis, langer wordt.
Walead Beshty bij Rodolphe JanssenGalerij Rodolphe Janssen
Wat ik in Sint-Gillis gehoord heb over zorg dragen, geldt voor beeldende kunst in het algemeen. Ze doet ons herinneren aan schoonheid door haar op onverwachte manieren te doen verschijnen (kartonnen dozen, lichtsporen, brandsporen, wegwerpvoorwerpen, voetafdrukken, vingerafdrukken, beduimelen, …). Het belang van schoonheid. Ons streven ernaar. Ook de gesprekken in de kunstruimten dragen daartoe bij. Een galerijmedewerker niet als verkoper van auto’s, wafels of slippers (cf. infra), maar als aanbieder van een marmeren versie. Hij praat met je over het contrast tussen de naakte mens en de mechanische wereld, over handmatigheden en uitwisselingen. In een onvermijdelijk strijdende wereld is er aandacht voor aandacht.
Bij Gladstone zal Claudia Comte een kunstwerk in Brussels brood presenteren, en ondertussen kan je daar ook een marmeren slipper bekijken – één van de negen sculpturale objecten die op de etage te zien zijn, in ‘The Cavern of Lost Dreams’.
Claudia Comte bij GladstoneClaudia Comte bij Gladstone
Zhang Enli,uit China, zorgt bij Xavier Hufkens (Sint-Jorisstraat 6 Elsene) voor zijn eerste passage in de bekende galerij. Enli evolueerde van het tonen van visuele interpretaties van alledaagse voorwerpen naar abstractie.
Zhang Enli bij Xavier HufkensSarah Smolders in het Vanderborghtgebouw
De jonge garde in het Vanderborghtgebouw heeft ook heel wat te bieden. CharlotteVander Borght bijvoorbeeld (beelden bovenaan het artikel), en Sarah Smolders (beelden hierboven) die speelt met de perceptie van wat echt is en wat niet.
Na dans- is Brussel nu duidelijk ook beeldende kunststad, in deze wereld van strijd en zorg. Dit weekend moet je je daarvan gaan vergewissen.
Ken je “la baguette magique”, de toverstaf? Telkens je er iets mee aanraakt, verandert alles, naar wens, vol kleuren en tintelend van magie. Onlangs, in Brussel, kreeg ik er één in handen.
EEN DRAMATISCHE WENDING
Ik heb zeven jaar in Laken gewoond, op twee
verschillende plekken. Ik zei altijd dat ik in een populaire buurt woonde. In
de betekenis van volks. “Ca c’est les vrais quartiers populaires”,
zoals iemand in een gesprek over Laken eens zei, terwijl we het hadden over de
eiland-straten Prudent Bols en Richard Neybergh, waar elk riant huis een
voortuintje heeft en een smeedijzeren hek, uit de begintijd toen burgemeester
Bockstael mikte op het aantrekken van gegoede bourgeoisie naar de nieuwe
wijken.
Laken heeft zo wel een dozijn microkosmossen, met voortuintjes en hekwerk, maar het is ook en vooral, naar mijn aanvoelen toch, een populaire gemeente – en deelgemeente. Arbeiders vermengen er zich met bourgeoisie, al sinds heel lang, want kanaalzonegemeentes hebben sinds de industriële revolutie altijd cités en fabrieken gekend.
De laatste paar decennia heeft de populaire
trend zich doorgezet. De Maria-Christinastraat, eens concurrente van prinses Louiza,
ontvangt nu de opeenvolgende immigranten, van Siciliaanse in het begin tot
Oost-Europese vandaag, met vele anderen daartussen, in winkels en snackbars
waar enkele euros vaak al kunnen volstaan om, al dan niet voldaan, gezakt weer
buiten te komen. Christiaensen de speelgoedwinkel, de banketbakkers/patisserieën
fournisseurs de la Cour hebben Laken verlaten, tot spijt van niet weinigen die
die tijden hebben gekend.
Windowshoppen in de Maria-Christinastraat
Toch blijft Laken in een sfeer van grandeur
gedijen, met het rijke patrimonium dat er nooit ver te zoeken is, en ook meer
bemiddelde en westers geschoolde nieuwelingen komen zich hier nestelen, de
vierde Europese school in de Sint-Annadreef vlakbij wetend en met huizenprijzen
die tot nu toe nog altijd merkelijk lager kunnen liggen dan elders in de stad –
en met hekje, met wat geluk. Ook groene ruimte en vergezichten krijg je erbij.
