Wegenwerken zijn meestal een bron van ergernis, zo ook bij ondergetekende. Maar dat het ook anders kan, maakte ik vanmorgen mee. Doordat in Ukkel de Alsembergsesteenweg onderbroken is, was er een omleiding aangegeven (in deze stad al een uitzondering) die, jawel, langs Dieweg kwam. Naast enkele ambassades waaronder die van Djibouti (wist zelfs niet dat het land bestond) kwam ik voorbij het kerkhof Dieweg dat in elke stadsgids over Brussel staat. En inderdaad, het is geen kerkhof zoals een ander.
Elke dag neem ik de trein van Brussel-Schuman naar Brussel-Noord (lijn 161), een traject van amper een zevental minuutjes hoewel er op dit stuk vaak vertraging zit. Tussen beide stations ligt in het midden van één van de vier tunnels een voor mij onbekend station dat al jaren geleden moet gesloten zijn of zijn deuren misschien zelfs nooit geopend heeft. Het enige dat er nog staat, is het stationsgebouw en twee monumentale trappen. Een perron is er niet (meer), wel veel onkruid dat de plek overwoekert.
Sinds enkele weken wordt het kleine stationsgebouw bovenaan – met zicht op de sporen en dus ideaal om er een brasserie te beginnen, als je het mij vraagt – gerenoveerd. Een kleine zoektocht op internet leert niet echt veel, tenzij dat het stationnetje ligt in de zogenaamde Clovistunnel, mogelijk op het grondgebied van Sint-Joost of Schaarbeek. Zou het de bedoeling zijn het station te heropenen eens het Gewestelijk Expresnet gerealiseerd is ? Of heeft de NMBS het stationsgebouw verkocht ? En de hamvraag : over welk station gaat het ?
De Brusselse Noordwijk is volgend jaar een attractie kwijt : de vertrouwde Belgacom ballon die vanop het Gaucheretplein een paar keer per dag de lucht in gaat, geeft er de brui aan. Slachtoffer van een slechte marketing ? Of een te slechte ligging ?
Er zijn zo van die dagen in het weekend dat je in een luie bui bent en uiteindelijk pas een stuk na de middag zin hebt om te ontbijten. Maar waar trek je dan met je krantje en zin in een cafeïnestoot naartoe ? De bakker om de hoek is tegen dan al lang door zijn voorraad heerlijke croissants met amandelpasta en heeft ondertussen zijn handen vol met bejaarde dames die na hun wekelijkse kapbeurt zin hebben in een taartje met koffie (hopelijk krijg ik geen last met Maïté).
Soms is café Belga op Flagey een goed alternatief maar dit weekend was ik in de Tout Bon, op het Luxemburgplein. Hoewel het eigenlijk een bakkerij is, kan je er de ganse dag door kleine dingen eten en drinken – opgelet voor de langslapers : ontbijten kan in het weekend maar tot 14u en dus was ook ik verplicht iets van de gewone menukaart te nemen. Absoluut lekker is hun sandwich saint-tropez met rosbief, kaas, basilicum, pecorino, tapenade van groene olijven en gedroogde tomaten. Bij het buitengaan nog een half roggebrood en een mens heeft het idee weer iets nuttigs gedaan te hebben. En voor degenen die uit het centrum afzakken naar de Europese wijk, het is maar vijf minuutjes wandelen van de metrohalte Troon.
Brussel, hoe vaak heb ik je tijdens onze nu vijf jaar durende liaison, niet de hemel in geprezen en hoe vaak heb ik je niet stoemelings tot in het diepst van mijn hart verguisd? Het eerste gebeurt meestal in aanwezigheid van Brusselonkundige vrienden en kennissen die ik met veel plezier jouw ongekende schoonheid laat ontdekken. Met steevast een indigestie van de overheerlijke champagne-chocoladetruffels van Pierre Marcolini als gevolg maar bon, vriendschap heeft nu eenmaal zijn prijs. Tot mijn gasten vol van jou terugkeren naar de Westhoek, Limburg of de Kempen en ik op een druilerige maandagochtend achterblijf met jouw wanorde en complete ondoorgrondelijkheid. En tegen de middag het besef dat een leven zonder jou pas een echte opgave zou zijn. Maar liefde is nu eenmaal niet te begrijpen, ze laat zich hoogstens koesteren. Vandaar mijn korte schrijfsels over hoe opwindend, aandoenlijk, grappig, hatelijk en vooral verrijkend een leven binnen jouw muren wel is.