De stadssnelweg
Ze sterven. De fietsende kindjes, de overstekende voetgangers, de roekeloze chauffeurs. Vaak hebben ongevallen een gemeenschappelijke factor: snelheid, té snel.

Ik ben een fietser in Brussel, niet omdat ik me geen auto kan veroorloven maar gewoon omdat het sneller gaat, het beter is voor mijn longen en die van de stad en omdat er genoeg alternatieven zijn in de stad.
Snelheidsduivels
Als fietser en als stadsmens sta ik er telkens weer van versteld, voel ik opnieuw verslagenheid wanneer ik op een van de grotere avenues van Brussel rijd. Ik denk dan spontaan aan de Zuidlaan, Slachthuislaan, Anspachlaan of de Fonsnylaan. Als je op deze lanen fietst, ben je letterlijk in levensgevaar. Overal geldt een theoretische snelheidsbeperking van 50 tot zelfs 30 km/u maar de ervaring leert ons dat dit stadssnelwegen zijn.
Het zijn lanen die, als ze niet worden opgeslorpt door eindeloze files, vooral naar de avond toe en in het weekend, gebruikt worden als heuse circuits voor snelheidsduivels. De duiveltjes zoeven dan tegen 70, 80 soms 90 kilometer per uur naast je stalen ros. Van de schrik neem je snel het trottoir.
Bruno De Lille, tot op heden nog steeds staatssecretaris voor Mobiliteit, antwoordde doodleuk en misschien wel naïef op een tweet “waar mag je 70?“. Als politici de problematiek van bange, gewonde en in de ergste gevallen zelfs stervende zwakke gebruikers niet onder ogen durven te zien, hoeveel is de stem van een simpele inwoner dan nog waard? Waar blijft de ‘leefbaarheid’ als Brusselaars worden geterroriseerd door auto’s met respectloze en egoïstische bestuurders?

Ik ben een fietser in Brussel, niet omdat ik me geen auto kan veroorloven maar gewoon omdat het sneller gaat, het beter is voor mijn longen en die van de stad en omdat er genoeg alternatieven zijn in de stad.
Snelheidsduivels
Als fietser en als stadsmens sta ik er telkens weer van versteld, voel ik opnieuw verslagenheid wanneer ik op een van de grotere avenues van Brussel rijd. Ik denk dan spontaan aan de Zuidlaan, Slachthuislaan, Anspachlaan of de Fonsnylaan. Als je op deze lanen fietst, ben je letterlijk in levensgevaar. Overal geldt een theoretische snelheidsbeperking van 50 tot zelfs 30 km/u maar de ervaring leert ons dat dit stadssnelwegen zijn.
Het zijn lanen die, als ze niet worden opgeslorpt door eindeloze files, vooral naar de avond toe en in het weekend, gebruikt worden als heuse circuits voor snelheidsduivels. De duiveltjes zoeven dan tegen 70, 80 soms 90 kilometer per uur naast je stalen ros. Van de schrik neem je snel het trottoir.
Bruno De Lille, tot op heden nog steeds staatssecretaris voor Mobiliteit, antwoordde doodleuk en misschien wel naïef op een tweet “waar mag je 70?“. Als politici de problematiek van bange, gewonde en in de ergste gevallen zelfs stervende zwakke gebruikers niet onder ogen durven te zien, hoeveel is de stem van een simpele inwoner dan nog waard? Waar blijft de ‘leefbaarheid’ als Brusselaars worden geterroriseerd door auto’s met respectloze en egoïstische bestuurders?