Dat publiek hunkert naar hippe pop-ups, of
al was het maar een eerste goede bakkerij – naar westerse normen – om de mix op
te vrolijken, maar ‘t blijft heel moeilijk. Veelbelovende initiatieven zoals
een mooi ingerichte ontbijt- en broodjeszaak waar iedereen zich cross-culture
toe aangetrokken voelt, een knap ogende ijsjeswinkel, ze openen om na enkele
weken alweer te sluiten of blijven zelfs koudweg in de steigers staan, de
belofte van vers bloed niet verder nakomend dan een glimmende vitrine en een gloednieuw
uithangbord. Zohra, in de krappe Fransmanstraat, met haar authentiek Marokkaanse
tajines en hippe interieurdecoratie, hielp iedereen over de streep, maar ze hield
het slechts een tweetal jaar uit. Zij was precies wat ‘Bockstael’ als beste te
bieden kan hebben, een ontmoetingsruimte voor de verschillende mensen die hier samenwonen
maar niet samenzijn.
Aantrekkelijke broodjeszaak, slechts enkele weken geopend
Daarvóór was Christ’Inn
(Maria-Christinastraat) nog tot voor kort de laatste magische ouderwetse
tea-room (éclairs in de vitrine) maar hij kon niet meer op tegen het geweld van
de maghrebijnse bakkers die de een na de andere opengaan en het gros van het
publiek opzuigen met nieuwere winkelinrichtingen en minder goed meel.
Van de rest van de stad gescheiden door het
kanaal (al sinds de 16de eeuw), en doorsneden
door spoorwegen, ondergaat Laken een sterke invloed van doorvoer en transport,
die haar als gemeente streng doorkruisen en opdelen. De lange en brede Emile
Bockstaellaan, die dan opwelt naar Houba en de Heizel toe, trekt dat spoor nog
dieper door, met de metro eronder, die enerzijds de wijken gelukkig goed
verbindt met andere delen van de stad, maar ook aan funderingen van huizen
wrikt.
De brug te ver zijn de laaghangende vliegtuigen,
die van en naar Zaventem donderen. Hun lawaai en frequentie vallen niet te
negeren.
Bij mij kwam daar nog de tram bij. Handig,
die tram, zeker als je een halte schuin voor de deur hebt. Maar aan het geluid
van de T2000 heb ik nooit kunnen wennen. Ik ben wellicht fragiel en gevoelig,
meer dan gemiddeld, maar tegen die snerpende slang, dat misbaksel uit de jaren
’90 worden actiecomités opgericht. De MIVB geeft toe dat het model gebreken
heeft, maar op mijn vraag om hem versneld te vervangen, kreeg ik als antwoord
dat de nog oudere modellen “natuurlijk” voorrang hebben. Nou, die
vind ik echt de tand des tijds nog knap doorstaan.
Hoe hij om de paar minuten botsend tot
stilstand komt, de straat afgedaald tot vlak onder mijn oren, onderweg dat huilende
geluid makend dat mij zo geterroriseerd heeft.
De Tour & Taxis-site in de laatste fase als braakliggend terrein na het sluiten van het spoor L28B
Ik ben een buurter. Lelijk woord misschien dat ik hier neergooi, maar je begrijpt meteen waar ik het over heb. Ik wil altijd leven in mijn straat en in mijn buurt. Leven: dat doe je toch voortdurend? Mensen groeten, mooie dingen zien. Lijkt me logisch. Zodra ik buitenkom, zit ik in vibes, en die beïnvloeden me. Ik verdraag slecht levenloosheid en lelijkheid. Lelijke dingen (hier schuilt ook een waarde-oordeel in) wil ik bestrijden, op mijn manier. Hoe mooi is het streven om iets mislukts om te toveren naar iets moois, en er anderen mee van te laten profiteren. Zo hielp ik mee een reuzegrote en aartslelijke tag die onder een muurschildering van Tiny/Martine plakte, te laten verwijderen door de stadsdiensten, na aandringen en door goede contacten. Hij was van ver te zien, vanuit verschillende hoeken, en hij groette je hardvochtig telkens je met tram 62 of 93 richting kanaal Laken verliet. Die stadsdiensten, netheid en cultuur, zaten er in een onderling robbertje over verwikkeld. “Wij mogen geen fresco overschilderen van Cultuur”, maar bij Cultuur was het budget op. Resultaat: standstill. En de Lakenaar, bij uitbreiding Brusselaar, legde zich erbij neer, zoals zo vaak. What can a poor boy do? “Ach, Laken is een beetje zo, daar valt weinig aan te doen. Meld het op fixmystreet!”
