Tag: eric corijn

De revolutionaire conclusies van volksuniversiteit Brussels Academy

Wat zijn de cruciale uitdagingen voor Brussel en meer bepaald voor haar instellingen, die voor de Brusselaars moeten zorgen? Volksuniversiteit Brussels Academy stelt radicale antwoorden voor.
Waar het in het begin van het debat nog voorzichtig klonk aangaande onze instellingen: “Complexe ne veut pas dire inefficace”, gaf Eric Corijn nadien snel plankgas: “La langue dans laquelle on s’exprime ne veut plus rien dire.”
Datum: 19 mei
Locatie: Huis van de culturen in Molenbeek
Met: Alain Deneef (Intendant Brussels Metropolitan, opgericht om de drie regio’s beter te laten samenwerken), Alain Maskens (arts en essayist, schrijft over taalproblemen), Eric Corijn (sociaal geograaf, initiatiefnemer en directeur van Brussels Academy), het publiek.
Onderwerp van debat: hoe moet het verder met de Brusselse instellingen?
 
We moeten, volgens Corijn, aan de Brusselaars een wereld-systeem uitleggen, we moeten finaal afstappen van het te kleindenkende tweestromenverkeer, want, zo zegt hij, de twee gemeenschappen die de beslissingen nemen, zijn allebei in de minderheid in de urbane omgeving.
Ze zullen zich bovendien zelf niet kunnen hervormen, zo denkt hij, ze zullen onvermijdelijk imploderen onder het gewicht van de ‘Internationale Stad’, onder de spanning tussen het communautaire en de ‘stedelijkheid’. “Les élus sont dans le box, donc incapables de penser out of the box”, vat Alain Deneef het samen.
Het is de verantwoordelijkheid van de dominante gemeenschap, de Franstalige, om samen stad te maken, vervolgt Corijn, maar “ze bevecht de Nederlandstalige minderheid en vergeet daarbij dat ze een samenleving heeft te onderhouden.”
Nee, we moeten in verschillende talen functioneren. Zes of zeven liefst, bijvoorbeeld in de ziekenhuizen. En daarvoor moeten we de huidige winkel opblazen (“faire sauter la baraque”). Zelfs tweetalige scholen zijn niet mogelijk, het onthaal van nieuwkomers is penibel, Europese inwoners kunnen geen stem uitbrengen, enz.
 
Hoezeer ik de gebrekkige samenwerking tussen Nederlands- en Franstalig Brussel betreur, ik kan me onmogelijk bij deze revolutionairen aansluiten wanneer ze zeggen dat Brussel wordt bestuurd door twee minderheden. De Nederlandstalige minderheid in Brussel is mijns inziens een vertegenwoordiger van een Nederlandstalige Belgische meerderheid, die op haar beurt weer waarden en normen vertegenwoordigt en uitdraagt die de onze zijn. Dat waardesysteem moet heel zelfkritisch zijn, en het heeft via Brussel, die steeds groter wordende kleine wereldstad, alle kansen zich te meten met de wereld en haar verschillende systemen, maar fundamenteel staan we toch ergens voor, denk ik. Hoe flou de grenzen van elk waardesysteem uiteindelijk ook mogen zijn. Si, la langue dans laquelle on s’exprime veut encore dire quelque chose. Ik geloof niet in een stadssysteem waar je de historische en geografische pijlers van wegneemt, om ze te laten opgaan in een nieuw Babel.

De eeuw van de stad

Sociaal geograaf prof dr. Eric Corijn bekleedt dit jaar aan de VUB de leerstoel Willy Calewaert. Brussel, wereldstad in wording is het thema van een achttal sessies, waarin wetenschappers en Brussel-experts het debat aangaan met actoren uit de culturele, de sociaal-economische, de politieke en de onderwijswereld. Eergisteren gaf de leerstoelhouder een gesmaakte inaugurale les over verleden, heden en toekomst van de stad. Een poging tot samenvatting.
Vraye historie ende al waer
Brussel ontstond duizend jaar geleden aan de kruising van de Zenne en de Romeinse weg tussen Brugge en Keulen. Het Sint-Gorikseiland geldt als de bakermat. De vijfhoek komt overeen met de laatmiddeleeuwse omwalling. Brussel kreeg meer en meer politieke functies en groeide uit tot een kosmopolitisch centrum onder de Bourgondische hertogen (15de eeuw), de Spaanse Habsburgers (1482-1713), de Oostenrijkers (1713-1794) en de Fransen (1794-1814). De verfransing van de Brabantse stad nam een aanvang.
Toen België in 1830 onafhankelijk werd, telde de hoofdstad 100.000 inwoners. Als gevolg van de industriële revolutie breidde Brussel in de 18de en 19de eeuw gevoelig uit. Voorheen landelijke gebieden als Anderlecht, Schaarbeek en Elsene verstedelijkten en aan het kanaal ontpopte Molenbeek zich tot Little Manchester. De politieke macht was gevestigd in de bovenstad, terwijl de economische activiteit zich in de benedenstad afspeelde. De gegoede klasse woonde in het oosten, het westen kende een volkse ontwikkeling.

Continue reading