Petit pays, petits esprits ?
Er worden tegenwoordig zoveel woorden aan Brussel vuil gemaakt dat het stilaan een smerige stad wordt.
Het bedroeft mij zeer dat er weinig mensen aan de Echternachonderhandelingen deelnemen die deze stad werkelijk kennen en aanvoelen.
Voel ik mij vertegenwoordigd door ene Charles Picqué? De man is in de eerste plaats een franstalige PS’er en dat is zijn goed recht, maar of hij namens alle Brusselaars spreekt? Ik twijfel daar zelfs niet aan, ik ben zeker van niet.
De Wever dan? Voel ik mij geruster als de gemeenschappen deze stad gaan besturen ? Leven hier twee aparte volkeren naast mekaar? En moeten we die artificiële opdeling tussen nederlandstaligen en franstaligen er dan per se doorduwen ?
Hoe is het god mogelijk dat men nog steeds de stad benadert en bekijkt met dezelfde loep als 50 jaar geleden ? In het Vlaams heet dat de zaken bekijken met een paardenbril.
Nochtans zijn er genoeg verstandige Brusselaars die zowel over Brussel als over de staatshervorming wijze dingen vertellen.
Philippe Van Parijs bijvoorbeeld, deze week in Humo of Leo Van Broeck en Sam Touzani in BDW, of ene Eric Corijn van Cosmopolis.
Zou het geen geruststellende gedachte zijn aan de tafel ook Brusselse filosofen, wetenschappers, sociologen en artiesten te inviteren?