Ik dank Corrinne nog eens voor haar daadkracht en het forceren van een oplossing.
Kruispunt Bockstael. De herinrichting via het Wijkcontract zal binnenkort beginnen.
De ‘populaire’ deelgemeente lijkt – ís –
altijd minder belangrijk en verder af van het bed dan het centrum van
Brussel-Stad, ook al volgen de Wijkcontracten zich op en wordt er veel energie
in gestoken. Logisch, lijkt mij: Brussel-Stad, waar Laken sinds 1921 toe
behoort, is geografisch zo tentaculair dat het ongetwijfeld moeilijk moet zijn
om op alle schaapjes even goed te letten, met het stadscentrum dat sowieso
altijd harder aan het laken trekt. Árme schaapjes vallen daarenboven, wat
socialisten ook zeggen, gemakkelijk naar een tweede échelon terug, waar ze maar
moeilijk uit kunnen geraken. Zeker niet wanneer de uitgestoken hand joviaal
hulp aanbiedt die het overleven garandeert (van kiezer en verkozene), maar
verdere ambities versmoort. Wanneer je taallessen aanbiedt aan anderstalige
beginners, zorg er dan voor dat er engagement en vooruitgang bij de leerlingen is,
niet dat iedereen met een mooi maar inhoudsloos getuigschrift huiswaarts keert,
terwijl allen elkaar publiekelijk op de schouder kloppen en elkaar feliciteren
over het fijne samenzijn.
Ook aanbieders van deelfietsen, -steps of
-auto’s hebben blijkbaar koudwatervrees om hier investeringen te doen. En dat
ondanks Tour & Taxis, het Atomium en de Heizel, Docks, en de aanwezigheid
van de koninklijke familie. Die veelbesproken polen zijn soms maar doekjes voor
het bloeden, want wie het over Neo, T&T of het vuurwerk onder de negen
bollen heeft, allemaal grondgebied 1020, praat die dan eigenlijk wel over Laken?
Nee hoor, Laken dat is het leven
daartussen, op en rond het Bockstaelplein, de Emile Bockstaellaan, Houba-Destrooper.
Overbezette huizen waar tot in kelders toe gewoond wordt, PVC-voordeuren die de originele
vervangen, klein en grof vuil dat continu aangevuld wordt, als illegale maar
getolereerde straathoekdecoratie, gratuite geweldplegingen na 22:00 wanneer er
geen enkel toezicht meer is – het gebrek aan de geur van autoriteit die
ontradend werkt, een chaotische stedelijke inrichting , en een
macho-motorcultuur die nog gedijt als in haar beste dagen.
Zo som ik natuurlijk enkel negatieve dingen op. Maar het moet van het hart. En ‘t is deel van de realiteit.
Hoe gek is het nu toch dat het halve
Schepencollege van Brussel-Stad in Laken woont? Hun aanwezigheid lijkt
vooralsnog niet echt te helpen om de zere plekken te behandelen. Slapen ze hier
enkel, na een lange dagtaak op de Grote Markt?
Zijn het wel buurters?
Vaste stek voor sluikstort. Regelmatige ophaling verzekerd. Ook sporen van wild rijgedrag te zien.
De buurt heeft me veel gegeven. Ik kon een wijkkrant oprichten met stadsgeld van het Wijkcontract (alleen jammer dat ik geen medestanders vond om hem verder te zetten), ik gaf er les Nederlands aan buurtbewoners en kwam zo directer in contact met andere culturen (alle mensen zijn gelijk, en je hoeft de sociaal of economisch zwakkeren niet te pamperen), ik plande projecten en belegde vergaderingen van utopische signatuur (zo bleek jammerlijk), ik verdiepte me in de gemeenteschiedenis en werd gids bij Laken Onthuld/Laeken Découverte – die onvolprezen kenners van de Brusselse geschiedenis – het geheim van de gedachten van de Denker van Auguste Rodin ontsluierend op het rijkgevulde kerkhof van de arme doden. Ik hielp Parckfarms toog op poten zetten en leerde beton gieten en tuinaanleg in het Pocketpark Jardin Station.
‘t Pakte niet, dat Pocket Park. Of misschien moet ik zeggen ‘nog niet’… De
buren doen niet mee, hoewel het voor hen is bedoeld. Er zijn er genoeg op
afgekomen in het begin, maar ze hebben allemaal stilletjes afgehaakt. Zelfbestuur
is mooi, maar moeilijk. “Niks voor deze buurt”, zeiden buren me. In
elk geval, toen ik er een zomerfeestje organiseerde en mensen wou samen brengen,
stond ik er twee uren helemaal alleen tussen mijn twee lampions. Ontmoedigend.
De Tivoli-site voor de bebouwing
Na
En toen had ik al een mislukte collectieve
tuin-ervaring achter de rug (vandalisme, brandstichting, gebrek aan ambitie),
een initiatief waar ik had gehoopt mooie dingen mee te doen en iets mee te
helpen opbouwen.
Die ontmoediging in mij zette zich rustig
verder. Misschien heb ik niet genoeg op het pedaal geduwd, te veel goed
geleefd, te weinig rondgebeld, me te weinig volop ingezet.
Paradox: burgerinitiatieven ontstaan uit de
noodzaak die sommigen voelen om beter te leven of het buurtleven te verbeteren,
maar ze draaiend houden is net veel werk, dat ook nog eens onbezoldigd is. De
slaagkansen hangen af van de respons, van de dynamiek die er ontstaat, van het
enthousiasme dat je weet te creëren.
Het heeft me bitter gesmaakt dat ik mijn
enthousiasme niet beantwoord heb gezien zoals ik het me voorstelde. Ik ben op
ego’s gebotst, de mijne incluis, en de uit- of onuitgesproken clashes tilden ons
niet hoger.
Misschien had ik me ook kunnen aansluiten
bij de drie- of viertal grotere burgerinitiatieven die wél werken, in plaats
van hardnekkig mijn eigen creaties op poten te willen zetten. Maar als creëren
in het bloed zit en je leeft voor een ideaal…
Eigendom van MIVB
Transformatie: le kiosque à graines
Ondertussen leerde ik wel een pak mensen
kennen, en we deden wel wat samen, ook als mislukkingen in de sterren
geschreven stonden. Discussiëren natuurlijk, vaak over eindeloos hetzelfde in
telkens nieuwe varianten – met facebook op
de achtergrond of de voorgrond, als klankbord dat steeds, als een cementmolen,
blijft verderdraaien – maar ook ageren, organiseren. De nood aan verandering
brengt mensen samen. Bijeenzijn, half in vergadering, half kennismakend, half
genietend van het werk of van de stadsnatuur die ons exclusief gereserveerd
was. Van een boomexpert lerend hoe te snoeien, een paysagiste hoe een fruitboom
te beschermen, een landschapsarchitect hoe naar een plein te kijken, een
duurzaamheidscoach hoe te vergaderen, een urbanist hoe de openbare ruimte
leesbaarder te maken, een voedselkenner hoe iets klaar te maken of een bewoner
de geschiedenis van de buurt.
Ik hou van veel mensen die ik in Laken heb
leren kennen, en er zitten vrienden tussen die ik graag wil houden.
Kleur en animatie op de jaarlijkse BloemenmarktLa petite géante gaat uit voor La fête des Lumières in de winter
En op een ochtend…
Toen was het glas plots halfleeg. Het gevoel dat spreekwoord echt te beleven. Ik sta op het Bockstaelplein, wachtend op de bus die me naar mijn werkplek in de buurt brengt. Rondkijkend. Ik begin de gewone dagelijkse Lakense realiteit donkerder waar te nemen dan gewoonlijk. Ik zie enkel nog verpieterde mannen rond mij. Kommer en kwel op de gezichten, gebrekkige mensen, harde woorden, gespuw. Zelfs een vrouw spuwt (ook al heeft ze daar evenveel zin in als een man, het maakte het voor mij nog erger, te erg). Ik voel me fataal omgeven door mensen die met een andere strijd dan de mijne bezig zijn, maar ik bevind me wel op hun terrein, en ik kan me niet langer rechthouden aan het idee dat iemand zal voorbijkomen die op mij lijkt, en die ik hartelijk zal groeten, dankbaar voor zijn of haar onverwachte verschijning.
Mijn mensenliefde bezwijkt finaal,
overgevoelig geworden aan het tekort aan respect, schoonheid, courtoisie. Huiverend,
voor het gebrek aan licht in de ogen en de armoedigheid, die me enkel nog pijn
doen. Zuchtend en moedeloos sta ik daar.
Bockstael, grote plek, vol leven en
krassen, doorsneden door autogeweld en een niet stoppende metroroltrap.
Café La Perle, centrale baken van volks geluk
En de bus kwam (een heel fijne bus, hybride, stil, met mooie comfortabele zittingen in leder, en proper ook nog). Hij voerde me omhoog langs het koninklijk park, ik keek naar de rijtjes purperrode bloemen in het perk voor het Belvédère, we draaiden linksweg rond de gerestaureerde fontein van Neptunus, door Leopold II besteld als één van de glorierijke toegangen tot zijn koninkrijk. Maar ondanks die royale blijken van schoonheid was het glas van Laken halfleeg. Ik zag nu alles anders.
In de koninklijke serres
Lente in Laken
Na het werk. Ik neem een nieuwe bus.
Ik heb zin gekregen om mijn nieuwe,
toekomstige buurt te verkennen.
Ik woon er nog niet, maar ik sta in mijn toekomstige
straat. Ze is vlak, en tamelijk lang. Ik kijk links. Het is rustig. Er lijkt
niet veel verkeer te zijn hier. Ik kijk rechts. Nergens zie ik vuil, alles is
proper. Ik schrik, aangenaam verrast. Links en rechts, tot op het eind van de
straat, en ook op het andere trottoir, geen vuiltje. Mooi, vlak en proper: het
trottoir.
Ik ben wat op wandel. Ik voel me lichter.
Toch eens die Carrefour hier binnengaan, nu. Carrefour associeer ik met
onaangenaam. Hier klopt dat niet. Álles is er! Iberico’s, parmesans, bufalas,
chocolades van chocolatiers, vele soorten lekker uitziend brood, fruit,
bloemen, rijen verschillende fruitsappen, schappen vol bieren van macro- tot
microbrasserieën… Alles volgestouwd met alle denkbare westerse luxe. In Laken
in mijn supermarkt, waar de gerant toch zo vriendelijk was en zijn best deed,
kende ik de betere produkten van buiten, ik kon ze op een hand tellen. Hier
lopen de winkelende klanten voorbij, onbewust, gewoon, kalm, vertoevend in hun
wereld. voor mij is het een sprookje, ik ben in een andere wereld.
Ik zet me neer op een bank. Ik draai een
park binnen. Met mijn belegd broodje kies ik een discreet plekje in het gras.
Het is mooi en helder lenteweer. Wat een mooie bomen rond de vijver, die kalmte
en rust brengt. Voor me zit, ook in het gras, een jonge familie. Ze staan op
nu, de kinderen kirren en de ouders lopen hen achterna en tillen ze op,
lachend, enthousiast, ronddraaiend. Het lijkt me erg lang geleden dat ik iets
dergelijks heb gezien.
Een straat. Ze gaat omhoog, in fases. Het wemelt van stadsvoortuintjes, klimplanten die op de beperkte oppervlakte tegen de gevel zijn gezet, potten met planten of bloemen, verzorgd, met trots aangebracht en eerbiedigd. Rozenstruiken vol kleine roosjes, die hun doornen gevaarlijk over het voetpad laten uitzwaaien. Stokrozen. Clematis.
Ik kom aan een spoorweg, en hoog op de berm is een wandelpad gemaakt, afgezoomd met een stijlvolle koperkleurige reling. Ik bedenk dat dit in Laken ook in de steigers staat en gepland is. Maar hier is het er gewoon. Mooie mensen lopen er af en aan. Ik test het uit.
Soms gaat iemand discreet en beleefd opzij wanneer het voetpad te nauw is. De ogen en de houdingen van de voorbijgangers stralen drive, optimisme en kalmte uit.
Wanneer ik deze toverstaf zal teruggeven, wordt dit ongetwijfeld allemaal een stuk vanzelfsprekender.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt-groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Deel je foto’s ook op Instagram met de hashtag #brusselinbeeld
Ook dit jaar kan je tijdens de zomermaanden juli en augustus naar gratis middagconcerten in Brussel. Tot voor twee jaar vonden de concerten plaats in de Miniemenkerk. De wijziging van locatie – vorig jaar had het festival al plaats op een nieuwe locatie in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) – zet zich nu ook door in de naamvorming. De reeks middagconcerten die tot vorig jaar het Miniemen Festival werd genoemd (vorig jaar: Miniemen Festival Museum) loopt vanaf dit jaar onder de noemer MUSICORUM.
De waarden waar de organisatie het voor doet, blijven ongewijzigd. Doelstelling 1: De toegang tot de concerten is gratis (dit komt eveneens tegemoet aan de doelstellingen van het programma Museum op Maat van de KMSKB). Doelstelling 2: Jonge getalenteerde musici, zowel Belgische als buitenlandse, krijgen een plaats in een programmatie waar ook gevestigde waarden uit de klassieke muziek in voorkomen. Doelstelling 3: De keuze van muziek die op de concerten gespeeld wordt, is gevarieerd en de uitvoeringen zijn van een hoog niveau. De aula die ter beschikking gesteld wordt, is volledig uitgerust naar geldende normen en bezit een goede akoestiek.
Het volledige programma van MUSICORUM is momenteel online nog niet beschikbaar, maar BrusselBlogt.be brengt binnenkort een selectie uit het aanbod met de nodige toelichting.
Het MUSICORUM Festival loopt van 1 juli tot 31 augustus, uitgezonderd gedurende weekends en op feestdagen. De concerten vinden plaats van 12.15 uur tot 13 uur in het Auditorium 490 in de gebouwen van de KMSKB (Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel). Toegang ook via het Museumplein. Het concert van donderdag 4 juli zal uitzonderlijk plaatsvinden in de grote inkomhal van de KMSKB (Forum). De toegang tot de concerten is gratis, met uitzondering van het slotconcert op 31 augustus.
Wil je jouw foto’s ook wel eens in de reeks Brussel in Beeld op BrusselBlogt? Maak een account op Flickr, word lid van de BrusselBlogt groep en voeg je foto’s toe aan de pool. We maken per week een persoonlijke selectie.
Het is bon ton om de nieuwe roman van Michel Houellebecq
maar niks te vinden. Sérotonine wordt in verschillende media door verschillende
figuren met naambekendheid afgedaan als “wel goed, maar toch minder”.
Mensen met naambekendheid weten niet altijd wat goed is
in de literatuur. Sérotonine is een diep-romantische roman die een eenvoudig maar
tragisch menselijk verhaal vertelt, met een dosis vinger-aan-de-pols van de
maatschappij, en een surplus van schrijverschap dat zeldzaam is.
Dáárvoor kan je Sérotonine lezen, voor het inherente
vakmanschap van Houellebecq. Hij is een even goede metgezel als je favoriete
dekentje in de winter. Van bij de eerste penseelstreken van het boek daalt de
balsem over je neer. Het schrijven lijkt hem aangeboren.
Houellebecq is geen voer voor iedereen. De lichtpuntjes
die hij in zijn sombere landschappen weeft, geven wellicht geen soelaas aan
eendertwie. De hoofdfiguur botst hopeloos met de maatschappij waar hij
verplicht is in te gedijen maar heeft kans op het individuele geluk in de liefde.
Dat verprutst hij echter.
Na Soumission daalt de relatieve rust weer neer in Houellebecqs
wereld. Het geeft toch niet dat er geen nieuwe aardverschuiving op het getouw
wordt gezet? De vorige zindert nog hevig na.
Alle misfits ter wereld, begrijp mij goed: de nieuwe
roman van Michel Houellebecq is schitterend. Blasé mensen zien dat niet.
De tentoonstelling ‘Bernard van Orley – Brussel en de renaissance’ is nog kort te bezoeken in het Paleis voor Schone Kunsten. Ze kwam tot stand door samenwerking van BOZAR met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en het Museum Kunst & Geschiedenis. Naast schilderijen, tekeningen en glasramen zijn er ook wandtapijten te bekijken. Voor wie er nog langs wil begint de tijd te dringen.
Zelfportret van Bernard van Orley
Politiek en cultuur Brussel was ook al aan het begin van de 16de eeuw een machtscentrum in Europa. Bourgondische hertogen en later de Habsburgers resideerden er in het Coudenbergpaleis. Mondjesmaat was men afgestapt van het leenstelsel waarvan de middeleeuwse maatschappij doordesemd was geweest. De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden vielen beiden nog onder één centraal gezag. Steden genoten een zeker vorm van autonomie, zij het dat deze door de hogere overheid (hertog, koning, keizer) werd ingeperkt. In het noordelijk deel van Italië lag het enigszins anders. Steden werden er bestuurd door burgers zonder dat er nog sprake was van een centrale wereldlijke macht. De invloed van steden in rurale gebieden was aanzienlijk maar het was vooral de handel die de grote rijkdom bracht. Kunst en cultuur bloeide er, niet in het minst onder impuls van rijke families of een stedelijke overheid als die van de Venetiaanse Republiek. De renaissance, een cultuurstroming die het teruggrijpen naar de antieke oudheid voorstond, stelde het ideaalbeeld van de mens als zelfbewust individu tegenover een mens die zich onderwierp aan een hoger macht. In Brussel waren het vooral het hof, de kerkelijke overheid en rijke patriciërs die kunst en cultuur faciliteerden door de kunstambachten en zo ook de kunstenaars werk te verschaffen. Ook Italiaanse opdrachtgevers deden evenwel een beroep op Brusselse kunstambachtslieden om ontwerpen van renaissancekunstenaars te laten uitvoeren. Bernard van Orley was een van de eersten in de Nederlanden die invloeden van renaissancekunstenaars in zijn kunst verwerkte.
Wandtapijten Kunstenaars werkten toen voornamelijk in opdracht en kunst werd vooral als decorum gebuikt. In Brussel nam de productie van wandtapijten, mede door de aanwezigheid van het hof, een hoge vlucht. Uitgaand van schetsen en tekeningen maakten kunstenaars kartonnen aan waarmee de tapijtweverijen aan de slag gingen. Kartonnen werden meermaals gebruikt. De tapijtateliers stelde een aanzienlijk aantal gekwalificeerde wevers tewerk. Brussel was gekend om zijn hoge kwaliteit. Kleurvastheid, fijne weeftechnieken, overvloedig gebruik van goud- en zilverdraad en de omvang van de geproduceerde tapijten maakten van de Brusselse wandtapijten gegeerde objecten. Op de tentoonstelling hangen wandtapijten die naar ontwerpen van Bernard van Orley in de periode 1520 tot 1522 in opdracht van Margareta van Oostenrijk werden gemaakt. De echte topstukken van de tentoonstelling zijn echter opdrachten van of voor Karel V uit de periode 1525 tot 1533. Uit De jachten van Karel V, een reeks van twaalf wandtapijten (totale lengte: 73 m) uit de collectie van het Louvre, wordt het eerste en zevende tafereel op de tentoonstelling getoond samen met voorbereidende tekeningen van de hand van Van Orley. De reeks De Slag van Pavia (7 wandtapijten, totale lengte 60 m) was een schenking van de Staten Generaal aan Karel V. De Staten Generaal was een adviesorgaan bestaand uit leden van de hoge adel van de Nederlanden. Ook van de tapijten uit deze reeks zijn op de tentoonstelling voorbereidende tekeningen aanwezig.
De tentoonstelling Bernard van Orley – Brussel en de renaissance loopt nog tot 26 mei in BOZAR (Paleis van Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel). Open op dinsdag tot zondag van 10u tot 18 u, op donderdag van 10u tot 21u. Gesloten op maandag.
Reeds ettelijke weken betoogt men in Brussel opdat de goegemeente zich meer bewust zou worden van de urgentie om actief een andere levensstijl aan te nemen waar het wonen, werken en invullen van vrije tijd aangaat. Terugdringen van CO2-uitstoot is de boodschap om op termijn de opwarming van het klimaat af te remmen en terug te dringen. De betogers vragen overheden hun verantwoordelijkheid te nemen en de juiste beleidskeuzes te maken. Experten en academici worden als partners aangewezen om hen hierbij te adviseren.
Voormalig ambassadegebouw in Schaarbeek
Rol van de overheid De bouw en renovatie van gebouwen is in dit verband een domein waar aanzienlijke winsten te halen zijn. Er is op dit vlak al een hele weg afgelegd. Ontwerpers en bouwers moeten zich houden aan regelgeving die hen door de overheid opgelegd wordt, regelgeving waaraan ook openbare gebouwen moeten voldoen. Stelselmatig wordt het openbaar patrimonium aan de nieuwe eisen aangepast en waar efficiëntie kan prevaleren wordt vaak voor nieuwbouw gekozen. Door het toekennen van subsidies kan een overheid ook sturend werken, waardoor vooruitgang geboekt wordt. Misschien zijn de financiële inspanningen die de overheid tot op vandaag levert wel te beperkt en kan nog een tandje bijgestoken worden maar andere maatschappelijk noden vergen evenzeer budgettaire inspanningen. Too little too late voor de ene, komt net op tijd voor de andere.
Subsidiëring Wat het toekennen van subsidies betreft wordt in de Brusselse context reeds enkele jaren ingezet op een multidisciplinaire benadering. Dit jaar organiseert het Brussels Gewest voor de vierde keer een oproep tot het indienen van projecten die duurzame stadsontwikkeling moet bevorderen. Met de projectoproep be.exempary wil Urban.brussels (dienst Stedenbouw en Erfgoed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) renovaties of nieuwbouw die toonaangevend zijn betoelagen. Voor Urban.brussels staat duurzame stadsontwikkeling voor het bevorderen van de kwaliteit van architectuur en stadsopbouw die zich inschrijven in een sociaal stedelijk weefsel waarbij milieuaspecten en bevordering van de kringloopeconomie niet veronachtzaamd worden. Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een project op meer dan een van de uitdagingen excelleren. De projectoproep is dus meer dan een architectuurwedstrijd. Laureaten zullen beoordeeld worden door een multidisciplinaire jury.
Projecten Urban.brussels vindt dat elk architecturaal project ongeacht bestemming (school, huisvesting, sportvoorziening, enz.) of eigenaar (privaat, publiek) in aanmerking moet komen om deel te nemen. Randvoorwaarden zijn dat het project op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgevoerd zal worden en dat bij de toekenning van de subsidiëring de werken nog niet gestart zijn. Het resultaat van de projectoproep wordt in de loop van december 2019 bekendgemaakt. Dit jaar wordt, meer dan de vorige jaren, ingezet op erkenning van privéprojecten. Er worden nu ook grotere privéprojecten toegelaten en de subsidiebedragen voor kleine privéprojecten zijn verhoogd. Een privéproject wordt als klein beschouwd als het gaat om max. 3 woningen, een andere bestemming van minder dan 300 m2 of een combinatie van beiden. Om een idee te geven van de beoordelingscriteria geven we hieronder twee voorbeelden van projecten die vorig jaar in de prijzen vielen, met motivatie.
Project Jaspar ‘Stedelijke uitdaging, mooi aangepakt met een voorbeeld van verdichting in een omgeving die al verdicht is. […] Het betreft een volledige omschakeling –met voorbeeldkarakter- van leegstaande meidenkamers naar een comfortabele woning. De bouwkundige inrichting van de uiterst krappe ruimten is zeer inventief en getuigt van milieupotentieel, ondanks de beperkingen en de configuratie van de plek. Dit project heeft een bijzonder interessant globaal en reproduceerbaar voorbeeldkarakter.’ (Bouwheer: G. Sokal en A. Melchior; architect: G.Sokal)
Project Ambassade Omschakeling van een oude ambassade naar een intergenerationeel wooncomplex. ‘Het project streeft naar sociale cohesie, niet enkel binnen het project zelf, maar ook in de wijk. De gemeenschappelijke functies zijn talrijk en vereisen verantwoordelijkheidszin. Ze zijn aanpasbaar en flexibel. De ondernemers die de werken zullen uitvoeren moeten zich verbinden tot de aanwerving van personeel uit de omgeving. Dit initiatief gaat niet uit van een bouwpromotor en wordt gedragen door overtuigde bewoners, met de hulp van “cOarchi”. Het is zeer doorgedreven op het vlak van kringeconomie. Het voorbeeldkarakter zit in zijn participatieve formaliserings- en beheersproces.’ (Bouwheer: Habitat groupé Ambassade; architect: TWYCE Architects / cOarchi)
Deelnemen aan projectoproep Bijkomende inlichtingen en het reglement van de projectoproep be.exempary zijn te lezen op www.beexemplary.brussels. Een infosessie gaat door op 30 april om 14u30 in de kantoren van Urban.brussels. Inschrijving is gewenst. Wie als privépersoon wenst deel te nemen aan be.exemplary kan rekenen op de begeleiding van een team dat waardevolle hulp kan bieden bij het realiseren van de projectaanvragen. Hiervoor moet je je inschrijven vóór 26 juni om 12 uur.